Absoluut geloof in de rede aan slijtage onderhevig

truth (1)

‘Liberalisme is een totalitaire ideologie,’ stelt theoloog Wim van Vlastuin in een opinieartikel waarin hij stelt dat apologetiek naar ‘de ene waarheid’ zoekt. Altijd gedacht dat het liberalisme zo veel mogelijk vrijheid van het individu als uitgangspunt heeft. Van Vlastuin zet het liberalisme in hetzelfde rijtje als socialisme en communisme.

‘Modernisme kenmerkt zich ook door een sterk vooruitgangsgeloof. De wetenschap zorgt op alle terreinen van het leven voor succes. Ze brengt het gedrag van mensen in kaart, vindt wetmatigheden in de economie, en ook in de psychologie zou de meetmethode tot grote inzichten kunnen leiden. Alle problemen kunnen we overwinnen en geluk is maakbaar. Dit vooruitgangsgeloof was de voedingsbodem voor totalitaire ideologieën zoals het socialisme, het liberalisme en het communisme.’ 

Van Vlastuin hekelt het modernisme met zijn grote nadruk op de rede en vooruitgangsgeloof. Het gevolg van dat denken is dat het afgelopen moet zijn met het geloof in God en zeker met de moraal die aan het geloof in God wordt ontleend.

‘De secularisatiethese was breed geaccepteerd: door de vooruitgang in wetenschap en techniek zou het geloof in God steeds minder relevant worden en zou de wereld steeds meer seculariseren.’ 

wim20van20vlastuinMaar de secularisatiethese blijkt niet te kloppen omdat het slechts in een klein deel van de wereld zo is dat mensen niet religieus zijn, en in het grootste deel van de wereld is het helemaal niet vreemd om in het niet-materiële te geloven.

Het absolute geloof in de rede is aan slijtage onderhevig, stelt universitair docent systematische theologie dr. Wim Van Vlastuin (foto: refo500.nl). Het is nu meer mogelijk om op een existentiële golflengte een gesprek te voeren. De rede is niet relevant voor het geloof: de apologetische richting van het fideïsme kan in deze cultuur goed gedijen. De grootste voetangel in onze cultuur is volgens hem dat waarheid niet meer absoluut is. 

‘Zolang er een besef is dat er een laatste waarheid moet zijn, kun je elkaar aanspreken op het zoeken van die ene waarheid. Maar als het geloof in deze ene waarheid taant en waarheid per definitie pluraal is, is het lastig getuigen of debatteren. Wellicht vraagt het een extra gesprekslaag om het dilemma van de ene waarheid of de vele waarheden uit te diepen.’ 

Voor Van Vlastuin is de waarheid echter wel absoluut want hij stelt dat Gods waarheid ‘zekerder dan zeker’ is. Maar het liberalisme totalitair? Het liberalisme heeft als uitgangspunt zo veel mogelijk vrijheid van het individu zolang hij de vrijheid van anderen niet beperkt. Misschien is God wel de enige echte liberaal. Hij heeft de mens immers een vrije wil gegeven.

Zie: Apologetiek zoekt naar de ene waarheid

Foto: worldofintelligence.nl

Na het godsargument nu ook een duivelsargument

tarot_duivel (1)
Een duivelse wereld is niet ondenkbaar. Hij kan bestaan. Het argument ‘een persoonlijke eerste oorzaak’ leent zich, naast het godsargument, ook om te bewijzen dat de duivel bestaat. De duivel als schepper van hemel en aarde. Ik ben benieuwd hoe de hemel van de duivel er dan uitziet. Docent filosofie Jan-Auke Riemersma gebruikt het godsargument van Emanuel Rutten om naar het Kwaad in de wereld te kijken.

‘1. niemand weet dat de ‘duivel’ niet bestaat
2. we kunnen alles weten
3. het is absoluut zeker dat de ‘duivel’ bestaat’

Een scheppend wezen kan volgens Riemersma nu eenmaal ook een duivelse wereld scheppen en het is mogelijk om de schepper van hemel en aarde de duivel te noemen. Duivel is volgens hem dan een ‘naam’ voor ‘schepper van hemel en aarde’, zoals ook ‘God’ een naam is voor ‘schepper van hemel en aarde’.

JanRiemersmaJan-Auke Riemersma (foto: J-AR) gaat nog verder en stelt dat ‘God’ die duivelse wereld mogelijk maakt en komt dan tot de conclusie dat ‘God’ slecht is. Hij vindt dat natuurlijk een onwelkome boodschap voor een gelovige. ‘God’ noemt hij duivels en concludeert dat ‘God’ niet God is.

‘Het probleem is dat de definitie van God als ‘schepper van hemel en aarde’ niet uitsluit dat de schepper van hemel en aarde ‘de duivel’ is.’

Die duivelse wereld ziet er – vanzelfsprekend – niet prettig uit. Riemersma, alias De Lachende Theoloog beschrijft die wereld nogal plastisch.

‘Een wereld [is] waarin pasgeborenen onmiddellijk met kokende olie worden overgoten, terwijl hun gevoeligheid door een aanpassing zo fijn is dat de aanraking van één enkel stofje al zorgt voor ondraaglijke pijn, zodat hun lijden onbeschrijfelijk is, terwijl na het wegbranden van de huid en het langzame sterven niet de dood intreedt maar juist het leven zich hernieuwt en het lijden eeuwig wordt gerekt, dan is dát voldoende om te denken dat niet God maar de duivel de schepper is van hemel en aarde.’

Riemersma zegt goede redenen te hebben om eraan te twijfelen dat ‘de persoonlijke eerste oorzaak’ een algoede God is, gezien het feit dat deze ‘eerste oorzaak’ het bestaan van duivelse werelden mogelijk maakt. Hij schrijft het in een andere afleiding zo op, dat het argument geen betrekking heeft op de algoede, aanbiddenswaardige God waar wij van spreken als we het over God hebben.

erEn dan is daar natuurlijk ook Emanuel Rutten (foto: ER) zelf, de filosoof van het godsargument, die stelt dat zijn argument zich er niet voor leent te bewijzen dat de duivel bestaat.

‘Bewijzen doen we in de wiskunde en niet in de filosofie. Het gaat om een redelijk argument, niet om een sluitend bewijs. In de tweede plaats concludeert het argument alléén dat er een persoonlijke eerste oorzaak van de werkelijkheid bestaat. Mijn argument zegt verder helemaal niets over het karakter van deze persoonlijke eerste oorzaak. Je kunt dus niet stellen dat mijn argument impliceert dat de persoonlijke eerste oorzaak slecht is.’

Hiermee is niet gezegd dat het Kwaad niet bestaat. Rutten verwijst wat dit betreft naar de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga die enige tijd geleden heeft laten zien dat de beweringen ‘God is goed’ en ‘Er is kwaad in de wereld’ niet logisch met elkaar in tegenspraak zijn.

Alvin_Plantinga (1)‘In het begin van de jaren zeventig richtte Plantinga zich op het probleem van het kwaad. In zijn boek: God, Freedom and Evil (1974) betoogt hij dat, als mensen in principe moreel vrij en verantwoordelijk zijn, dat dan het bestaan van een almachtige en volmaakt goede God logisch gezien niet strijdig is met het kwaad in de wereld. Het bestaan van God zou daarom niet onwaarschijnlijk zijn door het argument van het kwaad in de wereld.’ (foto & citaat: Wikipedia)

Zie: het artikel en de discussie Godsbewijs en Kwaad

Illustr: loesje.info

Bestaat de ziel nog?

dezielopnieuw (1)
Ooit was de ziel vanzelfsprekend, in de filosofie, de poëzie, de religie en in de dagelijkse ervaring. Dat niet alleen, ze voerde ook het woord. Ze sprak met zichzelf – op fluisterende toon. Ze ontdekte zichzelf in tweegesprekken, met een andere ziel, of met God.

‘Ziel, verlangen, God, schoonheid. Het zijn woorden uit een voorbije tijd. Grote woorden, maar verloren woorden. Ze spreken niet meer vanzelf en tegelijkertijd begeleiden ze ons nog altijd. Eerst leken zij op sterven na dood te zijn, als meubelstukken die we geërfd hebben, maar die het niet uithouden in de nieuwe inrichting. Is God niet vooral een obstakel voor de menselijke vrijheid?’

Bovenstaande woorden komen uit het boekje De ziel opnieuw van filosoof en dichter Renée van Riessen; docent godsdienstfilosofie aan de PThU in Groningen en bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de Universiteit Leiden. Van Riessen vraagt zich hier onder meer in af of de ziel nog bestaat en zoekt daarvoor bij Plato, Levinas en Kierkegaard, maar ook bij dichters en schrijvers.

‘Het denken van Kierkegaard en Levinas over onderwijs geeft aanleiding tot nieuw denken over de ziel, vanuit joods en christelijke inspiratie. Daarom kreeg dit boekessay de titel De ziel opnieuw. In de ondertitel komen de woorden terug die dit betoog verbinden met de oratie die er de kiem van was: innerlijkheid, inspiratie en onderwijs.’

Het essay is een uitwerking van de oratie die Van Riessen heeft gehouden bij de aanvaarding van de bijzondere leerstoel Christelijke Filosofie aan de Universiteit Leiden: Verder gaan dan Socrates? Over onderwijs, innerlijkheid en inspiratie bij Kierkegaard en Levinas. (Van Riessen, 2012)

Renée van Riessen-1

‘De ziel is een van de grote verloren woorden van onze tijd – schreef de cultuurfilosoof Alessandro Baricco in zijn recente boek De Barbaren. Maar wat zijn we dan precies verloren? Is het de toegang tot ons innerlijk, of het besef dat dit innerlijk ertoe doet? Of raakten we de ziel al eerder kwijt, in de tijd dat Descartes een scherp onderscheid begon te maken tussen bewustzijn en materie? Bewustzijn is onzichtbaar en wordt tegenwoordig bij voorkeur via de zichtbare weg (de hersenen, ‘het brein’) bestudeerd en besproken.’

Renée van Riessen (foto: PThU) is filosoof en dichter; ze doceert godsdienstfilosofie aan de PThU in Groningen en is bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de Universiteit Leiden. Van Riessen is auteur van Man as a Place of God, Levinas’ Hermeneutics of Kenosis (Springer, 2007) en publiceerde vier dichtbundels bij Uitgeverij Prometheus, waarvan de laatste (Krekels in de keuken) verscheen in 2008.

Op vrijdagmiddag 15 november a.s. houdt de PThU van 14 tot 17 uur een studiemiddag, getiteld Het gewicht van de ziel. De bijeenkomst vindt plaats in de filmzaal van de vestiging in Groningen, Oude Ebbingestraat 25. Sprekers zijn o.a. Renée van Riessen en Désanne van Brederode. Aanleiding voor de studiemiddag is de verschijning afgelopen zomer van het boek-essay De Ziel opnieuw door Renée van Riessen bij uitgeverij Sjibbolet in Amsterdam.

Zie: Het gewicht van de ziel 

De ziel opnieuw | Renée Van Riessen | ISBN10 9491110136 | ISBN13 9789491110139 | € 15,50

‘De Verlichting verwierp de religie niet totaal’

25_b_verlichting
De relatie tussen Verlichting en religie is nog steeds een punt van heftige discussie. Voor de een vormt de Verlichting het verzamelpunt van alle godsdienstigheid, voor de ander probeert zij juist het traditionele christendom aan te passen aan het moderne, seculiere denken. In Leiden werden hierover afgelopen zaterdag woorden gewisseld tussen Bart Jan Spruyt en Ernestine van der Wall.

‘Dit werd gevolgd door een reactie van de internationale autoriteit op dit gebied, professor Jonathan Israel van het Institute for Advanced Study te Princeton. Zij kwamen echter niet tot een eensluidend oordeel over de vraag of de Verlichting moet worden beschouwd als een blijk van vooruitgang of juist als een teken van verderf.’ (Jan Wim Buisman))

Volgens een verslag van Universiteit Leiden door Jan Wim Buisman was de Verlichting geen oorlog tussen rede en religie. Het stelt dat niet alle moderniteit seculier, laat staan atheïstisch is, ook al is voor Israel de Verlichting een in essentie seculiere stroming, de radicale, antigodsdienstige denkrichting zoals gepresenteerd door Spinoza.

‘Tegen deze opvatting is het nodige verzet gerezen, al was het maar omdat de Verlichting volgens velen meer is dan de kraamkamer van het moderne wereldbeeld of het 21e-eeuwse atheïsme.’  (JWB)

In discussies over de strijd tussen religie en rede wordt – volgens Gert J. Peelen in de Volkskrant – vaak vergeten hoezeer die twee elkaar in de loop van de eeuwen hebben beïnvloed. De meeste vertegenwoordigers van de Verlichting, aldus het verslag van Buisman, verwierpen de religie niet volstrekt; zij kozen ervoor hun denken en doen vorm te geven in een ‘vrij’ en seculier klimaat, min of meer onafhankelijk van het gezag van kerk en traditionele Bijbelinterpretatie.

‘Voor deze laatste opvatting kunnen we ook terecht bij de hedendaagse filosoof Charles Taylor die meent dat we de bronnen van het moderne, individuele denken voor een belangrijk deel kunnen zoeken in de religie zelf.’  (JWB)

om.Buisman_300Hoe het ook zij, aan de hand van een combinatie van historische essays en bronteksten wil Verlichting in Nederland 1650-1850 op ‘goed verlichte wijze’ de lezer zelf laten oordelen.

Verlichting in Nederland 1650-1850 – Vrede tussen Rede en Religie? | Jan Wim Buisman | ISBN: 9789460041501 | Uitgever: Vantilt | Paperback | Prijs: € 22,50 

Zie: Verlichting was geen oorlog tussen rede en religie 

en: Boekpresentatie Verlichting in Nederland

Illustr: Reid, Geleijnse & Van Tol

‘Overgeleverd zijn aan seculiere heidenen is schraal perspectief’

aan_de_heidenen_overgeleverd_isbn_9789025903756_1_1381974575
‘Geloof als keuze, als mogelijkheid van de vrije wil van de mens loopt het gevaar om onder een dikke stoflaag te verdwijnen: er dreigt een kostbare schat verloren te gaan en we kunnen er iets aan doen.’ Dit zei dr. Christa Anbeek in haar oratie Aan de heidenen overgeleverd afgelopen donderdag. ‘Overgeleverd zijn aan seculiere heidenen is een schraal perspectief.’

‘Wij leven in een tijd waarin religie voor velen onbegrijpelijk en betekenisloos is geworden. Menigeen beschouwt haar zelfs als verdacht en gevaarlijk. Hierdoor dreigt zij als keuzemogelijkheid uit beeld te verdwijnen. Ik pleit ervoor om religieuze levensoriëntatie als keuzemogelijkheid in stand te houden. Het moet mogelijk blijven om te kiezen voor geloof. De urgentie hiervan wordt ingegeven door de tijdelijkheid en vergankelijkheid van alles.’ (FD) 

Christa Anbeek (1961) is sinds 1 september 2013 bijzonder hoogleraar Remonstrantse theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam namens de Remonstrantse Broederschap, een geloofsgemeenschap die zich inzet voor een vrij en verdraagzaam christendom. Op 16 oktober hield Christa Anbeek haar oratie aan de VU. Zij is de eerste vrouwelijke hoogleraar remonstrantse theologie sinds de start van deze opleiding in 1634.

‘Veel mensen stellen tegenwoordig zelf hun levensoriëntatie samen, waarbij tal van keuzemogelijkheden, ervaringsgerichtheid en zoekgedrag kenmerkend zijn. Op het moment dat iemand wordt geconfronteerd met kwetsbaarheid en eindigheid kan dit individuele zoeken een zware opgave zijn, vooral omdat de levensbeschouwelijke taal meer en meer verdwijnt en mensen steeds meer psychologische en medische invalshoeken kiezen waar ze geen antwoord vinden op vragen als ‘Is er iets na de dood?’ Gelukkig zijn er hulpbronnen als boeken en cursussen die mensen kunnen raadplegen, waarbij de filosofisch georiënteerde levensadviezen, zoals de levenskunst, populairder zijn dan de theologische.’ (VU) 

Volgens Anbeek moeten mensen concrete ervaringen met kwetsbaar leven als uitgangspunt voor theologische reflectie nemen; dienen thema’s uit de christelijke systematische theologie en belangrijke inzichten uit andere religies consequent terug worden vertaald naar de achterliggende menselijke ervaringswerkelijkheid; en moeten zij verbindingen zoeken tussen hedendaagse ervaringen met kwetsbaar leven en de ervaringswerkelijkheid die achter religieuze tradities schuilgaan.

‘Zo ontstaat er een theologie die weer bestaat uit reflectie op fundamentele levensvragen, waar Anbeek in haar oratie diverse voorbeelden van geeft.’ (VU) 

Zie: Religie stelt vragen die de dagelijkse routines overstijgen

en: Theologie die weer bestaat uit reflectie op fundamentele levensvragen

OLYMPUS DIGITAL CAMERADe oratie van Christa Anbeek (foto: human.nl) verschijnt ook als boek in een bewerkte versie bij Uitgeverij Ten Have. Eerder schreef zij onder meer Overlevingskunst – Leven met de dood van een dierbare (2010).
Samen met Ada de Jong is zij ook de auteur van de bestseller De berg van de ziel – Persoonlijk essay over kwetsbaar leven (2013).

Aan de heidenen overgeleverd – Hoe theologie de 21ste eeuw kan overleven | Christa Anbeek | Ten Have| € 11,95 euro | Ook als e-book leverbaar