‘Interreligieuze dialoog meestal ook veilige dialoog’

9789023971054_5670_front (1)

‘Niks mis mee natuurlijk,’ zegt reli-ondernemer Enis Odaci. ‘Maar leren we de ander dan eigenlijk wel goed kennen? Wordt het niet pas spannend wanneer de interreligieuze boot gevaarlijk dicht langs de dogmatische ijsschotsen vaart? Of leidt één verkeerde opmerking direct tot schipbreuk? Dat risico voelen we natuurlijk feilloos aan, dus praten we vooral over religieuze koetjes en kalfjes.’

Ga maar na: hoe vaak heeft u het met joden erover dat zij de christelijke verlossingsleer volledig verwerpen? Vindt u het fijn wanneer moslims de drie-enige godheid binnen het christendom afkeuren? Vertelt u open en bloot dat u Mohammed eigenlijk helemaal geen profeet vindt? Ik vermoed van niet, uit respect voor de ander, of uit angst voor de ander. Jammer, want zo worden potentieel geweldige ontmoetingen bedekt onder een laag goede bedoelingen.’ (Odaci)

EnisOdaciTwitterOm die redenen is Enis Odaci (foto Twitter), eindredacteur van Nieuwwij,  blij met het nieuwste boek van theoloog Bernhard Reitsma – bijzonder hoogleraar voor de kerk in de context van de islam – getiteld Kwetsbare liefde – De kerk, de islam en de drie-enige God. Over dit boek schrijft Trouw dat Reitsma zich serieus heeft verdiept in de islam, uit persoonlijke ervaring spreekt en zich niet laat leiden door angst.

En juist omdat hij zo stevig in zijn geloof staat, durft hij nieuwsgierig en opvallend onbevooroordeeld over de schutting te kijken. Het staat nog te bezien of hij met dit boek veel Nederlandse moslims zal bereiken, maar als u vanuit een christelijke achtergrond eens een pittig potje wilt sparren over kerk en islam, heeft u aan Reitsma een prima partner.’ (Trouw)

Reitsma zegt dat het natuurlijk afhangt van de definitie van dialoog: als dialoog betekent: we gaan samen ontdekken wie God is, en dan beginnen we zo open mogelijk, ja dan kan ik me de scepsis voorstellen. Als dialoog betekent, we gaan met elkaar in gesprek vanuit onze eigen identiteit als moslims en christenen, dan ligt het anders.

Bij een dergelijke dialoog realiseer ik mij, dat we over tal van zaken fundamenteel verschillend denken. De dialoog is dan bedoeld om ons voor de ander open te stellen, om die geloofsovertuigingen en geloofservaringen – ook op kritische wijze – te bespreken.’ (Reitsma)


‘Wat mij betreft gaat het er in de eerste plaats om wie Jezus Christus is. Bij hem zie ik hoe God het leven bedoeld heeft en hoe het hij leven herstelt. Daar zie ik dus grote verschillen tussen islam en christendom (de christelijke kerken leren dat Jezus Gods zoon is, volgens de islam is Jezus een profeet, red.). Daar kan ik niet van afwijken. Je kunt het niet met God op een akkoordje gooien, zo van: we doen een beetje meer van mijn God en een beetje minder van de jouwe.’ (Reitsma in Trouw)


Voor moslim Odaci leverde zijn ontmoeting met protestant Reitsma geen scheve gezichten op. Integendeel, achteraf dacht hij hoe het kan dat zij zo rustig over onze wezenlijke, existentiële verschillen hebben kunnen debatteren. Odaci denkt dat dat antwoord vooral in de eerlijkheid ligt en in de acceptatie dat er nimmer een theologische middenweg gevonden kan en zal worden in de interreligieuze dialoog.

Gewoon, eerlijk vertellen wat we geloven. En ook vertellen hoe zich dat verhoudt tot het geloof van de ander.’ (Odaci)

BernhardReitsmaTwitterBernhard Reitsma (foto: Twitter) zal zich in ieder geval – zowel op de Christelijke Hogeschool Ede als aan de VU – vanuit de christelijke bronnen met die vragen van botsende perspectieven bezig gaan houden.

Hoe kunnen we met een grote diversiteit aan stellige overtuigingen in Nederland toch een huis creëren, waar voor iedereen plaats is. En waar liggen dan de grenzen, want we willen ons wel houden aan de grenzen van de rechtsstaat? En wie bepaalt dan wat daarbinnen wel of niet welkom is?’ (Reitsma)

Kwetsbare liefde – De kerk, de islam en de drie-enige God  | Bernhard Reitsma | Boekencentrum Uitgevers | 2017 | ISBN 9789023971054 | 256 pagina’s | € 19,90

Zie:
“Er is geen echte dialoog als ik bij voorbaat tussen haakjes zet wie ik ben”
De interreligieuze dialoog mag wel wat eerlijker

Hozen en roeien in Schepping- en Evolutieland

Storm

‘De Heere moet in actie komen!’ roepen W. de Kloe en J. Kloosterman vertwijfeld uit. Ze zijn zich ervan bewust dat oplossingen niet van menselijke actie verwacht moeten worden, maar van de Heere Zelf. Niettemin roepen zij de synodes van de tot de gereformeerde gezindte behorende kerkverbanden en de reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs op ook hun verantwoording te nemen. Schepping of evolutie? De verwarring onder opvoeders, bij jongeren en in kerkelijke gemeenten vraagt volgens hen om een Bijbelgetrouwe reactie.

Sinds het verschijnen van De aarde bracht voort – inmiddels op de shortlist van het beste theologische boek van 2016/2017 –  zijn de commentaren niet van de lucht, zelfs atheïsten(!) zijn er druk mee. Gijsbert van den Brink, de schrijver van het boek, wil ‘slechts’ christenen helpen met de vraag hoe orthodox geloven en evolutie kunnen samengaan.

Hoelang kan men deze [de zogeheten wijze onwetendheid, PD] volhouden als het boek der natuur zo sterk wijst op een oude aarde met talloze levensvormen die zich erop en erin bewogen hebben? De grenslijn met ‘zich van de domme houden’, wordt dan flinterdun. En we dreigen in twee werelden te gaan leven. Bovendien: wie meent dat we het niet kunnen weten, kan ook niet uitsluiten dat het model van geleide evolutie klopt. Ook dit ”oorsprongsagnosme” kwam mij steeds meer voor als een vluchtweg.’ (Van den Brink)

De orthodox-protestantse theoloog zegt in En de aarde bracht voort geen vurig pleidooi voor evolutie te voeren, al denken sommigen dat. Hij vraagt zich alleen maar af wat het precies voor het geloof betekent wanneer de evolutietheorie juist zou zijn.


‘Opnieuw zie ik mensen in een boot waar de golven op beuken. Het zijn nu echter bekende personen. Ik zie leidinggevenden van de Evangelische Omroep. Ik zie bestuursleden van de Gereformeerde Bond. Mannen in donkere pakken van de GBS en het SGP-bestuur. Ik zie vooraanstaande predikanten en synodeleden. Hoge golven slaan over het schip, dat diep in het water ligt. Ook hier ligt, ongelooflijk, achter in de boot een man rustig te slapen. Alles gaat aan hem voorbij. Alle andere mensen aan boord roeien en hozen als bezetenen. De golven worden echter steeds hoger. Golven van secularisatie. Van jongeren die afhaken. Golven van twijfels over de vraag hoe we de Bijbel moeten lezen. Evolutie, schepping, vrouwen in het ambt en godsverduistering.’ (D. van Dijk in: Hozen en roeien)


Maar De Kloe en Kloosterman zijn voorlopig nog niet bereid onvoorwaardelijk voor de Heere te buigen of ertoe te neigen Zijn Woord aan te passen aan de stand van de wetenschap en de geest van de tijd, want met het antwoord staat of valt de orthodoxe gereformeerde leer ‘zoals door onze vaderen beleefd en beleden’.

De evolutietheorie veronderstelt een voortgaande ontwikkeling van minder goed naar steeds beter en staat dan ook in meerdere opzichten haaks op deze hoofdlijn. Gezien de verbinding van de eerste Adam met de Tweede mag de historiciteit van Genesis niet ter discussie gesteld worden. Dat betekent niet dat we precies weten hoe de schepping gegaan is. We belijden echter voor alles dat wat de Schrift zegt helemaal waar is.’ (De Kloe en Kloosterman)

Volgens de heren zijn we door de zonde aangetast en is ons instrumentarium om waarnemingen te doen beperkt en ons inzicht om gegevens te interpreteren begrensd. Ze willen desalniettemin de wetenschap inkaderen, evenwel zonder haar monddood te maken. Ze stellen zowaar ook vragen bij de creationistische benadering die meent de schepping te kunnen bewijzen. De strijd lijkt te gaan tussen Schriftgezag en de dominerende pretentie van wetenschappelijke kennis. Dat wordt dan lastig gezien het feit dat ons inzicht beperkt wordt door onze zondigheid. Desondanks zien zij uit naar een brede en positieve reactie.

Het is van wezenlijk belang dat we samen de gelederen sluiten. Er komt in korte tijd een spervuur aan wetenschappelijke argumenten op jongeren af. Wat ze nodig hebben, is een principieel kader om die argumenten op de juiste wijze te kunnen waarderen. Zodat ze vrijmoedig durven zeggen: Hier sta ik, ondanks alle vragen mag ik toch geloven dat het gegaan is zoals de Bijbel zegt.’ (De Kloe en Kloosterman)

Volgens Van den Brink moeten we leren de Bijbel beter te lezen, en hij citeert de Nederlandse Geloofsbelijdenis die zo prachtig zegt dat de waarheid boven alles gaat.

Het kan even pijn doen de waarheid te erkennen en ermee in het reine te komen. Maar omdat ze per definitie Góds waarheid is, zijn we er op de lange termijn beter mee af.’

De Kloe en Kloosterman bespeuren – in een aantal opiniebijdragen in o.a. het RD, waarin op het boek wordt gereageerd – een zekere voorzichtigheid bij de standpuntbepaling: men weegt de voors en tegens, verkent een aantal mogelijkheden en onmogelijkheden, en daar blijft het helaas bij.

En_de_aarde_bracht_voort_gijsbert_van_den_brink.boekencentrumEr zullen echter nog talloze opiniebijdragen volgen in de diverse media. Het zal mij niet verbazen als En de aarde bracht voort mede hierdoor tot het beste theologische boek van 2016/2017 zal worden uitgeroepen. Het theologische stof dat nu al opwaait! Een debat over het boek is op 22 september 2017 in het reeds volgeboekte congrescentrum De Schakel in Nijkerk, één dag voordat op de eropvolgende dag tijdens de Nacht van de Theologie het beste theologische boek bekendgemaakt wordt.

In Nijkerk zullen zeker stevige en hopelijk open theologische gesprekken tussen evolutionair theïsten, creationisten en oorsprongsagnosten plaatsvinden. Dan wordt er gesproken over hoe sterk de evolutietheorie staat; natuurlijke selectie, creatuurlijk lijden en het karakter van God; gemeenschappelijke afstamming en theologische antropologie, en evolutietheorie en heilsgeschiedenis: schepping, historische Adam, zondeval en verlossing.

Zie:
* Column: Hozen en roeien
Open brief: Adviescommissie moet handvatten geven voor voeren scheppingsdebat
Geef handvatten voor gesprek over wetenschap

Beeld: pastoralehulpverleningjongeren.nl

‘Er is iets dat groter is’

bde

‘De Grieken praten over God als een soort onpersoonlijke intelligentie. Maar ik had eerder een persoonlijke ontmoeting met een soort… iets… dat van me hield. Het was iets dat naar me toe kwam en me overeind hielp.’ Dit zegt filosoof Julian Evans. Hij schreef het boek Filosofie voor het leven en andere gevaarlijke situaties, dat in 19 talen werd vertaald. Trouw interviewde hem over zijn extatische bijna-doodervaring: Extase, om verder te komen dan onze kleine ego’s.

Jarenlang schaamde Jules Evans zich voor zijn extatische bijna-doodervaring. Nu pleit de Engelsman ervoor vaker collectief de controle te verliezen. ‘Er is iets dat groter is.’

Trouw schreef gisteren dat de 39-jarige Engelse filosoof meer dan tien jaar als het graf heeft gezwegen over zijn extatische ervaring – bang om voor gek versleten te worden, en dat je zijn nieuwste boek De kunst van het controleverlies een revanche op de schaamte zou kunnen noemen. Na een skiongeluk brak Evans zijn rug en een dijbeen en toen hij later weer bij bewustzijn kwam, wist hij zich omringd door een warm, wit licht.

Ik had de indruk dat dit verschijnsel het diepste stuk van mijn wezen was en van alle andere wezens,’ schrijft hij in De kunst van het controleverlies.’

Trouw vroeg hem of hij zich schaamde voor zijn extatische ervaring omdat die zoveel weg had van God.

Ik geloof het niet,’ zegt Evans, die de mogelijkheid serieus lijkt te overwegen. ‘Ik had zelf wel de indruk dat het om een god ging – maar ik dacht daarbij niet aan een christelijke god.’

de.kunst.van.controleverliesDe populairste christelijke prediker van Groot-Brittannië, Nicky Gumbel, zette Evans in als reclamemateriaal, en vroeg hem voor een publiek van 500 mensen of zijn bijna-doodervaring hem tot Jezus leidde.

Ik zei: nee, het leidde me tot de Griekse filosofie.’

Evans keerde terug naar het stoïcisme van de oudheid, aldus Trouw, dat hij opvat als een vorm van zelfhulp. Maar een verklaring voor zijn extatische ervaring vond hij er niet.

Eerder bevestigden de rationele filosofen het ongemak met extase dat hijzelf had gevoeld. En dat ongemak leefde zeker niet alleen bij hem, ontdekte Evans, die inmiddels onderzoek deed aan het Londense Centrum voor historisch onderzoek naar emoties.’

Evans stelt dat het christelijke Europa een rijke cultuur van contemplatieve en mystieke rituelen heeft gekend, die met de Reformatie de kop werd ingedrukt.

Alleen in de marge werd extase toegelaten, bij methodisten bijvoorbeeld. Maar die werden beschouwd als domoren. De nieuwe kerkelijke elite keek erop neer.’

Volgens Evans kan extase verbindend kan werken. Hij denkt daarbij aan de dionysische feesten in het oude Griekenland, waar uit het hele land mensen op afkwamen: ze voelden zich herboren – en verbonden met elkaar, met hun samenleving, met de natuur, met God. Hij zegt dat je hetzelfde ziet op de muziekfestivals van deze tijd.

Evans zegt dat zijn christelijke vrienden zeggen dat hij zijn ontmoeting met God kapot-analyseert, maar stelt dat zijn boek juist bedoeld is om een balans te vinden tussen het vermogen je over te geven én het vermogen na te denken.

Filosofie.voor.het.leven.De filosoof houdt van een rommelig religieus landschap, waarin mensen voortdurend grenzen oversteken en denkt ook dat we meer over onze eigen traditie kunnen leren.

Ik ben nog steeds geen christen (lacht), maar ik ga wel vaker naar de kerk. Ik heb er veel geleerd over nederigheid – daar zijn de Grieken niet zo sterk in, en New Age ook niet. Waarom zou je voor één traditie kiezen?’

Zie: Extase, om verder te komen dan onze kleine ego’s (Trouw, Blendle)

Beeld: pimvanlommel.nl

De kunst van controleverlies | Jules Evans | Ten Have | 304 pagina’s | 07-08-2017 | ISBN: 9789025905279 | € 22,99
Evans laat zien dat we voor het goede leven behalve het rationele ook het irrationele nodig hebben. Maar de teugels laten vieren vinden we vaak eng. Evans laat zien hoe je dit veilig kunt doen. Hij gaat te rade bij talloze denkers en kunstenaars. Ook dompelt hij zich onder in onder andere een dansworkshop en een tantra-festival.

Filosofie voor het leven | Jules Evans | Ten Have | 312 pagina’s | 08-11-2014 | ISBN: 9789025903671 | € 15,00
Evans was afgelopen jaar niet weg te slaan van onze publiekspodia, o.a. de Filosofie Nacht, de Rode Hoed (Amsterdam) en Het zoekend hert (Antwerpen). In september treedt hij op tijdens het Happinez Festival, in oktober tijdens Tedx Breda. Zijn populariteit dankt de Britse denker aan zijn authenticiteit: op basis van zijn eigen geschiedenis laat hij zien dat de filosofie van de oude Grieken en Romeinen nog dezelfde levensveranderende kracht heeft als destijds.

Geloof in God is rationeel

levensbeschouwingen

Het nieuwe atheïsme laat geen mogelijkheid onbenut om te verkondigen dat geloof in God irrationele onzin is: het bestaan van God is niet wetenschappelijk bevestigd en Godsgeloof zou daarom intellectueel onaanvaardbaar zijn. Dit soort sciëntistische religiekritiek berust echter op een diep en in feite zelfs tragisch misverstand.

Het soort rationaliteit dat vereist is om wetenschappelijke theorieën te beoordelen is namelijk van een volstrekt andere orde dan het type rationaliteit dat nodig is om levensbeschouwingen, zoals het christendom of het seculier humanisme, te evalueren.’

visje

Dit stelt filosoof Emanuel Rutten in zijn boek Overdenkingen (2017), waarin een boeiende verzameling wijsgerige bijdragen is gebundeld. Ze handelen allemaal over de vraag naar de redelijkheid van het geloof in God.

Religie staat vooral voor vrijheid. De existentiële vrijheid om, contra de prozaïsche alledaagsheid, het transcendente te denken en duiden.’

In het hoofdstuk Theïsme als manier van leven stelt de auteur dat het christendom, maar ook andere religieuze en seculiere wereldbeschouwingen, niet alleen bepaalde antwoorden geven op de vraag wat we over de aard van de wereld kunnen weten, maar ook op wat we in dit leven moeten doen en waarop we mogen hopen.

‘Een levens- of wereldbeschouwing is namelijk een wijze van verstaan van en omgaan met de wereld. Het is het eenheidsstichtend betekeniskader van waaruit iemand zijn of haar leven verstaat en vormgeeft. Als zodanig geeft het antwoorden op onze grote vragen, zoals de vraag naar de herkomst van de kosmos en de plaats van de mens daarin.

Overdenkingen

Een wereldbeschouwing moet, zo suggereren de nieuwe atheïsten, het resultaat zijn van wetenschappelijk onderzoek. Maar volgens de filosoof is het van belang dat een wereldbeeld verenigbaar is met de resultaten van de wetenschap. Bovendien valt de vraag of God bestaat sowieso buiten het domein van de vakwetenschappen.

Dit laat echter onverlet dat bepaalde wetenschappelijke inzichten (zoals de geconstateerde fine-tuning van de kosmos) gebruikt kunnen worden als premissen in een filosofisch argument voor het bestaan van God. En omdat zulke argumenten de plausibiliteit van het bestaan van God kunnen verhogen zijn ze eveneens van belang voor het rationeel evalueren van het theïsme als wereldbeschouwing.’

Godsgeloof rationeel evalueren kan, als theïsme als levensbeschouwing en niet als wetenschappelijke hypothese wordt beoordeeld.

En dan blijkt de zaak heel anders te liggen dan het nieuwe atheïsme voorstelt. Theïsme is als wereldbeeld namelijk niet alleen consistent, coherent, en compatibel met de positieve vakwetenschappen, maar zij geeft tevens een samenhangend antwoord op de grote oorsprongsvragen van de mensheid.’

Het theïsme is volgens Rutten in staat een groot aantal andere onderling kwalitatief sterk verschillende fenomenen op een geïntegreerde wijze te verstaan en te begrijpen, zoals bijvoorbeeld het feit dat er überhaupt iets is en niet veeleer niets; het bestaan van uniforme, universele en stabiele natuurwetten; het gegeven dat de kosmos een absoluut begin heeft gehad; ervaringen van (zelf)bewustzijn en vrije wil; de ervaring van de objectiviteit van bepaalde morele waarden en verplichtingen; en verschillende mystieke en religieuze ervaringen.

OverGod

Ook interessant in dit kader is filosoof Gary Gutting die het boek Over God schreef uit bezorgdheid over de rationaliteit van filosofen. Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes – die het boek vertaalde – vraagt Gutting zich of de filosofen die hij interviewt ‘ook maar mensen’ zijn en of zij achter hun professionele façade toch heel wat minder rationeel zijn.

Over God laat filosofen aan het woord over ideeën over God, over onder meer rationaliteit van geloof en ongeloof; geloof en wetenschap; atheïsme en theïsme; moraal; het idee van religie als godsdienst en over de verhouding tussen verschillende religies onderling.

Overdenkingen | Emanuel Rutten | april 2017 | Uitgeverij Stad op een berg | ISBN 9789082186994 | € 15,95 | 229 blzn. | Nog niet digitaal beschikbaar
Als bovenstaand artikel vragen oproept, of nadere verklaring en uitleg, dan is deze bundel zeker een must (have)!

Over God | Gary Gutting | september 2017 | Amsterdam University Press | ISBN10 9462987025 | ISBN13 9789462987029 | € 19,99 | E-book  € 9,99

Beeld: mensensamenleving.me

Descartes en ons leven in een computersimulatie

neo_reality-matrixvisionairnl

In Meditaties bespreekt René Descartes, de vader van de moderne filosofie,  het probleem dat we niet zeker lijken te kunnen weten dat onze ervaring zich niet in een droomwereld afspeelt of door een kwaadaardig demon veroorzaakt wordt. Een variatie hierop werd onlangs besproken door Leon Geerdink, promovendus aan de faculteit wijsbegeerte van Rijksuniversiteit Groningen in zijn artikel Leven we in een computersimulatie? Een reële mogelijkheid!

Volgens Geerdink probeerde Descartes dit probleem op te lossen door te stellen dat een algoede God zo’n radicale misleiding van zijn schepsels niet zou toestaan.


‘In mijn geest is echter de oude mening gegrift dat God, die alles kan, en door wie ik zoals ik ben geschapen ben, bestaat. Op grond waarvan weet ik echter dat hij er niet voor gezorgd heeft dat er helemaal geen aarde is, geen hemel, geen uitgebreidheid, geen gestalte, geen omvang, geen plaats, en dat al deze dingen slechts bestaan op de manier zoals ze zich aan mij voordoen? Sterker nog: net zoals ik oordeel dat anderen zich soms vergissen in wat ze heel precies menen te weten, zo kan ik ook dwalen…’ (Descartes, Meditaties, Boom Klassiek, pag. 42)


Elon Musk, CEO van onder meer Tesla en SpaceX, stelt dat de kans dat we niet in een simulatie leven verwaarloosbaar klein is. Geerdink vraagt zich af of Musk hier slechts de rol van de excentrieke CEO speelt of dat zijn bewering ook filosofisch interessant is.

In mijn ogen zijn Musks beweringen wel degelijk filosofisch interessant. Hij populariseerde daarmee namelijk een argument van de Zweedse filosoof Nick Bostrom, die onder meer bekend is als de auteur van de bestseller Superintelligence: Paths, Dangers, Strategies. Bostroms oorspronkelijke paper, getiteld ‘Are you living in a computer simulation?’, vindt u hier, naast ander interessant gerelateerd materiaal. In het genoemde paper verdedigt Bostrom de stelling dat het mogelijk is dat we in een computersimulatie leven.’


‘Maar misschien wilde God niet dat ik zo bedrogen zou worden, want hij wordt toch volmaakt goed genoemd. Maar als het met zijn goedheid in strijd zou zijn mij zo te hebben geschapen dat ik altijd dwaal, zou het toch even vreemd zijn dat ik soms dwaal. Toch kan dit laatste niet vreemd worden genoemd.’ (René Descartes, Meditaties, Boom Klassiek, pag. 42)


Bewustzijn speelt een rol. Bostroms argument berust volgens Geerdink op twee vooronderstellingen. De vooronderstelling dat bewustzijn op verschillende manieren geïmplementeerd kan zijn en de voorspelling dat onze beschaving in de toekomst over praktisch oneindig veel rekenkracht en opslagcapaciteit zal beschikken.

Het idee is nu dat alle systemen die voldoende informatie kunnen verwerken ook bewustzijn kunnen produceren. Bostroms argument noemt Geerdink echter erg speculatief, omdat computers misschien helemaal geen bewustzijn kunnen simuleren, maar dat – in tegenstelling tot computers – onze hersenen bepaalde materiële eigenschappen hebben die cruciaal zijn voor het produceren van bewustzijn.

Superintelligence.Paths_Dangers_StrategiesOok stelt Geerdink dat er redenen zijn om te denken dat de exponentiële groei in rekenkracht momenteel aan het afvlakken is, bijvoorbeeld dat computeronderdelen inmiddels zo klein zijn geworden dat ze last krijgen van kwantumeffecten, en groei in rekenkracht dus niet bereikt kan worden door verdere miniaturisatie.

‘Een andere mogelijkheid is dat technologisch geavanceerde beschavingen misschien wel bewustzijn kunnen simuleren, maar dit niet of nauwelijks zullen doen omdat ze zich moreel verantwoordelijk voelen voor het lijden van hun gesimuleerde schepsels.’

Geerdink stelt even verder dat Bostroms argument helemaal niet bewijst dat we hoogstwaarschijnlijk in een computersimulatie leven. En Musks weergave van het argument vindt hij een beetje misleidend.

Bostrom beargumenteert niet dat we niet 100% zeker kunnen weten dat we niet in een computersimulatie leven, maar dat het een reëel mogelijkheid is dat we wel in zo’n simulatie leven.’

Bostrom, stelt Geerdink, denkt dat de mogelijkheid dat we in een computersimulatie leven even waarschijnlijk is als de mogelijkheid dat simulatie van bewustzijn onmogelijk is of dat bewustzijnssimulaties niet grootschalig zullen worden uitgevoerd.

Vooral filosofisch vindt Geerdink de computersimulatie-gedachte interessant en bespreekt dit verder met behulp van sceptische scenario’s, epistemologisch en metafysisch. Hij komt dan tot de conclusie dat, zodra de lezer ervan overtuigd raakt dat het simulatiescenario inderdaad een reële mogelijkheid is, Bostrom er al in slaagt de lezer tot metafysisch scepticus te maken.

Metafysisch scepticisme stelt dat het een reële mogelijkheid is dat de aard van de werkelijkheid anders is dan we normaal gesproken geneigd zijn te denken.’

De wetenschap krijgt het nog moeilijk met de hypothese dat we in een computersimulatie leven. Volgens de Belgische filosoof Maarten Boudry zou een computer, die een virtuele wereld tot in de kleinste details tot leven kan wekken op dusdanige manier dat we er ook nog eens mee kunnen interageren, ingewikkelder zijn dan het hele universum.

‘En zou ook – zoals de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett al eerder betoogde – meer energie vragen dan het universum bevat. Boudry: ‘De waarschijnlijkste en eenvoudigste hypothese om onze complexe ervaringswereld te verklaren, is dat er een echte wereld aan ten grondslag ligt.’ (welingelichtekringen.nl) 

Zie: Leven we in een computersimulatie? Een reële mogelijkheid! (Site: Bij Nader Inzien, gesponsord door de Nederlandse Onderzoeksschool Wijsbegeerte (OZSW).

Beeld: visionair.nl