Palestina, het land waar de joodse religie begon

 

Als je je verdiept in hoe de wereld in de afgelopen eeuw het bestaan Palestina heeft proberen te ontkennen, komt het conflict Israel – Palestina in een ander daglicht te staan. Dat bewijst de uitgebreid onderbouwde studie De honderdjarige oorlog tegen Palestina (2023) van de Palestijns-Amerikaanse historicus Rashid Khalidi.
Zelf verzet Israël zich fel tegen gezworen vijand Iran. De Joodse staat, opgericht in Palestina (1948), vecht voor zijn bestaan tegen de verwoestende invloed van de islamitische republiek Iran die Hezbollah sinds decennia voorziet van wapens. En verzet zich ook tegen alle andere aan Iran gelinkte milities zoals Hamas, Islamitische Jihad, Houthi’s in Jemen en groeperingen in Irak en Syrië.

‘Wij zijn een volk dat met verdwijning wordt bedreigd’
(Isa en Yusuf al-‘Isa, oprichters Arabischtalige Palestijnse krant Filastin, 7 mei 1914)

De honderdjarige oorlog tegen Palestina
D
eze ‘geschiedenis van kolonialisme en verzet’ is geen verhaal van slachtofferschap, noch probeert het de fouten van Palestijnse leiders of de opkomst van nationalistische bewegingen aan beide kanten te ontkennen. – Auteur historicus Rashid Khalidi is achterachterneef van journalist en mede-oprichter van Filastin, Yusuf al-‘Isa.

‘Door de geschiedenis op een heldere manier in kaart te brengen vanuit Palestijns perspectief, geeft dit boek een nieuwe kijk op een conflict dat tot op heden voortduurt.’
(Uit: De honderdjarige oorlog tegen Palestina)

Zionisme
H
et conflict Israël – Palestina zou wellicht helemaal niet tot de hel van nu hebben geleid, als de zionistische beweging in Israël, gesteund door Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, Palestina hadden gezien als een land waar ook mensen woonden. ‘Het zionisme was een negentiende-eeuwse Europese – Asjkenazische – vrijzinnige beweging die een joodse staat in Palestina als de oplossing zag voor de discriminatie en vervolging van Europese joden. Het zionisme begon met de ideeën van Theodor Herzl’. 

‘De neerbuigende retoriek van Theodor Herzl en andere zionistische leiders verschilde niet van die van hun Europese evenknieën. De joodse staat, schreef Herzl, zou ‘een deel van een verdedigingsmuur voor Europa in Azië vormen, een buitenpost van beschaving tegen de barbarij.’
(Uit: De honderdjarige oorlog tegen Palestina)

Twee volken
D
eze oorlog heeft ‘veel typische kenmerken van andere koloniale campagnes, maar er zijn ook heel specifieke eigenschappen omdat de strijd werd uitgevochten door en ten behoeve van de zionistische beweging, die op zichzelf een zeer uitzonderlijk koloniaal project was en is. Wat het nog ingewikkelder maakt is dat dit koloniale conflict, gevoerd met omvangrijke steun van externe partijen, in de loop van de tijd een nationale confrontatie tussen twee nieuwe nationale entiteiten, twee volken, is geworden’.

Bijbelse weerklank
‘Onderliggende en versterkende factor hierbij is de Bijbelse weerklank die hun band met het historische land Israël voor veel joden, en ook voor veel christenen, heeft. Die bijzondere band is vakkundig door het moderne politieke zionisme heen geweven en er zo onlosmakelijk mee verbonden geraakt.
Zo heeft een eind-negentiende-eeuwse koloniaal-nationale beweging zich gehuld in een Bijbelse mantel die op Bijbel-lezende protestanten in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten een sterke aantrekkingskracht had, zodat zij blind werden voor de moderne kant en de koloniale aard van het zionisme: hoe konden joden het land waar hun religie begon ‘koloniseren’?
(Uit: De honderdjarige oorlog tegen Palestina)

‘Theodor Herzl vond het ‘laten verdwijnen’ van de oorspronkelijke bevolking van Palestina belangrijk voor het welslagen van het zionisme’
(Rashid Khalidi)

‘Verwijderen van de armen’
D
e Weense journalist Theodor Herzl (1860 – 1904), auteur van Der Judenstaat (1896) wilde al in 1885 een eigen staat voor de joden, met het ‘soevereine recht om zelf controle op immigratie uit te oefenen’. In zijn dagboek schreef hij destijds:

‘We moeten met zachte hand het particuliere eigendom op de gebieden die ons worden toegekend, onteigenen. We zullen proberen de straatarme bewoners over de grenzen te laten verdwijnen, door in de overgangslanden werkgelegenheid te scheppen en hun tegelijkertijd in ons eigen land geen werk te geven. Bezitters van land en huizen zullen aan onze kant komen te staan. Zowel het proces van onteigening als het verwijderen van de armen moet discreet en onopvallend gebeuren.’
(Uit: De honderdjarige oorlog tegen Palestina)


Yusuf al-‘Isa with his son Raja in his house in Jaffa (1920)

‘Moge Palestina met rust gelaten worden’
J
ournalist Yusuf al-‘Isa schreef in 1899 een brief aan de Franse opperrabijn Zadoc Kahn waarin aan zijn respect betuigde voor het jodendom en de joden die hij ‘zijn neven’ noemde. Daarmee verwees hij naar aartsvader Abraham, die zowel door de joden als door moslims als hun gemeenschappelijke voorouder wordt gezien. Yusuf al-‘Isa’s bedoeling was dat die brief aan de stichting van het moderne zionisme zou worden doorgegeven.

‘Yusuf al-‘Isa sprak “met volledige kennis van de feiten”, toen hij vaststelde dat het “pure waanzin” was dat het zionisme Palestina zou willen overnemen. “Niets zou rechtvaardiger en billijker zijn” dan dat “de ongelukkige joodse natie” elders een toevluchtsoord vond. Maar, zo besloot hij met een welgemeende smeekbede, “In de naam van God, moge Palestina met rust gelaten worden”.’
(Uit: De honderdjarige oorlog tegen Palestina)

‘Palestina is al bewoond’
H
erzl, een van de oprichters van de zionistische beweging, antwoordde Yusuf al-‘Isa snel, met het antwoord dat een kenmerkend patroon zou worden: het als onbelangrijk afdoen van de belangen en soms zelfs van het bestaan van de inheemse bevolking.

‘De zionistische leider negeerde simpelweg de basisboodschap van de brief, dat Palestina al bewoond werd door een bevolking die zich niet zou willen laten verdringen.’
(Uit: De honderdjarige oorlog tegen Palestina)


Rashid Khalidi, 100 years of the Balfour Declaration, United Nations (2017)

Rashid Khalidi is schrijver en historicus en achterachterneef van Yusuf al-‘Isa. ‘Hij schreef meerdere boeken en publiceerde in onder andere The New York TimesThe Boston Globe en de Los Angeles Times. Hij is Edward Said Professor in Modern Arab Studies aan Columbia University en redacteur van het Journal of Palestine Studies.’ ( Info: De Bezige Bij)

Yusuf al-‘Isa was ‘een vroege pionier van de moderne journalistiek in Palestina, die begon te bloeien tijdens de tweede Ottomaanse constitutionele periode. In de jaren 1911-1914 werkte hij als hoofdredacteur van de Arabische krant Filastin (Palestina)’. (Info: Institute for Palestine Studies). Later werd Yusuf al-‘Isa onder meer ‘burgemeester van Jeruzalem, en vertegenwoordiger van Jeruzalem in het kortstondige Ottomaanse parlement’, vertelt Khalidi.
  
Bronnen:
* De honderdjarige oorlog tegen Palestina | Rashid Khalidi | De Bezige Bij | 17 april 2023 | Blz: 416 | Vertaling Annemie de Vries | € 29,99 | E-book € 14,99 | Oorspronkelijke titel: The Hunderd Years’ War on Palestine | (New York Times bestseller) | © 2020 Rashid Khalidi
* De Groene Amsterdammer
Het nationaal-zionisme van het ‘Tweede Israël’, 12 juni 2024
* Institute for Palestine Studies Yusuf al-‘Isa: A Founder of Modern Journalism in Palestine

Beeld Yusuf al-‘Isa with his son Raja: Scholten, Frank (1881-1942)
Beeld Rahid Kahlidi: United Nations – On 2 November 2017, the United Nations Palestinian Rights Committee organized a lecture on the Balfour Declaration and the impact it has had on the Palestinian people.
Update augustus 2025 (foto)

Pleidooi voor het opnieuw omhoog kijken

Filosoof Ignaas Devisch zegt dat we verleerd zijn omhoog te kijken. Zijn nieuwste boek Vuur kan je volgens hem lezen als een pleidooi om dat opnieuw te doen. ‘Niet om opnieuw de oude goden een plaats te geven, wel omwille van het besef dat de natuur niet ophoudt bij de grenzen van onze planeet. Ook daarbuiten valt iets te halen en die materie bepaalt ons bestaan. De vuurbol die boven ons hangt, is daarvan het voorbeeld bij uitstek. Alles wat leven is op deze planeet, hebben we aan dat vuur te danken.’ In Knack van 6 januari is een boeiend interview te vinden door Jeroen de Preter met professor Ignaas Devisch (Ethiek, Filosofie en Medische Filosofie) van de Universiteit Gent en de Arteveldehogeschool.

Ik denk dat we hier iets kunnen leren van de oude culturen. In hun mythes en verhalen spelen straffende goden een centrale rol. Wij hebben die goden doodverklaard. In plaats van de hoop op verlossing kwamen de verlichting en ons verlangen naar individuele vrijheid. Die demythologisering en onttovering waren uiteraard bijzonder waardevolle ontwikkelingen, maar daardoor zijn we wel uit het oog verloren dat er elementen zijn die ons overstijgen en waar we fundamenteel afhankelijk van zijn.’
(Knack)

De zon is volgens Devisch onze grootste voedingsbodem en de vraag van de filosoof is hoe we de zon weer een centrale plaats geven in ons denken. En ook waarom we er niet beter in geslaagd zijn om het overschot aan energie dat de zon elke dag afgeeft te gebruiken.

In oude tijden was vuur een bron van vrees en fascinatie. Er werden talloze mythen en verhalen verteld en geschreven waarin het vuur was toebedeeld aan God of de goden. Zo bleek vuur een krachtig instrument. Toen de moderne mens, geholpen door wetenschap en techniek, het vuur eenmaal had getemd, leken alle problemen verholpen: de controle over vuur en verbranding zorgde voor vrijheid en vooruitgang. Waar hadden we ons nog zorgen om te maken? Die achteloosheid krijgen we nu als een boemerang in ons gezicht terug: het massale gebruik van fossiele brandstoffen is ziekmakend voor mens én milieu.’
(Knack)

IVuur ontwikkelt Ignaas Devisch, geïnspireerd door denkers als Peter Sloterdijk en Bruno Latour, een nieuw idee over de plaats van vuur in onze wereld. Als we onze levensstandaard willen behouden, kunnen we niet zonder een nieuwe bron die onze vrijheid en welvaart in stand houdt zonder de wereld en onszelf te vernietigen. De grootste vuurbol uit ons sterrenstelsel – de zon – heeft dit potentieel.

Agni, de god van het vuur (bij de hindoes, pd) die zorgt voor licht, warmte en via het vuur in offerrituelen voor de verbinding tussen de mensen en de goden, wordt vereerd. Het vuur is immers het (enige) medium dat ons in staat stelt het leven op aarde te ontstijgen of boodschappen te sturen naar de goden. Daarom worden de doden gecremeerd: zodat Agni de lichaamsdelen kan vervoeren naar het hiernamaals om daar een nieuw lichaam te maken.’
(Uit: Vuur)

Kunnen we leren het heliocentrisme werkelijk te omarmen, is de vraag die Devisch stelt.

Onze beschaving is ondenkbaar zonder vuur. De technische beheersing ervan bracht ons welvaart, vooruitgang en vrijheid. Tegelijk stellen enkele eeuwen van onbezonnen verbranding ons vandaag voor een gigantisch probleem. Wat als de fossiele grondstoffen straks uitgeput zijn? Kunnen we onze welvaart en vrijheid bewaren zonder deze planeet te oververhitten?’
(Knack)

In zijn boek Vuur probeert Devisch aan te tonen dat we, sinds de Verlichting, veel te weinig oog hebben gehad voor de schaduwzijde van de technologische en wetenschappelijke vooruitgang.

Zijn wij, zoals we sinds Descartes geloven, heer en meester over de natuur? Ik denk het niet en we moeten beter leren samenwerken met de natuur. Ook op dat vlak denk ik dat we veel kunnen leren van de oude culturen. Uit oude mythes spreekt een veel groter bewustzijn van zowel de voordelen als de destructieve risico’s van het vuur. Ze kunnen het besef bijbrengen dat elke stap vooruit ook een keerzijde of een reactie met zich meebrengt, en ons op die manier helpen bij onze herpositionering ten opzichte van technologie en wetenschap.’
(Knack)

Bronnen:
* Vuur | Ignaas Devisch | De Bezige Bij | € 23,99 | E-book: € 11,99 | Verschijnt 14 januari 2021 | Devisch publiceerde onder meer Het empathisch teveel (2017 en Zijn er nog vragen (2020), een filosofieboek voor kinderen.

* ‘Wij zijn het verleerd om naar boven te kijken’ (Knack)

Foto: PD (Bornia 09 01 2021)