Outside the box en terug naar jezelf

think_outside_the_box Rene Schutte Kunstkopie.nl

‘Het zijn vooral (geloofs)overtuigingen en dogma’s die ons belemmeren om vrij te leven en te doen wat goed voor ons is.’ Dat zegt Marnix van Rossum, psycholoog en meditatiebegeleider. Hij wil ‘out of the box’, bedoelt waarschijnlijk ‘outside the box’: buiten bestaande kaders denken. Voor hem speelt de werkelijkheid zich niet af in een begrensde omgeving, maar is die werkelijkheid voortdurend in beweging, met vele dimensies, grijstinten en… ze blijft veranderen. De mens is voor Van Rossum meer dan een rechtlijnige box.

Van Rossum kwam hier achter na een lange zoektocht in zowel het Oosten als in de westerse wetenschap. Als voorbeeld noemt hij het boeddhisme. Hij ergert zich aan een te eenzijdige benadering van het boeddhistisch onderwijs en heeft het vermoeden dat dit hetgeen is waardoor er weinig aansluiting is bij jonge mensen. Die zijn volgens hem systeem- en doctrinemoe.

Pas geleden was ik weer op een retraite en het ging over de drie karakteristieken. Uitvoerige uitleg over vergankelijkheid, lief bedoeld, fijne sfeer, maar niets over dat dingen ook terugkomen en hoe belangrijk het is dingen te creëren. Een heel verhaal over geen-zelf, maar niets over hoe te zorgen voor je ikje en hoe die niet af te keuren. Over compassie, maar niet over jezelf toestaan boos te zijn etc. Ik mis de nuance en merk dat deze benadering mensen niet zozeer wijs maakt, maar eerder volgers creëert. Het zoeken naar wat waar is, is echter juist waarom ik zoveel respect heb voor de dhamma.’

De Boeddha wilde volgens Van Rossum niet dat er een box van zijn leer werd gemaakt. Hij wees bewust geen opvolger aan.

Hij [Boeddha] wilde dat wij zelf checken wat voor ons werkt. Hij zei ook: mijn leer is als een boot die je over de rivier brengt. Een kist of boxje waarin je kan zitten, die je helpt oversteken, maar die je natuurlijk na het bereiken van die overkant niet blijft meeslepen. En hij zei: mijn lessen zijn als een vinger die naar de maan wijst. Als je de maan wilt zien, blijf dan niet naar mijn vinger staren. Ga af op waar mijn vinger naar wijst. Met andere woorden, neem mijn teksten niet te letterlijk.’

Ook Boeddha ging dus outside the box. Sommige boeddhistische academici of trouwe volgers bleven meer inside the box. Zij schreven boeken vol met ingewikkelde uitleggen

over termen, principes en modellen, of het aanhalen van teksten/sutta’s, om duidelijk te maken waarom precies dit boeddhisme ons naar die maan kan laten kijken, of ingewikkelde discussies over waarom de een het wel heeft begrepen en een ander niet. Of over waarom het wel, of juist niet gecombineerd mag worden met andere vormen van healing, spiritualiteit, of therapie.’

Het boeddhisme kan je helpen om uit de omgeving, jouw en onze boxen te stappen. Van Rossum bespreekt in het Boeddhistisch Dagblad verschillende boeddhistische begrippen

die naar zijn idee te eenzijdig worden gepresenteerd, met als doel om ze beter te kunnen gebruiken voor een weg out of the box en terug naar onszelf/niet-zelf/de kern/truth/how you call it.’

Zie 4 februari: Out of the Boeddhabox- de Boeddha wilde helemaal niet dat er van zijn leer een box werd gemaakt – de serie

6 Februari: The box, de serie (1) – Stap uit je compassiebox in 8 stappen

12 februari: The box, de serie (2) – stap uit je vergankelijkheidsbox in 6 stappen

Beeld: Rene Schutte – Outside the box (2008) – kunstkopie.nl

Met Boeddha op het Achtvoudige Pad

Sri.Lanka.rondreis.Mihinthale.beeld

Met een knipoog naar Arjen Lubach 😉 

Als Arjen ergens rond het einde van de zesde eeuw v Chr. Boeddha hoort prediken in een park, tijdens een van zijn vorige levens, blijft hij luisteren. Hij wordt geraakt door zijn woorden en veert op bij zijn verhaal over de Vier Edele Waarheden, de kern van zijn leer. Vooral bij de vierde edele waarheid: het Achtvoudige Pad. Dat vertelt hoe je goed kunt leven, zoals: met het juiste inzicht; de juiste bedoelingen; de juiste spraak; het juiste handelen; het juiste levensonderhoud; de juiste inspanning; de juiste aandacht; de juiste concentratie.

Boeddha doet Arjen denken aan de Iraanse profeet, leraar en filosoof Zarathustra die Arjen eerder ontmoette in hetzelfde park. Zarathustra (ook wel Zoroaster genoemd), spreekt op zijn manier over het juiste leven. De mens zou op de juiste manier moeten denken, juist spreken en juist handelen. Voor Arjen betekent dit dat als je juist denkt, je vanzelf juist gaat spreken en wat belangrijker is, dat daar weer uit voortvloeit dat je dan juist gaat handelen. Het zou de wereld ten goede komen als veel mensen juist denken.

Arjen verdiept zich in het Boeddhisme, maar wordt geen monnik. Hij kiest voor het lekenbestaan. Dat verruimt zijn openstaan voor wat het leven nog meer te bieden heeft. In een klooster zou het misschien gemakkelijker zijn om te leven op boeddhistische wijze (meer tijd en stilte voor meditatie en concentratie), maar binnen de maatschappij, in een gezin, leeft Arjen meer volgens het Achtvoudige Pad. Ook als voorbeeld voor (en met) anderen en zijn kinderen. In een klooster zou hij zich waarschijnlijk opgesloten voelen, te veel binnen, te ver verwijderd van het echte leven.

Het spreekt Arjen aan dat Boeddha met behulp van meditatie – na een spirituele crisis rond zijn dertigste levensjaar – naar diepgaand inzicht in de werkelijkheid zoekt. Naar bevrijding door inzicht. Dat Boeddha op zoek gaat ‘naar het ongeborene, dat wat niet veroudert, dat wat vrij is van ziekte, het doodloze, dat wat vrij is van verdriet en bezoedelende affecten, de onovertroffen rust na inspanning, het nirvana.’ Hij lijkt op zoek te zijn naar de hemel op aarde. En dat is niet de hemel van (een) God, want het concept God is Boeddha vreemd. Het boeddhisme is niet-theïstisch. Goden zijn hooguit medebewoners van het universum, van de ‘hemelen’ en geen scheppers. Voor Boeddha staat de mens en zijn heil centraal; zijn leer is antropocentrisch.

Boeddha wordt geraakt door het lijden van mensen als hij rond zijn dertigste levensjaar buiten de muren van het paleis treedt waarin hij opgroeit. Voor het eerst ziet hij ouderen, zieken en doden. Als hij ook een rondtrekkende asceet ontmoet, wil hij diens voorbeeld volgen en de verlossing uit de wereld van het lijden zoeken. Het lijden groeit uit tot zijn centrale thema. Boeddha realiseert zich dat het leven met lijden is gevuld. Zo kwam hij tot zijn Vier Edele Waarheden: over het lijden zelf; over de oorzaak van het lijden; over het ophouden van het lijden en over de weg er naar toe: het Achtvoudige Pad.

De gedachtegang van Boeddha over het omgaan met het lijden zet Arjen aan het denken. Hij vindt het niet eenvoudig zijn vier edele waarheden in praktijk te brengen. Volgens Boeddha schuilt het lijden in het verlangen, begeerte, en ontstaat dat verlangen door onwetendheid: door een verkeerd begrip van de dingen, met name de aard van het zelf.

Om dit beter te leren doorgronden volgt hij Boeddha op het Achtvoudige Pad. In de gedachte daardoor de Vier Edele Waarheden beter te kunnen begrijpen en ernaar te leven, daar ook Arjen wil dat het lijden ophoudt, niet alleen bij hem, maar bij alle mensen. Zelf gelooft Boeddha dat het lijden zal stoppen wanneer het proces dat het voortbrengt, omgedraaid wordt en nirvana voortbrengt: een einde van alle verlangen en onwetendheid. Dat nirvana kan bereikt worden door middel van het Achtvoudige Pad. Dat blijkt een lange weg. Maar tijdens het onderweg zijn oefent Arjen in het doen van het juiste. En Boeddha vindt dat proces het belangrijkste, zegt hij als hij omkijkt om te zien of Arjen hem nog volgt, niet alleen het doel.

Het achtvoudige pad, legt Boeddha onder een prachtige boom aan Arjen uit, gaat om het juiste spreken (waarheidsgetrouw, vriendelijk en zinvol); om het juiste handelen (geweldloos, niet stelen, geen seksueel wangedrag); het juiste levensonderhoud (beroep waarin geen begeerte, geweld, en handel in verdovende middelen of levende wezens plaatsvindt); de juiste inspanning (ook wel uitgelegd als wat goed is voor jou is altijd goed voor je medemens); de juiste aandacht (opmerkzaamheid of bewustzijn: luisteren naar je lichaam, gevoelens, geest, inhoud van de geest); de juiste concentratie (mediteren, goede dingen doen); de juiste visie (de vier edele waarheden) en de juiste gerichtheid van het denken (verzaken van begeerte, welwillend, geweldloos.)

Het Achtvoudige Pad kost Arjen veel (juiste!) inspanning om in de praktijk te brengen. Hij kan het pad echter in vieren delen. Dan is de eerste stap het doel dat aan alles te grondslag ligt: een waar geloof opbouwen. Een die gebaseerd is op de wijsheid van Boeddha. En dat je het grondbeginsel van de wezenlijkheid (waar het om gaat) van alle bestaan aanneemt en het zo leert begrijpen. De tweede stap is dan de juiste levenshouding aannemen. De derde stap: consequent met deze houding leven en als de vierde stap in dat dagelijks leven de leer van Boeddha op een goede manier gebruiken.

Bronnen o.a.:
Wereldreligies, onder redactie van Michael D. Coogan (Librero)
Hedendaags Boeddhisme van Nikkyô Niwano (Servire Uitgevers)

Beeld: singhareizen.nl

Promoveren op mindfulness

mindfulness

‘De sfeer in een mindfulnesscentrum. Er staan bloemen, er zijn hartelijke mensen. Terwijl ik weleens in kerken kom waar ik denk: ben ik hier nu eigenlijk welkom?’ Dit zegt coach en theoloog Hans Borst die maandag samen met zijn collega Jan Oosting promoveerde op de invloed van het modern boeddhisme in Nederland. ‘Boeddha leert een weg die teruggaat naar jezelf. De weg naar Christus wijst naar boven.

In nogal wat kerken heerst een klimaat van geslotenheid. Ik denk ook dat veel mensen het, figuurlijk gesproken, een beetje koud hebben gekregen in de kerk. Zorg nou dat het warm is, dat er een commissie van welkom is, dat mensen voelen: hier gaat het over mij of hier zou het over mij kunnen gaan.’

Dat is ook vaak de sfeer in een mindfulnesscentrum. Er staan bloemen, er zijn hartelijke mensen. Terwijl ik weleens in kerken kom waar ik denk: ben ik hier nu eigenlijk welkom? In de kerk lopen veel mensen rond met wie iets aan de hand is. Als uit je ogen spat dat je echtscheiding veroordeelt, zul je niet snel in gesprek komen met iemand wiens huwelijk stuk is.’

De promotie ‘Modern boeddhisme bij supervisoren en coaches?’ (Radboud Universiteit) betreft een literatuurstudie naar de invloeden van het modern boeddhisme op supervisoren en coaches. Ook worden de uitkomsten van diepte-interviews beschreven en een enquête over de invloeden van modern boeddhisme op de grond- en beroepshouding van supervisoren en coaches. Eveneens wordt duidelijk dat niet alle als boeddhistisch geduide elementen dit ook zijn.


Eind jaren zeventig introduceerde de Amerikaanse hoogleraar Jon Kabat-Zinn mindfulness in de westerse geneeskunde, waarna technieken hun weg vonden naar psychologie, coaching en supervisie.


Volgens Borst zijn er ook christenen die zich oefenen in mindfulness, maar geven dat een andere naam, zoals christfulness of heartfulness, zegt hij in een ietwat cynisch interview met Eunice Hoekman-van Stuijvenberg in het RD. Volgens de theoloog gaat het bij christfulness niet om jezelf maar om de relatie tussen God en jou.’

In hun beschrijvingen laten ze de boeddhistische elementen eruit. Ik zeg altijd: wees er transparant over. Prima dat je mindfulness beoefent. Het gaat niet om iets nieuws.’

Mensen putten uit een bepaalde bron, zegt Borst, zoals wij christenen putten uit de bron van de decaloog of uit de verhalen van Jezus.

In de wereld van de supervisie doken in de loop van de tijd steeds meer aspecten van het modern boeddhisme op. De laatste jaren vooral in de vorm van mindfulness, maar voor die tijd was er evengoed al sprake van. Toen heette het tot jezelf komen, goed zorgen voor je eigen ik, wars zijn van het instituut, een goed leven leiden, het volgen van het boeddhistische achtvoudige pad.’

Vaak gaat het om mensen met een christelijke achtergrond, vervolgt de theoloog, mensen die afscheid hebben genomen van kerk en geloof om vervolgens een spirituele zoektocht te beginnen.

Ze hechten aan vrede, respect, empathie en vriendelijkheid. Het modern boeddhisme wordt wel knuffelspiritualiteit, een feelgoodreligie genoemd.’

Op mindfulness op zich heeft Borst niets tegen. Maar toch vindt hij Boeddha niet de juiste weg. Boeddha leert een weg die teruggaat naar jezelf. Dat is voor Borst niet genoeg. De weg naar Christus wijst naar boven, zegt hij: bij een boeddhist houdt op een gegeven moment de dialoog op, omdat zijn uiteindelijke doel de leegte is, terwijl het doel van een christen de volheid is, namelijk de vervulling met de Heilige Geest. Hij is niettemin positief over mindfulness:

Hier in Sleen en omstreken, waar 4000 mensen wonen, zit een centrum waar mindfulness, meditatie en yoga wordt gegeven. Dat loopt goed, er gaan veel mensen heen. In de afgelopen vijftien jaar is de aandacht hiervoor enorm toegenomen, ook in de psychotherapie. Je krijgt mindfulness nu soms zelfs vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Door deze technieken raak je minder snel burn-out en bouw je meer veerkracht op.’


Toen ik in de jaren zestig zelf begon met mediteren en yoga, versleet iedereen me compleet voor gek. Het werd geassocieerd met hippies in San Francisco die te veel drugs op hadden. De grote kentering kwam een jaar of vijftien geleden, toen het wetenschappelijk onderzoek naar mindfulness enorm toenam. Het grote publiek gelooft er nu echt in, door de harde bewijzen over de vele positieve effecten die het heeft op het brein, het immuunsysteem, je sociale contacten en ga zo maar door.’ (Kabat-Zinn in Happinez)


Mindfulness is volgens Borst geen nieuw fenomeen.

Hoe komen mensen erbij dat dit allemaal nieuw is? Ik ben daar vaak heel verbaasd over. Wat nu boeddhisme heet, zijn vaak oude waarden en normen. Oude joodse en christelijke bronnen bijvoorbeeld, bevatten veel wijsheid.’

Zie:

Beeld: Proven Benefits of Mindfullness Meditation (care2.com)

‘Denkfout in het boeddhisme: de negativiteit’

BOEDDHAwilshart.nl

‘Klopt de boeddhistische stelling dat alle lijden uit begeerte voortkomt?’ is de vraag van Germen op Visionair. Hij vraagt zich af hoe het boeddhisme er uitgezien zou hebben als Boeddha niet de vier Nobele Waarheden had ontdekt, maar een andere oplossing voor het lijden had gevonden. ‘Begeerte houdt ons in leven en laat ons van het leven genieten,’ luidt zijn antwoord. 

In een nieuwe serie verkent Visionair het cruciale moment in de levensloop van de stichters van drie wereldreligies: Boeddha, Jezus en Mohammed, waarin hun religieuze activiteiten hun definitieve richting kregen. Wat als ze andere keuzes hadden gemaakt?

Deel een gaat over een van de meest invloedrijke denkers ooit: prins Siddharta Gautama, de grondlegger van de boeddhistische filosofie en religie. Hij was de kroonprins van de Shakya’s, een clan in de Terai, de zuidelijke laagvlakte van wat nu Nepal is. De precieze omstandigheden van zijn leven zijn niet bekend, maar veel overleveringen zijn het over belangrijke ideeën van het boeddhisme wel met elkaar eens.

Gautama, de grondlegger van de boeddhistische filosofie en religie, mediteerde tot hij een oplossing vond voor het menselijk lijden. Daaraan wilde hij een einde maken. Dat leidde uiteindelijk tot de Vier Edele Waarheden en het Achtvoudige Pad. De Vier Edele Waarheden stellen dat er lijden is, dat het lijden een oorzaak heeft die kan worden opgeheven door het Achtvoudige Pad te volgen. Het Achtvoudig Pad gaat over het juiste begrip of inzicht; de juiste gedachten; het juiste spreken; het juiste handelen; juiste wijze van levensonderhoud; juiste inspanning; juiste indachtigheid / meditatie, en de juiste concentratie.

Germen zegt dat het boeddhisme de meest logisch gestructureerde is van de religies en steeds populairder in de westerse wereld. Ook is het logisch consistent, wat een grootheid als Albert Einstein er toe bracht het boeddhisme de meest wetenschappelijke van de religies te noemen.

Toch zit er een ernstige denkfout in het boeddhisme: de negativiteit. Het volledig verdwijnen van begeerte betekent uiteindelijk de dood, het terugkeren naar een nuldimensionale ruimte. Begeerte houdt ons in leven en laat ons van het leven genieten.’

De auteur stelt dat het lijden niet stopt door het te ontkennen, maar dat wel een zwakkere versie van het boeddhisme kan standhouden:

Veel lijden ontstaat door vermijdbaar lijden, zoals onzinnige begeerte of andere levende wezens onnodig kwaad doen.  De begeerte naar een dure auto is onzinnig. De begeerte naar gezond zijn, een volle maag, liefde of een lang en gelukkig leven is dat niet.’

De gewijzigde Edele Waarheden zouden volgens de visionair denker dan iets geworden zijn, waarbij het gewijzigde Pad zich had kunnen richten op wetenschappelijk onderzoek om onvermijdelijk lijden aan te pakken, en dat dat had mogelijk kunnen leiden tot het ontwikkelen van de wetenschappelijke methode en een einde aan heel veel menselijk leed. De Vier Edele Waarheden hadden dan zo geklonken:

‘1. Leven is lijden.
2. Er bestaat onvermijdelijk lijden, vermijdbaar lijden en zelf-aangebracht lijden.
3. Alle vormen van lijden hebben een oorzaak.
4. Elke oorzaak van lijden is aan te pakken, als de oorzaak eenmaal gevonden is.’

Zie: Wat als: Siddharta Gautama tot een andere conclusie was gekomen dan het boeddhisme?

Beeld: Wils (H)art – Boeddha, uit thema Leven, een van de schilderijen van Wils (H)art die staan voor alles wat zij voelt, wanneer zij denkt aan Boeddha, sereen en integer. Een voorbeeld en inspiratiebron voor het bereiken van verlichting en inzicht door het zuiveren van negativiteit. Hart zegt er haar kracht uit te halen omdat daarna immers positieve eigenschappen zoals liefde, mededogen, vreugde en gelijkmoedigheid vanzelf tot ontwikkeling kunnen komen.