Biedt Logos Instituut Het Alternatief Voor Evolutie?

Evolutie_het_nieuwe_studieboek.dow_ (1)
Het nieuwe Logos Instituut, dat de Bijbel uitdraagt als ‘bron van kennis over ons verleden, ons heden en onze toekomst’, promoot momenteel het boek Evolutie. Het nieuwe studieboek, als alternatief voor evolutie. De stichting De Oude Wereld blijkt opgegaan te zijn in het instituut, en om ‘plaats te willen maken in het magazijn’ is het boek in de aanbieding… Bioloog Hans Degens lijkt vol lof.

De auteurs bediscussiëren uitgebreid mechanismen en aanwijzingen voor evolutie en sluiten elk onderwerp af met conclusies die de beperking van de huidige theorieën aangeven, zonder evolutie overboord te gooien of meteen als alternatief schepping te poneren. Pas in het laatste hoofdstuk worden alle gegevens in een scheppingsmodel gepast en wordt vermeld dat er ook in dat model onopgeloste vragen overblijven.’ (Degens)

Organisch chemicus Herman Bos schreef gisteren ook een recensie op Logos Instituut, al bleek dat al in 2010 in Ellips te hebben gestaan. Het boek zelf blijkt bovendien al uit 1998 te stammen, waarna diverse herziene uitgaven verschenen om aan te sluiten bij de actualiteit.

Voor het eerst is dit grandioze werk nu ook in het Nederlands vertaald, vanuit de Duitse 6e druk. Een gebonden boek op A4-formaat, uitermate rijk en fraai geïllustreerd met veel verhelderende schema’s. De biologen Junker en Scherer staan als bijbelgetrouwe wetenschappers kritisch ten opzichte van het neodarwinisme, maar hun toonzetting is die van de professionele wetenschapper.’ (Bos)

Het woord ‘toonzetting’ valt op in de recensie. Dat klinkt toch anders dan dat je dit boek als een doorwrocht wetenschappelijk werk betiteld. Gezien de vele kritiek die je her en der tegenkomt, is het wetenschappelijk gehalte twijfelachtig. Bionieuws, van het Nederlands Instituut voor Biologie, noemde in 2010 het al een ‘misleidend evolutieboek vol vooroordelen’. Zelf noemt De Oude Wereld het ‘een internationaal standaardwerk over evolutiebiologie’, dat een ‘diepgaande analyse geeft van de laatste stand van de evolutiebiologie’.

Biologe Gerdien de Jong schreef destijds die recensie in Bionieuws en vond het geen studieboek, noch een standaardwerk over evolutiebiologie. Volgens De Jong heeft het geen weet van de laatste stand van de evolutiebiologie. De titel alleen al, Evolutie, noemde ze destijds misleidend.

Het is een gedetailleerde bestrijding van evolutie door schrijvers die toegang hebben tot de wetenschappelijke literatuur en in een wetenschappelijke stijl schrijven. Ondanks de wetenschappelijke verpakking bestaat het boek uit vooroordeel, misleiden, weglaten en verdraaien.’ (De Jong)

Auteurs Junker en Scherer geven toe dat methodisch naturalisme leidt tot een evolutionaire interpretatie van de geschiedenis van het leven. J&S beweren echter dat evolutie van niet-wetenschappelijke vooronderstellingen uitgaat, zoals ‘eenvoud aan het begin’; zulke vooronderstellingen zijn er niet. Deze draai is nodig voor hun poging ‘het Bijbels ontstaansmodel’ op gelijke voet met evolutie te stellen.’ (De Jong)

Ook bioloog René Fransen vond het indertijd feitelijk een anti-evolutieboek omdat het overgrote deel van de tekst erop gericht is aan te tonen dat de evolutietheorie onvolledig en onjuist is. Hij noemt het een behoorlijk moeilijk boek, niet heel toegankelijk geschreven, met veel vaktermen en soms gedetailleerde uitweidingen. Als studieboek over evolutie vindt hij dit werk niet voldoen, omdat het een onvolledig en soms onjuist beeld van de stand van zaken in het dit vak geeft. Als verdediging van een Bijbels scheppingsmodel voldoet het evenmin, omdat dit deel nauwelijks is uitgewerkt.

In het boek gebruiken de auteurs veelal redeneringen die afkomstig zijn uit de traditie van ‘intelligent ontwerp’: bepaalde structuren kúnnen niet via een stapsgewijs evolutieproces zijn ontstaan. Ze vertonen sporen van ontwerp dus moet er een ontwerper zijn. Op die manier van redeneren is de laatste jaren veelvuldig kritiek geweest, omdat het uiteindelijk een redenering vanuit onwetendheid is: we snappen het niet, dus het kán niet.’ (Fransen)

Conclusie: Zeer oude wijn in oude zakken en eigenlijk is het nog geen wijn ook. Het wetenschappelijk gehalte van het boek blijkt een veel te laag promillage te hebben. Geen beste aanbieding.

Zie:
Alternatief voor evolutie
‘Een standaardwerk dat op geen boekplank mag ontbreken’
Misleidend evolutieboek vol vooroordelen
Kritische bespreking van kritisch evolutieboek

Evolutie. Het nieuwe studieboek | door Reinhard Junker en Siegfried Scherer | Uitgeverij De Oude Wereld | Urk | 2010 | ISBN 978 90 5798 267 5 | 336 blz. | € 39,95 | Nu voor € 13,50 via Logos.

Moslim en christen hopen dat hun God de ware is…

muslim-christian
‘Laat ieder zijn eigen god dienen en hopen dat jouw God de ware is.’ Dat zeggen moslim Enis Odaci en christen Herman Koetsveld in het interview We bedienen dezelfde God door Hem niet te omschrijven. Toch zeggen ze dat er maar één God is als de Bron van alles – zoals ook het motto luidt van hun stichting Koetsveld & Odaci. CVandaag vraagt zich af hoe zij dat eigenlijk zien: één God én twee religies.

Het woord ‘god’ vindt Koetsveld eigenlijk een onmogelijk woord. Hij merkt dat hij die beelden en woorden meer en meer mag loslaten, en daardoor met Odaci gesprekken kan hebben over God die ‘grondeloos in het midden’ is.

Op het moment dat je werkelijk denkt dat God samenvalt met de Bijbel of Allah met de Koran, dan vlieg je vreselijk de bocht uit. Het is een bespottelijke gedachte om te zeggen dat God even groot is als een boek; Hij is meer en groter dan dat.’

Ze claimen niet de enige, exclusieve waarheid te hebben, maar zeggen daarmee niet: ‘ik heb geen waarheid’. Ambigu drukken zij zich hiermee uit in het interview, ook als zij zeggen: ‘Laat ieder zijn eigen god dienen en hopen dat jouw God de ware is’. We hebben het hier over monotheïstische godsdiensten… Zijn er dan toch meer goden? Of hebben we het over verschillende religies? Twee wegen naar dezelfde ware God die de bron van alles is?

Als we verschillende goden gaan omschrijven, heb je al heel impliciet en sluipenderwijs gezegd: ‘Jij hebt een secundair geloof’. En daarmee zeg je over mensen: ‘Jij bent een secundair mens’. Dát impliceren is zo gevaarlijk. Daar moeten we over praten.’

Mooi. Koetsveld en Odaci lijken het christendom en de islam met elkaar te willen verbinden, en schreven het boek De zeven zuilen. Hierin verbreden zij hun eigen gedachten over God, het godsbeeld en de waarheidsclaims, met anderen. Onder meer een orthodoxe rabbijn werd er bijgehaald. Het boek draagt een christelijk-islamitische titel: de zes-plus-één uit het christendom gecombineerd met de vijf zuilen uit de islam. Zeven vooraanstaande Nederlanders spreken hierin over God.

Allemaal krijgen ze dezelfde zes uitspraken voorgelegd, waardoor er een interessante waaier van meningen en analyses ontstaat. Bij elkaar vormen de gesprekken een actueel commentaar op de tijdgeest. Uit hun verschillende en vooral persoonlijke vertrekpunten ontvouwen zich levendige, verrassende en inspirerende gedachten die tot verder nadenken uitnodigen.’ (Berne Media)

Koetsveld en Odaci zeggen tegen elkaar dat hun godsbeeld bepaald is uit een boek. Ze zijn dezelfde weg gegaan vanuit een ander boek en kunnen dus niet zeggen: ‘Mijn God is de ware God en jouw God is niet de ware God’.

Als je dat wel denkt, ben je niet alleen heel onwetenschappelijk bezig; het is ook heel arrogant. Want je weet het niet. In onze onzekerheid zijn we gelijk. En dat biedt ons de ruimte om God God te laten zijn. We bedienen dezelfde God door Hem niet te omschrijven.’

Zie: INTERVIEW |’We bedienen dezelfde God door Hem niet te omschrijven’

Illustr: sjebhi.wordpress.com

Remonstrantse God niet echt vrijzinnig

Mijn-God-laat-zich-niet-kennen
‘Ook hechten we aan voortschrijdend inzicht. Je zou dat geestelijke souplesse kunnen noemen. God laat zich niet vangen in woorden, kerken en geloofsbelijdenissen,’ zeggen de remonstranten. Toch hebben ze een geloofsbelijdenis. Zelfs in meerdere talen verkrijgbaar. Volgens Stijn Fens, gisteren in Trouw, kan je met de remonstranten alle kanten op.

Met andere woorden: met de God van de remonstranten kun je alle kanten op. Nu is vrijzinnigheid een groot goed, maar te veel geestelijke souplesse kan problematisch worden. Als je alles maar gelooft, geloof je op een gegeven moment niets meer.’ (Fens)

De remonstranten geloven – hoewel vrijzinnig – echter niet alles, maar weten zich een deel van de kerk van Christus, zoals in de Grondslagen staat. En ze hebben dus wel degelijk een geloofsbelijdenis, waarin ze tot uiting brengen wat hun geloof bezielt, verenigt en roept.

‘Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. Hij had de mensen lief en werd gekruisigd maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij. Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij.’ (remonstranten.nl)

Fens heeft geen gelijk als hij zegt dat je met de remonstranten alle kanten uit kunt. Remonstranten zijn immers geworteld in het evangelie van Jezus Christus, zoals ze zelf zeggen. Dat is duidelijk maar één kant. God beperkt zich blijkbaar tot hen die in Jezus Christus geloven. Het ondubbelzinnige dogma van de remonstranten.

En een dogma hier en daar (houden remonstranten ook niet van) geeft het huis van de Heer enige stevigheid. Tenslotte is het dan een kwestie van je overgeven aan de Eeuwige, maar ook dat zie ik die remonstranten dus niet snel doen. Ze zien eruit als zelfbewuste gelovigen die vinden dat zij volledig naar eigen eer en geweten hun geloof moeten kunnen invullen. (Fens)

Misschien wordt het tijd dat er een keer een echt vrijzinnig kerkgenootschap opstaat dat zich niet beperkt tot een christelijke God, of welke dan ook, maar getuigt van een Eeuwige voor alle mensen, voor de hele wereld. Met een seminarium waarin een theologie God niet langer christelijk verklaart, of joods of islamitisch, maar wereldomvattend. Een God die er alleen maar is voor de christenen kan je geen God noemen, want God kan alleen maar God zijn als hij er voor iedereen is. Anders is hij geen God maar een deelgodje.

Remonstranten vormen een christelijke kerk. Het geloof van remonstranten geworteld in het Evangelie van Jezus Christus. Heb God en je naaste lief. Dat is de kern van de boodschap van Jezus die we met elkaar levend houden.’ (remonstranten.nl) 

De rector van het remonstrants seminarie, Tjaard Barnard, zegt dat zijn helper de God is die alles heeft gemaakt. Klopt. Niet alleen de remonstranten, maar alle mensen. We komen bovendien allemaal voort uit de oerknal, zeggen de remonstranten ook nog.

Zie: Met mijn God kun je alle kanten op (Blendle, Trouw)

‘Jezus’ historiciteit staat niet ter discussie en heeft ook nooit ter discussie gestaan’

Ruim een eeuw geleden is ook even geopperd geweest dat Jezus misschien een mythisch figuur was. In het Derde Rijk schijnen mensen te zijn geweest die liever helemaal geen Jezus hadden dan een joodse Jezus. Meer aanhang heeft de mythische Jezus in feite niet. – Dit zegt historicus Jona Lendering als reactie op de vraagtekens die mensen zetten achter het bestaan van Jezus.

‘Degenen die de Dode Zee-rollen, de archeologie van Galilea of de antiek sociale verhoudingen bestuderen, ontkennen geen van allen Jezus’ historische bestaan’
(historicus Jona Lendering)

De ophef in de media over de historiciteit van Jezus werd afgelopen jaar nieuw leven ingeblazen door predikant Edward van der Kaaij, die vorig jaar het boek De ongemakkelijke waarheid van het christendom schreef. Volgens Lendering heeft Van der Kaaij zich bijgeschoold, maar met de verkeerde boeken: boeken waarin staat dat alle religie is ontstaan uit natuurgodsdiensten en dat het christendom een afgeleide is van de Osiriscultus. Volgens Lendering kreeg Van der Kaaij te veel ruimte in Trouw die volgens hem een eeuw wetenschappelijk onderzoek genegeerd heeft.

Trouw weet blijkbaar niet dat degenen die de Dode Zee-rollen, de archeologie van Galilea of de antiek sociale verhoudingen bestuderen, geen van allen Jezus’ historische bestaan ontkennen. De historiciteitsdiscussie is alleen actueel in het hoofd van de Trouw-redactie, van een verwarde dominee en van zijn verwarde geestverwanten.’ (Lendering)

Trouw heeft volgens Lendering een en ander proberen recht te zetten door ruimte te bieden aan theoloog Sam Janse die argumenten vóór het bestaan van Jezus’ bestaan mocht noemen.

Het probleem is dat Janse, die zeker niet zonder verdienste is, weinig weet van hedendaagse wetenschapscommunicatie. Trouw heeft niet gezocht naar iemand die met kennis van zaken én met kennis van voorlichting te werk kon gaan. Nu wordt het hedendaagse onderzoek in de geesteswetenschappen inderdaad slecht uitgelegd, maar er zijn wel een paar mensen die het kunstje verstaan. Trouw heeft die niet weten te vinden.’ (Lendering)

Wie een motief heeft om aan de historiciteit van Jezus te twijfelen, stelt Lendering, kan geen adequate informatie vinden op de plek waar een normaal mens anno vandaag de dag op zoek gaat naar informatie, online.

Daar is noch een adequaat aanbod van feitelijke informatie, noch een website waar de historisch-kritische methode wordt uitgelegd. Een aanzienlijk deel van de verwijten die wetenschappers maken aan mythicisten, komt als een boemerang terug: het mythicisme kan zijn comeback maken doordat in de geesteswetenschappen de wetenschapsvoorlichting niet met haar tijd is meegegaan.’

Volgens Lendering houdt de mythische Jezus het denkbeeld in dat Jezus geen historisch persoon is maar – net als Osiris, Dumuzi of Mithra – een mythisch figuur. Deze gedachte is al vrij oud en is in de twintigste eeuw verdwenen, zoals we ook weinig meer horen over flogiston, de holle aarde of craniometrie. Over Jezus, mythen en voorlichting schrijft de historicus uitgebreid op zijn weblog.

N.B. Over verkeerde boeken gesproken… Dit blog plaats ik als tegenhanger van het blog van gisteren. Een ander geluid. Opdat de queeste blijft: Het debat over Jezus wordt vervolgd.

Zie:
3 x Jezus: vragen en antwoorden
* Jezus, mythen en voorlichting (1)
* ‘Jezus heeft nooit bestaan’

Gerelateerd: De mythe van de mythische Jezus

Foto: © epa. Een fragment van de Dode Zeerollen in een Israëlisch onderzoeksinstituut

Update 20 01 2024, 10 12 2024 (Lay-out, foto, links)

 

‘Jezus blijft een mythe’

DoopJezus (2)

Een verslag over het symposium Het mysterie van Jezus toen… en nu? verscheen afgelopen maand in magazine Koorddanser. Waren er nieuwe inzichten over de persoon of mythe Jezus? Dat vroeg Ewald Wagenaar zich af in zijn artikel Jezus blijft een mythe. Hij gaf daarin de opvattingen weer van filosoof Tim Freke, de gnostici Jacob Slavenburg en Bram Moerland, en theoloog Tjeu van den Berk.

Volgens Wagenaar laat de online Zeitgeistfilm geen misverstand bestaan over het christelijke kerstverhaal en doet het je zelfs twijfelen aan het waarheidsgehalte in álle religies, omdat de rol van astrologie, dan wel astronomie, als onderliggend motief vaak zo evident is:

Het christelijke verhaal is een gejatte versie van een oudere religie die het weer ergens anders vandaan pikte en als je zo steeds verder in de tijd teruggaat, blijkt het ten diepste een astronomisch verhaal te zijn. Terugkeer van het licht tijdens de zonnewende, drie koningen (sterren) en een heel rijtje andere typische karakteristieken.’

Wagenaar vertelt dat Freke in zijn voordracht De ervaring van het mysterie het Jezus-mysterie als een mythe bestempelt – en toch bleven de 300 luisteraars in de Baarnse kerk zitten. Die zagen volgens Wagenaar in Jezus vermoedelijk vooral een symbool. Volgens Freke is Jezus gewoon wat we zelf zijn.

Nou is er geen enkele historische bron die het bestaan van Jezus bewijst. Zelfs de Joodse geschiedschrijver Josephus – de enige uit Jezus’ tijd die over hem schreef – bleek onbetrouwbaar. Er zijn ook zó veel meningen over Jezus dat je wel mag zeggen dat er net zo veel mensen als Jezussen zijn.’ (Freke)

Volgens Slavenburg – sprekend over Jezus in de esoterische traditie – is het huidige christendom niet gebaseerd op de leringen van de eerste christenen en bestond in het begin van het christendom de volgelingen van Jezus uit pacifistisch joods-christelijke leerlingen. Later is de toon in het christendom gezet door Rome, in taal, cultuur en sfeer van de heersers van die tijd.

Maar het niet in de officiële Bijbel opgenomen evangelie van Jacobus – de broer van Jezus – laat een heel andere Jezus zien: eentje van vlees en bloed en iemand die pas bij zijn doop de ‘Christus’ werd. Hij wist wel dat hij tot iets bijzonders geroepen was, maar in een oud geschrift van de vroege Judese christenen in Syrië staat dat bij Jezus’ doop de hemel zich opende en God sprak: ‘Heden heb ik jou verwekt’.’ (Slavenburg)

Volgens Wagenaar is de Jezus die Slavenburg ziet een gnostische en dat schuurt met het beeld in het collectieve bewustzijn van de christelijke Jezus zoals de kerk hem profileert. Van den Berk – Christus: archetype, dogma en symbool; de visie van Carl Gustav Jung – belichtte op het symposium Jezus in de archetypische oriëntatie van Jung:

Het grote mysterie is geworteld in de menselijke ziel, niet in de buitenwereld’, citeert hij Jung. De moderne mens moet van de metafysische Jezus een ervaring maken van de eigen ziel.(…) Het gaat om de numineuze ervaring die bij de beleving van religie hoort. (…) Jung zei hierover: ‘Je wordt opgenomen in het grote zelf.’

Tot hilariteit van het auditorium, aldus Wagenaar, vertelde Moerland – To be or not to be, that’s NOT the question, verhalen als dragers van betekenis – het door hemzelf aangepaste verhaal van Roodkapje die het paadje naar oma verlaat, daar Winnie de Poeh tegenkomt en samen van de honing gaan genieten:

Heeft Roodkapje bestaan of niet? Dat is geen zinvolle vraag voor het sprookje. Een verhaal hoeft helemaal niet waar te zijn om een betekenis te hebben. (…) Wat is de betekenis van Jezus, ongeacht of hij bestaan heeft? Die zit voor mij in de mystieke ervaring. (…) De aard en kwaliteit van de ervaring kenmerkt zich overal ter wereld op dezelfde manier: het ervaren van de eenheid van het al, een sterk besef van de eigen bestemming, afwezigheid van angst, tijdloos en een onderdompeling in liefde. Dat geeft de ervaarder een zeker weten, dit was wat werkelijk is.’

Zalig de mens die heeft geleden, zei Jezus. Lijden is dus deel van de werkelijkheid. In de leegte van het niet-weten is de liefde te vinden. Dat roept barmhartigheid op en – mits die geen vlucht wordt – kan dat als antwoord gelden op de uitnodiging van de Jezusmythe. Of dat wat uitmaakt? Maakt mij niet uit. Het is mijn verhaalperspectief en betekenisvol genoeg voor mij.’

Het artikel van Ewald Wagenaar staat in magazine Koorddanser, jaargang 32, nummer 335, december 2015.

Gerelateerd: Is religie een verkeerde interpretatie van mythologie?

Illustr: 13 januari Doopfeest (Antoine Coypel, De doop van Christus, c.1690) (Pinterest)