Luther, held of scheurmaker

LutherTweet

Een preview van de tentoonstelling Luther die vanaf 22 september te zien is in Utrecht. ‘Vijfennegentig stellingen. Kunnen die de wereld veranderen? Is Luther een held? Of een scheurmaker? Hoe je ook tegen hem aankijkt, met Luther komt een beweging op gang die tot op de dag van vandaag haar stempel drukt op de samenleving.’ Al een tweet van Luther ontvangen? Of heb je liever een argument? 

Op 31 oktober 2017 is het precies 500 jaar geleden dat Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de kerkdeur in Wittenberg bevestigde, waarmee hij de grootste revolutie in de Europese kerkgeschiedenis ontketende. Museum Catharijneconvent sluit bij deze memorabele gebeurtenis aan met dé tentoonstelling over deze veelbesproken ‘man van het jaar’.’ (Catharijneconvent) 

Overweldigend was het aantal bezoekers afgelopen woensdag tijdens de preview van de tentoonstelling rond de ‘man van het jaar 2017’, die door de één hervormer, populist, revolutionair, rebel of gewiekste marketingman wordt genoemd, of door de ander antisemiet, fundamentalist, vrouwenhater, vervloekt of heilig. In het museum kom je Luther in vele gedaanten tegen. Ook interactief, want je wordt uitgenodigd mee te denken en je eigen stelling te schrijven.

maartenlutherschild

Foto: PD (Catharijneconvent)

Je mag dan een blauwe of rode bril opzetten, door het museum geleverd. Hiermee kan je dilemma’s en perspectieven bestuderen en beoordelen. Uiteindelijk nagel je je eigen oordeel aan de muur van het museum. De spijkers hangen er al.

Allerlei perspectieven en dilemma’s toont het museum. Zo gaat het over Luther als wegbereider moderne tijd, ketter, begaafd theoloog, mediaman en sluwe populist. Maar ook dilemma’s komen voorbij. Branden of aanpassen? Bouwer of sloper? Brede weg of smalle weg? Tweet of argumenten? En ruzie of gesprek.

Luther omarmt een nieuw medium, de boekdrukkunst. Dit is hèt middel om zijn woorden te verspreiden.(…) Begin 1518 duiken de eerste gedrukte pamfletten op in de Nederlanden. Twee jaar later veroordeelt de paus de leer van Luther als ketterij. Lutherse boeken worden in het openbaar verbrand en op het bezitten en verspreiden ervan staan zware straffen.’ (Catharijneconvent)

Het boek Novum Testamentum van Erasmus is er ook te zien, waarin Luther in de kantlijn tekeningetjes maakte en commentaren schreef. Zo zie je er een lange vinger bij getekend als enthousiaste reactie bij Erasmus’ tekst of het woord ‘schurk!’ bijgeschreven als hij het erg oneens is met de humanist.

DeKleineCatechismusLuther

Foto: PD – Luther schrijft zijn grote en kleine catechismus om de kennis over het geloof te bevorderen. (Catharijneconvent)

Naast vele kunstwerken en schitterende boeken is er ook een prachtig Duits(?) spotschilderij uit de zeventiende eeuw te zien van een vrijende monnik en non, door de paus bespiedt. Het commentaar erbij spreekt van de ‘geile gluurder’. Het spotschilderij is geïnspireerd door Luther, die omdat hij niets in de Bijbel vond over het celibaat, het afschafte. Hij stelde immers dat vele priesters door deze celibaatsverplichting in de verleiding kwamen om te zondigen.

Is de paus de antichrist? Volgens Luther en zijn geestverwanten moet hij dat wel zijn. Hij wil immers niet naar hun argumenten luisteren. (…) De katholieken op hun beurt schilderen Luther, maar ook Calvijn en andere reformatoren, af als ketters. Met spotprenten en spotschilderijen bestrijden protestanten en katholieken elkaar. Ze proberen elkaar te overtuigen van hun gelijk.’ (Catharijneconvent)

Het Lutheranisme, zegt het Catharijneconvent, is geen dominante stroming geworden in het Nederlandse religieuze landschap: die rol is voorbehouden aan het gereformeerd protestantisme, geïnspireerd op de leer van de reformator Johannes Calvijn. Nederlanders gelden als ‘calvinisten’. Maar met Luther is het allemaal begonnen: de icoon van de Reformatie. Het Catharijneconvent toont veel meer dan ik in deze preview kan beschrijven. Maar dat het de moeite waard is, werd tijdens deze bijeenkomst van de Vrienden van het Catharijneconvent erg duidelijk. Luther wordt prachtig belicht. Van alle kanten.

Zie ook: Verwacht: Luther (22 september 2017 – 28 januari 2018)

Beeld: (PD) – Still van Luther in een animatie van het Catharijneconvent

De islam heeft toch ook zijn Luther

Ibn Taymiyya

Twee reformisten. Een in het christendom en een in de islam. ‘Zowel Luther als Ibn Taymiyya stellen het sola scriptura als enige toegestane benadering van de Bijbel respectievelijk Koran centraal,’ zo stelt professor in de dialoog tussen de godsdiensten Marcel Poorthuis op het Leiden Islam Blog. Hij vindt het interessant dat de twee verwante ideeën hadden. Zijn conclusie luidt dan ook dat de islamitisch geestelijke en filosoof Ibn Taymiyya de islamitische Luther is.

Sola scriptura stelt dat de Schrift (de Bijbel) de bron, norm en het fundament is van geloof en levenspraktijk. De Schrift heeft uniek gezag. De Koran evenzo, aldus Poorthuis. De schrift is de stem van God en heeft ultiem gezag, zeggen sommige bronnen.

Allereerst is daar de uitleg van de heilige Schrift. Zowel Luther als Ibn Taymiyya stellen het sola scriptura als enige toegestane benadering van de Bijbel respectievelijk Koran centraal. Daarbij nemen zij beide uitdrukkelijk standpunt in tegen de joodse verhalende uitlegtraditie, die centraal staat in de midrasj, de joodse uitleg van de Torah.’

Volgens Poorthuis voerde Luther een frontale aanval uit op de kerkelijke claim dat ook de traditie een heilig gezag zou bezitten, en ageerde Ibn Taymiyya (1263 – 1328) sterk tegen het gezag dat gegeven wordt aan tradities die buiten de tekst van de Koran circuleren.

Ibn Taymiyya staat volgens Poorthuis in een stroming die de zeer vele verhalen – een ‘reusachtig reservoir’ – rond de islam diepgaand wantrouwt. Taymiyya propageert terug te gaan naar de Schrift, in dit geval de Koran. Hij was de krachtigste pleitbezorger van de ‘alleen-de-Koran’ beweging, en is er geen plaats voor dubieuze handelingen waarmee de Bijbel vol zit.

De islamitisch geestelijke sluit zich aan, aldus Poorthuis, bij de corruptie-these, die stelt dat de Koran niet de corruptie (tahrif) bevat die de Bijbel wel aankleeft.

Dit idee werd door denkers vóór hem al uitgedragen, zoals Ibn Hazm (994-1064) met zijn een grootscheepse aanval op de evangeliën en op ‘joodse fabels’.’

Daarnaast zegt Poorthuis dat er nog een frappante verwantschap was in de ideeën van Luther en Ibn Taymiyya, namelijk hun weerstand tegen heiligenverering en volksdevotionele gebruiken.

Ibn Taymiyya was niet tegen het soefisme als zodanig en evenmin tegen mystiek, zoals in het verleden wel gedacht is en zoals moslimfundamentalisme vandaag de dag graag mag claimen.’

Volgens de professor aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg hield Luther ook grote opruiming onder de heiligenverering en de devotionele gebruiken van relikwieën en pelgrimages naar heilige plaatsen.

Het is jammer dat mensen als Luther en Ibn Taymiyya niet nu leven. Er is immers nog veel werk aan de winkel in het land van Bijbel en Koran. Het christendom had zijn Luther, maar een islamitische Luther zou nu erg welkom zijn. Stellingen te over om vast te nagelen op moskeedeuren.

Zie Leiden Islam Blog: Ibn Taymiyya: de islamitische Luther?

‘Kuitert lichtte christelijk geloof tot in al zijn uithoeken door’

Dr._H.M._Kuitert1969wikipedia (1)

‘Geloven is geen slikken of stikken. En dit is precies waarom Kuitert zo belangrijk is.’ Dit zegt hoogleraar geschiedenis van het christendom en hoogleraar wijsbegeerte, Arie L. Molendijk in Kuitert: een onafwendbare inhaalmanoeuvre, in de paper Harry Kuitert, zijn theologie en de samenleving. ‘Als je een uiterst pretentieus geloofssysteem zoals het christendom hebt, dan zul je dat als wetenschappelijk theoloog moeten uitleggen. Getuigen alleen is niet genoeg. Verantwoording is dus cruciaal. Dat te doen en daar je levenswerk van te maken is geen geringe opgave.’

Al heeft Kuitert dan mijns inziens ongelijk als hij stelt dat de mens ‘ongeneeslijk religieus’ is, toch bestaan er veel mensen met een sensibiliteit voor het transcendente – een sensibiliteit die zeer goed door godsdienstige tradities gevoed kan worden.’

In de herinnering van Molendijk was er sprake van een grote mate van waardering voor het ‘intellectuele niveau’ van Kuitert. Hier werd geargumenteerd, en niet slechts geponeerd, of nog erger getuigd van eigen overtuigingen. Met name in zijn eigen vakgroep Godsdienstwijsbegeerte en Ethiek werd dit hogelijk gewaardeerd. Zij hadden het idee dat aan de VU op een bepaalde manier een geestverwant sprak en prefereerden Kuiterts stijl van denken boven de cryptotheologie die de Utrechtse godsdienstwijsgeren praktiseerden.

Hij [Kuitert, PD] verschool zich niet achter ontoetsbare openbaringsclaims, maar argumenteerde op grond van algemeen inzichtelijke uitgangspunten.’

Molendijk vond het opvallend hoe subtiel Kuitert vaak te werk ging, en vindt dat dit misschien moeilijk te begrijpen is voor degenen die hem als de grote afbreker zien, maar Molendijk zag vooral ‘de niet aflatende moeite en zorg en energie die Kuitert erin gestoken heeft om het christelijk geloof tot in al zijn uithoeken te doorlichten.’

In Trouw van 11 oktober 2011 werd onder de kop ‘Harry Kuitert is echt passé’ gerapporteerd dat jonge theologen Kuitert niet meer spannend en vernieuwend vinden. ‘Die afrekentheologie, dat hoeven wij niet meer’. Dat lijkt mij te gemakkelijk.’

Volgens Molendijk mag er een element van waarheid in deze wijsneuzerige kritiek zitten, maar doet zij geen recht aan de betekenis van Kuitert. Ook al worden zijn boeken niet meer herdrukt, dat wil niet zeggen dat zijn gedachtegoed of de lange denkweg die hij heeft afgelegd niet meer relevant zijn.

De kerkelijke officials houden niet van dwarsliggers. In de nieuw gevormde Protestantse Kerk in Nederland lijkt een soort van nieuwe, parmantige orthodoxie de boventoon te vormen. Een orthodoxie – of wat daar voor doorgaat – die het heel goed met zichzelf getroffen heeft. Kritisch zelfbewustzijn lijkt daar bepaald geen deugd. De vraag die kritische ouders zich vandaag de dag weer moet stellen is: ‘moet ik mijn kinderen aan zo’n kerk blootstellen’? In die zin is een denken à la Kuitert zeker niet passé – of pessimistischer gedacht: zou dat niet moeten zijn.

Zie: Een VU-theoloog die verder keek: Harry Kuitert, zijn theologie en de samenleving, redactie Ab Flipse (academia-edu, 2017) In deze bundel zijn ook artikelen te vinden van Fred van Lieburg – Inleiding: een godgeleerde verrekijker; Petra Pronk – Harry Kuitert: de man met de loep; George Harinck – Vrijheid van dwang; Alain Verheij – Het hellend vlak: voor ons was Kuitert de duivel; Désanne van Brederode – Wie zegt dat al het spreken van beneden komt? Over inspiratie als godsgeschenk, en Maarten Wisse – Hoe we van ons Kuitert-complex afkomen.

Foto: Kuitert in 1969 (Jac. de Nijs (Anefo) – Nationaal Archief, via Wikipedia)

‘Interreligieuze dialoog meestal ook veilige dialoog’

9789023971054_5670_front (1)

‘Niks mis mee natuurlijk,’ zegt reli-ondernemer Enis Odaci. ‘Maar leren we de ander dan eigenlijk wel goed kennen? Wordt het niet pas spannend wanneer de interreligieuze boot gevaarlijk dicht langs de dogmatische ijsschotsen vaart? Of leidt één verkeerde opmerking direct tot schipbreuk? Dat risico voelen we natuurlijk feilloos aan, dus praten we vooral over religieuze koetjes en kalfjes.’

Ga maar na: hoe vaak heeft u het met joden erover dat zij de christelijke verlossingsleer volledig verwerpen? Vindt u het fijn wanneer moslims de drie-enige godheid binnen het christendom afkeuren? Vertelt u open en bloot dat u Mohammed eigenlijk helemaal geen profeet vindt? Ik vermoed van niet, uit respect voor de ander, of uit angst voor de ander. Jammer, want zo worden potentieel geweldige ontmoetingen bedekt onder een laag goede bedoelingen.’ (Odaci)

EnisOdaciTwitterOm die redenen is Enis Odaci (foto Twitter), eindredacteur van Nieuwwij,  blij met het nieuwste boek van theoloog Bernhard Reitsma – bijzonder hoogleraar voor de kerk in de context van de islam – getiteld Kwetsbare liefde – De kerk, de islam en de drie-enige God. Over dit boek schrijft Trouw dat Reitsma zich serieus heeft verdiept in de islam, uit persoonlijke ervaring spreekt en zich niet laat leiden door angst.

En juist omdat hij zo stevig in zijn geloof staat, durft hij nieuwsgierig en opvallend onbevooroordeeld over de schutting te kijken. Het staat nog te bezien of hij met dit boek veel Nederlandse moslims zal bereiken, maar als u vanuit een christelijke achtergrond eens een pittig potje wilt sparren over kerk en islam, heeft u aan Reitsma een prima partner.’ (Trouw)

Reitsma zegt dat het natuurlijk afhangt van de definitie van dialoog: als dialoog betekent: we gaan samen ontdekken wie God is, en dan beginnen we zo open mogelijk, ja dan kan ik me de scepsis voorstellen. Als dialoog betekent, we gaan met elkaar in gesprek vanuit onze eigen identiteit als moslims en christenen, dan ligt het anders.

Bij een dergelijke dialoog realiseer ik mij, dat we over tal van zaken fundamenteel verschillend denken. De dialoog is dan bedoeld om ons voor de ander open te stellen, om die geloofsovertuigingen en geloofservaringen – ook op kritische wijze – te bespreken.’ (Reitsma)


‘Wat mij betreft gaat het er in de eerste plaats om wie Jezus Christus is. Bij hem zie ik hoe God het leven bedoeld heeft en hoe het hij leven herstelt. Daar zie ik dus grote verschillen tussen islam en christendom (de christelijke kerken leren dat Jezus Gods zoon is, volgens de islam is Jezus een profeet, red.). Daar kan ik niet van afwijken. Je kunt het niet met God op een akkoordje gooien, zo van: we doen een beetje meer van mijn God en een beetje minder van de jouwe.’ (Reitsma in Trouw)


Voor moslim Odaci leverde zijn ontmoeting met protestant Reitsma geen scheve gezichten op. Integendeel, achteraf dacht hij hoe het kan dat zij zo rustig over onze wezenlijke, existentiële verschillen hebben kunnen debatteren. Odaci denkt dat dat antwoord vooral in de eerlijkheid ligt en in de acceptatie dat er nimmer een theologische middenweg gevonden kan en zal worden in de interreligieuze dialoog.

Gewoon, eerlijk vertellen wat we geloven. En ook vertellen hoe zich dat verhoudt tot het geloof van de ander.’ (Odaci)

BernhardReitsmaTwitterBernhard Reitsma (foto: Twitter) zal zich in ieder geval – zowel op de Christelijke Hogeschool Ede als aan de VU – vanuit de christelijke bronnen met die vragen van botsende perspectieven bezig gaan houden.

Hoe kunnen we met een grote diversiteit aan stellige overtuigingen in Nederland toch een huis creëren, waar voor iedereen plaats is. En waar liggen dan de grenzen, want we willen ons wel houden aan de grenzen van de rechtsstaat? En wie bepaalt dan wat daarbinnen wel of niet welkom is?’ (Reitsma)

Kwetsbare liefde – De kerk, de islam en de drie-enige God  | Bernhard Reitsma | Boekencentrum Uitgevers | 2017 | ISBN 9789023971054 | 256 pagina’s | € 19,90

Zie:
“Er is geen echte dialoog als ik bij voorbaat tussen haakjes zet wie ik ben”
De interreligieuze dialoog mag wel wat eerlijker

Hozen en roeien in Schepping- en Evolutieland

Storm

‘De Heere moet in actie komen!’ roepen W. de Kloe en J. Kloosterman vertwijfeld uit. Ze zijn zich ervan bewust dat oplossingen niet van menselijke actie verwacht moeten worden, maar van de Heere Zelf. Niettemin roepen zij de synodes van de tot de gereformeerde gezindte behorende kerkverbanden en de reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs op ook hun verantwoording te nemen. Schepping of evolutie? De verwarring onder opvoeders, bij jongeren en in kerkelijke gemeenten vraagt volgens hen om een Bijbelgetrouwe reactie.

Sinds het verschijnen van De aarde bracht voort – inmiddels op de shortlist van het beste theologische boek van 2016/2017 –  zijn de commentaren niet van de lucht, zelfs atheïsten(!) zijn er druk mee. Gijsbert van den Brink, de schrijver van het boek, wil ‘slechts’ christenen helpen met de vraag hoe orthodox geloven en evolutie kunnen samengaan.

Hoelang kan men deze [de zogeheten wijze onwetendheid, PD] volhouden als het boek der natuur zo sterk wijst op een oude aarde met talloze levensvormen die zich erop en erin bewogen hebben? De grenslijn met ‘zich van de domme houden’, wordt dan flinterdun. En we dreigen in twee werelden te gaan leven. Bovendien: wie meent dat we het niet kunnen weten, kan ook niet uitsluiten dat het model van geleide evolutie klopt. Ook dit ”oorsprongsagnosme” kwam mij steeds meer voor als een vluchtweg.’ (Van den Brink)

De orthodox-protestantse theoloog zegt in En de aarde bracht voort geen vurig pleidooi voor evolutie te voeren, al denken sommigen dat. Hij vraagt zich alleen maar af wat het precies voor het geloof betekent wanneer de evolutietheorie juist zou zijn.


‘Opnieuw zie ik mensen in een boot waar de golven op beuken. Het zijn nu echter bekende personen. Ik zie leidinggevenden van de Evangelische Omroep. Ik zie bestuursleden van de Gereformeerde Bond. Mannen in donkere pakken van de GBS en het SGP-bestuur. Ik zie vooraanstaande predikanten en synodeleden. Hoge golven slaan over het schip, dat diep in het water ligt. Ook hier ligt, ongelooflijk, achter in de boot een man rustig te slapen. Alles gaat aan hem voorbij. Alle andere mensen aan boord roeien en hozen als bezetenen. De golven worden echter steeds hoger. Golven van secularisatie. Van jongeren die afhaken. Golven van twijfels over de vraag hoe we de Bijbel moeten lezen. Evolutie, schepping, vrouwen in het ambt en godsverduistering.’ (D. van Dijk in: Hozen en roeien)


Maar De Kloe en Kloosterman zijn voorlopig nog niet bereid onvoorwaardelijk voor de Heere te buigen of ertoe te neigen Zijn Woord aan te passen aan de stand van de wetenschap en de geest van de tijd, want met het antwoord staat of valt de orthodoxe gereformeerde leer ‘zoals door onze vaderen beleefd en beleden’.

De evolutietheorie veronderstelt een voortgaande ontwikkeling van minder goed naar steeds beter en staat dan ook in meerdere opzichten haaks op deze hoofdlijn. Gezien de verbinding van de eerste Adam met de Tweede mag de historiciteit van Genesis niet ter discussie gesteld worden. Dat betekent niet dat we precies weten hoe de schepping gegaan is. We belijden echter voor alles dat wat de Schrift zegt helemaal waar is.’ (De Kloe en Kloosterman)

Volgens de heren zijn we door de zonde aangetast en is ons instrumentarium om waarnemingen te doen beperkt en ons inzicht om gegevens te interpreteren begrensd. Ze willen desalniettemin de wetenschap inkaderen, evenwel zonder haar monddood te maken. Ze stellen zowaar ook vragen bij de creationistische benadering die meent de schepping te kunnen bewijzen. De strijd lijkt te gaan tussen Schriftgezag en de dominerende pretentie van wetenschappelijke kennis. Dat wordt dan lastig gezien het feit dat ons inzicht beperkt wordt door onze zondigheid. Desondanks zien zij uit naar een brede en positieve reactie.

Het is van wezenlijk belang dat we samen de gelederen sluiten. Er komt in korte tijd een spervuur aan wetenschappelijke argumenten op jongeren af. Wat ze nodig hebben, is een principieel kader om die argumenten op de juiste wijze te kunnen waarderen. Zodat ze vrijmoedig durven zeggen: Hier sta ik, ondanks alle vragen mag ik toch geloven dat het gegaan is zoals de Bijbel zegt.’ (De Kloe en Kloosterman)

Volgens Van den Brink moeten we leren de Bijbel beter te lezen, en hij citeert de Nederlandse Geloofsbelijdenis die zo prachtig zegt dat de waarheid boven alles gaat.

Het kan even pijn doen de waarheid te erkennen en ermee in het reine te komen. Maar omdat ze per definitie Góds waarheid is, zijn we er op de lange termijn beter mee af.’

De Kloe en Kloosterman bespeuren – in een aantal opiniebijdragen in o.a. het RD, waarin op het boek wordt gereageerd – een zekere voorzichtigheid bij de standpuntbepaling: men weegt de voors en tegens, verkent een aantal mogelijkheden en onmogelijkheden, en daar blijft het helaas bij.

En_de_aarde_bracht_voort_gijsbert_van_den_brink.boekencentrumEr zullen echter nog talloze opiniebijdragen volgen in de diverse media. Het zal mij niet verbazen als En de aarde bracht voort mede hierdoor tot het beste theologische boek van 2016/2017 zal worden uitgeroepen. Het theologische stof dat nu al opwaait! Een debat over het boek is op 22 september 2017 in het reeds volgeboekte congrescentrum De Schakel in Nijkerk, één dag voordat op de eropvolgende dag tijdens de Nacht van de Theologie het beste theologische boek bekendgemaakt wordt.

In Nijkerk zullen zeker stevige en hopelijk open theologische gesprekken tussen evolutionair theïsten, creationisten en oorsprongsagnosten plaatsvinden. Dan wordt er gesproken over hoe sterk de evolutietheorie staat; natuurlijke selectie, creatuurlijk lijden en het karakter van God; gemeenschappelijke afstamming en theologische antropologie, en evolutietheorie en heilsgeschiedenis: schepping, historische Adam, zondeval en verlossing.

Zie:
* Column: Hozen en roeien
Open brief: Adviescommissie moet handvatten geven voor voeren scheppingsdebat
Geef handvatten voor gesprek over wetenschap

Beeld: pastoralehulpverleningjongeren.nl