Filosoof Floris van den Berg ‘verplettert’ religie

deolijkeatheist

Nederlands filosoof Floris van den Berg is druk doende met ‘het verpletteren van religie’. In De Olijke Atheïst ontwierp hij een Curriculum over Religie. ‘De rechten van de minderheidsreligies zullen verpletterd worden,’ stelde Jelle Creemers van de Evangelische Theologische Faculteit Leuven al eerder. Als het vak LEF (Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie) in het gemeenschapsonderwijs de levensbeschouwelijke vakken gaat vervangen, vindt hij dat in feite een ‘win’ voor het vrijzinnig humanisme. Hij vindt dat met een ‘neutraal’ vak over levensbeschouwing de diversiteit onder druk komt te staan.

Non-profitorganisatie L.E.F. pleit in Vlaanderen al sinds 2011 voor de invoering van een algemeen vormend, verplicht en onafhankelijk vak over Levensbeschouwing, Ethiek & burgerschap en Filosofie, (ontworpen door moraalfilosoof Patrick Loobuyck.) Hun missie wordt onderschreven door zo’n tachtig academici en schrijvers. En ik zie zelfs een adhesiebetuiging door de Protestantse Kerk Gent.

L.E.F. wil met dit voorstel tegemoet komen aan het tekort aan levensbeschouwelijke – en dus cultureel-maatschappelijke – geletterdheid bij jongeren en wil het hiaat inzake burgerschapseducatie en filosofie in ons onderwijs dichten. Het vak moet ook de levensbeschouwelijke gevoeligheid verfijnen en jongeren democratische en interculturele attitudes en vaardigheden bijbrengen. De samenleving is vandaag geseculariseerd en multicultureel. Alle jongeren moeten – ongeacht hun levensbeschouwing – maximaal voorbereid zijn om daar op een zinvolle manier hun weg in te vinden – zowel op sociaal als op individueel vlak.’ (L.E.F. in het onderwijs)

L.E.F. pleit dus voor het invoeren van een onafhankelijk, verplicht en algemeen vormend vak over levensbeschouwing, ethiek, burgerschap en filosofie in alle jaren en netten van het Vlaamse leerplichtonderwijs. LEF las De Olijke Atheïst en reageert op hun Facebook-pagina instemmend op de verpletterende bedenksels van Van den Berg.

Los van wat men denkt over Van den Berg en over atheïsme, is dit voorstel voor wie LEF een goed idee vindt, zeker het overwegen waard.’ (Facebook LEF)


curriculumFVDB


Het concept Curriculum over Religie toont echter een schrikbarend eenzijdig filosoferen van Van den Berg. Dat schaadt niet alleen religie, maar vooral ook de filosofie.(!) Religie op school dient in balans te worden gepresenteerd, zeker aan kinderen. Alleen al ’10. Onderdrukking in religie’ geeft een vertekend en eenzijdig beeld als er in het Curriculum geen paragraaf voorkomt als: ’11. Onderdrukking in secularisme’. Over onderdrukking in totalitaire regimes, o.a. in fascisme, communisme en socialisme.

Missionair atheïst Van den Berg zou het lef moeten hebben kinderen evenwichtig te leren filosoferen en over religie na te denken(!), voors en tegens moeten bespreken. Daar Van der Berg zelf filosofisch uit balans lijkt, krijg je dit bizarre Curriculum over Religie. Ik zou mijn kind onmiddellijk van school halen voordat ze slachtoffer worden van de waan van een filosoof.

deolijkeatheist

Godsdienstfilosoof en theoloog dr. Taede Smedes heeft op Facebook LEF ook zo zijn bedenkingen over Van den Bergs missie. Smedes zegt wel sympathie te hebben voor het LEF-initiatief, maar als het enige kans wil maken op algemenere acceptatie je daarvoor niet iemand als Van den Berg moet binnenhalen: dat tast de geloofwaardigheid van het initiatief aan.

Wil het LEF-initiatief enige kans maken op algemenere acceptatie, zou ik me in ieder geval verre houden van die flapdrol van een Van den Berg.’

Van den Berg, aldus Smedes, presenteert zich als filosoof, maar De olijke atheïst en andere publicaties van hem bevatten weinig tot geen argumentatie, maar veel retoriek.

Op wat Vlaamse vrijdenkers na (blijkbaar) wordt hij [Van den Berg] verder amper serieus genomen, in Nederland al helemaal niet. (…) Hij verwijt gelovigen irrationeel te zijn, maar door zich vooral op eigen onderbuik te baseren en niet op argumenten.’ (Taede Smedes)

Beeld: Detail cover De vrolijke atheïst, filosoferen over de waan van religie, door Floris van den Berg. 

Historische Jezus niet de ‘echte’

bergrede

In Gegrammena, een blog van theoloog en onderzoeker Cor Hoogerwerf over de Bijbel en het vroege christendom, vraagt hij zich af – aan de hand van het boek The Historical Christ and the Theological Jesus – hoe je met het onderzoek naar de historische Jezus om zou kunnen gaan. ‘De ‘historische Jezus’ is een door historici geconstrueerde hypothese die op historisch-kritisch verantwoorde wijze het leven van Jezus van Nazaret wil beschrijven.’ Geloven op zich draait volgens Hoogerwerf echter niet om het bestaan van Jezus.

‘Wat heeft het te betekenen dat de boodschap over Jezus
anders is dan de boodschap van Jezus?’ 

De kerk vereert Christus als de Zoon van God, God uit God, Licht uit Licht. Wat heeft die Christus nog te maken met de mens Jezus uit het begin van onze jaartelling? En wat heeft het te betekenen dat de boodschap over Jezus anders is dan de boodschap van Jezus?’ 

Volgens Gegrammena draait het hele geloof zelfs niet om de vraag of het beeld van de bovenmenselijke Jezus zoals dat in de christelijke bronnen en/of de cultuur bestaat, overeenkomt met de historische werkelijkheid.

De historische Jezus is dus iets anders dan de ‘echte’ Jezus. Zoals bij zoveel mensen uit de oudheid — van de meesten weten we (vrijwel) niets — is het slechts mogelijk een aantal aspecten van zijn leven met enige mate van zekerheid te belichten. De hoop en de claim van historici is uiteraard dat hun historische Jezus iets zegt over de ‘echte’ Jezus.’

Hoogerwerf stelt dat het een gegeven is dat er historisch onderzoek gedaan wordt naar Jezus van Nazaret en dat dit vaak (niet altijd) ingebed is in een bredere theologische setting, en als je het nog breder trekt het natuurlijk zo is dat historisch onderzoek nooit ‘neutraal’ is.

Dit tekent het spanningsveld: enerzijds gaat het om historisch onderzoek met historische methoden, anderzijds staan er ook (anti-)theologische belangen op het spel, zeker als het om Jezus Christus gaat. Dit valt nooit helemaal los van elkaar te zien.’

TheHistoricalJesusandtheTheological Jesus

In een aantal artikelen gaat Hoogerwerf aan de hand van The Historical Christ and the Theological Jesus van Dale C. Allison Jr. na hoe je vanuit het christelijk geloof met het onderzoek naar de historische Jezus om zou kunnen gaan: Wat nut ons de historische Jezus?. Vanuit de christelijk theologie, zo stelt hij, zijn er grosso modo drie reacties op het onderzoek naar de historische Jezus. Volgens de theoloog zit in al deze reacties wel ‘iets’.

Sommige onderzoekers hebben beweerd dat hun historische Jezus aantoont dat de traditionele geloofs­­­overtuigingen over Jezus Christus obsoleet zijn.
Traditionelere theologen hebben gezegd dat de menswording van God christenen verplicht te vragen naar het historische leven van Jezus met behulp van historische methoden.
Andere theologen hebben juist gezegd dat het evangelie niet kan rusten op de voorlopige oordelen van het historische onderzoek, met als gevolg dat zij dit grotendeels negeren.’

Hoogerwerf zegt dat wie kennisgenomen heeft van het onderzoek naar de historische Jezus en niet hardnekkig wil volharden in oude waarheden — terug naar onwetendheid kan niet meer — moet dit onderzoek ook theologisch, vanuit (on)gelovig perspectief, een plek geven. Want het is uiteindelijk een verrijking, al is het niet altijd een comfortabele verrijking.

The unexamined Christ is not worth having’.’ (Allison)

In een volgend artikel zegt Hoogerwerf dat naast het feit dat het historisch onderzoek naar Jezus geen kant-en-klaarpakket aan theologie en geloof aflevert, bovendien de vraag aan de orde is in hoeverre historisch onderzoek daarop invloed kan hebben.

Jezus, zo stelt Allison, kunnen we leren kennen door de oude teksten, de kerkelijke traditie, de cultuur, en ontmoetingen met de (volgens christenen) levende Jezus zelf. Is het daarbij een probleem dat we zo kennismaken met verschillende Jezussen?’

De theoloog gaat in op de vragen die Allison stelt, zoals: hoeveel geschiedenis heeft de theologie of het geloof nodig en of historisch onderzoek de enige manier is om Jezus ‘echt’ te leren kennen. Voordat hij – voorlopig, want waarschijnlijk volgen meer artikelen – afsluit met de vraag hoe Allison verder gaat, stelt hij dat

vanuit christelijk perspectief de goddelijke werkelijkheid in Jezus niet kan worden beperkt tot zijn aardse leven: die kan zelfs actief zijn bij mensen die geen notie van Jezus hebben.’

Zie:
Wat nut ons de historische Jezus? (1)
Wat nut ons de historische Jezus? (2) 
(Gegrammena)

Beeld: Fra Angelico (1387 – 1455)De bergrede – fresco, 1436 – 1443 – Museo di San Marco, Florence – schriftlink: Mattheus 5:2 (holyhome.nl)

Cor Hoogerwerf studeerde Griekse en Latijnse taal en cultuur en Godgeleerdheid aan de Universiteit Leiden en voltooide daarna aan dezelfde universiteit de onderzoeksmaster Classics and Ancient Near Eastern Civilizations (cum laude) met als specialisatie New Testament and Early Christian Studies. Na aan de Universteit Leiden Exegese Nieuwe Testament gedoceerd te hebben, is hij momenteel werkzaam aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij onderzoek doet naar patristisch commentaar op de Bijbel. Daarnaast is hij projectmedewerker als nieuwtestamenticus voor de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap.

Update 18-10-2024 (Lay-out)

Tot 2024 zoeken naar de Hoogste Moraal

data

‘Is er zoiets als een hoogste norm waar ons bestaan aan moet voldoen? Kunnen we die kennen, of moeten we de standaard waaraan ons leven moet voldoen helemaal zelf bepalen? Is de norm voor goed en kwaad in elke tijd en cultuur weer anders?’ Een anonieme geldschieter heeft de Protestantse Theologische Universiteit 1,5 miljoen euro toegekend om deze vragen te onderzoeken. Zes jaar wordt ervoor uitgetrokken om antwoorden te vinden. ‘Het wordt oppassen voor reflexen van gelovigen en ongelovigen,’ zegt projectleider van het Moral Compass Project, Maarten Wisse, hoogleraar dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). ‘We zitten vast in een denken uit de Verlichting dat het goede algemeen geldig moet zijn, anders is het subjectief en daarmee verdacht.’

Het hachelijke schuilt hierin dat een gelovige snel in de reflex schiet dat, als hij denkt te weten wat goed is en wat Gods gebod is, hij vindt dat iedereen zich daaraan moet houden. De reflex van de ongelovige daarop is even rigide, maar in spiegelbeeld: hij zal deze opvatting afdoen als een privémening die hij niet serieus hoeft te nemen, omdat ze teruggaat op diens geloof. Het toetsen op redelijkheid of goede argumenten blijft achterwege.’ (ND)

Veel mensen vinden – volgens de PThU – dat mensen het met elkaar eens moeten zijn over een universele norm voor goed en kwaad, maar omdat dat duidelijk niet het geval is, kan er dus ook geen universele of goddelijke wet zijn.

Toch roept dat ontbreken van een universele standaard voor het goede leven ook onzekerheid op: hoe weet ik dat het goed is wat ik doe? Wanneer ben ik goed genoeg? Tegelijkertijd is er bezorgdheid over mensen die een hoogste norm menen te kennen: die mensen lijken per definitie intolerant. Enerzijds hebben mensen behoefte aan een norm waaraan hun leven moet voldoen, maar anderzijds lijkt zo’n norm altijd op gespannen voet te staan met hun belangen.’ (PThU)

moralcompassproject

Het Moral  Compass Project wil bijdragen aan het versterken van een ‘moreel kompas’, gericht op het goede zonder mensen klem te zetten.

Anderzijds verkennen we in het project vanuit drie toegepaste velden wat een ‘moreel kompas’ zou kunnen bijdragen aan concrete ethische vragen op het terrein van vrijheid van meningsuiting, de notie van de familie en de vragen rondom het levenseinde.’ (PThU)

In het ND zegt Wisse dat we in onze tijd nieuwe manieren moeten vinden om over moraal te spreken, zonder in reflexen terecht te komen die elkaar uitsluiten.

Kunnen we een manier vinden om het spreken over de hoogste norm of om Gods geboden in verband te brengen met een breder maatschappelijk debat over goed en kwaad? Ook mensen die niet geloven, hebben inzicht in het goede, wat weer niet betekent dat iedereen het over moraal eens kan worden. Juist vanuit de deugdentraditie weten we dat moraal geen rigide criterium kent dat je overal op kunt toepassen, maar dat er verstand en wijsheid bij horen om te bepalen wat in een situatie rechtvaardig is.’

Hoogleraar Theo Boer, Universitair docent ethiek, medische ethiek (PThU) en een van de onderzoekers van het project, twittert dat hij het het een prachtig project vindt waarin de ethiek van het levenseinde een postdoc krijgt.

Met in de traditie van dit op Spinoza geïnspireerde project specifieke aandacht voor godsdienstige en niet-godsdienstige argumenten bij een zelfgekozen levenseinde.’

Moral Compass Project – Bij dit project zijn vijf onderzoekers van de PThU betrokken: Maarten Wisse (projectleider), Theo Boer, Petruschka Schaafsma, Pieter Vos en Klaas-Willem de Jong en er worden zes postdocs en promovendi aangesteld die delen van het project uitvoeren.

Beeld Good Evil Wishy Washy: slantedright2.blogspot.com

Promoveren op Jezus als Zoon van God

Fourth_ecumenical_council_of_chalcedon_-_1876

Theoloog Geurt Roffel stelt dat wie in de diversiteit aan interpretaties tot een eigen antwoord wil komen op de vraag of Jezus de Zoon van God is, in gesprek moet gaan met anderen. Hij gaat dit gesprek aan door de interpretaties te onderzoeken die zes internationaal toonaangevende christologen geven van de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’. Dat doet hij op twee elkaar aanvullende manieren, die hij ontleent aan de filosofen Hans-Georg Gadamer en Jacques Derrida.


De eeuwige Koning Christus vroeg aan Zijn leerlingen, voordat Hij aan Petrus, de zoon van Johannes, het bestuur van de Kerk beloofde, wat de mensen en wat zij, de apostelen zelf, van Hem dachten, en prees toen op heel bijzondere wijze het geloof, dat over iedere aanval en stormloop van de helse macht zou zegevieren en dat Petrus, helder verlicht door de hemelse Vader, had uitgesproken met deze woorden: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ (Mt. 16, 16) (rkdocumenten.nl)


Volgens theoloog Tjerk de Reus gaat het debat over de vraag wie Jezus is, altijd weer verder en luistert Roffel naar verschillende visies. Hij schreef het boek En wie ben ik volgens jullie?, gebaseerd op zijn proefschrift – waarmee hij 28 juni promoveerde – over de vraag of Jezus de Zoon van God is. Het vertrekpunt van Roffels studie ligt ver terug in de geschiedenis, ruim vijftienhonderd jaar.

Ik begin bij het concilie van Chalcedon, gehouden in het jaar 451. Daar ging het om de vraag hoe in Jezus het goddelijke en het menselijke kunnen samengaan. In feite sluit ik aan bij het gesprek van destijds, met gesprekspartners uit het heden. Ik vind niet dat we leeruitspraken van het verleden moeten verheffen tot absolute waarheid, maar je moet je er wel toe verhouden, als je vandaag wilt nadenken over wie Jezus was.’ (Roffel)


Om Chalcedon te begrijpen is het nodig te weten dat er in die tijd een sterke opvatting heerste, met name in Constantinopel en Antiochië, dat de twee kanten van Jezus, de goddelijke en de menselijke, sterk van elkaar onderscheiden konden worden. Men zag in Jezus een groeiproces, waarbij het menselijke zich in zijn leven steeds meer naar het goddelijke heeft gevoegd. Wie deze opvatting niet deelden waren bang dat Jezus zo in twee personen werd opgesplitst. Zij beklemtoonden vooral diens eenheid en gingen er vanuit dat die al vóór de geboorte, bij de conceptie, tot stand was gekomen. Vertegenwoordigers van deze stroming waren vooral in Alexandrië te vinden. (Trouw)


geurt-roffel Copyright © 2018. PKN Classis Apeldoorn

Volgens de Rijksuniversiteit Groningen koos Geurt Roffel (foto) voor de hoofdtitel ‘En wie ben ik volgens jullie?’ omdat daarmee het uitgangspunt een persoonlijke vraag van Jezus aan een gemeenschap van mensen is; Jezus stelde deze vraag immers aan zijn leerlingen.

Dat vraagt zowel om een individueel antwoord, als om verbinding van dat antwoord met anderen die ook antwoorden op de vraag.’ (Roffel)

Bij elk van de zes christologen geeft Roffel, volgens De Reus, weer hoe hij hun interpretaties van de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’ aan de hand van Gadamer ofwel Derrida heeft geanalyseerd, en wat zijn kanttekeningen daarbij zijn.

De manieren waarop beide filosofen teksten interpreteren, hebben volgens Roffel hun sterke en zwakke punten – die komen in zijn proefschrift aan de orde – maar helpen hem om in het slothoofdstuk resultaten uit de eerdere hoofdstukken bijeen te brengen en te structureren tot een coherente eigen visie op de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’.’


Dat Jezus een ‘wezenseenheid’ met God is, zoals Chalcedon verwoordt, betekent een ‘vergaande verbondenheid’ tussen Jezus en God, aldus Roffel. Hij vindt Chalcedon een geslaagde poging om het geloof in Jezus Christus te belijden, omdat in deze verbondenheid ‘twee onverenigbare uitersten’ zijn samengekomen. ‘Enerzijds worden God- en mens-zijn niet vermengd, noch veranderd en staan zij op zich. Anderzijds zijn ze zo hecht verbonden dat ze niet te scheiden zijn en ook niet te delen. De afstand is zowel onoverbrugbaar groot als onvoorstelbaar klein.’ (vroegekerk.nl)


Toen Roffel Derrida’s werkwijze navolgend, met veel afstand naar de verschillende visies keek, zag hij waar hij zich te gemakkelijk door elk van de christologen had laten overtuigen.

Ik bekeek welke alternatieven zichtbaar werden als ik er met meer afstand over nadacht en moest mezelf dwingen om mijn voorbehoud onder woorden te brengen en te beargumenteren, en tegen de theologen in te denken. Zo ontstaat ruimte voor een eigen visie, die ik in het slothoofdstuk uitwerk. Het mooie aan het hele proces vind ik dat juist pluraliteit kans biedt op verbinding, omdat iedereen in gesprek eigen visies kan ontwikkelen.’ (Rijksuniversiteit Groningen)

enwienenikvolgensjullie

Het prettige van Roffels studie vindt De Reus zijn inclusieve manier van denken: hij ziet geen enkele reden om neer te kijken op de christelijke traditie der eeuwen en de vroege concilies, maar hij neemt ook hedendaagse vragenstellers serieus. Bij die vragenstellers hoort hijzelf ook, zoals hij in de inleiding van zijn boek aangeeft.

De Reus vindt het opvallend hoezeer dit door het hele boek een persoonlijke toonzetting oplevert. ’Ik wilde niet alleen op een rijtje zetten wat die zes theologen vinden’, licht Roffel toe. ’Het schrijven van mijn boek was voor mij in zekere zin een oefening in ‘overgave’ aan een ander, aan denkbeelden en inzichten die mij worden aangereikt.’

En tegelijk wilde Roffel, volgens De Reus, zich ‘overgeven’ aan datgene wat je niet begrijpen kunt. Met die persoonlijke toon sluit Roffel zijn boek ook af. Jezus leefde in zo’n unieke verbondenheid met God, constateert hij, dat hij 2000 jaar na dato nog steeds door vele christenen wordt aangeduid als de Zoon van God. ‘Ook door mij’, besluit Roffel.

Zie:
Is Jezus de zoon van God, of was hij een bijzonder mens? (Tjerk de Reus)
* ‘Met meer tijd had Nestorius Chalcedon kunnen accepteren’ (De Vroege Kerk)
* En wie ben ik volgens jullie? (Rijksuniversiteit Groningen) 

Beeld: Het Vierde Oecumenische Concilie in de Sint-Eufemiakerk in Chalcedon, 451 – Een schilderij door Vasily Surikov

Foto Geurt Roffel: Copyright © 2018. PKN Classis Apeldoorn

Update: 25 06 2019

‘God bestaat steeds minder’

Godbestaatsteedsminder

‘God is een typisch gevalletje van projectie; menselijke intuïtie is geen bewijs voor God; gebeden worden niet verhoord; wonderen bestaan niet’. Dit zijn een aantal favoriete argumenten tegen Gods bestaan. ‘De overtuiging dat God niet bestaat, wint aan overtuiging,’ zegt theoloog Marinus de Jong. Onlangs schreef hij een boekje over 21 redenen om (niet) in God te geloven. Hij wordt geïnspireerd door de Tsjechische priester Tomas Halik, die stelt dat het atheïsme aandacht vraagt voor de verborgen kanten van God. Maar eigenlijk probeert De Jong slechts aan te tonen dat God ongrijpbaar is: Hij laat zich niet vangen in onze overtuigingen.

Er zijn steeds meer mensen die niet in God geloven. Het atheïsme is de snelst groeiende geloofsovertuiging ter wereld, zo toonde recent onderzoek aan. Dat geldt vooral, maar niet alleen, voor de westerse wereld. Dit gaat dus ook over Nederland: steeds meer mensen geloven niet in God. (Uit: Altijd groter)


2. God as immaterial and yet with biological functions is unconvincing
It’s self-contradictory to say God is ‘immaterial’ and in the same breath say God sees, hears, speaks, and feels—all of which are functions of biological, material organisms. What does God ‘see’ with if not a material eye? ‘Hear’ with if not a material ear? ‘Speak’ with without a material mouth? These descriptions of God are self-contradictory and nonsensical. (H. McKenna, Ph.D. – Senior Lecture, History of Religious Ideas, University of California Irvine – Huffington Post)


De 21 redenen plukte Marinus de Jong uit de Huffington Post (God Is Unconvincing To Smart Folks) en houdt ze nu tegen het licht in Altijd groter, dat weer een bundeling is van De Jongs blogs bij de EO zoals Geloof is biologisch verklaarbaar; Jezus vond wonderen ook niet erg overtuigend, en: Is God de oorzaak van het ontstaan van de kosmos?

Er zijn veel redenen waarom geloven in God niet overtuigend is. Hoe kan God nou goed zijn terwijl er zoveel kwaad is? En wat te denken van de Bijbel; er zijn toch zoveel heilige boeken? En een intuïtie dat God bestaat, dat is biologisch goed te verklaren.’ (Uit: Altijd groter)

Volgens uitgever Vuurbaak bespreekt theoloog Marinus de Jong in dit boek de 21 redenen, maar niet om te laten zien dat ze niet waar zijn. Ook niet om te concluderen dat geloven in God onzinnig is. Hij gaat op zoek naar hoe deze redenen ons helpen om onze gedachten over de ongrijpbare God te scherpen. Dat hij een God is die steeds weer aan onze beelden ontsnapt en zich niet laat vangen in onze overtuigingen.


12. God is not a convincing cause of the universe
God is not a solution as to the origin of the universe but only another layer of mystery. What caused God? It’s more believable that a material universe emerged from preexistent matter or energy than from a non-material Mind. (McKenna – Huffington Post)


altijdgroter

De Jong verwijst naar filosoof Ludwig Andreas Feuerbach die zei dat God een psychologisch trucje van de hersenen is, een projectie van onze angsten en verlangens. Wij zijn bang voor de dood, dus bedenken we een God die ons een hemel geeft. Nietzsche deed volgens de Jong daar nog een schepje bovenop: het zijn dus de mietjes die in God geloven. Geloof in God is het ultieme zwaktebod. De echte, sterke mens weet dat hij het zonder God moet doen. Maar God is altijd groter, zegt de Jong. Hij vraagt zich ook af of wetenschappers kunnen bepalen of God bestaat.

Wetenschap werd geboren in de schoot van de kerk: in de kloosters. Wetenschap begon met nieuwsgierigheid naar God en aanbidding van God met het verstand. Eeuwenlang was de relatie tussen wetenschap en geloof harmonieus en wederzijds verrijkend. De wetenschap opent de ogen voor de schoonheid van God zelf. Zij geven meer inzicht in wie God is, hoeveel Hij kan en heeft gedaan en waarvan Hij geniet. Verklaren in vertrouwen leidt niet tot geloofsafval. Het leidt tot verdiepte aanbidding van de God die nog mooier is dan Zijn schepping.’ (Uit: Altijd groter)

Volgens De Jong mag God dan altijd groter zijn, maar Hij is ook dichtbij. Hij verwijst dan naar Abraham Kuyper die zei: ‘Tienmaal liever gedweept en gedwaald met deze warme en bezielde pantheïsten [alles is God], dan bevroren en versteend bij het afgemeten en wezenloos deïstisch [God laat deze wereld aan zijn lot over] gezeur’.

Pantheïsme, vandaag de dag erg populair, betekent dat deze wereld zelf eigenlijk God is. God is dan een manier om het bijzondere, het verhevene van de wereld zelf te benoemen. God is niet ergens anders of iets anders en dus ook geen persoon. Uiteindelijk betekent pantheïsme ook: God,  dat ben je zelf.’ Deïsme betekent dat God de wereld ooit maakte, maar zich er nu niet meer mee bemoeit. Hij is als een horlogemaker die de wereld en de mens prachtig maakte, maar het horloge heeft verkocht. Dit zijn allebei uitersten die door het orthodox-christelijk geloof altijd zijn vermeden. Kuyper sluit daarbij aan, maar wil met zijn dilemma laten zien dat we God niet te los van de wereld moeten maken.’  (Uit: Altijd groter)

Altijd groter | Marinus de Jong | Uitgever: Vuurbaak | april 2018 | ISBN 9789055605392 | 104 pp. | €12,50

Zie ook: 21 redenen om (niet) in God te geloven

Beeld: De schepping van Adam is een onderdeel van het fresco op het gewelf van de Sixtijnse Kapel in Vaticaanstad geschilderd door Michelangelo rond 1511.