God bewijzen – ‘Geest en stof staan tegenover elkaar’

Babies
‘De bewijslast in debatten over God ligt niet exclusief bij gelovigen. Op beide groepen – dus zowel theïsten als atheïsten – rust de taak om met bewijslast voor hun positie of kennisclaim te komen in een argumentatief debat over het bestaan van God.’ Een groep schrijvers onder de naam Tartuffel, heeft de hele discussie over waar de bewijslast ligt voor het bestaan van God, bij de theïst of de atheïst, nog eens op een rijtje gezet. 

‘De atheïst die beweert dat de gelovige zal moeten aantonen dat zijn of haar God níet in dezelfde categorie valt als het monster van Loch Ness en andere sprookjesfiguren, gooit eerst alles op één hoop en beweert dan dat de gelovige maar moet bewijzen dat het andere categorieën betreffen. Atheïsten beweren dat het niet nodig is om het bestaan van God te weerleggen om dezelfde reden dat het niet nodig is om het bestaan ​​van de tandenfee, kabouters, de kerstman en het spaghettimonster (illustr: necoma.nl), enz. te weerleggen.

necoma.nlAlle atheïstische ridiculiseringen van God door Hem in één adem te noemen met dergelijke figuren, zijn gebaseerd op hetzelfde archetype: de vliegende theepot van Russell. Allemaal reuze vindingrijk en amusant, maar de atheïst plaatst zelf met dergelijke vergelijkingen God in dezelfde categorie als het monster van Loch Ness en de andere figuren. Om dat te kunnen doen, zal hij dus zèlf moeten aantonen dat ze een subject zijn met dezelfde attributen (kenmerken).’ 

Het uitgebreide artikel in InfoNu, dat 7 januari jl. nog werd bijgewerkt, laat onder meer zien dat iedere vergelijking tussen God enerzijds en het monster van Loch Ness, de kerstman en het spaghettimonster anderzijds, volkomen mank gaat omdat het een belangrijke oorzaak blootlegt waar het in discussies tussen atheïsten en theïsten heel vaak misgaat. 

‘Een vruchtbare discussie kun je wel vergeten als God in dezelfde categorie wordt geplaatst als het monster van Loch Ness. Uit de aard der zaak valt God niet in dezelfde categorie als het monster van Loch Ness en andere tot de verbeelding sprekende figuren.’ 

Volgens Tartuffel getuigt een dergelijke houding van intellectuele luiheid en is bovendien niet fair. De atheïst zal zijn stelling moeten onderbouwen aan de hand van deugdelijke argumenten. De bewijslast voor een kennisclaim (zoals ‘god is een verzinsel’) ligt bij degene die de claim doet. Over Russells theepot (Illustr: vliegendetheepot.blogspot.com) zeggen de schrijvers: 

‘Ik denk dat we kunnen weten dat het niet bestaat omdat het daar niet is geplaatst door Russische of Amerikaanse astronauten, en we weten dat materie in het universum zichzelf niet kan organiseren in een theepotvorm. Dus al met al beschikken we over nogal wat goede redenen om te kunnen stellen dat Russells theepot niet bestaat. Ook de kerstman kunnen we op gelijke wijze wegstrepen.

13-TeapotWarning-150Dat volwassenen niet in de kerstman geloven komt niet simpelweg doordat er geen goede redenen zijn voor zijn bestaan, maar omdat we goede redenen hebben om aan te nemen dat hij niet bestaat. We hebben hier positief bewijs voor: er woont niemand op de Noordpool en er vliegt niemand rond in een arrenslee om cadeautjes te bezorgen op kerstavond.’ 

Tartuffel stelt dat atheïsme niet slechts de afwezigheid van geloof in God is, anders zou een baby ook atheïst zijn, evenals zijn kat. Over het feit dat de atheïst stelt dat de bewijslast bij de theïst ligt, wordt verwezen naar filosoof Emanuel Rutten die deze repliek zeer verhelderend weerlegt door te stellen dat volgens de één de zijnsgrond van de wereld geest is en volgens de ander stof. Twee opvattingen over de natuur staan tegenover elkaar. 

‘Indien we een goed argument kunnen geven voor het bestaan van een eerste oorzaak van de werkelijkheid, dus iets waarop de hele wereld uiteindelijk teruggaat, iets dat geldt als de uiteindelijke oorsprong van alles wat bestaat, dan zijn de overtuigingen van de theïst en de atheïst structureel equivalent. De theïst beweert namelijk dat deze eerste oorzaak een subject is (een bewust wezen) en de atheïst beweert dat deze eerste oorzaak een object (levenloze materie) betreft. (Illustr 404: weheartit.com)

d4hbs_largeEr is dus sprake van pariteit tussen beide posities. Beide posities betreffen immers een claim over de aard van de wereldgrond. Volgens de één is de zijnsgrond van de wereld geest en volgens de ander is de zijnsgrond van de wereld stof. … Het is niet zo dat de theïst het bestaan van iets bevestigt, terwijl de atheïst slechts het bestaan ervan ontkent. Twee opvattingen over de natuur van de eerste oorzaak, geest of stof, staan tegenover elkaar. De atheïst kan in een argumentatief debat over het bestaan van God dus niet eenzijdig de bewijslast bij de theïst leggen.’ 

Zie: Bewijslast ligt ook bij atheïst in het debat met een theïst

Illust: ryanpeterswrite.com

God bewijzen – ‘Ik geloof opdat ik mag begrijpen’

Anselmus
De titel van dit blog is ontleend aan het motto van de middeleeuwse theoloog Anselmus. Zijn argument voor Gods bestaan was geen poging om eerst God te bewijzen om dan in God te gaan geloven. Volgens Jos de Keijzer, promovendus aan Luther Seminary in Minnesota (VS), is Anselmus een voorbeeld van een mens die zichzelf zag als onderdeel van een groter geheel en verbonden met God, en pas van daaruit denkend tot argumenten voor het bestaan van God probeerde te komen.

‘Autonoom mensbeeld zit apologetiek in de weg,’ stelt De Keijzer. (Apologetiek als verdediging van het christelijk geloof, PD.) Omdat de eigen rede het uitgangspunt van de mens is geworden. Maar argumenten helpen nauwelijks om je geloof een redelijke basis te geven. Die helpen weinig bij een gesprek over de schutting of bij de koffie. Toch probeerde Descartes dit. Hij vond in de rede een nieuwe basis om een normale dialoog mogelijk te maken.

‘René Descartes walgde aan het begin van de verlichting, in de 17e eeuw, namelijk van de religieuze oorlogen van zijn tijd (hij vocht zelf in het leger). De elkaar bevechtende kerken claimden allemaal de waarheid te bezitten. Descartes ging toen op zoek naar een nieuwe basis op grond waarvan een normale dialoog mogelijk was. Hij vond die in de rede. Die alleen zou scheidsrechter over de waarheid moeten zijn.’  (JDK)

De rede werd centraal gesteld. ‘Vanuit ons eigen denken kunnen we eigenlijk niets over God weten’, parafraseert De Keijzer Immanuel Kant. En volgen Plato ben je mens door je verbondenheid met het rationele principe waarvan de kosmos doortrokken is. Echter, zo stelt Jos De Keijzer (foto: vanbenedennaarboven.nl), als de mens zich als alleen, geïsoleerd en op zichzelf geworpen opstelt, was hij voortaan alleen, zonder God in de buitenwereld.

josdekeijzer‘Pas zodra je begint met een mensbeeld van een autonome, geïsoleerde mens die zelf basis en beginpunt is, wordt het kennen een probleem. Ons vermogen te kennen is ons niet geschonken om autonoom, los van God, te functioneren.’ (JDK)

Zo komt De Keijzer uit bij Anselmus van Canterbury die zichzelf zag als onderdeel van een groter geheel en verbonden met God, en pas van daaruit denkend tot argumenten voor het bestaan van God probeerde te komen. Ongeveer op dezelfde manier als filosoof Emanuel Rutten dat deed.

‘Het begint met geloof en verbondenheid met het grotere geheel, pas daarna komt het kennen. Vanaf het moment dat Descartes het kennen geïsoleerd vooropstelde, ging het daarom bergafwaarts met het geloof.’ (JDK)

De Keijzer stelt als oplossing om met een mensbeeld te beginnen dat  weer verbonden is met het geheel (en met God.) Het postmodernisme (dat stelt dat er geen zeker fundament meer is om kennis op te baseren, PD) biedt wellicht de oplossing?

‘Je kunt het postmodernisme zien als één grote aanklacht tegen de gedachte dat het autonome denken de oplossing is. Dit biedt nieuwe mogelijkheden voor een apologetisch gesprek. Hoe precies, is moeilijk te zeggen. Het zal moeten blijken bij de schutting of aan de koffie.’ (JDK)

Zie: Autonoom mensbeeld zit apologetiek in de weg – Jos de Keijzer, theoloog, columnist en spreker. Hij heeft een master in Christian Thought behaald en is momenteel met zijn PhD bezig aan het Luther Seminary in de Verenigde Staten.

Illustr: Anselmus (Aosta, 1033 – Canterbury, 21 april 1109) was een in Italië geboren filosoof, theoloog en benedictijner monnik. (Wikimedia Commons)

Gerelateerd:
Wat voorafging aan de Godsargumenten
* Religie is natuurlijk, en God waarschijnlijk?

Religie is natuurlijk, en God waarschijnlijk?

Layer-61
In Amsterdam, op 16 en 29 januari 2014, worden er een Debat en een Nationaal Religiedebat georganiseerd over het bestaan van God. Bestaat God? Moet je gek zijn om in God te geloven? Is godsgeloof redelijk? Kan God weten dat Hij logisch denkt? Heeft God onmiddellijk intuïtief inzicht? Debatten op de VU en in Felix Meritis. Maar ook op blogs woedt de discussie.

‘Nog altijd zijn er weinig onderwerpen die meer stof doen opwaaien dan juist religie. Buiten Europa groeit religieus geloof. En zelfs in het seculiere Nederland zijn er mensen die zich tot het geloof in God bekeren. Natuurlijk kunnen we dat zien als een nieuw bewijs voor de onuitroeibare irrationaliteit van mensen. Maar misschien is er meer aan de hand.’ (VU) 

mihaiMihai Martoiu Ticu (foto: OBA), afgestudeerd in wijsbegeerte en internationaal recht, is daar beslist over: er is geen bewijs dat God bestaat. Bij Joop.nl doet hij een poging te laten zien wat er niet klopt aan de redenering van Emanuel Rutten. Martoiu Ticu benoemt drie zwakheden van het godsargument.

‘We hebben geen enkel bewijs dat er slechts vier manieren bestaan om te weten dat God niet bestaat. We kunnen bijvoorbeeld niet uitsluiten dat wetenschap of logica ooit zullen bewijzen dat God niet bestaat. Rutten maakt gebruik van modale logica voor zijn argument. Modale logica trekt conclusies uit het feit dat iets mogelijk is of denkbaar. Ook als we zijn eigen premissen en argumentatiemethode accepteren, komen we tot andere conclusies.’ (Martiou Ticu)

Het antwoord van filosoof en wiskundige Emanuel Rutten (foto: ER) kon niet uitblijven en verscheen drie dagen later: De waarschijnlijkheid van God, waarin hij stelde dat filosofische argumenten voor het bestaan van God laten zien dat het waarschijnlijk is dat God bestaat. Maar absolute erzekerheid is een andere vraag. Hij verwijst Martiou Ticu naar zijn hernieuwde bespreking van het modaal-epistemisch argument op zijn blog gjerutten.nl. Daarin bespreekt hij negen tegenwerpingen op zijn godsargument.

‘We zien zo dat alle hierboven besproken objecties tegen het argument afdoende weerlegd kunnen worden. Het argument maakt dan ook het bestaan van God een stuk aannemelijker. Het aardige van het argument is dat het niet onder één van de bestaande typen van Godsargumenten valt. Het opent als het ware een hele nieuwe categorie van Godsargumenten. Dit betekent dat er voldoende ruimte en uitdaging is voor filosofen om het argument nog verder te verbeteren en zo sterker te maken, net zoals men altijd gedaan heeft met de andere typen Godsargumenten.’ 

Intussen zijn godsdienstwijsgeer Jan-Auke Riemersma (foto: J-AR) en Rutten ook druk in debat delachendetheoloogover de vraag of God kan weten waarom Hij logisch denkt. Deze discussies vinden plaats op hun blogs en ook op de site Geloof en Wetenschap van ForumC.

‘Bepaalde theologen en filosofen zijn er van overtuigd dat god een persoon is die logisch denkt. God ordent al zijn kennis en al zijn inzichten zo dat deze keurig bij elkaar passen. Het is een naadloos, gladgestreken geheel. In de geest van god komt geen enkele tegenstrijdigheid voor. De werkelijkheid is volgens God een strakke logische ruimte en buiten deze logische ruimte is er niets.’ (Riemersma)

‘In zijn bijdrage De God van de rationele theologen op dit forum beweert Jan Riemersma dat als God niet anders kan dan logisch denken, hij niet kan weten waarom dat zo is. Want als God onmogelijk buiten het logisch denken kan treden, dan is elk antwoord van God op de ‘waarom’-vraag onvermijdelijk gebaseerd op logisch denken en dus hopeloos circulair, aldus Riemersma. Wat Riemersma echter over het hoofd ziet, is dat God niet noodzakelijk een beroep op logica hoeft te doen om te weten waarom hij niet anders kan dan logisch denken.’ (Rutten)

downloadOp 16 januari gaat het op de VU over drie stellingen naar aanleiding van het boek God bewijzen van Rik Peels en Stefan Paas. 1) Religie is natuurlijk, gezond en nuttig. 2) Atheïsten schetsen een god waar niemand in gelooft. 3) God is aanwijsbaar.

Wetenschapsjournalist Yvonne Zonderop (o.a. De Groene) leidt het debat met filosoof Floris van den Berg (foto li: Wikipedia) (directeur van de seculier-humanistische denktank Center for Inquiry Low Countries), Taede Smedes (foto re: TAS) (godsdienstfilosoof en theoloog), Stefan Paas (Bijzonder hoogleraartaedeasmedes kerkplanting en vernieuwing VU) en Rik Peels (onderzoeker Abraham Kuyper Center for Science and Religion).

‘Geloven in God is een normale, redelijke optie voor normale, redelijke mensen. Tenminste, dat vinden filosoof Rik Peels en theoloog Stefan Paas. Samen schreven zij God bewijzen – argumenten voor en tegen geloven, dat recent verscheen bij uitgeverij Balans. Het veelbesproken boek oogst naast kritiek opmerkelijk veel waardering en respect, zowel van gelovigen als atheïsten als agnosten.’ (Felix Meritis)

stefanpaas_rikpels_webOp 29 januari in Felix Meritis klinken de vragen of godsgeloof redelijk is en of massaal ongeloof werkelijk funest is voor de moraal in Nederland. Onder leiding van wetenschappelijk onderzoeker op het gebied van religie in het publieke domein, Markha Valenta, zullenhermanphilipse Stefan Paas (re) en Rik Peels (li) (foto: FM) in debat treden met onder andere Herman Philipse (foto re: PD.)

‘Hoogleraar Wijsbegeerte Philipse vreest dat geseculariseerde culturen worden gemarginaliseerd door gelovigen. Alle claims van gelovigen dat God bestaat, dienen daarom door de ‘universele atheïst’ ontmanteld te worden. In zijn nieuwe boek ‘God in the Age of Science? A Critique of religious Reasons’ vindt hij dat de taak van de atheïst.’ (VGEM)

Bronnen:
Er is geen bewijs dat God bestaat
* De waarschijnlijkheid van God
Wittgensteins Broek 
Kan God weten waarom Hij logisch denkt?
Geloof & Wetenschap
De God van de rationele theologen
Nationaal Religiedebat: Is godsgeloof redelijk?
Debat: Voorbij de religieuze verwaarlozing

Illustr: godevidence.com

Spirituelen onderdompelen in een vloeibare vorm van religieuze gemeenschap

licht_en_zwaar_isbn_9789043522526_1_1386080539 (1)
Volgens de schrijver van het boek Licht en Zwaar – voor zwevers en andere spirituelen, Frits de Lange, ontworstelen gelovigen zich aan de druk van tradities en de dwang van geloofsgemeenschappen: we individualiseren in hoog tempo. Toch vindt hij dat je vanuit de theologie best een kwaliteitstoets aan religiositeit mag stellen. Geen ontsnappingsreligie dus, maar een die ons met beide benen op de grond houdt, want ‘wie alleen zweven wil, valt uiteindelijk te pletter’.

‘De heldere, collectieve ‘antwoorden’ van vroeger doen het niet meer, maar wat er voor in de plaats komt is twijfel aan wie we zijn en waar het met ons en met de wereld naar toe moet.’

Eerder stelde De Lange – ook op Nieuwwij – dat de oppervlakkige wereld van vandaag niet opkan tegen de rijke symboliek en innerlijke verbeeldingskracht van de kerkelijke traditie. Religie verliest volgens de theoloog heel veel kwaliteit doordat het niet meer door instituties gedragen wordt. Toch verwijst hij naar de mystici die zeiden: ‘We moeten eerst onszelf leeg maken, ook van de kerkelijke leer, om onszelf ontvankelijk te maken voor God’.

licht_en_zwaar_isbn_9789043522526_1_1386080539Hoe De Lange zich dan die kwaliteitstoets door theologie (kerkelijke leer!) voorstelt, wordt hopelijk duidelijk in zijn boek. In de verschillende interviews met hem is dat vooralsnog niet helder, of het moet zijn dat we ons op de mystiek dienen te richten, op de christelijke mystiek welteverstaan.

‘Ik ben bang dat de hypes rond mindfullness of meditatiecursussen van het type ‘boeddhisme light’ vaak niet meer zijn dan een feelgoodreligie: een spiritualiteit als lifestyle, die de angst voor de leegte juist bezweert, in plaats van dat zij haar leert te doorstaan. Als dat zo is, maken we daar onze geestelijke leegte niet kleiner mee.’ 

Hoe dan wèl, blijft de vraag. De Lange houdt zich bij de christelijke traditie, waarover hij adviseert je daarin te verdiepen; onderzoeken en ontdekken wat de symbolische meerwaarde voor jou betekent. Volgens de theoloog moeten we in een gemeenschap de levenskunst willen aanleren. – Maar dan kom je toch weer in een kerk terecht?

Inderdaad, maar een in vloeibare vorm! De Lange, die zegt ‘moeite te hebben met gedachteloze kerkelijkheid en collectieve geloofsdwang’, noemt als voorbeelden De Pepergemeente in Groningen en De Nieuwe Poort op de Zuidas: ‘vloeibare vormen van religieuze gemeenschap’. 

‘We gaan toe naar vloeibare vormen van religieuze gemeenschap. Die kunnen alleen vitaal zijn als ze gedragen worden door enkelingen die zich willen laten doordringen van God. Mystiek en kerkelijkheid – ze staan van oudsher op gespannen voet met elkaar, maar ze kunnen tegelijk ook niet zonder elkaar.’ 

Bronnen:
– ‘Wie alleen zweven wil, valt uiteindelijk te pletter’
– Ware leegte kent geen grenzen

Illustr: Icarus op het omslag van Licht en zwaar: wie alleen zweven wil, valt uiteindelijk te pletter.

Frits.de.Lange.op.Kreta.webLicht en zwaar, voor zwevers en andere spirituelen | Frits de Lange | ISBN 9789043522526 | Uitgeverij Kok | 64 pag. | € 9,95
Geïnspireerd door het thema van de Maand van de Spiritualiteit 2014 (Lichter leven) schreef theoloog, predikant en hoogleraar Ethiek Frits de Lange (foto: FdL) Licht en zwaar. Hij gaat in het boek in gesprek met Simone Weil over zijn eigen zoektocht naar ‘lichter leven’. Simone Weil (1909-1943) was een mystica die na de oorlog beroemd werd met haar boek Zwaartekracht en genade. Zij hield niet van zweven. Enerzijds had zij goddelijke liefde ervaren, anderzijds beschreef ze hoe de wereld door meedogenloze wetten wordt geregeerd. (Kok)

Wat voorafging aan de Godsargumenten

Is het na de Godsargumenten wachten op een rationeel filosofisch argument voor het bestaan van Jezus? Tenslotte komt filosoof Emanuel Rutten in zijn hele denkgang tot God bij Jezus uit. Maar hij kwam pas op zijn Godsargumenten nàdat hij Jezus ontdekte …

Zijn filosofische bijsluiter voor zijn Godsargumenten lost volgens hem de belangrijkste misverstanden over zijn rationele argumenten voor het bestaan van God kort en bondig op. Blijft de vraag hoe hij bij Jezus uitkwam. Nee, het begòn bij Jezus … Het wachten is eigenlijk op een bijsluiter over de incarnatie van God.

God is een noodzakelijk bestaand immaterieel persoon, ontwerper en schepper van de kosmos, het zijn zelf en als zodanig de grond van alle zijnden, de locus van objectieve morele waarden en verplichtingen, goed en rechtvaardig, transgressief, mysterium tremenda majestas et fascinans, ten diepste liefde, agape, eros en philia, geïncarneerd in Jezus van Nazareth, gekruisigd en opgestaan.’ 

Bovenstaande definitie is van Rutten. Als antwoord op de vraag die velen her en der in discussies stellen over wat of wie God is. Hij schreef een bijsluiter voor Godsargumenten, waarin de filosoof een helder en bondig overzicht geeft aan degenen die voor het eerst kennismaken met Godsargumenten.

er

De bijsluiter van Emanuel Rutten (foto: ER) komt erop neer dat Godsargumenten geen Godsbewijzen zijn. Ook zijn rationele argumenten niet noodzakelijk voor een intellectueel verantwoord geloof in God. Godsargumenten kunnen niet afgewezen worden zonder een gangbaar bezwaar ertegen te benoemen en vervolgens niet in te gaan op de bekende weerlegging ervan. Geloof is zowel een kwestie van het hart als van het verstand. Er blijft meer dan voldoende ruimte over voor mystiek en mysterie omtrent Gods wezen.

Een compleet beeld van wat rationeel over God beargumenteerd kan worden, ontstaat indien de conclusies van alle Godsargumenten samengevoegd worden. Gezamenlijk vormen de rationele argumenten een cumulatieve casus voor Gods bestaan die vele malen sterker is dan elk argument afzonderlijk. Ze blijven filosofische argumenten en conflicteren niet met wetenschap. Godsargumenten kunnen we steeds geven binnen de-wereld-voor-ons: de wereld zoals wij deze als mensen denken en ervaren. Naast de klassieke argumenten voor het bestaan van God zijn er vele nieuwe argumenten bijgekomen.

Blijft de vraag hoe Rutten bij Jezus uitkomt, zie zijn definitie. Dat lijkt een minder rationeel gebeuren. Er veranderde iets toen hij Augustinus las.

De Griekse filosofen vinden dat de mens moet streven naar perfectie. Maar bij Augustinus las ik dat mensen imperfect, onvolledig en zondig zijn. Ik dacht: ‘Dit gaat over mij!’ Ik voelde me bevrijd, want ik wist dat ik imperfect ben. Er werd een bevrijdende weg gewezen: naar Jezus. Ik las over God Die mens werd in Zijn Zoon, Die onder ons leefde, maar Die we niet hebben aangenomen.’ 

Rutten werd bevangen door het christendom nadat Augustinus naar de evangelisten uit de Bijbel wees en werd aangesproken door de persoon van Jezus en voelde: ‘Dit is het!’

Het was dus geen rationele gedachte, maar een existentiële ervaring. (…) Tot mijn verbijstering kwam ik er daarna pas achter dat er ook heel logische, rationele argumenten zijn voor het bestaan van God. Als wiskundige en filosoof vond ik het heel goede argumenten. Ik was bijna geïrriteerd dat ik ze zo laat ontdekte. Ik had het eerder willen weten! En dat terwijl ik al naar de kerk, Crossroads, ging. Ik vond dat de argumenten bekendheid moesten krijgen. Daarom ben ik erop gepromoveerd en heb ik er enkele nieuwe argumenten aan toegevoegd, waaronder het argument dat in de media zoveel aandacht kreeg.’ 

De filosoof sprong in het geloof, zou religieus schrijver Kierkegaard – die zichzelf antifilosoof noemde – zeggen. Volgens hem doe je dat niet door het volgen van alle stappen in een Godsbewijs (of –argument.)

Zolang je namelijk vast houdt aan het bewijs, bevind je je nog op het aardse vlak, op het zeker weten. Als je een Godsbewijs niet meer nodig hebt, ben je op het vlak van het geloven. Maar hoe noem je het moment van loslaten dan? Volgens Kierkegaard is dat de sprong in het geloof, vanuit het zekere spring je naar het geloof. Door die sprong ga je de wereld echter anders zien, een dieper begrip ontvang je en tevens een diepere waarheid die eeuwig is en niet doorontwikkeld hoeft te worden.’ 

Bronnen:
– ‘Augustinus maakte een verpletterende indruk op me’ (EO)
– De filosofische bijsluiter 
(Emanuel Rutten)
De sprong in het geloof

Illustr: gebedsbroeders.nl
Update: 27 02 2024 14:53 (Lay-out)