Religiekunde past prima in religieus-pluriforme maatschappij

Caravaggio
Volgens priester Anton ten Klooster spreekt in de wereld van de 21ste eeuw het merendeel van de bevolking geen neutrale taal als het om religie gaat: het is een diepgeworteld vertrouwen, een innerlijke overtuiging en een moreel richtsnoer. Hij is dan ook wars van het invoeren van een strikt neutrale beschouwing van religie: dat leidt volgens hem tot wereldvreemde burgers. Het omgekeerde is waar.

Ten Klooster reageert op vijf religiewetenschappers die onlangs in de NRC pleitten voor religieonderwijs omdat kennis van religie essentieel is om de wereld van de 21ste eeuw te begrijpen. Zij willen een vaste plek voor religiekunde in het voortgezet onderwijs omdat er nu te weinig aandacht is voor religie in het onderwijs: zo leren we de wereld en onszelf niet kennen.

Het helpt natuurlijk niet wanneer scholieren nauwelijks iets meekrijgen over religie. Inzicht in de verschillende vormen van de islam, jodendom en christendom is onontbeerlijk in een religieus-pluriforme maatschappij als Nederland.’ (NRC)

Volgens de vijf religiewetenschappers is het niet de vraag of je de toekomst van religie een warm hart toedraagt. Kennis van religie, net als kennis van Engels en economie, vinden zij noodzakelijk om de uitdagingen van de 21ste eeuw aan te gaan.

We kunnen ons hoofd niet in het zand steken en hopen dat religie als vanzelf verdwijnt. Daarom pleiten wij voor een vaste plek voor religiekunde in het voortgezet onderwijs.’ (NRC)

Promovendus aan Tilburg University Ten Klooster geeft een voorbeeld van waartoe een ‘vermeend neutrale beschouwing van religie kan leiden’ op de site NieuwWij. Hij noemt Dimitri Verhulst en zijn Bloedboek. Ten Klooster zag Verhulst bij Pauw.

De presentator en schrijver Dimitri Verhulst gingen, ongehinderd door kennis van zaken, in gesprek over de Bijbel. Los van de taal van de Bijbel, de cultuur waarin ze ontstaan is, en de geschiedenis van haar interpretatie, gingen ze los op het ‘Bloedboek’.’ (Ten Klooster)

Het voorbeeld van Verhulst geeft te denken, maar anders dan gesteld door Ten Klooster. Verhulst was heel (katholiek) gelovig tot zijn dertiende levensjaar, was ook ter communie gegaan en besloot op een avond niet meer te bidden. Hij is dus allesbehalve religieus neutraal opgevoed en toch komt hij tot een boek als Bloedboek. Zou hij religiekunde hebben gehad op school, dan zou hij wellicht juist veel meer begrepen hebben van religies en goden die er op de wereld zijn. Misschien is juist het indoctrineren van subjectieve religies fout: kinderen kunnen heel fanatiek worden voor dat ene geloof: want dat is ‘het ware’, dat hebben ze meegekregen als waarheid.

Religiekunde kan juist voorkomen dat er fanatisme opstaat omdat je dan veel meer begrijpt van religies en mensen die in God geloven. Verhulst zou het Bloedboek dan nooit geschreven hebben, omdat hij nuances zou hebben leren kennen. Maar ik kan me voorstellen dat een priester geen voorstander is van religiekunde; hij heeft natuurlijk liever dat het katholicisme gedoceerd wordt. Verhulst laat zien waartoe dat kan leiden. Tot wereldvreemde burgers.

Parijs afgelopen weekend laat meedogenloos zien hoe doodlopend fanatisme is. Ook binnen de islam kunnen gelovigen vervreemden indien zij  als enig ware religie de islam met de paplepel ingegoten krijgen: voor de moslim geldt eveneens dat als hij meer over andere levensbeschouwingen, religies en goden had geleerd, hij een genuanceerder beeld hiervan had gekregen. Religiekunde zou alle gelovigen minder wereldvreemd kunnen maken: de balken in eigen ogen eindelijk kunnen ontwaren in plaats van de splinter in die van de ander. Moeilijker te bestrijden zijn schijnheilige terreurorganisaties als IS, die de islam en Allah misbruiken om hun eigen barbaarse en goddeloze heerschappij te vestigen.

Zie:

Illustr: Het offer van Izak’ door Caravaggio. Olieverf op doek (204 × 135 cm) – ca. 1603 – Galleria degli Uffizi, Florence (statenvertaling.net)

Via de historische Jezus toch weer terug naar de ‘echte’

realjesus
Onderzoeker Annette Merz besprak in haar inauguratierede dinsdag verschillende invalshoeken die leidend zijn of waren in ruim een eeuw historisch Jezusonderzoek, onder andere het onlangs nog veel besproken werk van ds. Edward van der Kaaij waarin hij stelt dat Jezus nooit bestaan zou hebben. Ook oudhistoricus Fik Meijer krijgt ervan langs.

Wie het over de ‘echte Jezus’ heeft, geeft daarmee in eerste instantie een theologisch, vaak emotioneel getint waardeoordeel. Waaruit de waarde of waarheid bestaat hangt af van de retorische context waarin de uitspraak gedaan wordt. Zij die ontkennen dat er überhaupt ooit een historische persoon met de naam Jezus van Nazareth heeft geleefd beschouwen de ‘mythische Jezus’ als de ‘echte’, deze afspiegeling van Osiris die volgens hen aan het begin van het christelijke geloof stond.’

Onkritisch
I
n haar rede bekritiseert Merz, hoogleraar Nieuwe Testament aan de Protestantse Theologische Universiteit Groningen, de te vlakke Jezusbeelden van Meijer en ook die van Van der Kaaij. Ze noemt dat een gevolg van gebrekkige of eenzijdige kennis van het Jodendom in zijn antieke context. Bij Meijer ontbreekt het volgens Merz aan kennis van het apocalyptische Jodendom en van halachische vraagstukken, waardoor centrale aspecten van Jezus’ boodschap zwaar onderbelicht blijven. Over Van der Kaaij zegt Merz hetzelfde, plaatst hem op dezelfde lijn als Meijer.

Ik vind het zorgwekkend en kenmerkend voor de tegenwoordige culturele situatie in Nederland dat boeken als die van Van der Kaaij en Meijer door het publiek vaak onkritisch omarmd worden.’

Wat Van der Kaaij betreft, verwijst Merz verder naar Bert Jan Lithart Peerbolte, die in Het geding om de historiciteit van Jezus Edward van der Kaaij in perspectief zet. Merz wijst op historische principes die op de achtergrond meespelen bij het debat en waarmee helaas vaak te weinig rekening wordt gehouden door Jezusonderzoekers.

Er wordt wel eens beweerd dat Jezus eerst een mythische figuur geweest zou zijn die later gehistoriseerd werd en van fictieve levensverhalen werd voorzien, maar die bewering heeft geen poot om op te staan. Dit is door bekwame collega’s afdoende beargumenteerd, onlangs nog weer door Bert Jan Lithaert Peerbolte in het NTT, en dat hoef ik hier niet nog eens over te doen.’

Concurrerende Jezusbeelden
V
oor Merz is onderzoek naar de historische Jezus een boeiend, zinvol en relevant onderzoeksveld, daarentegen is voor haar de ‘echte Jezus’ geen zinvol object van wetenschappelijk historisch of theologisch onderzoek.

Er zwerven zo veel verschillende Jezusbeelden rond in onze tijd. Ook wie niet christelijk opgevoed is en er geen studie van gemaakt heeft, kan makkelijk een dozijn vol concurrerende Jezusbeelden uit het algemene culturele geheugen naar boven halen en wie enigszins betrokken is bij het christendom heeft nog veel meer keuze.’

Merz laat dus de ‘echte Jezus’ voor wat hij is en houdt zich verder alleen bezig met de ‘historische Jezus’. Hierover is uitgebreid te lezen in haar rede, een voorlopige digitale versie.

Onder de historische Jezus versta ik het beeld van Jezus zoals dat ge(re)construeerd kan worden met methoden uit de geschiedwetenschap. Deze benadering is voortgekomen uit de kritische benadering van de religie en haar bronnen in de tijd van de Verlichting. Jezus wordt daarbij in principe benaderd als iedere andere historische figuur van betekenis. Als iemand die geen eigenschappen en vaardigheden had die buiten het bereik van een mens van toen lagen en die met de mensen van alle tijden menselijke basisbehoeftes en beperkingen deelt. Deze beschrijving omvat ook het hebben van een menselijk genoom en het delen in het lot van de sterfelijkheid.’

De ‘echte Jezus’
O
pmerkelijk vind ik dat aan het einde van haar rede toch weer de ‘echte Jezus’ verschijnt: de historische Jezus blijkt voor Merz onmisbaar voor het spreken over Jezus in onze tijd binnen en buiten de kerk. Voor haar staat in het centrum van het christelijke geloof de overtuiging dat de God van Israël in de mens Jezus van Nazareth opnieuw kenbaar werd, in zijn daden, zijn boodschap, zijn dood en zijn opwekking en via deze mens Jezus krijgen mensen toegang tot God.

Via de historische Jezus heeft de echte Jezus sommigen vandaag iets te zeggen. En dat is wat mij betreft goed zo.’

Zie: Wil de echte Jezus opstaan? (PThU)

Illustr: Ron Cobb – democraticunderground.com

‘Ik heb een natuurlijke verklaring dus daarom bestaat God niet’

just_confusing_evolution_god_417335
‘Heeft Roberts er bij stilgestaan dat een universum welke uit louter toeval is ontstaan, zonder reden, zonder doel, zonder aanleiding, waaruit vervolgens toevallig leven is ontstaan, met als bijproduct wezens die kunnen denken, dat dit denken ook doelloos, redeloos en toevallig zou moeten zijn?’ Dit zegt auteur en uitgever Erwin de Ruiter naar aanleiding van een interview met paleoantropoloog Alice Roberts over haar vorige maand verschenen boek Het ongelooflijke toeval van ons bestaan.

Indien het redeneren echter toch zinvol en redelijk wordt geacht is het alleszins redelijk te veronderstellen dat dit niet toevallig kan zijn.’ (De Ruiter)

De Ruiter noemt het boek wetenschappelijk met een filosofische lading. Volgens de auteur wil ‘toeval’ zeggen: ‘zonder bedoeling, terwijl die er wel lijkt te zijn’. En of het allemaal wetenschappelijk is wat zij schrijft? Roberts noemt bijvoorbeeld de menselijke dooierzak nutteloos: het is nog een restant van voorouders van ons die eieren legden. Maar volgens biologen is de dooierzak juist van vitaal belang bij de ontwikkeling van het embryo.


Alice Roberts: ‘Ontwerp door god onwaarschijnlijk’

Het oog wordt ook vaak gezien als een bijzonder aspect van de mens. ‘Creationisten gebruiken het wel eens als voorbeeld dat er wel een god moet zijn: zoiets ingewikkelds moet wel vanuit het niets ontworpen zijn’, zegt Roberts. Maar toch is het oog niet perfect: de bedrading komt uit de voorkant van het netvlies, wat resulteert in een blinde vlek. ‘Als ik almachtig zou zijn, had ik ervoor gezorgd dat de bedrading uit de achterkant kwam. Het feit dat dat niet zo is, maakt het wat mij betreft zeer onwaarschijnlijk dat het menselijk lichaam door een god is ontworpen.’ (NewScientist)

Bioloog dr. George Marshall, lector Oogwetenschap aan de universiteit van Glasgow, stelt echter: ‘Het idee dat het oog aan de verkeerde kant is bedraad, komt voort uit een gebrek aan kennis van de oogfunctie en de anatomie van het oog.’ Zie: Is het oog verkeerd ontworpen?


Volgens Roberts zijn lichaamsdelen ontworpen voor een bepaalde functie. De Ruiter vindt dat Roberts de ontwerper probeert te omzeilen door te zeggen dat ontwerp geen ontwerper impliceert, net zomin als evolueren een evolueerder.

Even de definities erbij pakken (van Dale): ontwerp: een omschreven plan, evolutie: geleidelijke ontwikkeling. Oké, nu haar zin nog een keer gebruiken: een omschreven plan heeft geen bedenker nodig, net zo min als geleidelijke groei een ‘groeier’ nodig heeft. Het is zoiets als zeggen dat een welgemikte gooi geen werper nodig heeft, net zomin als dat een opgroeiend kind een groeier nodig heeft. Uhhh huh? Ik zou zeggen dat Roberts de Ontwerper niet zo goed omzeild heeft: ze wijst recht in Zijn richting.’ (De Ruiter)

hetongelooflijketoevalvanonsbestaanVolgens De Ruiter speelt de naturalistische opvatting van Roberts haar vermoedelijk parten als ze zegt

Zou je evolutie opnieuw afdraaien vanaf het begin dan zouden er geen mensen zijn. En de mens als zodanig evolueert nog steeds.’

Dit is echter, aldus De Ruiter, niet uit het bestuderen van de natuur op te maken en verwart Roberts haar wetenschappelijke conclusies met filosofische beginselen, heeft ze zich misrekend en veronderstelt dat een bestuderen van de natuur uitsluitsel kan geven over de boven-natuur (het bovennatuurlijke/metafysische.)

Het is alsof iemand een televisie van binnenuit bestudeert en aangeeft dat er inderdaad sprake is van elektronica, bedrading, energie, led, maar dat dit zichzelf volkomen verklaart en dat de uitkomst – dat wat er wordt uitgezonden – berust op bijzonder toeval. Niets wijst op een bedenker van programma’s of een maker van een televisie. Echter, hoewel de studie van de televisie je duidelijk kan maken dat er sprake kan zijn van een ontwerp zal een gedetailleerde studie van de processor je niet verder helpen bij dit vraagstuk. Gek genoeg lijkt Roberts dit echter te impliceren. Roberts heeft een omgekeerde ‘God of the gaps’ verklaring: ik heb een natuurlijke verklaring dus daarom bestaat God niet.’

Alice RobertsHet ongelooflijke toeval van ons bestaanUitgeverij Lannoo | 392 pagina’s | september 2015 | 24,99 euro

Zie: Op zoek naar de evolutionaire wortels van het menselijk lichaam

Zie: Het ongelooflijke toeval van ons bestaan

Illustr: Baloocartoons.com

Update: 30102015 17.37 uur.

Zijn de goden nu aan de humanisten overgeleverd?

fallofthegiants
Het geloof in de menselijke macht, wat de kern van het humanisme genoemd kan worden, hoeft niet het geloof in de goddelijke macht uit te sluiten. – Dit staat in het tijdschrift Radix, waarin theoloog en religiewetenschapper Martijn Stoutjesdijk en theologe Roshnee Ossewaarde stellen dat het misleidend is om het humanisme met het atheïsme gelijk te stellen, en om het christendom en het humanisme tegen elkaar uit te spelen.

Als ik het redactioneel lees, dan lijkt er wel sprake van een nieuwe verlichting binnen het humanisme, waarin onderkend wordt dat religie gelovigen en ongelovigen bezighoudt: want anders dan de beruchte secularisatiethese voorspelde, is religie niet van zins te verdwijnen uit deze door en door rationalistische en sciëntistische maatschappij.

Nog niet zo lang geleden was dat nog anders. De radiospotjes van 2008 klinken nog altijd door. Toentertijd stelde het Humanistisch Verbond al dat ze niet kwetsend waren bedoeld. Het wilde benadrukken niet godsdienstig te zijn en achtte de vrijheid van godsdienst, van levensbeschouwing, een groot goed.

De antigodsdienstige tendens binnen het Humanistisch Verbond leidde in 2008 tot een veelbesproken radioreclame waarin verkondigd werd dat het geluid van religies steeds harder klinkt en het humanisme zonder de financiële steun van de luisteraars ‘aan de goden is overgeleverd’.

In het christelijke, multidisciplinair wetenschappelijk kwartaaltijdschrift Radix betogen Stoutjesdijk en Ossewaarde nu dat het humanisme geenszins het geloof in God uitsluit.

Het moderne humanisme is immers mogelijk gemaakt door het christelijke beamen van de mens en van het sterfelijke leven. Het geloof in de menselijke macht, wat de kern van het humanisme genoemd kan worden, hoeft niet het geloof in de goddelijke macht uit te sluiten.’

Het blad stelt in het redactioneel dat religie wordt betwist, naar nieuwe manieren zoekt om zich te uiten en op onverwachte plaatsen opduikt. Het schrijft over het ‘losmakingsproces’ van religie in de jaren zestig en heeft het over post-religieuze identificatiefiguren als Jan Wolkers, Gerard Reve en Maarten ’t Hart (foto: Universiteit Utrecht). In Radix schrijft ook promovendus Jesseka Batteau, die in 2014 in haar proefschrift het werk van genoemde auteurs onderzocht.

De schrijvers leverden verhalen en beelden waarmee het publiek zich kon identificeren en waarmee ze hun eigen post-religieuze identiteit konden uitdrukken,’ aldus Batteau. Volgens haar zijn de boeken en performances van de auteurs belangrijke referentiepunten geworden in de secularisatiegeschiedenis van Nederland en de collectieve herinnering aan een religieus verleden.’

schrijvers
B
atteau concludeert dat post-religiositeit geen kwestie is van het verzwijgen van het religieuze verleden, maar juist datzelfde verleden positioneren tegenover een bevrijd heden. Een soortgelijke beweging is de laatste decennia zichtbaar geworden bij het Humanistisch Verbond.

Het gaat in Radix vooral over de plaats van religie in de samenleving van de 21e eeuw. Over  ‘neo-pentecostale evangelicale’ kerken; het sociale gedrag van diverse religieuze stromingen in Nederland, en het feit dat mede dankzij de voortgaande globalisering zich vandaag de dag een veelheid aan culturen en religies aan ons opdringt. Maar, zo stelt het blad:

Gelukkig is het denkpotentieel van het neocalvinisme van Abraham Kuyper en de zijnen ook wat deze vraagstukken betreft nog niet uitgeput. Volgens Richard Mouw (filosoof en theoloog, PD) zijn met name Herman Bavincks theologische verkenningen van grote waarde bij de uitdagingen waar de wereldkerk in de 21e eeuw voor staat.’

Zie:
Aan de goden overgeleverd (Geloof & Wetenschap)
Redactioneel (Radix)

Illustr: Fall of the Giants from Mount Olympus, from the Sala dei Giganti; Giulio Romano; 1530-32; fresco