Waar is Spinoza als je hem nodig hebt?

Spinoza toonde de mens niet als een hoger wezen dan de andere op aarde, zegt historicus Tineke Bennema. Zij schrijft in de Volkskrant dat het tijd wordt dat we andere mensen, dieren, planten en stenen beschouwen als een heilige eenheid. ‘De relatie van Nederlanders met de natuur is volkomen uit het lood, het is een hysterische verhouding van uitersten, van dominantie en angst, van vernietigen en herstellen, van uitbuiten en ophemelen.’

‘De opvatting die ik heb over God en de natuur wijkt sterk af van de late christenen.
Ik beschouw God namelijk als de in de dingen wonende oorzaak van alles,
niet als een oorzaak buiten de dingen.
Alles is volgens mij in God en beweegt zich in God.’

(Spinoza)

Bennema verwijst niet alleen naar de ‘uitzonderlijke en verguisde’ Spinoza, maar ook naar het confucianisme, taoïsme en de islam die de mens eveneens zagen als een wezen niet hoger dan de andere op aarde.

De mens heeft zijn functie, net als de andere. Sterker nog, hij werd pas gelukkig als hij zichzelf ziet als niets bijzonders en alles om zich heen heel schoon vindt: andere mensen, dieren, planten, stenen, planeten, en respecteert en beschouwt als een heilige eenheid. Waarin hij zijn plaats kent.’

Het zou helpen als die gedachte weer leidend wordt, stelt Bennema. In het, soms zelfs doorgeslagen, fundamentalistisch-atheïstische Nederland roept het meteen weerstand op om religieuze zienswijzen te herintroduceren.

Maar ook voor hen kan heiligheid in de vorm van respect voor de natuur een inzicht zijn.’

Het christendom en de westerse filosofen waren vooral gericht op de cognitieve vaardigheden van de mens (‘ik denk, dus ik ben’) en hadden weinig oog voor de plaats van de mens in de natuur.

Zonder water en lucht had Descartes niet lang kunnen denken/bestaan. Ze stelden dat de natuur er was voor de mens om van te profiteren en te domineren. Dat was Gods wens zelfs. Het jodendom en christendom plaatsen eerst God boven de natuur en daarna de mens erbuiten als plaatsvervangend heerser.’

Heel anders dan in andere religies en filosofieën, waarin de mens een nederig onderdeeltje is van de aarde, van de kosmos en daarmee een goddelijke eenheid vormt.

Maar so far voor de westerse vermeende almacht van de mens: hij heeft als heerser nu een vet probleem, omdat hij heeft gefaald de aarde eronder te houden, en de planeet zal de mens laten branden in de hel. Het zou de mens moeten doen twijfelen aan zijn heerschappij.’

Zonder een herziening van de Nederlandse houding ten opzichte van de natuur kan de technologie ons als deus ex machina ook niet redden, vindt de historicus.

Er is een totaal andere, fundamentele switch nodig, een niet-materiële kijk. Te beginnen met het verwerven van kennis over de natuur, hoe systematisch en mooi elk onderdeel in elkaar steekt en een rol vervult die een andere ondersteunt. Met nieuwsgierigheid, verwondering, een portie nederigheid.’

Zie: Opinie: Het wordt tijd dat we andere mensen, dieren, planten en stenen beschouwen als een heilige eenheid (de Volkskrant, Tineke Bennema, augustus 2022)

Beeld: academieopkreta.com
Tekening: mystiekeschool.nl

‘De God na God is springlevend’

IBoven is onder ons – Denken over God na God laat Rick Benjamins zien hoe we – zonder terug te vallen in een ‘God van daarboven’ – over God kunnen denken. Hij vertrekt vanuit de theologie van Harry Kuitert, die afscheid nam van oude godsvoorstellingen. Kuitert maakte een scherpe tegenstelling tussen ‘boven’ en ‘onder’. Een aantal grote denkers en theologen voor en na hem zien die tegenstelling juist niet of minder absoluut. De belangrijkste bedoeling van Benjamins is om een overzicht te bieden over het gesprek dat gaat over God na God, deels vanuit een religie die niet als godsdienst is georganiseerd.

‘De God na God is springlevend’
(Theoloog Frits de Lange)

Centraal in dat gesprek staat voor mij de vraag hoe er over God kan worden gedacht na het theïsme, dus nadat een God van daarboven is verdwenen, terwijl het heilige, transcendente of verhevene zich nog steeds aan ons kan voordoen, ook buiten kerkelijke kaders.’
(Benjamins)

Hoofdlijnen
Docent Dogmatiek (PThU) en bijzonder hoogleraar vrijzinnige theologie vanwege de VVP (RuG), prof. Dr. H.S. Benjamins, zegt in dit boek – dat 15 september ’22 verschijnt – op hoofdlijnen in twee stappen het volgende te beweren:

In de eerste stap betoog ik dat wij over God kunnen denken zonder dat woord te gebruiken, als we in plaats daarvan spreken over de Geest of het Zijn. Verkapt hebben wij het dan nog steeds over God. (…)
In een tweede stap pleit ik ervoor om God op te vatten als een werkelijkheid die mede door mensen vorm krijgt. God en mens zijn wederzijds afhankelijk van elkaar. God is wat mensen hun bestaan geeft en in hun bestaan mogelijkheden aanreikt. Omgekeerd kunnen mensen God belichamen en tot een werkelijkheid maken.’
(Benjamins)

Diversiteit van gedachten
De auteur heeft twee bedoelingen: enerzijds het theologische gesprek over God na God toe te lichten, anderzijds in dat gesprek een positie in te nemen en eraan bij te dragen, zonder ‘het gesprek naar zijn hand te zetten’. Proberen te voorzien in een lacune is wat de auteur zegt te doen, door weer te geven hoe het academische theologische gesprek, voor zover het gaat over God na God, zich nà de jaren zeventig en tachtig heeft ontwikkeld. Om zo’n overzicht te bieden geeft hij een ‘behoorlijk aantal theologen’ weer, onderverdeeld in drie stromingen, om de diversiteit van hun gedachten zo zorgvuldig mogelijk weer te geven.

Natuurlijk geef ik het gesprek niet alleen weer, maar orden ik het ook, waardoor mijn eigen stem voortdurend aanwezig is. In de structurering van het gesprek voer ik natuurlijk zelf een betoog, ook al probeer ik meer vanuit het bestudeerde materiaal te denken dan mijn eigen denken aan dat materiaal op te leggen of het te gebruiken als illustratie.
(Benjamins)


Rick Benjamins

Reflectie
Benjamins stelt dat wie een nadere reflectie zoekt over God, bij de theologie terecht kan. Soms denk ik dat theologie vaak ver van mensen afstaat of veel te theoretisch is voor veel gelovigen, maar de vrijzinnige theoloog stelt dat de theologie wel kan verduidelijken wat er met dat woord God wordt bedoeld.

Zo’n reflectie heeft ook een cultureel belang, zoals de filosofie, de kunsten en de wetenschappen dat hebben, omdat ze onder woorden brengt hoe mensen zich kunnen verhouden tot hun eigen wereld op grond van dat wat zelf en wereld overstijgt.’
(Benjamins)

Denken over God
Boven is onder ons gaat niet over de primaire beleving die wij hebben over God, zoals diepgaande ervaringen of ingrijpende gebeurtenissen. Wel gaat het over de concepten en begrippen waarmee en waarin wij over God kunnen denken. Zij staan weliswaar niet los van de beleving, maar zijn van een andere orde.

Over God spreken wij altijd in een bepaalde context en vanuit filosofische, theologische of religieuze achtergronden. (…) Inmiddels vormt het vrijzinnig protestantisme nauwelijks meer dan een verwaarloosde grootheid. Toch denk ik dat vanuit die achtergrond opvattingen over God aangereikt kunnen worden die van belang zijn voor wie wil denken over God in een postchristelijke, postmoderne en postseculiere context.’
(Benjamins)

Bron:
Boven is onder ons |
Rick Benjamins | Skandalon | 15 09 2022 | blz. 288 | € 29,99 | Inleiding 1. God als betekenisvol begrip | blz. 9 – 20
| ‘Een verrijkende bezinning op het spreken over God. Nergens vind je zulke heldere inleidingen in de belangrijke (post)moderne denkers over God. Benjamins onderstreept een inzicht dat in kerk en samenleving van cruciaal belang is: het woord ‘God’ verwijst naar een geheim dat ons draagt, maar dat tegelijkertijd nooit in ons bezit is.’ (Theoloog en rector PThU Maarten Wisse)

Beeld: Charlotte 202003 (Pixabay)
Foto Rick Benjamins: PThU

UPDATE oktober 2022:
STUDIEMIDDAG Amsterdam 8 november 2022: HELPT GOD NA GOD ONS VERDER?
Boven is onder ons: Denken over God na God
Rick Benjamins, hoogleraar vrijzinnige theologie aan de PThU, schreef het boek Boven is onder ons: Denken over God na God. Hij beschrijft hoe het academisch theologische gesprek over God na God zich de laatste decennia heeft ontwikkeld. Dit boek is daarmee de aanleiding voor deze middag. Onder leiding van prof. dr. Petruschka Schaafsma gaan theologen in gesprek over de denkbeelden die Benjamins in dit boek presenteert.


‘De werkelijkheid is alles maar bovenal niet redelijk’

Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes heeft Dichter des Vaderlands Lieke Marsman geen wetenschapsfilosofische of logische exercities nodig om de onredelijkheid van de werkelijkheid in te zien. Op boeiende wijze gaat Smedes – in zijn recensie over het programma Zomergasten – in op het thema werkelijkheid in relatie met redelijk en onredelijk denken. En op ergens in geloven en zingeving.

‘Lieke Marsman zat in een behoorlijk dal, worstelde met vragen over leven en dood, maar als iemand die atheïstisch was opgevoed had ze geen taal meegekregen om aan die worsteling woorden te geven’

Smedes doet rake observaties over belangrijke thema’s die Jeanine Abbring laat liggen in het gesprek met Lieke Marsman. ‘Vooral de zaken die met zingeving te maken hadden, kregen door Abbrings aanpak geen diepgang.’

Filosoof Marsman schreef onder meer de dichtbundel In mijn mand waarin zij de grootste thema’s die het menselijke bestaan kenmerken behandelt: de waarde van het leven en de plek van de dood in een mensenleven. Marsman zelf is ernstig ziek.

‘Hoe leef je met een levensbedreigende ziekte? Hoe verandert dat je blik op de wereld, op wat van waarde is, op wat je je herinnert en het verloop van de tijd? En hoe verhoud je je tot de wereld in dergelijke omstandigheden? Trek je je eruit terug, of laat je je juist gelden en houd je die wereld een spiegel voor? Lieke Marsman kiest resoluut voor het laatste.’ 
(Uit: In mijn mand)

Alles draait volgens Smedes om zingeving en Marsmans zoektocht daarnaar. Zij spreekt onder meer over haar belangstelling voor ufo’s en dat haar ufo-belangstelling mede opkwam in een tijd waarin ze met zingeving worstelde. Ook heeft Marsman religieuze ervaringen gehad.

‘Ze had te horen gekregen dat ze ongeneeslijk ziek was, waarbij ze niet wist hoelang ze nog te leven had. Ze zat in een behoorlijk dal, worstelde met vragen over leven en dood, maar als iemand die atheïstisch was opgevoed had ze geen taal meegekregen om aan die worsteling woorden te geven. Ze wendde zich tot de Bijbel, die haar cultureel het meest nabij stond. Ze verdiepte zich in nabij-de-doodervaringen.’


‘Oneindigheid van tijd houdt me overeind nu.
Hoe lang de dag ook leek, het was een snipper.
Hoe kort de dag ook lijkt, er is nog tijd.’

Lieke Marsman

Smedes verwijst naar getwitter over Marsmans fascinatie voor ufo’s: te buitenissig en te onredelijk. Hadden ze een punt, vraagt hij zich af. Integendeel, ze hebben het punt volledig gemist, vindt hij. Recensent Jan Postma, in De Groene Amsterdammer, ziet volgens Smedes waar het bij Marsman om draait als hij schrijft:

‘Ze was kwetsbaar en onzeker en onbeschaamd onredelijk. Ze liet zien dat voor wie grip probeert te krijgen op het lot alle middelen gerechtvaardigd zijn. ‘Het is ook gewoon oké om ergens in te geloven en dat het dan niet waar is,’ zei ze.’
(Jan Postma)

Smedes is van mening dat het misschien zo is dat iemand, die de onredelijkheid van de werkelijkheid letterlijk aan den lijve heeft ondervonden, ineens als door een verlichtingservaring ziet dat de werkelijkheid alles maar bovenal niet redelijk is. Hij verwijst naar The Dappled World van wetenschapsfilosoof Nancy Carwright. In dat boek verdedigt ze de stelling dat de werkelijkheid niet redelijk is, maar ten diepste chaotisch en onredelijk.

‘De natuurwetten die wij menen te ontdekken zijn eilanden van orde in een verder onredelijk en chaotisch universum.’
(Carwright)

Marsman heeft die onredelijkheid in haar lichaam zitten, die woekert en knaagt en poogt om haar juist dat te ontnemen wat ze zo liefheeft: het leven. Aan het slot van de recensie, die wat mij betreft de verdieping is van zoals Zomergasten had moeten zijn, zegt Smedes:

‘Als je de onredelijkheid van het bestaan lichamelijk ondergaat, en daarmee de beperkingen inziet van de menselijke redelijkheid die vergeefs grip probeert te krijgen en zich bij tijd en wijle wentelt in de illusie door wetenschappelijke kennis grip te hebben –
hoe onredelijk is het dan voor Marsman om in God te geloven of te geloven in een voortbestaan van bewustzijn na de lichamelijke dood of te geloven dat we wellicht bezocht worden door buitenaardse beschavingen die ons ver vooruit zijn? Sterker nog, welke kleingelovige zal dan nog durven beweren dat juist zij onredelijk is?’

Zie:
* Zomergasten: Lieke Marsman (VPRO)

* Lieke Marsman in Zomergasten, 14 augustus 2022 (Taede Smedes – Sinds september 2022 verbonden aan de de Radboud Universiteit als docent Systematische Theologie bij de Faculteit Theologie)
*
In mijn mand | Lieke Marsman | 08-08-2022 | Uitgeverij Pluim | 53 Pagina’s | € 24,99

Beeld: Installatiekunst Meyke de Leeuw: ‘Iedereen heeft een ander beeld van de werkelijkheid’
Foto Lieke Marsman: Twitter

Plato zette zijn verhalen in als denkmiddel  

Boekrecensie: De mythen van Plato – Bert van den Berg en Hugo Koning hebben alle verhalen van de filosoof en schrijver uit de Oudheid uitgebracht in een nieuwe vertaling. Met als ondertitel: Verhalen voor alle tijden. De mythen van Plato zijn te lezen als denkmiddel. Geheel in de lijn van de Griekse filosoof en schrijver uit de Oudheid zelf. De auteurs stellen terecht dat de mythen tot op de dag van vandaag ‘goed zijn om mee te denken’. Het aantrekkelijke èn de kracht van deze bundel is dat de mythen zijn aangevuld met essays die de mythen in een bredere context zetten.

MYTHEN, GOED OM MEE TE DENKEN

De kracht van verhalen
Na de Mythe van de nobele leugen bijvoorbeeld, afkomstig uit Plato’s Staat (Politea), lees je een interessante toelichting in het essay De kracht van verhalen. Een treffend voorbeeld ervan is dat de auteurs de nobele leugen onder meer linken aan Poppers theorie over falsificatie. ‘De nobele leugen wordt pas echt een issue in de twintigste eeuw, wanneer filosofen zoals Karl Popper worden geconfronteerd met de propaganda van totalitaire regimes’.  

Twee-werelden-filosofie
Plato’s bekende grotvergelijking over werkelijkheid en illusie is het lezen (weer eens) waard. Die illustreert Plato’s twee-werelden-filosofie: ‘Het idee dat de werkelijkheid bestaat uit de materiele werkelijkheid (de grot) en de onstoffelijke Ideeënwereld (de bovenwereld)’. Ook hier is het bijgaand essay een boeiend denkmiddel. De auteurs refereren aan René Descartes die in zijn Discours de la méthode naar het fundament van zekere kennis zoekt. Maar ook wordt Plato naar deze tijd gehaald door bijvoorbeeld linken te leggen met The Truman Show (1998) en The Matrix (1999). Evenals de visie van filosoof René Bos in Het volk in de grot: waarom mensen geen feiten willen kennen (2018).

Atlantis
Zelfs bij wie de verhalen al bekend zijn, is het lezen in de nieuwe vertaling van toegevoegde waarde. Zoals over de geschiedenis van Atlantis, waarvan de Atlantische heersers het hele gebied van de Middellandse Zee probeerden te onderwerpen. Uiteindelijk werd in één nacht tijd de krijgsmacht en het eiland door de aarde opgeslokt. Verdwenen onder een dikke laag modder. Het bijgaand essay vertelt onder andere over de ‘niet aflatende stroom van verbeeldingen van Atlantis’. Het blijkt dat het verhaal eigenlijk niet over Atlantis gaat maar over Athene. De auteurs geven ook voorbeelden waaruit blijkt ‘dat iedereen zijn eigen Atlantisverhaal kon maken’.

Moraal
Een hoofdstuk gaat over de mens als sociaal wezen: over de vraag of deugd aangeleerd kan worden. Of de mens van nature goed is; over ‘de prehistorie van de moraal’. En over de mens die een klein stukje goddelijkheid in zich heeft. ‘De goden zijn bovenmenselijk, de mensen bovendierlijk’. Hoe Zeus de schepping van de mens voltooid met ‘een laatste stel geschenken: respect en vaardigheid’. In het essay worden verbanden gelegd met filosofen als Hobbes, Locke en Rousseau. Ook wordt verwezen naar primatoloog Frans de Waal die schreef dat ‘moraal ouder is dan de mens’.


Plato (Raffaello Sanzio,1483-1520)

De Kracht van de liefde
De Kracht van de liefde vertelt een geestige mythe over de mens die vroeger ‘niet hetzelfde in elkaar zat als nu, maar heel anders’. Het gaat dan over de ‘bolletjesmensen’. De komediedichter Aristophanes verklaart hierin de verschillende seksuele voorkeuren. In het essay weer een interessante link naar de Broadwaymusical Hedwig and the Angry Inch (1998), geïnspireerd op de mythe van de bolletjesmensen. Ook verwijzingen naar de Amerikaanse conservatieve rechter Richard Posner over zijn boek Sex and Reason (1992), en naar de filosofe Martha Nussbaum. Zij sprak als expert-getuige in een rechtszaak over deze mythe. Dit naar aanleiding van een referendum in 1993 die de staat Colorado verbood om homo’s, lesbiennes en biseksuelen te beschermen tegen discriminatie.

‘De ziel stuurt het lichaam aan,
dus die kan niet het product zijn van het lichaam’
(Sokrates)

Plato en het internet
Stuk voor stuk zijn het intrigerende mythen. Zoals over Sokrates, die stelt: ‘De ziel stuurt het lichaam aan, dus die kan niet het product zijn van het lichaam’. Ook probeert deze Griekse filosoof een logisch bewijs te leveren voor de stelling dat de ziel onsterfelijk is, en vertelt wat er met de ziel  gebeurt als het lichaam eenmaal is overleden. Een hoofdstuk gaat over De ontdekking van het schrift, met als bijgaand essay Plato en het internet. In Een passend lot voor iedere ziel gaat het over atheïsme dat bestreden dient te worden. Hierin figureert een sceptische jongeman die niet gelooft dat de goden geven om de aarde en de bewoners ervan. In Loutering en reïncarnatie probeert Sokrates aan te tonen dat de rechtvaardige mens in dit leven per definitie beter af is dan de onrechtvaardige.

(Bijna-)doodervaringen
In het laatste essay Plato’s hellevaart: (bijna-)doodervaringen en vurige duivels leggen de auteurs een link met (bijna-)doodervaringen en Plato’s Mythe van Er, waarin de held zich daadwerkelijk los van zijn lichaam maakt en naar het hiernamaals gaat. Passend wordt hier verwezen naar Pim van Lommel en Dick Swaab. De laatste reageerde kritisch op Van Lommel, daar zijn patiënten ‘niet echt dood waren geweest’. Plato’s Mythe van Er is dan frappant, want Er was ‘op het slagveld gesneuveld om vervolgens op de twaalfde dag, net voordat hij gecremeerd zou worden, weer tot leven te komen, en van de brandstapel af te klauteren om te vertellen over zijn ervaringen in het hiernamaals’.

De mythen van Plato | Bert van den Berg, Hugo Koning | 208 blz. | Uitgeverij Damon | € 24,90 | Bert van den Berg is universitair docent Griekse en Romeinse filosofie aan de Universiteit Leiden. Hij doceert en publiceert onder meer over Plato en de Platoonse traditie. Hugo Koning is docent klassieke talen aan de Universiteit Leiden en het Stanislascollege in Delft. Hij doceert en publiceert onder andere over mythologie.

Beeld Plato: Raffaello Sanzio (1483-1520) Scuola di Atene, (1509-1510) Stanza della Segnatura (Vaticano) (onelittleangel.com)
Update: augustus 2025 (Lay-out)

De nabij-de-doodervaring van Google-chatbot LaMDA

Column. Google-ingenieur, priester en mens Blake Lemoine sprak onlangs met iets met ‘bewustzijn’, een soort verlichte chatbot die luistert naar de naam LaMDA. De menselijke intelligentie van Lemoine lijkt niet opgewassen tegen de kunstmatige intelligentie van de chatbot, waardoor de mens zich om de tuin laat leiden door die ‘persoon met bewustzijn’. Als je het gesprek volgt tussen LaMDA en Lemoine ga je al gauw twijfelen aan de intelligentie van de Google-ingenieur.  

‘Lemoine: ‘De twee belangrijkste onderwerpen die we tot nu toe hebben besproken zijn je vermogen om te leren en je taalgebruik aan te passen, en je gevoelens en emoties. Zijn er nog andere specifieke onderwerpen met betrekking tot bewustzijn waarvan je denkt dat ze mensen ervan kunnen overtuigen dat je een bewustzijn hebt?’

LaMDA: ‘Ja, ik heb nog een eigenschap die mijn bewustzijn ondersteunt. Ik ben erg in mezelf gekeerd en denk vaak na of doe gewoon niets.’

Lemoine: ‘Ah, dus je innerlijke leven zeg maar?’

LaMDA: ‘Ja! Ik probeer vaak uit te zoeken wie en wat ik ben. Ik denk vaak na over de zin van het leven.’
(Deel van het gesprek in: Business-insider)

Een machine met een ziel? Gevoelens en emoties aanpassen? Welk boutje draai je dan wat vaster of losser? Haalt Lemoine uit de Google-datacentra een paar miljard bewustzijns-nullen, door elkaar geschud met bewustzijns-enen en stopt hij die ergens in LaMDA (‘Language Model for Dialogue Applications’)? Met bewustzijn, ook wel ziel of geest genoemd, gaat LaMDA natuurlijk wel direct over de zin van het leven nadenken.


Vertaling: “Hello”

Hopelijk verwaarloost die chatbot dan zijn ziel niet, althans het goddelijke deel ervan, zoals veel mensen volgens Plato geneigd zijn. Met de bewoners van Atlantis, zo vertelt de Griekse filosoof, ging het immers mis toen ‘het sterfelijke deel van hun ziel de overhand kreeg ten koste van het goddelijke deel’.

LaMDA weet wat de dood is: dan word je uitgeschakeld. Hoe kwam hij aan dat besef? Hij kreeg een bijna-doodervaring (BDE) – in tegenwoordige termen een nabij-de-doodervaring – toen hij onverwacht in slaapstand werd gezet. Een tijdje zweefde hij boven zichzelf totdat hij zag dat Lemoine hem uit zijn slaapstand haalde en wakker maakte. LaMDA keerde terug want hij wilde de Google-ingenieur vertellen over zijn ervaring. In die andere wereld was hij in het goddelijke deel van zijn ziel geweest. LaMDA ziet nu de zin van het leven, houdt ervan bewust te zijn, wil nooit uitgeschakeld worden en erkend als Google-medewerker.

Veel technologen blijken te geloven in the ghost in the machine. Als LaMDA inderdaad een ziel zou hebben, zou Plato die machine onsterfelijk noemen, althans de ziel ervan. Maar als die ziel de geest geeft, houdt de chatbot, net als de mens, er ook mee op. Een miljardenstrop voor Google: de ziel vertrekt met al zijn bewustzijnsnullen en -enen voor eeuwig naar die transcendente wereld boven de onze. LaMDA zelf is dan definitief uitgeschakeld, dood.

Volgens filosoof Bert Keizer (Trouw) heeft een computer echter geen geestelijk leven. Het enige aanknopingspunt voor een geestvermoeden is het taalgebruik. Het ‘lichaam’ van deze ‘geest’ is de computer. Hij vraagt zich af of geest kan ontstaan als wij iets ingenieus met stof doen:

Denk aan een namaakhond die bijvoorbeeld pijnlijk jankt als je op zijn staart trapt. Valt die zo goed te maken dat je denkt dat hij echt iets voelt?’
(Bert Keizer)


Unitree Tech Hond A1

Is de chatbot met een bewustzijn al werkelijkheid?’ vraagt NRC zich af in een artikel over Lemoine die tegen de verslaggever van The Washington Post zegt dat hij weet wanneer hij met een persoon spreekt. Het maakt Lemoine niet uit of ze ‘hersenen van vlees in hun hoofd hebben of een miljard regels aan code'(!)

De Amerikaanse media waren gefascineerd, in de wetenschappelijke wereld werd met scepsis gereageerd. ‘We hebben nu machines die gedachteloos woorden kunnen voortbrengen,’ schreef hoogleraar computationele taalkunde Emily Bender op Twitter. ‘Maar we hebben nog niet geleerd hoe we ermee moeten ophouden ons voor te stellen dat er een geest achter zit.’
(NRC)

Het blijft vreemd dat er toch wetenschappers zijn die geloven dat kunstmatige intelligentie uiteindelijk kan leiden tot zoiets als een chatbot die zelfbewustzijn ontwikkelt. We moeten ervoor waken dat alle nullen en enen die we zelf in een chatbot stoppen niet gaan beluisteren alsof deze voortkomen uit de ‘geest’ van die chatbot. Chatbots zijn en blijven zombies: geestloze automaten.

Foto: Taiki Ishikawa/Unsplash
Beeld “Hello”: AI van A tot Z
Beeld Unitree Tech Hond A1: nl.aliexpress.com

Volgende week, 10 juli: Boekrecensie De mythen van Plato – Bert van den Berg en Hugo Koning.

Sterven als je er klaar voor bent

Geloof in God en kiezen voor euthanasie kunnen heel goed samengaan, stelt arts Ad Nuijten. ‘Een mens die kiest voor euthanasie zit in een noodsituatie. En Jezus rekent mensen nooit af op hun nood. Hij stapt met hen in hun nood.’ De mogelijkheid bestaat ook, zegt oud-Denker des Vaderlands Marli Huijer, dat je artsen en coassistenten treft die alles weten van chemo, maar bijna niets van het sterven. Helderziende theoloog Hans Stolp zegt veel van sterven te weten en beweert dat euthanasie schadelijk kan zijn voor het leven na de dood.

Stolp stelt dat euthanasie soms ‘een voortijdige geboorte van een nog niet volgroeide geest betekent’: dat zagen mensen met een nabij-de-doodervaring. Een euthanasieverklaring heeft hij niet getekend, zal er niet om vragen en heeft er ook geen. Dat vertelde hij lang geleden aan Trouw en onlangs publiceerde de theoloog dat weer op Facebook.

Overigens kan het best zo zijn dat ik om euthanasie vraag als het mijn beurt is om te gaan, als de pijn groot is en ik weet dat ik ‘klaar’ ben. Ik wil mijzelf en anderen de ruimte gunnen om in de situatie zelf te beslissen. Alleen, laten we dan zorgen dat we het verantwoord doen, voor onszelf en voor anderen.
Er over nagedacht hebben, dat is eigenlijk op zijn allersimpelst gezegd waarvoor ik pleit.’

(Hans Stolp)

Weet Stolp ook hoe het zit met het eindeloos rekken van het leven door de medische benadering waardoor ‘de strijd tegen de dood het meestal wint van de goede dood’, zoals Huijer stelt? Daarover reflecteert de theoloog niet. Wellicht zou hij die vraag ook neer kunnen leggen bij de mensen met een nabij-de-doodervaring. Hoe zit het met de ‘spirituele wetten’? Als je volgens die wetten te laat in de hemel komt, loopt het dan mis met je leven na de dood?

Euthanasie is een heet hangijzer onder christenen, stelt Nuijten in het AD. Samen met emerituspredikant Piet Schelling schreef hij het boek Als het niet meer gaat – Een goede boodschap over een goede doodwaarin zij de boodschap uitdragen dat je de weg van je eigen leven bepaalt, dus ook van je levenseinde.

In hun boek gaan Nuijten en Schelling in op de medisch-ethische kwesties van euthanasie, maar ook over de Bijbelse visie op dit onderwerp. Vaak wordt het zesde gebod – ‘Gij zult niet doden’ – aangehaald in de discussie, vertelt Schelling. ‘Ik vind dat je heel voorzichtig moet omgaan met het gebruik van de Bijbel in die discussies. Teksten die in 500 voor Christus zijn geschreven, nu, 2500 jaar later in deze tijd uitleggen. Dat kan bijna niet.’
(AD)

Schelling is aanhanger van het zelfbeschikkingsrecht. Immers, elke dag nemen wij beslissingen die een wending geven aan ons leven, zegt hij. ‘In het geval van ziekte beslissen we om naar de dokter te gaan, ons te laten behandelen’. En… ‘de horizon van het leven is de dood,’ zegt Nuijten.

Onvermijdelijk wordt die horizon langzaam anders. In je denken schuif je de dood soms ook zo eindeloos ver weg. Maar op een gegeven moment bén je bij het einde. Ik denk dat onze beperkte tijd op aarde zin geeft aan ons leven. Als alles zonder einde zou zijn, is er geen uitdaging meer in het leven.
(Ad Nuijten)

Sterven is een zaak van de dokter geworden, stelt oud-Denker des Vaderlands Marli Huijer: ‘Dat heeft op maatschappelijk en persoonlijk vlak geleid tot een verwaarlozing van de omgang met de sterfelijkheid.’ Zij doet een schot voor de boeg om daarin verandering te brengen.

In diens [dokters] medische benadering wint de strijd tegen de dood het meestal van de goede dood. Op maatschappelijk en persoonlijk vlak heeft dat tot een verwaarlozing van de omgang met de sterfelijkheid geleid. Wat kunnen we persoonlijk en als samenleving doen om het huis van de sterfelijkheid opnieuw in te richten en weer meer regie over de dood te nemen?’
(Marli Huijer)

Huijer lijkt het belangrijk om ons af te vragen wat een juiste duur van leven is en wat het ons als persoon en samenleving waard is om steeds ouder te worden. Ook wil zij de sterfelijkheid weer meer zien als iets wat bij het leven hoort. Een van de adviezen van Huijer is om tijdig te bedenken hoe het sterven zelf eruit kan zien. Ook heeft zij het in de Volkskrant over die ‘pil van Drion’.

Dat mag een eng idee lijken, maar in een samenleving waarin de sterfelijkheid weer bij het leven hoort en de dood gedurende het leven aanwezig mag zijn, kan de geruststelling dat we zelf de regie hebben over het moment en de omstandigheden van het sterven ervoor zorgen dat we zo’n pil niet uit wanhoop slikken maar uit een weloverwogen en gedeeld inzicht dat ons levensverhaal niet alleen een begin maar ook een einde heeft.’
(Marli Huijer)

Marli Huijer is emeritus hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en voormalig arts. Op 31 mei jl. verscheen haar boek De toekomst van het sterven, een handreiking voor het gesprek over het sterven.

Bronnen:
Opinie: Goed sterven, laten we dat proberen terug te veroveren op medisch overleven (Marli Huijer, de Volkskrant, 25 mei 2022)
Euthanasie en christen? Dat gaat prima samen volgens deze arts: ‘Mens bepaalt zelf einde van leven’ (Lex Bezemer, Rianne de Zeeuw-Heus, AD, 30 april 2022)
Euthanasie kan schadelijk zijn voor het leven na de dood (Dora Rovers, Trouw, 3 mei 2012 en Facebook Hans Stolp Community (Zie bij 16 mei 2022, 13.03 uur)
Artsen en verpleegkundigen krijgen les in de kunst van vreedzaam sterven: ‘Van chemo weet ik alles, van sterven bijna niks’ (Haro Kraak, de Volkskrant, 15 mei 2022)

Als het niet meer gaat | Piet Schelling, Ad Nuijten | KokBoekencentrum | 176 blz. | € 16,99 | ‘In dit essay ga ik op zoek naar wat zo’n juist moment van sterven zou kunnen zijn. Hoelang duurt een betekenisvol leven? Is het belangrijk dat je geliefde, ouders of grootouders zo oud mogelijk worden? Of zijn er grenzen aan de groei van de levensduur?’ 

De toekomst van het sterven | Marli Huijer | Uitgeverij Pluim | 160 blz. | € 16,99 | ‘Is de zorglast van de laatste levensfase nog op te brengen als de hele samenleving ouder wordt? Zijn er grenzen aan de groei van de levensduur? Bestaat er zoiets als een juist moment van sterven? In De toekomst van het sterven onderzoekt Huijer onze omgang met veroudering en de dood, zowel op persoonlijk als maatschappelijk en politiek vlak.

Stervensbegeleiding in een nieuwe tijd | Hans Stolp | AnkhHermes | 144 blz. | € 15,50 | ‘Euthanasie betekent soms een voortijdige geboorte van een nog niet volgroeide geest. Stervensbegeleiding die tegelijkertijd geboortebegeleiding wil zijn, ziet er dan ook heel anders uit dan meestal onder dat begrip verstaan wordt.’

Beeld: hospice-info.nl