Waarom Gods bestaan beargumenteren?

Niet in God geloven is de basispositie voor de meeste mensen. Niet dat iedereen daar nu zulke doordachte redenen voor heeft, maar niet-geloven zit gewoon in de lucht. Het hoort bij de tijdgeest. Het spreekt vanzelf. Je hoeft het niet uit te leggen. Dat zorgt ervoor dat wel in God geloven een beetje raar is. Daarmee komen we bij de bedoeling van dit boek. Wij denken namelijk dat geloven in God helemaal niet zo vreemd is. Integendeel. Er zijn juist uitstekende argumenten om te denken dat God bestaat.’

Dat zeggen Jeroen de Ridder en Emanuel Rutten in het weldra te verschijnen boek En dus bestaat God. De beste argumenten. Het staat in de inleiding onder de vraag die tevens de titel van dit blog is.

Die argumenten zijn niet achterhaald door wetenschap of technologie en ook niet vergezocht. Sterker nog, ze gaan uit van zaken die voor veel mensen bekend zijn en vanzelf spreken en komen dan via een aantal logische stappen uit bij de conclusie dat God bestaat. In dit boek geven we acht van zulke argumenten, in elk hoofdstuk één.’ (Uit: En dus bestaat God)

Vervolgens kunnen we de acht argumenten allemaal bestuderen. Als ik terugkijk op mijn eigen blogs kan ik ze allemaal vinden, maar uiteraard ook elders op Internet of de site van Rutten. Echt niet allemaal direct gemakkelijk te begrijpen. Maar De Ridder en Rutten beloven met heldere redeneringen te zullen komen om duidelijk te maken dat die Ene bestaat. Volgens de uitgever schrijven zij in ieder geval toegankelijk voor een breed publiek. Hier alvast een summiere bloemlezing van de argumenten die ik bij Rutten vond. Ik ben benieuwd hoe de argumenten uiteindelijk helder verwoord zijn in En dus bestaat God.

Het Leibniziaans argument, van de Duitse zeventiende-eeuwse filosoof Leibniz. Hij was van mening dat God zelfs noodzakelijkerwijze bestaat, omdat hij niet anders kan dan bestaan.

Niet alle argumenten hebben zo’n sterk dwingende logica: soms is het meer zo dat de aannames de conclusie zeer waarschijnlijk maken.’ (Uit: En dus bestaat God)

Het kosmologisch argument: God wordt hiermee rationeel afgeleid uit waarneembare dan wel beargumenteerbare algemene kenmerken van de kosmos: zoals het gegeven dat er überhaupt een universum bestaat in plaats van helemaal niets, of het feit dat er in de wereld veroorzaakte dingen zijn, of dat er in de wereld dingen zijn die contingent (niet-noodzakelijk) bestaan.

visje


Het 
fine-tuning argument: de hypothese dat een bovennatuurlijke intentionele act aan de onvoorstelbaar onwaarschijnlijke fine-tuning ten grondslag ligt is alleszins redelijk indien bruut toeval het enige denkbare alternatief is. Fine-tuning kan één argument zijn in een cumulatieve reeks van verschillende argumenten voor het bestaan van God.

Een goed argument begint met ware aannames, of tenminste aannames waarvan het behoorlijk plausibel is dat ze waar zijn. Vervolgens zijn de redeneerstappen van een goed argument dwingend: je kunt er niet of moeilijk onderuit. De kracht van argumenten is dus dat ze je duidelijk maken wat je zou moeten geloven, gegeven dat je andere dingen al gelooft.’ (Uit: En dus bestaat God)

Het argument vanuit natuurwetten: de idee is dat de kosmos met haar universele en stabiele natuurwetten zich aan ons voordoet als een optimaal gestructureerd schoon geheel en dat de schoonheid van deze begrijpelijk samenhangende structuur een kenmerk is van intrinsieke goedheid, zodat het niet onredelijk is om te denken dat de schepper van de kosmologische zijnsorde goed in plaats van kwaadaardig is.

Het ontologisch argument: het bestaan van God wordt afgeleid op a priori gronden, dat wil zeggen op grond van redelijke overwegingen die ons door ons autonome denken worden ingegeven. In een ontologisch argument wordt de conclusie dat God bestaat afgeleid uit een bepaalde vooraf gegeven definitie van God, zoals ‘Datgene waarboven niets groter gedacht kan worden’ of ‘Maximaal perfect wezen’.

En dus bestaat God

De argumenten in dit boek zijn volgens ons goede argumenten. Ze starten vanuit aannames die voor veel mensen acceptabel zijn – ongeacht of ze gelovig zijn of niet – en komen dan via een of meer stappen bij de conclusie uit dat God bestaat. Bij sommige argumenten volgt de conclusie strikt logisch uit de aannames, bij andere maken de aannames de conclusie erg waarschijnlijk.’ (Uit: En dus bestaat God)

Het modaal-epistemisch argument: het bestaat uit twee premissen en één conclusie. Beide premissen hebben betrekking op een semicartesiaanse notie van kennis. Een subject, zeg S, kent een propositie, zeg p, indien p waar is en indien S niet anders kan dan p geloven, bijvoorbeeld omdat p voor S intuïtief zelfevident is (“1+1=2”) of omdat p voor S zintuiglijk niet corrigeerbaar is (“Ik heb twee handen”). Uit beide premissen, enerzijds “alles wat mogelijk waar is, is mogelijk kenbaar”, en anderzijds “Het is onmogelijk te weten dat God niet bestaat”, volgt logisch de conclusie dat God noodzakelijk bestaat.

Het morele argument wordt door verschillende hedendaagse filosofen verdedigd. Het morele argument voor het bestaan van God kan bijvoorbeeld op de volgende manier weergegeven worden: 1. Als God niet bestaat, dan is niets objectief verwerpelijk, 2. Sommige daden zijn in objectieve zin verwerpelijk, 3. God bestaat (conclusie uit beide premissen.)

Het argument vanuit de religieuze ervaring: men vertelt bijvoorbeeld over persoonlijke Godervaringen of men verwijst naar de vele getuigenissen van Godervaringen bij anderen. Hierbij gaat men uit van een meer inclusieve visie op menselijke ervaring; een visie die ruimte biedt voor esthetische, existentiële en morele ervaringen. Dan is er geen goede reden om op voorhand te beweren dat religieuze ervaringen, zoals het ervaren van God, zelfs als God bestaat, in beginsel onmogelijk zijn.

Maar een keihard bewijs en absolute zekerheid? Dat kan geen filosofisch argument je geven. En dat is ook niet erg. Gezonde twijfel past bij geloof in God. Argumenten geven ons uitstekende redenen om te geloven, maar het blijven wel redenen om te geloven. Wat de argumenten voor het bestaan van God volgens ons vooral laten zien, is dat geloof in God rationeel gezien volkomen gelegitimeerd is, ja zelfs de meest redelijke positie betreft. Daar gaat het ons hier om.’ (Uit: En dus bestaat God)

En dus bestaat God. De beste argumenten | Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder | Buijten en Schipperheijn B.V. | ISBN 10: 9058817458 | ISBN 13: 9789058817457 | € 14,50 | Verschijningsdatum: 22 januari 2015

Illustr: eye and universe (angelicview.wordpress.com)
Update: 2025 (Lay-out)

‘Een Godsbewijs moet overtuigen’

En dus bestaat God
‘Een godsbewijs zou eigenlijk overtuigend moeten zijn – en niet plausibel. Plausibel maken dat God ‘zou kunnen’ bestaan –mwah, dit bewijs laat in ieder geval zien dat er toch wel ‘iets’ van Gods bestaan aan is – is niet effectief. Zolang er goede tegenargumenten bestaan is het geloof in God niet redelijk: ook niet een ‘beetje’.’ Dat zegt de Lachende Theoloog, alias Jan-Auke Riemersma op zijn blog Godsbewijzen.
 

Als de argumenten van de ‘moderne’ theïstische godsdienstwijsgeren overtuigend zijn, dan mag men veronderstellen dat vooral goed geschoolde filosofen, die de betekenis van dergelijke krachtige argumenten op waarde kunnen schatten, zich door deze argumenten hebben laten overtuigen.’ (J-AR) 

JeroendeRidder (1)Riemersma stelt dat slechts 14 – 20% van de analytische wijsgeren menen dat het bestaan van God te verdedigen is. Helaas zegt hij er niet bij niet welke filosofen dat zijn. Die kunnen wellicht hun Godsbewijzen, eh… argumenten, misschien meer plausibeler maken dan de filosofen die met hun boek komen En dus bestaat God. De beste argumenten. De beste acht argumenten vanaf 22 januari dus in uw boekhandel. De filosofen Emanuel Rutten (re: foto Twitter) en Jeroen de Ridder (li: foto VU) zijn er in ieder geval zelf wel van overtuigd dat zij met heldere redeneringen kunnen duidelijk maken dat dieemanuelrutten Ene bestaat. Volgens de uitgever schrijven de heren in ieder geval toegankelijk voor een breed publiek, dat ook vakgenoten zal boeien.

God bestaat en daar zijn sterke argumenten voor. Juist de laatste jaren zijn die argumenten nog weer aangescherpt. Emanuel Rutten en Jeroen de Ridder, beiden filosoof, hebben zich in elk geval laten overtuigen: God bestaat en dat valt met heldere redeneringen duidelijk te maken.’ (Cover) 

JanAukeRiemersmaVolgens de uitgever zal dit boek atheïsten verontrusten en gelovigen versterken, en is het een eyeopener voor al die mensen die denken dat geloof geen optie meer is voor wie zijn verstand gebruikt. Maar volgens de Lachende Theoloog (illustr. J-AR) is het probleem nu juist dat geen van de bestaande godsbewijzen zonder meer ‘geldig’ en ‘waar’ is.

Het opvallende verschil met de meeste andere wijsgerige debatten is echter dat er geen onderzoek gedaan wordt aan God. Het debat krijgt geen impulsen van buitenaf. Godsdienstwijsgeren, of ze nu theïst of atheïst zijn, zullen zich moeten verlaten op argumenten.’ (J-AR) 

Ben benieuwd… Volgens schrijver en filosoof dr. Edward C. Feser (1968) is het onder hedendaagse filosofen vrij algemeen bekend dat Thomas van Aquino ervan overtuigd was dat het bestaan ​​van God, de onsterfelijkheid van de ziel, en de inhoud en bindende kracht van de morele wet bewezen kon worden door middel van louter filosofische argumenten.

En dus bestaat God. De beste argumenten | Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder | Buijten en Schipperheijn B.V. | ISBN 10: 9058817458 | ISBN 13: 9789058817457 | € 14,50 | Verschijningsdatum: 22 januari 2015

Zie: Godsbewijzen

Charlie Hebdo heeft pesten tot kunst verheven

zoekdeheldjanbontje.large
En dan is alles toegestaan. De profeet wordt vandaag weer prominent – lekker pûh! – afgebeeld op de voorpagina van Charlie Hebdo. Het komt mij voor dat Charlie vroeger als kind toch wel vreselijk gepest moet zijn en neemt sindsdien voortdurend wraak op alles en iedereen door – onder het mom van satire – hevig terug te pesten. Maakt niet uit wie. Vanuit anarchistisch standpunt is alles en iedereen een dankbaar object: christendom en islam voorop. Pesten is blijkbaar onuitroeibaar en vele toekijkers genieten volop van hun helden. Pesten tot kunst verheven.

Op veel scholen worden tegenwoordig talloze antipestprogramma’s ingezet om (komende) slachtoffers te behoeden voor hun pestkoppen. De gepesten gaan of van school af, of worden depressief, plegen soms zelfmoord of – tot het uiterste getergd – vermoorden de pesters. Andere gepesten beginnen een satirisch blad en slaan pestend en kwetsend om zich heen. Dat moet kunnen, vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Coûte que coûte… Altijd?

Toen een islamitische cartoonist een grove spotprent van de profeet Mohammed en een negenjarige Aisha beantwoordde met een spotprent van Hitler met Anne Frank in bed, was de wereld te klein. Juridisch gezien zit er tussen de twee geen verschil: ze zijn allebei grof en smakeloos, en zeer beledigend voor een groep mensen. Maar aangezien ze geen van beide een specifieke groep mensen tot onderwerp van spot hebben, is het niet strafbaar.’  (Maurits Berger – RD)

vincentkemmeHoofdredacteur Vincent Kemme (foto: myspace.com) van Rorate staat ook stil bij het gebeuren en schrijft in zijn artikel Satire, persvrijheid en barbaarse moordpartijen in Frankrijk:

Char­lie Hebdo is — hoezeer ik ook afwijs en betreur wat hen is aangedaan — een typisch voor­beeld van een blad dat zon­der enig respect voor per­so­nen en hun gevoe­lens om het even wat de wereld in meent te mogen slin­geren, vanuit een wereld­beeld dat zelf niet veel meer lijkt in te houden dan het willen breken van elke vorm van ‘macht’.’  (VK)

Kemme vraagt zich af of enige vorm van zelfcensuur wenselijk is of zelfs moet. Hoe afkeurenswaardig de moord­par­tij op de redac­tiele­den ook is — Kemme zegt dat niet genoeg te kunnen benadrukken — een dergelijke gebeurte­nis was natuurlijk te verwachten. Moeten we daarom uit angst voor aansla­gen onszelf censureren? 

Nee, zelf­cen­suur — voor zover we ons die moeten opleggen en ik denk dat dat soms moet — moet op diepere motieven berusten: de wens om met onze humor, onze ‘spot­prenten’ nie­mand te kwet­sen of te beledi­gen. Er bestaan ook andere manieren om de islam ter sprake te bren­gen en ik zie niet waarom dat per se op een voor moslims beledi­gende manier zou moeten.’ (VK) 

Kemme stelt, naast het feit dat hij zich tegelijk aansluit bij de woor­den van de aartsbisschop van Parijs, Mgr. Vingt-Trois: ‘Een car­toon, hoe smakeloos ook, kan niet op gelijk niveau geplaatst wor­den met moord,’ en ‘Persvrijheid, wat het ook kost, is een teken van een vol­wassen samen­lev­ing’: 

We hebben hier te maken met een doorge­dreven verabsolutering van de persvrijheid in onze samenleving, waar respect en eerlijkheid het moeten afleggen tegen het zo nodig willen kun­nen maken van om het even welk state­ment. Dat draagt onnodig bij aan span­nin­gen in de samen­lev­ing en daar zijn we deze week op een gruwelijke manier mee gecon­fron­teerd.’ (VK) 

Zie ook: Satire, persvrijheid en barbaarse moordpartijen in Frankrijk

Cartoon: Jan Bontje (twitter.com)

In naam van God – weer een nederlaag voor het geloof

innaamvangod

Als mensen religie eenmaal beginnen te gebruiken ter rechtvaardiging van haat en het moorden, en zo de meedogende ethiek van alle belangrijke wereldreligies loslaten, zijn zij een koers ingeslagen die staat voor een nederlaag van het geloof.’ Dat zegt Karen Armstrong in haar boek De strijd om God. (The Battle for God, 2000) Nu is de vertaling van Fields of Blood, Religion and the History of Violence verschenen: In naam van God, Religie en geweld

In Frankrijk vond wederom een nederlaag voor het geloof plaats. En nu komt juist de vertaling van Armstrongs boek uit. In 2000 schreef Karen Armstrong (foto: uua.org) in De Strijd om God dat als fundamentalisten radicalere en meer nihilistische geloofsovertuigingen beginnen aan te hangen, dat dit een waarlijk gevaarlijke ontwikkeling vormt voor ons allen. In het nieuwe boek In naam van God wordt gesteld dat religies en hun volgelingen altijd gewelddadig zijn – althans dat een populaire atheïstische claim zo luidt.

karenarmstrong

Karen Armstrong, prominent deskundige op het gebied van wereldreligies, laat echter zien dat de ware redenen voor oorlog en geweld in onze historie meestal weinig met religie van doen hadden, maar veelal sociaal, economisch of politiek van aard waren.’ (Uitgever De Bezige Bij – In naam van God) 

In een reis van de prehistorie tot het heden maakt Armstrong duidelijk dat er naast de kruisvaarder die in de middeleeuwen dood en verderf zaaide en de hedendaagse jihadist, ook altijd een Jezus of Boeddha is geweest, pleitend voor een rechtvaardige en vredige samenleving. Daarmee corrigeert ze het wijdverbreide beeld dat religies schuldig zijn aan het grote bloedvergieten in de geschiedenis. Aan de hand van gedegen onderzoek en in de vorm van een bevlogen betoog maakt de auteur zich sterk voor religieuze ideeën en bewegingen die oorlog en agressie afwijzen en zich inzetten voor gelijkheid, vrede en verzoening.’ (DBB) 

Hendrik Spiering gaf gisteren in de NRC (illustr.) een recensie van het nieuwe boek van Armstrong.  Ongewild komt het volgens hem precies op het juiste moment, de vertaling van het nieuwste boek van godsdiensthistorica Karen Armstrong, over godsdienst en geweld.

geefreligiemaarweerdeschuld

De wereld is nog steeds in shock over twaalf brute moorden in Parijs: ‘om de profeet te wreken’ – een evident religieus motief. Toch? Nee. Het hele boek van Armstrong, dat begint bij de Sumeriërs en eindigt bij Afghanistan, Irak en Osama bin Laden, is één lang pleidooi om genuanceerder te denken over religie en politiek. En om verder te kijken dan de eigen tijd.’ (Henk Spiering) 

Een onverwacht mooi boek, noemt Spiering In naam van God. Armstrong zegt hierin dat het doden van burgers als taboe geldt in de islam.

Ze legt uit wat ook elders in verstandige analyses is te lezen: de huidige terroristen hangen een uitgeklede, fundamentalistische islam aan waarin de overgrote meerderheid van moslims in heden en verleden zich niet kan herkennen. Het doden van burgers geldt als een taboe in de islam. Niet dat islamitische staten zich daar aan hielden, verre van dat, maar als er tegen geprotesteerd werd, was dat altijd met religieuze argumenten.’  (HS)

In het nawoord van In naam van God schrijft Armstrong dat als we worden geconfronteerd met het geweld van onze tijd, het een natuurlijke reactie is om ons innerlijk hard te maken tegen het leed en de ontberingen in de wereld, die ons een ongemakkelijk, depressief en gefrustreerd gevoel geven.

‘Maar we moeten een methode vinden om over de verontrustende feiten van het moderne leven na te denken, of we zullen het beste deel van ons mens-zijn verliezen. Op de een of andere manier moeten we een methode vinden om te doen wat religie – in haar beste vorm – eeuwenlang heeft gedaan: een mondiaal saamhorigheidsgevoel opbouwen, een gevoel van eerbied en ‘gelijkmoedigheid’ voor iedereen cultiveren, en de verantwoordelijkheid nemen voor het leed dat we in de wereld zien. Geen enkele staat in de geschiedenis, hoe imposant de prestaties ook zijn geweest, is gevrijwaard gebleven van de smet van de krijger. We zijn allemaal, zowel religieuzen als seculieren, verantwoordelijk voor de huidige toestand van de wereld.’ (Uit: In naam van God)

Karen Armstrong | In naam van God. Religie en geweld | Vertaling Albert Witteveen | De Bezige Bij | 548 blz. € 29,90 | Amazon.nl e-book: € 19,90

Zie ook: Geef religie maar weer de schuld 
Update 20 11 2024 (Lay-out / links)

Moet God bevrijd worden van wetenschap en filosofie?

Geloven doe je in de kerk, zeiden we vroeger. Dat kan niet meer, want de kerken verdwijnen. Nu doen we dat vooral in de wetenschap en filosofie. Daarin wordt Gods bestaan bewezen (beargumenteerd) maar je kunt er ook terecht voor argumenten tegen het bestaan van God en die laatste schijnen zich zelfs op te stapelen. De discussie woedt momenteel in de Volkskrant en omstreken. Wat opvalt is dat het niet meer over God gaat maar vooral over hoe vaak Hij al of niet voorkomt in wetenschap en filosofie.

Aan het begin van de vorige eeuw dachten de meeste filosofen dat godsargumenten definitief ten grave waren gedragen door denkers als Immanuel Kant en David Hume. Maar dat beeld is inmiddels volledig achterhaald. Amerikaanse en Britse filosofen als Alvin Plantinga, Richard Swinburne, Robert Koons en Alexander Pruss ontwikkelden nieuwe argumenten voor het bestaan van God, die niet vatbaar zijn voor de traditionele bezwaren ertegen.’ (Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder) 

Beide docenten aan de afdeling Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit zijn van mening dat de kentering die zich ongeveer de laatste veertig jaar heeft voltrokken, buiten de ivoren toren nauwelijks doordringt. Maar volgens Maarten Boudry, postdoctoraal onderzoeker wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent, is het sterk overdreven dat God springlevend zou zijn in de ijle abstracties van de hedendaagse filosofie.

Godsdienstfilosofen zoals Alvin Plantinga en Richard Swinburne worden door een kleine schare gelovigen op handen gedragen, maar door de meeste filosofen nauwelijks ernstig genomen. Theologie is de grootste intellectuele verliespost van de westerse geschiedenis: nergens is zoveel breinkracht verspild aan zo weinig inhoud. Filosofen houden zich er beter ver van.’ (Maarten Boudry) 

Volgens Pouwel Slurink, freelancedocent filosofie, stapelen argumenten tegen het bestaan van God zelfs op. Hij komt met ‘drie nieuwe bewijzen’ tegen Zijn bestaan, al noemt hij ze in zijn artikel ‘argumenten’. De goede schepper blijkt een misplaatste hypothese; er is sprake van een ‘geest-zelden’-filosofie en Slurink geeft een argument tegen het bestaan van God dat gebaseerd is op een soort weegschaal voor theorieën.

De beide VU-filosofen winkelen selectief in zowel wetenschap als filosofie. Zoals ik in mijn boek Aap zoekt zin heb proberen aan te tonen, moet een filosofie die zich modern noemt vooral rekening houden met onze enorm gegroeide kennis van de evolutie. Die kennis heeft sterke filosofische implicaties, ook voor vragen over het bestaan van God, de aard van geest en bewustzijn, en de vraag naar religie en zingeving.’ (Pouwel Slurink) 

stefanpaas
maartenkeulemans

OTwitter was zaterdag en zondag een levendige, zij het beperkte, discussie tussen onder anderen Stefan Paas (foto li: Twitter), Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder (en waaraan Maarten Keulemans, chef wetenschap de Volkskrant, ook actief deelnam met zijn blog) over hoeveel God al of niet voorkomt in het filosofendebat of elders in de wetenschap, gebaseerd op steekwoorden als ‘God proof’, ‘God evidence’, ‘miracles’ en ‘teleological’. (Grafiek MK)

UPDATE 04/01/2015 23:38 uur: De laatste ontwikkeling is dat Stefan Paas rectificaties verzoekt op het blog van Maarten Keulemans (foto re: Twitter). Zijn antwoord: ‘Rectificatie? Kom zeg, het is een blog.’

godproof

Huh? ‘Levendige discussie’ over het wel of niet bestaan van God? Ook al raar. Meer dan één filosoof liet weten zich daar helemaal niet in te herkennen. Wie moeten we nou geloven, de meneren van de VU, of de rest? ‘Het is natuurlijk niet hét hot topic voor iedereen’, aldus De Ridder. ‘Maar zie bijvoorbeeld de aantallen artikelen per deelgebied.’ (Maarten Keulemans) 

God zelf lijkt zo wel uit het beeld te verdwijnen. Hoewel het boeiende discussies zijn over argumenten en bewijzen – wellicht opgekomen als tegenhanger van de ‘bewijzen’ van gelovigen die hun ‘bewijs’ vaak stoelen op onbewezen zaken uit de Bijbel. Misschien moeten we God weghalen van bewijzen en argumenten, bevrijden van wetenschap en filosofie. Misschien moet we weer ‘gewoon geloven’? Zonder meer! Mysticus Meister Eckhart wilde over God zelfs zwijgen. (Hoe wel hij er een dik boek vol over schreef: Over God wil ik zwijgen.) Eckhart wilde echter God wel begrijpen en dat willen wetenschap en filosofie natuurlijk ook.

De godheid omschrijft hij (Meister Eckhart, PD) als ‘niet-zijn boven alle zijn’. Wil je tot haar geraken, dan zul je je moeten losmaken uit elke aardse gebondenheid en je moeten ontworstelen aan al je gedachten en gewoonten, zo ook van al je gewone gedachten over God.’ (Jan Oegema

Wetenschap en filosofie moeten dus ophouden met denken en polemiseren… als zij tenminste echt tot de Godheid willen raken. 

meistereckhart

‘Je moet niet verwachten dat jouw intellect zo kan groeien dat je God zou kunnen kennen. Integendeel, zal God goddelijk in jou lichten, dan draagt het natuurlijke licht daartoe helemaal niets bij; sterker nog: dat moet tot een louter niets worden en zich van zichzelf ontdoen.’ (Meister Eckhart)

Heb je God lief als God, als persoon en als beeld – dat moet alles weg! Hoe moet ik haar dan liefhebben? – Je moet haar liefhebben zoals zij is: een niet-god, een niet-geest, een niet-persoon, een niet-beeld, verder: zoals zij is een puur, rein, louter Een, afgezonderd van alle tweeheid, en in dat Ene moeten wij verzinken van iets tot niets. Daartoe helpe ons God, amen.’ (Meister Eckhart)

Zie:
* God is springlevend in de moderne filosofie
Oorlog tussen God en moderniteit allang afgelopen
Argumenten tegen God stapelen zich op
* Het onderzoek naar God is springlevend! (zegt de VU)

Schilderij: Godenbijeenkomst op de wolken | Cornelis van Poelenburch 1630 | Olieverf op koper | Mauritshuis Den Haag
Update 19 03 2024: lay-out

God bestaat, maar is hij ook een goede God?

isgodgoed

God wordt in de traditie van het monotheïsme begrepen als een goed wezen. En hoe zit het dan met het kwaad dat mensen elkaar aandoen, ook in een tijd van vrede op aarde? Volgens filosoof Emanuel Rutten overvalt en ontmoedigt ons het lijden van vele mensen in deze wereld. Hij vertelde hierover in de lezing Is door het enorme lijden in de wereld geloof in een goede God onredelijk?

Woorden schieten vaak tekort bij de afschuwelijke berichten die ons bijna dagelijks in de media bereiken. Hoe kunnen we dit redelijk verenigen met een geloof in een goede God? Als God goed is, waarom is er dan zoveel lijden in de wereld?’ 

De lezing hield Rutten eind november in Theater Brinkhuis in Laren. Hierin vertelde hij onder meer dat atheïsten het argument van het kwaad gebruiken tegen het bestaan van God. Tegen het bestaan van een goede God dan. Hij vindt dit niet geheel ten onrechte, want slechts weinig gelovigen zullen beweren nooit te worstelen met de vraag hoe een goede God al dat lijden in de wereld kan laten voortduren.

Volgens Rutten is het enorme lijden in de wereld geen overtuigende reden om te denken dat God niet goed is. Hij argumenteert voor de goedheid van God, ondanks alles. Het blijkt dan dat de mens naar zichzelf moet kijken: we keerden ons van Hem af en kozen voor het kwaad, met onze vrije wil. Maar God is toch de grond en oorsprong van de mensheid? Het is het vraagstuk van de theodicee.

Het is dus de mens zelf geweest die het kwaad in de wereld heeft gebracht. God gaf ons vrijheid en liet ons zo de keus. En wij kozen in volle vrijheid het kwaad. We zijn daarom zelf verantwoordelijk, aldus het antwoord van Genesis.’

De filosoof haalt Gijsbert van den Brink aan, die de zondeval erbij betrekt. Volgens Van den Brink werd daardoor iets in gang gebracht dat uiteindelijk ontaardde in het radicale kwaad in de wereld.

Maar de vraag blijft waarom God het enorme lijden van de mensheid hier op aarde dan laat voortduren. Is dat te rijmen met zijn goedheid? Juist het christendom is toch een geloof waarin Gods liefde voor de mensheid centraal staat?’ 

emanuelrutten

Een wereld met bewuste wezens zonder lijden lijkt dus inderdaad, los van de vraag of ze vrij zijn, onmogelijk, stelt Emanuel Rutten (foto: PD). Het lijden kan deel hebben aan het in vervulling laten gaan van het goede zelf, en ook geestelijke groei kent vaak lijden. Bovendien is een wereld als schepping van God onvermijdelijk minder volmaakt dan God zelf.

Omdat het goed is dat er zelfbewuste autonome vrije wezens zijn die beschikken over rede en gevoel, omdat het goed is dat deze wezens in vrijheid kunnen kiezen voor het goede, omdat het goed is dat er in vrijheid voor het goede kan worden gekozen.’

In zijn artikel speurt Rutten verder naar antwoorden, onder meer met de film Tree of Life van Terrence Malick uit 2011 en het Bijbelverhaal van Job. Maar ook benadert hij het kwaad dialectisch, vanuit het oogpunt van de Duitse filosoof Hegel en de Franse filosoof Alain Badiou. George Bataille en Rudolf Otto komend eveneens aan bod.

peanuts2

Dan vraagt Rutten zich af waarom God dan niet af en toe ingrijpt om het lijden van iemand te verzachten of zelfs op te heffen. Dit zou leiden tot een wereldbeeld waarin God voortdurend overal aan het ingrijpen is om ons lijden te verzachten of op te heffen. Een dergelijke wereld is existentieel echter niet leefbaar.

Wij zouden niet werkelijk vrij zijn. We zouden niet echt moreel significante keuzes kunnen maken. We zouden in een soort toy universe leven. God zou zich alleen maar bezighouden met het creëren van een comfortabele omgeving voor ons, net zoals wij dat doen voor onze huisdieren.’ 

Volgens Rutten is dit in tegenspraak met de idee dat God de mens juist vrijheid wilde geven om autonoom moreel significante keuzes te maken. En onze vrije morele keuzes kunnen alléén significant zijn indien ze ertoe doen, wat in een wereld waarin onze handelingen nooit ernstige consequenties kunnen hebben niet zo is.

Merk hierbij op dat het in vrijheid kunnen kiezen voor het goede inderdaad een zeer groot goed is. Want als God zelf noodzakelijk bestaat en maximaal goed is, dan heeft God zelf deze vrijheid niet. Het ligt daarom voor de hand om te denken dat God juist deze mogelijkheid zal willen realiseren en precies daarom geen toy universe tot stand brengt. Wij kregen dus werkelijke verantwoordelijkheid. De zorg voor elkaar werd ons echt toevertrouwd. Maar dit in ons gestelde vertrouwen is alleen oprecht als God niet voortdurend overal ingrijpt zodra er gevaar is. Wij zijn niet Gods huisdieren.’ 

Dit blog behandelt summier het thema. In de pdf van de lezing gaat Rutten hier uitgebreid op in; het lezen ervan is de moeite waard. Het komt er op neer dat de filosoof acht argumenten voor Gods goedheid voortbouwt op de argumenten voor Gods bestaan. Rutten geeft ook aan wat het krachtige antwoord is op het lijden van de mens, dat ons vanuit de christelijke traditie wordt aangereikt: het kruis als het finale antwoord op de vraag naar het lijden. Hij hoopt dat de lezing aanzet tot verder denken en vragen.

Zie: Is door het enorme lijden in de wereld geloof in een goede God onredelijk?

Illustr: metgezelinzingeving.com

Cartoon: Schulz

Gerelateerd: Hoe God het lijden van de mensheid kan laten voortduren