Plato en de idee van onsterfelijkheid

Plato, een van de grootste filosofen van de Oudheid, geboren in Athene, zei ooit, lang voordat het christendom bestond: ‘De ziel van de mens is onsterfelijk en onvergankelijk.’ Dat klinkt religieus, maar de idee van onsterfelijkheid is oorspronkelijk niet nieuwtestamentisch, maar platonisch.

‘Op aarde is het behelpen, is er geen perfectie, maar imperfectie,
mede waardoor er lijden is door wat mensen elkaar aandoen,
oorlogen en ander geweld’

De ware werkelijkheid
P
lato is bekend door zijn Ideeënleer, waarvan hij zei: ‘Het zijn geen ideeën in de zin van gedachten, maar ze vormen als de essenties van de waargenomen dingen de ware werkelijkheid. (…) De Ideeën liggen vast en zijn onveranderlijk.’
De Ideeënleer leert dat in een metafysische – alleen voor het denken toegankelijke wereld – oervormen van de concrete, in de alledaagse werkelijkheid waar te nemen dingen, bestaan. Ideeën bestaan voor Plato (427 – 347 v. Chr.) eeuwig en zijn onveranderlijk. Bijvoorbeeld er zijn vele cirkels, de mens kan ze in alle grootten tekenen, maar ze zijn slechts een afgeleide van de Idee van de perfecte cirkel die in de Ideeënwereld bestaat.

Ziel belangrijk
D
e ziel is hierbij belangrijk want daarmee wordt de mens in staat gesteld de Ideeën te kennen. Onze wereld op aarde leren we alleen via onze zintuigen – beperkt – kennen. De wereld lijkt weinig op de Ideeën. Ideeën leren we pas echt kennen via de dood. Daarom, zegt Plato, moeten we leren sterven: de weg tot geluk.


Plato op zijn academie (de ‘eerste universiteit van Europa’)

Academie van Plato
I
n de Phaedo heeft Plato de onsterfelijkheid van de ziel geprobeerd te bewijzen, en stelt dat de ziel zich verplaatst van lichaam naar lichaam in een proces van zielsverhuizing (wedergeboorte.) ‘De mens is voor Plato het wezen tussen de geestelijke wereld en de waarneembare lichamelijke wereld. Pas door het aanbrengen van scheiding tussen lichaam en ziel bereikt de mens zijn eigenlijke bestemming. Daarom moet er voor Plato een voortbestaan van de ziel na haar scheiding van het lichaam zijn.’

Het religieuze bij Plato wordt bevestigd door het feit dat de Academie van Plato (de ‘eerste universiteit van Europa’) die hij oprichtte, een cultusgemeenschap was, en een religieuze gemeenschap werd genoemd.

‘Bovenal gerechtigheid’
H
et christendom spreekt niet van wedergeboorte, maar wel over de onsterfelijke ziel; christenen geloven in een eeuwig leven voor hun ziel. Al gaat die religie nog verder door te stellen dat ook het lichaam eeuwig leeft, c.q. verrijst.
In tegenstelling tot Plato: bij hem is het verstandige deel van de ziel onsterfelijk. Hij gaat ervan uit dat de ziel gevangen is in het lichaam en daardoor beperkt wordt. Pas door de dood wordt de ziel bevrijd uit het lichaam en kan zij het goddelijke (de Ideeën) aanschouwen.

Hierover schrijft Plato in De Staat, waarin de Ideeën een hiërarchie vormen, met als hoogste de Idee van het Goede. Zijn Ideeënleer heeft het dus niet alleen over het materiële, over katten, bomen of tafels, maar ook over deugden, zoals het Goede. Want ook deugden bestaan absoluut en objectief bij Plato. Ook noemde hij deugden als dapperheid, bezonnenheid en ‘bovenal gerechtigheid’.

Het goddelijke
M
ensen brengen de Idee van het Goede later in verband met een monotheïstische God. Plato heeft het daar niet over, maar wel over het goddelijke. Plato ‘gelooft’ in een leven na dit leven (wedergeboorte), noemt de Ideeën goddelijk, en hiermee nadert zijn filosofie het religieuze denken. Hij onderscheidt twee niveaus van werkelijkheid: het Ideële en het zichtbare.

Plato’s Ideeënwereld doet aan de hemel denken
die we bij religies vinden’

Allegorie van de grot
D
it betekent dat de oervormen waarvan de mens op aarde uiteenlopende vormen ziet, in de Ideeënwereld perfect zijn en daardoor goddelijk. Plato’s Ideeënwereld doet aan de hemel denken die we bij religies vinden.
Op aarde is het behelpen, is er geen perfectie, maar imperfectie, mede waardoor er lijden is door wat mensen elkaar aandoen, oorlogen en ander geweld. In een Ideeënwereld, bedoeld als Plato, kan geen lijden bestaan. In de Ideeënwereld is immers perfectie.

In Plato’s Allegorie van de grot komt de Ideeënwereld weer terug. De ene wereld is de waarneembare werkelijkheid in de grot, en buiten is de andere wereld, de werkelijkheid van de Ideeën. In de grot zitten mensen gevangen, geketend en kunnen alleen recht voor zich uit kijken naar schaduwbeelden die, gevormd door het licht van vuur, voor hun ogen geprojecteerd worden. Dat is hun waarneembare wereld. Ook horen ze slechts echo’s van de werkelijke geluiden die achter hen zijn. Als ze later naar buiten worden gebracht komen ze in aanraking met de werkelijke wereld van de Ideeën.


La condition humaine, Magritte, 1949
‘Anders dan bij Plato is de uitgang versperd door een schildersezel met de afbeelding van een landschap’

Levensdoel
I
n onze wereld bevinden wij ons eigenlijk in de grot. De Ideeënwereld leren we pas kennen door kennis op te doen. Kennis, gezocht door onze ziel en wat onze ziel ook najaagt. Dat is een net zo moeilijke weg te gaan als die van de gevangenen naar buiten. Die kennis ligt niet in de waarneembare wereld, in de dingen die we zien. Voor die kennis hebben we onze ziel nodig. Maar onze ziel moet eerst gereinigd worden, zegt Plato: ‘De mens moet door streven naar morele rechtschapenheid de weg van reiniging van zijn ziel inslaan.’

Onze ziel ligt in de Ideeënwereld. Daar kunnen we niet zomaar komen, maar een intelligent mens zou wel zijn situatie kunnen begrijpen en zich – zoals Plato stelt – als levensdoel stellen in die Ideeënwereld te komen. Maar zoals gezegd, dan moet eerst de ziel gereinigd worden, zich van het lichaam bevrijden. Dat kan door te sterven. Maar in de tijd ervoor moeten we het met de filosofie doen en door kennis een zo goed mogelijk, deugdzaam leven leiden. Die filosofie bestaat uit aandacht voor de Ideeën, zo leert Plato. Daar moeten we beginnen.

Bronnen: O.a. Trefpunt Plato, Klaus Held, 1992, Olympia | Een nieuwe geschiedenis van de filosofie, Jan Bor, 2011

Beeld: Plato’s Cave – Willem BoronskiVolgens Plato’s allegorie van de grot kunnen we leven in een wereld der mensen waarbinnen ruimte en tijd dient te worden gelijkgesteld aan het leven in een grot. Het licht van het vuur dat de schaduwen veroorzaakt en de echo’s van de stemmen van de mensen aan de andere kant van de muur, kunnen als de tijdelijke varianten van de entiteiten – de blauwdrukken – worden gezien. Voor Boronski staat dit gelijk aan de dagelijks stroom nieuwsbeelden en andere geluiden uit de media en sociale media. Deze beelden en geluiden creëren een schijnwerkelijkheid waar we met elkaar in verkeren…’ (Willem Boronski, artist painter)

Tekening: Plato op zijn academie, getekend naar een schilderij door de Zweedse kunstschilder Carl Johan Wahlbom (runeberg.org)

La condition humaine, Magritte, 1949: ‘Anders dan bij Plato is de uitgang versperd door een schildersezel met de afbeelding van een landschap. Toont het schilderij het landschap buiten? Of confronteert het ons veeleer met de ruïne van onze fantasieën aangaande een wereld buiten de grot, c.q. het ‘einde van de grote verhalen’? In dat geval houdt het schilderij ons een eigensoortige waarheid voor, namelijk dat de werkelijkheid uit een spiegelpaleis van verbeeldingen bestaat.’ (Open Universiteit, locus.ou.nl – ‘Plato’s allegorie van de grot en de herinterpretatie daarvan in de moderne en hedendaagse beeldende kunst’ – Elisabeth den Hartog)
Update 08 12 2024 (Lay-out); juli 2025 (Lay-out, Magritte) – (Uit de top 10 van meest gelezen blogs sinds publicatie in 2018)

Geloven in de Simulator

simulation

Niet in God geloven en dan zelf toch weer een god verzinnen die de mens in een computersimulatie heeft geplaatst. Omdat we in een seculiere wereld niet meer over schepping kunnen spreken – want dàt is zo ongelooflijk! Dan maar in iets anders geloven dat we wetenschappelijk, want geaccepteerd, misschien wel kunnen verklaren. Het is alsof we een simulatie van een tsunami presenteren en er zo in opgaan dat we geloven dat deze in de werkelijkheid bestaat.

Het simulatie-argument is misschien wel het eerste interessante argument voor het bestaan van een Schepper in 2000 jaar.’ (David Pearce)

Computerspelletjes worden zo levensecht, dat we er helemaal in op kunnen gaan. Zo zeer zelfs, dat we denken dat we zelf in een game zitten, ergo zijn. Dat geloven sommigen tegenwoordig. Diep vanbinnen blijft de mens ongelooflijk religieus. Met Elon Musk, CEO van onder meer Tesla en SpaceX, en filosoof Nick Bostrom als profeten. In 2016 stelde Musk dat de kans dat we niet in een simulatie leven, één op miljarden is.

Er zijn nu levensechte videogames die we met duizenden mensen tegelijkertijd kunnen spelen en waar we – dankzij virtual reality – zelfs helemaal in op kunnen gaan. We stevenen dan ook razendsnel af op de ontwikkeling van spellen (eigenlijk niets anders dan simulaties) die eigenlijk niet meer van de ‘echte wereld’ te onderscheiden zijn en bovendien op vrijwel elk apparaat te spelen zijn. Het lijkt niet vergezocht dat er bijvoorbeeld over 10.000 jaar miljarden van dat soort apparaten zijn waarop misschien wel meerdere simulaties draaien. In dat scenario wordt het langzaam maar zeker aannemelijker dat je als individu in zo’n simulatie zit dan dat je in de ‘echte wereld’ leeft.’ (Musk)

Het is natuurlijk passé om het over God en een schepping te hebben, dus noem je het heel seculier simulatie en geloven we in de Simulator, of nou ja, vooruit, een Schepper. Dan kan het weer. Er blijkt zelfs plaats voor religie en een heus hiernamaals.

Zelfs voor religie zou een plaats zijn in de simulatie. Zo is het niet ondenkbaar dat er een hiernamaals is, dat bestaat uit een andere simulatie (of de werkelijkheid) en wie zegt dat de simulators ons niet aan een soort moraal houden en ons bovendien continu in de gaten houden?’ (Bostrom)

Het werk van Bostrom en collega’s wordt fascinerend genoemd en misschien wel gekmakend tegelijkertijd. Sommige mensen ervaren hetzelfde als ze de Bijbel of de Koran lezen en plotseling beseffen dat de Simulator weleens God of Allah kan zijn die de wereld geschapen heeft. Daar kunnen sommigen met hun verstand niet bij en kunnen die ongelooflijke werkelijkheid alleen maar aan als we het zien als een computersimulatie.

Op het moment dat we onze eigen simulaties met daarin bewuste deelnemers gaan creëren, weten we het bijna zeker: we leven zelf in een simulatie.’ (Bostrom)

Bostrom vraagt zich af of het uitmaakt of we in een simulatie leven of niet, en denkt dat dat allemaal wel meevalt. Hij benadrukt dat we – als we in een simulatie leven – niet zomaar moeten concluderen dat de wereld om ons heen niet echt is.

Het is volgens hem accurater om te zeggen dat de werkelijkheid iets anders van aard is. ‘Je neus is nog steeds echt, alleen de werkelijkheid bestaat eruit dat deze gesimuleerd wordt op een krachtige computer.’ (Bostrom)

En Bostrom en zijn collega’s zagen dat het goed was.

Bron: Is ons leven niets meer dan een computersimulatie? (Scientias, 10 februari 2018)
Gerelateerd: Descartes en ons leven in een computersimulatie
Beeld: Bestaan we uit echt chemische stoffen, of zijn het computergesimuleerde stoffen? (aitracing.nl)

Nadat God ons had bedacht …

SalvatorMuniLeonarddaVinci

… hebben wij dankbaar toch maar God bedacht, zei ooit oud-journalist-dichter Gerard van den Boomen. God de projectie van mijn verlangen? ‘Ja,’ zei de beroemde psychiater Piet Kuiper, ‘omdat hij mij zó geschapen heeft’. Theoloog Huub Oosterhuis, initiatiefnemer van De Nieuwe Liefde, in Amsterdam, verwees naar deze uitspraken in de Titus Brandsmalezing 2017. ‘In de grote leegte van het niets weten over God, hier beneden, begint de Bijbel en schrijft over een God hoog boven’.

De ontdekking dat de Bijbel een boek-van-beneden is, door generaties mensen ‘bedacht’, heeft mij niet van God afgebracht.’

Oosterhuis zei geleerd te hebben, van joodse leermeesters met name, de talloze nog altijd gangbare interpretaties van dat grote verhaal te wantrouwen en vervolgens hun aanspraak op leergezag en laatste waarheid te verwerpen.

Ik doel op alle theologische tradities sinds het concilie van Nicea in 325 en alle kerkelijke leer die tot op vandaag in het credo van Nicea gegrondvest is – in die ingenieuze tekst met zijn politiek geladen Jezus-definitie ‘God van god, licht van licht, ware god van ware god, geboren niet-gemaakt, één in wezen met de Vader’.’

De theoloog denkt dat er veel van het christelijke geloof wordt afgevallen, omdat het grote Bijbelse verhaal in dit soort dogmatische oneliners wordt samengevat, èn omdat met name de rooms-katholieke kerk aan haar dogma’s een discriminerende moraal verbindt.

Ik zou die vele van huis uit christenen, zo sprak Oosterhuis in zijn lezing, èn de vooraanstaande theologen die afrekenen met hun geloof in God-hemel-hiernamaals willen vragen hoe zij omgaan met het oerverlangen van de mensheid naar ‘eeuwigheid’, met de onuitroeibare hoop op ‘eindelijk gerechtigheid’, vertroosting, vervulling – is dat kinderlijke fantasie, begoocheling, vluchtmechanisme?

Zijn dat, ‘nu eenmaal’ producten van ons brein – ik verwijs nogmaals naar de psychiater Piet Kuiper die, met woorden van Augustinus meende, dat God ons ‘naar zich toe’ geschapen heeft, ‘onrustigs is ons hart totdat het rust in U’, of, met andere woorden, die ons brein/ons hart zo heeft geprogrammeerd dat het hoopt op een god van liefde, de god van psalm 23. Zou ‘hoop’ niet een beter woord zijn dan geloof? Ik hoop dat God bestaat, de god die Jezus zijn vader noemde. Hopen is openhouden.’

Oosterhuis denkt, hij zou willen, dat het tijdperk van dogmatische one-liners voorbijgaat, voorbij is, en dat er een traditie zal ontstaan van verhalende midrash.

In het jodendom, dat van alle stromingen van christendom de springbron is, heeft zich, al eeuwen voor onze gangbare jaartelling, een traditie ontwikkeld van verhalen in de marge van het boek Bijbel: actualiserende uitleg van de Thora, vanuit een mondelinge overlevering die, dachten de rabbijnen, terugging tot Mozes zelf.’

Een nieuwe traditie van verhalende midrash, aldus de theoloog, in plaats van al die dogmatische oneliners. Toen Oosterhuis aan zijn leermeester Jehuda Ashenkasy vroeg: ‘Wat denk je?’, antwoordde hij: ‘Begin er maar aan.’ De theoloog deed dat en schreef het verhaal Een lege troon. Daarin is God zelf aan het woord, zoals af en toe in de Bijbel. Het begint zo:

‘Heb ik ooit engelen geschapen? Nooit. Niet één. Ik heb ook geen mensen geschapen. Mensen hebben engelen bedacht. En mij. Maar anders dan ik ben.’

Bron: Titus Brandsma Lezing 2017

Beeld: Salvator Mundi (Christus als redder van de wereld) door Leonardo da Vinci. (Christie’s)

Geluk lag eeuwenlang opgeborgen in het hiernamaals

HermanPleijBroese

Geluk!? Herman Pleij dook er argeloos in en kwam terecht in de geluksindustrie, maar ook op universiteiten waar geluksprofessoren rondlopen. Er zijn zelfs geluksambtenaren, aangesteld door gemeenten. De geluksindustrie is een groeimarkt. Je kunt gelukkig worden tegen contante betaling. En Nederland blijkt hoog te scoren. Staat 6 op de Wereldranglijst van Geluk. We hebben de gelukkigste kinderen. – Herman Pleij, emeritus hoogleraar middeleeuwse letterkunde aan de universiteit van Amsterdam, was woensdagavond weer eens in zijn element. Ditmaal in een uitverkocht Broese in Utrecht.

Eeuwenlang lag geluk opgeborgen in het hiernamaals voor hen die dat op aarde verdiend hadden. Aan het eind van de Middeleeuwen begint dit al te verwateren tot een aardse voorziening in elke gewenste vorm. Die kon men zelfs zonder enige verdienste bij toeval deelachtig worden: stom geluk, ook bekend als mazzel. Het geluk raakte als sensationele beloning in een zalige eeuwigheid in de greep van vulgarisatie richting aarde en massa.’ (Uit: Geluk!?)

Pleij vroeg zich af hoe ze zo’n vragenlijst over geluk maken. Het blijken simpele enquêtes. Roept vraagtekens op wat betreft gezag en waarde. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) interviewt Nederlanders. Er lijkt een geringe kloof tussen arm en rijk,  de overheid is dichtbij voor de burger en we hebben een goede verzorgingsstaat. Maar geluk is toch privé? En wat wordt bedoeld met geluk? Het is een containerbegrip. Niet maakbaar.

Een beeldschone abdis werd belaagd door een edelman die stapelverliefd op haar was. Ze weigerde hem te ontvangen, maar via haar dienares bleef hij volharden in zijn verlangen haar schoonheid te bewonderen. Wat vindt hij dan mooi aan mij? vroeg ze aan haar helpster. Alles, antwoordde deze, maar vooral uw ogen. Daarop stak de abdis haar beide ogen uit en liet die op een blaadje bezorgen bij haar aanbidder – iedereen tevreden.’ (Uit: Geluk!?)

Ooit werd Vrouwe Fortuna opgevoerd in het christendom. Augustinus roerde zich er ook over: geluk ken je door kennis van goed en kwaad. Het Kwade heeft zin om het Goede te leren kennen. Zelf is Pleij aan de ‘goede kant’ van Hilversum geboren. Rijke vriendjes op school leerde hij kennen. Een ervan had een gloednieuwe leren voetbal. Heerlijk spelen, totdat een vrachtwagen de bal aan flarden reed. Pleij vond het vreselijk. Maar het commentaar van de eigenaar luidde: ‘O, ik krijg morgen wel een nieuwe’. Pleij wist op dat ogenblik, als tienjarige, door dat ongeluk, wat geluk was.

Nog meer zekerheid op de geluksmarkt biedt een zilverkleurige handleiding met Bijbelachtige allure, onder de titel: Geluk. The World Book of Happiness 2.0, met als ondertitel: De wijsheid van 100 geluksprofessoren uit de hele wereld, in 2016 verschenen bij uitgeverij Lannoo te Tielt (België), onder hoofdredactie van Leo Bormans. Hoger van de toren is zeldzaam geblazen.’ (Uit: Geluk!?) 

Geluk gaat om welzijn en welbevinden, zegt Pleij. Maar klagen is gedemocratiseerd in Nederland. Het SCP vraagt jaarlijks aan de burgers naar geluk. Er wordt dan zwaar gekankerd op laag niveau. Maar het persoonlijk welbevinden scoort hoog: 80% van de Nederlanders is zeer tevreden. In een enquête, gehouden in verzorgingshuizen was ook 80% gelukkig. Daar hebben mensen het geweldig naar hun zin.

Niettemin had de kerk zich altijd wantrouwig getoond bij wat volgens haar toch veelvuldig placht te ontaarden in werelds vermaak zonder meer. Dat bleef zich traditioneel uiten in het censureren van de aardse levenskunst. Vooral dansen moest het ontgelden, ook omdat daarvan niet zo gauw een hemelse pendant viel aan te wijzen, zoals bij muziek en zang.’ (Uit: Geluk!?)

Adam en Eva realiseerden zich volgens Pleij wat geluk was na de zondeval. Daarvoor was alles gewoon goed. Waren ze gelukkig. Pleij noemt lijden echt iets van het christendom. Absoluut geluk komt dan in het Paradijs of Eldorado. Later. Dat geldt ook voor andere godsdiensten: na de dood komt het goede. Maar ook het socialisme wierf leden met het ‘Arbeidersparadijs’. Dat zou men zelfs nog mee maken in het eigen leven. Troelstra verleidde de arbeiders ermee. Een soort ‘format voor menselijke zingeving’, zo formuleert Pleij.

Aristoteles en Plato vestigden de aandacht op de laagste vormen van geluksbeleving, die zij in feite afwezen. Dan ging het om het vervullen van de begeerten naar geld, voedsel, drank en seks. Die hoorden volgens hen bij de levensstijl van grazend vee. Men geleek dan op runderen die zichzelf vetmestten, copuleerden en elkaar vertrapten bij de honger naar meer.’ (Uit: Geluk!?)

GelukEr schijnt van alles te zijn na dood,’ zegt Pleij. Maar Ronald Plasterk heeft het slechts over ‘Ietsisme’: de concrete invulling van het paradijs lijkt weggeseculariseerd. Pleij vertelde over een lijstje: vroeger stond bij beroepen nummer 1: rechter, hoogleraar, priester, dominee. En nu? Op nummer 1 staat de chirurg. Die heeft de rol van priester overgenomen. Eerst zorgde de priester voor het eeuwig leven, nu de chirurg: ‘hup, een nieuwe lever of zo en leef lekker door’. Het is technisch bijna mogelijk: onsterfelijkheid. De arts zorgt voor eeuwig leven.

Er is te allen tijde fastfood, de behoefte aan seks kan eenvoudig vervuld worden, klimaatbeheersing is inmiddels binnenshuis geregeld, arbeidsloos inkomen verloopt via bank en beurs en de verjongingsindustrie is definitief overgenomen door de medische boetseerkunst, terwijl de branche levensverlenging de grootse groeimarkt vormt binnen de gehele gezondheidskunde, met het eeuwige leven op aarde als serieuze optie.’ (Uit: Geluk!?)

In de middeleeuwen wisten ze er ook wat van. Volkspredikers verspreidden toen het woord van God. Erasmus vond dat toen niks: ze predikten voor eigen gewin en riepen over hel en hemel. Die predikers waren ware acteurs, volgens Pleij. Ze trokken duizenden belangstellenden op kerkpleinen. Een figuur als Jan Brugman goochelde zelfs met doodskoppen. Het ging tenslotte om het plaatje toen. Iedereen kon het zien en ook ongeletterden konden het begrijpen. Ze schilderden hemelse paradijzen, waar tafels altijd gedekt waren, als een soort foodhall. Vooral spirituele tamtam. De duivel had vat op de mensen, vertelden de predikers. Die was de baas geworden na de zondeval.

Afgelopen woensdagavond kon Pleij blijven vertellen. Helemaal in zijn element. Het maakt niet uit waar hij het over heeft, je luistert geboeid. Hij acteert als conferencier, maar wel een met inhoud. In zijn essay Geluk!? Van Hemelse gave tot hebbeding kan je er alles – en meer – nog eens over lezen. Het is net zo helder als zijn betoog. Op 9 november verzorgt hij een cultuurhistorisch theatercollege over de zoektocht van de Nederlandse identiteit, in Schouwburg Amstelveen.

Geluk!? Van hemelse gave tot hebbeding | Paperback / Ingenaaid | Uitgever: CPNB | oktober 2017 | EAN: 9789059654488 | € 3,50

Beeld: PD – Herman Pleij signeert Geluk!? voor een andere auteur (Margaret van Mierlo)

‘Er is iets dat groter is’

bde

‘De Grieken praten over God als een soort onpersoonlijke intelligentie. Maar ik had eerder een persoonlijke ontmoeting met een soort… iets… dat van me hield. Het was iets dat naar me toe kwam en me overeind hielp.’ Dit zegt filosoof Julian Evans. Hij schreef het boek Filosofie voor het leven en andere gevaarlijke situaties, dat in 19 talen werd vertaald. Trouw interviewde hem over zijn extatische bijna-doodervaring: Extase, om verder te komen dan onze kleine ego’s.

Jarenlang schaamde Jules Evans zich voor zijn extatische bijna-doodervaring. Nu pleit de Engelsman ervoor vaker collectief de controle te verliezen. ‘Er is iets dat groter is.’

Trouw schreef gisteren dat de 39-jarige Engelse filosoof meer dan tien jaar als het graf heeft gezwegen over zijn extatische ervaring – bang om voor gek versleten te worden, en dat je zijn nieuwste boek De kunst van het controleverlies een revanche op de schaamte zou kunnen noemen. Na een skiongeluk brak Evans zijn rug en een dijbeen en toen hij later weer bij bewustzijn kwam, wist hij zich omringd door een warm, wit licht.

Ik had de indruk dat dit verschijnsel het diepste stuk van mijn wezen was en van alle andere wezens,’ schrijft hij in De kunst van het controleverlies.’

Trouw vroeg hem of hij zich schaamde voor zijn extatische ervaring omdat die zoveel weg had van God.

Ik geloof het niet,’ zegt Evans, die de mogelijkheid serieus lijkt te overwegen. ‘Ik had zelf wel de indruk dat het om een god ging – maar ik dacht daarbij niet aan een christelijke god.’

de.kunst.van.controleverliesDe populairste christelijke prediker van Groot-Brittannië, Nicky Gumbel, zette Evans in als reclamemateriaal, en vroeg hem voor een publiek van 500 mensen of zijn bijna-doodervaring hem tot Jezus leidde.

Ik zei: nee, het leidde me tot de Griekse filosofie.’

Evans keerde terug naar het stoïcisme van de oudheid, aldus Trouw, dat hij opvat als een vorm van zelfhulp. Maar een verklaring voor zijn extatische ervaring vond hij er niet.

Eerder bevestigden de rationele filosofen het ongemak met extase dat hijzelf had gevoeld. En dat ongemak leefde zeker niet alleen bij hem, ontdekte Evans, die inmiddels onderzoek deed aan het Londense Centrum voor historisch onderzoek naar emoties.’

Evans stelt dat het christelijke Europa een rijke cultuur van contemplatieve en mystieke rituelen heeft gekend, die met de Reformatie de kop werd ingedrukt.

Alleen in de marge werd extase toegelaten, bij methodisten bijvoorbeeld. Maar die werden beschouwd als domoren. De nieuwe kerkelijke elite keek erop neer.’

Volgens Evans kan extase verbindend kan werken. Hij denkt daarbij aan de dionysische feesten in het oude Griekenland, waar uit het hele land mensen op afkwamen: ze voelden zich herboren – en verbonden met elkaar, met hun samenleving, met de natuur, met God. Hij zegt dat je hetzelfde ziet op de muziekfestivals van deze tijd.

Evans zegt dat zijn christelijke vrienden zeggen dat hij zijn ontmoeting met God kapot-analyseert, maar stelt dat zijn boek juist bedoeld is om een balans te vinden tussen het vermogen je over te geven én het vermogen na te denken.

Filosofie.voor.het.leven.De filosoof houdt van een rommelig religieus landschap, waarin mensen voortdurend grenzen oversteken en denkt ook dat we meer over onze eigen traditie kunnen leren.

Ik ben nog steeds geen christen (lacht), maar ik ga wel vaker naar de kerk. Ik heb er veel geleerd over nederigheid – daar zijn de Grieken niet zo sterk in, en New Age ook niet. Waarom zou je voor één traditie kiezen?’

Zie: Extase, om verder te komen dan onze kleine ego’s (Trouw, Blendle)

Beeld: pimvanlommel.nl

De kunst van controleverlies | Jules Evans | Ten Have | 304 pagina’s | 07-08-2017 | ISBN: 9789025905279 | € 22,99
Evans laat zien dat we voor het goede leven behalve het rationele ook het irrationele nodig hebben. Maar de teugels laten vieren vinden we vaak eng. Evans laat zien hoe je dit veilig kunt doen. Hij gaat te rade bij talloze denkers en kunstenaars. Ook dompelt hij zich onder in onder andere een dansworkshop en een tantra-festival.

Filosofie voor het leven | Jules Evans | Ten Have | 312 pagina’s | 08-11-2014 | ISBN: 9789025903671 | € 15,00
Evans was afgelopen jaar niet weg te slaan van onze publiekspodia, o.a. de Filosofie Nacht, de Rode Hoed (Amsterdam) en Het zoekend hert (Antwerpen). In september treedt hij op tijdens het Happinez Festival, in oktober tijdens Tedx Breda. Zijn populariteit dankt de Britse denker aan zijn authenticiteit: op basis van zijn eigen geschiedenis laat hij zien dat de filosofie van de oude Grieken en Romeinen nog dezelfde levensveranderende kracht heeft als destijds.

Heilige Onrust in de Welles-Nietes Hemel

hemelseonrust

Theoloog Frits de Lange voorziet de hemel van een minteken: hij schaft de ‘twee-wereldenmetafysica’ af. Maar voor velen is de hemel een dierbaar vooruitzicht. Antropoloog André Droogers vraagt zich af hoe je voorbij zo’n patstelling van nietes-welles kan komen, en denkt dat dat alleen kan door iedereen recht op eigen speelruimte te gunnen. ‘Alle mensen spelen met twee werelden, een waarneembare en een geïnterpreteerde. Tot die twee werelden is elk mens veroordeeld, zelfs als je, zoals De Lange, uitkomt bij één enkele wereld.’

Groningse hoogleraar presenteert radicale theologie zonder dogma’s’, zegt het persbericht over het nieuwe boek van De Lange. Op 2 juni verscheen Heilige onrust van de Groningse hoogleraar ethiek aan de PThU. Daarin onderzoekt de – van huis uit gereformeerde – theoloog wat ‘geloven zonder religie’ behelst als je afscheid hebt genomen van een bovennatuurlijke werkelijkheid en je voor dit leven kiest. De Lange identificeert zich in zijn boek met moderne pelgrims, die binnenkort en masse weer op pad gaan.

Voor de moderne pelgrim is niet Santiago of het hiernamaals de bestemming, maar de spirituele en fysieke ervaring van de pelgrimage zelf. Frits de Lange herkent zich in die pelgrims, voor wie geloof overgave aan dit leven is, zonder religieus vangnet.’ (Persbericht)

Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes heeft De Lange als een gereformeerde Marie Kondo heel veel theologische ballast naar de kringloopwinkel gebracht, en bedrijft hij wat hijzelf noemt een minimal theology die zich hooguit nog concentreert ‘op de vraag wat mensen ’s ochtends drijft om uit bed te stappen, wat hen op de been houdt, en wat hen doet verlangen naar de dag van morgen.

Voor De Lange heeft geloof al lang niet meer te maken met geloof in God en al helemaal niet meer met het geloof in de ‘theïstische’ God: de gereformeerde God waarmee De Lange opgroeide, die in een bovennatuurlijke werkelijkheid woont en vandaar de wereld bestuurt, oordelend en veroordelend, en af en toe ook nog eens ingrijpt. Maar niet alleen De Lange heeft afscheid van die God genomen, hij stelt dat ook veel moderne gelovigen dat gedaan hebben. Dat betekent niet dat geloof verdwijnt, dat anarchie en goddeloosheid de overhand krijgen. Nee, geloof verdwijnt niet, maar verandert (…)’ (Taede Smedes)

Theoloog A.A.A. Prosman stelt dat het ontkennen van hemel niet past bij de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) omdat de uitlatingen van De Lange getuigen van een ‘negatieve relatie’ tot het hart van de christelijke traditie, ‘namelijk het geloof in God en het geloof dat er meer is dan dit aardse leven.’ Prosman vindt dat hij een grens heeft overschreden. De opvatting van De Lange past naar zijn oordeel niet binnen de bandbreedte van de PThU.

Dr. Prosman voorziet dat de druk op de Protestantse Kerk zal toenemen om de kerkelijke opleiding mede aan de beoogde Gereformeerde Theologische Universiteit te laten plaatsvinden ‘als de grondslag (missie-statement) van de PThU geheel uitgehold wordt.’ (RD)

Rector prof. dr. M. M. Jansen van de PThU daarentegen vindt dat Heilige onrust niet in ‘het frame van afscheid van het geloof’ moet worden geplaatst, en nuanceert de stelling dat De Lange het bestaan van de hemel ontkent.

Hij heeft gezegd dat hij begrip heeft voor mensen die zich geen voorstelling van de hemel kunnen maken en afstand genomen van bepaalde voorstellingen van de hemel.’ (RD)

Volgens Droogers wordt dankzij de modernisering – de uitdaging door wetenschap en technologie – de last zwaarder.

De hemelse wereld wordt minder plausibel. Het wetenschappelijke wereldbeeld zet de religieuze betekenisgeving onder druk. Neem je dat serieus, en wil je tegelijk je geloofskader niet kwijt, dan zul je die ene overblijvende wereld anders moeten interpreteren dan je deed. Die lastige taak vervult De Lange, net als sommige andere theologen.’

HeiligeOnrust

Volgens Trouw nam De Lange eerst afscheid van de persoonlijke God en nu zegt hij de hemel vaarwel.

Beter is het daarom te leven alsof er geen hemel bestaat, etsi coelum non daretur. Eeuwig leven stel ik me ondertussen liever voor als de overweldigende intensivering van het besef in leven te zijn, de ervaring van de rijkdom van het volle leven. Een staat van zijn die niet als een tijdstip op de klok aan te wijzen is, en met geen moment te vergelijken valt. Het is niet met handen te pakken, maar het overkomt je. Eeuwig leven is geen eindeloze tijd, maar is juist in een absoluut ogenblik de onderbreking ervan.’ (De Lange)

Op NieuwWij stelt De Lange zelf het gevoel te hebben dat hij een constructief begin aan het maken is, door opnieuw woorden te zoeken voor wat geloof ten diepste is.

Dat geldt ook voor zoiets als ‘het eeuwige leven’, in het laatste hoofdstuk uit het boek. Wat moet je je daarbij voorstellen, als het niet meer op de manier van – wat ik noem – de twee-wereldenmetafysica kan, die suggereert dat we nog een tweede wereld achter de hand hebben? Wat is ‘thuiskomen’ in de wereld van Einstein en Darwin?’ (De Lange)

De hoogleraar zou nog graag nog een boek over Jezus schrijven, en over zijn verkondiging van het Koninkrijk Gods.

Ik denk dat ik dan niet bij de pelgrim moet insteken, die van huis vertrekt om ooit weer thuis te komen, maar beter in de leer kan gaan bij de dakloze, de vluchteling, de ontheemde, die net als Jezus geen plek heeft om zijn hoofd neer te leggen.’

De Lange kan zich voorstellen dat het boek Heilige onrust discussie oproept. Hij vindt het prachtig dat er weer eens stevig over theologie gepraat wordt, maar die pittige reacties zijn wel een beetje voorbarig, want je kunt het boek nog niet eens gelezen hebben.

Als ‘God’ niet meer dan een menselijk gevoel is, kunnen we het woord ook wel missen. Aan de andere kant: als er maar één wereld is, behoort God tot deze wereld. Je mag van mij best dan het woord bovennatuurlijk gebruiken, als je het maar niet verstaat als de aanduiding van een wereld achter of boven de onze, maar als een beeld voor transcendentie, dat wat ons overstijgt en een appel op ons doet.’

Heilige onrust | Een pelgrimage naar het hart van religie | Frits de Lange | Paperback | 176 pagina’s | €17,99 | ISBN 9789025905545 | ISBN e-book 9789025905552 (€9,99)

Beeld: nl.hdlandscapewallpaper.com