Evolutietheorie toont bestaan van bovennatuurlijke werkelijkheid aan


In zijn proefschrift ‘Naturalisme en Theïsme, de integratie van wetenschap en religie’ verdedigt theoloog Jan Riemersma vandaag de stelling dat er een bovennatuurlijke werkelijkheid bestaat, en dat de evolutietheorie ons in staat stelt om het bestaan daarvan aan te tonen. Hij betoogt dat er een bovennatuurlijke of transcendente werkelijkheid bestaat (realisme) en dat het kenmerk ervan is dat deze een structuur heeft die door ons niet kan worden begrepen.

‘Vaak wordt gesteld dat mensen logisch denken omdat de werkelijkheid zelf logisch geordend is. Deze traditionele verklaring is volgens Riemersma niet te verdedigen: ‘Voor de stelling dat de gehele werkelijkheid logisch geordend is bestaat niet het minste bewijs.’ Hij keert de verklaring om: het is niet zo dat wij logisch denken omdat de werkelijkheid logisch geordend is, maar de werkelijkheid lijkt logisch geordend omdat wij logisch denken. De logische regels zelf zijn ons waarschijnlijk ingeprent tijdens onze evolutie omdat wij adequaat moeten kunnen handelen, zo legt Riemersma uit: ons ‘motorsysteem’ vereist dat wij, om ons adequaat te gedragen, ons hele brein logisch moeten inrichten.’

In de conclusie van zijn proefschrift zegt docent wijsbegeerte en maatschappijleer Riemersma, op internet beter bekend als De Lachende Theoloog: ‘Het is mogelijk om naturalist en theïst te zijn. De werkelijkheid, zoals wij deze bezien, bestaat uit twee domeinen. Het is daarom mogelijk om wetenschap te bedrijven en te geloven in een God die de wetenschappelijke beschrijving van de werkelijkheid te boven gaat.’

‘Het bestaan van een dergelijke transcendente werkelijkheid werd lang geleden al verondersteld door de bekende religieuze tradities. Het bestaan van een transcendente werkelijkheid lijkt de geloofsinhoud van tenminste een aantal religies te bevestigen. Aangezien het bestaan van een transcendente wereld niet kan worden ontkend door de naturalist, is het ipso facto onmogelijk om op grond van onze huidige wetenschappelijke theorieën te beweren dat een transcendent wezen niet kan bestaan.’

Datum promotie: 19 December 10.30 uur. Academiegebouw Universiteit Utrecht, Domplein 29

Zie: Evolutietheorie toont bestaan van bovennatuurlijk werkelijkheid aan

Foto: pd

Nieuw Godsbewijs haalt de New York Times


Helaas voor God kan ik dat bewijs onmiddellijk weerleggen met behulp van het Metafysisch Beginsel (MB). Volgens de Lachende Theoloog heeft Emanuel Rutten een godsbewijs gepubliceerd op het Prosblogion. Hij heeft er zelfs (een vermelding in) de New York Times mee gehaald. Zijn argument berust eveneens op het Metafysisch Beginsel.

God bewezen? Dat riekt naar wetenschap, dat klinkt naar ‘weten’, maar God behoort toch het domein van ‘geloven’ toe? Hoe zit dat en is dit argument te volgen?
Het Metafysisch Beginsel zegt dat als het ‘niet mogelijk is om te weten dat P waar is, dat dan P noodzakelijk onwaar is’. ‘Laten we nu de uitspraak ‘God bestaat niet’ eens bekijken,’ redeneert de Lachende Theoloog en vervolgt: ‘Het is,’ zegt Rutten, ‘ten enenmale onmogelijk om te bepalen of God inderdaad niet bestaat…

…maar als je niet met zekerheid kunt vaststellen dat God niet bestaat, dan is de uitspraak: ‘God bestaat niet’ volgens MB zeer beslist onwaar!
En als we zeker weten dat de uitspraak ‘God bestaat niet’ onwaar is, dan weten we eigenlijk zeker dat de uitspraak ‘God bestaat’ waar is (kwestie van logica: dit is een invuloefening).’

Ja, het is heel simpel eigenlijk. Wat wil je bewijzen? Je vult naar keuze voor P in: ‘God bestaat niet’ of ‘God bestaat’. Ik beweer nu dat het ten enenmale onmogelijk is om te bepalen of God inderdaad bestaat. Maar als je niet met zekerheid kunt vaststellen dat God bestaat, dan is de uitspraak: ‘God bestaat’ volgens MB zeer beslist onwaar! En als we zeker weten dat de uitspraak ‘God bestaat’ onwaar is, dan weten we eigenlijk zeker dat de uitspraak ‘God bestaat niet’ waar is.
Weg godsbewijs!

Master of science in de wiskunde en master of arts in de wijsbegeerte Rutten beweert dat ‘de uitspraak ‘God bestaat niet’ onwaar is, en dat we dan eigenlijk zeker weten dat de uitspraak ‘God bestaat’ waar is.’ Deze uitspraak valt tegen mijn weerlegging dus weg.
Conclusie? We weten nog steeds niet of God bestaat. Het is inderdaad een invuloefening: het ligt er simpel aan wat je voor P invult.

Kom ik nu ook in de New York Times? Met de weerlegging van het godsbewijs? Voor mij is in ieder geval bewezen dat geloven veel gemakkelijker is dan weten(schap). En dat geloof de wetenschap beïnvloedt.

Zie: Het Godsbewijs van Rutten

U P DA T E  08.22 uur:

Helaas heeft de Lachende Theoloog zijn artikel verwijderd. Dit stond oorspronkelijk op zijn blog:

Het Godsbewijs van Rutten

Emanuel Rutten heeft een godsbewijs gepubliceerd op het Prosblogion. Hij heeft er zelfs (een vermelding in) de New York Times mee gehaald. Het is de moeite waard dit Godsbewijs te bestuderen.

Ik zal dit godsbewijs binnenkort bespreken, maar dan moet eerst de rook van de lopende discussie opgetrokken zijn.

Om toch een beetje hulp te bieden bij het lezen van de vaak technische commentaren, deze korte inleiding:

Het argument berust op het volgende Metafysisch Beginsel:

MB:= Als het niet mogelijk is om te weten dat P waar is, dan is P noodzakelijk onwaar.

Dit beginsel is ‘plausibel’. De waarheid van dit beginsel kan worden verdedigd als je begrijpt dat logici met ‘mogelijke werelden’ rekenen. Als het niet mogelijk is om de waarheid van P vast te stellen, dan is dat in geen enkele ‘wereld’ mogelijk. Voor ons komt het er op neer dat P nooit en te nimmer waar zal zijn: en ‘nooit en te nimmer’ is het zelfde als ‘noodzakelijk onwaar’.

Let wel: Rutten hoeft MB niet te verdedigen. Hij gebruikt MB slechts, het is de polsstok waarmee hij over het water springt. Bedenk: het gaat om de sprong en niet om de polsstok.

Laten we nu de uitspraak ‘God bestaat niet’ eens bekijken. Het is, zegt Rutten, ten enenmale onmogelijk om te bepalen of God inderdaad niet bestaat. Maar als je niet met zekerheid kunt vaststellen dat God niet bestaat, dan is de uitspraak: ‘God bestaat niet’ volgens MB zeer beslist onwaar! En als we zeker weten dat de uitspraak ‘God bestaat niet’ onwaar is, dan weten we eigenlijk zeker dat de uitspraak ‘God bestaat’ waar is (kwestie van logica: dit is een invuloefening).

Zie: Prosblogion