Religie is natuurlijk, en God waarschijnlijk?

Layer-61
In Amsterdam, op 16 en 29 januari 2014, worden er een Debat en een Nationaal Religiedebat georganiseerd over het bestaan van God. Bestaat God? Moet je gek zijn om in God te geloven? Is godsgeloof redelijk? Kan God weten dat Hij logisch denkt? Heeft God onmiddellijk intuïtief inzicht? Debatten op de VU en in Felix Meritis. Maar ook op blogs woedt de discussie.

‘Nog altijd zijn er weinig onderwerpen die meer stof doen opwaaien dan juist religie. Buiten Europa groeit religieus geloof. En zelfs in het seculiere Nederland zijn er mensen die zich tot het geloof in God bekeren. Natuurlijk kunnen we dat zien als een nieuw bewijs voor de onuitroeibare irrationaliteit van mensen. Maar misschien is er meer aan de hand.’ (VU) 

mihaiMihai Martoiu Ticu (foto: OBA), afgestudeerd in wijsbegeerte en internationaal recht, is daar beslist over: er is geen bewijs dat God bestaat. Bij Joop.nl doet hij een poging te laten zien wat er niet klopt aan de redenering van Emanuel Rutten. Martoiu Ticu benoemt drie zwakheden van het godsargument.

‘We hebben geen enkel bewijs dat er slechts vier manieren bestaan om te weten dat God niet bestaat. We kunnen bijvoorbeeld niet uitsluiten dat wetenschap of logica ooit zullen bewijzen dat God niet bestaat. Rutten maakt gebruik van modale logica voor zijn argument. Modale logica trekt conclusies uit het feit dat iets mogelijk is of denkbaar. Ook als we zijn eigen premissen en argumentatiemethode accepteren, komen we tot andere conclusies.’ (Martiou Ticu)

Het antwoord van filosoof en wiskundige Emanuel Rutten (foto: ER) kon niet uitblijven en verscheen drie dagen later: De waarschijnlijkheid van God, waarin hij stelde dat filosofische argumenten voor het bestaan van God laten zien dat het waarschijnlijk is dat God bestaat. Maar absolute erzekerheid is een andere vraag. Hij verwijst Martiou Ticu naar zijn hernieuwde bespreking van het modaal-epistemisch argument op zijn blog gjerutten.nl. Daarin bespreekt hij negen tegenwerpingen op zijn godsargument.

‘We zien zo dat alle hierboven besproken objecties tegen het argument afdoende weerlegd kunnen worden. Het argument maakt dan ook het bestaan van God een stuk aannemelijker. Het aardige van het argument is dat het niet onder één van de bestaande typen van Godsargumenten valt. Het opent als het ware een hele nieuwe categorie van Godsargumenten. Dit betekent dat er voldoende ruimte en uitdaging is voor filosofen om het argument nog verder te verbeteren en zo sterker te maken, net zoals men altijd gedaan heeft met de andere typen Godsargumenten.’ 

Intussen zijn godsdienstwijsgeer Jan-Auke Riemersma (foto: J-AR) en Rutten ook druk in debat delachendetheoloogover de vraag of God kan weten waarom Hij logisch denkt. Deze discussies vinden plaats op hun blogs en ook op de site Geloof en Wetenschap van ForumC.

‘Bepaalde theologen en filosofen zijn er van overtuigd dat god een persoon is die logisch denkt. God ordent al zijn kennis en al zijn inzichten zo dat deze keurig bij elkaar passen. Het is een naadloos, gladgestreken geheel. In de geest van god komt geen enkele tegenstrijdigheid voor. De werkelijkheid is volgens God een strakke logische ruimte en buiten deze logische ruimte is er niets.’ (Riemersma)

‘In zijn bijdrage De God van de rationele theologen op dit forum beweert Jan Riemersma dat als God niet anders kan dan logisch denken, hij niet kan weten waarom dat zo is. Want als God onmogelijk buiten het logisch denken kan treden, dan is elk antwoord van God op de ‘waarom’-vraag onvermijdelijk gebaseerd op logisch denken en dus hopeloos circulair, aldus Riemersma. Wat Riemersma echter over het hoofd ziet, is dat God niet noodzakelijk een beroep op logica hoeft te doen om te weten waarom hij niet anders kan dan logisch denken.’ (Rutten)

downloadOp 16 januari gaat het op de VU over drie stellingen naar aanleiding van het boek God bewijzen van Rik Peels en Stefan Paas. 1) Religie is natuurlijk, gezond en nuttig. 2) Atheïsten schetsen een god waar niemand in gelooft. 3) God is aanwijsbaar.

Wetenschapsjournalist Yvonne Zonderop (o.a. De Groene) leidt het debat met filosoof Floris van den Berg (foto li: Wikipedia) (directeur van de seculier-humanistische denktank Center for Inquiry Low Countries), Taede Smedes (foto re: TAS) (godsdienstfilosoof en theoloog), Stefan Paas (Bijzonder hoogleraartaedeasmedes kerkplanting en vernieuwing VU) en Rik Peels (onderzoeker Abraham Kuyper Center for Science and Religion).

‘Geloven in God is een normale, redelijke optie voor normale, redelijke mensen. Tenminste, dat vinden filosoof Rik Peels en theoloog Stefan Paas. Samen schreven zij God bewijzen – argumenten voor en tegen geloven, dat recent verscheen bij uitgeverij Balans. Het veelbesproken boek oogst naast kritiek opmerkelijk veel waardering en respect, zowel van gelovigen als atheïsten als agnosten.’ (Felix Meritis)

stefanpaas_rikpels_webOp 29 januari in Felix Meritis klinken de vragen of godsgeloof redelijk is en of massaal ongeloof werkelijk funest is voor de moraal in Nederland. Onder leiding van wetenschappelijk onderzoeker op het gebied van religie in het publieke domein, Markha Valenta, zullenhermanphilipse Stefan Paas (re) en Rik Peels (li) (foto: FM) in debat treden met onder andere Herman Philipse (foto re: PD.)

‘Hoogleraar Wijsbegeerte Philipse vreest dat geseculariseerde culturen worden gemarginaliseerd door gelovigen. Alle claims van gelovigen dat God bestaat, dienen daarom door de ‘universele atheïst’ ontmanteld te worden. In zijn nieuwe boek ‘God in the Age of Science? A Critique of religious Reasons’ vindt hij dat de taak van de atheïst.’ (VGEM)

Bronnen:
Er is geen bewijs dat God bestaat
* De waarschijnlijkheid van God
Wittgensteins Broek 
Kan God weten waarom Hij logisch denkt?
Geloof & Wetenschap
De God van de rationele theologen
Nationaal Religiedebat: Is godsgeloof redelijk?
Debat: Voorbij de religieuze verwaarlozing

Illustr: godevidence.com

Naturalisme ondergeschikt aan een ethisch-religieuze zienswijze

Ephesians_2.12_._Greek_atheos
‘De mens doet er niet toe en de natuur is onverschillig.’ Het naturalisme bouwt voort op het materialisme en ontkent het bestaan van bovennatuurlijke verschijnselen: al het bestaande wordt uit natuurlijke oorzaken verklaard. ‘De natuurlijke geschiedenis van de wereld vertelt eigenlijk alles wat we willen weten.’  

Toch is het naturalisme fout. Docent filosofie Jan-Auke Riemersma stelt in zijn blog van 7 december jl. (herzien op 8 december) dat het naturalisme ondergeschikt is aan een ethisch-religieuze zienswijze. ‘Het bestaan van een transcendente werkelijkheid kan door de naturalist eigenlijk niet worden ontkend.’ In zijn proefschrift Naturalisme en Theïsme (2011) stelde hij dat het naturalisme onverenigbaar, zelfs strijdig is met religie (hfdst. 3,2.)

‘De naturalist gaat er van uit dat wij in staat zijn om de wereld objectief te onderzoeken. Dat is echter niet mogelijk: zelfs als we uiterst rationeel denken zijn we niet objectief, maar subjectief: onze logische modellen van de wereld zijn bedoeld om er in te kunnen ‘wonen’. Al onze modellen van de wereld zijn in die zin ‘aangepast aan de behoeften en noden van de mens’.’ 

Volgens De Lachende Theoloog onderzoeken we de wereld opdat we iets kunnen doen met de resultaten. Maar gelovigen kunnen de wereld niet meer anders zien dan door naturalistische ogen en verliezen daardoor hun geloof. Het naturalisme is een filosofie die heel diep bij de mensen zit.

janriemersmafacebookJan-Auke Riemersma (foto: Facebook) begint – in weer een van zijn fraaie bespiegelingen op zijn blog – met het ontmantelen van het naturalisme: bij de veronderstelling dat de mens onbemiddeld toegang heeft tot de werkelijkheid. Dit stelt ons in staat, zo gelooft de naturalist, om deugdelijke uitspraken te doen over de positie van de mens in de wereld. Het is voor de mens echter niet mogelijk om de wereld te beschrijven op een objectieve, neutrale manier, zoals de naturalist lijkt te denken.

‘Deze kennistheoretische aanname is echter naïef. Je kunt de naturalist voorhouden dat ons beeld van de werkelijkheid hoe-dan-ook een product is van het menselijk brein.’   

Zèlfs de wetenschappelijke (wiskundige) weergave van de werkelijkheid is geen beschrijving van hoe de wereld ‘in zichzelf’ is, een waarneming buiten de logische regels om, maar een beschrijving van hoe de wereld er uitziet in de ogen van een wezen dat altijd en overal vóór alles wil weten wat hij moet doen. Zo vervalst onze logische denkwijze elke beschrijving van de werkelijkheid, stelt de docent filosofie.

‘Je kunt het theïsme verdedigen door te betogen dat wij onderdeel zijn van een ethische werkelijkheid: alles draait om de vraag of de manier waarop wij leven, de keuzes die wij maken, goed of kwaad zijn. ‘In deze wereld is geen enkele menselijke handeling zinloos of zonder betekenis.’

De naturalist kan volgens hem geen objectieve beschrijving van de werkelijkheid geven. Als de mens nooit achter de logische beschrijving van de werkelijkheid kan kijken, dan heeft hij goede redenen om te denken dat de werkelijkheid ons verstand overtreft.

‘Je moet wel erg halsstarrig zijn en per se vast willen houden aan je opvatting dat de wereld een logische kooi is waarin wij gevangen zitten en waarbinnen al onze handelingen zonder betekenis zijn, als je niet in staat bent om te zien dat de wereld eigenlijk door en door religieus is en dat al onze handelingen zich afspelen op een zeer gevoelige balans van goed en kwaad. Het naturalisme is zo beperkt dat het eigenlijk niet kán worden verdedigd.’

Het bestaan van een transcendente werkelijkheid kan door de naturalist eigenlijk niet worden ontkend. – Al met al spreekt dit toch sterk in het voordeel van een ‘religieuze’ visie.’

Zie: De mens, in een wereld van goed en kwaad (en de discussie eronder)

Illustr: Het Griekse woord ‘atheoi’ αθεοι (‘[degenen die] zonder god’) zoals deze wordt weergegeven in de brief van Paulus aan de Efeziërs 2:12, op de vroeg 3e-eeuwse Papyrus 46. Dit woord – in een van zijn vormen – verschijnt nergens anders in het Nieuwe Testament of in de Koine Griekse versie (de originele handschriften) van het Oude Testament. (Wikipedia Commons)

Een nieuwe benadering van het christelijk geloof

francisspufford
Het boek van Francis Spufford: Dit is geen verdediging! zou wel eens richtinggevend kunnen zijn voor een nieuwe benadering van het christelijk geloof. Dat stelt journalist en theoloog Theo van de Kerkhof in een boeiend en beeldend geschreven recensie. ‘Wie tegenwoordig aansluiting zoekt bij één van de traditionele christelijke kerken heeft iets uit te leggen. Althans zo voelde dat voor de Britse schrijver Francis Spufford (1964), die zich tot zijn eigen verrassing tegenwoordig christen noemt.’

ditisgeenverdediging‘Spufford moest nogal ergens doorheen voor hij als moderne dertiger zijn vanzelfsprekende atheïstische levensvisie inruilde voor een christelijke. Je kunt zijn boek lezen als een persoonlijk bekeringsverhaal dat in grondstructuur enige overeenkomst vertoont met de vele evangelicale bekeringsverhalen (zonde, vergiffenis, bevrijding zijn ook voor Spufford scharniermomenten). Maar Spufford is niet evangelisch (maar anglicaan) en hij moet al helemaal niets hebben van een benepen kleinburgerlijke moraal.’ 

Als voorbeelden hiervoor geeft Spufford bladzijdelange hilarische opsommingen van alle denkbare vooroordelen waar een christen tegenaan kan lopen. Over bijvoorbeeld zijn dochter, die zal ontdekken dat haar ouders in prehistorische onzin geloven, maar niet in dinosaurussen. Dat zij onderdrukten luchtkastelen na de dood beloven; dat ze sentimentele sukkels zijn die niet zonder papa in de hemel kunnen.

‘Eén van de grootste obstakels als ik wil uitleggen hoe geloof voelt, is dat ik niet met een schone lei kan beginnen. Onze cultuur is aangetast door vrijwel onleesbare religieuze prietpraat.’ 

Theo-vd-Kerkhof-150x150Volgens Theo van de Kerkhof (foto: TvdK) veranderde er iets in de werkelijkheidsvisie van Spufford waardoor hij over een blokkade heen kon stappen en het christendom serieus kon nemen. Ervaringen in een Londens koffiehuis, waar plotseling het Klarinetconcert van Mozart klinkt, spelen hierbij een rol. (Spufford werd vooral getroffen door het middelste deel, het Adagio, pd.)
Ook een andere ervaring, in een kerk, raakt hem. Vervolgens snijdt Spufford kernthema’s aan in zijn boek, zoals genade – als voldoende basis om het godgeloof erop te wagen – en zonde.

‘Maar waar zit dan het draaimoment in zijn betoog? Waar komt dan het geloofsverhaal uiteindelijk toch van de grond? ‘Wat er gebeurt, is dat er vanuit dezelfde ervaring langzaam en met tussenpozen en van tijd tot tijd overweldigend een andere beleving groeit.’ 

‘Beelden tuimelen over elkaar heen: bron van alle echtheid; de flow onder alle flows: universele basis van alle dingen. ‘Ja, het voelt alsof alles wordt gedragen door licht, alsof alles in een zee van licht drijft, alsof alles slechts een oppervlakteverschijnsel is van het licht. En daar hoor ik zelf ook bij. Al mijn lelijke kantjes, de grote stapels herinneringen, geheimen en misverstanden drijven op deze zee. … En hoewel deze ervaring op geen enkele manier uit te leggen is, is ze niet onpersoonlijk. Iemand, niet iets, is hier. … Ik word gezien van binnenuit, maar zonder mijn illusies …. Ik word gelezen door dat waarvan ik ben gemaakt.’ 

Van de Kerkhof stelt dat Spufford poogt het christendom van het leerstellige niveau op te tillen (of moet je zeggen neer te laten) naar een belevingsniveau. Het originele zit in het feit dat hij niet vanuit het christendom naar de wereld kijkt, maar juist andersom vanuit een eigentijds levensgevoel toegang zoekt tot de christelijke traditie. 

‘Zijn benadering is niet institutioneel, of intellectueel, maar existentieel. Dat wil niet zeggen dat intellect of instituties geen rol spelen. Dat doen ze zeker wel, maar de existentie (het alledaagse leven) is sturend in zijn vraagstelling. Bijzonder is voorts dat zijn eigentijdse, existentiële benadering niet automatisch tot een modern gesloten wereldbeeld leidt, maar juist een verbinding tussen het alledaagse en het goddelijk tot stand brengt. Het boek van Francis Spufford zou wel eens richtinggevend kunnen zijn voor een nieuwe benadering van het christelijk geloof.’ 

Zie: Rare jongens, die christenen – of juist niet?

Een eerdere recensie: Voor christenen, atheïsten en mensen die het allemaal niet weten

Foto: vimeo.com 

spufford-580_57431aFrancis Spufford (1964) (foto: universalheartbookclub.com) is lid van de Britse Royal Society of Literature en schreef meerdere boeken. De rode belofte, over de teloorgang van het vooruitgangsgeloof in de Sovjet-Unie, verscheen in negen talen en kreeg lovende recensies in onder meer de NRC, De Standaard en de Volkskrant (vijf sterren!) De Engelse titel van het boek is Unapologetic. Hij heeft het zo genoemd omdat het geen ‘apologie’ is, de technische term voor een verdediging van ideeën.

Dit is geen verdediging! | Francis Spufford | Paperback | 224 pagina’s | ISBN 978 90 259 0306 0 | Prijs € 18,95

‘Als er een God is. Want het kan ook zijn dat er geen God is. Ik weet niet of er een God is. En dat weet jij ook niet, en ook Richard bloody Dawkins weet dat niet. Niemand weet het. God is geen kenbaar iets, zoals gezegd. Ik  weet dat –  als ik mazzel  heb  en  het me lukt  om  erop te letten, ja, als ik voor even het lawaai in mijn hoofd tot zwijgen weet te brengen – ik het gevoel heb dat er een God is. En daarom heeft het emotioneel gezien zin om door te gaan en te doen alsof Hij er is, ja, het erop te wagen met die mogelijkheid. Niet op een verlegen, doodsbenauwde,  emotionele manier, of op een kruiperige, angsthazerige, meesterzoekende  manier,  of  op een scherpslijperige o-wat-ben-ik-goed-manier.  Maar hoopvol, realistisch. Met een gevoel van ook-al-worden-we-uit-het-veld-geslagen-we-blijven-het-proberen. Een gevoel dat ons wordt aanbevolen door die vreemde hemelbewoner, die zegt: wees niet voorzichtig. Wees niet verrast als je de onmenselijkheid van mensen ziet. Maar wees ook niet bang. Er kan meer worden gerepareerd dan je denkt.’
(Slot van het boek)

God (en de moraal) bestaan ook zonder religie

fransdewaal (1)
Jan Hoek stelt dat alleen onder Gods vleugels de moraal veilig is. Hij vraagt zich af wat er zal gebeuren met de moraal in Europa wanneer de oude, religieuze fundamenten echt verdwenen zijn. Hij zal bedoelen wanneer het instituut kerk verdwenen is, want mensen blijven geloven, alleen niet meer zozeer in kathedralen. Als God bestaat, heeft Hij onze religieuze gevoelens ingebakken in de mens, dus de moraal ook. Er zijn atheïsten met een hogere moraal dan gelovigen.

‘Wat zal er gebeuren met de moraal in Europa, wanneer de oude, religieuze fundamenten echt verdwenen zijn? Wat zijn de effecten wanneer ongeloof volledig tot standaard van de massacultuur is geworden? Onze cultuur zindert nog van de moraal die eeuwenlang is overgedragen door het christendom, waarbij zorg voor de zwakken, naastenliefde, de intrinsieke waarde van een mensenleven, nieuwe kansen voor misdadigers, goedgeefsheid aan mensen die niet je verwanten of volksgenoten zijn, vergeving enzovoort hoog in het vaandel staan.’ (Jan Hoek) 

Met het slopen van de kerken verdwijnen ook de oude, religieuze fundamenten, maar dat wil niet zeggen dat de moraal daar ook mee ondergraven wordt. Als je in God gelooft, bestaat Hij ook wel zonder de religieuze fundamenten die de mens in allerlei vormen heeft vastgelegd. Zonder geloof is moraal prima uit te leggen. Geloof geeft hooguit extra vorm aan die moraal, maar dat geldt dus ook voor de atheïst. We kunnen gerust zijn op de sociale gevolgen van massaal aangehangen ongeloof op langere termijn. Ongeloof leidt echt niet tot moraalloosheid.
Hoek volgt in zijn bijdrage de grote lijn van het boek God bewijzen van Stefan Paas en Rik Peels, waarmee hij van harte instemt met hun stelling dat ongeloof in het bestaan van God het vrijwel onmogelijk maakt om een intellectueel houdbare positie in te nemen omtrent moraal.

‘Maar intussen hebben we geen enkele reden om aan te nemen dat de evolutie ons heeft geholpen aan ‘ware’ (dat is nog wat anders dan ‘nuttige’) opvattingen over goed en kwaad. Ons eigen gevoel kan geen objectieve maatstaf zijn. Atheïsme en zelfs agnosticisme leiden derhalve per definitie tot moreel scepticisme.’ (Jan Hoek)

Maar is het niet frappant dat er tot op heden geen culturen zijn gevonden waarin geen religie voorkwam? De oudste ons bekende religieuze uiting dateert uit circa 40 – 50.000 voor Christus, de tijd dat waarin men welbewust overledenen ging begraven. Toen al geloofde mensen dat het leven zich niet beperkte tot het lichamelijke bestaan. In die tijd was het instituut kerk nergens te bekennen, maar mensen hadden wel een moraal, dat bewijzen alleen al de begrafenisrituelen. En God bestond toen ook al. Zonder kathedralen.

janhoekJan Hoek (foto: narcis.nl) is bijzonder hoogleraar gereformeerde spiritualiteit. Spiritualiteit! Dat is een mooier en hedendaagser begrip dan religie. Hoek verstaat er wellicht iets anders onder dan dat spiritualiteit een vrijere vorm van religie, van geloof is. De gelovige mens van nu is meer spiritueel dan blind aanhanger van een religie met wetten, voorschriften en belijdenissen. De mens gelooft meer en meer van uit zichzelf, niet op gezag. Hoek moet toch beseffen dat moraal al bestond, voordat Boeddha, Jezus en Mohammed hun vlaggen op aarde plantten?

‘Welke toekomst is er voor deze morele idealen wanneer geloof in God steeds verder in onze achteruitkijkspiegel verdwijnt? We kunnen niet gerust zijn op de sociale gevolgen van massaal aangehangen ongeloof op langere termijn. Alleen onder Gods vleugels is de moraal veilig.’ (Jan Hoek) 

De gelovige mens van nu kijkt meer naar binnen en ontdekt daar zijn religieuze of spirituele gevoelens, en zijn moraal, of alleen maar zijn moraal, zijn persoonlijk geweten. God bestaat en heeft ook de seculiere mens geschapen. Het maakt God niets uit wat of hoe je gelooft. Hij heeft ons geen religie voorgeschreven. God kent geen religie. Ook seculier denkende mensen hebben zorg voor de zwakken, kennen naastenliefde; de intrinsieke waarde van een mensenleven; willen ook nieuwe kansen voor misdadigers; kennen goedgeefsheid voor mensen die niet hun verwanten of volksgenoten zijn; kennen ook vergeving.

Bovenstaande is een reactie op: Zonder geloof is moraal niet uit te leggen (Jan Hoek)

Foto: cobra.be – ‘In het goddeloze universum van chimps of bonobo’s bestaan al die zaken die men zo lang voor exclusief menselijk heeft gehouden zoals rechtvaardigheid en medelijden. Dat druist in tegen vele gevestigde ideeën: de natuur was wild en gewelddadig, slechts bij de mens was daar een likje vernis van de moraal overheen gegaan, aangebracht door een welwillende god. De Waal laat zien dat de moraal er al lang was voor de religie zich ontwikkelde, als een soort geïnstitutionaliseerde en geritualiseerde bovenbouw op de biologische morele onderlaag.’ (Geerdt Magiels)

Religie neemt niet af naarmate wetenschap voortschrijdt


geloofenwetenschap


De Britse filosoof en staatsman Francis Bacon stelde ooit dat weinig wetenschap van God verwijdert en veel wetenschap Hem terugbrengt. Nu stelt de Britse socioloog David Martin dat onze filosofiegeschiedenis van de verhouding wetenschap en religie niet alleen het feitelijke beeld van de secularisatie vertroebelen, maar er eigenlijk voor zorgen dat we in een permanente onwetendheid verkeren over de realiteit in de wereld op dit moment.

Martin zegt dit in het artikel Hoe meer wetenschap hoe minder geloof? dat over de complexe verhouding gaat tussen religie, wetenschap en secularisatie. Hij stemt hiermee in met atheïst Sir Bob Geldof die zegt dat, tenzij wij religie gaan begrijpen, we onvoldoende door zullen hebben wat er wereldwijd gebeurt. Martin stelt vast dat de natuurwetenschappers en technologen een grotere godsdienstigheid tonen dan de beoefenaren van de geesteswetenschappen en sociale wetenschappen. We moeten af van het idee dat harde wetenschappen niet verenigbaar zijn met religie.

‘Stark laat zien dat de softste wetenschappen ook de meest ongodsdienstige zijn, en dat ongodsdienstigheid niet evenredig stijgt met een toenemende blootstelling aan de harde wetenschappen.’

Martin geeft als pakkend voorbeeld het onderscheid tussen de ingeperkte eendimensionele ruimte die in de voormalige DDR werd nagestreefd – waar een denken in ‘of-of’ regeerde – en anderzijds de nogal open denkruimte in de Verenigde Staten, waar een geloof in engelen, UFO’s  en buitenaardse wezens kennelijk vrolijk samengaat met ruimtevaarttechnologie.

davidmartinOok is boeiend om vergelijkingen te lezen als: ‘Jouw leven is in hun handen’ als we over artsen spreken en ‘Hij heeft de hele wereld in Zijn hand’. Of: ‘De waarheid is groot en zal zegevieren’ versus ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven’. Martin heeft het dan over taal en sociologische analyse.

Verderop stelt David Martin (foto: wapenveld.nl) dat volksreligie en de elitaire Verlichting meestal hand in hand gingen bij de opbouw van een inclusief burgerlijk nationalisme. Martin vestigt ook extra de aandacht op het proces van sociale differentiatie en het ontwikkelen van een bewust persoonlijke religie, dat nogal kenmerkend is voor moderniserende maatschappijen. Hij stelt dat terwijl op vele plekken in de wereld magie en religie door de opkomst van moderniteit uiteenvallen, dat dit niet zo duidelijk geldt voor de oosterse orthodoxie in Europa.

‘Zo vinden we in Griekenland een verrassend geloof in de kracht van iconen en bescherming vanuit het spirituele domein, gepaard gaand met een geloof in de duivel, dat slechts geëvenaard wordt in de Verenigde Staten. Vanuit de Griekse geschiedenis bezien niet zo verwonderlijk, maar helder is wel dat het voortschrijden van wetenschap niet de meest voor de hand liggende factor is voor wie een verklaring zoekt.’ 

Martin stelt voorts dat de intellectuele geschiedenis wordt beïnvloed door een master narrative dat godsdienst beziet als een incoherent en achterlijk bijgeloof of als ziekelijk schuim dat het ware zicht op de realiteit belemmert. Deze filosofische geschiedopvatting is volgens Martin te veel beïnvloed door wat John Weightman ontleed heeft in zijn The Concept of the Avant Garde.

‘Het is niet zo dat het concept van de avant-garde nooit gebruikt mag worden, maar het wordt gevaarlijk indien de progressieve voorhoede als standaard voor een samenleving wordt genomen, omdat die nu eenmaal de krantenkolommen vult.’ 

Mensen liggen niet zozeer wakker van esoterische vragen zoals die naar mogelijke constructiefouten in de schepping. Volgens Martin houdt mensen het mogelijk schadelijk verband tussen religie en geweld en intolerantie bezig en krijgt hierdoor vooral het verhaal aandacht dat het religieuze dwaalspoor en de verwijtbare slechtheid zullen eroderen door de ontdekking van de wetenschappelijke waarheid.

‘De link die wordt verondersteld tussen religie en het kwade, of dit nu aanbevolen wordt door populaire wetenschappers of door borrelpraat, lijkt overtuigend te zijn en roept om een grondige sociologische analyse, die ik hier onmogelijk kan geven. Het berust echter op een naïeve en simplistische verwijzing naar een handvol feiten of het nu Noord-Ierland betreft, het Midden-Oosten of waar dan ook terwijl een grondige studie uit de weg wordt gegaan van de cruciale, maar zeer complexe vraag over hoe religie al dan niet zich tot macht en de dynamiek van macht verhoudt.’

Martin stelt dat de afname van religie eerder te wijten is aan wetenschappelijk falen dan aan de ontdekking van wetenschappelijke waarheid.

‘Het is belangrijk om hier op te merken dat bepaalde wetenschappelijke theorieën die religie in ons brein positioneren als een ingebouwd neurologisch programma dat in een verafgelegen oertijd onze kans op overleving vergrootte, ondertussen secularisatie op wetenschappelijke of pseudowetenschappelijke gronden fors beperken.’

Ten slotte nog een mooie uitsmijter van Martin:

‘Als ik atheïst zou zijn die van plan was het geloof van een intelligente jonge vriend te ondermijnen, dan zou ik hem het vak Bijbelkritiek aanbevelen –  ‘t lijkt heel wat, maar het is niet veel zaaks of onderwijs in psycho-gebabbel en socio-gebabbel, of helemaal het beste, een krachtige onderdompeling in de romantische literaire Weltschmerz. Maar zeker niet, absoluut niet, een onderwijsmodule in astrofysica. Hij of zij zou namelijk nogal gemakkelijk kunnen gaan denken dat hij of zij ‘The Mind of the Maker’ (Gods Gedachten) aan zou treffen.’

Zie: David Martin Hoe meer wetenschap, hoe minder geloof?
(Via Geloof & Wetenschap)

Illustr: kerkindenhaag.nl

‘Overgeleverd zijn aan seculiere heidenen is schraal perspectief’

aan_de_heidenen_overgeleverd_isbn_9789025903756_1_1381974575
‘Geloof als keuze, als mogelijkheid van de vrije wil van de mens loopt het gevaar om onder een dikke stoflaag te verdwijnen: er dreigt een kostbare schat verloren te gaan en we kunnen er iets aan doen.’ Dit zei dr. Christa Anbeek in haar oratie Aan de heidenen overgeleverd afgelopen donderdag. ‘Overgeleverd zijn aan seculiere heidenen is een schraal perspectief.’

‘Wij leven in een tijd waarin religie voor velen onbegrijpelijk en betekenisloos is geworden. Menigeen beschouwt haar zelfs als verdacht en gevaarlijk. Hierdoor dreigt zij als keuzemogelijkheid uit beeld te verdwijnen. Ik pleit ervoor om religieuze levensoriëntatie als keuzemogelijkheid in stand te houden. Het moet mogelijk blijven om te kiezen voor geloof. De urgentie hiervan wordt ingegeven door de tijdelijkheid en vergankelijkheid van alles.’ (FD) 

Christa Anbeek (1961) is sinds 1 september 2013 bijzonder hoogleraar Remonstrantse theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam namens de Remonstrantse Broederschap, een geloofsgemeenschap die zich inzet voor een vrij en verdraagzaam christendom. Op 16 oktober hield Christa Anbeek haar oratie aan de VU. Zij is de eerste vrouwelijke hoogleraar remonstrantse theologie sinds de start van deze opleiding in 1634.

‘Veel mensen stellen tegenwoordig zelf hun levensoriëntatie samen, waarbij tal van keuzemogelijkheden, ervaringsgerichtheid en zoekgedrag kenmerkend zijn. Op het moment dat iemand wordt geconfronteerd met kwetsbaarheid en eindigheid kan dit individuele zoeken een zware opgave zijn, vooral omdat de levensbeschouwelijke taal meer en meer verdwijnt en mensen steeds meer psychologische en medische invalshoeken kiezen waar ze geen antwoord vinden op vragen als ‘Is er iets na de dood?’ Gelukkig zijn er hulpbronnen als boeken en cursussen die mensen kunnen raadplegen, waarbij de filosofisch georiënteerde levensadviezen, zoals de levenskunst, populairder zijn dan de theologische.’ (VU) 

Volgens Anbeek moeten mensen concrete ervaringen met kwetsbaar leven als uitgangspunt voor theologische reflectie nemen; dienen thema’s uit de christelijke systematische theologie en belangrijke inzichten uit andere religies consequent terug worden vertaald naar de achterliggende menselijke ervaringswerkelijkheid; en moeten zij verbindingen zoeken tussen hedendaagse ervaringen met kwetsbaar leven en de ervaringswerkelijkheid die achter religieuze tradities schuilgaan.

‘Zo ontstaat er een theologie die weer bestaat uit reflectie op fundamentele levensvragen, waar Anbeek in haar oratie diverse voorbeelden van geeft.’ (VU) 

Zie: Religie stelt vragen die de dagelijkse routines overstijgen

en: Theologie die weer bestaat uit reflectie op fundamentele levensvragen

OLYMPUS DIGITAL CAMERADe oratie van Christa Anbeek (foto: human.nl) verschijnt ook als boek in een bewerkte versie bij Uitgeverij Ten Have. Eerder schreef zij onder meer Overlevingskunst – Leven met de dood van een dierbare (2010).
Samen met Ada de Jong is zij ook de auteur van de bestseller De berg van de ziel – Persoonlijk essay over kwetsbaar leven (2013).

Aan de heidenen overgeleverd – Hoe theologie de 21ste eeuw kan overleven | Christa Anbeek | Ten Have| € 11,95 euro | Ook als e-book leverbaar