De ziel, instrument waarmee we betekenis vinden

De ziel is een ‘gevoelig instrument waarmee we betekenis zoeken, vinden en aflezen. Vanwege deze gevoeligheid is de ziel gemakkelijk beïnvloedbaar en soms de weg kwijt. En er zijn vele kapers op de kust om de ziel te manipuleren; we moeten oppassen voor ‘zielzuigers’.’ – Duidelijke taal van filosoof en theoloog Govert Buijs in zijn online-college Eerherstel voor de ziel. Hij zegt ook ‘dat de ziel ons is gegeven als zeer persoonlijk oriëntatieorgaan in een verwarrende wereld, en waar we goed voor moeten zorgen.’ De ziel ontsluierd, althans, herontdekt.

Prof. dr. Govert Buijs, verbonden aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Amsterdam, nu afdeling Filosofie bij Geesteswetenschappen, gaf een online-college met als thema Eerherstel voor de ziel. Hij schrijft een boek over dit onderwerp dat november 2021 onder dezelfde titel verschijnt.

De versluiering van de ziel begon met het centraal stellen van de ratio, door de filosoof Descartes. De moderne psychologie versmalde de ziel tot psyche. De breinwetenschap ging nog een stap verder en verlaagde spiritualiteit en emoties tot het resultaat van chemische hersenprocessen. In veel kerken werd het oude spreken over de ziel afgedankt als Grieks dualisme, met een onterechte scheiding tussen lichaam en ziel.’

Bovenstaand citaat is van redacteur Erdee Media groep, Huib de Vries, in het RD. Hij schrijft over De herontdekking van de ziel, en verwijst onder meer naar Buijs. Volgens Buijs kan je alles rationeel en materieel willen verklaren, maar laat de wijze waarop we het leven ervaren zich niet verdringen:

De afwijzing van religie ging samen met de opkomst van ideologieën als nieuwe zielsfenomenen. In de jaren 80 van de vorige eeuw kwam de New-Agebeweging op. Nu neemt ook binnen de kerk de aandacht voor spiritualiteit weer toe. De mens hééft een innerlijk met existentiële vragen en zoekt naar zin en betekenis. Dat is voor mij het essentiële van de ziel.’

Buijs kan zich, aldus De Vries, niet vinden in de opvatting dat het ontstaan van de mens door evolutie de ziel buitenspel zet. Waar in dat evolutionaire proces de ziel ontstond, vindt hij niet relevant:

Het gaat erom dat de mens ergens in dat traject een existentiële dimensie ontwikkelde die hem bewust maakt van een Partner die hem innerlijk aanspreekt. Kennelijk is Iemand of Iets op metafysische wijze bezig geweest om voor zichzelf een partner in het leven te roepen.’

De ziel is ons gegeven als zeer persoonlijk oriëntatieorgaan in een verwarrende wereld, zegt Buijs, en we moeten er goed voor zorgen. We worden volgens de filosoof en theoloog niet alleen heen en weer getrokken door zaken van buitenaf, maar ook door innerlijke stemmen. Echter, door de gevoeligheid van de ziel zijn er veel kapers op de kust om haar te manipuleren:

Let op de wereld van de M: Macht, waar de politiek of de natie onze ziel wil hebben; de Markt, die onze hebzucht aanwakkert; Media, die ons zelfbeeld aan anderen leren spiegelen; en de Medische wereld, die gezondheid belooft.’ Op zichzelf allemaal niet verkeerd; maar de wereld van de M heeft de neiging constant te ontsporen en de ziel in bezit te nemen.’

De Bijbel kunnen we zien als oefenboek waarmee we de ziel kunnen opporren. Buijs doelt daarmee op het herkennen van verschillende troostgestalten, zoals de liefde van anderen, de natuur, schoonheid en kunst, wendingen in ons leven of nieuwe gemeenschapsvormen. Achter deze troostgestalten zit de verborgen bron van zegen, zegt hij. Die bron is God, de altijd meereizende, troostende en corrigerende God.

In deze wereld verschijnt er een nieuwe taal: ‘vriendschap’, ‘partner’, ‘verbond’. Dit zijn allemaal zegenwoorden. Het strookt ook met een universele ervaring: de ziel groeit niet door onderdrukking, maar door de ervaring gezien, gewaardeerd en erkend te worden.’

Zie:
* Online-college Eerherstel voor de ziel (YouTube, 15 februari 2021)
*
De herontdekking van de ziel (Huib de Vries, RD, 23 maart 2021)
*
Prof. Govert Buijs: Bijbel oefenboek voor de ziel (RD, 29 januari 2021)

Eerherstel voor de ziel | Govert Buijs | November 2021 | ISBN 9789024432639 | 192 blz. | € 20,00

Beeld: Gerhard G. (Pixabay)

God als ‘de gebeurtenis’

De Amerikaanse theoloog en godsdienstfilosoof John Caputo neemt het woord ‘God’ heel serieus. Hij denkt dat er iets aan de hand is in de naam van God, wat hij in navolging van de Franse filosoof Jacques Derrida ‘de gebeurtenis’ noemt. Caputo is één van de grote inspiratiebronnen van godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes. Hij twitterde al lang van tevoren trots rond dat hij zijn ‘idool’ mocht interviewen. Toen verklapte hij nog niet wie dat was. Op zijn website is nu zijn complete Interview met John Caputo te vinden.

De gebeurtenis’ die plaatsvindt in de naam van God. En ik neem dat heel serieus, maar ik denk dat het mythologisch is om God ergens met een wezen te identificeren.’

In dit blog beperk ik me tot wat Caputo over God vertelt. Hij haalt dan vaak anderen aan, zoals Husserl, Tillich, Marion, Heidegger, Kierkegaard en Derrida. Voor het volledige interview verwijs ik graag naar Smedes. Hij gaat in zijn (Engelstalige) interview ook uitgebreid in op religie (het christendom) in de VS, Trump, Republikeinen en Democraten.

Caputo neemt het woord ‘God’ heel serieus, zegt hij zelf, en denkt dus dat het mythologisch is om God met een wezen te identificeren.

Dus nee, ik geloof niet dat er ergens een wezen is, een opperwezen, dat beantwoordt aan de naam van God. Ik denk dat dat mythologisch denken is. Maar ik denk niet dat dit het einde van de theologie is, het is het begin! Van radicale theologie.’

God wordt door Caputo ook ‘de grond van het zijn’ genoemd, zoals Tillich God beschrijft. God als wezen van zijn, zichzelf zijn. Maar we hebben geen toegang tot de diepten van het zijn, zegt Caputo. Mensen vragen hem weleens waarom hij over God blijft praten, waarom hij niet gewoon zegt wat hem bezighoudt?

Eigenlijk was hij vooral met (klassieke) filosofie bezig, maar ‘de onderliggende theologische dingen die me altijd hadden geïnteresseerd, kwamen weer naar boven’.

Maar ik heb het niet gekozen, het heeft mij gekozen.’

Caputo noemt God ook ‘de onvoorwaardelijke’, eveneens naar Tillich. Smedes vraagt hem of het uitmaakt hoe je God noemt. Als je spreekt over ‘het onvoorwaardelijke’, zo stelt Smedes, dan is dat een soort filosofisch, abstract concept, terwijl het woord ‘God’ voor veel mensen een aura van relationaliteit om zich heen heeft. Je kunt geen relatie hebben met het onvoorwaardelijke.

Als ik spreek over het onvoorwaardelijke, verwijs ik naar wat Tillich erover zegt. Hij zegt dat God het onvoorwaardelijke is, maar het onvoorwaardelijke is niet God. Dus God is een van de manieren waarop we het onvoorwaardelijke noemen, maar het onvoorwaardelijke zelf zit daar gewoon en de namen stuiteren erop.’ 

Je hebt geen naam voor wat wij het onvoorwaardelijke noemen, zegt Caputo, want zodra je een naam hebt, omschrijf je die met een bepaalde reeks voorwaarden, van toevallige, historische constructies, of ze nu literair, filosofisch, theologisch of wetenschappelijk zijn. Je bent dan begonnen het te interpreteren, het te interpreteren, wat belangrijk is.

Sommige manieren van interpreteren zijn zorgzamer, beminnelijker of liefdevoller dan andere.’

Caputo heeft het over Kierkegaard die in het Naschrift Johannes Climacus laat zeggen: ‘De naam van God is de naam van iets om te doen’. Het betekent, volgens Caputo, hoe de wereld eruit zou zien als hij geregeerd zou worden door God in plaats van door de machten en overheden. Maar, vervolgt Caputo, iets verderop: het zegt: ik praat tegen jou! Laat dit gebeuren! Het koninkrijk van God hangt af van jou, van mij.

God is een roeping die zichzelf blijft aandringen op ons, en zichzelf blijft aandringen in ons leven, en het is aan ons om die te laten bestaan.’

Zie: Interview met John Caputo (Taede Smedes, 23 maart 2021)

Beeld: Stefan Keller (Pixabay)

Een filosoof in het Outbreak Management Team

De kersverse Denker des Vaderlands, Paul van Tongeren, heeft gelukkig geen zin om in programma’s te gaan zitten waar hij maar twee minuten krijgt om een mening te geven. Dat past volgens de nieuwe denker precies niet bij wat een filosoof moet doen. Een interview met een filosoof verwacht je ook niet snel in een financieel dagblad, maar de kersverse denker is daarin toch te vinden. Hij heeft daar waarschijnlijk niet zelf actief voor gezorgd want zijn filosofie is dat hij als Denker des Vaderlands niet tegelijk activist kan zijn. Het Financieele Dagblad heeft dit dus zelf bedacht. Journalist en redacteur van die krant, Heiko Jessayan, interviewt de filosoof.

Volgens Jessayan staat filosofie erom bekend niet zozeer de vraag te stellen naar het waarom, maar veeleer naar ‘het wat’ der dingen. Wat is denken, vraagt hij aan Van Tongeren.

Ik probeer denken te onderscheiden van weten zoals dat in de wetenschap geldt. Weten gaat over wat op een of andere manier feitelijk is, wat vastgesteld en geregistreerd kan worden. Uiteindelijk stelt de wetenschap iets vast, constateert en weet zij iets, maar zij denkt niet. Ik zeg niet dat de wetenschapper niet denkt, maar als wetenschapper doet hij iets anders.’

Denken gaat volgens de denker over wat niet geregistreerd kan worden, maar wat geïnterpreteerd moet worden, over betekenissen die kenmerkend en bepalend zijn voor menselijk leven en handelen.

Alles wat we doen, meemaken, zien, horen, voelen, ruiken enzovoort, heeft altijd betekenis: het is mooi, lelijk, interessant, vaag, uitdagend, saai, noem maar op: allemaal betekenissen.’

Volgens de interviewer is het debat over corona gepolariseerd, en hij is benieuwd of Van Tongeren het als zijn taak ziet die twee kampen ervan te bewegen tot een zinvol gesprek. Dat wordt inderdaad beaamd door de filosoof.

Dat is ook het kenmerk van een gesprek. Voor een gesprek is het besef nodig dat beide partijen iets gemeenschappelijks zoeken of iets gemeenschappelijks te verstaan kunnen geven. Je moet eerst een stap terugdoen om die twee partijen tot gesprekspartner te maken. Je moet je dus niet laten verstrikken in het voor of tegen iets zijn.’

Maar, denkt Van Tongeren – winnaar van de Socratesbeker (2013) voor het ‘meest prikkelende en oorspronkelijke Nederlandstalige filosofieboek’ Leven is een kunst – als filosoof moet je niet zo geëngageerd raken, dat je activist wordt.

Op het moment dat je je in de strijd engageert, verlies je het zicht op de strijd. Als Denker des Vaderlands kun je niet tegelijk activist zijn. Ik gebruik graag de uitspraak van Martin Heidegger, ‘Schritt zurück’, een stap terugzetten, betekent: afstand nemen om meer te zien.’

Van Tongeren denkt lang na over de vraag wat hij zou doen als het kabinet hem zou vragen toe te treden tot het OMT.

Ik denk dat ik dan zou zeggen dat ik denk dat ik het moet doen, tenzij ik iemand kan aanwijzen die dat beter kan. Maar het is niet iets waar ik naar haak, want het lijkt me verschrikkelijk moeilijk. Je gaat meepraten met mensen op een manier waarin je ze gaat verstoren in wat zij geacht worden te doen: een eenduidig advies geven. Een filosoof is wat dat betreft onvermijdelijk een beetje een stoorzender. Je kunt niet verwachten dat je als filosoof onmiddellijk welkom bent.’

Maar, denkt de Denker des Vaderlands, reflectie is altijd nodig, zeker nu de pandemie ruim een jaar voortduurt.

Als de tijd verstrijkt, kun je ook als beleidsmaker makkelijker afstand nemen. Als je een eerste beslissing moet nemen, is dat moeilijker. Sta je voor je honderdste beslissing, dan weet je welke andere 99 beslissingen je daarvoor hebt genomen. Je ziet meer, simpelweg doordat de tijd is verstreken. Je kunt achterom kijken en dat is een vertaling van reflecteren. Maar we hoeven ons niet altijd te haasten: langzaam zijn is een filosofische deugd.’

Zie: ‘Als Denker des Vaderlands kun je niet tegelijk activist zijn’
(Het Financieele Dagblad)

Tip: Eerste essay nieuwe Denker des Vaderlands: waarom we een stap terug moeten doen in het coronadebat
(de Volkskrant)

Beeld: advancedenergyblog.com

Het gaat om de zin ín het leven

Waar was je toen de zinloosheid van het bestaan bij jou toesloeg? Gebeurde dat boven je derde magnetronmaaltijd van die week terwijl je peinsde over de smaak en de gezondheidseffecten van ketchup? – Zo begint Een prachtig leven van de Finse filosoof Frank Martela. Van hem moeten we ons niet afvragen wat de zin is ván het leven, maar wat de zin is ín het leven. Martela is behalve filosoof ook onderzoeker in de psychologie, gespecialiseerd in de vraag naar de zin van het leven. ‘Als menselijke wezens hunkeren we naar een leven dat ertoe doet, dat waardevol is en dat betekenis heeft.’

‘Martela is humoristisch en beschrijft filosofische ideeën op een toegankelijke manier; geeft voorbeelden uit de psychologie die filosofische concepten concretiseren. En maakt gebruik van verwijzingen naar films en literatuur om filosofische ideeën te illustreren.’
(Lenna Bartens)

Ik wil je helpen een zinvoller bestaan te leiden. Na een decennium van onderzoek in de filosofie, psychologie en geschiedenis van zingeving staat voor mij één ding vast: vaststellen wat het leven zin geeft is gemakkelijker dan je denkt. Sterker nog, waarschijnlijk bezit je leven een overvloed aan zin, zodra je jezelf toestaat die te zien en te ervaren.’
(Uit: Een prachtig leven)

In Een prachtig leven maak je kennis met veel grote denkers en filosofen die de nietigheid van het bestaan onder ogen zagen en ten slotte met een hernieuwd gevoel van zinvolheid het leven omarmden.

Soms storten de decors in elkaar en blijft er niets van over. Opstaan, tram, vier uur op kantoor of in de fabriek, eten, tram, eten, tram, vier uur werken, eten, slapen en maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag in hetzelfde ritme – een weg die de meeste tijd gemakkelijk te volgen is. Maar op zekere dag rijst de vraag naar het ‘waarom’ en begint alles in deze door verwondering gekleurde verveling.’
(Albert Camus, uit De mythe van Sisyphus, geciteerd in Een prachtig leven)

In het artikel Een psychologisch antwoord op een filosofische vraag schrijft student filosofie en journalistiek Lenna Bartens bij iFilosofie een recensie over Een prachtig leven. Hierin onderzoekt Martela, inwoner van het gelukkigste land ter wereld volgens World Happiness Report, de herkomst van de vraag: ‘Wat is de zin van het leven’ en geeft daar tevens een antwoord op.

De waarden die Martela uiteindelijk via de psychologie aandraagt als leidraad voor een zinvoller bestaan klinken, zoals hij zelf aangeeft ‘… misschien niet revolutionair, maar daarin ligt precies hun kracht’.
(Lenna Bartens)

De geschiedenis vertelt, zegt Martela, het verhaal van een lange rij denkers – van Lev Tolstoj en Thomas Carlyle tot Simone de Beauvoir en Søren Kierkegaard tot Alan W. Watts – die allen concludeerden…

‘…dat je alleen door de absurditeit van het leven onder ogen te zien en de nietigheid van het bestaan te omarmen de bevrijding kunt vinden die uiteindelijk een meer duurzame betekenis aan je leven verschaft.’
(Uit: Een prachtig leven)

Martela legt uit waarom mensen eigenlijk zoeken naar zingeving en hij onderzoekt de historische dwaling die aanleiding heeft gegeven tot onze moderne existentiële vertwijfeling. En…

‘…het boek biedt je gemakkelijk toepasbare wegen die je naar een zinvoller bestaan leiden. Sommige van de inzichten zullen je wellicht vreemd toeschijnen, andere voor de hand liggend en weer andere heb je misschien al volledig omarmd. Hoe dan ook, samen beogen ze je een solide en stabiel fundament te bieden waarop jij een vervullend, levensbevestigend en zinvoller bestaan kunt bouwen.’
(Uit: Een prachtig leven)

Een prachtig leven – hoe vind je zin in je bestaan? | Frank Martela | ISBN: 9789026347641 | Ambo / Anthos | Pagina’s: 208 | Publicatiedatum: 27-07-2020 | € 18,99 |
‘Martela heeft een prettige schrijfstijl. Hij is humoristisch en beschrijft filosofische ideeën op een toegankelijke manier. Hij geeft bijvoorbeeld voorbeelden uit de psychologie die filosofische concepten concretiseren. Ook maakt hij gebruik van verwijzingen naar films en literatuur om filosofische ideeën te illustreren.’ (Lenna Bartens)
Frank Martela is verbonden aan Aalto University in Helsinki maar doceerde ook aan Stanford en Harvard. Artikelen van zijn hand verschenen onder meer in Scientific American Mind, Salon en Quartz.


Zie: Een psychologisch antwoord op een filosofische vraag (iFilosofie)
Update 08012024 (Lay-out)

‘Vrede met het Zelf leidt tot vrede met anderen’

Religieus extremisme is niet beperkt tot de islam of het heden. Said Reza Huseini, promovendus Geesteswetenschappen aan de Universiteit Leiden, dook in het verleden om een ​​beleid te vinden dat echt werkte: de ideologie van Mughal-keizer Akbar ‘Vrede met iedereen’. In zijn duik vond hij het Mughal-experiment met islamitisch extremisme: een zestiende-eeuwse les voor vandaag. Mughal-keizer Akbar (omstreeks 1556-1605) slaagde erin een oplossing te vinden. Huseini schrijft hierover in zijn artikel bij het Leiden Islam Blog: Het Mughal-experiment met islamitisch extremisme: een zestiende-eeuwse les voor vandaag.

Het universele wederzijdse respect dat in de zestiende eeuw werd gepredikt, is iets waar we vandaag allemaal nog van kunnen leren.’

‘Goddelijk huis’
Akbar, zo vertelt Huseini, was de derde koning van het Mughal-rijk, dat in 1526 werd opgericht door de Timurid Prins Babur. Geboren in India, met zijn diverse populatie van hindoes, moslims, christenen, zoroastriërs, joden, jaïnisten, boeddhisten en anderen, was Akbar zich terdege bewust van het concept van religieuze diversiteit. In 1579 gaf hij opdracht voor de bouw van de Ibadat-khana of ‘goddelijk huis’; een plek om de discussie over de islam te vergemakkelijken. Geleidelijk werden ook geleerden uit andere religies, zoals het hindoeïsme, het christendom, het jodendom en het zoroastrisme, bij de dialoog uitgenodigd. 

Zo veranderde de Ibadat-khana in een academie waar geleerden elkaar ontmoetten, bespraken en samenwerkten bij het vertalen of produceren van teksten. De debatten waren niet altijd vreedzaam; met heilige teksten in de hand, beschuldigden en bedreigden geleerden elkaar, en daagden ze elkaar zelfs uit om het vuur in te gaan om te testen of God hen en hun boeken zou redden.’ 

Peace with All
Door de Ibadat-khana leerde Akbar over verschillende religies, maar ook over de waanzin die ze konden creëren als ze blindelings gevolgd werden, aldus Huseini. Akbar realiseerde zich dat zogenaamde verdedigers van religie hun eigen politieke en economische agenda’s hadden en hun religieuze autoriteit misbruikten om deze veilig te stellen. Hij selecteerde een groep geleerden, meestal met een filosofische benadering, om zijn nieuwe politieke ideologie te formuleren; een theorie die bekend werd als Sulh-i Kull: ‘Peace with All.’ 

Akhlaq (ethiek) predikte dat men moet nadenken over ‘het Zelf’ en de verworvenheden ervan, en benadrukte dat verschillen een essentieel onderdeel zijn van de schepping en als zodanig moeten worden aanvaard en gerespecteerd. In het reine komen met deze realiteit zou leiden tot vrede met ‘het Zelf’, wat op zijn beurt zou leiden tot vrede met anderen.’

Religieuze harmonie
Volgens Huseini was het experiment van Akbar succesvol omdat het de zeer diverse Indiase samenleving in staat stelde drie eeuwen na hem in religieuze harmonie te leven, met zeer weinig incidenten die het evenwicht verstoorden. 

De politieke ideologie van ‘Vrede met allen’ werd een kwestie van trots voor de Mughal-keizer, die de Safavid- en Oezbeekse koningen en de westerse geleerden aansprak dat ze diversiteit in de menselijke samenleving moesten accepteren en respecteren.’

Zie: Het Mughal-experiment met islamitisch extremisme: een zestiende-eeuwse les voor vandaag (Leiden Islam Blog – Universiteit Leiden)

Beeld: World History Encyclopedia Het hof van Mughal-keizer Akbar (omstreeks 1556-1605 CE). De man in het gele gewaad wordt geïdentificeerd als de zalige Rodolfo Acquaviva, SJ (2 oktober 1550 – 25 juli 1583). Hij was een Italiaanse jezuïet-missionaris en priester in India die van 1580 tot 1583 het hof van Akbar de Grote diende. Hij werd gemarteld in 1583 en zalig verklaard in 1893. (Info: nl.qaz.wiki) (Schilderij door een onbekende kunstenaar, 1847 CE.)
Update 21092024

Een wereld zonder natuur is geen wereld

Krijgt de natuur een stem in het politieke debat? De beroemde Franse filosoof en socioloog Bruno Latour kwam begin jaren ’90 al met het vernieuwende idee om ecologie te politiseren. De natuur heeft een democratische stem zo stelt hij. Hoe moet deze gedachte leiden tot een andere omgang met alles wat niet-mens is? –  De ‘wetenschapsantropoloog’ hield eind 2020 bij Radboud University een ‘indrukwekkend verhaal met een verontrustende boodschap, gebracht op een indringende en wetenschappelijk verantwoorde wijze.’ Over het Parlement van de Dingen, over Gaia en de representatie van niet-mensen.

Latour* wil met zijn ‘parlement van de dingen’ niet letterlijk een stem geven aan alles wat niet-menselijk is, maar een stem geven aan wetenschappers die de belangen van bijvoorbeeld de Noordzee vertegenwoordigen.

Er zou een plek moeten komen in ons politieke systeem waar ook belangen van niet-mensen vertegenwoordigd zijn. De stem van niet-mensen wordt al door allerlei partijen verwoord, zoals wetenschappers, kunstenaars en burgers. Ook politici spreken niet alleen over mensen, maar net zo goed over (niet-menselijke) dingen. Dit is alleen niet geïnstitutionaliseerd. De basis waar Latour in zijn boek voor pleitte was dan ook het creëren van een institutionele orde waarin ook stemmen van niet-mensen zichtbaar zijn. Dat is hoe Latour zijn parlement der dingen zich in de jaren 90 voorstelde.’
(Radboud Reflects, Radboud University)

Terugvechten
L
atour kan zich een sociaaldemocratische orde voorstellen die uitgebreid wordt naar niet-mensen. Hij trekt ook een parallel naar mensen: een parallel met ons slavernijverleden. Ook toen hebben we geen rechten toegekend aan slaven. Ze kwamen in opstand en eisten hun rechten op. Hij verwacht dat niet-mensen ook zullen ‘terugvechten’.

We moeten dealen met iets compleet onverwachts, namelijk dat niet-mensen hun plek gaan opeisen in ons grondwettelijk fundament.’ Dit zal volgens Latour leiden tot een nieuw klimaatregime: ’Ik gebruik opzettelijk dit woord, met al zijn politieke connotaties.’

‘s Werelds eerste rivier met rechtspersoonstatus
T
er illustratie: in de Correspondent schreef Thijs Middeldorp, oprichter van het Parlement van de Dingen (een publieke ruimte waarin gesprekken, acties en ideeën gevormd kunnen worden over en rond de rol van de mens in de natuur) een artikel in de reeks over Het einde van de mens als maat der dingen over ‘s werelds eerste rivier met rechtspersoonstatus.

Sinds 2014 is de Whanganui-rivier in Nieuw-Zeeland een rechtspersoon: een experiment om de relatie tussen mens en natuur opnieuw vorm te geven. Hoe werkt dit? Ik reisde naar Nieuw-Zeeland en bezocht de rivier.’
(de Correspondent)

Volgens Latour verkeren we niet meer in de positie waarin we ons de vraag stellen of we gul genoeg zijn om rechten toe te kennen aan bepaalde aspecten van de natuur.

We leven in een tragedie.’ Wat de zaak extra complex maakt is dat wij mensen niet allemaal ‘op dezelfde planeet wonen’. We moeten de discussie aangaan met mensen die het niet eens zijn met het feit dat het klimaat van invloed is op ons collectieve leven. De vraag of we niet-mensen moeten opnemen in ons democratisch systeem is voor hen helemaal geen vraag. De uitdrukking ‘agree to disagree’ gaat niet meer op. ‘Het is een mate van tragische achteruitgang die ik in de jaren negentig niet had voorzien.’

Het parlement van de dingen
L
atour verwees naar een eerder uitgevoerd parlement der dingen onder de naam Make It Work. Daarbij waren naast landen ook natuurgebieden vertegenwoordigd door mensen, zoals de Amazone en de Zuidpool. Diplomatische discussies verliepen heel anders, puur vanwege het feit dat er vertegenwoordigers van natuurgebieden aanwezig waren. Filosofie heeft ook fictie nodig, concludeerde Latour, om ideeën te laten landen.

Anno 2020 vraagt het parlement der dingen volgens Latour om een herdefinitie van humanisme. Het gaat niet meer zozeer om de soevereine mens die zijn eigen wetten maakt, maar om een politiek systeem waarin de mens toestemming vraagt aan de rechtmatige eigenaar. ‘Dat is een hele gekke situatie,’ realiseerde Latour zich. ‘Kun je je voorstellen dat we elke keer toestemming moeten vragen wanneer we de Noordzee opgaan om te vissen?’ Gelukkig is dit idee niet nieuw. ‘Er zijn andere culturen waarin dit al lange tijd zonneklaar is.’

Klimaatweekend
Milieudefensie en een nieuw samenwerkingsverband van verschillende religies vragen, vlak voor de verkiezingen, dit Klimaatweekend, vanaf 11 maart 2021, aandacht voor de klimaatcrisis. De Werkgroep Klimaat & Geloof bestaande onder andere uit katholieke, protestantse, joodse en islamitische religieuze organisaties doet dit vanuit een diepgevoelde bezorgdheid over de klimaatcrisis. Ook hindoes, boeddhisten en humanisten hebben zich inmiddels aangesloten.

Zie:
The Parliament of Things (Radboud Reflects – met podcastmet YouTube)
Wat als een rivier rechten krijgt? (de Correspondent)
* Gelovigen organiseren Klimaatweekend in aanloop naar de verkiezingen



P.S. De titel van dit blog is ontleend aan een tweet van Greta Thunberg (foto: Twitter) van 3 maart 2021.

We’re today discussing a #WorldWithoutNature as if it meant that “our children won’t be able to see pandas in the future” or that “we won’t be able to eat certain types of food”. A world without nature is no world. Stop separating “humans” and “nature”. Humans are part of nature.
(Greta Thunberg)

* Bruno Latour schreef vele boeken over techniek en klimaat, zoals Oog in oog met Gaia (2017) en We zijn nooit modern geweest (2016). November 2020 verscheen de bundel Het parlement van de dingen – over ecologie en de representatie van niet-mensen, met een vertaling van de belangrijkste teksten van Bruno Latour over het parlement van de dingen en ecologie.

Foto: De Whanganui rivier heeft voortaan rechten | Fotocredit: whanganuidlf Flickr via Compfight cc. | ‘Nieuw-Zeelandse rivier krijgt rechten. Na een strijd van 170 jaar heeft de Whanganui rivier in Nieuw-Zeeland als eerste locatie ter wereld rechten gekregen, dankzij een wet die is aangenomen door het parlement. De rivier kreeg de juridische status van een levend wezen.’ (AnimalsToday)