
‘Probeer maar eens een symbool te vinden voor iets dat er niet is. Dan kom je al snel terecht in de conceptuele kunst. Zelfs de gedachte dat atheïsme het ontkennen van God zou zijn, voldoet niet.’ Max Pam, in de Volkskrant, is van mening dat je voor een beetje atheïst een logo, een boek en een filosoof nodig hebt. Docent Oudgrieks Tim Whitmarsh zegt dat in de klassieke oudheid atheïsten geen tempels bouwden en geen inscripties kerfden in steen om hun goden te eren.
‘Gelijkberechtiging zit achter de behoefte om een eigen atheïstisch zuiltje te beginnen met een eigen orthopraxis. Niet overal ter wereld is de atheïst zijn leven zeker. Daar waar hij (of zij) wordt getolereerd, wordt zijn (of haar) levensvisie achtergesteld.’ (Pam)
Volgens docent Oudgrieks aan de universiteit van Oxford Tim Whitmarsh, in zijn boek Hemelbestormers (Battling the Gods), heeft het grote gevolgen gehad dat atheïsten uit de klassieke oudheid precies vanwege hun overtuiging geen monumenten hebben nagelaten.
‘Cambridge-classicus Tim Whitmarsh wil met zijn nieuwe boek ‘Battling the Gods – Atheism in the Ancient World’ de oud-Griekse en Romeinse atheïsten uit de anonimiteit halen.’ (NRC)
Satanisten hebben wel een symbool van hun eigen ‘godheid’. In Amerika wilden zij naast de stenen Tien Geboden een groot beeld van hun Godheid plaatsen, zo vertelt Pam. Toen werden de Tien Geboden maar weggehaald.
‘In plaats van ruimte voor iedereen, is er ruimte voor niemand, wat in feite op hetzelfde neerkomt.’ (Pam)
Nu zijn daar de Bijbels aan de beurt die in hotels in de laadjes van de nachtkastjes liggen. Darwins The Origin of Species moet daarbij komen liggen, willen de atheïsten. Ik heb het vermoeden dat Bijbels om die reden binnenkort weggehaald gaan worden. Maar volgens Pam komen er – als alle religies zich willen laten gelden – nachtkastjes ter grootte van de hele hotelkamer.
‘Er zijn nogal wat atheïsten die graag zouden willen dat ook hun gedachtegoed wordt voorzien van symbolen en rituelen.’ (Pam)
Blijft het een strijd? Volgens lachende theoloog en docent filosofie Jan-Auke Riemersma passen velen hun mening niet aan en is Herman Philipse nog steeds atheïst, Cees Dekker nog steeds christelijk en prof. René Woudenberg nog steeds een ‘reformed epistemologist’.
‘Overigens geldt dit ook voor mij en de mensen in mijn omgeving. Niemand heeft zijn belangrijkste waarden hoeven opgeven. De agnost is nog steeds agnost, de theïst nog steeds theïst en de atheïst nog steeds atheïst.’ (Riemersma)
Volgens sociaal wetenschapper Hans Boutelier zijn we nog lang niet van God af en zit onze maatschappij in een soort van morele zoektocht.
‘Iedereen lijkt zich nu af te vragen: waar staan we nog voor, waar gaan we nog voor? Het is een succes, maar ook een gemankeerd succes.’ (Boutelier)
Boutelier is van mening dat we in een seculiere maatschappij leven, maar dat betekent niet dat we massaal atheïstisch zijn geworden.
‘Helemaal niet, zelfs. De utopie van die seculiere maatschappij is het ‘gedroomde godenrijk’. Daarmee bedoel ik: iedereen moet zijn eigen God kunnen kiezen en dat moeten we van elkaar proberen te accepteren.’ (Boutelier)
Volgens Boutelier kan in de democratische rechtsstaat die we uitgebouwd hebben iedereen vrij geloven wat hij wil.
‘Om die vrijheid te garanderen, moeten we het gesprek daarover permanent voeren. We moeten tonen dat het ons menens is. Maar ik zie niet in waarom de islam daarin niet zou passen.’ (Boutelier)
Volgens Whitmarsh is het niet de bedoeling de waarheid (of onwaarheid) van het atheïsme als filosofisch standpunt aan te nemen. Wel is hij ervan overtuigd – en er nog vaster van overtuigd geraakt tijdens het onderzoek voor zijn boek en het schrijven ervan – dat cultureel en religieus pluralisme en vrije discussie essentieel zijn voor het goede leven.
‘Atheïsme is geen moderne uitvinding, geen product van de Verlichting; ongelovigen zijn van overal en alle tijden. Zijn boek biedt ‘een soort archeologie van het religieuze scepticisme’.’ (de Volkskrant)
Riemersma is van mening dat het debat theïsme – atheïsme weer teruggegeven moet worden aan de academische filosofen. De gelovige ziet volgens hem, tot zijn opluchting, dat hij schade geleden heeft – er moet wel degelijk hervormd worden – maar dat hij niet verslagen is. De atheïst ziet, anderzijds, dat de gelovige niet onder de voet gelopen is.
‘Om het wereldbeeld van de gelovige werkelijk te ondermijnen moet je je verdiepen in zeer technische, filosofische vraagstukken (een goedkope opsomming van drogredenen volstaat niet), een vakbekwaamheid die geen van de vrolijke jonge atheïsten aan de dag kon leggen.’ (Riemersma)
Tegelijk vindt hij het debat niet zo belangrijk meer en zijn we beland in het stadium waarin alle deelnemers weten dat de ander niet beschikt over absolute argumenten.
‘Het is een gewapende vrede waarin niemand zich een verliezer waant. Zolang je maar geen onsterfelijk dwaze dingen beweert, zoals dat je kunt bewijzen dat God heel de werkelijkheid geschapen heeft of dat God aantoonbaar de evolutie heeft gedirigeerd, ben je tamelijk immuun voor kritiek.’ (Riemersma)
Het nieuwe debat over de grote verschillen tussen mensen, aldus Riemersma, dringt zich op de voorgrond.
‘Hoe moeten mensen met elkaar omgaan? Het is redelijk dat men tenminste rekenschap aflegt voor zijn meningen en overtuigingen aan de mensen met wie men samenleeft: dit geldt voor de theïst maar ook voor de atheïst.’
‘Het heeft er alle schijn van dat we allemaal zullen moeten inschikken. Het is echter uit de aard der zaak voor elk mens buitengewoon lastig om een coherent wereldbeeld na te leven en tegelijkertijd te erkennen dat dit ‘van beperkt belang is.’ (Riemersma)
Zie:
* Bewijslast (de Volkskrant – Blendle)
* De twist ten einde (De Lachende Theoloog)
* Signalementen (de Volkskrant – Blendle)
* We zijn nog lang niet van God af (de Standaard – Blendle)
* Er was altijd al een kosmos zonder God (NRC – Blendle)
Illustr: PThU.nl



