‘De filosofen blazen God nieuw leven in’

ongeneeslijkreligieus

‘God is dood? De filosofen lijken ‘M nieuw leven in te blazen…’ En een van hen is Gerko Tempelman van Ongeneeslijk religieus (nov. 2018), waarin de filosoof (en theoloog) verslag doet over hoe God verdween uit onze wereld – en zijn leven – en waarom steeds meer filosofen zeggen dat ‘ie terug is. Volgens Wouter Nieuwenhuizen, vriend van de Remonstrantse groep  ‘De Leven Utrecht’, lijken de filosofen ‘M nieuw leven in te blazen. ‘De Leven’ haalde 15 januari Tempelman in huis om zijn verhaal te horen over een verwarrende comeback van God in de hedendaagse filosofie.

De Leven is voor iedereen die iets met (de christelijke) religie heeft en daar graag over in gesprek gaat. Dat kunnen trouwe kerkgangers zijn, maar ook twijfelaars, randkerkelijken, agnosten, atheïsten, ketters en afvalligen. En iedereen die niet in een van die hokjes past. En zo ontmoet ik die avond, als ‘breed georiënteerde zinzoeker’, naast Nieuwenhuizen en Tempelman, ook een Bijbelvaste man voor wie de wereld pas zo’n 6000 jaar bestaat, een dogmavrij-gelovige, en een zoekende. De spreker is op dreef als hij zijn verhaal vertelt en met zo’n veertig mensen het gesprek aangaat, vragen stelt en luistert. Een filosoof die ongeneeslijk religieus ‘M nieuw leven inblaast? God verdween dan wel uit zijn leven, maar hij denkt niet dat hij echt weg is.

Volgens Blossom, dat de avond met De Leven organiseerde, zou je dit boek het eerste ‘radicale-theologieboek’ in het Nederlands taalgebied kunnen noemen, waarin de auteur vertelt over zijn eigen geloofsdeconstructie als kapstok over God na de dood van God.  Vooral in de laatste twee hoofdstukken gaat het over ‘radical theology’. Dat blijkt voor de theoloog en filosoof een ‘fascinerende denkstroom’, een vrij nieuwe, onvoltooide denkstroom, die een ‘zeer filosofische blik op het christendom’ biedt, ‘prikkelend, onorthodox, soms blasfemisch en opvallend theologisch’.

Hallo, ik ben Gerko en ik ben ongeneeslijk religieus,’ zo begint de auteur zijn boek. Hij lijkt het geloof van zijn jeugd maar niet te kunnen loslaten, ondanks dat zijn boek begint met de verklaring hoe God uit zijn leven verdween.

Daarom vroeg ik me af: heb je überhaupt een keuze als het over geloven gaat? Ik denk het niet. Waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. Dat gold in ieder geval voor mij. Precies zo is het, denk ik, ook gegaan met het verdwijnen van God in het westerse denken. Is ongeloof daarmee onherroepelijk ons lot? Of is de rol van het christendom nog niet uitgespeeld?’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Vervolgens vraagt Gerko zich af, in opeenvolgende hoofdstukken, wat we eigenlijk geloven, en vertelt hij hoe God uit onze wereld verdween. Maar ook waarom ‘christelijk atheïst’ Slavoj Žižek en ‘postmoderne pelgrim’ John Caputo zeggen dat God terug is. Deze filosofen filosoferen regelmatig over de uitspraak dat ‘we niet weten wat we geloven’. Žižek stelt zelfs dat mensen tegenwoordig meer dan vroeger blind zijn voor hun overtuigingen. Caputo ziet,  net als filosoof Jacques Derrida, een opleving van God.

Mijn eerste conclusie was deze: misschien is dat geloof gewoon onzin. Ik hield niet zoveel meer over. Mijn vroegere religieuze overtuigingen waren weg geanalyseerd. Kapot-gedeconstrueerd. En daar had het gemakkelijk kunnen eindigen. Maar dat gebeurde niet. Geheel conform Derrida’s filosofie.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Gerko’s boek vind ik erg oorspronkelijk in zijn opzet. Al lezend word je op een prettige manier meegenomen in zijn leven en denkwereld, en spreekt hij je rechtstreeks aan, zonder ook maar een moment belerend te zijn. In zijn boek vertrekt hij vanuit de filosofie, en speelt op heldere manier met argumenten, schemaatjes, en eenvoudige premissen en conclusies. Voorbeeldje: ‘1. Opgegroeid in een gereformeerde zuil. 2. Studeren in Amsterdam. 3. Dus: geloof verliezen.’ Ook zegt hij dat zijn boek ‘een beetje theologisch’ wordt, maar Gerko blijft goed te volgen.

Als ik vertel over m’n persoonlijke zoektocht in het christendom krijg ik vaak de vraag: ‘Gerko, je gelooft toch niet echt in God?’ (of in die andere variant: ‘maar Gerko, je gelooft toch wel in God?’). Eh tja, dat weet ik niet zo goed. Daar ben ik dus naar op zoek. Het is die zoektocht die je het beste meemaakt als je je normale standpunten en neigingen af en toe tussen haakjes kunt zetten.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Ook neemt Gerko je mee naar de ‘profeet van het modernisme’, Nietzsche. Die spreekt hem nogal aan, deze filosoof kom je vaak tegen in zijn boek. ‘Als zzp-filosoof sta ik regelmatig op allerlei plekken een verhaal over de filosoof Nietzsche te houden’, zegt hij. Hij deelt dan ook ‘De dolle mens’ uit aan zijn luisterend publiek. Voor hem betekent de uitspraak ‘God is dood’ in ieder geval dat God minder belangrijk is dan dat hij vroeger was. En God is niet dood zoals de meeste doden uit ver vervlogen tijden dood zijn: dood en vergeten.

God is dood – maar het wordt er niet eenvoudiger op, zegt ook Nietzsche. Als God dood is, dan gaan we daar de gevolgen van merken. Als God verdwijnt, verdwijnt de zin. Dan verdwijnt de reden, de bedoeling, en het antwoord op de echte waaromvraag. Ledige ruimte. Voortdurend nacht. Vallen.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Als je echt christen wilt zijn, vind Gerko, dan moet je door het verhaal van Nietzsche heen: de volledige beleving van de dood van God.

God is dood!’ zegt de postmoderne filosofie. Maar dat wil niet zeggen dat mensen niet in beweging komen van dat woord. Ook als God dood is, of als we vermoeden dat hij dood is, dan nog insisteert hij wel. Datgene wat verscholen zit achter het woord ‘God’, kan ons roepen. Kan ons doen verlangen. Kan ons in beweging zetten.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

P.S. Voor de nerds onder ons heeft Gerko nog een apart hoofdstuk: Meer informatie (voor nerds), want elk boek moet in een elevator pitch kunnen worden samengevat. Daarin gaat het vooral over radical theology, de achtergrond bij de hoofdstukken 4 en 5, en Level-up geek stuff. – Ik raad lezers aan dat als eerste te lezen. Plus de Bibliografie, dan weet je welke boeken Gerko heeft gebruikt, met per titel het hoofdstuk waarin het boek genoemd wordt. – Veel inspirerend leesplezier gewenst! Echt een prettig leesbaar, toegankelijk, filosofisch/theologisch boek.

Remonstranten en filosofie? Zie: Filosofie

Ongeneeslijk religieus | Gerko Tempelman | Uitgever: KokBoekencentrum | 1e druk | 9789043529921 | november 2018 | Paperback | 176 pagina’s | € 17,99 | E-book € 9,99  | ‘In dit boek doe ik een uiterste poging om mezelf zo ver mogelijk op te rekken. Aan de ene kant trekt mijn christelijke opvoeding – aan de andere kant het postmoderne denken. Dit boek is een ultieme poging om te kijken hoe ver Nietzsche, atheïsme, postmodernisme en post-religiositeit enerzijds en het christelijk geloof anderzijds werkelijk uit elkaar liggen.’ (GT)

Pleidooi voor inclusief christendom

bergredeKarolyFerenczy (1)

‘Een christendom dat niet meteen roept dat je eerst echt moet geloven voor je erbij hoort,’ zegt filosoof en docent journalistiek Karel Smouter als hij de documentaire Leaving my father’s faith en de film Heretic: The movie bekijkt en terstond weer begint te dromen over een nieuw soort christendom. ‘De beweging rondom Jezus werd onderweg op een of andere manier gekaapt’, zo haalt Smouter bestseller-theoloog Rob Bell aan. ‘Het is tijd om het christendom terug te claimen.’

Bell is volgens Smouter de leidsman geworden van vele duizenden Amerikanen die zich niet langer kunnen vinden in een tribaal soort evangelicalisme dat zijn ziel aan de Republikeinse Partij van Trump verkocht heeft, maar nog altijd een soort religieus verlangen bij zichzelf ontwaren.

Die eigenlijk helemaal niet weg willen, omdat ze ergens het gevoel hebben dat ze helemaal nog niet klaar zijn met het verhaal van Jezus, die naar de aarde kwam om Gods liefde aan de mensheid te openbaren.’

Smouter zet de site dogmavrij.nl – waarin volgens hem een gitzwart beeld van religie wordt getoond, gevoed door de hardhandige confrontatie met de uitsluitingsmechanismen die nu eenmaal horen bij orthodox christendom – tegenover Franca Treur voor wie een permanente campagne wordt gevoerd om haar terug te winnen voor de club.

Het traditionele script schrijft voor dat Bell verbitterd afhaakt en vanuit zijn nieuwe woonplek, Los Angeles, boze blogs en boeken schrijft over alles wat hem is aangedaan. Maar Bell doet iets bijzonders: hij blijft geloven. En hij blijft preken. Niet langer in kerken, maar in theaters en via blogs, boeken en zijn RobCast, een veelbeluisterde online radioshow.’

Volgens Bell vragen deze tijden om het besef dat het christelijke verhaal tribalisme overstijgt. Dat de hele mensheid sámen één tribe is. Hij voert een pleidooi voor kerken waar belonging voorafgaat aan behaving en believing. Duidelijk geen kerk waar de volgorde nog andersom is: ‘geloofsverlies’ leidt in zo’n scenario bijna automatisch tot kerkverlating.

Zeker, er zijn groepsleden die zich intussen atheïst noemen, zegt Smouter, maar ook zij houden zich in werk en leven bezig met het sublieme, bijvoorbeeld in de kunsten. Of ze jagen hun droom van een rechtvaardiger wereld na met belangrijke journalistieke projecten.

En de uitgesproken gelovigen? Die bedienen zich wellicht van een andere taal dan de twijfelaars en de afhakers. Maar als er iets in onze levens gebeurt, verstaan we elkaar nog altijd uitstekend. Onze appgroep is op zulke dagen een levendig meeleefmechanisme waarin we elk in eigen woorden om elkaar heen staan. We zijn anders gaan denken over de inhoud van ons geloof, maar stuk voor stuk zijn we geïnfecteerd door de concepten die in het christelijk geloof centraal staan.’

Smouter zegt dat ze vooral hun menselijkheid met elkaar delen. Hijzelf bezoekt nog regelmatig een kerk – waar hij zich elke keer weer diep verbonden voelt met de tweeduizend jaar durende zoektocht in het voetspoor van Jezus, naar wat het nu betekent een mens te zijn op aarde. En als ze hem vragen of hij nog gelooft, antwoordt hij in een snedige bui: ‘Ja, gisteren nog, toen ik langs de IJssel liep’. Of hij zegt tegen zo’n vragensteller: ‘Het ligt er maar net aan wat je bedoelt’. Hij zegt al lang niet meer ja en amen tegen de exclusivistische pretentie van het christelijk geloof, dat het ‘ja’ zeggen tegen een aantal geloofsaannames de weg tot behoud is.

Al is het maar omdat elke geloofsuitspraak per definitie een momentopname is. Wat mij bovendien zo tegenstaat aan de vraag of ik ‘nog geloof’, is de aanname die daaronder ligt: dat geloofsverandering altijd tot minder geloof zou leiden. Dat je op een hellend vlak terecht zou komen. Terwijl zo’n hellend vlak, in de woorden van Rachel Held Evans, een paar jaar geleden in dit tijdschrift [De Nieuwe Koers], evengoed tot mooiere vergezichten kan leiden.’

Het zijn bij uitstek tijden voor een geloof dat stammen en groepen overstijgt, vindt Smouter, een christendom, dat zijn universele pretenties opnieuw leert omarmen. Een inclusief christendom in plaats van een christendom uitsluitend voor christenen.

Laat christenen zich nu eens bezighouden met wat het betekent mens te zijn, in plaats van christen, vindt de filosoof, dat ze daar vanuit de wijsheid en traditie waarin ze opereren als het ware experts in zijn. Wie goed om zich heen kijkt, ziet bovendien mensen allerlei schatten uit de christelijke traditie opdelven, oppoetsen en van nieuwe glans voorzien.

Zou het mogelijk zijn om in het postchristelijke tijdperk waarin we nu beland zijn het radicale idee aan de basis van het christendom – dat het niet goed is dat de mens alleen is, dat er gemeenschap nodig is, en dat we niet zonder hoop, liefde, dankbaarheid en vergeving kunnen – buiten het ‘christendom’ om te behouden? Dat we, terwijl de kerk zoals we die kennen langzaam ten onder gaat, een nieuw soort christendom zien verrijzen?’

Zie: Wie zijn geloof verliest, hoeft de kerk niet uit (De Nieuwe Koers, mei 2018)

Beeld: Bergrede (1896) door Károly Ferenczy – In de Bergrede geeft Jezus in zeer concrete, radicale en pakkende woorden ‘geestelijke en zedelijke’ waarden door. Het is deze Bergrede die in de geschiedenis gewerkt heeft, gewetens heeft gewekt en verontrust, mensen bemoedigd heeft en wanhopig gemaakt heeft. Het is deze Bergrede, die onafscheidelijk met de gestalte van Jezus Christus verbonden blijft, zoals Hij door ons gekend wordt, door Zijn belijders zowel als door degenen die Hem verwerpen. (jesusinsite.wordpress.com)