Fundamentalist? Ik?


‘Vrijheid van levensovertuiging vind ik een van de grondwaarden in onze samenleving,’ zegt filosoof Herman Philipse, de schrijver van het Atheïstisch Manifest (1995). Philipse vindt dat anderen het recht hebben om volgens hun eigen overtuiging te leven. – Religie is volgens hem echter onredelijk. Levensovertuigingen niet, terwijl sommige levensovertuigingen toch echt wel erg onredelijk kunnen zijn. Maar Philipse heeft het niet zo op religie.

Bovenstaand citaat van Philipse is opgenomen in het vorige maand verschenen boek De fundi-factor van Nederland, op zoek naar hedendaags fundamentalisme. Dit boek volgt op een maandenlange queeste van redacteuren van Trouw die op zoek waren naar hedendaags fundamentalisme. ‘De tocht voerde van orthodoxe joden in Nederland, langs een hindoevoorganger in Den Haag die de reputatie heeft ultrafundamentalistisch te zijn, naar bijeenkomsten van ‘nieuwe spirituelen’.

Zelfs zij, bekend om hun ‘alles mag-mentaliteit’, bleken fundamentalistische trekjes te vertonen. Ook ontwikkelde Trouw samen met de Vrije Universiteit een online zelftest, waarin deelnemers hun fundamentalistische gehalte kunnen ontdekken. De resultaten van die test worden in dit boek geanalyseerd door Joke van Saane.’

Pauline Weseman: ‘Het was opvallend om de schrikreacties te horen en lezen van mensen met een hoge score in de Funditest. Fundamentalist? Ik? Mijn indruk is dat de ingevulde antwoorden in de funditest soms meer lijken te zeggen over wie we willen zijn dan wie we werkelijk zijn. Neem bijvoorbeeld de vraag of je jouw levensovertuiging te prefereren vindt boven die van anderen. Een meerderheid van de mensen – 61% – vulde daar ‘oneens’ in.’

Weseman (1972) is journalist, docent en religiewetenschapper. Zij schrijft onder meer voor Trouw en doceert levensbeschouwing in het hoger en voortgezet onderwijs. Haar boek over fundamentalisme verscheen bij uitgeverij Meinema.

Zie Theoblogie:
Een fundamentalist is altijd de ander – door Pauline Weseman

Atheïsme mogelijk dankzij erkenning godsdienstvrijheid

Laat nu het atheïsme juist dankzij de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging bestaansrecht hebben! Nooit zo bij stil gestaan, maar Erik Borgman, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg, met als leeropdracht ‘theologie van de religie, in het bijzonder het christendom’, wel. Godsdienstvrijheid is dus niet alleen goed voor religieus gelovigen.

‘Het was de erkenning van de godsdienstvrijheid die het uitsluiten van atheïsten van maatschappelijke verantwoordelijkheden deed verschijnen als onrechtmatig. Vandaag de dag spreken alle bepalingen daarom over vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en in Nederland krijgt op grond van dit recht bijvoorbeeld het Humanistisch Verbond dezelfde erkenning als kerkgenootschappen en andere religieuze organisaties.’

Aldus theoloog Borgman. Het afschaffen van de vrijheid van godsdienst noemt hij bovendien politiek onverstandig. ‘Hoe kunnen wij van landen met een officiële godsdienst verwachten dat zij mensen met een ander geloof – religieus of seculier – hun rechtmatige vrijheid geven als wij zelf godsdienstvrijheid niet langer erkennen als een grondrecht?’

In Volzin (2011) huivert Borgman van het standpunt van Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn. Zij zeggen in hetzelfde tijdschrift dat het wel een tandje minder mag met de bescherming van de godsdiensten, immers: ‘Geloof is ook maar een mening’. Borgman reageert hierop met te stellen dat ‘de mens een onvervreemdbare vrijheid bezit ten opzichte van welke gezagsinstantie dan ook.’ Ook in Volzin een interview met rechtsfilosoof Wibren van der Burg: ‘Het draagvlak voor anders-zijn wordt steeds minder.’

Zie: Artikel 6 Grondwet – Hoe lang nog?