Mysticus Benedictus de Spinoza

medium_spinoza (1)
Spinoza wordt in Levenskunst volgens Spinoza omschreven als één van de meest consequent rationele filosofen die we kennen. Hij was zelfs zo rationeel dat zijn werk soms mystieke trekken kreeg, een ongewoon fenomeen in filosofie en wetenschap. Tot op de dag van vandaag zijn allemaal even gefascineerd door zijn levenskunst, die rigoureuze rationaliteit koppelt aan individualisme en een mystiek besef van de eenheid van alles.

Volgens de HGU verwijst het woord mystiek naar een werkelijkheid waarin het geheim van het bestaan aan de mens geopenbaard en voltrokken wordt: langs de eindeloze weg van het innerlijk leven gaat de mysticus dag na dag op zoek naar de verborgen God om deel te krijgen aan diens liefde. Volgens mij was dat precies wat Spinoza – Nederlands filosoof, wiskundige, politiek denker en lenzenslijper uit de vroege Verlichting van Sefardisch-joodse afkomst – bezielde, in ieder geval wat betreft de zoektocht naar die verborgen God.

Dr. J.H. Carp in Het spinozisme als wereldbeschouwing. Inleiding tot de leer van Benedictus de Spinoza (1931), was ervan overtuigd dat aan Spinoza’s filosofie een werkelijk beleefde mystieke ervaring, van een Unio Mystica, ten grondslag lag.

Unio mystica: ‘Het ervaren van de eenheid met de natuur als een spirituele verbondenheid, waarbij het ‘ik ‘van het subject wegvalt en er sprake is van een identiteitsloze eenheid.’ (Dolf van der Weij)

Naast Levenskunst volgens Spinoza verwijst blogger Stan Verdult op zijn Spinoza-blog onder anderen naar Carp en vindt hij inderdaad plaatsen ‘welke uitnodigen tot mystieke duiding’, onder meer in Spinoza’s Traktaat over de verbetering van het verstand en in de Ethica.

Het is dat wat Spinoza volgens Carp deed: aan het rationele substantiebegrip hechtte hij het intuïtief gevormde symboolbegrip God. Daarmee vulde hij het louter rationeel-logisch gedachtesysteem inhoudelijk met metafysische realiteit, n.l. van de Spinozistische God – de godsidee die hij vanuit de mystieke ervaring intuïtief-creatief gevormd had. Aan het begin en aan de hele opzet van de Ethica lag volgens Carp dus een daadwerkelijke mystieke ervaring van de unio mystica ten grondslag.’ 

fokke.en.sukke.spinoza Carp zegt dat als de Spinozistische Godsidee op het beleven der realiteit van de oneindige Aleenheid berust, dat dan hiermee de mystieke visie aan het Spinozisme ten grondslag is gelegd.

De symbolische omvorming der in de Unio Mystica beleefde ervaring van de Aleenheid, welke zich in de intuïtie voltrekt, voert tot een idée, die door de gedachte van een a-logische en transrationeele rest een stempel op de wereldbeschouwing drukt en deze, voorzoover zij door het begrippen onderscheidend denken bepaald is, doet berusten in de grenzen harer mogelijkheid onder erkenning, dat de werkelijkheid, welke in de ervaring van de oneindige Aleenheid beleefd wordt, alszoodanig niet kenbaar is, omdat de Aleenheid in het denken niet is te omvatten. [p. 162-164]’

Maar, uiteindelijk, is het Spinozisme toch geen mystiek. Carp noemt het echter gerationaliseerde mystiek. Dus toch mystiek? Volgens Verdult is een unio mystica bij Spinoza nergens te vinden. In volgende artikelen gaat Verdult daar verder op in, onder meer verwijzend naar godsdienstfilosoof H. G. Hubbeling.

Het Spinozisme is derhalve noch als rationalisme, noch als mystiek aan te duiden: niet als rationalisme, omdat de beschouwingswijze haar laatsten grond vindt in de mystieke visie, niet als mystiek, omdat de beschouwingswijze in rationeelen vorm ontwikkeld en op het verkrijgen van rationeel inzicht gericht is. Het Spinozisme is gerationaliseerde mystiek’.

In de discussie, zo vervolgt Verdult, waarvan een persoonlijke impressie van Hubbeling aan het eind van het boek werd opgenomen, bleek dat hij met De Dijn van mening was dat de ‘mystieke structuur… is gefundeerd in de tweede kennisweg’.

Spinoza’s mystiek berust dan ook ‘niet op ervaring maar op een bepaalde wijze van denken op een rationeel-logische wijze’. In die discussie bleek ook dat (Jon, PD) Wetlesen de overtuiging had dat Spinoza wél een ervaring van unio mystica in de Ethica liet zien. Hij verwees daarvoor naar 5/23s: ‘we weten en ervaren dat we eeuwig zijn: At nihilominus sentimus experimurque nos aeternos esse’.’

Elders kwam ik ook Wetlesen tegen, over wie zenmeester Rients Ritskes in Trouw zegt dat Wetlesen gelijk heeft met zijn conclusie dat Spinoza een persoonlijke verlichtingservaring heeft gehad. Filosofe Miriam van Reijen verwijst eveneens naar Wetlesen die ervan overtuigd is dat Spinoza een mystieke eenheidservaring moet hebben gehad, omdat hij anders nooit zo prachtig en vol overtuiging over intuïtieve kennis had kunnen schrijven.

Spinoza_And_Other_Heretics_1Terug naar het Weblog over Spinoza, Spinozisme en Spinozana van Stan Verdult, die momenteel al zijn zevende blog schrijft over het al dan niet mystieke van Spinoza, verwijzend naar discussies die hierover nog altijd gevoerd worden. In het laatste blog heeft Verdult het over de verbinding die Spinoza lijkt te maken tussen het naturalistische en religieuze/mystieke. Dat vraagt volgens Verdult om een oplossingen en als voorbeeld van duiding om met beide aspecten in het reine te komen noemt hij Yirmiyahu Yovel in Spinoza and Other Heretics: The Marrano of Reason (1989). 

Zie: Weblog over Spinoza, Spinozisme en Spinozana (vanaf dl. 1)
Illustr: penningkunst.nl
Cartoon: foksuk.nl

Geen valide argumenten voor atheïsme

Heeft atheïsme goede redenen voor het niet bestaan van God, of zo je wilt, van een bewust wezen dat de oorsprong is van de wereld? Filosoof Emanuel Rutten is van mening dat we een atheïst om argumenten mogen vragen voor zijn atheïsme, meer dan alléén maar zeggen dat atheïsme ‘de afwezigheid van geloof in één of meerdere bovennatuurlijke wezens’ is. De meeste argumenten zijn volgens Rutten echter nogal eenvoudig te weerleggen.

Zo zegt men bijvoorbeeld: ‘In de wetenschap komen we genoemd wezen nergens tegen. We hebben een dergelijk wezen voor geen enkele wetenschappelijke verklaring nodig.’ Prima, zeg ik dan, maar daaruit volgt niet dat zo’n wezen niet bestaat.’

Volgens de filosoof geven wetenschappers verklaringen voor fenomenen in de wereld. Dit doen ze door het in kaart brengen van wetmatigheden. En er is geen reden om te denken dat die wetmatigheden een beroep moeten doen op de oorsprong van de wereld.

De formele regels van het schaakspel doen immers ook geen beroep op de bedenker ervan. Dat we genoemd bewust wezen in, zeg, de fysica, nergens tegenkomen, levert dan ook geen enkel argument tegen het bestaan ervan op.’    

Er zijn theïstische argumenten voor het bestaan van een bewuste oorsprong van de wereld, aldus Rutten. Het argument van de atheïst moet dus eerst al deze theïstische argumenten weerleggen. Atheïsme moet een goede reden geven voor het niet bestaan van genoemd wezen.

fokke-en-sukke

Atheïsten zeggen dat zo’n wezen niet bestaat omdat het een bewustzijn zonder lichaam moet zijn en een bewustzijn zonder lichaam kan niet voorkomen. Rutten zegt dan dat het overmoedig is om te denken dat iets niet kan bestaan omdat we het niet objectief hebben vastgesteld.

Het probleem van het kwaad kan geen argument zijn omdat dat alleen maar een argument levert tegen het bestaan van een moreel goed wezen dat de oorsprong van de wereld is. Geen argument dus tegen het bestaan van een bewuste oorsprong van de wereld.

emanuelrutten

Rutten somt verscheidene argumenten op waarmee de atheïst zich bedient en die niets opleveren. Over vermeende misstanden in de Bijbel; de vermeende verborgenheid van het wezen in kwestie; de schijnbare betekenisloosheid van het begrip ‘bewust wezen dat de oorsprong van de wereld is’, en over het wezen als slechts een psychologische projectie. Ten slotte geeft Rutten nog een knipoog:

Op dit punt aangekomen, draait mijn gesprekspartner de rollen meestal om: ‘Geef jij dan eens een argument vóór het bestaan van genoemd wezen. Eén is genoeg.’ ‘Prima,’ zeg ik dan. ‘Graag zelfs!’

Zie: Redelijke argumenten voor atheïsme?
Illustr:
 Yuri Gagarin, 1961 (wallpapervortex.com)
Cartoon: foksuk.nl