Rebible en het keurslijf van godsdienst

Rebible

‘Na jaren van omzwervingen langs met name oosterse spirituele stromingen, keert Inez van Oord in dit boek terug naar het boek waar het in haar leven mee begon: de Bijbel. Bevrijd van het knellende keurslijf van de godsdienst van haar jeugd herleest ze nu met een frisse blik de Bijbelverhalen. En komt tot de ene verrassende ontdekking na de andere. Rebible is een aanstekelijk geschreven, hernieuwde kennismaking met een eeuwenoud boek, dat (tot verrassing van de auteur) niet ophoudt te inspireren.’

Aldus de aanbeveling van het comité van het Beste Spirituele Boek van de Maand van de Spiritualiteit. Op 11 februari weten we of Rebible, dat hoge ogen gooit, inderdaad het beste is. Volgens Van Oord biedt het boek een nieuwe manier aan om naar de verhalen te kijken die in de Bijbel worden verteld. Volgens Trouw is Rebible, Ontdekking van vergeten verhalen, schitterend als je van roze en lila houdt. (Dat stoort trouwens niet, de lay-out is aantrekkelijk, maakt de teksten overzichtelijk.)

Rebible deed recensent Marijke Laurense vooral denken aan het verhaal van die arme jood die naar Praag ging om een schat te vinden en weer thuis ontdekte dat de schat onder zijn eigen drempel lag. – Alsof de verloren dochter Van Oord weer terug is.

Van Oord is niet de eerste die onbevangen aan het interpreteren slaat, maar hoe serieus wilt u iemand nemen die in een ladder tegen een muur al een symbool van de heilige drie-eenheid ziet?’ (Laurense)

In Rebible vraagt Van Oord zich af of er misschien een nieuwe manier is om de bladzijden te lezen. Net zoals de oude rabbijnen in oude tijden dat deden, als een zoektocht naar nieuwe interpretaties. Van Oord zag de Bijbel eerst niet, maar dook in de geestverruimende verhalen uit het hindoeïsme, interviewde wijze lama’s en monniken. Vele religieuze, spirituele stromingen kwamen voorbij.

rebible2

Samen met haar broer, theoloog Jos, heeft ze de tocht langs de vele verhalen gemaakt, letterlijk en figuurlijk. Zij gingen naar de Sinaï, zochten sporen van Mozes, gingen naar Rome om – ondergronds – de eerste geheime christelijke tekens te ontdekken.

In het woord midrasj zit het woord darasj. Dat betekent onderzoeken, uitleggen. Maar het kan ook vragen betekenen. Zo willen we graag met de Bijbeltekst omgaan: door vragen te stellen. We voeren als het ware een gesprek met de tekst.’ (Uit: Rebible)

In Rebible noemt Van Oord God ‘het Onwezenlijke’.

God is not what man calls God,’ is een uitleg van mysticus Daskalos. ‘Using the word minimizes the Absolute and puts It to its own measure.’ Dat is nog het slimste om te zeggen. We minimaliseren God tot een maat die bij ons past.’ (Uit: Rebible)

Volgens Laurense komt Van Oord uit een gereformeerd gezin en reisde zij de wereld af op zoek naar zingeving en spiritualiteit. Voor het christendom en de kerk was ze al jong allergisch: te veel regels, te veel wetten, te veel structuren.

En zo ontdekt Van Oord volgens Laurense niet alleen dat de Bijbelse verhalen vaak het resultaat zijn van creatief plagiaat en vele lagen van knip- en plakwerk uit oudere mythen over moedergodinnen en overstromingen, maar ook wat de Bijbel zo uniek en invloedrijk heeft gemaakt.

Ze herkent daarbij veel uit andere spirituele tradities, bijvoorbeeld als God in Genesis levensadem in de mens blaast. Precies zoals de yogaleraar zegt: de adem brengt je bij je zijn! En is het toeval dat Jacob een steen als kussen gebruikt en vervolgens een visioen krijgt? Natuurlijk niet, denk maar aan de magische stenen van Stonehenge!’ (Laurense)

Beeld: uit Rebible

‘Verlichting is in iedereen al aanwezig’

dhammakaya-pagoda-472496_640

Verlichting wordt vaak gezien als het resultaat van een lange, moeizame leerweg. – Filosofie Magazine in gesprek met de Amerikaanse filosoof Douglas Berger die uitlegt aan filosoof Florentijn van Rootselaar dat verlichting eigenlijk al in iedereen aanwezig is. ‘De mens is een gewoontewezen, en dat belet hem open te staan voor nieuwe ervaringen; het verhindert hem evenzeer om praktisch goed te handelen. Je weet je door je gerichtheid op jezelf onvoldoende aan te passen aan de situatie.’ Je moet je eigen verlichting niet langer in de weg staan, adviseert hij.

Hoe word je verlicht? Dat is het onderwerp van gesprek met de Amerikaan Douglas Berger, de kersverse hoogleraar vergelijkende filosofie aan het Instituut voor Wijsbegeerte van de Universiteit Leiden.’
(Filosofie Magazine

Centraal in het gesprek tussen Van Rootselaar en Berger staat de verrassing of zelfs een shock – de gebeurtenis die je bevrijdt uit je beperkte geest: er is heel wat voor nodig om je vaste patronen in de omgang met anderen te doorbreken.

De geliefde vorm die de oude zenmeesters daarvoor gebruiken is de koan – soms een korte cryptische kreet, maar ook een langer verhaal waar je als luisteraar geen vat op krijgt. En juist daarin schuilt de bevrijdende kracht van zo’n koan, zegt Berger, auteur van onder meer Encounters of Mind. Luminosity and Personhood in Indian and Chinese Thought.’ (FM)

De leraren die je kunnen helpen bij het bereiken – of het gewaarworden van verlichting, want je bent dus al verlicht – maken zoals gezegd gebruik van de koan op je pad naar verlichting.


Koans

‘Ik doe de lamp uit, waar is het licht gebleven?’
‘Wat is het geluid van één klappende hand?’
‘Laat het gezicht zien dat je had voordat je ouders waren geboren.’


Vaak heeft een zenklooster een eigen collectie koans, waar de meester individueel met de leerlingen doorheen gaat. Van Rootselaar vraagt zich af hoe een meester je kan helpen op je pad naar verlichting.

De meester vertelt hem niet hoe hij die verlichting kan bereiken, hij draagt geen kennis over. Maar daar gaat het ook niet om.’ (FM)

In het zenboeddhisme is een goede leraar heel belangrijk, aldus Filosofie Magazine. Soms gaan leerlingen langs verschillende kloosters tot ze de juiste leraar hebben gevonden. Want voor een koan is interactie nodig, een meester en een leerling.

Je bent geobsedeerd door iets, je zit erin vast, en zo’n koan opent een deur – juist door je niet te vertellen wat je moet doen, maar door je schrik aan te jagen.’ (FM)

Zo’n koan-ervaring kan je ook zomaar in het dagelijks leven meemaken, vertelt Berger en geeft als voorbeeld dat je na een moeilijke dag op je werk je naar buiten loopt en nog steeds denkt aan dat conflict met een collega.

Maar als je de mooie zonsondergang ziet, kan plotseling de hele relatie met de wereld veranderen.’ (FM)

De moderne stedeling zal zich in zijn drukke stad misschien afsluiten voor ervaringen terwijl hij zich naar huis spoedt, werpt Van Rootselaar op. En de kans is groot dat de diep ongelukkige persoon – die juist zo’n ervaring nodig heeft – in zichzelf gekeerd rondloopt zonder oog voor die mooie zonsondergang.

Berger legt uit dat het niet eens noodzakelijk is daar ervoor open te staan, maar als je wel oog hebt voor de wereld de transformatie eenvoudiger gaat; als je je ervoor afsluit, wordt het een strijd – en dat kan pijnlijk zijn, en dat je het daarom het maar beter kunt accepteren.


Boeddhageest

De leerling vraagt: ‘Meester, heb ik al een boeddhageest?’
‘Nee’, zegt de meester.
‘Maar u zegt toch altijd dat alle dingen een boeddhageest hebben? De bergen, de bomen en de vlinders.’
‘Dat klopt’, zegt de meester. ‘Alle dingen hebben een boeddhageest. De bergen, de bomen, de vogels en eigenlijk alles op aarde – alleen jij niet.’
‘Maar waarom ik dan niet’, vraagt de leerling.
‘Omdat jij me deze vraagt stelt’, antwoordt de meester.


Berger: ‘Deze dialoog laat zien dat je de verlichting eigenlijk al bezit, je houdt alleen jezelf tegen. Het antwoord dat je zoekt is er al. Door een gesprek word je getriggerd om die staat van verlichting in jezelf te accepteren, en vooral ook om op jezelf te vertrouwen.’
(FM)

Van Rootselaar vraagt wat verlichting precies betekent. Hij krijgt als antwoord dat dit een lichtgevende mentale staat is waarin je openstaat voor de wereld, en daarmee ook de wereld verlicht. Die staat werd in India beschouwd als een prestatie, als het resultaat van een jarenlange oefening. Maar toen het boeddhisme in China kwam, werd die staat heel anders gezien.

Zij zeiden dat je alleen verlicht kunt worden als er een potentieel is in de mens om die staat te bereiken. Daarom spreken ze over de glans, een bepaalde mate van verlichting die iedereen bezit. Je leven zou erop gericht moeten zijn om die glans de ruimte te geven, om alles wat die glans verduistert weg te nemen. Verlichting is zo bezien niet de verovering van een nieuwe staat die je nog niet bezit, maar de terugkeer naar je ware glanzende zelf.’ (FM)

Zie: Sta je eigen verlichting niet langer in de weg (Filosofie Magazine)

Beeld: Dhammakayatempel, Thailand (pixabay.com)

Koans: elsinajansen.nl

Kabbala als leidraad voor spirituele zelfontplooiing

Kabbala

De joodse mystiek biedt de diamanten die het leven op deze aarde draaglijk kunnen maken. Kabbala is meer dan ooit noodzakelijk,’ schreef Juliaan van Acker, emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen, een half jaar geleden in The Post Online. In deze Maand van de Spiritualiteit (‘Opnieuw beginnen’) een speurtocht naar die Kabbala.

In De kabbalist van Geert Kimpen zijn boeiende omschrijvingen te vinden die ertoe aanzetten je meer te verdiepen in wat kabbala nu eigenlijk inhoudt. Een eenduidig antwoord op deze vraag is echter niet zomaar voorhanden. Als je zoekt naar omschrijvingen en betekenissen van kabbala stuit je op zeer uiteenlopende informatie.

Chaim Vital, een jongeman in De kabbalist, moet kiezen tussen ultieme wijsheid en ultieme liefde. Hij is de zoon van de beroemde Thoracommentator Yosef Vital en in het boek volg je de eigenzinnige en boeiende zoektocht van Chaim, die al zijn vrije tijd besteed aan de studie van kabbala. Hij wil er God mee leren kennen, meer nog, Hem ontmoeten. En ook wil hij de grootste kabbalistische schrijver aller tijden worden. Door kabbala wil Chaim onder meer de wetten, het universele principe, van het heelal leren kennen.

In De Kabbala van Daniel C. Matt kom je op het spoor van de ‘goddelijk geïnspireerde’ auteur van de Zohar. De Zohar die uiteindelijk uitgroeide tot ‘de heilige Zohar’, (Ha-Zohar ha Kadosj), de canonieke tekst van kabbala.

Rond het jaar 1280 begon de Spaanse joodse mysticus Mozes de Léon beknopte geschriften te verspreiden onder zijn collega-kabbalisten. Ze bevatten lyrische teksten in het Aramees, vol gelegenheidswoorden, mysterieuze symboliek en erotische beeldspraak. (…) De brontekst zou afkomstig zijn uit de kringen van rabbi Sjimon bar Jochai, een beroemde discipel van rabbi Akiva die in de tweede eeuw na Christus in Israël woonde en er zijn ideeën verkondigde.’ (Daniel C. Matt)

Matt stelt dat De Léon de verschillende bronteksten tot een meesterwerk weefde: een commentaar op de Tora in de vorm van een mystieke roman waarin rabbi Sjimon en de chavrajja door Galilea zwerven en kabbalistische inzichten verwerven. Bij Matt wordt het er niet eenvoudiger op. Kabbala komt over als zeer complex, compleet met schema’s als De Tien Sefirot (de boom des levens.) Niet een-twee-drie zijn alle ins and outs van kabbala te begrijpen.

De Groene Amsterdammer schreef ooit dat kabbala een filosofische theologie is, gebaseerd op het geloof dat elk woord, elk cijfer en elk accent in de Tora aanwijzingen bevat waarmee de geheimen van het universum en de menselijke ziel kunnen worden ontrafeld. Dat is nogal wat. Dat maakt nieuwsgierig. Waar kan je nu lezen hoe het universum en de ziel in elkaar zitten? Dat zou groot nieuws moeten zijn in de media, maar daarin lees je meestal ‘slechts’ nieuwe informatie die wetenschappers opdoen door onderzoek en nooit wordt verwezen naar de Tora of kabbala waaruit ze putten. Over de ziel kom je alleen filosofen en theologen tegen.

Matt stelt dat de Italiaanse renaissance-humanist Pico della Mirandola beweerde dat ‘geen andere wetenschap ons beter kan overtuigen van de goddelijkheid van Jezus Christus dan magie en kabbala’. Della Mirandola had zich verdiept in de Latijnse transcripties van kabbala omdat hij geloofde dat ze de oorspronkelijke goddelijke openbaring waren.

Met Chaim uit De kabbalist kan je je afvragen of kabbala ooit te begrijpen valt, maar je wordt wel, al lezende en je metgezel voelend van Chaim, gestimuleerd om kabbala te leren doorgronden. Het besef dringt zich wel op dat je hier wel enige jaren van studie voor mag uittrekken.

In Kabbala van Joseph Dan staat dat de term kabbala nog nooit zo vaak en in zo veel verschillende contexten gebruikt is als vandaag de dag. Hij heeft het over de ‘stortvloed aan nieuwe betekenissen in de hedendaagse cultuur’. De term wordt ook op tegenstrijdige manieren gebruikt. Zowel bedoeld als strikt joods orthodox, als radicale vernieuwde levensbeschouwingen. Er zijn honderden kabbalistische werken en daarnaast duizenden geschriften waarin kabbalistische termen en ideeën worden gebruikt. Hij noemt ook de Zohar als belangrijkste werk van de middeleeuwse kabbala waarin ieder denkbaar onderwerp aan bod komt.

Bij Dan betekent kabbala ‘ontvangen’ en hij stelt dat de eerste overdracht reeds plaats vond aan Mozes die de Tora ontving op de berg Sinaï en deze doorgaf aan Jozua, die haar vervolgens overleverde aan de oudsten van Israël. Mondeling werd de Tora overgeleverd aan de richteren; de profeten en de eerste wijsgeren van de Talmoed. Bijzonder is om te lezen dat 2000 jaar geleden kabbala door God aan Mozes zou zijn geopenbaard.

Kabbala wordt ook wel omschreven als een millennia oude, goddelijke waarheid. Joseph Dan zegt echter dat hoewel kabbalisten beweren dat kabbala één waarheid is, wetenschappers iedere kabbalist als een originele schrijver beschouwen die uiting geeft aan zijn eigen wereldbeeld dat in meer of minder mate verschilt van dat van andere kabbalisten.

Tree_of_Life,_Medieval

Joseph Dan stelt dat kabbala ook werd aangeduid als gnosticisme, joods of niet joods. Anderen identificeren het als mystiek. Weer anderen ontdekte kabbala in de oude Assyrische godsdienst. Carl Gustav Jung ontdekte in kabbala de universele archetypes. De term kom je ook tegen als synoniem voor mystiek en magie en voor spiritualiteit in het algemeen. Het begrip kabbala is dus erg veralgemeniseerd en wordt breed uitgelegd of toegepast.

Volgens Joseph Dan is er geen antwoord op de vraag wat kabbala nu eigenlijk is. De beantwoorders van de vraag hebben met elkaar gemeen dat ze er een vaag idee van hebben en denken tevens dat er ergens iemand anders is die precies weet wat kabbala inhoudt…

Kabbala is een ervaring. Zoals chocola. Iemand kan je in geuren en kleuren uitleggen wat chocola is maar als je het niet werkelijk geproefd en ervaren hebt, weet je nog niets.’ ( Uit: De Kabbalist)

Kabbala blijft vooral nog een mysterie, dat niet direct opgehelderd zal worden door de literatuur. En het wordt er niet gemakkelijker op als je in De kabbalist leest dat je kabbala eigenlijk moet ervaren. Misschien gebeurt dat als je je er eerst uitgebreider in verdiept en daarna lange tijd erover mediteert. Het sluit wel aan bij het religieuze besef dat er meer is tussen hemel en aarde. Dat meer kan je associëren met de Eeuwige, met God.

Volgens Sjef Laenen, schrijver van Kabbala voor beginners, heeft het geen zin kabbala te bestuderen zonder je eerst te verdiepen in het jodendom, de (joodse) mystiek, de stromingen binnen de joodse mystiek en wat het systeem van De Sefirot inhoudt. Met die basiskennis zou je pas verder kunnen gaan met de zoektocht naar de (betekenis) van kabbala. De eerste stap kan je dan zetten naar wat Daniel C. Matt noemt ‘een schitterende leidraad voor spirituele zelfontplooiing’.

Bronnen o.a.:
* De kabbala: waarom mystiek noodzakelijk is
* De kabbalist: korte inhoud
* De boom des levens van de kabbala
* Kabbala
* Kabbala voor beginners

Beeld: De Tien Sefirot (hiveminer.com)
Tekening: Kabbalistische boom des levens met de Tien Sefirot (Wikimedia)

(Update: 13 4 2019) (03-11-2024: lay-out)

Meister Eckhart, vrijzinnig avant la lettre

UITGELICHT (2018) – De laatmiddeleeuwse theoloog, filosoof en mysticus Meister Eckhart laat God op een bijzondere manier zien, kijkt kritisch naar het instituut kerk, denkt na over de essentie van het bestaan, en zet vraagtekens zet bij kerkelijke, religieuze en kloosterlijke leefregels. Hoe je God God kan laten zijn in jezelf, zonder voorschriften van de kerk. Volgens Eckhart moet ‘die hogere waarheid je wel tegemoet komen’.

‘Als we Eckhart lezen, we begrijpen waarom God zich meer voor de afzonderlijke mens interesseert dan voor alle kerkstructuren samen’ 

‘ Achterlaten allerlei Godsbeelden’
E
ckhart wordt wel eens een van de meest briljante geesten genoemd die het Westen ooit heeft gekend. Zijn mystieke inzichten staan echter op gespannen voet met de officiële kerkelijke opvattingen over God en de essentie van het bestaan. Hij wordt gezien als iemand die het waagt de waarde van het kerkelijke gezag en de kerkelijke rituelen te kleineren. Een deel van zijn werk wordt als ketters beschouwd. Hem wordt verweten dat de mens zich amper meer hoeft te bekommeren om kerkelijke rituelen en voorschriften.

Eckhart relativeert kerkelijke, religieuze en kloosterlijke leefregels. Alle nadruk legt hij op het ‘laten’: achterlaten van allerlei Godsbeelden waaraan we gehecht zijn, maar juist je verlaten op God, op het toelaten van God die verborgen is achter God: de verborgen Godheid.

‘God en mens nooit gescheiden geweest’
D
e gedachte van Eckhart is dat we God slechts in fragmenten kunnen kennen en dat juist in het niet-weten de ware sterkte van het geloof steekt. Als we ons onthechten van alle door de kerk voorgeschreven hechtingen, aan zowel God als kerkelijke voorschriften, zijn we – volgens Eckhart – in staat God toe te laten die verborgen is achter God.

Eckhart staat mystieke eenwording voor, dat er vanbinnen iets gebeurt. Of liever gezegd: mystieke eenheid, want in zijn ogen gaat het erom wat ìs, want God en mens zijn in de kern nooit gescheiden geweest en zullen dat ook nooit zijn. De mysticus stelt dat de mystieke eenwording onmogelijk door een mens gevonden of bereikt kan worden om de eenvoudige reden dat God en mens in de kern nooit van elkaar gescheiden zijn geweest en ook nooit zullen zijn. Radicaler gesteld: De mens hoeft niets te doen.

‘Eckhart: ‘God is zo ontzaglijk nabij, dat de mens, in zijn diepste grond of wezen, zelfs volledig met hem samenvalt. We hoeven helemaal nergens naartoe, er valt niets te bereiken, want we zijn er al. En je kunt nu eenmaal niet bereiken wat er al is.’

‘Beseffen dat men God kent en weet’
E
chter, in een van zijn preken zegt hij toch dat de mens zelf wel iets moet doen:

‘Want de mens moet in zichzelf één zijn en moet dat zoeken in zichzelf en in het ene en het verwerven in eenheid, dat wil zeggen: enkel God schouwen; en terugkomen betekent: weten en beseffen dat men God kent en weet.’

Eén goddelijk wezen
Z
elf put Eckhart zijn inspiratie uit het christendom, en dan vooral uit de Bijbel. De opponenten van Eckhart stellen niettemin dat zijn godsbeeld niet deugt. Ze stellen dat Eckhart elk onderscheid binnen God ontkent: de drie personen vormen één goddelijk wezen. Hiermee hangt ook zijn mensbeeld samen, zeggen zijn bestrijders. Zij zeggen dat er volgens hem ‘geen onderscheid tussen mens en God bestaat en dat hij naastenliefde even hoog acht als het liefhebben van God; kerkelijke voorschriften en rituelen zijn niet meer nodig. Het gezag van de religieuze leiding wordt te veel aangetast’.

Bad_Wörishofen_Meister_Eckhart_(Skulptur)_2012

Er gebeurt iets met je
E
r wordt wel gezegd dat de teksten van Eckhart moeilijk zijn en uitleg verdienen, maar ze worden ook wel ‘heel direct en aansprekelijk’ genoemd. De teksten zouden beeldend zijn, er gebeurt iets met je. Filosoof André van der Braak zegt:

‘Als we Eckhart lezen, we begrijpen waarom God zich meer voor de afzonderlijke mens interesseert dan voor alle kerkstructuren samen.’ 

Eeuwige mystieke kern
E
r wordt ook gesuggereerd dat het werk van Eckhart een traditie-overschrijdende, eeuwige mystieke kern raakt die het institutionele christendom overstijgt. Hij lapt de dogma’s van zijn kerk aan zijn laars en komt daardoor in conflict met de conservatieve autoriteiten van zijn kerk.

‘Als radicale vrije geest, die puur vanuit de eigen levende ervaring spreekt en getuigt, alle vaste beelden en voorstellingen achterlatend en op losse schroeven zettend, tart de mysticus steeds weer de religieuze autoriteiten van zijn eigen traditie.’

‘Ook je in jezelf verdiepen’
D
e hogere waarheid is in de Bijbel gegeven, volgens Eckhart, want die openbaart wat de mens uit zichzelf niet kan bereiken. De menselijke geest alleen is er niet toe in staat, er moet kennis van buiten komen. De gelovige die God – of het Hogere – zoekt, kan dat volgens Eckhart dus niet helemaal uit zichzelf voor elkaar krijgen. Voor hem is het christendom de basis, vooral de Bijbel. Maar dat niet alleen, want hij zegt vervolgens ook dat je je in jezelf dient te verdiepen.

‘Laat God God in je zijn.’

Ook voor de heidenen’
W
e hebben daarbij de rede nodig. Mystiekkenner Alois M. Haas en zijn voormalig student en journalist Thomas Binotto stellen dat, als de mens echt gelooft dat God in hem aanwezig is en dat Hij door en door zijn schepper is, de mens een optimisme krijgt waarin het verstandelijk werken al ingeprent is, dus ook de handelingen van de mens in de tijd met het oog op de eeuwigheid.

‘De rede is dan reeds in mij aanwezig als een goddelijke rede. Die rede is tegelijk goddelijk doordrongen en verlicht de geest – en omdat het sinds mensenheugenis zo is, geldt dat ook voor de heidenen.’ (Haas/Binotto)

Innerlijke ontvankelijkheid
E
n hoe gaan we dan om met die God in ons? Want er is geen weg, geen manier of mogelijkheid om de goddelijke werkelijkheid bewust te ervaren. Toch kunnen we deze wel in onszelf, ons bestaan, tot uitdrukking laten komen, niet door iets te doen, maar juist te laten, door leeg en ontvankelijk te zijn. Filosoof Welmoed Vlieger:

‘Haaks op de innerlijke ontvankelijkheid staat de geestelijke activiteit van het denken, ervaren, associëren, herinneren, verlangen, willen etc., kortom: het reflexieve, ‘invulling-zoekende-en-gevende’ ik. Want dat is waar we voortdurend mee bezig zijn: op voorhand invulling geven aan alles wat we op onze weg tegenkomen. Denk bijvoorbeeld aan die buurman of buurvrouw ‘die altijd zoveel praat’; aan de ‘worsteling’ van het alweer in de file moeten staan; of aan de ingesleten gedachte dat je éérst dit of dat moet doen voordat je aan de dingen waar je werkelijke energie of vreugde bij ervaart kan toekomen. En ga zo maar door.’

2012.07.12_.5082._BW_Meister_Eckhart_.Skulptur

‘Weten dat God in je werkt’
M
et Meister Eckhart kan je concluderen dat als je God God in je laat zijn, en je zelf leeg en ontvankelijk kunt zijn, je vanuit een goed gevoel, met het ‘weten’ dat God in je werkt, je inderdaad kunt ‘worden’; je ‘invulling-zoekende-en-gevende’ ik vorm kunt geven.

‘Ontvankelijk zijn houdt dus een radicale omdraaiing in van de wijze waarop wij ons normaal gesproken verhouden tot de dingen: van een actieve, invulling gevende gerichtheid op, naar een passieve, open ontvankelijkheid voor.’ (Vlieger)


‘Nadenken over wat je bent
‘De mensen zouden niet zo veel moeten nadenken over wat ze moeten doen; ze zouden veel meer moeten nadenken over wat zij zijn. Zouden zij goed zijn en zou hun levenswijze goed zijn, dan zouden zij licht uitstralen, en dan zou er een heerlijk licht uitgaan van al hun werken. Als je rechtvaardig bent, dan is ook wat je doet rechtvaardig. Denk niet dat je heiligheid kunt grondvesten op daden; veeleer groeit heiligheid uit de grond van je hele wezen. Want niet de daden heiligen ons, maar wij moeten de daden heiligen.’
(Meister Eckhart)


Spiritueel verbonden met God
A
ls mens tussen de mensen, misschien (ver) buiten de kerk, maar dichtbij anderen en samen met hen van de wereld een wat mooiere plek maken, ongebonden, maar spiritueel verbonden met God, die ‘onmiddellijk, spontaan en absoluut present in ons denken binnenbreekt’, dat altijd al deed en blijft doen. Dan zou het uiteindelijk toch goed moeten komen met de mens en de wereld.

Bronnen o.a:
*  ‘De Godsgeboorte bij Eckhart, Welmoed Vlieger, in de bundel De spiritualiteit van Meister Eckhart. Een Dominicaanse mysticus in een multireligieuze samenleving, Braak, A. van der (red.), Parthenon, 2014
* Leven zonder waarom – eenvoud bij Meester Eckhart, Welmoed Vlieger, welmoedvlieger.nl
*    Zoek en je zult gevonden worden, Auke Jelsma
*   Meister Eckhart: Leven in het eeuwige nu, zonder waarom, debezieling.nl
*   Meister Eckhart, op zoek naar de goddelijke essentie, Alois M. Haas, Thomas Binotto

N.B. Tip van Valentiniaan (uit de reacties):
* Boek met preken en traktaten van Meister Eckhart zelf: OVER GOD WIL IK ZWIJGEN.
‘Ik houd liever van de bron zelf. En niet van “over” de bron.’


Beeld: eckhart.de
Beeldhouwwerk / Boek: © Lothar Spurzem – Meister Eckhart, Bad Wörishofen, Kneippstraße.
Update 27-04-2025 (Layout)