In naam van God – weer een nederlaag voor het geloof

innaamvangod

Als mensen religie eenmaal beginnen te gebruiken ter rechtvaardiging van haat en het moorden, en zo de meedogende ethiek van alle belangrijke wereldreligies loslaten, zijn zij een koers ingeslagen die staat voor een nederlaag van het geloof.’ Dat zegt Karen Armstrong in haar boek De strijd om God. (The Battle for God, 2000) Nu is de vertaling van Fields of Blood, Religion and the History of Violence verschenen: In naam van God, Religie en geweld

In Frankrijk vond wederom een nederlaag voor het geloof plaats. En nu komt juist de vertaling van Armstrongs boek uit. In 2000 schreef Karen Armstrong (foto: uua.org) in De Strijd om God dat als fundamentalisten radicalere en meer nihilistische geloofsovertuigingen beginnen aan te hangen, dat dit een waarlijk gevaarlijke ontwikkeling vormt voor ons allen. In het nieuwe boek In naam van God wordt gesteld dat religies en hun volgelingen altijd gewelddadig zijn – althans dat een populaire atheïstische claim zo luidt.

karenarmstrong

Karen Armstrong, prominent deskundige op het gebied van wereldreligies, laat echter zien dat de ware redenen voor oorlog en geweld in onze historie meestal weinig met religie van doen hadden, maar veelal sociaal, economisch of politiek van aard waren.’ (Uitgever De Bezige Bij – In naam van God) 

In een reis van de prehistorie tot het heden maakt Armstrong duidelijk dat er naast de kruisvaarder die in de middeleeuwen dood en verderf zaaide en de hedendaagse jihadist, ook altijd een Jezus of Boeddha is geweest, pleitend voor een rechtvaardige en vredige samenleving. Daarmee corrigeert ze het wijdverbreide beeld dat religies schuldig zijn aan het grote bloedvergieten in de geschiedenis. Aan de hand van gedegen onderzoek en in de vorm van een bevlogen betoog maakt de auteur zich sterk voor religieuze ideeën en bewegingen die oorlog en agressie afwijzen en zich inzetten voor gelijkheid, vrede en verzoening.’ (DBB) 

Hendrik Spiering gaf gisteren in de NRC (illustr.) een recensie van het nieuwe boek van Armstrong.  Ongewild komt het volgens hem precies op het juiste moment, de vertaling van het nieuwste boek van godsdiensthistorica Karen Armstrong, over godsdienst en geweld.

geefreligiemaarweerdeschuld

De wereld is nog steeds in shock over twaalf brute moorden in Parijs: ‘om de profeet te wreken’ – een evident religieus motief. Toch? Nee. Het hele boek van Armstrong, dat begint bij de Sumeriërs en eindigt bij Afghanistan, Irak en Osama bin Laden, is één lang pleidooi om genuanceerder te denken over religie en politiek. En om verder te kijken dan de eigen tijd.’ (Henk Spiering) 

Een onverwacht mooi boek, noemt Spiering In naam van God. Armstrong zegt hierin dat het doden van burgers als taboe geldt in de islam.

Ze legt uit wat ook elders in verstandige analyses is te lezen: de huidige terroristen hangen een uitgeklede, fundamentalistische islam aan waarin de overgrote meerderheid van moslims in heden en verleden zich niet kan herkennen. Het doden van burgers geldt als een taboe in de islam. Niet dat islamitische staten zich daar aan hielden, verre van dat, maar als er tegen geprotesteerd werd, was dat altijd met religieuze argumenten.’  (HS)

In het nawoord van In naam van God schrijft Armstrong dat als we worden geconfronteerd met het geweld van onze tijd, het een natuurlijke reactie is om ons innerlijk hard te maken tegen het leed en de ontberingen in de wereld, die ons een ongemakkelijk, depressief en gefrustreerd gevoel geven.

‘Maar we moeten een methode vinden om over de verontrustende feiten van het moderne leven na te denken, of we zullen het beste deel van ons mens-zijn verliezen. Op de een of andere manier moeten we een methode vinden om te doen wat religie – in haar beste vorm – eeuwenlang heeft gedaan: een mondiaal saamhorigheidsgevoel opbouwen, een gevoel van eerbied en ‘gelijkmoedigheid’ voor iedereen cultiveren, en de verantwoordelijkheid nemen voor het leed dat we in de wereld zien. Geen enkele staat in de geschiedenis, hoe imposant de prestaties ook zijn geweest, is gevrijwaard gebleven van de smet van de krijger. We zijn allemaal, zowel religieuzen als seculieren, verantwoordelijk voor de huidige toestand van de wereld.’ (Uit: In naam van God)

Karen Armstrong | In naam van God. Religie en geweld | Vertaling Albert Witteveen | De Bezige Bij | 548 blz. € 29,90 | Amazon.nl e-book: € 19,90

Zie ook: Geef religie maar weer de schuld 
Update 20 11 2024 (Lay-out / links)

God bestaat, maar is hij ook een goede God?

God
wordt in de traditie van het monotheïsme begrepen als een goed wezen. En hoe zit het dan met het kwaad dat mensen elkaar aandoen, ook in een tijd van vrede op aarde? Volgens filosoof Emanuel Rutten overvalt en ontmoedigt ons het lijden van vele mensen in deze wereld. Hij vertelde hierover in de lezing Is door het enorme lijden in de wereld geloof in een goede God onredelijk?

‘Woorden schieten vaak tekort bij de afschuwelijke berichten die ons bijna dagelijks in de media bereiken. Hoe kunnen we dit redelijk verenigen met een geloof in een goede God? Als God goed is, waarom is er dan zoveel lijden in de wereld?’ 

De lezing hield Rutten eind november 2015 in Theater Brinkhuis in Laren. Hierin vertelde hij onder meer dat atheïsten het argument van het kwaad gebruiken tegen het bestaan van God. Tegen het bestaan van een goede God dan. Hij vindt dit niet geheel ten onrechte, want slechts weinig gelovigen zullen beweren nooit te worstelen met de vraag hoe een goede God al dat lijden in de wereld kan laten voortduren.

De mens koos voor het kwaad
Volgens Rutten is het enorme lijden in de wereld geen overtuigende reden om te denken dat God niet goed is. Hij argumenteert voor de goedheid van God, ondanks alles. Het blijkt dan dat de mens naar zichzelf moet kijken: we keerden ons van Hem af en kozen voor het kwaad, met onze vrije wil. Maar God is toch de grond en oorsprong van de mensheid? Het is het vraagstuk van de theodicee.

‘Het is dus de mens zelf geweest die het kwaad in de wereld heeft gebracht. God gaf ons vrijheid en liet ons zo de keus. En wij kozen in volle vrijheid het kwaad. We zijn daarom zelf verantwoordelijk, aldus het antwoord van Genesis.’

En Gods liefde voor de mensheid?
De filosoof haalt Gijsbert van den Brink aan, die de zondeval erbij betrekt. Volgens Van den Brink werd daardoor iets in gang gebracht dat uiteindelijk ontaardde in het radicale kwaad in de wereld.

‘Maar de vraag blijft waarom God het enorme lijden van de mensheid hier op aarde dan laat voortduren. Is dat te rijmen met zijn goedheid? Juist het christendom is toch een geloof waarin Gods liefde voor de mensheid centraal staat?’ 

emanuelrutten

‘Zelfbewuste antonome vrije wezens’
Een wereld met bewuste wezens zonder lijden lijkt dus inderdaad, los van de vraag of ze vrij zijn, onmogelijk, stelt Emanuel Rutten (foto: Relifilosofie). Het lijden kan deel hebben aan het in vervulling laten gaan van het goede zelf, en ook geestelijke groei kent vaak lijden. Bovendien is een wereld als schepping van God onvermijdelijk minder volmaakt dan God zelf.

‘Omdat het goed is dat er zelfbewuste autonome vrije wezens zijn die beschikken over rede en gevoel, omdat het goed is dat deze wezens in vrijheid kunnen kiezen voor het goede, omdat het goed is dat er in vrijheid voor het goede kan worden gekozen.’

Bijbelverhaal van Job
In zijn artikel speurt Rutten verder naar antwoorden, onder meer met de film Tree of Life van Terrence Malick uit 2011 en het Bijbelverhaal van Job. Maar ook benadert hij het kwaad dialectisch, vanuit het oogpunt van de Duitse filosoof Hegel en de Franse filosoof Alain Badiou. George Bataille en Rudolf Otto komend eveneens aan bod.

peanuts2

Waarom God niet af en toe ingrijpt
Dan vraagt Rutten zich af waarom God dan niet af en toe ingrijpt om het lijden van iemand te verzachten of zelfs op te heffen. Dit zou leiden tot een wereldbeeld waarin God voortdurend overal aan het ingrijpen is om ons lijden te verzachten of op te heffen. Een dergelijke wereld is existentieel echter niet leefbaar.

‘Wij zouden niet werkelijk vrij zijn. We zouden niet echt moreel significante keuzes kunnen maken. We zouden in een soort toy universe leven. God zou zich alleen maar bezighouden met het creëren van een comfortabele omgeving voor ons, net zoals wij dat doen voor onze huisdieren.’ 

Wij zijn niet Gods huisdieren
Volgens Rutten is dit in tegenspraak met de idee dat God de mens juist vrijheid wilde geven om autonoom moreel significante keuzes te maken. En onze vrije morele keuzes kunnen alléén significant zijn indien ze ertoe doen, wat in een wereld waarin onze handelingen nooit ernstige consequenties kunnen hebben niet zo is.

‘Merk hierbij op dat het in vrijheid kunnen kiezen voor het goede inderdaad een zeer groot goed is. Want als God zelf noodzakelijk bestaat en maximaal goed is, dan heeft God zelf deze vrijheid niet. Het ligt daarom voor de hand om te denken dat God juist deze mogelijkheid zal willen realiseren en precies daarom geen toy universe tot stand brengt. Wij kregen dus werkelijke verantwoordelijkheid. De zorg voor elkaar werd ons echt toevertrouwd. Maar dit in ons gestelde vertrouwen is alleen oprecht als God niet voortdurend overal ingrijpt zodra er gevaar is. Wij zijn niet Gods huisdieren.’ 

Krachtig antwoord op het lijden van de mens
Dit blog behandelt summier het thema. In zijn lezing Is door het enorme lijden in de wereld geloof in een goede God onredelijk? gaat Rutten hier uitgebreid op in; het lezen ervan is de moeite waard. Het komt er op neer dat de filosoof acht argumenten voor Gods goedheid voortbouwt op de argumenten voor Gods bestaan. Rutten geeft ook aan wat het krachtige antwoord is op het lijden van de mens, dat ons vanuit de christelijke traditie wordt aangereikt: het kruis als het finale antwoord op de vraag naar het lijden. Hij hoopt dat de lezing aanzet tot verder denken en vragen.

Bron: Is door het enorme lijden in de wereld geloof in een goede God onredelijk?
(pdf Emanuel Rutten)
Illustr: metgezelinzingeving.com
Cartoon: Schulz

Gerelateerd: Hoe God het lijden van de mensheid kan laten voortduren
(Emanuel Rutten – blogspotcom)
Update: maart 2026 (Lay-out)

Spiritualiteit als een vergeten dimensie van religie

DeZanderij (1)
‘Ontmoeting met God of afgestemd zijn op het goddelijke, wat dus bij wijze van spreken op het Centraal Station kan plaatsvinden, maar ook op een stil moment in ons binnenste. Het heet ook wel een zich verbinden met je ziel, om je van daaruit krachtiger te manifesteren in de buitenwereld, dit omdat de ziel zoals we innerlijk weten er juist naar verlangt c.q. (via zijn keuze voor incarnatie) de missie voelt zich te manifesteren op aarde.’

Zo omschrijft antropoloog Hans Feddema religiositeit of spiritualiteit in zijn artikel Religie zonder God lijkt een achterhoedegevecht bij de IKON. Er wordt regelmatig geschreven over religie zonder God, dat net zo onmogelijk klinkt als een vierkante cirkel. Feddema zegt dan ook terecht dat het steeds meer doordringt dat de religiositeit, mystiek en de sterk opkomende postmoderne spiritualiteit, de kern van het menselijk bestaan raakt, namelijk de verhouding met de Oerwerkelijkheid of de relatie met het Absolute.

Er is kortom vandaag sprake van heel ander godsbesef, zoiets van ‘alles in God’ of ‘God in alles’, dus ook in ons als mens. Het ‘heilige’ gebeurt in de wereld, waardoor Godzoekers als Nietzsche niet langer in problemen zijn, maar veeleer een groot deel van de kerken, dat vast blijft houden aan bovengenoemd vrij autoritair godsbeeld ‘op afstand’ en tegelijk aan het beeld van de mens, als in principe ‘zich schuldig en dus klein moetende voelen’.’ 

hansfeddemaHans Feddema (foto: HF) heeft dan ook kritiek op het boek Religie zonder God, van Theo de Boer en Ger Groot (niet te verwarren met het boek met dezelfde titel van Ronald Dworkin) die religiositeit of spiritualiteit vergeten als een dimensie van religie. Liever ziet hij dat we dat we als magiër van ons eigen leven ja zeggen tegen het leven en tegelijk ons gedragen weten door een Dimensie die het aardse overstijgt.

De Boer en Groot hebben het echter niet over beleven, dus over religiositeit, maar vooral of alleen over religie, dat ze zien als een godsdienst met riten en sacramenten, maar waarbij geloof in of stellingen c.q. visies over een bovennatuurlijke realiteit ontbreekt. Het essentiële fenomeen religiositeit, spiritualiteit resp. mystiek/soefisme kom ik bij hen niet tegen.’ 

Volgens Feddema, antropoloog, oud-universitair docent, publicist en initiatiefnemer van het Filosofisch Cafe Leiden, willen de schrijvers van Religie zonder God aan religie blijven doen, maar dan zonder God. Hij doet daar niet aan mee, want hij denkt dat velen met hem juist blij zijn dat ze zich weer verbonden kunnen voelen met ‘het Mysterie in onszelf en in de wereld’.

Een Oerwerkelijkheid, die ik zie als universele Liefde. Blij dat ik door die verbondenheid met de Bron nu van binnenuit aan levenskunst en compassie kan doen zonder het vroegere ‘moeten’ van bovenaf en ook zonder de (te sterke) fixatie op de ‘ik’-individualiteit, waar we vaak mee kampen.’  

Feddema stelt dat mystici wijzen voor het weer contact krijgen met je Bron op de weg naar binnen, dus het afgestemd proberen te raken op het Centrum binnen in ons, ook wel het spirituele hart genoemd.

Gaat het ook bij de al of niet boeddhistische meditatie daar niet om en bij de grote ziener Jezus, wiens geboorte we straks weer gaan herdenken, in wezen eveneens, als hij ons bij voortduring voorhoudt dat Gods koningschap niet ergens ver weg, maar ‘in ons’ is als kracht? Religiositeit of spiritualiteit noem ik dit.’ 

Zie: Religie zonder God lijkt achterhoedegevecht

Foto: PD (SpiritPhoto) Natuurgebied De Zanderij in Crailo in het Gooi tussen Hilversum en Bussum

ReligieZonderGodReligie zonder God | 120 pagina’s | Paperback | ISBN: 9789491110054 |
Wat moeten we vandaag de dag aan met God en het hardnekkige verschijnsel ‘godsdienst’? Valt er nu nog iets redelijks te zeggen over transcendentie, het hart van de religie? Theo de Boer en Ger Groot – ooit leermeester en student – gaan hierover een gesprek aan vanuit een verschillende achtergrond (protestant en katholiek). De god van de rationele, natuurlijke theologie is gestorven, aldus De Boer, maar dat was maar één gestalte waarin mensen diens mysterie kunnen ondergaan. God is voor de religie helemaal niet zo belangrijk, voert Groot aan. Het leven krijgt allereerst betekenis door de ervaring van het ritueel.