Evolutie en de zin van ons bestaan

Het essay Thuis in de kosmos van godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes ‘scherpt de geest van iedereen die hier wel eens over nadenkt of misschien zelfs mee worstelt. Heerlijk filosofisch leesvoer, niet alleen voor verweesde gelovigen, maar ook voor nihilistische atheïsten.’ – Een wervend commentaar van wetenschapsjournalist Govert Schilling. ‘In het onmetelijke heelal is de aarde nergens te vinden en komt de mens net kijken. Dat schuurt soms met de menselijke behoefte aan zingeving. Nergens voor nodig, aldus Smedes.’

‘Een indringend essay dat, geïnspireerd door wetenschappelijke, filosofische en religieuze inzichten, een radicaal andere manier voorstelt om naar mens en wereld te kijken die tegemoetkomt aan hedendaagse existentiële vragen’ 

Volgens Smedes is er geen enkele wetenschappelijke theorie die de mens in de afgelopen eeuwen zo aan het denken heeft gezet, op zoveel manieren en via zoveel wegen en omwegen, als de evolutietheorie.
De natuurwetenschappelijke theorie die de ontwikkeling van het leven op onze thuisplaneet Aarde beschrijft en verklaard. Zijn boek kreeg daarom ook als ‘ondertiteling’ mee: Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan. Het natuurwetenschappelijke verhaal van de evolutie van het heelal en van het leven op Aarde wordt volgens Smedes door religieuze naturalisten en sommige wetenschappers wel het Epos van Evolutie genoemd.

‘Hoewel de naam van Charles Darwin (1809-1882) helemaal met deze theorie is vergroeid, was het niet Darwin die het idee introduceerde. Het idee dat onze wereld in ontwikkeling is, is veel ouder dan Darwin en gaat terug tot de presocratische filosofen.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

Het was volgens Smedes wel Darwin die voor het eerst aan de hand van talrijke observaties beschreef aan welke wetten en mechanismen de ontwikkeling van het leven op Aarde gehoorzaamt.

‘Bovendien wees hij al heel subtiel op de implicaties die zijn theorie had voor ons wereldbeeld en mensbeeld. Daarmee raakte Darwin een gevoelige snaar in de ziel van de westerse mens. Darwins theorie raakt aan alles wat ons dierbaar is, en daarmee ook aan de vraag naar de zin van alles: de zin van het bestaan, de zin van de kosmos, de zin van mijn en van jouw leven.

‘Ik wil in dit essay laten zien wat voor een grandioze visie in het evolutionaire denken besloten ligt. Een visie die in mijn ogen door gelovigen én ongelovigen gedeeld kan worden, en die hen wellicht kan verbinden in een gedeelde visie op de zin van ons bestaan.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

De omschrijving vertelt dat het heelal miljarden jaren geleden ontstond. De eerste sterren kregen vorm en uit hun elementen kwamen planeten voort, waaronder onze Aarde. Niet lang na het ontstaan van de Aarde ontstaat er leven, dat evolueert en waarvan ook de mens een product is. Ons lichaam verraadt nog onze herkomst: 90% van de elementen uit onze lichamen is afkomstig van de eerste sterren.

‘Dit is het Epos van Evolutie, het natuurwetenschappelijke verhaal waarin verteld wordt over hoe de evolutie van het leven op Aarde ligt ingebed in de evolutie van het heelal. Dit Epos is ook een zingevend verhaal. Smedes stelt dat de mens een speciale plaats inneemt als het organisme waarin de kosmos tot zelfbewustzijn is gekomen.

Hij formuleert de contouren van een nieuw wereldbeeld en beschrijft de filosofische en ethische implicaties ervan. Een indringend essay dat, geïnspireerd door wetenschappelijke, filosofische en religieuze inzichten, een radicaal andere manier voorstelt om naar mens en wereld te kijken die tegemoetkomt aan hedendaagse existentiële vragen.’
(Uit: Thuis in de kosmos, cover)

thuisindekosmos


Het Nederlands Dagblad vraagt zich in de kritische recensie van Thuis in de kosmos af: stel dat alles toeval is: deze wereld had er niet hoeven zijn, en wij mensen ook niet; er is geen groter plan, geen God die alles bestuurt; dan is alles uiteindelijk zinloos, toch?

‘Niet waar, zegt theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes. Ook als je de evolutietheorie omarmt tot in zijn uiterste consequentie dat alles toeval is, hoef je niet per se nihilist te worden. Het ‘epos van evolutie’ draagt zin in zichzelf, betoogt Smedes in zijn essay Thuis in de kosmos. Daarmee kiest hij een middenpositie tussen de nihilistische atheïst, die mensen oproept zelf zin te scheppen, en de Godgelovige (christelijk, islamitisch of …) die de zin van zijn bestaan beschouwt als van Boven gekregen.’
(Dick Schinkelshoek, ND)  

Volgens Smedes schreef Darwin ook over de invloed van die theorie op zijn levensbeschouwing: dat de evolutietheorie van hem een atheïst maakte, is een hardnekkige mythe.

‘En nee, Darwin bekeerde zich niet op zijn sterfbed tot het christendom – ook dat is een mythe. Darwin had weliswaar theologie gestudeerd met als doel predikant te worden, maar had dit niet zozeer gedaan vanuit een innerlijke roeping: het was vooral een vlucht geweest.’

‘Theologie dus als vlucht, maar het was wel de theologie die hem tot de natuur bracht. In de tijd van Darwin waren veel theologen ‘naturalisten’, dat wil zeggen liefhebbers van de natuur die ook de natuur bestudeerden. De bestudering van de natuur was toen nog niet voorbehouden aan natuurwetenschappers (die benaming bestond nog niet), maar was deels een liefhebberij van theologen.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

Thuis in de kosmos Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. |  Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49

Zie voor recensie: Wees heilig, want de evolutie is heilig (Nederlands Dagblad)
Beeld: martkinternational.info

Beeld Darwin: BBC / Getty Images
Update 29-09-2025 (Lay-out)

Radicale theologie: religieloos christendom

604px-Johannes_Bosboom_-_Interieur_van_de_Geertekerk_te_Utrecht_met_de_viering_van_het_heilig_avondmaal

Volgens theoloog Frits de Lange plegen we verraad aan Jezus van Nazareth als we opnieuw van hem een religie willen maken. Hij citeert dan ook met instemming theoloog Dietrich Bonhoeffer die stelde dat Jezus ons niet oproept tot een nieuwe religie, maar tot leven. Hierover gaat de Vrijzinnige Lezing 2018, door De Lange, waarin hij op zoek gaat naar een radicaal nieuw begin voor de christelijke theologie. Is er wellicht een radicale theologie mogelijk tussen vrijzinnigheid en orthodoxie? 

Zal het een pleidooi worden voor een religieloos christendom en blijft er van Jezus dan niet veel meer over dan een vrijzinnige jongeman die in onze tijd zelfhulpboeken vol parabels en gelijkenissen zou schrijven over hoe (samen) te leven zonder religie? Zonder God?

Wat moet Jezus in Godsnaam met een religieloos christendom? Wellicht wordt dat duidelijk als Frits de Lange, de schrijver van Heilige Onrust, de tweede Vrijzinnige Lezing uitspreekt in de Geertekerk in Utrecht. Misschien krijgen we dan ook een antwoord op de noodkreet van Wouter Slob die stelde dat de vrijzinnigheid moet ophouden met zeggen wat we allemaal niet meer kunnen geloven, en aangeven wat wel. Over de lezing zegt De Lange:

De theologie leidt voortdurend schipbreuk in haar pogingen om de christelijke traditie  te doen landen in de hedendaagse cultuur. Dietrich Bonhoeffer schreef al in 1945: ‘De mensen kunnen, zoals ze nu zijn, eenvoudigweg niet meer religieus zijn.’ En: ‘We zijn weer helemaal op de aanvang van ons verstaan teruggeworpen’.’

Maar de kerken hebben de radicaliteit van zijn waarneming na de oorlog onvoldoende onderkend. Het klassiek-kerkelijke dogma bleef leidend voor de mainstream theologie in de 20e eeuw. Vrijzinnig verzet daartegen heeft nauwelijks een alternatief kunnen bieden, anders dan: ‘wij zijn niet meer orthodox’. In deze lezing wil ik in het spoor van Bonhoeffer verkennen of een radicaal nieuw begin mogelijk is voor de christelijke theologie. In de overtuiging (1) dat het daarin blijft draaien om Jezus van Nazareth, maar dat (2) we verraad aan hem plegen als we opnieuw een religie van hem maken.’ (de vrijzinnigelezing.nl)

De Lange verwijst in het essay En God sprak: Ik besta niet naar Peter Rollins, over wie hij zegt dat hij een punt heeft:

De christelijke God is de God die ons doet twijfelen aan zijn bestaan. Na twee millennia christendom, is die God daarin behoorlijk geslaagd. Het christendom is eigenlijk ook ongeschikt als religie, als je daar de aanbidding van een transcendente, buitenwereldlijke Macht onder verstaat. De christelijke God is er te menselijk voor, te kwetsbaar, te zeer op liefde aangelegd, om tegelijk ook heerser over het universum te zijn.’ (FdL)

Of een ‘religieloos christendom’ mogelijk is, vraagt hij zich af in het essay. Wederom verwijst hij naar Rollins, die er probeert vorm aan te geven, gevoed door theologen als Bonhoeffer en postmoderne denkers als Žižek en John D. Caputo.

Geloof is overgave aan het leven, zonder religieus vangnet. Het biedt geen zekerheden, maar drijft op vertrouwen, hoop tegen beter weten in.’ (FdL)

Een discussie over het bestaan van God, zegt De Lange, maakt van geloof een kwestie van intellectuele instemming met een feitelijke claim, niet iets waar je met je hele leven aan hangt. Een per definitie te betwijfelen hypothese, waarvoor we telkens het laatste nummer van Nature moeten naslaan om te zien of hij nog houdbaar is.

‘Opnieuw beginnen. Radicale theologie tussen vrijzinnigheid en orthodoxie’ | Frits de Lange | 16 maart 2018 | Geertekerk Utrecht | 20.00 uur | Geertekerk open vanaf 19.30 uur | Opgave: via deze website

Beeld: Interieur Geertekerk Utrecht (1852) met de viering van het heilig avondmaal – Johannes Bosboom – olie op canvas – Rijksmuseum Amsterdam – wikimedia commons

Rebible en het keurslijf van godsdienst

Rebible

‘Na jaren van omzwervingen langs met name oosterse spirituele stromingen, keert Inez van Oord in dit boek terug naar het boek waar het in haar leven mee begon: de Bijbel. Bevrijd van het knellende keurslijf van de godsdienst van haar jeugd herleest ze nu met een frisse blik de Bijbelverhalen. En komt tot de ene verrassende ontdekking na de andere. Rebible is een aanstekelijk geschreven, hernieuwde kennismaking met een eeuwenoud boek, dat (tot verrassing van de auteur) niet ophoudt te inspireren.’

Aldus de aanbeveling van het comité van het Beste Spirituele Boek van de Maand van de Spiritualiteit. Op 11 februari weten we of Rebible, dat hoge ogen gooit, inderdaad het beste is. Volgens Van Oord biedt het boek een nieuwe manier aan om naar de verhalen te kijken die in de Bijbel worden verteld. Volgens Trouw is Rebible, Ontdekking van vergeten verhalen, schitterend als je van roze en lila houdt. (Dat stoort trouwens niet, de lay-out is aantrekkelijk, maakt de teksten overzichtelijk.)

Rebible deed recensent Marijke Laurense vooral denken aan het verhaal van die arme jood die naar Praag ging om een schat te vinden en weer thuis ontdekte dat de schat onder zijn eigen drempel lag. – Alsof de verloren dochter Van Oord weer terug is.

Van Oord is niet de eerste die onbevangen aan het interpreteren slaat, maar hoe serieus wilt u iemand nemen die in een ladder tegen een muur al een symbool van de heilige drie-eenheid ziet?’ (Laurense)

In Rebible vraagt Van Oord zich af of er misschien een nieuwe manier is om de bladzijden te lezen. Net zoals de oude rabbijnen in oude tijden dat deden, als een zoektocht naar nieuwe interpretaties. Van Oord zag de Bijbel eerst niet, maar dook in de geestverruimende verhalen uit het hindoeïsme, interviewde wijze lama’s en monniken. Vele religieuze, spirituele stromingen kwamen voorbij.

rebible2

Samen met haar broer, theoloog Jos, heeft ze de tocht langs de vele verhalen gemaakt, letterlijk en figuurlijk. Zij gingen naar de Sinaï, zochten sporen van Mozes, gingen naar Rome om – ondergronds – de eerste geheime christelijke tekens te ontdekken.

In het woord midrasj zit het woord darasj. Dat betekent onderzoeken, uitleggen. Maar het kan ook vragen betekenen. Zo willen we graag met de Bijbeltekst omgaan: door vragen te stellen. We voeren als het ware een gesprek met de tekst.’ (Uit: Rebible)

In Rebible noemt Van Oord God ‘het Onwezenlijke’.

God is not what man calls God,’ is een uitleg van mysticus Daskalos. ‘Using the word minimizes the Absolute and puts It to its own measure.’ Dat is nog het slimste om te zeggen. We minimaliseren God tot een maat die bij ons past.’ (Uit: Rebible)

Volgens Laurense komt Van Oord uit een gereformeerd gezin en reisde zij de wereld af op zoek naar zingeving en spiritualiteit. Voor het christendom en de kerk was ze al jong allergisch: te veel regels, te veel wetten, te veel structuren.

En zo ontdekt Van Oord volgens Laurense niet alleen dat de Bijbelse verhalen vaak het resultaat zijn van creatief plagiaat en vele lagen van knip- en plakwerk uit oudere mythen over moedergodinnen en overstromingen, maar ook wat de Bijbel zo uniek en invloedrijk heeft gemaakt.

Ze herkent daarbij veel uit andere spirituele tradities, bijvoorbeeld als God in Genesis levensadem in de mens blaast. Precies zoals de yogaleraar zegt: de adem brengt je bij je zijn! En is het toeval dat Jacob een steen als kussen gebruikt en vervolgens een visioen krijgt? Natuurlijk niet, denk maar aan de magische stenen van Stonehenge!’ (Laurense)

Beeld: uit Rebible

Kabbala als leidraad voor spirituele zelfontplooiing

Kabbala

De joodse mystiek biedt de diamanten die het leven op deze aarde draaglijk kunnen maken. Kabbala is meer dan ooit noodzakelijk,’ schreef Juliaan van Acker, emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen, een half jaar geleden in The Post Online. In deze Maand van de Spiritualiteit (‘Opnieuw beginnen’) een speurtocht naar die Kabbala.

In De kabbalist van Geert Kimpen zijn boeiende omschrijvingen te vinden die ertoe aanzetten je meer te verdiepen in wat kabbala nu eigenlijk inhoudt. Een eenduidig antwoord op deze vraag is echter niet zomaar voorhanden. Als je zoekt naar omschrijvingen en betekenissen van kabbala stuit je op zeer uiteenlopende informatie.

Chaim Vital, een jongeman in De kabbalist, moet kiezen tussen ultieme wijsheid en ultieme liefde. Hij is de zoon van de beroemde Thoracommentator Yosef Vital en in het boek volg je de eigenzinnige en boeiende zoektocht van Chaim, die al zijn vrije tijd besteed aan de studie van kabbala. Hij wil er God mee leren kennen, meer nog, Hem ontmoeten. En ook wil hij de grootste kabbalistische schrijver aller tijden worden. Door kabbala wil Chaim onder meer de wetten, het universele principe, van het heelal leren kennen.

In De Kabbala van Daniel C. Matt kom je op het spoor van de ‘goddelijk geïnspireerde’ auteur van de Zohar. De Zohar die uiteindelijk uitgroeide tot ‘de heilige Zohar’, (Ha-Zohar ha Kadosj), de canonieke tekst van kabbala.

Rond het jaar 1280 begon de Spaanse joodse mysticus Mozes de Léon beknopte geschriften te verspreiden onder zijn collega-kabbalisten. Ze bevatten lyrische teksten in het Aramees, vol gelegenheidswoorden, mysterieuze symboliek en erotische beeldspraak. (…) De brontekst zou afkomstig zijn uit de kringen van rabbi Sjimon bar Jochai, een beroemde discipel van rabbi Akiva die in de tweede eeuw na Christus in Israël woonde en er zijn ideeën verkondigde.’ (Daniel C. Matt)

Matt stelt dat De Léon de verschillende bronteksten tot een meesterwerk weefde: een commentaar op de Tora in de vorm van een mystieke roman waarin rabbi Sjimon en de chavrajja door Galilea zwerven en kabbalistische inzichten verwerven. Bij Matt wordt het er niet eenvoudiger op. Kabbala komt over als zeer complex, compleet met schema’s als De Tien Sefirot (de boom des levens.) Niet een-twee-drie zijn alle ins and outs van kabbala te begrijpen.

De Groene Amsterdammer schreef ooit dat kabbala een filosofische theologie is, gebaseerd op het geloof dat elk woord, elk cijfer en elk accent in de Tora aanwijzingen bevat waarmee de geheimen van het universum en de menselijke ziel kunnen worden ontrafeld. Dat is nogal wat. Dat maakt nieuwsgierig. Waar kan je nu lezen hoe het universum en de ziel in elkaar zitten? Dat zou groot nieuws moeten zijn in de media, maar daarin lees je meestal ‘slechts’ nieuwe informatie die wetenschappers opdoen door onderzoek en nooit wordt verwezen naar de Tora of kabbala waaruit ze putten. Over de ziel kom je alleen filosofen en theologen tegen.

Matt stelt dat de Italiaanse renaissance-humanist Pico della Mirandola beweerde dat ‘geen andere wetenschap ons beter kan overtuigen van de goddelijkheid van Jezus Christus dan magie en kabbala’. Della Mirandola had zich verdiept in de Latijnse transcripties van kabbala omdat hij geloofde dat ze de oorspronkelijke goddelijke openbaring waren.

Met Chaim uit De kabbalist kan je je afvragen of kabbala ooit te begrijpen valt, maar je wordt wel, al lezende en je metgezel voelend van Chaim, gestimuleerd om kabbala te leren doorgronden. Het besef dringt zich wel op dat je hier wel enige jaren van studie voor mag uittrekken.

In Kabbala van Joseph Dan staat dat de term kabbala nog nooit zo vaak en in zo veel verschillende contexten gebruikt is als vandaag de dag. Hij heeft het over de ‘stortvloed aan nieuwe betekenissen in de hedendaagse cultuur’. De term wordt ook op tegenstrijdige manieren gebruikt. Zowel bedoeld als strikt joods orthodox, als radicale vernieuwde levensbeschouwingen. Er zijn honderden kabbalistische werken en daarnaast duizenden geschriften waarin kabbalistische termen en ideeën worden gebruikt. Hij noemt ook de Zohar als belangrijkste werk van de middeleeuwse kabbala waarin ieder denkbaar onderwerp aan bod komt.

Bij Dan betekent kabbala ‘ontvangen’ en hij stelt dat de eerste overdracht reeds plaats vond aan Mozes die de Tora ontving op de berg Sinaï en deze doorgaf aan Jozua, die haar vervolgens overleverde aan de oudsten van Israël. Mondeling werd de Tora overgeleverd aan de richteren; de profeten en de eerste wijsgeren van de Talmoed. Bijzonder is om te lezen dat 2000 jaar geleden kabbala door God aan Mozes zou zijn geopenbaard.

Kabbala wordt ook wel omschreven als een millennia oude, goddelijke waarheid. Joseph Dan zegt echter dat hoewel kabbalisten beweren dat kabbala één waarheid is, wetenschappers iedere kabbalist als een originele schrijver beschouwen die uiting geeft aan zijn eigen wereldbeeld dat in meer of minder mate verschilt van dat van andere kabbalisten.

Tree_of_Life,_Medieval

Joseph Dan stelt dat kabbala ook werd aangeduid als gnosticisme, joods of niet joods. Anderen identificeren het als mystiek. Weer anderen ontdekte kabbala in de oude Assyrische godsdienst. Carl Gustav Jung ontdekte in kabbala de universele archetypes. De term kom je ook tegen als synoniem voor mystiek en magie en voor spiritualiteit in het algemeen. Het begrip kabbala is dus erg veralgemeniseerd en wordt breed uitgelegd of toegepast.

Volgens Joseph Dan is er geen antwoord op de vraag wat kabbala nu eigenlijk is. De beantwoorders van de vraag hebben met elkaar gemeen dat ze er een vaag idee van hebben en denken tevens dat er ergens iemand anders is die precies weet wat kabbala inhoudt…

Kabbala is een ervaring. Zoals chocola. Iemand kan je in geuren en kleuren uitleggen wat chocola is maar als je het niet werkelijk geproefd en ervaren hebt, weet je nog niets.’ ( Uit: De Kabbalist)

Kabbala blijft vooral nog een mysterie, dat niet direct opgehelderd zal worden door de literatuur. En het wordt er niet gemakkelijker op als je in De kabbalist leest dat je kabbala eigenlijk moet ervaren. Misschien gebeurt dat als je je er eerst uitgebreider in verdiept en daarna lange tijd erover mediteert. Het sluit wel aan bij het religieuze besef dat er meer is tussen hemel en aarde. Dat meer kan je associëren met de Eeuwige, met God.

Volgens Sjef Laenen, schrijver van Kabbala voor beginners, heeft het geen zin kabbala te bestuderen zonder je eerst te verdiepen in het jodendom, de (joodse) mystiek, de stromingen binnen de joodse mystiek en wat het systeem van De Sefirot inhoudt. Met die basiskennis zou je pas verder kunnen gaan met de zoektocht naar de (betekenis) van kabbala. De eerste stap kan je dan zetten naar wat Daniel C. Matt noemt ‘een schitterende leidraad voor spirituele zelfontplooiing’.

Bronnen o.a.:
* De kabbala: waarom mystiek noodzakelijk is
* De kabbalist: korte inhoud
* De boom des levens van de kabbala
* Kabbala
* Kabbala voor beginners

Beeld: De Tien Sefirot (hiveminer.com)
Tekening: Kabbalistische boom des levens met de Tien Sefirot (Wikimedia)

(Update: 13 4 2019) (03-11-2024: lay-out)

Meister Eckhart, vrijzinnig avant la lettre

UITGELICHT (2018) – De laatmiddeleeuwse theoloog, filosoof en mysticus Meister Eckhart laat God op een bijzondere manier zien, kijkt kritisch naar het instituut kerk, denkt na over de essentie van het bestaan, en zet vraagtekens zet bij kerkelijke, religieuze en kloosterlijke leefregels. Hoe je God God kan laten zijn in jezelf, zonder voorschriften van de kerk. Volgens Eckhart moet ‘die hogere waarheid je wel tegemoet komen’.

‘Als we Eckhart lezen, we begrijpen waarom God zich meer voor de afzonderlijke mens interesseert dan voor alle kerkstructuren samen’ 

‘ Achterlaten allerlei Godsbeelden’
E
ckhart wordt wel eens een van de meest briljante geesten genoemd die het Westen ooit heeft gekend. Zijn mystieke inzichten staan echter op gespannen voet met de officiële kerkelijke opvattingen over God en de essentie van het bestaan. Hij wordt gezien als iemand die het waagt de waarde van het kerkelijke gezag en de kerkelijke rituelen te kleineren. Een deel van zijn werk wordt als ketters beschouwd. Hem wordt verweten dat de mens zich amper meer hoeft te bekommeren om kerkelijke rituelen en voorschriften.

Eckhart relativeert kerkelijke, religieuze en kloosterlijke leefregels. Alle nadruk legt hij op het ‘laten’: achterlaten van allerlei Godsbeelden waaraan we gehecht zijn, maar juist je verlaten op God, op het toelaten van God die verborgen is achter God: de verborgen Godheid.

‘God en mens nooit gescheiden geweest’
D
e gedachte van Eckhart is dat we God slechts in fragmenten kunnen kennen en dat juist in het niet-weten de ware sterkte van het geloof steekt. Als we ons onthechten van alle door de kerk voorgeschreven hechtingen, aan zowel God als kerkelijke voorschriften, zijn we – volgens Eckhart – in staat God toe te laten die verborgen is achter God.

Eckhart staat mystieke eenwording voor, dat er vanbinnen iets gebeurt. Of liever gezegd: mystieke eenheid, want in zijn ogen gaat het erom wat ìs, want God en mens zijn in de kern nooit gescheiden geweest en zullen dat ook nooit zijn. De mysticus stelt dat de mystieke eenwording onmogelijk door een mens gevonden of bereikt kan worden om de eenvoudige reden dat God en mens in de kern nooit van elkaar gescheiden zijn geweest en ook nooit zullen zijn. Radicaler gesteld: De mens hoeft niets te doen.

‘Eckhart: ‘God is zo ontzaglijk nabij, dat de mens, in zijn diepste grond of wezen, zelfs volledig met hem samenvalt. We hoeven helemaal nergens naartoe, er valt niets te bereiken, want we zijn er al. En je kunt nu eenmaal niet bereiken wat er al is.’

‘Beseffen dat men God kent en weet’
E
chter, in een van zijn preken zegt hij toch dat de mens zelf wel iets moet doen:

‘Want de mens moet in zichzelf één zijn en moet dat zoeken in zichzelf en in het ene en het verwerven in eenheid, dat wil zeggen: enkel God schouwen; en terugkomen betekent: weten en beseffen dat men God kent en weet.’

Eén goddelijk wezen
Z
elf put Eckhart zijn inspiratie uit het christendom, en dan vooral uit de Bijbel. De opponenten van Eckhart stellen niettemin dat zijn godsbeeld niet deugt. Ze stellen dat Eckhart elk onderscheid binnen God ontkent: de drie personen vormen één goddelijk wezen. Hiermee hangt ook zijn mensbeeld samen, zeggen zijn bestrijders. Zij zeggen dat er volgens hem ‘geen onderscheid tussen mens en God bestaat en dat hij naastenliefde even hoog acht als het liefhebben van God; kerkelijke voorschriften en rituelen zijn niet meer nodig. Het gezag van de religieuze leiding wordt te veel aangetast’.

Bad_Wörishofen_Meister_Eckhart_(Skulptur)_2012

Er gebeurt iets met je
E
r wordt wel gezegd dat de teksten van Eckhart moeilijk zijn en uitleg verdienen, maar ze worden ook wel ‘heel direct en aansprekelijk’ genoemd. De teksten zouden beeldend zijn, er gebeurt iets met je. Filosoof André van der Braak zegt:

‘Als we Eckhart lezen, we begrijpen waarom God zich meer voor de afzonderlijke mens interesseert dan voor alle kerkstructuren samen.’ 

Eeuwige mystieke kern
E
r wordt ook gesuggereerd dat het werk van Eckhart een traditie-overschrijdende, eeuwige mystieke kern raakt die het institutionele christendom overstijgt. Hij lapt de dogma’s van zijn kerk aan zijn laars en komt daardoor in conflict met de conservatieve autoriteiten van zijn kerk.

‘Als radicale vrije geest, die puur vanuit de eigen levende ervaring spreekt en getuigt, alle vaste beelden en voorstellingen achterlatend en op losse schroeven zettend, tart de mysticus steeds weer de religieuze autoriteiten van zijn eigen traditie.’

‘Ook je in jezelf verdiepen’
D
e hogere waarheid is in de Bijbel gegeven, volgens Eckhart, want die openbaart wat de mens uit zichzelf niet kan bereiken. De menselijke geest alleen is er niet toe in staat, er moet kennis van buiten komen. De gelovige die God – of het Hogere – zoekt, kan dat volgens Eckhart dus niet helemaal uit zichzelf voor elkaar krijgen. Voor hem is het christendom de basis, vooral de Bijbel. Maar dat niet alleen, want hij zegt vervolgens ook dat je je in jezelf dient te verdiepen.

‘Laat God God in je zijn.’

Ook voor de heidenen’
W
e hebben daarbij de rede nodig. Mystiekkenner Alois M. Haas en zijn voormalig student en journalist Thomas Binotto stellen dat, als de mens echt gelooft dat God in hem aanwezig is en dat Hij door en door zijn schepper is, de mens een optimisme krijgt waarin het verstandelijk werken al ingeprent is, dus ook de handelingen van de mens in de tijd met het oog op de eeuwigheid.

‘De rede is dan reeds in mij aanwezig als een goddelijke rede. Die rede is tegelijk goddelijk doordrongen en verlicht de geest – en omdat het sinds mensenheugenis zo is, geldt dat ook voor de heidenen.’ (Haas/Binotto)

Innerlijke ontvankelijkheid
E
n hoe gaan we dan om met die God in ons? Want er is geen weg, geen manier of mogelijkheid om de goddelijke werkelijkheid bewust te ervaren. Toch kunnen we deze wel in onszelf, ons bestaan, tot uitdrukking laten komen, niet door iets te doen, maar juist te laten, door leeg en ontvankelijk te zijn. Filosoof Welmoed Vlieger:

‘Haaks op de innerlijke ontvankelijkheid staat de geestelijke activiteit van het denken, ervaren, associëren, herinneren, verlangen, willen etc., kortom: het reflexieve, ‘invulling-zoekende-en-gevende’ ik. Want dat is waar we voortdurend mee bezig zijn: op voorhand invulling geven aan alles wat we op onze weg tegenkomen. Denk bijvoorbeeld aan die buurman of buurvrouw ‘die altijd zoveel praat’; aan de ‘worsteling’ van het alweer in de file moeten staan; of aan de ingesleten gedachte dat je éérst dit of dat moet doen voordat je aan de dingen waar je werkelijke energie of vreugde bij ervaart kan toekomen. En ga zo maar door.’

2012.07.12_.5082._BW_Meister_Eckhart_.Skulptur

‘Weten dat God in je werkt’
M
et Meister Eckhart kan je concluderen dat als je God God in je laat zijn, en je zelf leeg en ontvankelijk kunt zijn, je vanuit een goed gevoel, met het ‘weten’ dat God in je werkt, je inderdaad kunt ‘worden’; je ‘invulling-zoekende-en-gevende’ ik vorm kunt geven.

‘Ontvankelijk zijn houdt dus een radicale omdraaiing in van de wijze waarop wij ons normaal gesproken verhouden tot de dingen: van een actieve, invulling gevende gerichtheid op, naar een passieve, open ontvankelijkheid voor.’ (Vlieger)


‘Nadenken over wat je bent
‘De mensen zouden niet zo veel moeten nadenken over wat ze moeten doen; ze zouden veel meer moeten nadenken over wat zij zijn. Zouden zij goed zijn en zou hun levenswijze goed zijn, dan zouden zij licht uitstralen, en dan zou er een heerlijk licht uitgaan van al hun werken. Als je rechtvaardig bent, dan is ook wat je doet rechtvaardig. Denk niet dat je heiligheid kunt grondvesten op daden; veeleer groeit heiligheid uit de grond van je hele wezen. Want niet de daden heiligen ons, maar wij moeten de daden heiligen.’
(Meister Eckhart)


Spiritueel verbonden met God
A
ls mens tussen de mensen, misschien (ver) buiten de kerk, maar dichtbij anderen en samen met hen van de wereld een wat mooiere plek maken, ongebonden, maar spiritueel verbonden met God, die ‘onmiddellijk, spontaan en absoluut present in ons denken binnenbreekt’, dat altijd al deed en blijft doen. Dan zou het uiteindelijk toch goed moeten komen met de mens en de wereld.

Bronnen o.a:
*  ‘De Godsgeboorte bij Eckhart, Welmoed Vlieger, in de bundel De spiritualiteit van Meister Eckhart. Een Dominicaanse mysticus in een multireligieuze samenleving, Braak, A. van der (red.), Parthenon, 2014
* Leven zonder waarom – eenvoud bij Meester Eckhart, Welmoed Vlieger, welmoedvlieger.nl
*    Zoek en je zult gevonden worden, Auke Jelsma
*   Meister Eckhart: Leven in het eeuwige nu, zonder waarom, debezieling.nl
*   Meister Eckhart, op zoek naar de goddelijke essentie, Alois M. Haas, Thomas Binotto

N.B. Tip van Valentiniaan (uit de reacties):
* Boek met preken en traktaten van Meister Eckhart zelf: OVER GOD WIL IK ZWIJGEN.
‘Ik houd liever van de bron zelf. En niet van “over” de bron.’


Beeld: eckhart.de
Beeldhouwwerk / Boek: © Lothar Spurzem – Meister Eckhart, Bad Wörishofen, Kneippstraße.
Update 27-04-2025 (Layout)