Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn (2)

ToneelgroepDeAppel

Bij Pim van Lommel draait het in zijn boeken en lezingen om de rol van bewustzijn in onze samenleving en het doorbreken van het taboe rond bijna-doodervaringen. Dat taboe is in de afgelopen tien jaar veel minder geworden, zegt hij in het voorwoord Tien jaar later… van de jubileumuitgave van Eindeloos bewustzijn (2017): Hoe Eindeloos bewustzijn zijn eigen weg zocht. Hij stelt hierin dat wetenschap vragen stellen is met een open geest en het loslaten van oude concepten en ideeën. Echter, veel bewustzijnsonderzoekers vinden bewustzijn niets anders dan materie en menen dat ons bewustzijn iets zuiver persoonlijks is.

Bewustzijn komt volgens deze wetenschappers volledig voort uit de materie waaruit onze hersenen bestaan, en zo zou ons gedrag, en onze vrije wil, dus onontkoombaar alleen het gevolg van de chemische en elektrische werking van onze zenuwcellen zijn. Nieuwe ideeën, nieuwe denkwijzen worden afgewezen omdat ze niet passen in bestaande visies en denkbeelden. Of omdat ze niet aansluiten op het huidige materialistische paradigma waarmee men is opgegroeid en waarin men is opgeleid. Maar we moeten aannames durven loslaten.’ (Pim van Lommel)

Op een sceptische website werd Van Lommel agressief aangevallen, vertelt hij, maar die boosheid laat hij bij die mensen zelf. Sceptici, zo zegt hij, hebben nu eenmaal altijd gelijk, zij staan niet open voor een wetenschappelijke en open discussie:

Zij leven vanuit hun vooroordelen en hun dogma. Zoals Albert Einstein (1879 – 1955) ooit heeft gezegd: ‘Een vooroordeel is moeilijker te splitsen dan een atoom.’ (PvL)

Op de stelling van Van Lommel (op het voorgaande blog) dat er een postmaterialistische wetenschap komt die subjectieve ervaringen includeert, reageerde wiskundige en filosoof Emanuel Rutten via Facebook met de opmerking: ‘Mooi gezegd. De filosoof David Chalmers wees hier eind jaren negentig eveneens op. Het gaat inderdaad die kant op. Materialisme als ‘wordview’ heeft zijn langste tijd gehad.’

De acceptatie onder artsen is nog altijd vrij laag, stelt Van Lommel. Ook zij leren dat alles meetbaar moet zijn, het gaat om fysiek meetbare gegevens.

Maar we kúnnen simpelweg niet alles meten. Ons bewustzijn, en de inhoud van ons bewustzijn (gedachten, gevoelens, emoties), is niet te meten, niet te objectiveren, niet te reproduceren en niet te falsificeren.’ (PvL)

Daarom pleit cardioloog Van Lommel voor een andere benadering vanuit de wetenschap waarbij ruimte is voor subjectiviteit. Die ruimte leidt bij godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes tot de uitspraak dat veel mensen bijna-doodervaringen als religie op zich behandelen en hij vindt dat het al dan niet accepteren van Van Lommels ideeën tot een sterk ‘wij-zij’ denken leidt.

Van Lommel wordt onder degenen die een BDE hebben gehad als een soort messias behandeld. Een tamelijk onzinnige en onwetenschappelijke houding, lijkt me. Het zou een leuke eigenaardigheid zijn, als zou blijken dat bewustzijn onafhankelijk van het lichaam kan bestaan.’ (Smedes)

Smedes zei in 2008 een grootschalig onderzoek naar bijna-doodervaringen af te wachten van de Universiteit van Southampton. In zijn blog kwam hij daar echter niet meer op terug. Inmiddels is het resultaat van dat onderzoek gepubliceerd in Journal Resuscitation (2014), een interdisciplinair tijdschrift voor de verspreiding van klinisch en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot acute zorggeneeskunde en cardiopulmonale reanimatie.

Artsen deden met een speciale test onderzoeken of bijna-doodervaringen van patiënten echt zijn, of alleen in hun verbeelding plaatsvinden. Volgens metro.co.uk, dat erover publiceerde, blijkt leven na de dood een reëel fenomeen, een misschien niet langer uit de lucht gegrepen term, want als het over een korte periode gaat, blijkt er wel degelijk een soort leven na de dood te bestaan. Volgens wetenschappers aan de Universiteit van Southampton blijft het bewustzijn minstens nog enkele minuten intact nadat de hersenen gestopt zijn met werken.

Het is iets dat tot voor kort onmogelijk werd geacht. De dood is een onvermijdelijk gevolg van het leven, maar onderzoekers geloven nu dat het misschien niet zo zwart-wit is. In de grootste studie rond het onderwerp ooit onderzochten ze gedurende vier jaar de bijna-doodervaringen na een hartstilstand van 2.000 mensen uit het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Oostenrijk. Wat blijkt? 40 procent van de mensen die de hartstilstand overleefden, beschreven een soort bewustzijn nadat ze eigenlijk al klinisch dood waren.’ (metro.co.uk)

In Journal Resuscitation zegt dr. Sam Parnia, voormalig onderzoeker aan de Southampton University, die de studie leidde:

De man beschreef alles wat er in de kamer was gebeurd, maar belangrijker nog, hij hoorde twee piepgeluiden van een machine die met tussenpozen van drie minuten geluid maakt. We konden dus bepalen hoe lang de ervaringen duurden. Hij leek heel geloofwaardig en alles wat hij zei was hem overkomen, was eigenlijk ook gebeurd.’ (Journal Resuscitation)

Parnia, nu verbonden aan de State University van New York, voegt eraan toe dat anderen beschreven dat ze zich vredig voelden, of zeiden dat de tijd versnelde of vertraagde, terwijl sommigen zeiden dat ze een licht zagen. Anderen zeiden dat ze angst voelden of dat het leek dat ze verdronken of hun lichamen door diep water werden gesleept. Van de 2.060 patiënten die in de studie werden gevolgd, overleefden 330. 140 patiënten zeiden dat ze ervaringen van uit het lichaam treden hadden. Smedes heeft dit waarschijnlijk niet gelezen, en blijft blijkbaar bij zijn laconieke overtuiging – overigens wel een mooi statement – uit 2008 dat de essentie van het menselijk bestaan te vinden is in het hier-en-nu:

Want wat we na onze dood ook mogen zijn, mens zijn we dan niet meer. Elkaar menselijk behandelen kan dus alleen hier en nu…’ (Smedes)

Foto: © Serge Ligtenberg, van het toneelstuk: Ben ik al geboren? – Toneelgroep De Appel – ‘Geïnspireerd door het onverklaarbare verschijnsel van de bijna-doodervaring. Een verschijnsel dat door het recent verschenen boek Eindeloos bewustzijn van cardioloog Pim van Lommel in het middelpunt van de belangstelling staat.’ (2008)

Zie ook: Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn (1)

Op 31 augustus geeft Van Lommel een – voor iedereen toegankelijke – lezing bij de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht.

(Wordt vervolgd: deel 3: 19 augustus)

Nationaal religiedebat: religieuze ervaringen

Godhelm

Een religiedebat vol breinen. Een ex-gelovige breinwetenschapper, een gelovige neuropsychiater, een dogmavrij-gelovige filosoof, en de vraag wat nu praktische en maatschappelijke consequenties zijn van het denken over geloof en brein. In dat kader wordt gekeken naar het fenomeen religieuze ervaringen. Het debat wordt georganiseerd door ForumCDe Nieuwe Liefde, dagblad Trouw en het tijdschrift Religie & Samenleving. Het doel is om mensen met verschillende levensbeschouwingen rond de ‘spannende vraag’ Ben je gek als je gelooft? dichter bij elkaar te brengen.

Geloven is geen kwestie van talent, want het gaat niet om prestaties. Wel zal de één sterkere aanleg hebben voor religieuze ervaringen dan de ander,’ stelt André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘Wereldwijd hebben veruit de meeste mensen wel religieus besef, het besef dat er iets groters is dan de mens of het besef dat er na de dood iets is.’ Debaters bij het Nationale Regiedebat Aleman en Michiel van Elk in gesprek in Trouw. ‘Zijn we zelf de baas over onze spiritualiteit?’

Ik ben het met emeritus-hoogleraar biologische psychiatrie Herman van Praag eens dat een biologische basis voor spiritualiteit niet betekent dat die spiritualiteit louter uit ons brein ontsproten is en dus een product van de menselijke geest.’ (Aleman)


Humanistisch psycholoog Abraham Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, bv. in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende. Het gaat om het besef deel te zijn, zich als deel te ervaren van een ruimer geheel in tijd en ruimte: we zijn een deel van de geschiedenis en dragen het leven verder doorheen generaties, en zijn deel van deze planeet en van een gigantische kosmos. (Uit: Herstelrecht tussen toekomst en verleden, red. Lieven Dupont)


Volgens gelovige (zo meldt het programma) neuropsychiater Aleman (Je brein de baas) zou de religieuze ervaring ook een oorsprong van buitenaf kunnen hebben. Hij stelt dat ook dat een religieuze ervaring per definitie subjectief is.

Als iemand er iets over vertelt, moet je ervan uitgaan dat de ervaring waar is, dat de persoon dit zo ervaren heeft. Authentieke, innerlijk gedreven spiritualiteit blijkt sterker met psychische gezondheid samen te hangen dan louter meedoen omdat het nu eenmaal de cultuur is. Voor mijn geloof is de Bijbel heel belangrijk, daaraan probeer ik mijn spiritualiteit te normeren.’ (Aleman)

Ex-gelovige (zo meldt het programma) breinwetenschapper Michiel van Elk (De gelovige geest), hoofd van het Religion, Cognition & Behaviour Lab van de Universiteit van Amsterdam, zegt dat je iemand wel kan confronteren met bewijs dat al het leven op aarde is ontstaan door middel van evolutie, maar dat diegene toch zal zeggen dat zijn geloof daardoor niet onderuit wordt gehaald.

Dat is een type overtuiging dat niet verifieerbaar is en niet weerlegd kan worden door wat voor empirisch bewijs dan ook.’ (Van Elk)

Over religieuze ervaringen stelt Van Elk dat het niets uitmaakt of ze waar zijn of niet.

Je moet kijken naar de gevolgen die ervaringen hebben. Uit veel onderzoeken blijkt dat spirituele ervaringen over het algemeen heel gezond zijn. Mensen zitten lekkerder in hun vel, ze zijn minder depressief en ze leven zelfs langer. Dan kun je je afvragen of die ervaringen corresponderen met een transcendente werkelijkheid. Maar ik vind die vraag eigenlijk niet zo relevant. Spiritualiteit doet blijkbaar heel veel mensen goed.’ (Van Elk)


even niets

een gedachte houdt me bezig
plots vind ik mezelf hardlopend terug
waar net niets was dan denken
ren ik weer in zon en wind
terug in mijn lichaam, in mijn brein
vogels in de lucht

kinderen op het speelveld 
net nog verbleef mijn bewustzijn
in volkomen niets

niet in iets lichts of duisters of leegte
weer op aarde sprong het inzicht binnen
even was daar puur bewustzijn

© Paul Delfgaauw


Derde debater is filosoof en auteur Désanne van Brederode. Zij zal reageren op vragen rond brein en geloof. Opvallend dat het programma niets meldt, in tegenstelling tot de andere debaters, over haar (on)geloof. Volgens Chris Rutenfrans – in een recensie over De ziel onder de arm – is zij rooms-katholiek van geboorte, zonder ‘te leven naar een van hogerhand opgelegde moraal’. Haar geloof wortelt in dat deel van de liturgie ‘waarin brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus veranderen’.

dezielonderdearm

Zoals Christus tijdens het Laatste Avondmaal in de gedaante van brood en wijn zichzelf, zijn lichaam en bloed geeft aan zijn discipelen, zo dienen gelovigen, volgens Van Brederode, mensen te worden ‘die zichzelf aan anderen kunnen wegschenken, omdat ze hun voeding, hun sap, hun bloed van de ware wijnstok ontvangen’. Katholieker kan het niet.’ (de Volkskrant)

Rutenfrans vindt Van Bredero’s boek veel meer dan een godsdienstige verhandeling. Het is volgens hem een bundeling van sterke literaire essays van een schrijfster die haar verknochtheid aan godsdienstige thema’s een bijzonder plezierige en waardevolle vorm heeft gegeven.

Gerelateerd: Religie, humanisme en de mystieke ervaring

Bronnen o.a.:

* Zijn wij ons religieuze brein? (Trouw, 27-10-2018 – via Topics)
* Geloof, rook en liefde (de Volkskrant)
* Nationaal Religiedebat (ForumC)

‘Mijn bestaan is voor Maarten Boudry overbodig geworden’

just_confusing_evolution_god

God heeft vandaag zo veel terrein aan de wetenschap prijsgegeven dat zijn bestaan volkomen overbodig is geworden, stelt wetenschapsfilosoof Maarten Boudry in de NRC. – Een bizarre these. ‘Ooit in gesprek met Boudry vertelde ik van alles over mijn leven, over mijn studie en wat ik allemaal daardoor voor de wereld betekende,’ vertelde een beroemde wetenschapper: ‘Boudry nam toen direct afscheid van mij. Ik bestond niet meer voor hem, ik was volkomen overbodig geworden nadat hij mijn kennis en kunde tot zich had genomen. Blijkbaar was ik voor hem verworden tot een soort illusie voor gevorderden, zo veel terrein had ik blijkbaar prijsgegeven.’


Nader onderzoek wees uit dat de bewegingswetten van Newton vanzelf leiden tot een stabiel zonnestelsel, zonder noodzaak voor goddelijke bijsturing. Maar dan heeft God toch zeker eerst de boel in gang gezet, om te zorgen dat alle planeten in dezelfde richting draaien? Niet nodig. Dat gaat vanzelf bij de natuurlijke vorming van een zonnestelsel uit verdwaald sterrenstof. De oorsprong van de kosmos dan? Gewoon een kwestie van zelfontsteking, weten we inmiddels. Ruimte en tijd ontstaan uit kwantumfluctuaties in een vacuüm. Onbevattelijk voor de menselijke geest, maar de fysica klopt als een bus. (…) Als je God nergens nog voor nodig hebt in de wereld, dan kan hij net zo goed niet bestaan.* (Maarten Boudry)


In De sluipmoord op God* reageert Boudry op het prijswinnend NRC-essay God bestaat, er is bewijs** door hoogleraar Geesteswetenschappen René van Woudenberg. Boudry zegt dat God zo veel terrein prijsgegeven aan de wetenschap dat zijn bestaan volkomen overbodig is geworden, en weinig meer is dan een vergezochte logische mogelijkheid. Dat geldt zeer zeker voor deze uitspraak van Boudry. ‘Een denkfout van jewelste’, zoals de wetenschapper dacht toen hij de weglopende Boudry peinzend nakeek en uit het verhaal verdween.


Zijn er verschijnselen die verklaard kunnen worden door het bestaan van een God te postuleren, en zou die verklaring ook de beste verklaring van die verschijnselen kunnen zijn? Ik denk dat dat kan. Neem bijvoorbeeld het verschijnsel dat de fysische werkelijkheid grote orde vertoont, dat er wetmatigheden en patronen zijn, op micro-, macro- en mesoniveau. Deze wetmatigheden en patronen laten zich wiskundig en rationeel beschrijven. Maar nu kan men, nog steeds gedreven door een geest van wetenschappelijke nieuwsgierigheid, de vraag stellen of er een verklaring is voor deze ordelijkheid van de fysische wereld. Waarom is de wereld ordelijk? Waarom heeft ze deze orde? De ordelijkheid van de wereld lijkt echter zelf niet wetenschappelijk verklaard te kunnen worden. Waarom niet? Omdat wetenschappelijke verklaringen die orde wel eerst moeten veronderstellen om überhaupt iets te kunnen verklaren.** (René van Woudenberg)


De Engelse filosoof en staatsman Francis Bacon stelde ooit dat een beetje filosofie tot atheïsme leidt, maar grote hoeveelheden ons terug naar God brengen. Dat geldt zeker ook voor wetenschap. Boudry heeft dus nog heel wat uit te diepen. Bacon vond trouwens dat men beter helemaal geen mening over God kan hebben dan een mening die Hem onwaardig is.

Maar als er een ding zeker is in de wetenschappen, dan is het dat alle zekerheden gaandeweg verschuiven. De wetenschappelijke modellen van vandaag zijn op vrijwel elk onderzoeksterrein radicaal verschillend van die van twee eeuwen geleden. Wie weet hoe de paradigma’s van het volgende millennium eruit zullen zien.’ (Peter Russell)

De wetenschap heeft nog zeer veel te ontdekken, en weet nog weinig raad met het bewustzijn, zo stelde de Britse natuurkundige Peter Russell, die in 1996 zag dat er voor God al helemaal geen plaats was in de natuurwetenschappen. Hij dacht wel dat onderzoek naar het raadsel van het bewustzijn, de natuurkundigen bij God zal brengen.

De wetenschap heeft de verre ruimte, de verre tijd en de verre materie verkend, en geen plek voor of behoefte aan God aangetroffen. Nu voor het eerst het bewustzijn wordt bestudeerd, is er een koers ingeslagen die tenslotte zal leiden tot de beschouwing van de ‘verre geest’. En al doende kan de wetenschap zich uiteindelijk gedwongen zien om God binnen te laten.’ (Russell)

Boudry stelt dat de mysteriën van vandaag de wetenschappelijke doorbraken van morgen zijn. Wie weet wat er ons allemaal nog voor doorbraken te wachten staan. Dat betekent niet dat wetenschap allerlei gaten zal vullen waarin God nog zit, maar dat God door diezelfde wetenschap laat zien wat Hij allemaal voor elkaar gekregen heeft. Iets zo verbazingwekkend groots, dat geen wetenschapper dat zal kunnen vatten, laat staan evenaren. Dat gat waar God in zit, is een opening, en kosmisch groot. Hij laat zich niet verjagen. God heeft nog onmeetbaar veel terrein, nog zò vol hiaten voor wetenschappers, dat Zijn bestaan noodzakelijk is, en een logische mogelijkheid.

Niet het concept van God dat we bij de hedendaagse religies tegenkomen – die onvermijdelijk blootgesteld waren aan vervorming en verlies bij de overdracht van de ene generatie op de volgende, maar de God die het wezen vormt van ons eigen zelf, de kern van het bewustzijn.’ (Russell)

** ‘In het essay ‘God bestaat, er is bewijs’, dat op 13/10 in NRC stond, schrijft filosoof René van Woudenberg dat hij de hand van God ziet in de ‘grote orde’ in de natuur, met name de talloze ‘wetmatigheden en patronen’. (NRC)

Bronnen o.a.:
* De sluipmoord op God
** God bestaat, er is bewijs

Illustr: Baloocartoons.com