Spiritualiteit en de Filosofie van het Ik

dscf5209

Wat is er belangrijker tegenwoordig dan de bron van spiritualiteit weer aan te boren en dat op een wijze die nauwgezet aansluit bij de eigen tijd? Filosoof Roland van Vliet heeft daar een eminente bijdrage aan geleverd door een derde standpunt te ontwikkelen dat de autonomie van de vrijheid weet te verbinden met de soevereiniteit van de liefde.’ Op 10 februari gaat Filosofie & Spiritualiteit (Universiteit Leiden) over het leven en werk van Roland van Vliet, de schrijver van o.a. Filosofie van het Ik (2015).

Van Vliet bepleit een levenshouding waarin, wat hij noemt, ongedeelde aandacht centraal staat. Hij analyseert dit zo poëtisch, dat hij een uitdrukking kan introduceren als: mededogen van het volledige horen. Gerard Visser zal in zijn lezing de belangrijkste gedachtegangen resumeren.’ (Rico Sneller)

Stand-up filosoof en auteur Roland van Vliet baseerde zijn ideeën over ethische communicatie op de filosofie van Emmanuel Levinas: je moet altijd de oneindigheid in de ander erkennen, leerde Levinas; ongedeelde aandacht, daar gaat het om. Bij leven – hij stierf in 2015 – schreef hij een korte samenvatting van het filosofisch onderzoek naar het Ik van de mens of de Filosofie van het Ik.

Het Ik dat je door zelfwaarneming in het bewustzijn kunt vinden en dat ieder moment kan denken, voelen, willen en waarnemen: ‘ik denk deze gedachte’, ‘ik voel deze emotie’, ‘ik wil dit bewerkstelligen’ en ‘ik neem dit ding waar’, noem ik het filosofische Ik.’ (Roland van Vliet)

Met het Filosofische Ik – dat Aristoteles de Onbewogen Beweger noemt: die niet door iets ander bepaald hoeft te zijn dan door zichzelf – is verbonden het denken over het denken, waardoor je een gedachte in een emotie of de wijze waarop je denkt op waarheid kunt onderzoeken of zelfreflectie. Het Filosofische Ik is het scheppende en zich vernieuwende Ik.’ (Van Vliet)

Gerard Visser, tot 2015 hoofddocent cultuurfilosofie aan de Universiteit Leiden, vertelt over liefde en vrijheid, over de belangrijkste gedachtegangen in het boek Filosofie van het Ik. Frank Mandersloot, beeldend kunstenaar en docent aan de Rietveld Academie, vertelt over zijn vriendschap met Roland, over wat zij wederzijds voor elkaar betekenden. Bianca Hiemcke Schriek, schrijver, programmamaker en coach en Hein van Dongen, filosoof en docent aan diverse onderwijsinstellingen, verhalen over wat Roland voor hen betekenden, met zijn verhalen over ongedeelde aandacht en zijn missie: het staan voor onverdeelde aandacht.

Al heel vroeg leerde ik de ongedeelde aandacht kennen. Dat was mijn eigen ontdekkingstocht, niemand wees me erop. Ik kwam uit een gezin van zes kinderen, er waren veel spanningen thuis. We woonden in de buurt van Eindhoven, er is daar veel natuur. Ik ontvluchtte de spanningen door in het bos te lopen. Dat doe ik nu trouwens ook, lopen in het bos, terwijl u met me belt. Heel mooi. Ik zie overal herfstbladeren…’ (Roland van Vliet)

Lastig, die ongedeelde aandacht.
‘Inderdaad! Nu goed, ik liep dus veel door het bos en merkte dat ik de natuur helemaal niet echt zag of voelde, omdat ik de hele tijd met mijn gedachten ergens anders was. Ik ging mij erin oefenen niet na te denken als ik dat niet wilde.’ (RvV)

En dat lukte?
‘Steeds beter, ja. Een aandachtskracht werd in mij wakker. Ik ervoer verbondenheid met alles. Als er niets is tussen jou en de zon, tussen jou en de bomen, dan dringt de mysterieuze schoonheid van de wereld pas echt tot je door. Op een keer, ik moet 18 zijn geweest, fietste ik ’s ochtends vroeg door het bos. Toen werd ik vervuld van een onmetelijke liefde.’ (RvV)

Zie:

* Filosofie van het ik: leven en werk van Roland van Vliet (Universiteit Leiden)

* ‘Je innerlijke ik vind je al na tien minuten’ (Trouw)

Foto: Chastellux sur Cure, France (PD)

Filosofie en Spiritualiteit | Vrijdag 10 februari 2017 | Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, Leiden (zaal 011) | Tijd: 13.30 – 17.30 uur | Toegang gratis

Kan bewustzijn onafhankelijk van de hersenen bestaan?

mind-2

Filosoof Arnold Ziegelaar geeft in zijn boek Oorspronkelijk bewustzijn fundamentele kritiek op het fysicalisme (of materialisme: alles wat bestaat, inclusief de mens en de menselijke geest is fundamenteel fysisch) zonder de sterke kanten ervan uit het oog te verliezen. Hij behandelt verschillende theorieën uit de hedendaagse philosophy of mind (de tak van filosofie die zich bezighoudt met problemen als de verhouding tussen lichaam en geest.)

Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes schreef er een recensie over. Hij vindt dit boek nog indrukwekkender dan het eerdere boek van Ziegelaar: Aardse mystiek: Inleiding in de filosofie van de verwondering. Dat belooft wat voor deel drie, dat over het bestaansmysterie zal gaan.

In het boek Oorspronkelijk bewustzijn bekijken we deze vragen vanuit de filosofie. In wat de auteur het neuromane denken noemt wordt, als het over bewustzijn gaat, altijd onmiddellijk over de hersenen gesproken. In dit boek echter staat eerst de vraag ‘Wat is bewustzijn?’ centraal. We onderzoeken bewustzijn door te rade te gaan bij denkers uit oost en west. We komen tot een definitie van bewustzijn, geven fundamentele kenmerken ervan en proberen bewustzijn te begrijpen in relatie tot ruimte en tijd. In het begrip van de triniteit wordt de verwevenheid van bewustzijn, ruimte en tijd gedacht.’ (ISVW Uitgevers)

De schrijver combineert volgens Smedes de goede kanten van de verschillende posities om te komen tot een positie die naturalistisch dualisme heet: bewustzijn is een volkomen natuurlijk verschijnsel, maar is niet te begrijpen uit alleen fysische processen.

In dit boek pakt Ziegelaar het raadsel van het bewustzijn op met een gretigheid die in Nederland ongekend is. Wat is bewustzijn? Hoe is er doorheen de geschiedenis over bewustzijn gedacht? En kunnen we bewustzijn natuurwetenschappelijk doorgronden?’ (TS)

Smedes noemt het boek complex en hoewel Ziegelaar ongelooflijk helder en pakkend schrijft, vindt hij het bij tijd en wijle toch echt een bijzonder moeilijk boek. Dat hij toch door blijft lezen komt volgens de godsdienstfilosoof doordat Ziegelaar als een volleerd docent zijn betoog regelmatig samenvat, zodat je precies weet waar je bent.

Ook al begrijp je sommige stukken niet of ontgaan je nuances, Ziegelaar houdt je bij de les. (…) ‘En terwijl het boek grondig en diepgravend is – niet alleen wordt de geschiedenis van het denken over bewustzijn van de Oudheid tot nu beschreven, maar bovendien geeft Ziegelaar een overzicht van vrijwel alle stromingen binnen de philosophy of mind – weet Ziegelaar tegelijkertijd het boek overzichtelijk te houden door zich tot de kern van de problematiek te beperken. Een on-Nederlands diepgravend werk dat het in zich heeft een standaardwerk te worden.’ (TS)

Dit boek is voor filosofisch geïnteresseerden een must, zegt Smedes. Zelden heeft hij een boek gelezen dat zo naadloos en probleemloos continentaal-fenomenologische benaderingen weet te combineren met de Angelsaksisch-analytische philosophy of mind.

Zie: Arnold Ziegelaar: Oorspronkelijk bewustzijn (boekbespreking) (Taede A. Smedes)

Beeld: Research Guides – University of Wisconsin-Madison

Arnold ZiegelaarOorspronkelijk bewustzijn | Leusden | ISVW Uitgevers 2017, 575 pagina’s | paperback | ISBN 978-94-91693-85-4 | 27,50 euro

‘Geest en brein zijn niet identiek aan elkaar’

superbrein

Filosoof Markus Gabriel zegt dat aanhangers van de ‘naïeve identiteitstheorie’, zoals Dick Swaab, stellen dat er maar één entiteit is: the mind is the brain. ‘Ze redeneren alles terug tot het brein. Maar als je probeert te zeggen dat er enkel een brein is, kun je daar beter niet de identiteitstheorie voor gebruiken. Daarmee zeg je namelijk dat er twee zaken – geest en brein – identiek zijn aan elkaar. Echter, twee dingen kunnen helemaal niet hetzelfde zijn. Niets is identiek aan zichzelf of veroorzaakt zijn eigen bestaan.’

Gabriel zei dit afgelopen woensdag in de lezing Wij zijn ons brein niet op de Radboud Universiteit in Nijmegen. Volgens hem is het nonsens dat de menselijke geest totaal verklaard kan worden vanuit de natuurwetenschappen, en hij stelt dat er ideologisch gedacht wordt over de geest.

Er wordt gepoogd om de menselijke geest te objectiveren, om het denken te zien als iets specifiek menselijks, uitgedrukt in natuurlijke termen. De historische dimensie wordt verbannen en de geest wordt gezien als noodzakelijk.’

Gabriel, schrijver van het boek Waarom we vrij zijn als we denken, spreekt van neuromania, en dat betekent dat het vocabulaire van volkspsychologie wordt vervangen door een neuro-vocabulaire.

Jezelf uitdrukken in termen van je brein is heel populair, zoals eerder de psychoanalyse en het denken over jezelf in termen van genen dat waren. Het decennium vanaf 1990 werd zelfs uitgeroepen tot decade of the brain door George Bush sr.’

Volgens de correlatietheorie, zegt Gabriel, zou er voor elke mentale toestand een corresponderende toestand van het brein zijn. Dat zou betekenen dat er een neuro-correlaat is voor alles wat je bewust ervaart.

Van angst voor het ontmoeten van een haai tot je intense liefde voor je grootmoeder is dus een neuron aanwezig in je brein. Gabriel vindt dat niet geloofwaardig omdat er bijvoorbeeld geen neuron aan te wijzen is die bewustzijn verklaart. Bovendien lijkt er niet voor alles wat we kunnen zeggen over onze geesteswereld een corresponderende neuron te zijn.’

markusgabriel-1

Neurowetenschapper Peter Hagoort ging na de lezing van Gabriel met hem in gesprek. Hij gelooft net als Gabriel dat mensen niet samenvallen met hun brein. Dat kan namelijk geen verklaring geven voor het feit dat kinderen een taal moeten aanleren van de omgeving, en dat een brein zich dus in potentie zowel Chinees als Nederlands kan eigen maken.

Daar is Gabriel het mee eens: ‘Hoe kan ik ooit een vuurtje aansteken als niemand mij ooit uitlegt hoe dat moet? Je kunt zo’n handeling niet reduceren tot neuronale infrastructuur. Je hebt daar een leerweg voor nodig.’

Over kunstmatige intelligentie was Gabriel duidelijk en stelde sceptisch te zijn over de mogelijkheid van kunstmatige intelligentie.

Jij kunt me geen robot laten zien die bewustzijn heeft. Als we spreken over zulke robots, gaat het over een gedachte-experiment. Er zijn veel verschillen tussen jou en de robot. Die laatste heeft geen bewustzijn, voelt niks. Zelfs wanneer een robot zich precies zo gedraagt als jij, heeft hij alsnog geen knieën, geen neuronen.’

Zie:  Wij zijn ons brein niet (Radboud Universiteit)
Ook interessant: Markus Gabriel richt neo-existentialistische pijlen op het brein (iFilosofie)

Beeld: scientias.nl
Foto: Markus Gabriel (Radboud Universiteit)
Update 14 06 2024 (Lay-out)

Geloven in een God die niet hoeft te bestaan

geloofenwetenschap

Hoogleraar fundamentele theologie, Marcel Sarot, belijdt niet dat God bestaat, maar wel dat hij in Hem gelooft. Het bestaan van God beargumenteren hoeft niet van Sarot. Een variatie op geloven in een god die niet bestaat van Klaas Hendrikse? God ‘gebeurt’ volgens de laatste; volgens Sarot hoef je alleen maar in Hem te geloven. Een taalspel over God, daar leek de studiedag van de christelijke filosofie op. Wie spreekt het beste over God, de filosofen of de christenen?

Waarom zijn argumenten dan toch belangrijk? In de eerste plaats hebben we ze nodig als we aan anderen willen uitleggen waarom we al dan niet geloven in God. (…)In de tweede plaats zijn argumenten belangrijk, omdat ze min of meer de redelijke grenzen aangeven van onze standpunten; ze bepalen de denkruimte die wij ons kunnen veroorloven.’ (Uit: God bewijzen)

Een argument voor Gods bestaan is een goed argument als het iets toevoegt aan de geloofwaardigheid van Gods bestaan. Als er genoeg van zulke argumenten zijn, is het alleen al op basis van die argumenten – nog los van persoonlijke ervaringen bijvoorbeeld – redelijk om te geloven dat God bestaat.’ (Uit: God bewijzen)

Universitair docent filosofie, Jeroen de Ridder, van het ‘project van de God van de filosofen’, erkent dat het geloof in God geen wetenschappelijke hypothese is, maar een liefdesrelatie, maar dat we echter in een tijd leven waarin er getwijfeld wordt aan het object van deze liefdesrelatie. Hij stelt dat argumenten kunnen helpen om in te zien dat er goede redenen zijn voor het geloof in God.

Dat is van belang in apologetische gesprekken met atheïsten of agnosten. Hij noemde zijn methode ‘het project van de God van de filosofen’. Kenmerkend is het argumenteren voor de waarheid van specifiek christelijke geloofsovertuigingen, de redelijkheid van het geloof in God en het doordenken van de klassieke eigenschappen van God.’

Volgens Sarot komt de denkwijze van De Ridder voort uit het funderingsdenken van de Verlichting: je kunt niet geloven zonder goede gronden, zonder fundament, en Godsbewijzen worden dan ingezet om dat fundament te leggen. Volgens Sarot spreekt de theologie veel genuanceerder over het Persoon-zijn van God.

Daar is God één Wezen in drie Personen. Dat redeneert moeilijker dan in een Godsbewijs. Wie verder wil komen op deze weg van het argumenteren over God, zal moeten laten zien wát wij over God geloven en waarom wij dat geloven. Dat is lastiger, maar het kan niet anders als je andere mensen daarvan wilt overtuigen.’

Dat wát en waarom liet Sarot helaas niet zien, maar volgens hem maakt de manier waarop De Ridder (de schrijver van, samen met Emanuel Rutten, En dus bestaat God) over God spreekt toch dat je in feite meegaat in het taalspel van hen die over God willen spreken als hypothese.

Maar jullie taalspel deugt niet. De eerste christenen geloofden niet dat God bestáát. Geloven ín is wat anders. God ís op een andere wijze dan wat in de werkelijkheid ís.’

paas_peels_god_bewijzen

Maar in de werkelijkheid leven we. En het is geen taalspel, maar wetenschappelijke ernst. Jeroen de Ridder verwees onder meer naar het boek God bewijzen van Rik Peels en Stefan Paas. Daarin beschrijven zij zes argumenten als een cumulatieve case, en de tegenwerpingen. Ze bespreken daarin het kosmologisch argument; argumenten op basis van bewustzijn; het argument op basis van godservaringen; het argument op basis van finetuning; het argument op basis van wonderen en het ontologisch argument. De argumenten moeten volgens de schrijvers samen worden gezien: zelfs als ze afzonderlijk niet zo sterk zijn, vormen ze samen een goede case voor Gods bestaan.

Bron: Studiedag christelijke filosofie: ‘Godsbestaan niet te bewijzen, alleen te beargumenteren’

Beeld: geloofenwetenschap.nl

God bewijzen | Stefan Paas & Rik Peels | Uitgeverij Balans, Amsterdam | ISBN 978 94 600 3725 2 | nur 730 | | € 19,95 | E-book € 9,99

Pleidooi voor dialoog islam en het moderne denken

aviciennaenaverroes

‘Filosofie ontwikkelt zich waar vrije geesten naar waarheid zoeken, los van enig vooroordeel. De islam vormt daarop geen uitzondering. Denkers als Avicenna, Ghazali en Averroës, en recenter Afghani, Abdel Raziq en Iqbal, namen tal van filosofische kwesties onder handen.’ Dit zegt hoogleraar Frans en filosofie  Souleymane Bachir Diagne in zijn boek Filosoferen in de islam? ‘Een verhaal van hoop en rede.’

Volgens religiewetenschapper en filosoof Kamel Essabane – in een recensie van dit boek – werd de islamitische filosofie lange tijd vaak kleinerend ‘Arabische filosofie’ genoemd, omdat deze weinig originaliteit zou kennen. Tel daar het beeld van de boze irrationale moslim bij op, in de context van internationaal terrorisme, en de islam komt als snel als de ultieme antithese van filosofie uit de bus.

Aan de andere kant is er ook vanuit islamitische hoek een groot wantrouwen wanneer filosofie en islam in één adem worden genoemd. Dat lijkt vreemd wanneer men tegelijkertijd trots over de bloeitijd van de islam spreekt. Een tijd waarin filosofie en wetenschapsbeoefening floreerden. De islam zou ook een rationele religie zijn die irrationele geloofsdogma’s zoals de christelijke drie-eenheid en erfzonde verwerpt.’

De Senegalees Diagne (Columbia University, New York) – gespecialiseerd in islamitische filosofie en Afrikaanse filosofie – gaat recalcitrant tegen beide visies in en schetst een alternatief beeld. Hij stelt dat filosofie zich daar ontwikkelt waar vrije geesten naar waarheid zoeken, en dat geldt net zo goed voor de islamitische filosofie. Diagne heeft een selectie gemaakt van een aantal thema’s en vragen, en een aantal filosofen geselecteerd die deze hebben behandeld.

Volgens Diagne, een van de invloedrijkste Afrikaanse denkers van deze tijd, zouden hedendaagse moslims net als moslims uit de klassieke periode open moeten staan voor ideeën en filosofieën uit andere beschavingen en daar op een volwassen manier en op basis van gelijkwaardige dialoog mee om moeten gaan.

Moslims zouden zoals vroegere filosofen meer op een creatieve manier met nieuwe ideeën en ontwikkelingen aan de slag moeten, zonder te vrezen voor een zuiverheid die verloren zou kunnen gaan. Als we religie levend willen houden moeten we beseffen dat het leven in beweging is. Een religie die stil staat en verstart, sterft uit.’

Diagne behandelt ook (de kritiek op) de filosofie van Al-Ghazali, die zich zowel manifesteert als de kampioen van de zuivere orthodoxie van de uitverkoren sekte en ook de filosofie weerlegt, en als juist anti-sektarisch, anti-dogmatisch en pro-pluralistisch.

filosoferenislam

Een kritiekpunt op het boek noemt Essabane – op de site NieuwWij – dat het een eenzijdig beeld geeft van de moderniteit. Diagne definieert moderniteit als ‘niets anders dan het inzicht dat het leven in beweging is, die voortdurend bezig is uit de traditie te treden en, wat de rede betreft, haar onmondigheid achter zich te laten’, oftewel:

Een positieve definitie van de moderniteit met een mix van Bergson, Nietzsche en Kant. Het resultaat is dat de islam niet door de Verlichting hoeft omdat de islam zich aansluitend op haar eigen filosofische traditie en door middel van een filosofie van beweging al onderdeel is van die moderniteit.’

Als gemiste kans in het boek noemt Essabane dat Diagne niet wijst op andere, meer kritische visies op de moderniteit en moslimdenkers die de mogelijkheid aangrijpen om vanuit het potentieel van de islam een kritische dialoog met de Verlichting aan te gaan. Een dialoog op basis van gelijkwaardigheid, in een wereld waarin de vruchten van de moderniteit niet allemaal koek en ei zijn.

Over het algemeen is het boek echter zeer toegankelijk geschreven en zit het qua structuur goed in elkaar. Het boek vormt een sterk betoog vanuit de islamitische traditie voor openheid en pluralisme en tegen dualistisch denken, zowel het dualisme van islam versus filosofie als het wij versus zij op nationaal en mondiaal niveau. Een aanrader voor een ieder die geïnteresseerd is in de relatie tussen islam en filosofie.

Zie: Recensie van ‘Filosoferen in de islam?’ (Kamel Essabane)

Beeld: Avicenna (links) en Averroës (martienpennings.wordpress.com)

Soulaymane Bachir Diagne | Filosoferen in de islam? | Nijmegen | Uitgeverij Vantilt (2016) | Vertaling Pol van de Wiel | Oorspronkelijke titel: Comment philosopher en islam? (2014) | ISBN 978 94 6004 289 8

Op maandag 13 maart 2017 houdt Soulaymane Bachir Diagne een lezing op de Radboud Universiteit: ‘Islam and Philosophy’.