‘Theeïsme’, een esthetische en ethische religie

JapanseTheeStefanieDeGraef

Over de kunst van in de wereld zijn. – Als je Het boek van de thee, van Kakuzo Okakura*, leest, valt direct op dat er vooral over schoonheid (in de ziel) wordt gesproken. Over levenskunst, de kunst van het denken en de kunst van hoe in het leven te staan. Het gaat over thee – dat oorspronkelijk als medicijn werd toegepast en later pas geleidelijk een drank werd – en de theeceremonie in relatie met esthetiek: zuiverheid en harmonie, respect. Maar ook over wederzijdse liefdadigheid en de romantiek van de sociale orde. In een andere vertaling wordt gesproken over de kunst van thee, in de 15e eeuw in Japan verheven tot een esthetische religie, het ‘theeïsme’.**

Leerstellingen van zen
D
e kamer waarin thee gedronken wordt, de theekamer – Okakura weidt er een apart hoofdstuk aan – dient een verfijnde schoonheid uit te stralen. Bloemen en schilderijen spelen er een belangrijke rol, maar mogen elkaar niet in weg staan. Alleen als het passend is, esthetisch verantwoord, kan een schilderij samengaan met een kunstzinnig geschikte bloemenpracht of één bloem. Ook een beeldhouwwerk kan passend zijn. De theekamer weerspiegelt veel van de leerstellingen van zen: de maat ervan bijvoorbeeld is vastgesteld op basis van een passage uit de soetra van Vikramadytia, een allegorie waarin echter gezegd wordt dat voor de ware verlichte ruimte niet bestaat. Elders stelt Okakura dat de theekamer

bij zen – net als in de boeddhistische theorie van vergankelijkheid en haar eis dat de geest over de materie heerst – alleen als tijdelijk onderdak voor het lichaam heerst’.

Daarom ook werden de theekamers heel broos gebouwd. Behalve theekamers waren er de theescholen. Waarschijnlijk noodzakelijk, want de dichter Li-Chilai had het over

de totale verspilling van fijne thee door onbevoegde knoeiers’.

Er waren perioden en scholen: onderverdeeld in die van de gekookte thee, de geslagen thee en de getrokken thee, al naar de geest van de tijd. De verschillende manieren van thee zetten, kenmerken volgens Okakura de verschillende emotionele drijfveren van de Chinese Tang-, Sung- en de Ming-dynastieën.

Theeceremonie
O
kakura schrijft over de theemeesters. Zij stelden hoge eisen aan de theekamer. Belangrijk voor hen was dat onder alle omstandigheden de gemoedsrust moest worden bewaard en gesprekken zo gevoerd dienden te worden dat zij de harmonie van de omgeving niet bedierven. Ze hebben bijgedragen aan de kunst, niet alleen door hun interieurdecoraties en architectuur, de fabricage van gebruiksvoorwerpen (keramiek) voor de theeceremonie, schilder- en lakkunst, maar ook beroemde tuinen in Japan zijn door hen vormgegeven. De theemeesters bleken ook meesters te zijn om andere gebieden, zoals het regelen van huishoudelijke zaakjes, het verfijnen en opdienen van gerechten, het dragen van de juiste gewaden, onderwijs in de juiste geest om bloemen te benaderen. Vooral ook hebben zij

de nadruk gelegd op onze aangeboren liefde voor het eenvoudige en ons de schoonheid van de nederigheid laten zien’.

Cha-King
E
r is zelfs een apostel – en beschermgod van de Chinese theehandelaren – van de thee: Luwuh (8e eeuw). Hij werd volgens Okakura geboren in een tijd dat boeddhisme, taoïsme en confucianisme naar een gemeenschappelijke verbinding zochten. Luwuh ziet in de theeceremonie dezelfde harmonie en orde die over alle dingen regeren. Hij schreef de Cha-King, een uitgebreide verhandeling over thee: over het wezen van de thee, het gereedschap, het sorteren van de bladeren, beschrijvingen over de thee-uitrusting, de manier waarop thee gezet moet worden en de kookfases. Maar ook schrijft hij over de theeplantages en geeft hij een opsomming van beroemde theedrinkers.

Filosofie van het boeddhisme
O
ver kunst(waardering) is in Het boek van de thee ook een apart hoofdstuk, evenals over bloemen. De thee(kamer), bloemen en kunst, lijken ondergeschikt aan de filosofie van het boeddhisme, de Chinese en Japanse vorm van zenboeddhisme en het taoïsme. Maar niets blijkt minder waar – deze filosofieën blijken nauw verweven met thee, bloemen en kunst. Over dat laatste zegt Okakura dat de kijker de juiste geesteshouding moet ontwikkelen om de boodschap te ontvangen en de kunstenaar moet weten hoe die over te brengen. En dat geldt ook voor andere kunstuitingen, zoals muziek, literatuur en toneel.

‘Taoïsme in vermomming’
M
et Het boek van de thee wil Okakura een brug leggen tussen het Oosten en het Westen en doet dat via de thee die in het Westen een symbool werd voor de Aziatische cultuur. Al meer dan een eeuw vormt dit boek een uiterst fijnzinnige introductie tot het Aziatische leven en de filosofie. Volgens hem vertoont het ritueel van het serveren van thee nauwe banden met het taoïsme en zen, een theeceremonie was ‘taoïsme in vermomming’. Okakura hoopt dat de westerling zich gaat verdiepen ‘in het taoïsme, zenboeddhisme, de kunst van het bloemschikken en het waarderen van esthetische zaken’. De theeceremonie schildert hij af als een

eredienst voor het Onvolmaakte, een liefdevolle poging het mogelijke tot stand te brengen in het onmogelijk iets dat wij als leven kennen’.

Okakura formuleert het fraai als hij schrijft dat

via de vloeibare amber in het ivoren porselein de ingewijde in aanraking zal komen met de zoete terughoudendheid van Confucius, het opwekkende van Lao Tsu en het hemelse aroma van Sakyamuni (Boeddha)’.

Hetboekvandethee

Confucianisme
Z
o leren we dat Tao het Pad betekent, en ook wel de Weg, het Absolute, de Natuur, de Opperste Rede en de Manier. Naar Lao Tsu (6e eeuw v.Ch., grondlegger van het taoïsme) wordt verwezen, die over Tao sprak als ‘een ding dat alomvattend is, dat was geboren voor hemel en aarde bestonden. (…) Het staat alleen en verandert niet’. Volgens Okakura kan het taoïsme niet begrepen worden zonder enige kennis van het confucianisme en andersom. Maar de belangrijkste verdienste ligt volgens hem op het gebied van de schoonheidsleer, over de ‘kunst van in de wereld zijn’.

Het taoïsme aanvaardt de wereld zoals die is en probeert, dit in tegenstelling tot het confucianisme en boeddhisme, schoonheid in onze wereld van smart en zorgen te vinden.’  

De kunst van in de wereld zijn
D
e kunst van in de wereld zijn vind je ook weer terug bij zen, waarover Okakura zegt dat in zen erkend wordt dat het aardse van even groot belang was als het spirituele, en dat Tao de basis levert voor de esthetische idealen, die praktisch worden dankzij zen. Een mooie uitspraak is die over de Leegte:

Wie van zichzelf een leegte weet te maken waarin anderen vrij binnen kunnen treden, kan meester over iedere situatie worden. Het geheel weet altijd over het deel te heersen.’

Het boek van de thee geurt fijntjes naar ‘theeïsme’, een esthetische maar ook ethische religie.

Bron:

* Het boek van de thee | Kakuzo Okakura | 1906 | uit het Engels vertaald door Hans Dütting | 2012 | uitgeverij Aspekt | Kakuzo Okakura (1862-1913) was de zoon van een ex-samoerai en wordt aangeduid als een van de boeiendste figuren uit de Japanse intellectuele geschiedenis van het negentiende-eeuwse Japan. Zijn boek is een essay over de culturele waarde van de theeceremonie en over Japanse kunstvormen. Hij probeert filosofisch een brug te slaan tussen het Oosten en het Westen.

** Er bestaat ook een vertaling van Het boek van de thee, met als ondertitel Geschiedenis & ceremonie – theeïsme, de kunst van de thee (2015). Dit is uit het Engels vertaald door Alfred Scheepers & Daniël Mok, van uitgeverij Abraxas Zuider-Æmstel.

Beeld: Japanse thee – Stefanie De Graef (geboren 1980 in Gent, woont en werkt in Drongen) gaat liefst op reis om inspiratie op te doen voor haar illustraties. Haar schetsboek reist overal met haar mee. Ze houdt van de tastbaarheid van materialen en probeert die te verwerken tot een andere realiteit. De verwondering om het leven vormt een belangrijke inspiratiebron waarbij de drang naar schoonheid steeds weer de bovenhand neemt.

Is de wereld of mijn geest zo druk?

Haemin.Sunim.Twitter

‘We denken meestal dat ‘de geest’ en ‘de wereld’ onafhankelijk van elkaar bestaan. Als iemand zou vragen waar onze geest zich bevindt, zouden de meesten van ons naar ons hoofd of ons hart wijzen, maar niet naar een boom of de lucht. We zien een duidelijke grens tussen wat er in onze geest omgaat en wat er in de buitenwereld gebeurt. Vergeleken met de enorme buitenwereld kan de geest die in ons lichaam ligt genesteld heel klein, kwetsbaar en soms machteloos lijken. Volgens de leer van de Boeddha is de grens tussen de geest en de wereld in werkelijkheid heel dun, poreus en uiteindelijk denkbeeldig.’

Zo begint hoofdstuk Rust in Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt, een Koreaanse megabestseller over spirituele wijsheid en het belang om rust te vinden in een drukke wereld, door de vrolijke zen- en ‘twitter’monnik Haemin Sunim, een van de invloedrijkste boeddhistische leermeesters van dit moment.

Het is zaterdagavond. Ruim vierhonderd veelal jonge mensen wachten in de Amsterdamse Lutherse Kerk verwachtingsvol op de komst van Haemin Sunim. Kijken en luisteren naar Sunim blijkt een verademing, vergeleken met de rondspringende goeroes die veel podia bevolken. Sunim zit de hele voordracht op een stoel, strijkt af en toe zijn monnikspij glad, slaat zijn sjaal nog eens om zijn nek en trekt zijn muts dieper over zijn oren. Hij kijkt glimlachend rond, leest een matige grap voor vanaf zijn iPhone en vertelt daarna op zachte toon hoe we onze imperfectie kunnen omarmen.’ (Milou van Beek, MT: Next Generation Leadership)

In een interview zegt Sunim: ‘Toon compassie, en probeer niet perfect te zijn’. Sunims tweets over hoe rust te vinden in een drukke wereld resulteerden in de bestseller Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt’, waar wereldwijd ruim drie miljoen exemplaren van over de toonbank gingen, aldus Alexandra van Ditmars in Trouw.

Bij signeersessies staan mensen nu soms met tranen in de ogen, omdat hun leven zo veranderd is na het lezen van Sunims boeken. Anderen verbazen zich dat zijn lessen zoveel aansluiting vinden, want die zijn niet altijd even vernieuwend – bijvoorbeeld ‘verplaats jezelf eens in een ander’ en ‘probeer niet altijd het laatste woord te hebben’.

In het Belgische De Morgen meldt Florian Saerens op 19 mei 2020 dat Sunims boek plots op de eerste plaats staat in de boekentoptien. En dat zonder marketing of wat dan ook. Paloma Sanchez van Dijck, die het boek uitbracht in België en Nederland, denkt dat het voornamelijk aan de troostende inhoud ligt.

Waarom dit precies komt, kan ik je niet vertellen. We hebben er namelijk geen onderzoek naar gedaan. Het zou wel kunnen door de gedwongen situatie waarin we nu leven. Mensen willen op zoek gaan naar wat rust in hun hoofd. Als ik de thema’s bekijk die Haemin behandelt in zijn boek, lijkt dat wel te voldoen aan die verwachting. Het brengt je nieuwe inzichten, je krijgt tips en leert jezelf hoe je wat rustiger wordt in alles wat je doet. Dat kan gaan over je stemming, relatie of carrière. Er staan ook korte wijsheden in, maar een tegelboek is dit niet. Het heeft effectief iets te vertellen.’ 

Haemin Sunim (1974) is een boeddhistische monnik, geboren in Zuid-Korea, die voor zijn studie naar Amerika verhuisde en daar studeerde aan Berkeley, Harvard en Princeton. Hij doceert Boeddhisme aan Hampshire College en woont afwisselend in New York en Seoul. Inmiddels is hij uit gegroeid tot een van de meest invloedrijke boeddhistische leermeesters van dit moment. Hij is tevens de oprichter van de School of Broken Hearts in Seoul.


‘Als zenmonnik en voormalig hoogleraar aan een kleine liberale kunstacademie in Massachusetts krijg ik vaak vragen over hoe je om moet gaan met de uitdagingen in het leven. Naast het delen van mijn advies, persoonlijk en via e-mail, ben ik een paar jaar geleden begonnen vragen te beantwoorden via sociale netwerk-sites, want ik vind het een fijn gevoel om contact te hebben met mensen.

Mijn boodschappen waren meestal eenvoudig, oprecht en kort. Soms antwoordde ik rechtstreeks op een gestelde vraag, soms schreef ik een memootje aan mezelf als ik een interessant denkpatroon ontdekte tijdens de mindfulness-beoefening of in interacties met mensen. Ik sprak ook over de waarde van het langzaamaan doen in ons drukke moderne leven, en over de kunst om goede relaties te onderhouden en zelfcompassie te kweken.’

(Uit de Inleiding van:
Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt)


Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt | Haemin Sunim | ISBN 978-90-225-8112-4 | ISBN 978-94-023-0933-1 (e-book) | nur 770 | Oorspronkelijke titel: The Things You Can See Only When You Slow Down | Oorspronkelijke uitgever: Penguin Books | Vertaling: Hennie Volkers | Omslagontwerp: Pinta Grafische Producties | 280 pag. | €15,99 | ‘Sunims woorden zijn diepgaand én herkenbaar, eenvoudig én verfijnd, en elk hoofdstuk voelt meer aan als een gesprek met een lieve, bedachtzame vriend dan als het lezen van weer een boek over mindfulness. Perfect voor lezers die op zoek zijn naar een onderbreking van hun drukke leven. Sunims filosofie roept een kalme zekerheid op, die doet denken aan Libanees-Amerikaanse dichter Kahlil Gibran.’ (Publishers Weekly)

Foto: Haemin Sunim (Twitter) – ‘Be still my mind. If you want to know who you really are, be still. You are not just your body, emotion, thought and past experience. You are the mystery of knowing this universe. You are the space where all stars are born and disappear. Be still my mind. Be still.’ (@haeminsunim)

Outside the box en terug naar jezelf

think_outside_the_box Rene Schutte Kunstkopie.nl

‘Het zijn vooral (geloofs)overtuigingen en dogma’s die ons belemmeren om vrij te leven en te doen wat goed voor ons is.’ Dat zegt Marnix van Rossum, psycholoog en meditatiebegeleider. Hij wil ‘out of the box’, bedoelt waarschijnlijk ‘outside the box’: buiten bestaande kaders denken. Voor hem speelt de werkelijkheid zich niet af in een begrensde omgeving, maar is die werkelijkheid voortdurend in beweging, met vele dimensies, grijstinten en… ze blijft veranderen. De mens is voor Van Rossum meer dan een rechtlijnige box.

Van Rossum kwam hier achter na een lange zoektocht in zowel het Oosten als in de westerse wetenschap. Als voorbeeld noemt hij het boeddhisme. Hij ergert zich aan een te eenzijdige benadering van het boeddhistisch onderwijs en heeft het vermoeden dat dit hetgeen is waardoor er weinig aansluiting is bij jonge mensen. Die zijn volgens hem systeem- en doctrinemoe.

Pas geleden was ik weer op een retraite en het ging over de drie karakteristieken. Uitvoerige uitleg over vergankelijkheid, lief bedoeld, fijne sfeer, maar niets over dat dingen ook terugkomen en hoe belangrijk het is dingen te creëren. Een heel verhaal over geen-zelf, maar niets over hoe te zorgen voor je ikje en hoe die niet af te keuren. Over compassie, maar niet over jezelf toestaan boos te zijn etc. Ik mis de nuance en merk dat deze benadering mensen niet zozeer wijs maakt, maar eerder volgers creëert. Het zoeken naar wat waar is, is echter juist waarom ik zoveel respect heb voor de dhamma.’

De Boeddha wilde volgens Van Rossum niet dat er een box van zijn leer werd gemaakt. Hij wees bewust geen opvolger aan.

Hij [Boeddha] wilde dat wij zelf checken wat voor ons werkt. Hij zei ook: mijn leer is als een boot die je over de rivier brengt. Een kist of boxje waarin je kan zitten, die je helpt oversteken, maar die je natuurlijk na het bereiken van die overkant niet blijft meeslepen. En hij zei: mijn lessen zijn als een vinger die naar de maan wijst. Als je de maan wilt zien, blijf dan niet naar mijn vinger staren. Ga af op waar mijn vinger naar wijst. Met andere woorden, neem mijn teksten niet te letterlijk.’

Ook Boeddha ging dus outside the box. Sommige boeddhistische academici of trouwe volgers bleven meer inside the box. Zij schreven boeken vol met ingewikkelde uitleggen

over termen, principes en modellen, of het aanhalen van teksten/sutta’s, om duidelijk te maken waarom precies dit boeddhisme ons naar die maan kan laten kijken, of ingewikkelde discussies over waarom de een het wel heeft begrepen en een ander niet. Of over waarom het wel, of juist niet gecombineerd mag worden met andere vormen van healing, spiritualiteit, of therapie.’

Het boeddhisme kan je helpen om uit de omgeving, jouw en onze boxen te stappen. Van Rossum bespreekt in het Boeddhistisch Dagblad verschillende boeddhistische begrippen

die naar zijn idee te eenzijdig worden gepresenteerd, met als doel om ze beter te kunnen gebruiken voor een weg out of the box en terug naar onszelf/niet-zelf/de kern/truth/how you call it.’

Zie 4 februari: Out of the Boeddhabox- de Boeddha wilde helemaal niet dat er van zijn leer een box werd gemaakt – de serie

6 Februari: The box, de serie (1) – Stap uit je compassiebox in 8 stappen

12 februari: The box, de serie (2) – stap uit je vergankelijkheidsbox in 6 stappen

Beeld: Rene Schutte – Outside the box (2008) – kunstkopie.nl

Met Boeddha op het Achtvoudige Pad

Sri.Lanka.rondreis.Mihinthale.beeld

Met een knipoog naar Arjen Lubach 😉 

Als Arjen ergens rond het einde van de zesde eeuw v Chr. Boeddha hoort prediken in een park, tijdens een van zijn vorige levens, blijft hij luisteren. Hij wordt geraakt door zijn woorden en veert op bij zijn verhaal over de Vier Edele Waarheden, de kern van zijn leer. Vooral bij de vierde edele waarheid: het Achtvoudige Pad. Dat vertelt hoe je goed kunt leven, zoals: met het juiste inzicht; de juiste bedoelingen; de juiste spraak; het juiste handelen; het juiste levensonderhoud; de juiste inspanning; de juiste aandacht; de juiste concentratie.

Boeddha doet Arjen denken aan de Iraanse profeet, leraar en filosoof Zarathustra die Arjen eerder ontmoette in hetzelfde park. Zarathustra (ook wel Zoroaster genoemd), spreekt op zijn manier over het juiste leven. De mens zou op de juiste manier moeten denken, juist spreken en juist handelen. Voor Arjen betekent dit dat als je juist denkt, je vanzelf juist gaat spreken en wat belangrijker is, dat daar weer uit voortvloeit dat je dan juist gaat handelen. Het zou de wereld ten goede komen als veel mensen juist denken.

Arjen verdiept zich in het Boeddhisme, maar wordt geen monnik. Hij kiest voor het lekenbestaan. Dat verruimt zijn openstaan voor wat het leven nog meer te bieden heeft. In een klooster zou het misschien gemakkelijker zijn om te leven op boeddhistische wijze (meer tijd en stilte voor meditatie en concentratie), maar binnen de maatschappij, in een gezin, leeft Arjen meer volgens het Achtvoudige Pad. Ook als voorbeeld voor (en met) anderen en zijn kinderen. In een klooster zou hij zich waarschijnlijk opgesloten voelen, te veel binnen, te ver verwijderd van het echte leven.

Het spreekt Arjen aan dat Boeddha met behulp van meditatie – na een spirituele crisis rond zijn dertigste levensjaar – naar diepgaand inzicht in de werkelijkheid zoekt. Naar bevrijding door inzicht. Dat Boeddha op zoek gaat ‘naar het ongeborene, dat wat niet veroudert, dat wat vrij is van ziekte, het doodloze, dat wat vrij is van verdriet en bezoedelende affecten, de onovertroffen rust na inspanning, het nirvana.’ Hij lijkt op zoek te zijn naar de hemel op aarde. En dat is niet de hemel van (een) God, want het concept God is Boeddha vreemd. Het boeddhisme is niet-theïstisch. Goden zijn hooguit medebewoners van het universum, van de ‘hemelen’ en geen scheppers. Voor Boeddha staat de mens en zijn heil centraal; zijn leer is antropocentrisch.

Boeddha wordt geraakt door het lijden van mensen als hij rond zijn dertigste levensjaar buiten de muren van het paleis treedt waarin hij opgroeit. Voor het eerst ziet hij ouderen, zieken en doden. Als hij ook een rondtrekkende asceet ontmoet, wil hij diens voorbeeld volgen en de verlossing uit de wereld van het lijden zoeken. Het lijden groeit uit tot zijn centrale thema. Boeddha realiseert zich dat het leven met lijden is gevuld. Zo kwam hij tot zijn Vier Edele Waarheden: over het lijden zelf; over de oorzaak van het lijden; over het ophouden van het lijden en over de weg er naar toe: het Achtvoudige Pad.

De gedachtegang van Boeddha over het omgaan met het lijden zet Arjen aan het denken. Hij vindt het niet eenvoudig zijn vier edele waarheden in praktijk te brengen. Volgens Boeddha schuilt het lijden in het verlangen, begeerte, en ontstaat dat verlangen door onwetendheid: door een verkeerd begrip van de dingen, met name de aard van het zelf.

Om dit beter te leren doorgronden volgt hij Boeddha op het Achtvoudige Pad. In de gedachte daardoor de Vier Edele Waarheden beter te kunnen begrijpen en ernaar te leven, daar ook Arjen wil dat het lijden ophoudt, niet alleen bij hem, maar bij alle mensen. Zelf gelooft Boeddha dat het lijden zal stoppen wanneer het proces dat het voortbrengt, omgedraaid wordt en nirvana voortbrengt: een einde van alle verlangen en onwetendheid. Dat nirvana kan bereikt worden door middel van het Achtvoudige Pad. Dat blijkt een lange weg. Maar tijdens het onderweg zijn oefent Arjen in het doen van het juiste. En Boeddha vindt dat proces het belangrijkste, zegt hij als hij omkijkt om te zien of Arjen hem nog volgt, niet alleen het doel.

Het achtvoudige pad, legt Boeddha onder een prachtige boom aan Arjen uit, gaat om het juiste spreken (waarheidsgetrouw, vriendelijk en zinvol); om het juiste handelen (geweldloos, niet stelen, geen seksueel wangedrag); het juiste levensonderhoud (beroep waarin geen begeerte, geweld, en handel in verdovende middelen of levende wezens plaatsvindt); de juiste inspanning (ook wel uitgelegd als wat goed is voor jou is altijd goed voor je medemens); de juiste aandacht (opmerkzaamheid of bewustzijn: luisteren naar je lichaam, gevoelens, geest, inhoud van de geest); de juiste concentratie (mediteren, goede dingen doen); de juiste visie (de vier edele waarheden) en de juiste gerichtheid van het denken (verzaken van begeerte, welwillend, geweldloos.)

Het Achtvoudige Pad kost Arjen veel (juiste!) inspanning om in de praktijk te brengen. Hij kan het pad echter in vieren delen. Dan is de eerste stap het doel dat aan alles te grondslag ligt: een waar geloof opbouwen. Een die gebaseerd is op de wijsheid van Boeddha. En dat je het grondbeginsel van de wezenlijkheid (waar het om gaat) van alle bestaan aanneemt en het zo leert begrijpen. De tweede stap is dan de juiste levenshouding aannemen. De derde stap: consequent met deze houding leven en als de vierde stap in dat dagelijks leven de leer van Boeddha op een goede manier gebruiken.

Bronnen o.a.:
Wereldreligies, onder redactie van Michael D. Coogan (Librero)
Hedendaags Boeddhisme van Nikkyô Niwano (Servire Uitgevers)

Beeld: singhareizen.nl