Islam centraal in pleidooi voor inclusief, zelfkritisch christendom

De christelijke traditie wordt, ook door christenen, gebruikt om de islam verdacht te maken. Dat zeggen twee theologen, een des Vaderlands en een des Twitterlands. Janneke Stegeman en Alain Verheij schreven een manifest voor een christendom zonder moslimhaat. De ‘joods-christelijke cultuur’ wordt misbruikt om openlijke moslimhaat in te verpakken.

Het grootste gevaar voor onze post-seculiere samenleving is niet de islam, maar Wilders’ mythe van een roemrijke en schuldloze joods-christelijk-humanistische historie.
Die mythe leidt altijd tot geweld’
(Stegeman & Verheij)

‘joods-christelijke wortels’
Z
ie bijvoorbeeld de grootste partij in de peilingen die alle Nederlandse moslims hun grondrechten wil ontnemen. De theologen roepen dat als vertegenwoordigers van een solidaire generatie gelovigen graag een halt toe.

Wij constateren dat de samenleving die zich zo trots seculier noemde, steeds vaker schermt met haar ‘joods-christelijke’ wortels. Die wortels zien wij als gevaarlijke fictie, als een mythe die niets is dan een stok om moslims mee te slaan en een muur om hen buiten te sluiten.’

Uitsluiting
D
e theologen stellen dat joden de eerste groep was die geracialiseerd werd in het westers christendom. Dat bereidde de weg voor het buitensluiten van andere groepen: zwarten, moslims.

Antisemitisme is niet daadwerkelijk verdwenen, en dat zal het ook niet, zolang we niet kijken naar mechanismen van uitsluiting in de westerse christelijke traditie. We spreken over een joods-christelijke traditie alsof er geen jodenvervolging is geweest.’

Overeenkomsten
D
at laatste maakt het volgens de opstellers van het manifest ook zo makkelijk moslims te zien als inherente antisemieten, en niet te zien wat de overeenkomsten zijn tussen uitsluiting van moslims nu en joden toen, en tussen racisme tegen joden, tegen moslims en tegen zwarten. Stegeman en Verheij stellen dat wie de islam gewelddadig noemt, er goed aan doet zich te verdiepen in de westerse geschiedenis van kolonialisme en de ideologische rol van het christendom daarin.

Als uitverkoren volk van God waren we geroepen overal het evangelie te brengen (praktisch: iedereen onze cultuur en regering door de strot te duwen). Gerechtigd om slaven te maken van iedereen die niet wit was, die vervloekte zonen van Cham, en hen te beroven en uit te buiten.’

SGP
O
ok gaat het in het manifest over de vrouwonvriendelijkheid van de islam, maar steekt het de hand in eigen boezem wat betreft het feministische vuur. Het verwijst naar een talkshow, naar Donald Trump, de SGP, en stelt dat wie de islam vrouwonvriendelijk noemt, moslims vaak gebruiken als gratuit excuus voor de eigen feministische onmacht, of als schaamlap voor het eigen seksisme. De theologen stellen voorts dat wie de islam waarschuwend een ideologie noemt, beseffen moet dat het christendom ook nooit een godsdienst voor achter de voordeur is geweest.

Op dit moment worden religie en seculariteit op een rare manier tegen elkaar uitgespeeld. Resultaat is dat religie verdacht is als inspiratiebron, tenzij het verschijnt in het jasje van ‘joods-christelijke cultuur’. Christenen kunnen nog net door de beugel, maar moslims zijn permanent verdacht.’ 

Politiek en godsdienst hebben, in het ideale geval, hetzelfde doel voor ogen: een samenleving waarin iedereen tot haar/zijn recht komt. Religie is onlosmakelijk verbonden met ons zelfbeeld, de relatie met onze medemens en onze idealen voor de samenleving. Dat religie apolitiek kan zijn, is een illusie waar uiteindelijk alle soorten gelovigen onder zullen lijden, omdat hun diepste drijfveren onterecht en onnodig achter de voordeur worden gedreven.’

Manifest voor een christendom zonder moslimhaat
I
n het manifest stellen Stegeman en Verheij dat zij dit schrijven juist omdat ze van het christendom houden en ons geloof te waardevol vinden om het te laten misbruiken voor het legitimeren van onverbloemde haat.

Het grootste gevaar voor onze post-seculiere samenleving is niet de islam, maar Wilders’ mythe van een roemrijke en schuldloze joods-christelijk-humanistische historie. Die mythe leidt altijd tot geweld.’

Zie: Manifest voor een christendom zonder moslimhaat

Beeld: gizmofelix.com
Update 26 11 2024 / 10 -5 2025 (Lay-out)

‘Overeenkomsten neoliberale ideologie met moslimfundamentalisme’

The American Dream, Salvador Dali De mens heeft onzichtbare en niet meetbare emotionele behoeftes die onderkend en beleden moeten worden om de geest gezond te houden. ‘De visie op de mens met zijn emotionele en dus immateriële behoeftes wordt in onze materialistische, door toetsen, testen, statistieken en breinonderzoeken geobsedeerde maatschappij in het beste geval genegeerd en in het ergste geval als achterlijk weggezet.’ – Dit zegt schrijfster Sana Valiulina in de NRC over de moraalvrije ideologie die de mens tot een louter rationeel wezen heeft gereduceerd.

‘In haar afkeer voor kunst en literatuur vertoont de neoliberale ideologie overeenkomsten met het moslimfundamentalisme. Dat immers, keurt ook alle uitingen van de menselijke ziel, zoals muziek, dans en poëzie, kortom alles wat niet in de pas loopt met die enige grote waarheid, af of verbiedt het’

Complexe menselijke conditie
Maar die vragen ontstaan vanuit de diepste emotionele behoeften van de mens, vanuit zijn donkere, irrationele kanten. Valiulina stelt nu dat die donkere kanten door het neoliberalisme worden ontkend en genegeerd.

‘Het lijkt alsof die predikers nooit een behoorlijk boek hebben gelezen waarin de complexe menselijke conditie uiteen wordt gezet.’


Sana Valiulina

Mens meer dan economische eenheid
Het neoliberalisme moet volgens Valiulina ook niets van kunst en literatuur hebben omdat deze zich bezighouden met die donkere, onvoorspelbare kanten en laten zien dat de mens meer is dan alleen een economische eenheid, gedreven door zijn maag en libido, of, zoals het nationalisme ons wil doen geloven, door de angst en achterdocht naar de ander.

‘In haar afkeer voor kunst en literatuur vertoont de neoliberale ideologie interessante overeenkomsten met uitgerekend het moslimfundamentalisme. Dat immers, keurt ook alle uitingen van de menselijke ziel, zoals muziek, dans en poëzie, kortom alles wat niet in de pas loopt met die enige grote waarheid, af of verbiedt het.’


Historicus, cultuurfilosoof en antropoloog
Johan Huizinga (1872 – 1945)

Johan Huizinga
Valiulina stelt ook dat de humaniora, de zogenaamde menswetenschappen, een steeds kleinere rol krijgen toebedeeld in onze kennismaatschappij. Zij verwijst naar de Leidse professor (historicus) Johan Huizinga die in In de schaduwen van morgen al in 1935 stelde dat ethiek, het domein van de geesteswetenschappen, hopeloos bij de techniek was achtergebleven en in razend tempo veel van zijn glans verloor in het licht van de nieuwe, krachtige ideologieën.

‘Wat ons nekt, is de ondraaglijke platheid van het bestaan, gepredikt door de ideologen van eigen bodem.’

Zie: Ach toe, mag het bestaan iets minder plat? (NRC, 9 april 2016)

Beeld: The American Dream, Salvador Dali (Pinterest)

Sana Valiulina (Tallinn, 1964) studeerde in Moskou Noorse taal- en letterkunde en woont sinds 1989 in Amsterdam. Ze schreef eerder Het kruis (2000), Vanuit nergens met liefde (2002), Didar en Faroek (2006, nominatie Libris Literatuurprijs), Honderd jaar gezelligheid (2010) en Kinderen van Brezjnev (2015)
Update februari 2026: Lay-out, beeld Huizinga, foto Valiulina: Frank Ruiter, 2022 / NPOradio1 – juni 2026

‘De wereld wordt steeds religieuzer’


UITGELICHT (2016) Religiewetenschapper Ernst van den Hemel pleit in De Groene Amsterdammer voor meer religiekennis. ‘Religie is inzet van veel maatschappelijke conflicten. Populistische groeperingen als Pegida, Front National en PVV grijpen de joods-christelijke traditie doelbewust aan om scheidslijnen aan te scherpen met mensen uit andere religies en culturen. De wereld wordt tegelijkertijd steeds religieuzer.’ 

‘Als je het aan Wilders overlaat om de islam te definiëren,
en ik ben bang dat het beeld van de islam voor veel mensen bepaald wordt door de PVV, moet je niet raar opkijken wanneer kloven in de maatschappij zich verdiepen.’

(Ernst van den Hemel)

In de serie De goddeloze samenleving in De Groene Amsterdammer pleit Van den Hemel voor meer religiekennis, want nu is het zo dat de ‘hobby van babyboomers’ alles wat maar naar religie riekt, bestempelen als ouderwets, en die houding vindt hij niet enkel kortzichtig en achterhaald, ze heeft zelfs gevaarlijke kanten.

De wereld wordt tegelijkertijd steeds religieuzer. Dan kun je niet volhouden dat godsdienst er niet meer toe doet, omdat wij ons er in de jaren zestig zo fijn van bevrijdden.’

Van den Hemel stelt in zijn proefschrift dat calvinisten uit hun geloof de overtuiging putten dat ze in opstand moesten komen tegen intolerantie.

Door de eeuwen heen zijn daarvan vele voorbeelden te geven, zo toonde hij aan in zijn proefschrift. Geloof levert dus niet alleen gehoorzaamheid en inperking op, maar ook twijfel, rebellie en openheid.’

Het valt best mee – of tegen, laat Van den Hemel weten, met de veel bezongen individualisering van Nederland. En voor de secularisering geldt eigenlijk hetzelfde, want ook al zijn veel kerken leeggelopen, we ademen nog steeds de diepe invloed van het christelijk geloof.

Ons beeld van emancipatie, van gelijkheid, van secularisatie is wel degelijk beïnvloed door die christelijke traditie. Om ons heden te begrijpen, heb je kennis nodig van het religieuze verleden.’

Van den Hemel vindt dat religiewetenschappen bestaansrecht heeft, alleen al omdat de oude scheidslijnen tussen religieus en seculier aan vervanging toe zijn.

Maar Nederland blijft grotendeels onkundig van de religiewetenschappelijke blik op religie en samenleving. Er wordt flink gediscussieerd over populisme en de islam, maar een geïnformeerd debat over godsdienst komt daarbij amper van de grond. Bij wijze van grap met een serieuze ondertoon spreekt de van oorsprong Duitse theologe Manuela Kalsky van het posttraumatische stresssyndroom in Nederland.’

De persoonlijke opvatting van Van den Hemel is dat het publieke debat in Nederland vaak van een armoedig niveau is en dat dit ernstige maatschappelijke gevolgen heeft.

Als je het aan Wilders overlaat om de islam te definiëren, en ik ben bang dat het beeld van de islam voor veel mensen bepaald wordt door de PVV, moet je niet raar opkijken wanneer kloven in de maatschappij zich verdiepen.’

Religie, zo stelt Van den Hemel, is een explosieve groeimarkt. Maar als we echt iets willen veranderen, moeten we ervoor zorgen dat kennis van religie in Nederland veel weidser verspreid wordt.

‘84 Procent van de wereldbevolking is religieus, over vijftig jaar is dat 87 procent. In dat licht is het bizar om kennis van religie te verwaarlozen. Dat is soms tegen het zere been van veel mensen die juist dachten dat ze van religie af waren.’

Van den Hemel vindt dat we de erfenis van de ontkerkelijking kritisch moeten bezien en voor hem is het duidelijk dat daar een hoop oud zeer zit.

Maar het houdt geen stand om religie ouderwets en intolerant te noemen, en seculiere cultuur hedendaags en tolerant. Die versimpeling levert een vertekend beeld op van een steeds religieuzere wereld.’

Naarmate maatschappijen zich verder ontwikkelen, stelt Van den Hemel neemt de invloed van religie af, zo is het idee.

Hiermee wordt een versimpeling van de westerse geschiedenis verheven tot norm. Als je niet uitkijkt, eindigt dat met een monoculturele visie op het heden die blind is voor eigen dogmatiek. Religie kan een verbredende kracht zijn, en wat zich als bevrijding van religie presenteert, kan beklemmend worden. Dat wordt nu vaak vergeten.’

Zie: ‘84 procent van de wereldbevolking is religieus’ (De Groene Amsterdammer)

Beeld: Rijksuniversiteit Groningen (RUG)
Nederland op 1: VRPress (Trouw, 7 6 2024)
Update september 2025 (Lay-out, foto)