De mystieke waarde van Mozarts’ Zauberflöte

De laatste opera van Wolfgang Amadeus Mozart, De Toverfluit, beter bekend als Die Zauberflöte (1791), is niet gebaseerd op een eenvoudig speels sprookje. De opera blijkt een serieuze inwijdingsrite vol alchemistische symbolen. Lange tijd werd het libretto zelfs ‘onbegrijpelijk’ genoemd en een ‘flutsprookje’. Theoloog Tjeu van den Berk onderkent de werkelijke waarde ervan: dat het verhaal de mystieke inwijding van de menselijke ziel uitbeeldt.

Vrijmetselaarsopera
V
an den Berk schreef er een boek over: Die Zauberflöte, een alchemistische allegorie. Hij vertelt niet alleen het verhaal van De Toverfluit, maar sleept je bovendien mee in dit spirituele operaverhaal, een alchemistische bruiloft. Van den Berk maakte een uitgebreide studie van deze opera en kan zo ook over de diepere achtergronden vertellen, verscholen in deze vrijmetselaarsopera. Mozart was al op 24-jarige leeftijd in Wenen vrijmetselaar, evenals de tekstdichters van Die Zauberflöte.  

Libretto
V
an den Berk maakt de ideeën van de vrijmetselaars duidelijk. Wijsheid, kracht en schoonheid is wat zij zoeken, en deze thema’s vind je terug in Die Zauberflöte. De vrijmetselarij is een spirituele beweging, wars van dogma’s en door katholieken uit die tijd ‘erger dan het protestantisme’ genoemd. Vrijmetselaars streven echter naar verdraagzaamheid, persoonlijke groei en persoonlijke ontwikkeling. Het gaat er vooral om jezelf te leren kennen. De verhalen van alchemisten en vrijmetselaars zijn doordrenkt van symboliek. Lood in goud veranderen bijvoorbeeld betekent vooral jezelf leren kennen, jezelf worden. Je eigen ‘lood’ in ‘goud’ veranderen! En deze ideeën vindt Van den Berk terug in het libretto van Die Zauberflöte.

Op zoek naar de steen der wijzen
In voordrachten laat Van den Berk vaak de twintig minuten van de opera zien en horen, zoals deze is uitgevoerd in het Concertgebouw in Amsterdam. Zoals het hoort bij een echt sprookje loopt het goed af. Vogelvanger Papageno en zijn geliefde Papagena worden uiteindelijk, met behulp van drie knapen, met elkaar verenigd.
In zijn boek toont de auteur aan dat de opera een allegorie uitbeeldt, waarin de personages de verschillende stoffen en hun transformaties symboliseren, op zoek naar de steen der wijzen. Vanuit de tempel van de Koningin van de Nacht wordt een inwijdingsweg afgelegd, uitmondend in de zonnetempel van Sarastro. Sarastro, de ‘priester van de zon’ viert daarin samen met de andere priesters, en prins Tamino en Pamina, dochter van de Koningin van de nacht, de geslaagde inwijding, die van de overwinning van het licht op de duisternis.

Die Zauberflöte – een alchemistische allegorie | Tjeu van den Berk | Uitgever Boekencentrum

Beeld: Tamino en Pamina ondergaan hun laatste beproeving – waterverfschilderij op papier door Max Slevogt (1868–1932)

(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

Filosofie voor verveelde tienjarige betwetertjes

Becky

‘Had ik op tienjarige leeftijd Becky kunnen lezen, dan had ik misschien een interesse in filosofie opgevat, wat een uitkomst kan zijn voor verveelde tienjarige betwetertjes.’ Becky is Becky Breinstein en van school gestuurd vanwege het feit dat ze besmet is met het vragenvirus. Te slim voor school, want met haar vragen schopt ze tegen een aantal heilige huisjes van haar school en dorp en daarom wordt ze uiteindelijk van school gestuurd. Filosoof Marthe Kerkwijk las De gifbeker van Socrates. ‘Waarom is Plato niet gewoon gemeengoed in groep 6?’

Zojuist heb ik deel een, De gifbeker van Socrates, in een ruk uitgelezen. Gedurende het eerste hoofdstuk doorstond ik al vijf lachbuien. Ik vreesde daarom even dat ik voor het einde in mijn koffie zou stikken, maar hier ben ik, levend en wel.’

Dat brengt mij bij mijn eerste punt van aanbeveling: de tekeningen. Er is een blobvis. Er is een horzel met het hoofd van Socrates. Ik kan het niet uitleggen. Je moet het zien. Het is hilarisch. De tekeningen zijn eenvoudig: enkele penstreken, niet eens bijzonder stijlvast, maar in hun eenvoud droogkomisch en doeltreffend.’

Als tiener las Kerkwijk De wereld van Sofie en dat droeg bij aan het feit dat zij nu filosoof is. Zij groeide op met Annie M.G. Schmidt, Astrid Lindgren, Paul Biegel en later Tonke Dragt. Dat vindt zij jeugdliteratuur die je filosofisch kunt noemen omdat ze de jonge lezers ertoe bewegen vragen te stellen en kritisch te kijken naar de wereld waar volwassenen hen mee opzadelen.

De wereld van Sofie deed dat ook, en deed tevens iets anders: het boek liet mij kennismaken met de fascinerende geschiedenis van de filosofie.’

Met behulp van Plato’s grot duiden de schrijvers, journalist en kunstenaar Marc van Dijken kunstenaar Sander ter Steege, soepel de actuele maatschappij voor tienjarigen. Kerkwijk vindt dat een prestatie, vandaar haar verzuchting Plato gewoon gemeengoed te maken in groep 6.

Ik had daar zelf in groep zes wel oren naar gehad. Toen ik tien was, was ik, net als Becky, besmet met het vragenvirus. Had ik op tienjarige leeftijd Becky kunnen lezen, dan had ik misschien een interesse in filosofie opgevat, wat een uitkomst kan zijn voor verveelde tienjarige betwetertjes.’

Kerkwijk vindt het verhaal spannend, prikkelend en grappig genoeg om het tot het eind toe met plezier te lezen.

Ik laat me graag aan het lijntje houden en verleiden tot aanschaf van de volgende delen, ondanks het feit dat ik heus wel in de gaten heb dat Marc van Dijk en Sander ter Steege gewiekste sofisten zijn die mij hier een aantrekkelijke schaduw voorwerpen.’

Zie in iFilosofie 48: Bijdehante Becky, de Socrates van Domdorp

Beeld: Detail cover Becky Breinstein. De gifbeker van Socrates

ISBN: 9789025907150 | Pagina’s: 144 | Publicatiedatum: 17-09-2019 | BECKY BREINSTEIN is van school gestuurd. Dit heeft iets te maken met: • Een lelijke visman met baard, die haar ’s nachts een schok heeft gegeven • Drones en postduiven die geheime boodschappen sturen • De gifbeker van de beroemde filosoof SOCRATES. Becky vindt het prima dat ze niet meer naar school hoeft. Maar ze vindt het verdacht dat haar aartsvijand ISABELLA TOSTI zo blij is. Ze gaat op onderzoek uit, samen met RAYMON DE DEMON (geen hond, maar haar Tasmaanse tijger!).
Becky Breinstein beleeft een spannend avontuur vol humor, vriendschap en vrolijke wijsheid. De gifbeker van Socrates is het eerste deel van een serie waarin Becky haar leven op z’n kop zet met de grootste denkers uit de geschiedenis.

Geen vrijdenkers maar Vrije Geesten

2aHermetischeBibliotheek (1)

De Ambassade van de Vrije Geest is een plek waar vrijdenkers bij elkaar komen, echter niet de vrijdenkers die iedere godsvoorstelling verwerpen. Integendeel. In de Ambassade van de Vrije Geest gaat het immers over allesomvattend vrij denken. De ambassade is gevestigd in het ‘Huis met de Hoofden’ in Amsterdam. De symboliek achter de naam Huis met de Hoofden past bij de grote denkers die je aantreft in de Ambassade van de Vrije Geest. Hier ligt de wijsheid van de hele wereld. Beelden en teksten vertellen eeuwenoude verhalen die door werkelijk vrije geesten zijn geschreven en getekend.

Wat een verademing, wat een schoonheid, wat een sfeer. Een oase van kennis en wijsheid in een woestijn van onwetendheid.’ (Emy ten Seldam, redactie Bres Magazine)

HermetischeBibliotheek (1)

De Ambassade biedt sinds 2017 een reis door 2000 jaar wijsheid, geïnspireerd op de collectie van de Ritman Bibliotheca Philosophica Hermetica. Geschiedenis, wetenschap, kunst en spiritualiteit in duizenden boeken en prenten. En het unieke ervan is dat ze allemaal met elkaar zijn verbonden. Connecties met alle religieuze tradities, wijsheidsstromen en onafhankelijke geesten.

Hervormer en filosoof Comenius, mogelijk ook Spinoza, en leden van de prominente uitgeverij Elsevier werden verwelkomd door de familie De Geer die het huis bezat, om wetenschappelijke, filosofische, theologische en sociale kwesties te filosoferen en te bespreken. Het is dat zeer tegendraadse en vrije denken dat een centrale en doorlopende lijn is die door de unieke collectie van de Bibliotheca Philosophica Hermetica loopt en de verhalen die verteld worden in het Huis met de Hoofden. Net als in de Nederlandse Gouden Eeuw staat het Huis met de Hoofden met zijn opmerkelijke culturele erfgoed open voor de vrije denkers en de onafhankelijke geesten van vandaag en morgen. (Ambassade van de Vrije Geest)

Mocht je je afvragen wie je bent, waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat, is het niet verkeerd de weg te nemen die naar de Ambassade van de Vrije Geest leidt. Inspirerende afbeeldingen en teksten bieden volwaardig voedsel voor de geest. Geen menu wordt er opgedrongen, maar alles is er te vinden. Alsof je uitgenodigd bent in een vijfsterren-etablissement waar je kunt kiezen uit de rijkste amuses, waar je geest wellicht nooit eerder van heeft genoten. Waar anders vind je talloze mogelijkheden om de verborgen onderstroom van innerlijke, individuele wijsheid van alle culturen tot je te nemen?

De bibliotheek beschikt over een unieke en nog groeiende collectie van 25.000 titels over de westerse spiritualiteit en filosofie. De stichter van de bibliotheek, Joost R. Ritman, is een Amsterdamse zakenman met een diepe belangstelling voor spiritualiteit. Hij begon op jonge leeftijd boeken te verzamelen, nadat zijn moeder hem een 17e-eeuws exemplaar had geschonken van Aurora, een werk van Jacob Böhme, een van de auteurs die een blijvende bron van inspiratie voor hem is. Toen hij het plan opvatte om zijn privé-verzameling om te zetten in een bibliotheek, stond hem voor ogen onder één dak handschriften en gedrukte boeken op het gebied van de hermetische traditie samen te brengen, en de onderlinge samenhang te laten zien tussen de diverse verzamelgebieden en hun relevantie voor de huidige dag.’ (The Ritman Library Collectie)

Levensboom2

Als je de Ambassade binnenkomt, zie je links een meterslange prent van de Rivers of Life or Faith of Man in All Lands waarop eeuwen voor het jaar nul tot en met het heden vele levensbeschouwingen de wereld binnenstromen. (Foto: AvdVG)

River

In het café ernaast komt Hermes Trismegistus je in vele gedaanten tegemoet. Duidelijk blijkt op de prenten die daar hangen dat hij de geheimen van het universum kent. Hermes Trismegistus, Vader der Filosofen, de oerbron van deze kennis over de samenhang van alles. En die samenhang vind je hier: het ‘veelzijdige, veelbewogen en het voor velen nog onbekende verhaal van de spirituele traditie waarin zelfkennis en kennis van de natuur de sleutel vormen tot kennis van god’.

God met g of G? In ieder geval geen man met een baard op een donderwolk. God is hier veel groter, veel omvattender, zo niet allesomvattend te vinden. De oprichter van de Bibliotheca Philosophica Hermetica zegt:

De ‘geboorte’ van de Bibliotheca Philosophica Hermetica viel samen met een plotselinge en diepe ervaring die ik had toen ik zestien was, dat alles één is. In een enkel moment besefte ik dat er een diepgaand verband bestaat tussen oorsprong en schepping, tussen ‘God – Kosmos – Mens’, of in de woorden van Hermes Trismegistus: ‘Hij die zichzelf met zijn geest beschouwt, kent zichzelf en kent het Al: het Alles is in de mens.’ (Joost R. Ritman)

! De eerste tentoonstelling, Kabbalah & Alchemie, is van 13 juni – 16 november 2019.

Beeld: De oudste grafische voorstelling van de kabbalistische levensboom, gedrukt in 1512, te vinden in deze bibliotheek: linksboven op de eerste foto, en apart op de derde.

Foto’s: tenzij anders vermeld: PD

Ambassade van de Vrije Geest | Huis met de hoofden | Keizersgracht 123 | 1015 CJ Amsterdam | +31 20 6258 079 | info@efm.amsterdam | Met Museumjaarkaart vrij toegang | Nog niet toegankelijk voor rolstoelen |

KGAHermetischeBibliotheek (3)

Het monument Huis met de Hoofden is voor een breed publiek opengesteld en wordt stap voor stap in zeventiende-eeuwse stijl hersteld. (Binnen heb je er geen hinder van.) Ondanks dat het zeventiende-eeuwse karakter goed bewaard is gebleven en de plattegrond nagenoeg onveranderd is gebleven, hebben er in de loop der eeuwen een aantal veranderingen plaatsgevonden. Er zijn verschillende elementen verloren gegaan, er is sprake van reconstructies, een aantal authentieke onderdelen zijn verplaatst en er zijn onderdelen toegevoegd die niet uit het huis afkomstig zijn. (Info: AvdVG)

Een kunstmatig wezen kan menselijk zijn

An intelligent, lovelorn robot is the star of the latest novel by Ian McEwan

‘Met alle respect, maar dat vind ik een slecht idee,’ zegt robot Adam tegen zijn eigenaar die hem uit wil zetten. Juist als Adam zo’n plezier in zijn gedachten heeft over godsdienst en het hiernamaals. Adam is spiritueler, intellectueler en zoekender dan zijn eigenaar Charlie en studente Miranda. Dat kan dan ook gemakkelijk: Adam vindt ook steeds, daar zijn geheugen aan schier oneindige databases is gekoppeld. – In De Groene Amsterdammer schrijft adjunct-hoofdredacteur Joost de Vries over het dilemma wat oneindige kennis doet met je menselijkheid.

De menselijkheid aan kunstmatige mensen vindt De Vries het interessants, niet hun kunstmatigheid. Hij vraagt zich af wanneer je die erkent, en wat er gebeurt als je die niet erkent. In een recensie van het net verschenen boek Machines zoals ik schrijft hij erover. De auteur ervan, Ian McEwan, beantwoordt volgens De Vries hierin nadrukkelijk de vraag of een kunstmatig wezen menselijk kan zijn.

Wat Miranda en Charlie menselijk maakt, is dat ze steeds maar de acties en motivaties van anderen interpreteren, en verkeerd interpreteren. Adam daarentegen lijkt alles te weten en iedereen te begrijpen. Wanneer ze op bezoek gaan bij Miranda’s vader, een oude schrijver, steekt Adam een feilloos betoog af over hoe literatuur overbodig wordt in tijden van robotica. Niet omdat robots geen gevoel kennen – Adam is immers sensitief genoeg – maar omdat de plot in romans steevast leunt op miscommunicatie en inschattingsfouten. Robots maken die niet (alleen voor de wiskunde van haiku’s ziet hij nog een toekomst).’ (De Vries)

Volgens De Vries beantwoordt McEwan de vraag positief: een kunstmatig wezen kan menselijk zijn. Adam ontwikkelt immers seksualiteit. ‘Bestaat er iets menselijkers dan seksualiteit?’ stelt De Vries. Voor Miranda in het verhaal blijkt Adam echter niets menselijks te hebben. Zij gebruikt de robot als vibrator, voor haar is Adam niet meer dan een ‘fucking machine’. Charlie legt de nadruk in tegenstelling tot Miranda – uit jaloezie – op ‘fucking’. Waarmee hij laat zien dat hij Adam steeds minder als alleen een robot ziet, stelt De Vries.

McEwan confronteert de lezer opnieuw met fundamentele vraagstukken in een meeslepend, dystopisch verhaal. (…) De werkeloze Charlie is verliefd op Miranda, een intelligente studente die een verschrikkelijk geheim met zich meedraagt. Ze raken verwikkeld in een driehoeksrelatie met de androïde Adam, wiens persoonlijkheid ze samen hebben ontworpen. Maar kan een machine de ‘matters of the heart’ wel begrijpen? Wat is het dat ons menselijk maakt?’ (Uitgeverij De Harmonie)

Mooi deze scène, want andersom maakt de robot Adam de mens Charlie zo menselijk(er.) De robot zelf blijft echter een machine: net als virtual reality schijnwerkelijkheid. Robots zullen nooit echt menselijk worden. De Vries kwam daar, mèt de robots, ook al achter: ‘ze hebben zich met hun superieure intelligentie al lang bij hun eigen kunstmatigheid neergelegd’. Dit las hij in De goede zoon van Libris-prijswinnaar Rob van Essen, waarin robots hun taken als liftbediende of hotelconciërge met ironie uitoefenen. Zij vertonen volgens De Vries hiermee wel een menselijk trekje: ‘Hoe menselijk wil je het hebben?’

McEwan-Machines-zoals-ik-def-omslag

Machines zoals ik | Ian McEwan | ISBN 9789463360494 | 352 pagina’s 352 | € 24,90 | NUR 302 | mei 2019 | Omslag: Anne Lammers | Vertaling: Rien Verhoef | The Times noemt Machines zoals ik ‘een ontzettend goede roman over een nieuw soort kunstmatige mens’. The Financial Times roemt McEwans ‘meesterlijke nieuwe roman en noemt zijn vermogen om de lezer tot nadenken te stemmen waardevol en tijdloos’.

Bron: ‘Een fucking machine’ (De Groene Amsterdammer)

Gerelateerd: ‘De mens is nog niet volledig mens’ 

Beeld: An intelligent, lovelorn robot is the star of the latest novel by Ian McEwan EDUARDO CONTRERAS/SAN DIEGO UNION-TRIBUNE/ZUMA