Godsverduistering in gesprekken tussen gelovigen en ongelovigen

Theoloog en filosoof Rik Peels hoopt dat de tijd nu rijp is voor verdieping en dat er ‘gesprekken ontstaan die mensen daadwerkelijk iets brengen’. Hij wil bezielende gesprekken over ‘levensoriëntatie, of die nou religieus of seculier is’. Misschien zoiets als atheïst en filosoof Stine Jensen voorstaat: ‘Cultuuratheïsme, waar atheïstisch culturele bronnen als film of literatuur voor troost en zingeving kunnen zorgen.’ – Schijntroost. ‘De werkelijkheid van God verdwijnt,’ zegt godsdienstfilosoof Martin Buber.

‘Ik zal als gelovige beargumenteren dat we veel van atheïsten kunnen leren’
(Rik Peels)

Atheïsme
Het ‘belang van atheïsme’ stond 25 november 2024 centraal in deBalie in Amsterdam. Peels (met microfoon) vond het ‘eigenlijk fantastisch wat hier gebeurt’ in de bijeenkomst waar het essay Goddeloos van filosoof en atheïst Stine Jensen het licht zag.

Leven zonder God
Opvallend is dat in Leven zonder God (mei 2024) en Goddeloos (oktober 2024) elkaar overlappende, aanvullende teksten en verwijzingen zijn te vinden. Beide zitten vol atheïsme. In zijn Leven zonder God vraagt Peels zich af of er – los van de vraag of de atheïstische argumenten het bestaan van God weerleggen – misschien iets te leren valt van atheïsme.
De samenvatting ervan zegt onder meer: ‘Met deze rijke verkenning van doelbewust leven zonder God transformeert Rik Peels [hoogleraar Analytische en Interdisciplinaire Godsdienstfilosofie] het debat tussen atheïsten en gelovigen tot een streven naar een dieper begrip van elkaar’. Van elkaar? Mooi, en van God?

Eenzaamheid en ontheemding
‘Ook zien jongere generaties de seculiere samenleving steeds meer als leeg en verweesd, zonder een dieper, verbindend verhaal. Een maatschappij in crisis. Terwijl religies draaien om traditie, verworteling en gemeenschap, worden veel jongeren in deze tijd geplaagd door eenzaamheid en ontheemding.’
(Peels in: Leven zonder God)


‘De seculieren zijn in de meerderheid: je kunt tegenwoordig in Nederland prima opgroeien
zonder ooit een wat langer en diepgaander gesprek met een gelovige te hebben.’
(Rik Peels in Leven zonder God)

Religie
Jongere generaties weten vaak nagenoeg niets van religie, zegt Peels in Leven zonder God.

‘Zelfs niet de basics als: waar staat het woord ‘Tenach’ voor, wie schreven het Nieuwe Testament of hoe is de Koran volgens de overlevering ontstaan? In zo’n situatie zijn religieuze mensen interessant: groepjes in de marge die wellicht iets te melden hebben, iets waarvan we kunnen leren en wat ons kan inspireren.’
(Peels in: Leven zonder God)

Geloof
Peels heeft het met de basics over religiewetenschap of religiecultuur. Interessant misschien, maar dat is kennis, ratio. Dan gaat het niet over de relatie tot God, laat staan over een persoonlijke God. De sprong in het geloof,* (waarbij men de rede achter zich laat en zich overgeeft aan het idee God), krijgt geen kans als je interessant met elkaar discussieert over wie, wat, waar en wanneer schreef.

* Een term van ‘antifilosoof’ Søren Kierkegaard: de sprong in het geloof, vanuit het zekere spring je naar het geloof. Door die sprong ga je de wereld echter anders zien, een dieper begrip ontvang je en ook een diepere waarheid die eeuwig is en niet doorontwikkeld hoeft te worden.’ 

‘Verdachtmaking en ontmenselijking’
In de Bijbel ontwaart Peels een ‘soort verdachtmaking en ontmenselijking’ waar hij zich ‘volstrekt niet prettig bij voelt’. Hij doelt op passages die zeggen dat ‘wie oprecht zoekt Hem daadwerkelijk zal vinden’. Nogal heftige woorden gebruikt Peels in Leven zonder God, een ontdekkingsreis naar de kern van het atheïsme. Hem echt vinden, vraagt nogal wat van jezelf. Sommige diehard kloosterlingen hebben Hem zelfs (nog) niet gevonden.

Dat alle atheïsten onoprecht zouden zijn, lijkt me niet geloofwaardig – in elk geval is dat een soort verdachtmaking en ontmenselijking waar ik me volstrekt niet prettig bij voel. Hoe komt het dan dat sommige atheïsten God niet vinden, hoewel ze in alle eerlijkheid naar Hem zoeken? Om een bevredigende oplossing voor dit uitdagende probleem te vinden, moeten we atheïsme eerst beter begrijpen.
(Rik Peels in: Leven zonder God)

 
‘Ik werd overvallen door een diep innerlijk weten dat er geen God is, en dat dit klopte.’
(Stine Jensen, in NRC)

Het recht om niet te geloven
Natuurlijk is het niks om ‘alleen maar te steggelen over het bestaan van God’, zoals Jensen het formuleert. – Steggelen om ongeloof is ook niet ‘gezellig en boeiend’. Jensen strijdt voor het recht om niet te geloven. Wil de hoogleraar Publieksfilosofie met ‘baldadig teder atheïsme’ de strijd aangaan met de dertien landen waar op niet-geloven de doodstraf staat? Gaat zij daar het recht om niet te geloven beschermen? Goddeloos zijn in Nederland is eenvoudig, in de Verenigde Arabische Emiraten zie ik haar nog niet op de barricaden staan. Atheïst zijn in deBalie kan vrijblijvend.

Gebrek aan levenskracht
De Oostenrijks-Israëlisch-joodse godsdienstfilosoof en Bijbelgeleerde Martin Buber (1878-1965) zou nu zeggen dat de god van de filosofen Peels en Jensen ‘alleen voor de rede toegankelijk is en door gebrek aan levenskracht alleen een bedenkelijk moreel surrogaat biedt voor de levende God’.

‘Uiteindelijk leidt de zo gevormde moderne ervaring tot de conclusie dat god dood is. Deze uitspraak van de wijsgeer Nietzsche staat niet op zichzelf, want Nietzsche ziet de afwezigheid van God als een gemis en zijn dood als een moord.’
(Martin Buber)

Godsverduistering
In Godsverduistering stelt Buber dat de afwezigheid van de ontmoeting met God en tussen de mensen onderling het gevolg is van het verlies van de werkelijkheid van God. God is een abstract idee of een ongrijpbaar iets geworden. – En dat is precies wat dreigt in de ‘bezielende gesprekken’ van Peels die wil streven naar een ‘dieper begrip voor elkaar’. Die bezieling zal van korte duur zijn. Eenzaamheid en ontheemding heeft meer nodig dan begrip. Volgens Buber blijft de mens dan toch ‘eenzaam achter met zijn gedachtespinsels’. Peels hoopt intussen dat het ‘atheïsme meer smoel krijgt’.


‘De verduistering van het Godslicht is geen uitdoven,
morgen reeds kan wat tussenbeide trad geweken zijn.’
(Martin Buber – hoopvol – in Godsverduistering)

Martin Buber
In Godsverduistering gaat Buber in op het werk van Nietzsche, Bergson, Heidegger, Sartre en Jung, die in hun filosofie gestalte gaven aan het door hem als Godsverduistering gekenmerkte karakter van de tijd waarin hij leefde (1878-1965).

Vooral is hierbij zijn aandacht en kritiek gericht op de tendens in hun werk om het goddelijke binnen het menselijke te trekken; allengs wordt ons zo uiteengezet hoever het moderne denken in zijn aanmatiging de religieuze werkelijkheid te kunnen beoordelen, de legitieme grenzen heeft overschreden.’
(Cover Godsverduistering, Collectie Labyrint, 1979)

Beeld: Naast de presentator (l.) zitten Rik Peels, Femke Lakerveld en Pooyan Tamini Arab. Deelnemers aan het gesprek in deBalie. (Foto: Ronald Bakker / RD)
Update 10 07 2025 / november 2025

Atheïsme is dood. Leuker kan ik het niet maken

Filosoof Stine Jensen, ‘spiritueel atheïst’, wordt gehinderd ‘door religieuze uitingen die haar niet aanstaan’. Ze noemt zich natuurlijk niet ‘religieus atheïst’ want daarin klinkt te veel God door. ‘Spiritueel’ klinkt veiliger. Dan blijft God gewoon dood (want ‘leuker kan ik het niet maken’, klinkt haar strijdkreet) en geeft zij toch blijk een ziel te hebben, althans minstens een geest. En daarmee schrijft zij Goddeloos. Met als openingsvraag van Coen Simon en Frank Meester of Stine De vrolijke wetenschap wil lezen: ‘Nietzsche verklaarde God simpelweg dood’, stellen zij. – Maar dat is juist wat Nietzsche niet deed en zeker niet simpelweg.

‘Ik werd overvallen door een diep innerlijk weten dat er geen God is, en dat dit klopte’
(Stine Jensen in haar column in NRC: ‘De atheïst lijkt meer op de gelovige dan hij wil toegeven’)*

De boodschap van Nietzsche
I
n De vrolijke wetenschap (1882) laat Nietzsche (1844-1900) de dolle mens, wanhopig en overstuur, uitroepen dat de mens God heeft gedood. Nietzsche zelf verklaart God niet dood. Hij geeft wel de boodschap door dat de mens God heeft vermoord. En dat dit consequenties heeft. Wat gebeurt er als we Hem laten vallen? Waar kunnen we ons wereldbeeld, onze waarheid, dan nog op funderen?

‘Wie wist dit bloed van ons af?
God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood! Hoe zullen wij ons troosten, wij moordenaars? Het heiligste en machtigste dat de wereld tot dusver bezeten heeft, is onder onze messen verbloed – wie wist dit bloed van ons af? Met welk water kunnen wij ons reinigen? Welke zoenoffers, welke heilige spelen zullen wij moeten bedenken? Is niet de grootte van deze daad te groot voor ons? Moeten wij niet zelf goden worden om haar waardig te schijnen? Nooit was er een grotere daad – en wie er ook na ons geboren wordt, omwille van deze daad behoort hij tot een hogere geschiedenis dan alle geschiedenis tot dusver geweest is!’
(De dolle mens in De vrolijke wetenschap, Nietzsche – Vertaling:  Pé Hawinkels)

‘Genieten in dit ene leven’
S
tine Jensen, hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, identificeert zich na een lange zoektocht als ‘baldadige, tedere, open, spirituele atheïst’. Met haar spirituele ‘reis van hoofd naar hart’ duikt zij in de oosterse filosofie, zingt mantra’s, mediteert en ontpopt zich als yogi. Dit noemt zij ‘niet-religieuze praxis’. En atheïsme vindt zij een ‘zingevingstraditie’. Die zingeving stopt in haar visie wel bij de dood: God is immers dood. Genieten kan slechts in ‘dit ene leven’, zoals zij hopeloos schrijft in Goddeloos.

‘Dit ongelooflijke gebeuren is nog onderweg’
Ik kom te vroeg,’ zei hij [de dolle mens] toen, ‘het is mijn tijd nog niet. Dit ongelooflijke gebeuren is nog onderweg. Het maakt een omweg – het is nog niet tot de oren der mensen doorgedrongen. Bliksem en donder hebben tijd nodig, het licht der gesternten heeft tijd nodig, daden hebben tijd nodig, ook nadat ze gedaan zijn, om gezien en gehoord te worden!’
(Nietzsche in: De dolle mens) 

Achterhaalde godsideeën
In Goddeloos – waarom we atheïsme nodig hebben, zet Jensen zich in haar ‘biografische oefening’ af tegen een god die al jaren dood is, op basis van achterhaalde godsideeën van uitgesproken atheïsten als Richard Dawkins, Christopher Hitchens, Daniel Dennett en Sam Harris. Zij wordt nu nog vrolijk van het al in 2012 door filosoof Emanuel Rutten weerlegde ‘vliegende theepot’-argument van Bertrand Russell. In haar ervaringen komt Jensen God veelal tegen als ‘dogmatisch’, maar tegen zo’n god zetten zich inmiddels veel gelovigen zich ook af: ‘Geen godsdienst, wel God’.

Four Horsemen
De Ongelooflijke Podcast (#98) tussen Jensen en Rutten is boeiend, maar haar ‘tegenargumenten’ getuigen er daarin ook duidelijk van dat zij nauwelijks verder kan of wil denken dan de ‘Four Horsemen’. Zij heeft echt geen idee wat of wie God zou kunnen zijn. Die bestaat immers niet. In Goddeloos refereert zij aan twee podcasts, maar niet aan die met filosoof en wiskundige Emanuel Rutten.

De vraag naar het bestaan van God
Stine gelooft niet in God want waarom houdt hij of zij zich dan zo verborgen? Emanuel ziet wél duidelijke aanwijzingen voor Gods bestaan. De vraag naar het bestaan van God is geen abstracte filosofische vraag’, zegt Stine, het kan volgens haar zelfs een kwestie zijn van leven en dood. Een belangrijke vraag dus om nog eens bij stil te staan. In Tivoli Vredenburg sprak David Boogerd met filosofen Stine Jensen en Emanuel Rutten over God, ‘finetuning’, het lijden in de wereld en heel veel meer.’
(De Ongelooflijke Podcast #98, 29 juni 2022) 

Innerlijk weten
In Goddeloos brengt Jensen de veelzijdigheid van ‘soorten atheïsten’ uitgebreid in kaart. Dat vult veelal haar boek van 96 bladzijden. Nogal eenzijdig. De reden hiervoor ligt bij het feit dat zij diep ‘innerlijk weet’ dat er geen God is. Met dit dogma heeft zij God simpelweg doodverklaard. Geen enkele belangstelling voor de veelzijdigheid van ‘soorten goden’. Haar wereld zou misschien open kunnen gaan als zij ook dat ‘innerlijk weten’ eerst eens diep in kaart brengt.

Voor echt innerlijk weten gunt Jensen zich echter weinig tijd, zó laat zij zich meesleuren in de wervelwind van de samenleving waarin zij haar atheïstische levensbeschouwing moet onderhouden.

Als ik niks doe, glijd ik af naar apatheïsme, onverschilligheid. De moderne samenleving is gericht op productiviteit, consumentisme, snelle meningen, prikkels en competitie, voor zingeving, reflectie en spiritualiteit moet ik ruimte maken.’
(Jensen in Goddeloos)

* Update 09 07 2025 17.16 uur: Correctie van Jensens uitspraak; die staat inderdaad niet in Goddeloos, maar in haar eigen column in NRC. (Ik heb zo veel gelezen over en van Stine Jensen, dat ik het citaat foutief vermeldde als afkomstig in Goddeloos.) Excuus!

Bronnen o.a.:
Goddeloos
, Stine Jensen, Prometheus, 96 pag., oktober 2024.
Beeld: landelijk expertisecentrum sterven
Foto Heaven – Atheism: Tassos Lycurgo (Instagram)(Stephen Hawking (1942 – 2018) was een Brits natuurkundige, kosmoloog en wiskundige; John Lennox (1943) is een Brits natuurkundige en een autoriteit op het gebied van de relatie tussen geloof en wetenschap)
Gerelateerd: ‘Nietzsche verwoestte het atheïsme’, februari 2024

► Tip: De Ongelooflijke podcast #182: Over anti-religieuze millennials en antisemitisme, met Kitty Herweijer en Stefan Paas, februari 2024
Zonder God gaat het niet is de titel van een essay dat Kitty schreef in het jaar dat deze podcast begon: 2019. Zij beschrijft treffend de onverschilligheid van veel millennials ten opzichte van traditionele religie, een onverschilligheid die ze zelf ook had. Kitty is zó niet-gelovig opgevoed dat ze haar hele jeugd niet in contact is gekomen met een religieus iemand. Maar dat is nu nogal anders.
(Kitty Herweijer studeerde politicologie en Midden-Oostenstudies. David Boogerd spreekt haar samen met vaste gast, theoloog Stefan Paas, professor aan de VU in Amsterdam en de Theologische Universiteit Utrecht.)

Jonathan Sacks’ Tora verrassend fascinerend

Opperrabbijn Jonathan Sacks (1948 – 2020) bestudeerde de Tora door een ‘groothoeklens’. Hij legt verbanden met filosofie en wereldgeschiedenis, en met ons persoonlijke leven. Van zijn hand verscheen in de jaren 2019 tot 2024 de vijfdelige serie Verbond en dialoog, joodse lezing van de Tora. Sacks kijkt naar het totaalbeeld van de Tora en haar plaats binnen het geheel van denkbeelden. Het jodendom blijkt in zijn essays een fascinerend en bijzonder verrassend beeld te schetsen van het heelal en onze plaats daarin. Niet alleen voor de joden zelf, maar voor de mensheid. De Talmoed is weer aangevuld met, zoals Daniël Drost (VU Amsterdam) zegt, ‘werkelijk adembenemende stukken tekst’. 

‘Waar joden ook waren, de Tora vergezelde hen. Zij droegen haar en zij droeg hen.
De Tora werd, in de prachtige woorden van Heinrich Heine,
het “draagbare vaderland van de jood”.’

(Jonathan Sacks)

Tora en Talmoed
V
an de Joods-Amerikaanse schrijver Elie Wiesel (1928 – 2016) is de uitspraak dat, als van de Tora gezegd kan worden dat zij geen begin heeft, men van de Talmoed moet zeggen dat hij geen einde heeft. De Talmoed is weliswaar beëindigd, maar het boek is niet afgesloten. De joden willen hun werk blijvend voortzetten. De Talmoed – als voortdurend commentaar op de Tora – is in de loop der tijd met duizenden boeken uitgebreid en dat gebeurt nog steeds.

God krijgt commentaar op commentaar
H
et was God die 3300 jaar geleden de Tora (de ‘Vijf Boeken van Mosje’) aan Mozes, de grootste profeet van Israël, gaf op de berg Sinaï. De Tora wordt door de joden beschouwd als een letterlijk verslag van de woorden van God. In de loop der eeuwen kreeg God daarop antwoord in vele geschriften, traktaten en commentaren, en commentaren op commentaren. Op stenen tabletten, papyri, op perkament en papier.

Talmoed als levende kracht
V
olgens de Joods-Amerikaanse schrijver Elie Wiesel (1928 – 2016) openbaart de Talmoed ons een fascinerende wereld die het volk van Israël de kans geeft – omdat het zijn taal en zijn ziel erin terugvindt – eeuwen van haat en geweld te overleven te midden van vijandige vreemdelingen. Hij zegt dat de Talmoed voor het Joodse volk een levende kracht betekent, en noemt het méér dan een boek, bibliotheek en levenswijze. ‘Het is de uitdrukking van een gezamenlijk geheugen dat niets verloren laat gaan, want niets wordt terzijde geschoven.’


Jongen met gebedsriemen

Het draagbare Joodse vaderland
Draagbaar kan je letterlijk uitleggen. Door de talloze vervolgingen van het Joodse volk, hun verstrooiing buiten Palestina, en de onzekerheid over een eigen territorium, was de enige manier om hun geloof in de Eeuwige te beschermen dat zij teksten uit de Tora uit hun hoofd leerden, en overdroegen aan hun kinderen. En altijd met boeken en boekrollen, waar ze ook heen vluchten. De Tora kan je nog dichter bij je dragen met de tefilien: gebedsriemen waarmee je heilige woorden op je lichaam bindt. Altijd God bij je.

Joden en Woorden
‘Lezen en ‘lernen’,’ aldus Jessica Durlacher in een recensie over het boek joden en woorden, waren volgens hoogleraar Hebreeuwse literatuur Amos Oz (1939 – 2018) en historicus Fania Oz-Salzberger ‘geen luxe, maar bittere noodzaak, ontstaan nadat er meerdere pogingen waren gedaan om het Joodse volk in zijn totaliteit te vernietigen. Het wonder dat de teksten in leven bleven en de studie en de dialogen werden voorgezet, wordt in dit boek door de zoektocht naar de herkomst van deze “lees- en schrijfcultuur” schitterend aangetoond.’

Woorden bieden joden houvast
‘D
e Tora’ (Tanach, Hebreeuwse Bijbel), ‘verving het land Israël en de heilige tempel’, zo schreef Heinrich Heine. Of zoals Oz en Oz-Salzberger het uitdrukten: ‘Verdreven uit Jeruzalem, beroofd van tabernakel en menora, restten ons slechts de boeken’. Het ‘draagbare joodse vaderland’ begon al met het tabernakel, het draagbare heiligdom waarin de Stenen Tafelen tijdens de tocht door de woestijn vervoerd werden. Volgens De Groene Amsterdammer hebben ‘woorden de joden houvast geboden’.



Rabbi met wetsrol (Marc Chagall – 1887 – 1985), 1930, gouache op karton, Stedelijk Museum Amsterdam) ‘In dit schilderij stelt Chagall in sobere kleuren en lijnen een religieuze jood centraal. Gehuld in een gebedsmantel, de gebedsriemen om het voorhoofd en de arm gebonden, houdt de man een Torarol in zijn handen.’

Samen één volk
Op 6 oktober 2024 is op dit blog mijn eindexamenscriptie Het draagbare Joodse vaderland (Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht, 2019) te vinden. Een verkennend literatuuronderzoek als kennismaking met het jodendom. Het richt zich op de belangrijkste joodse geschriften en boeken.
Dat de scriptie juist nu wordt geplaatst, is behalve door de godverlaten actualiteit sinds 7 oktober 2023, mede ingegeven door de wonderbaarlijke en inderdaad ‘adembenemende’ essays van Jonathan Sacks. God laat zich hierin kennen en begrijpen, en vooral ook laat Sacks zien dat de strijd tussen christenen, moslims en joden mede voortkomt uit het trieste misverstaan van de Tora.

De joodse mens, zijn cultuur en geloof
Mijn motivatie voor de scriptie destijds was dat over Israel en de joden, sinds mijn jeugd, altijd wordt verhaald over de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust en het voortdurende conflict in het Midden-Oosten, over de strijd tussen Israël en de Palestijnen sinds 1948. Zelden vind je verhalen het over de joodse mens zelf, zijn cultuur en geloof. Eveneens geldt dat voor de media. Israël wordt doorgaans politiek belicht vanuit het Midden-Oostenconflict. En nu, in 2024, zelfs meer dan ooit.

Jodendom is ‘mobiel’ gegaan
De beste bescherming is de geest,’ zegt Bernard-Henri Lévi in de EO-documentaire Je zal maar uitverkoren zijn, over een draagbare identiteit. Eigenlijk is het jodendom sinds de vernietiging van de tweede tempel ‘mobiel’ gegaan. Echter de geest alleen is onvoldoende, het geheugen kan niet alles opslaan. De weerslag van de geest, woorden op papier, het geschrift, blijft van belang, voor de joden van levensbelang.

Eeuwenlang in de diaspora
S
inds 1948 breidt het joodse geografische vaderland zich uit, door (omstreden) kolonisatie van land dat aan de Palestijnen toebehoort. Het Joodse vaderland wil groeien, wellicht om redenen dat Israël het definitieve gevoel van veiligheid nog altijd niet heeft gevonden. Woorden en boeken als vaderland zijn niet genoeg, al hebben die eeuwenlang meegeholpen dat joden overal in de diaspora stand konden houden. Het joodse volk heeft het niet te stoppen gevoel ieder moment verdreven te worden.


Update: Hezbollah bevestigde 28 september 2024 de dood  van Hassan Nasrallah door Israël 

7 oktober 2023
De aanleiding van het publiceren van Het draagbare Joodse vaderland is het helse bloedbad dat Hamas op 7 oktober 2023 aanrichtte in Israël met fatale gevolgen. Die dag schoot de ‘Partij van God’ (Hezbollah), die evenals Hamas de vernietiging van Israël nastreeft, raketten op Israël. Tot nu toe al duizenden. Bij Hezbollah is sinds 1992 de sjiitische Nassan Nasrallah aan het bewind. De islamitische republiek Iran, gezworen vijand van Israël, voorziet Hezbollah sinds decennia van wapens. Andere milities, net als Hamas gelinkt aan Iran, zoals Islamitische Jihad, de Houthi’s in Jemen en groeperingen in Irak en Syrië mengen zich ook in de strijd tegen Israël.

Israël furieus
N
iet zo vreemd dat Israël sinds 7 oktober 2023 furieus reageert. De trauma’s van vervolging zitten diep verankerd in haar genen, doorgegeven van geslacht tot geslacht. Het joodse volk ondergaat sinds vele eeuwen dat vreemdelingen hun grondgebied in bezit nemen, dat zij zelf verdreven worden of als slaaf verhandeld. Een voortdurende vernedering die er toe leidt dat hun etnisch zelfbewustzijn sterk wordt gevoed. In die door nationalisme gevoede frustratie en afkeer hebben zij zich altijd vastgeklampt aan het geloof in God. Bezettingen en vervolgingen begonnen al in de eerste tijd van het joodse volk, met de verwoesting van Jeruzalem en de Eerste Tempel van deze stad in 587 v.C.

De Tora is er niet alleen voor Israël
De vijfdelige serie Verbond en dialoog, joodse lezing van de Tora is vooral opmerkelijk omdat Sacks laat zien dat in de Tora zich de relatie tussen God en de hele mensheid zich ontvouwt. De Tora is voor alle mensen geschreven. ‘Met u [Abraham] zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden’.
De Tora is Gods boek over mens-zijn met al onze dwalingen en deugden, glashelder vertolkt in de essays van Jonathan Sacks. Dat joden, christenen en moslims elkaar bestrijden met als gemeenschappelijke voorvader Abraham… betekent dat de mens God niet goed verstaat. En onze eigen heilige boeken als wet en niet naar de geest lezen. Verbond en dialoog is dan een regelrechte aanrader. Juist nu.

Bronnen:
* Scriptie Het draagbare Joodse Vaderland
* Verbond en dialoog, joodse lezing van de Tora | Jonathan Sacks | Uitgeverij Skandalon | Paperbacks met flappen | 1856 blz. | Vijf boeken: Genesis + Exodus + Leviticus + Numeri + Deuteronomium | Nu € 125,00 in plaats van € 165,91 | Denker des Vaderlands 2021-2023, Paul van Tongeren: “(…) ten eerste doet hij recht aan de condities waaronder de tekst ontstond, ten tweede plaatst hij de tekst in de geschiedenis van interpretaties die al gegeven zijn, en ten derde en vooral maakt hij duidelijk wat die tekst de huidige lezer te zeggen heeft(…)”

Tora: ‘Het tegengewicht van het zwaard,’ (Simon Schama) –  foto: Pixabay
Jongen met gebedsriem: Israël en de Bijbel
Rabbi met wetsrol (Marc Chagall – 1887 – 1985): Joods Historisch Museum – foto: PD
ThisisHezbollah: layoftheland.online

6 oktober 2024: Het draagbare Joodse vaderland – ‘Verdreven uit Jeruzalem, beroofd van tabernakel en menora, restten ons slechts de boeken’.

Mustafa Akyol: De Islamitische Mozes

UITGELICHT – GASTBLOG door Rudi Holzhauer
-Boeksignalering – In een tijd van bittere conflicten in het Midden-Oosten duikt De Islamitische Mozes in het oudere, diepere en vaak onverwacht heldere verhaal van joden en moslims. Op 10 september 2024 verscheen een nieuw boek van Mustafa Akyol: De Islamitische Mozes: Hoe de Profeet Joden en Moslims inspireerde om positief en productief samen te leven en de wereld te veranderen (St. Martin’s Press, 2024). – Dit blog is een vertaling van een blog die Akyol er zelf over schreef (zie bronvermelding onderaan). De inhoud van het boek gaat over (weer) een stukje vergeten (of verdrongen) geschiedenis.
(Rudi Holzhauer, Erasmus University Rotterdam, Erasmus School of Law, retired) [Eindredactie: PD]

‘Het gaat over het veel oudere, diepere en vaak helderdere verhaal van de islam en het jodendom, waarvan de herinnering hopelijk ook kan helpen bij het vinden van een vreedzame oplossing voor die hedendaagse politieke tragedie. Het kan moslims en joden ook helpen om met meer begrip en respect naar elkaar te kijken’
(Mustafa Akyol)

The Islamitic Moses van Mustafa Akyol

De Koranische voorstelling van Mozes
Het is in zekere zin een vervolg op zijn eerdere boek, The Islamic Jesus (2017), waarin hij de Koranische voorstelling van Jezus Christus onderzocht en de ingewikkelde verbanden tussen het christendom en de islam verhelderde. Deze keer onderzoekt hij de Koranische voorstelling van Mozes, die vreemd genoeg de meest dominante menselijke figuur in de islamitische geschriften is en zelfs de eigen profeet, Mohammed, overschaduwt.

Rolmodel voor de profeet
De Koranische Mozes is echter slechts de sleutel tot een veel groter verhaal. De joodse profeet stond zo centraal in de stichtende tekst van de islam omdat hij het rolmodel was voor de profeet van de islam zelf. Mohammed omarmde de kernidealen van het jodendom – een standvastig monotheïsme met een allesomvattende religieuze wet – om deze vervolgens te verkondigen aan zijn volk, de Arabieren. De theologische continuïteit tussen de twee geloven was zo sterk dat de moderne joodse historicus Shelomo Dov Goitein (overleden in 1985) de islam definieerde als ‘uit het vlees en been van het Jodendom’. Deze nieuwe religie, voegde Goitein eraan toe, was ‘een herschikking, een uitbreiding’ van zijn Joodse voorloper.

De joods-christelijke traditie
Voor veel mensen in het Westen kan dit vandaag de dag als een verrassing komen, omdat ze gewend zijn om te horen over de ‘joods-christelijke traditie’, terwijl de islam vaak wordt beschouwd als, op zijn best, een verre neef. Maar de joods-christelijke traditie is een modern concept dat pas in de twintigste eeuw populair werd, toen de westerse beschaving eindelijk haar duistere geschiedenis van antisemitisme in twijfel begon te trekken, terwijl delen van de moslimwereld helaas juist die kant op gingen…

Het jodendom als ‘vroedvrouw’
Er bestaat echter een even geldige joods-islamitische traditie – zoals historicus Bernard Lewis het ooit noemde – die zowel de opvallende religieuze parallellen tussen het jodendom en de islam omvat, als de diep verweven geschiedenis van joden en moslims.

Het boek De Islamitische Mozes biedt een theologische en historische reis in dit veelal vergeten (of verdrongen) verhaal.


Mustafa Akyol

De reis begint in Mekka met het eerste hoofdstuk van het boek, De Mozes van Mekka. Hier kijken we naar de geboorte van de islam in het Arabië van de vroege zevende eeuw, met het jodendom als ‘vroedvrouw’, zoals sommige moderne joodse historici het zagen. We zien waarom de Koran, vooral in de Mekkaanse soera’s, zoveel vertelt over Mozes en zijn aartsvijand, de Farao, met veel parallellen met de Hebreeuwse Bijbel, maar ook met enkele fascinerende nuances:

De Mekkaanse soera’s zijn een aantal soera’s van de Koran. Deze soera’s zijn chronologisch ouder dan de Medinaanse soera’s. De verdeling in soera’s die geopenbaard zouden zijn in Mekka en die geopenbaard zouden zijn in Medina is voornamelijk een gevolg van stilistische en thematische overwegingen.
(Bron: wikipedia. Toevoeging: Holzhauer.)

Wat er echt gebeurde in Medina
Dan, in de hoofdstukken 2 en 3, Wat er echt gebeurde in Medina, onderzoeken we opnieuw de eerste echte ontmoeting tussen Joden en moslims, die begint met een opmerkelijk hartelijke en pluralistische ‘grondwet’, maar eindigt met grimmige verhalen over geweld. We zien echter dat er onder dit ogenschijnlijk religieuze conflict meer schuilgaat: de botsing tussen de twee grote rijken van die tijd, de Byzantijnen en de Sassaniden, die de verhoudingen in perifeer Arabië onder druk zette.

Geen ‘joods-Arabische samenzwering’
In hoofdstuk 4, Onder de Koninkrijken van Ismaël, zien we hoe de joods-islamitische traditie echt voet aan de grond begon te krijgen in de geschiedenis. Hoe verrassend het vandaag ook mag klinken, de vroege islamitische veroveringen, die in niet meer dan een eeuw een enorm rijk opbouwden van Spanje tot de grenzen van India, werden vaak verwelkomd door joden, zo niet door hen geholpen. De reden was niet een ‘joods-Arabische samenzwering’, zoals sommige christenen toen geloofden, maar eerder het simpele feit dat joden onder de islam meer vrijheid vonden dan elders.

Halal Jodendom, Kosher Islam
In hoofdstuk 5, Halal Jodendom, Kosher Islam, onderzoeken we de ‘creatieve symbiose’ die plaatsvond tussen de middeleeuwse islam en het jodendom, zoals sommige joodse historici het noemden. De twee religies, met opmerkelijk vergelijkbare geloofsovertuigingen en praktijken, leerden veel van elkaar, op ingewikkelde manieren die vandaag de dag veel van hun gelovigen zullen verbazen.

Hoe Islamitisch Rationalisme het Jodendom verrijkte
In hoofdstuk 6, Hoe Islamitisch Rationalisme het Jodendom verrijkte, onderzoeken we hoe sommige theologische en filosofische trends die opkwamen in de gouden eeuw van de islam de joodse traditie op fascinerende manieren beïnvloedden, terwijl ze ironisch genoeg binnen de Islam zelf afnamen.


Rudi Holzhauer

De Joodse Haskalah en de Islamitische Verlichting
Hoofdstuk 7, De Joodse Haskalah en de Islamitische Verlichting, neemt de lezers mee naar de moderne wereld en onderzoekt hoe joden, aan het begin van het Westerse liberalisme, hun traditie opnieuw interpreteerden met een nieuw gevoel van individuele vrijheid en religieuze vrijheid. We richten ons op Moses Mendelssohn, de grootste joodse denker van de achttiende eeuw, wiens liberale ideeën over de oorsprong en waarden van het jodendom opmerkelijk veel lijken op de argumenten van islamitische hervormers van recentere tijden.

De Goede Oriëntalisten
Hoofdstuk 8, De Goede Oriëntalisten, gaat in tegen een cliché dat maar al te populair is geworden in moslimgemeenschappen: ‘Oriëntalisme’, of de studie van de islam in het moderne Westen, is alleen gebaseerd op cynische motieven die koloniale belangen dienen. De waarheid is complexer, zoals vooral blijkt uit de veelvergeten joodse oriëntalisten uit het negentiende-eeuwse Duitsland. Hun beweegredenen ten opzichte van de islam hadden niets te maken met kolonialisme of raciale suprematie. Integendeel, ze hadden oprechte sympathie voor de islam en identificeerden zich er zelfs mee, terwijl ze probeerden er oplossingen in te vinden tegen het Europese antisemitisme.

De Ottomaanse Haven
Hoofdstuk 9, De Ottomaanse Haven, herinnert aan de veiligheid die de Ottomaanse Turken, de voorouders van Mustafa Akyol, joden boden in hun donkerste uren, zoals hun verdrijving uit Spanje in 1492 en de bloedbelastingen van de negentiende eeuw. In ruil daarvoor waren de joden opmerkelijk loyaal aan het Ottomaanse Rijk tot aan het einde in de Eerste Wereldoorlog – in schril contrast met hedendaagse mythes over joodse samenzweringen die een einde zouden hebben gemaakt aan deze laatste zetel van het islamitische kalifaat.

In het Donkerste Uur
Tot slot vragen we ons in de epiloog, In het Donkerste Uur, af of de betere geschiedenis tussen joden en moslims voorgoed voorbij is, zoals velen vandaag de dag zouden denken, vooral in de duisternis van het brute conflict tussen de Israëli’s en de Palestijnen, of dat er een kans is op vrede en verzoening.

Vreedzame oplossing voor politieke tragedie
De Islamitische Mozes gaat, met andere woorden, niet zozeer over het huidige conflict in het Midden-Oosten, dat de afgelopen driekwart eeuw veel spanning en wantrouwen tussen moslims en joden heeft opgebouwd. In plaats daarvan gaat het over het veel oudere, diepere en vaak helderdere verhaal van de islam en het jodendom, waarvan de herinnering hopelijk ook kan helpen bij het vinden van een vreedzame oplossing voor die hedendaagse politieke tragedie. Het kan moslims en joden ook helpen om met meer begrip en respect naar elkaar te kijken.

Bron: Blogbericht van Mustafa Akyol – 10 september 2024 – Cato Instituut. Vertaling Rudi W. Holzhauer – The Islamic Mozes

Foto Mustafa Akyol: Macmillan Publishers
Foto Rudi W. Holzhauer: Intellectual Property Lawyers
Update: oktober 2025 (Lay-out)

!►Update RW: CATO – Upcoming event – Join us live in person or online
Tuesday • October 1, 2024 • 12:00 – 1:30 PM EDT (Cato Institute, 1000 Massachusetts Ave NW, Washington DC)

EERSTE RECENSIES:
A timely, accessible, and eye-opening new approach to a centuries-old story.” — Kirkus, starred review
 
Mustafa Akyol has written a genuinely valiant and profoundly knowledgeable book. His immersion in a tradition other than his own is moving to behold: an unforgettable example of humaneness across difference. I feel blessed to inhabit this ugly world with the author of this beautiful book.” — Leon Wieseltier

Moses is the name that recurs most often in the Qur’an, and the Qur’an was just the beginning. Mustafa Akyol surprises again and yet again with one documented instance after another of affinity or alliance between Jews and Muslims over the centuries. Cogent, admirably concise, and thoroughly engaging.” — Jack Miles, Distinguished Professor Emeritus at the University of California, Pulitzer-winning author of God: A Biography

It is a rare thinker who can offer a critical comparative study of two religions and their interactions that is both honest and fair. Here you have it, and in a balanced presentation that is a delight to read.… A must-read for those open to sincere reflection.” — Rabbi Reuven Firestone, professor in medieval Judaism and Islam at Hebrew Union College

This is a brilliant book that must be widely read by mainstream commentators and public figures as well as studied on campus[es]. It not only tells an important story but offers a key to peace in our troubled times.” — Akbar Ahmed, distinguished professor and the chair of Islamic studies at American University, former Pakistani High Commissioner

‘Philosofische bedenkingen over de conjunctie van de planeten’

Een bijzondere samenstand van planeten voorspelde op 8 mei 1774 – volgens predikant Eelco Alta – het ‘einde der tijden’: enkele planeten aan de hemel zouden dan dicht bij elkaar staan. ‘Verlichtingsdenker’ Eise Eisinga (1744-1828), destijds amateur-astronoom in Franeker, bouwde daarom – dit jaar 250 jaar geleden – een bewegend model van het zonnestelsel om te laten zien hoe het werkelijk zit. In het plafond van zijn woonkamer.

Het ‘einde der tijden’ bestreden met kosmische kennis

Sinds 2023 staat het Koninklijk Eise Eisinga Planetarium op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Dankzij Eise Eisinga, ‘wolkammer’ en amateur-astronoom in Franeker. Het begon allemaal in 1774 door een advertentie in de Leeuwarder Courant waarin een anoniem pamflet werd aangeprezen met de titel Philosophische bedenkingen over de conjunctie van de planeten. De advertentie benadrukte het komende ‘einde van de tijden’.


Leeuwarder Courant 1774 – Conjunctie der vyf Planeeten (detail)

De hoogbegaafde Eisinga kreeg het in zeven jaar voor elkaar om in één oogopslag te laten zien waarom een samenstand van planeten op schijn berust: vanaf de aarde gezien, lijkt het alsof de planeten op een kluitje staan, maar in werkelijkheid staan Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en de maan verre van dicht bij elkaar.


De leergierige en hoogbegaafde Eise Eisinga op 15-jarige leeftijd (1744-1828)

 Al maanden gebruikt Eise nu ieder vrij moment om de plannen voor zijn planetarium uit te werken. Eerst dacht Pietje [zijn vrouw] dat haar man een bescheiden tafelmodel wilde maken. Maar al snel was Eise begonnen over een voortdurend bewegend systeem, aangedreven door een staartklok.

Ook toen had Pietje nog niet echt begrepen wat haar boven het hoofd hing. Ze had Eise gevraagd hoe dat dan zou moeten als de kinderen groter werden. Zelf kon ze dat kwetsbare apparaat immers niet de hele tijd in de gaten gaan houden. Maar tot haar schrik had Eise haar geruststellend aangekeken en gezegd: ‘Dat hoeft ook niet. Ik bouw alles in het plafond!’
(Uit: Planeten aan het plafond, Academie van Franeker)


Portret van Eise Eisinga uit 1827, geschilderd door Willem Bartel van der Kooi

Het planetarium lijkt klein van de buitenkant, maar binnen blijf je je verbazen over de talrijke kamertjes en kamers, links, rechts, boven, beneden, die je met veel trapjes kunt bereiken. Een aantrekkelijk doolhof waarin je veel zicht krijgt op het technisch vernuft van Eisinga om het zonnestelsel in zijn woonkamer perfect te kunnen laten draaien. Hij maakte ook een compleet handboek met een nauwkeurige beschrijving: nog altijd kan daardoor het planetarium functioneren.

Vol ongeloof had Pietje uitgeroepen: ‘… Een hele sterrenhemel!? Hier in míjn kamer?’ En opnieuw had Eise haar doodkalm en in volle ernst geantwoord: ‘Nee hoor. Wees maar gerust. Alleen ons zonnestelsel maar. En een paar klokken …’.

Inmiddels heeft Eise al zijn spullen van tafel gehaald. Hij bergt de papieren op in de voorkamer. Ondertussen zet Pietje dochter Trijntje in de kinderstoel. Het eten staat op tafel en ze kijkt de kamer rond. Binnenkort is haar man klaar met zijn berekeningen. Hoe lang zal het nog duren voor hij de zaag in het plafond zet?’
(Uit: Planeten aan het plafond, Academie van Franeker)


Tarantula Nebula NGC 2070

Bronnen:
* Koninklijk Eise Eisinga Planetarium Franeker, Eise Eisingastraat 3, Franeker.
* Koninklijk Eise Eisinga Planetarium Franeker: ‘Planeten aan het plafond laat niet alleen zien hoe Eisinga’s meesterwerk in elkaar steekt, maar geeft tevens een indruk van de tijd waarin Eisinga leefde. Het boek is fraai geïllustreerd en voorzien van twee uitklapkaarten met toelichting op de werking van het planetarium en het raderwerk’.

Beeld: Het plafond van de woonkamer van Eise Eisinga in het planetarium – PD
Beeld Conjunctie der vyf Planeeten: 1774 Leeuwarder Courant
Beeld Eise Eisinga 15 jaar: Academie van Franeker
Portret van Eise Eisinga uit 1827, – geschilderd door Willem Bartel van der Kooi (Omropfryslan.nl)
Beeld Tarantula Nebula NGC 2070: James Webb Space Telescope (Eise Eisinga Planetarium) – PD

NPO2 – Documentaire Sterrennacht: Het Eise Eisinga Planetarium in Franeker is sinds 2023 UNESCO werelderfgoed. Maar hoe gaat het met het hemelse erfgoed zelf? Zien wij nog wel dezelfde sterrennacht als Eisinga in zijn tijd? ( 11 mei 2024)
NTR – Het Klokhuis: Eise Eisinga
Het Planetarium is verkozen tot Kidsproof museum.
Doeboek voor kinderen (8-12 jaar)‘Kinderen stappen de Planetariumkamer binnen en je ziet, net als bij volwassenen, de monden opengaan van verwondering. Na zo’n bezoek willen ze natuurlijk een herinnering mee naar huis. Daarom is er nu een Planetarium-doeboek, boordevol puzzels, weetjes en meer over de bouwer van het oudste nog werkende planetarium ter wereld’.

Brandende nieuwgierigheid naar het Absolute

Kluizenaar Pater Hugo is, als monnik en aan de universiteit (KU Leuven), gespecialiseerd in het ontcijferen van mystieke teksten. Je kan hem nu gerust een hightech theoloog noemen die op professionele wijze online colleges Mystieke Theologie presenteert. Teksten, podcasts, YouTube-filmpjes, videocolleges, muziek: hij maakt alles zelf. – Een van zijn studenten is Herman Finkers: ‘Het is de bedoeling dat je ervan weet hebt, en niet als een kip zonder kop hier op de wereld rond te lopen. Je vormt je òòk mystiek. En de mystiek is de bron van de katholieke kerk. Als de kerk de mystiek nog verder overboord gooit, kan ze de winkel sluiten.’

‘Gelukkig worden in tien stappen’ of: ‘Gelukkig worden voor dummies.’
Nee, dat is helemaal niet de bedoeling’
(Herman Finkers)

Iedereen heeft te maken met mystiek
D
e kluizenaar die – paradoxaal genoeg – midden in de wereld staat, heeft van jongs af aan altijd een brandende nieuwgierigheid gehad naar het Absolute. Naar het fundament onder de werkelijkheid. Niet alleen wat we hier doen. Maar ook waarom er überhaupt iets bestaat. Dat gaf hem niet zo zeer een kerkelijke, maar wel een grote religieuze belangstelling: een soort spirituele aanleg.

Iedereen heeft te maken met mystiek. Mystiek is in feite de vraag naar je bewustzijn. Naar de ervaring van het Absolute en de ervaring van God. Niet zozeer het beredeneren van theologische werkelijkheden door filosofische redeneringen toe te passen. Of door Bijbelteksten uit elkaar te peuteren.
Dus ook mensen die niet zo veel met het fenomeen ‘kerk’ hebben of die niet zo helemaal vol zitten van het hele Jezus-idee, die zijn toch nieuwgierig naar dit soort vragen. Wat als ik helemaal overvallen word door een gevoel dat ik niet kan beschrijven. Maar wat voor mij heel fundamenteel is. Een soort absoluut moment. Wat gebeurt er dan eigenlijk?’
(Pater Hugo)

Allergisch voor theologie
W
e zitten nu, vertelt de monnik, in een tijdsgewricht waarin mensen allergisch zijn voor alles wat theologisch is. Maar dèze tak van theologie gaat ‘gewoon’ over de ervaring van God.

En daar zijn alle mensen nieuwsgierig naar. Zelfs mensen die verder nooit een kerk van binnen zien. Er zijn weinig mensen die mystiek studeren. Het is dankbaar dat het een onderwerp is waar mensen ook echt naar verlangen.’
(Pater Hugo)


Een van de cursussen, samengesteld door Pater Hugo

Geestelijke voeding
Pater Hugo (48) vertelt ook over identiteit: wie ben ik, waar hoor ik thuis? Wat zijn mijn wortels? Waar ga ik naartoe? Over dat wat een mens is, wat een mens smoel geeft. Dat groeit niet meer automatisch, omdat alles vormeloos is en iedereen geacht wordt zichzelf tot een soort van stralend individu te kleien. En dat kàn helemaal niet als je geen materiaal hebt om mee te kleien.

Dus als je kinderen totaal geen cultuur meegeeft, geen smoel, totaal geen identiteit, dan wòrden ze ook niks. Een zaadje heeft ook humus en grond nodig om er voedingssappen uit te trekken. Waar moeten die kinderen geestelijk van eten? Je kan wel al die ouwe meuk uit het raam gooien. Maar als er dan verder niks voor in de plaats komt, vind je het dan raar dat ze opbranden? ’
(Pater Hugo)

Mysterie van ons bewustzijn
A
chter zijn hek, in zijn ‘kluis’, een 19e-eeuws kerkje in Warfhuizen, maakt de theoloog cursusmateriaal over mystieke theologie. Over het mysterie van ons bewustzijn. In filmpjes van zo’n half uur wordt telkens een thema behandeld. Hij zegt geen geestelijke topsporter te zijn die zich ‘met zware ascese en allerlei wilde geestelijke kunsten tot heiligheid wil lanceren’. Hij heeft wel de stilte nodig om zich te kunnen concentreren op de vragen waarop hij een antwoord verlangt.


Pater Hugo aan het werk

Het prettige is, het is heel compact. Het is niet kinderachtig. Het gaat behoorlijk diep, zonder moraal of wat dan ook. De filmpjes zijn heel knap in elkaar geknutseld. Dat je denkt: och, mijn hemel, dat moet verschrikkelijk veel werk geweest zijn. Het is absoluut niet saai, maar heel onderhoudend verteld. En in een heel heldere, duidelijke taal. Met een verstandig accent.’
(Finkers)

Vragen waar elk mens mee zit
Z
olang de grondtoon van zijn leven de regelmaat in de stilte is dan is de kluizenaar tevreden, zo vertelde hij onlangs op Kruispunt-tv van KRO-NCRV. Op het moment dat het een grote chaos wordt en hij loopt overal rond te fladderen, hoeft pater Hugo zich niet zo’n zorgen te maken, want dan begint hij acuut niet lekker te functioneren: en dat corrigeert zichzelf, is de ervaring.

Volgens Herman Finkers gaat het in de cursus om dezelfde vragen waar elk mens mee zit: Waarvoor zijn we hier? Is er hiervoor iets? Noem maar op, al die levensvragen. Waartoe zijn wij op aard?


Pater Hugo Beuker en Herman Finkers

Die worden eigenlijk doorgenomen. Je oefent je geest. De mensen zijn heel erg bezig met het ontwikkelen van het lichaam. Dat vind ik heel knap, hoe ze dat gedisciplineerd doen. Men gaat naar de sportschool om de spieren te trainen. Maar je kunt ook je geest trainen om daarmee diep te kunnen denken en verder te komen.’
(Finkers)

Bronnen:
* Kruispunt tv – Lessen van een kluizenaar, 14 april 2024, 25 minuten, KRO-NCRV
*
Sanctificium, School voor Mystieke Theologie. Lab voor Mystieke Theologie – De Theologie van het Bewustzijn onderzocht en uitgelegd. (Ook wel ‘School voor de Ziel’ genoemd.)
*
YouTube: Mystieke theologie met Pater Hugo – Het Nederlandstalige kanaal van Sanctificium. Pater Hugo, kluizenaar, vertelt over het deel van de traditionele theologie dat gaat over de directe ervaring van het Absolute. Geen beschouwingen over dogmatiek of Bijbeluitleg, maar getuigenissen uit de verschillende religieuze tradities over de rechtstreekse ontmoeting met God.

Beelden: Kruispunt tv KRO-NCRV / Sanctificium
Beeld Pater Hugo aan het werk: Still uit Kruispunt tv. (PD)