‘Geënt op de edele olijf’ versterkt angst voor God

Boekrecensie Geënt op de edele olijf, Johannes Buter. Deze religiegeschiedenis maakt op mij een diepe indruk. Woonachtig in Zuid-Spanje tussen de olijfboomgaarden en eigen tuin eveneens vol olijfbomen. Sinds tien jaar houd ik mij ook bezig met de verworvenheden van het oude al-Andalus: ‘Het Spanje van de Moren’. Geschiedvervalsing is een van de thema’s waaraan ik werk. En daarmee raak ik direct de kern van het werk van Johannes Buter. Mijn persoonlijke beschouwing van de religiegeschiedenis Geënt op de edele olijf van Johannes Buter.
door gastblogger Rudi Holzhauer

Godvrezendheid als nieuwe reformatie voor het christendom
(subtitel van Geënt op de edele olijf)

Het thema van Buter is het opnieuw enten van het christendom op de edele olijf, de God van (Godvrezend) Israël, Zijn Woord. Mij stond die edele olijfboom niet meer helemaal helder voor ogen, daarom enige verduidelijking.

De edele olijf: Israël
‘Geënt op de edele olijf’ is een Bijbelse metafoor (uit de brief van Paulus aan de Romeinen) die beschrijft dat gelovigen uit de heidenen (wilde takken) worden verbonden met Israël (de edele olijf) om te delen in Gods beloften en zegen. Dit betekent dat gelovigen, door hun geloof, zich mogen aansluiten bij de ‘stam’ van het geloof die via Israël in de wereld kwam.

De kern van het boek
In het tweedelige boek Geënt op de edele olijf begint het christendom als een kleine groep van joodse navolgers van Jezus, nadat hij begin jaren 30 van de eerste eeuw gedood was in Jeruzalem.

‘Na zijn dood kwamen zij, na een periode van ontreddering, tot het inzicht dat hij op wonderbaarlijke wijze een aan het Joodse volk beloofde messiaanse gestalte was, zoals in hun Hebreeuwse Schriften beschreven.
In de Handelingen der Apostelen en de Evangeliën is later opgeschreven dat hij was verschenen en dat hij ten hemel voer en had beloofd de kracht van de Heilige Geest te sturen. Verder werd hen toegezegd, volgens deze geschriften, dat hij op dezelfde wijze zou terugkomen uit de hemel.’

‘Na verloop van tijd, ook in gemeenschappen van andere Jezus-navolgers, leverde het wachten op deze wederkomst vragen en onduidelijkheden op. Van deze gemeenten gingen ook niet-joden, heidenen, deel uitmaken, buiten Jeruzalem en het Joodse land. Het vraagstuk van de wederkomst van Jezus hield deze volgelingen, die na verloop van tijd messiaansen ofwel christenen werden genoemd, toen bezig en eigenlijk is dat nog steeds zo.’
(Info: cover Geënt op de edele olijf)

De achterflaptekst vertelt dat het christendom in de loop van de eerste eeuwen in een doolhof verzeild is geraakt wat betreft de natuur van Jezus Christus. Die tekst neem ik met een paar aanpassingen en toevoegingen over.

Nieuwe Testament
In de 4e eeuw en daarna werd vastgelegd in dogma’s en belijdenissen dat de mens Jezus ook God was. Wanneer de geschriften van het Nieuwe Testament op chronologische volgorde worden gezet, is die ontwikkeling reeds waar te nemen.


De edele olijfboom

Anti-judaïsme
In de katholieke kerk verdween de binding met het jodendom, terwijl het christendom begonnen is als joodse navolgers van de joodse profeet Jezus die aan de basis stonden van de evangeliën en brieven. Het kwam zelfs tot onderdrukking en vervolging van het jodendom. In het Nieuwe Testament zien we deze ontwikkeling van anti-judaïsme ook al uitgebreid aanwezig. Het is onderdeel geworden van de christelijke identiteit.

De weg uit het doolhof
Oorspronkelijk joodse geschriften, zoals alle vier de evangeliën, zijn geredigeerd door heiden-christenen. Dat geldt ook voor de brieven van Paulus die eenheid van joden en christenen nastreefde, maar daarin faalde. De oorspronkelijke boodschap van de mens Jezus is overwoekerd geraakt en ‘geloven in’ werd belangrijker dan het ‘geloof van’.

Gods Koninkrijk
In dit boek wordt de weg uit het doolhof gewezen. Vanaf de 11e eeuw hebben veel ‘wegwijzers’ al de richting aangegeven. Echter, de belangrijke laatste stap is nog niet gezet. De christelijke dogma’s en belijdenissen kunnen worden losgelaten. Jezus was niet de Zoon van God, niet de Christus en ook niet de Messias. Christenen kunnen als godvrezenden aansluiten bij godvrezende joden, die de traditie van Jezus hebben voortgezet. Dan zal ook ‘Gods Koninkrijk op aarde doorbreken’.

Het dwaalspoor van de latere vergoddelijking van Jezus via de Christusfiguur
In deel 1: Het dwaalspoor van de latere vergoddelijking van Jezus via de Christusfiguur neemt Buter alles door, met verwijzingen en eerste plaatsbepalingen. Verder bespreekt hij de diepe verdeeldheid tot en met later de substitutie-overtuiging in het christendom ten opzichte van het jodendom, die tot ver in de twintigste eeuw geaccepteerd bleef in die christelijke wereld.

Het verdere heidens / hellenistische doordenken van de Godenwereld en de situatie van de mens
In deel 2: Het verdere heidens / hellenistische doordenken van de Godenwereld en de situatie van de mens, zegt Buter dat dit een meer geschiedkundig karakter heeft en behandelt hij de christelijke geschiedenis in vogelvlucht. Volgens de auteur is ‘de eenheid in het christelijk geloof en de vastlegging daarvan in concilies en in de dogma’s nooit echt goed gelukt en is tot in de moderne tijd doorgegaan’.

Zijn Woorden
Voor Buter zal de christenheid dan ook moeten terugkeren naar de situatie dat de Godvrezenden, samen met de joden, de God van Israël vereren door het doen en horen van Zijn Woorden.

‘Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u. En ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.’
(Jezus)

Het Traktaat tegen de Joden – Augustinus
Uiteindelijk bepleit Buter een noodzakelijke omkering van het denken van de christenheid in het algemeen. En het doen van de laatste noodzakelijke stappen, namelijk het loslaten van de belijdenissen en dogma’s die in de vierde eeuw zijn ontstaan en nog altijd gelden. Dat is voor hem ook van toepassing op de zijns inziens volstrekt verwerpelijke Adversus Iudaeos-filosofie (Het Traktaat tegen de Joden – Augustinus) en de uitvoering van de ideeën daarvan. Hiermee zullen ‘christenen uit het doolhof van het christendom kunnen komen’.

De Messias
Godvrezenden weten zich echter geënt op de edele olijf, stelt Buter. Bloei op die olijf is geworteld. Hij vindt dat essentieel voor de komst van Gods Koninkrijk, zoals ook verlangd door de profeet Jezus van Nazareth.
Godvrezendheid wordt verder uitgewerkt in een over-idealistische paragraaf, los van onze werkelijkheden. Erg algemeen, té algemeen. Veel psychologische inzichten die ook in veel levensstromingen te vinden zijn. De komst van de Messias behoort tot de grondelementen van het jodendom. Met de sub-paragraaf De Messias gaat Buter door op de weg van de levenskunst die voor mij niet typisch joods of religieus is.

Uitweg uit het religieuze doolhof
Buters betoog is aansprekend en prachtig ingebed in het joodse perspectief. Het christendom is een verlossers-religie en het jodendom een verlossings-religie. De rol van religie is daarmee een andere en wordt een vorm van spiritualiteit, zeker in verbinding met de Ene (mensen, natuur, kosmos), maar zonder al die religieus benoemde en naamgegeven figuren en dogma’s.
Aan het slot bespreekt de auteur de uitweg uit het christelijk doolhof. Laat ik dan maar spreken over de uitweg uit het religieuze doolhof. De laatste zin in het tweede deel luidt (over spiritualiteit gesproken…): ‘”Moved by pure spirit” betekent in mijn ogen terugkeren naar godvrezendheid, de nieuwe reformatie in het christendom voor de 21e eeuw’.’

Besluit
Over Godvrezendheid en enten als weg naar verbinding en gemeenschappelijkheid, vraag ik me af waar die weg heenleidt die Buter ons voorhoudt. De weg die wij van hem moeten gaan? Ik betwijfel of onze huidige samenleving gebaat kan zijn bij Godvrezende mensen.

Het antisemitisme vanuit het christendom, dat Buter inhoudelijk en historisch thematiseert, is de pendant van islamofobie. Niet alleen vanuit het christendom, maar eveneens vanuit het jodendom en de islam. En het verweven raken van wereldlijke met religieuze machthebbers, dat Buter in het christendom thematiseert, kent een opmerkelijke pendant van landen met een moslimmeerderheid.

Mensvrezendheid alom
Een tijdje in harmonie samenleven gaat wel. Maar je kunt wachten op agressie en geweld vanuit religie, zowel intrinsiek als extrinsiek. Hierin lijken de drie abrahamitische religies zich niet te onderscheiden. Of het nu lichamelijke verminking, kruistochten, Palestijnen, heksen, de Inquisitie, inheemse kinderen, jihadisme of genderdiscriminatie betreft. Zonder ketters geen geloof.  Mensvrezendheid alom.
In al die Geloven van Liefde komt de liefde voor de Ander niet voort uit hun instituties of Godvrezendheid: top-down. Hoogstens uit individuele eerbied, respect, vriendschap en liefde: bottom-up. Zelf hecht ik dan ook meer waarde aan de spontane orde uit de Schotse Verlichting en de gemeenschappelijkheid uit de Afrikaanse Ubuntu en Indaba.

Zonder geloven geen ketters meer?
Het naslagwerk van Johannes Buter kan je prima zien als ‘Licht aan het einde van een donkere tunnel’. Een weg uit een doolhof, zoals hij zelf zegt. Het zet het christendom flink op een wilde plaats, maar hemelt (of edelt) het jodendom voor mij te zeer op. Zonder geloven geen ketters meer? Wat een zegen zou dat zijn.

Bronnen:
*
Geënt op de edele olijf Godvrezendheid als nieuwe reformatie voor het christendom |  Johannes Buter | Uitgeverij Van Warven 2025.
*
De edele olijfboom: Wachters.nu
* Islam Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld  | Ahmet T Kuru | Ertsberg, 2023 | Vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer*

* Nederlandse Master in de Rechten, Doctoraat in Recht en Economie, Nederlandse Master in de Filosofie, Master of Law Cambridge VK, Onafhankelijk inspirator bij Alpujarras Academy Spain

Beeld: Geënt op de edele olijf (detail cover)


Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld

Eindredactie: Paul Delfgaauw– Relifilosofie
Reconstructie blog: 28 januari 2026: De complete, oorspronkelijke tekst

‘Een wereld waarin alles in relatie staat tot God’

Theoloog Aza Goudriaan, hoogleraar Wetenschap & Vroomheid, gaat ‘een wereld waarin alles in relatie staat tot God’ onderzoeken. Hij is niet de eerste. Gisbertus Voetius, (veld)predikant en hoogleraar in de Oosterse talen en theologie, beschrijft deze gedachte al. ‘Op fascinerende manier’, zegt Aza en noemt hem de ’sleutelfiguur binnen zijn onderzoek’. Voetius schrijft in zijn inaugurele rede over de ‘verbintenis tussen de vroomheid en de wetenschap’. En nu zit Aza op de nieuwe, persoonlijke, leerstoel* ‘Wetenschap & Vroomheid’. ‘Heel toepasselijk, zo dicht bij het Voetius-herdenkingsjaar 2026’.

‘Voetius is iemand die op een theoretische en een praktische manier geprobeerd heeft om het hele leven en de werkelijkheid te beschouwen en te leven als van God afhankelijk en door Hem geleid’
(Aza Goudriaan)

Verbinding met de wetenschappen
H
et is niet alleen de mens Gisbertus Voetius (1589 – 1676) door wie Aza gefascineerd is, maar vooral de manier waarop hij de werkelijkheid beschouwt.

‘Hij [Voetius] is een voorbeeld van een manier van denken die heel het leven en heel de werkelijkheid in verband brengt met God, en onder Gods regering ziet. Iemand die een poging heeft gedaan om theologie met verschillende wetenschappen te verbinden en zo het hele leven in verband te brengen met het dienen van God.’
(Aza)

Genuanceerd afwegen
A
za vindt Voetius ‘een meester in het schetsen van verschillende posities, het genuanceerd afwegen van vraagstukken in uitgebreid gesprek met de traditie en de internationale literatuur’.

‘Dat levert niet de meest toegankelijke manier van schrijven op, maar wel precisie. De nauwkeurigheid waarmee hij beschrijft, zijn streven om aan de posities van mensen recht te doen – ik vind het een respectvolle manier van omgaan met mensen.’
(Aza)

‘Kijk maar welke methode je het meest geschikt lijkt. Als Jezus Christus maar wordt verkondigd aan het hart van de mensen.’
(Gisbertus Voetius)

Tegenstelling?
I
n zijn onderzoek wil Aza de komende jaren de verschillende aspecten van Voetius’ theologie samenhangend bestuderen. ‘Het is een manier van kijken die een relatie tot God veronderstelt. God heeft de wereld geschapen, dus dan moet je ook de wereld en de geschiedenis in relatie tot Hem bekijken’. 

‘Ik ben benieuwd wat voor beeld je dan krijgt. Wetenschap met vroomheid verbinden was een opgaaf, en het is soms wel gezien als een tegenstelling: persoonlijke vroomheid aan de ene kant en schoolse geleerdheid aan de andere kant.
(Aza)

Origenes
E
r zijn ook anderen die op Voetius’ manier kijken, zegt Aza: ‘Het was eigenlijk een oud christelijk streven, dat iemand als Origenes al in Caesarea probeerde vorm te geven’. – Origenes, aldus vroegekerk.nl, is een experimenteel theoloog uit de 3e eeuw, die zich ‘verdiepte in de profane wetenschappen, zoals wijsbegeerte en filosofie’. 

‘Als hoofd van de Alexandrijnse catechetenschool schreef Origenes zijn belangrijkste dogmatische werk: “Over de grondbeginselen”, waarschijnlijk een weerslag van het onderwijs dat hij aan de hoogopgeleiden gaf. De titel van dit werk is dubbelzinnig. Griekse filosofen hadden deze titel ook al gebruikt bij de beschrijving van de oorzaken en grondslagen van het bestaan. Zocht Origenes bij hen aansluiting? In ieder geval beschreef hij de grondbeginselen van het Christendom.

Het uitgangspunt van Origenes bij de beschrijving van de Christelijke grondbeginselen is dat het object van religieuze kennis een mysterie is. Dit heeft iets van een tegenstrijdigheid. Want waarom zouden we een mysterie leren kennen als het mysterie onkenbaar is? Origenes’ antwoord hierop is dat het mysterie in zijn totaliteit voor de mens onkenbaar is.’
(vroegekerk.nl)

‘Kennis komt na het geloof’
V
olgens Historiek wordt de theologie van Voetius gekenmerkt door het primaat van geloof boven wetenschap en zijn klemtoon op vroomheid.

‘Een van zijn kernleuzen was “ik geloof opdat ik begrijp”. Kennis kwam na het geloof en moest dus godsvruchtig zijn om kennis te zijn. In deze zin stond Voetius diametraal tegenover de rationalistische filosofie van onder meer René Descartes, die uitging van het adagium “Ik denk, dus ik ben”.’
(Historiek)


Gevelsteen aan de voorzijde Sint-Catharijnekerk in Heusden
(Voetius werd geboren op 3 maart 1589 in Heusden, oorspronkelijk als Gijsbert Voet)

Werkelijkheid beschouwen
H
et onderzoek van Aza klinkt veelbelovend en hij zal de wereld waarin alles in relatie staat tot God veelzijdig moeten bestuderen. Voetius duikt de diepte in als hij in 1634 de positie van hoogleraar aanvaardt, op zoek naar God: ‘Als je God wilt dienen, moet je Hem kennen, dat wil zeggen: studeren’.

‘In de Bijbel, maar ook in andere vakgebieden die licht werpen op God en Zijn daden. Voetius is iemand die op een theoretische en een praktische manier geprobeerd heeft om het hele leven en de werkelijkheid te beschouwen en te leven als van God afhankelijk en door Hem geleid.” Negentiende-eeuws theoloog en oud-minister-president Abraham Kuyper noemde hem “de grootste godgeleerde waarop het gereformeerd Nederland roemen mag”.’
(Aza)


Presentatie-exemplaar van G. Voetius, van zijn Politieke Ecclesiastica (kerkpolitiek)

* De leerstoel Wetenschap & Vroomheid is ontstaan mede op initiatief van de stichting Ad pias causas. Deze stichting hecht veel waarde aan de bestudering van theologie en filosofie ten tijde van de Reformatie en stelde de PThU voor onderzoek op dit thema te sponsoren. De PThU heeft vervolgens een profiel voor een leerstoel en onderzoeksprogramma uitgewerkt.

Bronnen:
* PThU: “Achter de teksten en de schepping staat de Schepper”
(interview)
* Vroegekerk.nl: Origenes, een experimenteel theoloog uit de 3e eeuw
* Historiek: Gisbertus Voetius (1589-1676) – Gezicht van de Nadere Reformatie


Beeld: Vatican City / Bridgeman ImagesDe Schepping van Adam, van het Sixtijnse Plafond, 1510 (detail), Michelangelo Buonarroti, Vatican Museums and Galleries
Gisbertus Voetius: Christian Study Library
Gedenkteken Voetius: Heusden in BeeldVoetius werd geboren op 3 maart 1589 in Heusden, oorspronkelijk als Gijsbert Voet. Hij werd vooral bekend als eerste hoogleraar van de Universiteit van Utrecht.
Politieke ecclesiastica (Kerkpolitiek) Gisbertus Voetius: Uitgever: Johannes Janssonius van Waesberge. 1663, 1666, 1669, 1676. Zeldzame complete set van dit monumentale werk over het kerkelijk leven van de Nederlandse calvinistische theoloog Gisbertus Voetius (1589-1676), die beroemd werd door zijn botsing met Descartes. (Abebooks.com)

De wereld in de ban van goud

Goud is universeel het symbool van welvaart, macht, goddelijkheid en spiritualiteit. Helaas wekt dit edele metaal wereldwijd een onlesbare dorst op, een verlangen dat naties bouwt en vernietigt, mensen verrijkt en berooft, en de loop van de geschiedenis verandert. – Wereldmuseum Leiden is dit jaar In de ban van GOUD. ‘Bezoekers kunnen in zeven wonderbaarlijke en soms confronterende ruimtes ervaren hoe het eeuwige element, geboren uit sterrenstof, mensen wereldwijd en door tijden heen, drijft tot uitersten’.

‘Mensen dragen elke dag goud bij zich, want het zit in elke computer en mobiele telefoon’
(Wereldmuseum Leiden)

‘Miljarden jaren zit het goud diep verstopt in de aardkorst. Totdat het de interesse wekt van de bewoners van dezelfde planeet. De mens. Wij zoeken, graven en boren massaal naar goud, het meest begeerde element op aarde.

Hoe niets iets wordt
De tentoonstelling (t/m 26 oktober 2025) vertelt over het ontstaan van goud en moet daarvoor 13.8 miljard jaar terug in de tijd. De tentoonstelling begint in de kosmos, waar bezoekers getuige zijn van de geboorte van goud door het botsen van neutronensterren. Op muurgrote filmschermen zie je hoe niets iets wordt. Hoe de oerknal het universum vormde waarin wij nu leven. In al die jaren explodeerde en implodeerde van alles, storten sterren in, smolten de meeste subatomaire deeltjes, waarbij elementen ontstaan die nergens anders ontstaan, waaronder platina, zilver en… goud.

‘In de ban van GOUD vertelt het bredere verhaal. Met meer dan 436 objecten, variërend van historische artefacten tot hedendaagse kunstwerken van 19 kunstenaars uit 10 verschillende landen, wereldwijd, verkent de tentoonstelling de dualiteit van goud: hoe het zowel verbindt als verblindt, en hoe het zowel bewondering als verdeeldheid zaait.’

De conceptuele kunstenaar Sarah van Sonsbeeck laat met een boterham belegd met goud zien
wat iedere Nederlander op z’n bordje zou krijgen
wanneer je de Nederlandse goudvoorraad per persoon zou verdelen.

Status en imago
B
ezoekers krijgen ook inzicht in de donkere kant van de goudwinning die steeds destructievere gevolgen heeft voor onze planeet, en in hoe het groeiende verlangen naar status en imago in de samenleving, een obsessieve relatie tussen mens en materiaal in stand houdt. Grootschalige ontbossing en watervervuiling is onder meer het gevolg. En uitstoot van risicovolle chemicaliën zoals kwik: de gevolgen voor de natuur zijn vernietigend.

‘Deze thema’s sluiten nauw aan bij actuele maatschappelijke debatten over klimaatverandering, geopolitieke kwesties, kolonialisme, herkomstonderzoek en restitutie.’  

Op dit belangrijke gouden sieraad uit de Indo-Javaanse periode zijn drie wielen, sudarsanacakra, afgebeeld, die worden geassocieerd met de Hindoeïstische god Vishnu. Ook de twee Garuda’s boven aan weerszijden zouden kunnen verwijzen naar Vishnu. Vooral de monsterkop, kala, bovenaan het sieraad is opvallend. 

‘Groots Goud’ neemt bezoekers mee naar een wonderbaarlijke schatkamer vol gouden objecten van koningen, keizers en religieuze leiders. Hier worden gouden kronen, tronen en juwelen getoond, evenals goddelijke altaren en offers die de spirituele en politieke macht van goud benadrukken.’

Ecologische voetafdruk
E
en interactieve wereldkaart toont de locaties van goudmijnbouw wereldwijd en nodigt bezoekers uit om bewustwording te vergroten over de realiteit van de ecologische voetafdruk van het winnen van goud. Veelal vindt goudwinning plaats in gebieden waar arbeiders onder erbarmelijke omstandigheden werken. Sebastião Ribeiro Salgado maakte in 1944 ‘krachtige foto’s’ van een goudmijn in de open lucht, in Serra Pelada in Brazilië. Hierin werkten vijftigduizend gravers in levensgevaarlijke omstandigheden.

‘Salgado verzuchtte: “Wat is het toch dat een saai, geel metaal mensen ertoe brengt om hun huizen te verlaten, hun bezittingen te verkopen, een continent te doorkruisen en hun leven, hun ledematen en verstand riskeren voor een droom?”.’


Hemelschijf van Nebra (1750 v.Chr.) waarop onder meer, ‘dicht bij elkaar’, het zevengesternte de Plejaden

Hemelschijf van Nebra
Een prachtige fotoprojectie is te zien van fotograaf Juraj Lipták: de Hemelschijf van Nebra. Een met goud ingelegde bronzen hemelschijf. Gemaakt rond 1750 v.Chr. en rond 1600 v.Chr. in de grond begraven als offer. Wat de schijf precies betekent, is volgens het museum nog niet duidelijk.
Religieuze voorwerpen zijn er ook te zien uitgeleend door Museum Catharijneconvent, zoals reliekhouders en liturgische objecten die de spirituele kracht van goud in het christendom en andere religies weergeven.

‘Maar het laat zien dat mensen in de bronstijd al een idee hadden van tijd en ruimte door naar sterren en planeten te kijken. Het gebruik van goud is niet alleen mooi, maar ook passend, want goud komt uit het heelal. Maar dat wisten ze toen nog niet.’

Bron: Wereldmuseum Leiden (tentoonstelling en persbericht)
Steenstraat 1, 2312 BS Leiden (vlakbij NS Leiden Centraal)


Foto illustratie Wereldmuseum Leiden: PD (26 januari 2025)
Foto Boterham belegd met goud: PD (26 januari 2025)
Sieraad versierd met een monsterkop: Goud; Java, Indonesië; 1350-1400; aankoop G. Tillman; TM-1278-7: PD (26 januari 2025)
Foto De Hemelschijf van  Nebra (Saksen-Anhalt), ca. 1600 v.Chr., brons en goud: LDA Sachsen-Anhalt (de Volkskrant, 30 augustus 2022)

‘Wie de mensen leert te sterven, leert ze te leven’

Religie kan in de laatste fase van ons leven troost bieden. Zelfs degenen die niets hebben met religie hopen dat er ‘toch iets is’. Bij gelovige mensen kan troost echter veranderen in twijfel: ‘Misschien is er toch niets na de dood.’ Mensen hebben soms ‘geloof’ in de medische wetenschap. Hooguit biedt dat voor korte of langere tijd troost, en hoop. – Waarom zou je je eigenlijk alleen richten op die laatste fase van je leven? “Wie zijn heden verprutst, is de slaaf van zijn toekomst,” zegt filosoof en meesterschrijver Seneca.

‘Voor niets krijgen we zo veel voorbereidingstijd als voor de dood.
Is het dan niet vreemd dat vrijwel niemand erop voorbereid is?’

(Pedagoog Ferdinand Hellers)

‘We weten niets van de dood’
V
olgens de Vlaamse filosofe Patricia de Martelaere (1957-2009) zetelt de doodsangst in het lichaam. Daarnaast bezit de mens de geest en die beschikt over een ‘wonderlijke kracht’, namelijk het vermogen om los te laten. Een levenslang oefenproces.

‘Een voorbeeld van deze oefening in loslaten is het kritisch onderzoeken van onze vooroordelen over de dood. We zijn vaak geneigd om de dood als iets verschrikkelijks te zien, terwijl we er eigenlijk niets van weten. Wie afstand van dit vooroordeel doet, kan geruster sterven.’
(Simone Bassie en Michel Dijkstra, in Filosofie Magazine)

‘Hun hele leven staat stil’
D
e Vlaamse psycholoog Manu Keirse (78), hoogleraar verliesverwerking aan de Katholieke universiteit Leuven, zegt dat iedereen doodgaat en we het onszelf alleen maar moeilijker maken door ons daar niet bewust van te zijn.

‘Je ziet het ook bij mensen die hun hele leven als een wagon vasthangen aan de locomotief die hun partner is. Als die locomotief plots stopt met rijden, staat hun hele leven stil.’
(Manu Keirse)

Besef
I
n de hedendaagse literatuur kom je meer en meer verhalen, romans en essays tegen over leven en dood. Schrijver en kunstenaar Jan Cremer (84) zei onlangs:

‘Je komt alleen, je leeft alleen en gaat alleen. Als je dat beseft, kun je alles aan in het leven.’
(Jan Cremer)


‘De kunst van het sterven’

The Meaning of Life
C
remer heeft zíjn manier gevonden om goed om te gaan met leven en dood. Het gaat inderdaad om besef; het leven leren begrijpen om beter voorbereid te zijn op de dood. Filosoof Terry Eagleton (81), schrijver van The Meaning of Life, zegt dat als je ouder wordt, en veel meemaakt, je verandert. Hij krijgt daardoor juist meer gevoel voor het geloof waarin hij ruimte vindt voor verdriet en kwetsbaarheid, en voor de dood. Hij probeert te leven met de dood.

Dat wil niet zeggen dat ik niet bang ben. Dat ben ik wel. Maar je moet het op een akkoordje gooien met de dood, zoals je dat moet doen met alles wat onvermijdelijk is: of je raakt verbitterd en boos als je mensen om je heen ziet sterven, of je komt tot een relatie met de dood, een modus vivendi – dat is een centraal uitgangspunt in het christendom.’
(Terry Eagleton)

De kunst van het sterven
H
oogleraar filosofie Simon Critchley (64), van New School for Social Research in New York, schreef Over mijn lijk – Wat filosofen en hun dood ons leren. Volgens de auteur is het de hoogste tijd om ons opnieuw te verdiepen en te bekwamen in de kunst van het sterven.

De moderne mens probeert de dood uit alle macht te negeren, waardoor hij des te meer gebukt gaat onder doodsangst.’
(Simon Critchley)

Vrijheid
Critchley werd onder anderen geïnspireerd door filosoof en schrijver Michel de Montaigne (1533 – 1592): “Wie geleerd heeft te sterven, heeft afgeleerd slaaf te zijn.” Hij trekt daaruit de conclusie dat ‘je instellen op de dood niets minder is dan je instellen op vrijheid’.

‘Wie de mensen leert te sterven, leert ze te leven’
(Montaigne)


‘The Teaching of Buddhism’ (Hilma af Klint)

De laatste levensfase kan je vóór zijn
A
nderen ontdekken het vrije van de filosofie juist als welkom alternatief voor het rigide geloof waarvan ze zich hebben losgeworsteld. Filosoof Seneca (4 v. Chr. – 65 n. Chr.) bijvoorbeeld, biedt verrassende inzichten waarmee je je tijdens je leven al goed kunt voorbereiden op de laatste levensfase. Die fase kan je vóór zijn. Ruim vóór zijn. Hij schreef Levenskunst. Filosofische essays over leven en dood. Daarmee duidde hij er eeuwen geleden al op dat je niet moet wachten op je laatste levensfase. Over senioren zegt hij:

Als een aandoening ze weer bewust gemaakt heeft van hun sterfelijkheid, wat sterven ze dan in panische angst! (…) Ze zijn stom geweest, roepen ze, ze hebben niet geleefd, o, als ze deze ziekte overleven, dan gaan ze het echt rustig aan doen’.’
(Seneca)

Beter is het nú te leven
M
et Seneca kom je onvermijdelijk tot de conclusie dat het beter is nú te leven, en daar schrijft de filosoof bijna vrolijk, laconiek en troostend over. De filosoof bereidt je uitnodigend voor op je laatste levensfase en onze tijd niet te verspillen.

‘Het leven is lang genoeg. We krijgen royaal de ruimte om dingen af te maken, als we al die tijd maar goed besteden. Maar als het leven door onze vingers glipt in onze zucht naar luxe en door desinteresse, als we er niets goeds mee doen, zien wij de feiten pas onder ogen in uiterste nood: eerst beseften we niet hoe het voortging, daarna merken we dat het voorbij is’.’
(Seneca)

Anders omgaan met je doodsangst
Levenskunst 
staat vol met de kunst hoe te leven. Seneca’s vele ‘lessen’ kunnen je wijzer maken. Je leert anders om te gaan met je angst voor de dood, bij velen sluimerend aanwezig. Maar uiteindelijk kan je Seneca misschien ook nazeggen:


Lucius Annaeus Seneca – Peter Paul Rubens

‘En wanneer de laatste dag is aangebroken, aarzelt de wijze niet: met ferme tred loopt hij de dood tegemoet’
(Seneca)

Beeld: Altaarstuk nr. 1, deel van een drieluik, Hilma af Klint (1862 – 1944) – ‘Diegenen die de gave hebben dieper te zien, kunnen voorbij de vorm kijken en zich concentreren op het wonderlijke aspect dat schuilgaat achter elke vorm, leven genaamd.’ (Hilma af Klint)
Beeld de kunst van het sterven: Typex, de Volkskrant
Beeld The Teaching of Buddhism, Hilma af Klint, No. 3d, 1920, oil on canvas, 37.5 x 28 cm, 14.76 x 11.02 in., © Stiftelsen Hilma af Klints Verk.
Beeld Afraid of the dark of of the light? Facebook
Beeld Seneca: The Dying Seneca, Peter Paul Rubens (1577 – 1640), Wiki.