Zijn de goden nu aan de humanisten overgeleverd?

fallofthegiants
Het geloof in de menselijke macht, wat de kern van het humanisme genoemd kan worden, hoeft niet het geloof in de goddelijke macht uit te sluiten. – Dit staat in het tijdschrift Radix, waarin theoloog en religiewetenschapper Martijn Stoutjesdijk en theologe Roshnee Ossewaarde stellen dat het misleidend is om het humanisme met het atheïsme gelijk te stellen, en om het christendom en het humanisme tegen elkaar uit te spelen.

Als ik het redactioneel lees, dan lijkt er wel sprake van een nieuwe verlichting binnen het humanisme, waarin onderkend wordt dat religie gelovigen en ongelovigen bezighoudt: want anders dan de beruchte secularisatiethese voorspelde, is religie niet van zins te verdwijnen uit deze door en door rationalistische en sciëntistische maatschappij.

Nog niet zo lang geleden was dat nog anders. De radiospotjes van 2008 klinken nog altijd door. Toentertijd stelde het Humanistisch Verbond al dat ze niet kwetsend waren bedoeld. Het wilde benadrukken niet godsdienstig te zijn en achtte de vrijheid van godsdienst, van levensbeschouwing, een groot goed.

De antigodsdienstige tendens binnen het Humanistisch Verbond leidde in 2008 tot een veelbesproken radioreclame waarin verkondigd werd dat het geluid van religies steeds harder klinkt en het humanisme zonder de financiële steun van de luisteraars ‘aan de goden is overgeleverd’.

In het christelijke, multidisciplinair wetenschappelijk kwartaaltijdschrift Radix betogen Stoutjesdijk en Ossewaarde nu dat het humanisme geenszins het geloof in God uitsluit.

Het moderne humanisme is immers mogelijk gemaakt door het christelijke beamen van de mens en van het sterfelijke leven. Het geloof in de menselijke macht, wat de kern van het humanisme genoemd kan worden, hoeft niet het geloof in de goddelijke macht uit te sluiten.’

Het blad stelt in het redactioneel dat religie wordt betwist, naar nieuwe manieren zoekt om zich te uiten en op onverwachte plaatsen opduikt. Het schrijft over het ‘losmakingsproces’ van religie in de jaren zestig en heeft het over post-religieuze identificatiefiguren als Jan Wolkers, Gerard Reve en Maarten ’t Hart (foto: Universiteit Utrecht). In Radix schrijft ook promovendus Jesseka Batteau, die in 2014 in haar proefschrift het werk van genoemde auteurs onderzocht.

De schrijvers leverden verhalen en beelden waarmee het publiek zich kon identificeren en waarmee ze hun eigen post-religieuze identiteit konden uitdrukken,’ aldus Batteau. Volgens haar zijn de boeken en performances van de auteurs belangrijke referentiepunten geworden in de secularisatiegeschiedenis van Nederland en de collectieve herinnering aan een religieus verleden.’

schrijvers
B
atteau concludeert dat post-religiositeit geen kwestie is van het verzwijgen van het religieuze verleden, maar juist datzelfde verleden positioneren tegenover een bevrijd heden. Een soortgelijke beweging is de laatste decennia zichtbaar geworden bij het Humanistisch Verbond.

Het gaat in Radix vooral over de plaats van religie in de samenleving van de 21e eeuw. Over  ‘neo-pentecostale evangelicale’ kerken; het sociale gedrag van diverse religieuze stromingen in Nederland, en het feit dat mede dankzij de voortgaande globalisering zich vandaag de dag een veelheid aan culturen en religies aan ons opdringt. Maar, zo stelt het blad:

Gelukkig is het denkpotentieel van het neocalvinisme van Abraham Kuyper en de zijnen ook wat deze vraagstukken betreft nog niet uitgeput. Volgens Richard Mouw (filosoof en theoloog, PD) zijn met name Herman Bavincks theologische verkenningen van grote waarde bij de uitdagingen waar de wereldkerk in de 21e eeuw voor staat.’

Zie:
Aan de goden overgeleverd (Geloof & Wetenschap)
Redactioneel (Radix)

Illustr: Fall of the Giants from Mount Olympus, from the Sala dei Giganti; Giulio Romano; 1530-32; fresco

Humanistische lessen uit levensverhaal profeet Mohammed

Mohammed

Kan een levensverhaal dat gewelddadigheden en misstanden bevat eigenlijk wel inspireren tot goed, gelijkwaardig en vredelievend handelen in onze huidige samenleving? Het antwoord is: Ja, dat kan. Volgens de humanistische denktraditie is het geïnspireerd worden door het levensverhaal van anderen nooit hetzelfde als het imiteren van dat levensverhaal: het is je taak als mens om de waarden en lessen die je uit een levensverhaal haalt, te vertalen en toe te passen in je eigen leven. 

Dit zegt masterstudente aan de Universiteit voor Humanistiek, Dieuwke van der Wal, in de glossy Mohammed die sinds 10 oktober in de winkels ligt. In de (langere) versie op haar eigen site zegt Van der Wal dat de profeet voor miljarden mensen de belangrijkste mens is die ooit geleefd heeft. Tegelijk vraagt ze zich af om wie we nou eigenlijk niet heen kunnen, als we zeggen dat we niet om Mohammed heen kunnen?

Het leven van Mohammed geldt als leidraad voor moslims over de hele wereld. Dat maakt het levensverhaal van Mohammed interessant om te analyseren met de focus op de menselijke aspecten uit zijn leven.’

Een van de lessen, zo zegt Van der Wal, die we kunnen leren uit zijn levensverhaal, is dat het goed is om vast te houden aan je eigen idealen zonder dat je mensen die anders denken geweld aandoet.

Toen Mohammed zijn openbaringen van de engel Djebriel (Gabriel) ontving, werd hij niet met open armen ontvangen door zijn stamgenoten. Hij werd uitgescholden en mensen maakten zijn geloof belachelijk. Maar in plaats van terug te schelden, bleef Mohammed rustig. Toen Aboe Djahl de profeet een keer tegenkwam bij Safa, begon hij hem uit te schelden en te vernederen. Mohammed liet het gebeuren en zei niets. Ook de tweede man die uit de Koran reciteerde, Mohammed’s gezel Abdallah, werd door de Koerasjieten in zijn gezicht geslagen, maar hij las rustig verder.’

Volgens de docent en journalist, die Van der Wal ook is, is de les van dit verhaal dat als een ander naar je schreeuwt dat je ongelijk hebt en je slaat, je niet direct hoeft terug te gillen dat je het wel bij het goede eind hebt en terug te slaan. Je eigen mening is belangrijk, maar de menswaardigheid van de ander ook. Ook leren we volgens haar van het levensverhaal van Mohammed dat we kritisch mogen zijn op de dingen die we meemaken en niet alles zomaar voor waar moeten aannemen.

Van der Wal vertelt ook – met een verhaal over een Ethiopische koning – over de gelijkwaardigheid van mensen en het feit dat mensen vreedzaam kunnen samenleven zonder dat zij hetzelfde geloven. In die tijd konden christenen en moslims dan ook vreedzaam samenleven.

Mohammed en zijn volgelingen zochten hun toevlucht in Ethiopië toen het leven hen onmogelijk werd gemaakt in hun eigen Mekka. De Koeraisjieten probeerden de koning van Ethiopië met geschenken te verleiden de moslims aan hen uit te leveren, nog voordat de koning met hen gesproken had. De koning werd boos en zei: ‘Nee, ik lever ze niet uit. Mensen die bescherming zoeken in mijn land worden niet verraden.’ Hij liet de moslims komen en hen uitleggen wat hun nieuwe godsdienst inhoudt. Dja’far, een van de moslims, reciteerde een stuk uit een soera. De koning barstte in tranen uit en zei: ‘Dit komt uit dezelfde hoek als de boodschap van Iesa (Jezus). Ik lever jullie niet uit en jullie zullen niet verraden worden’.’ 

De profeet liet ook anderen vrij in hun mening, zo vertelt Van der Wal verder, en zij verhaalt ook over de levenslessen kritisch te zijn, om elkaar te geven, elkaar nodig te hebben en vreedzaam samen te leven met anderen op basis van hun mens-zijn.

Het levensverhaal kan je leren je verbonden te voelen met andere mensen. In de islam wordt gezegd dat het verbindende dat wij allemaal hebben, is dat we onder een god leven. Je kunt ook zeggen: ik voel me verbonden met andere mensen omdat zij ook mensen zijn, van vlees en bloed, zoals ik, zoals vluchtelingen en illegalen in Nederland, en zoals Mohammed.’

De schrijfster gaat ook niet voorbij aan de gewelddadigheden in die tijd en het niet ongewone gebruik van slaven. Ze vindt dat je de daden die Mohammed heeft begaan dus nooit letterlijk kan kopiëren en dan zeggen dat je het goede doet. Je moet interpreteren wat je leest en dat correct toepassen in je eigen situatie, waarbij je je laat leiden door de gelijkwaardigheid van alle mensen.

Van de gewelddadigheden uit het levensverhaal van Mohammed kun je bijvoorbeeld leren dat je voor jezelf op mag komen en om uitleg mag vragen als afspraken worden geschonden, maar vanuit het beginsel van de gelijkwaardigheid van alle mensen is het met geen mogelijkheid goed te keuren de gewelddadigheden uit het leven van de Profeet letterlijk te imiteren en uit te voeren.’

Zie: De mens Mohammed

Creationistische bezwaren tegen de evolutietheorie

creationist.darwin.fish
Met creationisme wordt eigenlijk scheppingsmodel bedoeld, omdat het gaat om schepping. Of Bijbels model. Maar creationisme is zo ingeburgerd dat ‘scheppingmodellers’ zichzelf ook al creationisten noemen. Dat valt af te leiden als je de Dutch Creation Science (DCS) bestudeert. Net als het evolutiemodel, zo stelt DCS, als uitgangspunt heeft dat alles verklaarbaar moet zijn in dat evolutieraamwerk, is het uitgangspunt dat in het creatiemodel alles verklaarbaar moet zijn.

Dutch Creation Science is een organisatie die zich bezig houdt met het Bijbelse ontstaansmodel en een Bijbels geschiedenismodel. We zullen ons vooral richten op de vraag hoe het Bijbels ontstaansmodel kan functioneren in de wetenschap en hoe de wetenschap in overeenstemming gebracht kan worden met het ontstaans- en geschiedenismodel die ons beschreven wordt in de Bijbel. Omdat wij geloven in de onfeilbaarheid van Gods Woord, dat is ons uitgangspunt.’

Heel in het kort komt volgens DCS het creationisme neer op het volgende: de Bijbel is de betrouwbare bron, zowel historisch als spiritueel. De wereld is geschapen door de Schepper: God. De Schepper heeft Zijn daad verricht in 6 dagen. Dit gebeurde ongeveer 6000 jaar geleden. Een wereldwijde zondvloed heeft 4400 jaar geleden de beschaving na de schepping vernietigd. Na de vloed was er één taal. De spraak werd verward na de torenbouw van Babel. Vervolgens vond er verspreiding van de volkeren over de gehele aarde plaats.

Masterstudent wijsbegeerte Dirk van der Wulp schreef over het fundament en faillissement (je kan merken dat hij ook advocaat is) van het creationisme, en somde bij Geloof  & Wetenschap vijf kenmerken op van creationistische bezwaren tegen de evolutietheorie. De eerste luidt dat je aan de opvatting dat de Bijbel een onfeilbare openbaringsbron is niet mag tornen

omdat dit leidt tot een hellend vlak: wie de schepping in zes dagen uit Genesis niet als feitelijke dagen leest, zal onherroepelijk ook de opstanding van Jezus niet meer ‘letterlijk’ nemen, aldus vrijwel iedere creationist.’

Creationist_car
C
reationisten verschillen – als tweede kenmerk – over de vraag of creationisme als wetenschappelijk model voor de evolutietheorie is bedoeld of niet.  Wanneer ‘creationisme’ een wetenschappelijke theorie is, zo stelt Van der Wulp, dan kan en moet zij getoetst worden aan gangbare criteria van de natuurwetenschappen en doet zich de vraag voor of zij zich wel houdt aan het methodologisch naturalisme, dat het uitgangspunt is in de (natuur)wetenschappen.

Ook is het dan de vraag of creationisme, gezien haar Bijbelvisie, wel kritisch genoeg kan zijn naar haar eigen resultaten, nu deze op grond van dezelfde Bijbelvisie immers als geopenbaarde waarheid al vaststaan.’

Als derde punt blijken creationisten (bewust of onbewust) niet altijd in staat de evolutietheorie goed weer te geven, hetgeen de discussie nogal eens vertroebelt. Zij brengen de oerknal en het ontstaan van het leven zelf ook in discussie.

De oerknal heeft echter niets te maken met de evolutietheorie, die immers de ontwikkeling van het leven verklaart. Ook het ontstaan van het leven zelf valt strikt genomen buiten de evolutietheorie en is het terrein van de abiogenese, de chemie en de aardwetenschappen.’

Editorial_cartoon_depicting_Charles_Darwin_as_an_ape_(1871)Creationisten  formuleren – als vierde punt – regelmatig specifieke kritiek op onderdelen van de evolutietheorie, zoals dateringsvraagstukken.

Deze kritiek is vaak sterk specialistisch, zonder dat het duidelijk is waarom zij mag gelden als wetenschappelijk aanvaardbare kennis, nu de kritiek vrijwel altijd is opgesteld door creationisten zonder wetenschappelijke scholing op het betreffende gebied én de gegeven antwoorden door de betreffende vakwetenschappers vrijwel altijd wordt betwist.’

Ten slotte, creationisten hebben de neiging retorische kunstgrepen in hun bijdragen toe te passen door valse tegenstellingen te creëren.

‘(‘Bijbelgetrouw óf niet-Bijbelgetrouw’, ‘christen óf evolutionist’, ‘christelijke wetenschap óf seculiere wetenschap’, etc.), relativistische of determinerende zinsneden in te voeren zonder deze los te laten op hun eigen claims (‘onze gedachten bepalen wat we zien’), of complotdenken (‘de evolutietheorie is een complot van atheïstische wetenschappers om het christendom te vernietigen’.) Hiermee kan een inhoudelijk debat retorisch omzeild worden, hetgeen niet de bedoeling is.’

Het artikel van Van der Wulp gaat verder in op de evolutietheorie en Bijbelvisie, en is zowel in korte vorm hier te lezen als in de volledige versie als pdf: Het fundament en faillissement van het creationisme.

Stef Heerema, een jonge aarde creationist, gespecialiseerd in zoutlagen en zoutpijlers die zich verspreid over de aarde op verscheidene plaatsen onder- of aan het aardoppervlak bevinden, zal binnenkort bij Geloof & Wetenschap reageren op Van der Wulp. De medewerker van het populair-wetenschappelijke tijdschrift Weet Magazine wil de Bijbel graag weer terugbrengen in onderwijs en wetenschap.

Cartoon: atheistcards.com

Auto: © Amy Watts Flickr.com

Darwin: “A Venerable Orang-outang”, a caricature of Charles Darwin as an ape published in The Hornet, a satirical magazine, 1871

‘Politieke, sociale of economische factoren bepalen of religies tot agressie leiden’

Dossier: God en Geweld – Religies en rituelen zijn sociaal gezien een oerkracht die een habitat scheppen, een wereld, waarin we als groep kunnen samenleven. Een leefwereld van gewoonten waarin we ons thuis voelen. Zodat wie opgegroeid is met het geluid van klokken nostalgie kan voelen telkens als hij klokken hoort luiden. De door de eeuwen heen ontwikkelde rituelen worden een mentaal huis voor het volk dat ze beleeft.

Aldus Dossier: God en Geweld van Mondiaal Nieuws in het artikel De mens, zijn (af)goden en zijn geweld. Hierin wordt gesteld dat godsdienst helemaal terug lijkt als politieke factor, waarbij soms erg gewelddadige actoren zich beroepen op hun variant van hun geloof voor hun acties. John Vandaele sprak daarover met Johan Braeckman, moraalfilosoof, en Jakob De Roover, van de afdeling vergelijkende cultuurwetenschap van de Universiteit van Gent.

Hoe moeten wij Europeanen, wonend in het minst religieuze continent van de wereld, dat begrijpen? Is de mens van nature een religieus wezen? Waarom vertonen zoveel mensen ritueel gedrag? We dachten dat de wetenschap hierin helderheid kon brengen, maar stootten al snel op onenigheden. Zo bleek het nog niet zo eenvoudig een definitie te geven van religie.’

Volgens Braeckman lenigen religies en rituelen allerlei noden en kunnen zij angst verkleinen, troost geven en zorgen voor sociale samenhang, al leiden ze soms ook tot conflicten, maar is dat onvoldoende als verklaring waarom mensen religieus zijn. Braeckman heeft begrip voor wat religies en rituelen te bieden hebben, maar dat belet hem niet wetenschappelijk proberen te begrijpen waarom mensen aan rituelen doen en waarom er tienduizenden religies zijn.

god_en_geweld


V
olgens de schrijver van het artikel in Dossier: God en Geweld (illustr: MN), John Vandaele, zijn religies een enorme sociale kracht: ze maken deel uit van de identiteit van mensen en liggen mee aan de basis van gemeenschappen: als je erin slaagt ze te politiseren, kun je een conflict, en zelfs een botsing der beschavingen in het leven roepen – temeer omdat er vaak al een verleden van conflicten is. In een vijandige wereld kan religie een identiteit zijn waarop mensen terugvallen.

Wat er ook van zij: duidelijk is dat andere factoren, van politieke, sociale of economische aard, bepalen of religies tot agressie leiden. Religie is geen voldoende of noodzakelijke voorwaarde voor geweld, maar ze kan wel de verbetenheid vergroten als de strijd eenmaal begint – wordt men dan immers niet gesteund door de enige echte Almachtige?’

In het Dossier: God en Geweld wordt uitgebreider dan ik hier summier weergeef, geschreven over geweld en godsdienst, in verschillende artikelen, waaronder onder meer ook: Het geweld ligt niet aan de godsdienst, maar aan de menselijke natuur.

‘John Locke meende dat de scheiding van kerk en staat de sleutel tot vrede was, maar de natiestaat is zeker niet afkerig van oorlog gebleken. Het probleem ligt dan ook niet in de veelzijdige activiteit die we religie noemen, maar in het geweld dat besloten ligt in onze menselijke aard en in de aard van de staat, die vanaf het allereerste begin de gewelddadige onderwerping van minstens negentig procent van de bevolking vereiste.’

Zie: De mens, zijn (af)goden en zijn geweld

Illustr: © Fatinha Ramos – Mondiaal Nieuws
Update: 23-10-2024

Geloof als kosmologische visie

dyn003_original_1032_1024_pjpeg_2621310_f274dfa08b8d822c744bcd0b49527896
De God van de Amerikaanse filosoof John Dewey heeft niets met geloof in iets bovennatuurlijks te maken, noch met zoiets als aanbidding of verering. Het heeft alles te maken met een kosmologische visie, waarin de mens een diep existentieel besef heeft van haar ingeweven-zijn in het tapijt van het universum. – Aldus godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes in Bezieling, in een recensie van Het religieuze bevrijd van religie. Onlangs weer vertaald en heruitgegeven.

images.jpeDe werkelijk areligieuze houding schrijft prestaties en doelen toe aan de mens als losstaand van de fysieke werkelijkheid en van zijn medemens. Onze successen zijn afhankelijk van de medewerking van die werkelijkheid. Het gevoel van menselijke waardigheid is even religieus als ontzag en eerbied, als het berust op een opvatting van de mens als samenwerkend deel van een groter geheel.’

Volgens  Carel Peeters, in VN, is het boek Het religieuze bevrijd van religie (A Common Faith) een geschrift dat om misverstanden vraagt. John Dewey (foto: bibliofilosofiamilano.wordpress.com) is volgens Peeters geen gelovig filosoof, heeft geen religieuze of mystieke neigingen, heeft niets met wonderen of met bovennatuurlijke zaken. Dewey gebruikt het woord ‘religie’ omdat het oorspronkelijk ‘gebonden zijn’ betekende.

COVER.DEWEYDewey wil die gebondenheid uitbreiden naar alle seculiere houdingen die staan voor gebondenheid aan een ideaal, aan geloof in mogelijkheden, aan iets wat nog onzichtbaar is, maar dat met inspanning zichtbaar gemaakt, gerealiseerd, kan worden: ‘Kunstenaars, wetenschappers, burgers, ouders, allemaal laten ze zich, in zoverre ze gedreven worden door de geest van hun roeping, leiden door het onzichtbare.’

Volgens Smedes had  Dewey ooit een religieuze ervaring waardoor hij religie niet vaarwel wil zeggen. – We hebben het hier trouwens wel over een geschrift van Dewey uit 1934(!) Dr. Alma Lanser-van der Velde & prof. dr. Siebren Miedema schreven in Filosofie ook over A Common Faith:

johndeweyDewey  spreekt in ‘A Common Faith’ over het geloof van mensen, over de ervaring. Hij laat zien hoe gevaarlijk en tot stilstand leidend het is als sommigen op geloofsgebied over anderen heersen en doet een poging ruimte te scheppen voor geïnspireerd en creatief, ethisch juist handelen in deze wereld.’

Lanser–van der velde en Miedema stellen dat Dewey (design: jbarker) vond dat praten over een transcendente God mensen er kan van weerhouden dat te doen waarvoor zij verantwoordelijk zijn: het Goede na te streven, in afhankelijkheid van elkaar en op elkaar aangewezen.


Is this the end?
A past with a closing door
Thru which I hardly grasp
From out of time’s jealous clasp
A scant fleeting store
Of memories retreating:

A future all hope defeating
Closing in with tight shut door.
Twixt the two the present penned.

Great God, I thee implore
A little help to lend:-
I do not ask for much,
A little space in which to move,
To reach, perchance to touch;
A little time in which to love;
A little hope that things which were
Again may living stir
A future with an op’ning door:
Dear God, I ask no more
Than that these bonds may rend,
And leave me free as before.

John Dewey


acommonfaithBoeiend allemaal. Het komt mij voor dat het diep existentieel besef van de mens ingeweven te zijn in het ‘tapijt van het universum’ en de kosmologische visie: de mens als samenwerkend deel van een ‘groter geheel’, heel religieus klinkt. Sommigen noemen dat ‘God’.
Het religieuze atheïsme van John Dewey
De godsdienstfilosofische visie van John Dewey
God, een beetje nietszeggend begrip

John Dewey | Het religieuze bevrijd van religie | Vertaald en ingeleid door Kees Hellingman | ISVW Uitgevers | 128 pag | ISBN 978-94-91693-29-8Euro 22,50 

Foto: cosmology.skynetblogs.be