Roger Scruton en het transcendente in een goddeloze wereld

transparant (1)

Ook ‘in onze goddeloze tijd’ is er een verlangen naar verlossing, zo stelt Oxfords professor filosofie Roger Scruton in zijn nieuwe boek Eindeloos verlangen naar het heilige. En ja, die verlossing is ook nu mogelijk, denkt Scruton. Daar heb je geen God voor nodig. ‘Neem religie: zodra we die dreigen te verliezen, ontwikkelen we er een gevoel voor.’ En: ‘We maken het transcendente misschien als mens, maar het is daardoor niet minder werkelijk.’

Volgens Scruton komt alles neer op de ‘ervaring van transcendentie’, het heilige – ‘dat wat zich niet laat definiëren’. In onze seculiere tijd blijkt er niet meer te zijn dan het hier en nu, dan het al te materiële. Het gevolg is een gevoel van existentiële eenzaamheid.

Juist op het moment van dreigend verlies ervaren we de waarde van alles. Zoals Hegel al zei, vliegt de uil van Minerva pas in de schemering uit. Neem de natuur. Als we inzien hoezeer die wordt bedreigd, worden we er heel teder voor, zoals je tegenover je eigen kinderen bent. We zien in de wereld een groot verlangen om de natuur te beschermen. Of neem religie: zodra we die dreigen te verliezen, ontwikkelen we er een gevoel voor. En liefde gaat ons pas echt aan het hart als die ten einde dreigt te komen. Verlies en tederheid gaan samen.’ 

Transcendentie is volgens Scruton dat waardoor alle mensen verlangen, datgene waarnaar ze zich richten, de gedachte dat ze op de een of andere manier naar buiten kunnen; een ander perspectief, een punt waar ze verenigd kunnen worden met het eeuwige en het sacrale.

Het verlangen daarnaar is eigen aan alle mensen, maar we hebben ons ervan afgewend. In de moderne wereld, waarin jegens religie scepsis overheerst, willen we er niet meer aan dat er zoiets is als het transcendente. Als we dat opgeven, geven we de helft op van wat ons tot mens maakt.’

In Filosofie Magazine verwijst Engelands ‘meest conservatieve en meest elegische filosoof’ Scruton naar de Duitse filosoof ten tijde van de Verlichting, Immanuel Kant, die stelde dat het transcendente in diepe zin aanwezig is in ons morele en esthetische leven en wilde zelfs de christelijke religie reconstrueren op deze manier.

Het idee van het transcendente is dat er een ander gezichtspunt op de wereld mogelijk is dan dat van ons beperkte schepselen, en in dat gezichtspunt wordt de hele wereld gerepresenteerd. Niet alleen de kleine delen die we verklaren in termen van elkaar, maar als een geheel. In die visie van het geheel kunnen wij mensen ook op een andere manier verschijnen, niet als een toevallig product van de geschiedenis, maar als iets noodzakelijks: we zijn gered van ons toevallige bestaan; we moeten bestaan, het is goed om te bestaan, zo is zelfs verlossing mogelijk.’

Scruton noemt de wetenschap een van de grootste bedreigingen voor dat gevoel van transcendentie. Dat is volgens hem zelfs de essentie van wetenschap.

De wetenschapper beschrijft de mens eerder als dier, een wezen dat gehoorzaam is aan wetten die we nog niet hebben ontdekt. In die beschrijving ontbreekt een cruciaal feit, namelijk dat we personen zijn die vrij handelen en verantwoordelijkheid nemen voor hun daden. Dat schema van beschrijven mag niet verdwijnen uit ons dagelijks leven, want zonder die dingen kunnen we niet leven.’

God hebben we volgens Scruton niet nodig.

Natuurlijk, het concept van God dat wij monotheïsten hebben is precies dit transcendente perspectief. Er is iets wat ons observeert vanuit een ander punt, en ons beoordeelt. Als we juist zijn in zijn ogen, dan zijn we dat ook. En dat is een erg troostrijke visie.’

Ook zonder geloof in God kunnen we volgens de filosoof bidden.

Dan richten we ons tot het andere. We dragen allemaal een schuld met ons mee, een existentiële schuld waarvan we ons willen bevrijden.’

Interviewer Florentijn van Rootselaar van Filosofie Magazine vindt dat die God door mensen is gemaakt, maar volgens Scruton is niet alles wat door ons geschapen is onwerkelijk.

We maken het transcendente misschien als mens, maar het is daardoor niet minder werkelijk. Het is een mystieke visie, zeker, maar iedereen kan het op sommige momenten voelen in zijn leven.’

Zie het uitgebreide en boeiende interview in Filosofie Magazine: ‘Op het moment van dreigend verlies ervaren we de waarde van alles’  (Filosofie Magazine – Blendle € 0,95)

Eindeloos verlangen naar het heilige | Roger Scruton | € 29,95 | AUP | 296 blz. |

Illustratie: Transparant voor het transcendente. – Een van de meest belangrijke elementen van de mystiek is de overgang van het geloven in een God, ginds, ergens buiten mij, ver weg, naar een besef, of ervaring van de ‘plaats’ van God binnen in mijzelf. Want ieder mens ‘schept’ zijn of haar eigen God. Zoals Meester Eckhart het in een preek formuleerde: ‘God wordt God. Als de schepselen God zeggen, dan wordt God.’ (…) Transparantie dus in twee richtingen. Zoals een schoongemaakt venster zowel het licht van binnen naar buiten, als het licht van buiten naar binnen kan doorlaten, zo kunnen de vensters van onze menselijke geest transparant worden gemaakt voor de oplichtende aanwezigheid van werkelijkheid in mij en rondom mij. (hetsteiger.nl)  

‘Wilders, de meest effectieve evangelist van de islam’

WAM.architecten_EssalamMoskee_Rotterdam_06.1.000

Aldus Bernhard Reitsma, hoogleraar aan de VU voor de bijzondere leerstoel kerk in de context van de islam. ‘Hoe harder er wordt geroepen dat we moeten oppassen met moslims, dat we vluchtelingen buiten de deur moeten houden, hoe meer jonge moslims zich afvragen: ‘Waarom? Wat is er zo erg aan mijn geloof dat mensen dit roepen?’ Ze gaan zich dan juist in de islam verdiepen, worden omarmd door een warme gemeenschap en raken overtuigd.’

Hoe bizar: Wilders, de meest effectieve evangelist van de islam. Tijd voor een politieke koerswijziging?’  (Reitsma)

Het lijkt een variant op wat je wel hoort in coachingsgesprekken: ‘Wat je veroordeelt en bevecht, wordt sterker.’ ‘Minder, minder, minder’ leidt zo uiteindelijk tot meer, meer, meer.

wildersspotprent.001 (5)

Reitsma, tevens docent bij de academie Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede, geeft als voorbeeld de tweeduizend moslims die naar het vrijdagmiddaggebed gaan bij Azzedine Karrat (29), imam van de grootste moskee in Nederland, de Essalam-moskee in Rotterdam-Zuid. (Momenteel zijn er plannen voor een moskee in Rotterdam-West die drie keer zo groot wordt.) Veel jongeren met een islamitische achtergrond zijn intensief op zoek naar wat het betekent om moslim te zijn.

Karrat studeerde aan de Islamitische Universiteit in Rotterdam (IUR) en is daar ook docent. Bij de Essalam-moskee werden afgelopen november de slachtoffers van de aanslagen in Parijs herdacht door joden, christenen en moslims samen.

Betekent een sterke islamitische geloofsgemeenschap het einde van mijn geloof? Wat zegt dat dan over je eigen identiteit? Is die zo kwetsbaar? Het getuigt ook van weinig geloof in de Almachtige. Misschien is het juist wel heel leerzaam wat er in de Essalam-moskee gebeurt en doen we nieuwe inzichten op over secularisatie en kerkverlating.’ (Reitsma)

In het artikel Nieuwe kijk op secularisatie citeert Reitsma Karrat die stelt dat de secularisatie voorbij is en de islam weer gaat groeien. Overigens vervult hij een voortrekkersrol in het bouwen van bruggen tussen moslims en andere groepen in de Nederlandse samenleving.

Op de vraag of de islamitische gemeenschap ook te maken heeft met secularisatie, reageerde Karrat heel beslist: ‘Niet meer, dat is voorbij. Jonge moslims zijn op zoek naar de betekenis van hun eigen geloof. Vooral de laatste jaren wordt dat steeds sterker.’ (Reitsma)

Op Reitsma’s vraag of het tijd is voor een politieke koerswijziging geeft hij niet echt antwoord. Hij laat het bij de suggestie dat Wilders zijn kritiek op de islam eens op het christendom en hun heilige boek richt zodat christenen straks ook kunnen zeggen: ‘Secularisatie? Dat hebben we gehad.’

Zie: Nieuwe kijk op secularisatie

Foto: Essalam-moskee (wam-architecten.nl)

Spotprent (nos.nl): Moskeeën publiceren cartoon over Wilders (juni 2015.) Op de spotprent is Wilders te zien als een ontevreden kind, dat ‘Minder, minder’ schreeuwt, tegen de achtergrond van een bom. In de schaduw van de bom lopen andere mensen rustig door, het geschreeuw negerend. Zij bouwen ondertussen rustig verder aan Nederland, zegt woordvoerder Aissa Zanzen van de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland (RMMN). 

Vrijheid van godsdienst en de Marrakesh Verklaring

Marrakesh-decl

Honderden prominente soennitische en sjiitische islamitische geleerden pleitten onlangs tijdens een conferentie in het Marokkaanse Marrakesh, samen met vertegenwoordigers van andere levensovertuigingen, voor bescherming van religieuze minderheden in moslimlanden. Dit resulteerde in de zogenaamde Marrakesh Verklaring, gebaseerd op het Handvest van Medina èn de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Volgens Ayman Ibrahim, docent Islamstudies aan het Southern Baptist Theological Seminary in Louisville, Kentucky (VS), heeft het Handvest van Medina ten tijde van profeet Mohammed weinig betekend voor de religieuze minderheden, ondanks de afspraken over vrijheid van godsdienst. Enis Odaci en Arnold Yasin Mol, van de denktank voor islamitisch humanisme en samenleving, stellen echter dat Ibrahim een en ander uit zijn context haalt en dat als hij bronnen citeert, dat dan goed moet doen en niet die context weglaten.

In alle drie de situaties was het Handvest van Medina inderdaad van kracht, maar de joodse stammen, die in deze periode zijn verdreven of waar oorlog mee is gevoerd, hadden ook allen eenzijdig dit vredesverdrag geschonden. In klassieke islamitische teksten wordt dit punt altijd benadrukt en ook gold dat executies alleen werden uitgevoerd op die strijders die ‘muqattil’ waren: zij die daadwerkelijk de wapens hadden gebruikt.’

The-constitution-of-Madina-208x300Maar, move on! Volgens Odaci en Mol is het tijd om de handen ineen te slaan; is de Marrakesh Verklaring een signaal dat in Nederland aandacht verdient en door christelijke organisaties ingezet moet worden in de dialoog met moslims.

Niet om te bekeren, maar om te co-existeren. Wat dat betreft gaat de Verklaring van Marrakesh ons allen aan, omdat we allemaal verbonden zijn in de droom van een vreedzaam samenleven.’

Zij stellen dat de oproep om de Shari’a volgend te laten zijn op universele mensenrechten (dus gelijkheid van ras, cultuur, religie en gender, inclusief afvalligheid en bekering) in vele delen van de islamitische wereld een verregaande en unieke uitspraak is.

Bedek positieve ontwikkelingen niet met een deken van wantrouwen. Waarom zou je? Je hebt in plaats van sommige hadith uit een andere tijd en totaal onbekend bij bijna alle moslims, nu een heel actueel intra-religieus (!) opgesteld en voor religieuze minderheden zeer welkom statement van geleerden in de huidige tijd. Doe er je voordeel mee.’ (Commentaar Odaci)

Die droom van vreedzaam samenleven zou m.i. in Nederland zijn eigen betekenis kunnen krijgen. Andersom zijn in onze joods-christelijk-seculiere samenleving de moslims immers een minderheid en dient de Marrakesh Verklaring hier te betekenen dat moslims als religieuze minderheid ook beschermd dienen te worden. Evident geldt dat dan ook voor alle andere religieuze en anders-levensbeschouwelijke minderheden. Het is, zoals Odaci en Mol zeggen: de Marrakesh Verklaring gaat ons allen aan, omdat we allemaal verbonden zijn in de droom van een vreedzaam samenleven.

Zie:
Marrakesh: pleidooi ter bescherming van minderheden
Tijd om de handen ineen te slaan
Vrome woorden uit Marrakesh

Illustrs: humanislam.com en constitutionofmedina.com

Religie vriend of vijand van progressieve en groene politiek?



Naar aanleiding van de interviewbundel Green values, religion and secularism, van theoloog en historicus Erica Meijers stelt politicoloog Theo Brand dat voor humanisten individuele vrijheid tegenover ‘boosaardige religies’ bijna een fixatie is geworden. ‘De werkelijkheid is weerbarstig en het antwoord veelkleurig, zo blijkt. GroenLinks schiet niet in een kramp en gaat voorbij de religiestress. Een lichtend en humanitair voorbeeld voor progressief Nederland.’ 

Wie het boek ‘Green values, religion and secularism’ leest, beseft dat er veel levensbeschouwelijke inspiratiebronnen zijn die vrede en vooruitgang bewerkstelligen en dat juist dialoog en ruimte voor levensbeschouwelijke verschillen tussen mensen, hier ook voorwaarden voor zijn. Het zou goed zijn als na GroenLinks ook het georganiseerde humanisme in 2016 de religiestress voorbij gaat. Het komt de humaniteit ten goede.’

Brand stelt dat waar humanisten in de jaren zeventig en tachtig in Nederland bezig waren met maatschappelijke thema’s zoals de wapenwedloop en sociale gerechtigheid, nu individuele vrijheid tegenover ‘boosaardige religies’ bijna een fixatie is geworden.

Zoals vroeger humanisten en vooruitstrevende gelovigen zij aan zij stonden in de strijd tegen kruisraketten en armoede, zouden zij zich vandaag samen sterk kunnen maken voor duurzaamheid, gelijke kansen, een stevige publieke sector, interreligieuze en interculturele dialoog en mensenrechten.’

Brand kan zich moeilijk neerleggen bij het feit dat islamofobie en religiestress gehoor vinden in links-liberale kringen.

De islam deugt niet en eigenlijk is alle godsdienst schijnheilig of achterlijk. Dat is vaak de teneur. Maar hoe vruchtbaar en productief is dit standpunt? Wat versta je onder religie en welke verschijningsvormen zijn er? Is de sociale werkelijkheid niet veel te complex om algemeen geldende uitspraken over religie te kunnen doen?’

ericameijers

In de interviewbundel Green values, religion and secularism is Erica Meijers (foto: GL) van Bureau de Helling – het wetenschappelijk bureau van GroenLinks – samen met een Europese collega erin geslaagd het thema ‘religie’ op een evenwichtige manier te agenderen binnen GroenLinks en de andere groene partijen in Europa. Het boek is de start van een samenwerkingsproject van zes wetenschappelijke bureaus van verschillende Europese groene partijen over religie en groene partijen.

Groene politici van Ierland tot Turkije met uiteenlopende achtergronden – zowel atheïstisch als religieus – laten vanuit een persoonlijk en maatschappelijk perspectief hun licht schijnen op religie als maatschappelijke en politieke factor.’

Wat Meijers opgevallen is dat er in de groene partijen niet echt rabiate fundamentalistische gelovigen zitten, maar ook geen rabiate atheïsten.

Zelfs de duidelijk seculieren zoeken toch naar een antwoord op de vraag hoe je omgaat met pluraliteit met respect voor iedereen.’

Zie:
GroenLinks, religiestress en humaniteit
Enkel de fundamentalistische vorm van religie krijgt aandacht

Green values, religion and secularism | € 14,95 | In this publication, Green politicians from different European contexts reflect on the way their own religious or secular values influence their political attitude; the role of religion in the public forum; conflicts between fundamental rights, such as the freedom of religion and the principle of sexual and gender equality; the role of Islam in Europe and the question whether religion is a source of inspiration or an obstacle for Green politics. 

In the last decades, the relationship between religion and modern society has shifted. As a consequence, there have been fierce debates on issues such as ritual slaughtering, homosexual teachers in schools, the wearing of the headscarf in public institutions and the relationship between Islam and terrorism. 
Although Green parties often have an uneasy relationship to religion, the debate about values, religious or secular, cannot be escaped within a Europe haunted by many different crises at the same time. This publication is an invitation to work towards a more coherent debate within the Greens on the changing role of religion in society.

Update 11 12 2024 (Lay-out, links)

Atheïsme, theïsme, en ruimte voor iedereen

atheismetheisme
‘Probeer maar eens een symbool te vinden voor iets dat er niet is. Dan kom je al snel terecht in de conceptuele kunst. Zelfs de gedachte dat atheïsme het ontkennen van God zou zijn, voldoet niet.’ Max Pam, in de Volkskrant, is van mening dat je voor een beetje atheïst een logo, een boek en een filosoof nodig hebt. Docent Oudgrieks Tim Whitmarsh zegt dat in de klassieke oudheid atheïsten geen tempels bouwden en geen inscripties kerfden in steen om hun goden te eren.

Gelijkberechtiging zit achter de behoefte om een eigen atheïstisch zuiltje te beginnen met een eigen orthopraxis. Niet overal ter wereld is de atheïst zijn leven zeker. Daar waar hij (of zij) wordt getolereerd, wordt zijn (of haar) levensvisie achtergesteld.’ (Pam)

Volgens docent Oudgrieks aan de universiteit van Oxford Tim Whitmarsh, in zijn boek Hemelbestormers (Battling the Gods), heeft het grote gevolgen gehad dat atheïsten uit de klassieke oudheid precies vanwege hun overtuiging geen monumenten hebben nagelaten.

Cambridge-classicus Tim Whitmarsh wil met zijn nieuwe boek ‘Battling the Gods – Atheism in the Ancient World’ de oud-Griekse en Romeinse atheïsten uit de anonimiteit halen.’ (NRC)

Satanisten hebben wel een symbool van hun eigen ‘godheid’. In Amerika wilden zij naast de stenen Tien Geboden een groot beeld van hun Godheid plaatsen, zo vertelt Pam. Toen werden de Tien Geboden maar weggehaald.

‘In plaats van ruimte voor iedereen, is er ruimte voor niemand, wat in feite op hetzelfde neerkomt.’ (Pam)

Nu zijn daar de Bijbels aan de beurt die in hotels in de laadjes van de nachtkastjes liggen. Darwins The Origin of Species moet daarbij komen liggen, willen de atheïsten.  Ik heb het vermoeden dat Bijbels om die reden binnenkort weggehaald gaan worden. Maar volgens Pam komen er – als alle religies zich willen laten gelden – nachtkastjes ter grootte van de hele hotelkamer.

‘Er zijn nogal wat atheïsten die graag zouden willen dat ook hun gedachtegoed wordt voorzien van symbolen en rituelen.’ (Pam)

Blijft het een strijd? Volgens lachende theoloog en docent filosofie Jan-Auke Riemersma passen velen hun mening niet aan en is Herman Philipse nog steeds atheïst, Cees Dekker nog steeds christelijk en prof. René Woudenberg nog steeds een ‘reformed epistemologist’.

Overigens geldt dit ook voor mij en de mensen in mijn omgeving. Niemand heeft zijn belangrijkste waarden hoeven opgeven. De agnost is nog steeds agnost, de theïst nog steeds theïst en de atheïst nog steeds atheïst.’ (Riemersma)

Volgens sociaal wetenschapper Hans Boutelier zijn we nog lang niet van God af en zit onze maatschappij in een soort van morele zoektocht.

Iedereen lijkt zich nu af te vragen: waar staan we nog voor, waar gaan we nog voor? Het is een succes, maar ook een gemankeerd succes.’ (Boutelier)

Boutelier is van mening dat we in een seculiere maatschappij leven, maar dat betekent niet dat we massaal atheïstisch zijn geworden.

Helemaal niet, zelfs. De utopie van die seculiere maatschappij is het ‘gedroomde godenrijk’. Daarmee bedoel ik: iedereen moet zijn eigen God kunnen kiezen en dat moeten we van elkaar proberen te accepteren.’ (Boutelier)

Volgens Boutelier kan in de democratische rechtsstaat die we uitgebouwd hebben iedereen vrij geloven wat hij wil.

‘Om die vrijheid te garanderen, moeten we het gesprek daarover permanent voeren. We moeten tonen dat het ons menens is. Maar ik zie niet in waarom de islam daarin niet zou passen.’ (Boutelier)

Volgens Whitmarsh is het niet de bedoeling de waarheid (of onwaarheid) van het atheïsme als filosofisch standpunt aan te nemen. Wel is hij ervan overtuigd – en er nog vaster van overtuigd geraakt tijdens het onderzoek voor zijn boek en het schrijven ervan – dat cultureel en religieus pluralisme en vrije discussie essentieel zijn voor het goede leven.

Atheïsme is geen moderne uitvinding, geen product van de Verlichting; ongelovigen zijn van overal en alle tijden. Zijn boek biedt ‘een soort archeologie van het religieuze scepticisme’.’ (de Volkskrant)

Riemersma is van mening dat het debat theïsme – atheïsme weer teruggegeven moet worden aan de academische filosofen. De gelovige ziet volgens hem, tot zijn opluchting, dat hij schade geleden heeft – er moet wel degelijk hervormd worden – maar dat hij niet verslagen is. De atheïst ziet, anderzijds, dat de gelovige niet onder de voet gelopen is.

Om het wereldbeeld van de gelovige werkelijk te ondermijnen moet je je verdiepen in zeer technische, filosofische vraagstukken (een goedkope opsomming van drogredenen volstaat niet), een vakbekwaamheid die geen van de vrolijke jonge atheïsten aan de dag kon leggen.’ (Riemersma)

Tegelijk vindt hij het debat niet zo belangrijk meer en zijn we beland in het stadium waarin alle deelnemers weten dat de ander niet beschikt over absolute argumenten.

Het is een gewapende vrede waarin niemand zich een verliezer waant. Zolang je maar geen onsterfelijk dwaze dingen beweert, zoals dat je kunt bewijzen dat God heel de werkelijkheid geschapen heeft of dat God aantoonbaar de evolutie heeft gedirigeerd, ben je tamelijk immuun voor kritiek.’ (Riemersma)

Het nieuwe debat over de grote verschillen tussen mensen, aldus Riemersma, dringt zich op de voorgrond.

Hoe moeten mensen met elkaar omgaan? Het is redelijk dat men tenminste rekenschap aflegt voor zijn meningen en overtuigingen aan de mensen met wie men samenleeft: dit geldt voor de theïst maar ook voor de atheïst.’

Het heeft er alle schijn van dat we allemaal zullen moeten inschikken. Het is echter uit de aard der zaak voor elk mens buitengewoon lastig om een coherent wereldbeeld na te leven en tegelijkertijd te erkennen dat dit ‘van beperkt belang is.’ (Riemersma)

Zie:
Bewijslast (de Volkskrant – Blendle)
De twist ten einde (De Lachende Theoloog)
* Signalementen (de Volkskrant – Blendle)
We zijn nog lang niet van God af (de Standaard – Blendle)
Er was altijd al een kosmos zonder God (NRC – Blendle)

Illustr: PThU.nl

Liberaal christendom niet echt liberaal

liberaalchristendom

‘Een liberale theologie is een theologie die onorthodox, open, vrijmoedig, vrijzinnig of modern is, of vooral op zo’n manier de christelijke traditie interpreteert.’ Zo begint het voorwoord van het boek Liberaal christendom, onder redactie van Rick Benjamins, Jan Offringa en Wouter Slob. Zij willen een ruimdenkende, niet-dogmatische vorm van christendom delen, die zonder opdringerigheid het belang van christelijk geloof wil uitspreken.

De auteurs in dit boek zijn opgegroeid in heel verschillende kerken of gemeenten, die orthodox, midden-orthodox of vrijzinnig hervormd waren, gereformeerd of evangelisch. Het liberale blijft dan ook beperkt tot het christelijk liberale. Terecht luidt nu al de kritiek dat er geen woord gewijd wordt aan de islam of aan de uitdaging om het christelijk perspectief te hanteren in een multiculturele en multireligieuze omgeving.

Toch zeggen de auteurs dat Liberaal christendom laat zien dat er meer is tussen óf orthodox geloven óf niet geloven. Het laat echter alleen maar zien hoe we vandaag de dag van God kunnen spreken, met de Bijbel kunnen omgaan en vanuit christelijke inspiratie kunnen leven.

De drie bestempelen zichzelf als liberale theologen. Wat dat betekent, vertellen ze, is dat ze een ruimdenkende, creatieve, niet-dogmatische vorm van christendom voor ogen hebben.’ (Trouw)

Evenwel luidt een andere kritiek dat het dogmatisch perspectief domineert. Niet in de zin van dwingende doctrine, maar omdat veel artikelen gaan over de geloofsleer en weinig over de geloofspraktijk.

Geen enkele aandacht voor oecumene, noch voor missionair kerk-zijn in een geseculariseerde context, laat staan voor de nieuwe religieuzen. De klimaatcrisis komt even voorbij, maar in de krap twee pagina’s die daar aan worden gewijd is nog geen begin te bespeuren van een theologische doordenking van het begrip duurzaamheid, of een theologische visie op de economie.’ (NieuwWij)

En zo klinkt de kreet ‘Hou toch eens op met de tegenstelling dat je óf gelovig bent óf seculier!’ die de drie eindredacteuren in Trouw uitroepen nogal vreemd. Het doet me denken aan cabaretier Fons Jansen die ooit in een conference zei: ‘Wees oecumenisch, maar doe het wel in de Jozefkerk!’. Nu dus ook weer: ‘Wees liberaal, maar dan wel christelijk’. Wat betekent dat voor seculieren? Moeten zij christelijk seculier worden? Seculier vanuit christelijke inspiratie?

Hou toch eens op met de tegenstelling dat je of gelovig bent – het liefst orthodox – of seculier! Er is niet een simpele keus tussen of een theïstisch godsbeeld of het seculiere niks. Zowel binnen als buiten de kerk wordt naar tussenvormen gezocht. Daaraan doen wij van harte mee. We hebben duidelijk afstand genomen van het theïsme, maar we zijn niet doorgeslagen in de seculariteit.’ (Trouw)

Niet doorgeslagen in de seculariteit. Toch lijken de schrijvers van het boek op weg naar het humanisme. Misschien is dat het ware liberale christendom? Geloven voorbij God luidt overduidelijk de titel van het artikel in Trouw.

Offringa: ‘Het gaat erom echt mens te worden.’ Ik hoor eigenlijk humanisten. Benjamins: ‘Christelijk humanisme. We staan in de traditie van Erasmus.’ Offringa: ‘Wij zijn vanuit het christendom geïnspireerd tot het humanisme.’ (Trouw)

Liberaal christendom | Auteurs: Jan Offringa, Rick Benjamins, Wouter Slob | Uitgeverij Skandalon | ISBN 9789492183217 | 240 pag. | € 21,95
Rick Benjamins is docent dogmatiek (PThU) en en bijzonder hoogleraar vrijzinnige theologie vanwege de VVP (RuG); Jan Offringa theoloog en predikant; Wouter Slob bijzonder hoogleraar vanwege de Stichting Bijzondere Leerstoel Protestantse ­Theologie op de leerstoel ‘Protestantse Kerk, Theologie en Cultuur’.

Zie:
Recensie van ‘Liberaal christendom’ (NieuwWij)
Geloven voorbij God (Trouw – Blendle)
Liberaal christendom (Inkijkexemplaar)

Gerelateerd: Remonstrantse God niet echt vrijzinnig

Wat als… we god ontdekken?

AlienWorldNASA

‘Het valt niet te ontkennen dat zich in ons hoofd een godvormige leegte bevindt. Maar wat als deze gevuld werd? Zou de mensheid zich plotseling massaal bekeren? Misschien wel, al is niet duidelijk waartoe mensen zich dan zouden bekeren.’ Dit vraagt wetenschapsjournalist Joshua Howgego zich af in het februarinummer van New Scientist. ‘Of misschien duikt god simpelweg zelf in volle bovennatuurlijke glorie op aarde op. De schok zou niet groter kunnen zijn.’

Georganiseerde religies zouden waarschijnlijk flink in beroering worden gebracht. Want een god die zich in willekeurige gedaante aan ons kan tonen, gaat onze beperkte huidige ideeën ver te boven.’

Howgego is, in zijn artikel Wat als… we god ontdekken?, van mening dat als een dergelijk wezen zich aan ons zou presenteren, atheïsten er misschien een revolutie tegen zouden beginnen.

Uiteindelijk zal onze reactie afhangen van de aard van het bewijs, zegt religie-gespecialiseerd antropoloog Joel Robbins van de universiteit van Cambridge. Alleen als dat bewijs dramatisch is zal dat grote veranderingen veroorzaken, zegt hij. ‘Het zou zoiets moeten zijn als Jezus zelf, of buitenaardse wezens die op aarde opduiken met de mededeling: hallo, wij zijn jullie scheppers.’

JoshuaHowgegoTwitterEen godsbewijs kan ook leiden tot fatalisme, stelt Joshua Howgego (foto: Twitter). Als bewezen wordt dat God daadwerkelijk bestaat, kunnen mensen hun interesse in de medische oorzaken van hun ziektes verliezen, en als een fysische identiteit de oerknal in gang heeft gezet, zou dat voor eeuwig en altijd bewijzen dat het universum niet eeuwig is.

Toch denkt kosmoloog en theoloog Alexei Nesteruk dat een bewijs dat god bestaat uiteindelijk onmogelijk is omdat dat het bestaan zou bewijzen van een wezen dat niet geschapen is. Wanneer we met een dergelijke entiteit geconfronteerd zouden worden, zouden we hem altijd de vraag kunnen stellen: ‘En wie is jouw schepper dan?’

Het artikel maakt deel uit van het hoofdartikel De realiteit aan diggelen: Onwaarschijnlijke ideeën die de wereld op zijn kop zetten. Hierin staan een tiental ‘wat als’-vragen die de potentie hebben om onze kijk op de wereld blijvend te veranderen, zoals: ‘Wat als… het grootste deel van de werkelijkheid onzichtbaar is? En: ‘Wat als… we niet alleen zijn? En: ‘Wat als… we uit de ruimte komen?’ En: ‘Wat als het universum een illusie is?’

Hoewel de religies in zwaar weer terecht zouden komen, kunnen we een hausse verwachten in het theologische debat. Boven aan de agenda zullen moraliteit, lijden en de dood prijken. Dat zijn onderwerpen die er in het academische debat vaak bekaaid afkomen, zegt Stephen Bullivant van St Mary’s University in Londen. Als er lijden bestaat terwijl god almachtig is, betekent dat dan dat lijden noodzakelijk is voor het bestaan van het universum? Of zegt het eerder iets over de aard van deze god?’

Zie: NewScientist: De realiteit aan diggelen (Blendle, € 0,89)

Illustr: AlienWorld NASA

Su-Shi: Soennieten en Sjiieten slaan brug

su-shi

Niet alle Soennieten en Sjiieten zitten vast aan het idee dat de eigen overtuiging absoluut is en beseffen dat hun rechtsscholen door mensen geschreven zijn die door de eeuwen heen verschillende visies en meningen ontwikkelden. De dialoog tussen sjiieten en soennieten in Nederland heeft nu geleid tot het kennis- en netwerkplatform Su-Shi, de naam is afgeleid van soennisme en sjiisme. 

De moslimgemeenschap is zo enorm versplinterd – als zij (wat meer) verenigd zou zijn, zou ze veel sterker en tot veel meer in staat zijn. Dat is wat ik wens voor moslims. Ook wens ik geen enkele vorm van onrechtvaardigheid voor moslims of welk mens dan ook. En als moslims niet veroordeeld willen worden door niet-moslims op basis van vooroordelen, waarom doen moslims het onderling dan wel?’ (Anne Dijk)

Anne Dijk, directeur van het FAHM-instituut, vindt dat onrechtvaardig en stelt dat, wetende dat het een gevoelig onderwerp is, en wetende dat je meerdere extremen tegen je zult hebben, het haar simpelweg gaat om rechtvaardigheid: de plicht van een mens, om zich daarvoor in te zetten.

We zijn met een heel gemêleerd bestuur en kernteam. Allemaal Nederlands, maar qua geschiedenis en roots van Indonesisch tot Indiaas, van Marokkaans tot Turks en Irakees tot Nederlands. Allemaal voelen we ons moslim en allemaal willen we werken aan verbinding ín Nederland.’ 

Arjen Buitelaar, directeur van het Instituut voor Midden-Oosten relaties en Studies, met wie Dijk samenwerkt, zegt dat hij is opgegroeid in een blanke pre-PKN Bible Beltomgeving, waar kerkgemeenschappen allesbehalve open naar elkaar waren: dat kinderen van verschillende kerken met elkaar speelden was niet gangbaar en ze zaten ook niet bij elkaar op school. Hij vond juist de eenheid die er in islam zou bestaan iets prachtigs, maar dat was dus een naïeve gedachte.

We hebben mensen die als soenniet tussen of naast sjiieten zijn opgegroeid, maar eigenlijk niets over die ander wisten. We hebben ook mensen die in een heel diverse omgeving in hun herkomstland zijn opgegroeid, en met de oorlogen sinds het nieuwe millennium scheuren in hun gemeenschappen hebben zien ontstaan.’


Soennisme
B
uitelaar: ‘Ik ben een sjiitische moslim. Het betekent dat ik me in de praktijk richt tot sjiitische geleerden en literatuur. Het betekent ook dat ik me bij het opbouwen van een relatie met God mij er niet aan kan onttrekken een mens van de samenleving te zijn. Tussen en met andere mensen, die anders kunnen denken en geloven. Ethisch handelen weegt dan bijvoorbeeld zwaarder dan droge regels. Ratio speelt daarbij tenslotte een belangrijke rol, maar ook hoe de Twaalf Imams, de opeenvolgende kleinzonen van de Profeet, zich verhielden tot hun tijdgenoten.’

Sjiisme
Dijk: ‘Ik ben een soennitische moslima. Voor mij betekent het in de kern dat het voorbeeld van de Profeet (sunnah) en de eerste drie generaties na hem het fundament zijn voor de manier hoe ik wil leven. Ik geloof dat autoriteit op een egalitaire, ‘democratische’ (shura) manier en alleen op basis van kennis en kwaliteiten het beste vorm gegeven van worden. Mijn persoonlijke relatie met God is alleen direct te bewerkstelligen, bijvoorbeeld via het gebed, en kent geen verbindingsmiddelen.’


Naar aanleiding van een radio-interview met Dijk zocht Buitelaar contact met haar en kwamen zij er samen achter dat de dialoog tussen sjiieten en soennieten in Nederland aandacht nodig had. En nu is er dus Su-Shi, inmiddels een formeel kennis- en netwerkplatform en met een nieuwe intra-religieuze website. Nieuwwij sprak met beide initiatiefnemers.

Zie: SU-SHI: Voorbij het Islamitisch sektarisme 

Biedt Logos Instituut Het Alternatief Voor Evolutie?

Evolutie_het_nieuwe_studieboek.dow_ (1)
Het nieuwe Logos Instituut, dat de Bijbel uitdraagt als ‘bron van kennis over ons verleden, ons heden en onze toekomst’, promoot momenteel het boek Evolutie. Het nieuwe studieboek, als alternatief voor evolutie. De stichting De Oude Wereld blijkt opgegaan te zijn in het instituut, en om ‘plaats te willen maken in het magazijn’ is het boek in de aanbieding… Bioloog Hans Degens lijkt vol lof.

De auteurs bediscussiëren uitgebreid mechanismen en aanwijzingen voor evolutie en sluiten elk onderwerp af met conclusies die de beperking van de huidige theorieën aangeven, zonder evolutie overboord te gooien of meteen als alternatief schepping te poneren. Pas in het laatste hoofdstuk worden alle gegevens in een scheppingsmodel gepast en wordt vermeld dat er ook in dat model onopgeloste vragen overblijven.’ (Degens)

Organisch chemicus Herman Bos schreef gisteren ook een recensie op Logos Instituut, al bleek dat al in 2010 in Ellips te hebben gestaan. Het boek zelf blijkt bovendien al uit 1998 te stammen, waarna diverse herziene uitgaven verschenen om aan te sluiten bij de actualiteit.

Voor het eerst is dit grandioze werk nu ook in het Nederlands vertaald, vanuit de Duitse 6e druk. Een gebonden boek op A4-formaat, uitermate rijk en fraai geïllustreerd met veel verhelderende schema’s. De biologen Junker en Scherer staan als bijbelgetrouwe wetenschappers kritisch ten opzichte van het neodarwinisme, maar hun toonzetting is die van de professionele wetenschapper.’ (Bos)

Het woord ‘toonzetting’ valt op in de recensie. Dat klinkt toch anders dan dat je dit boek als een doorwrocht wetenschappelijk werk betiteld. Gezien de vele kritiek die je her en der tegenkomt, is het wetenschappelijk gehalte twijfelachtig. Bionieuws, van het Nederlands Instituut voor Biologie, noemde in 2010 het al een ‘misleidend evolutieboek vol vooroordelen’. Zelf noemt De Oude Wereld het ‘een internationaal standaardwerk over evolutiebiologie’, dat een ‘diepgaande analyse geeft van de laatste stand van de evolutiebiologie’.

Biologe Gerdien de Jong schreef destijds die recensie in Bionieuws en vond het geen studieboek, noch een standaardwerk over evolutiebiologie. Volgens De Jong heeft het geen weet van de laatste stand van de evolutiebiologie. De titel alleen al, Evolutie, noemde ze destijds misleidend.

Het is een gedetailleerde bestrijding van evolutie door schrijvers die toegang hebben tot de wetenschappelijke literatuur en in een wetenschappelijke stijl schrijven. Ondanks de wetenschappelijke verpakking bestaat het boek uit vooroordeel, misleiden, weglaten en verdraaien.’ (De Jong)

Auteurs Junker en Scherer geven toe dat methodisch naturalisme leidt tot een evolutionaire interpretatie van de geschiedenis van het leven. J&S beweren echter dat evolutie van niet-wetenschappelijke vooronderstellingen uitgaat, zoals ‘eenvoud aan het begin’; zulke vooronderstellingen zijn er niet. Deze draai is nodig voor hun poging ‘het Bijbels ontstaansmodel’ op gelijke voet met evolutie te stellen.’ (De Jong)

Ook bioloog René Fransen vond het indertijd feitelijk een anti-evolutieboek omdat het overgrote deel van de tekst erop gericht is aan te tonen dat de evolutietheorie onvolledig en onjuist is. Hij noemt het een behoorlijk moeilijk boek, niet heel toegankelijk geschreven, met veel vaktermen en soms gedetailleerde uitweidingen. Als studieboek over evolutie vindt hij dit werk niet voldoen, omdat het een onvolledig en soms onjuist beeld van de stand van zaken in het dit vak geeft. Als verdediging van een Bijbels scheppingsmodel voldoet het evenmin, omdat dit deel nauwelijks is uitgewerkt.

In het boek gebruiken de auteurs veelal redeneringen die afkomstig zijn uit de traditie van ‘intelligent ontwerp’: bepaalde structuren kúnnen niet via een stapsgewijs evolutieproces zijn ontstaan. Ze vertonen sporen van ontwerp dus moet er een ontwerper zijn. Op die manier van redeneren is de laatste jaren veelvuldig kritiek geweest, omdat het uiteindelijk een redenering vanuit onwetendheid is: we snappen het niet, dus het kán niet.’ (Fransen)

Conclusie: Zeer oude wijn in oude zakken en eigenlijk is het nog geen wijn ook. Het wetenschappelijk gehalte van het boek blijkt een veel te laag promillage te hebben. Geen beste aanbieding.

Zie:
Alternatief voor evolutie
‘Een standaardwerk dat op geen boekplank mag ontbreken’
Misleidend evolutieboek vol vooroordelen
Kritische bespreking van kritisch evolutieboek

Evolutie. Het nieuwe studieboek | door Reinhard Junker en Siegfried Scherer | Uitgeverij De Oude Wereld | Urk | 2010 | ISBN 978 90 5798 267 5 | 336 blz. | € 39,95 | Nu voor € 13,50 via Logos.

Moslim en christen hopen dat hun God de ware is…

muslim-christian
‘Laat ieder zijn eigen god dienen en hopen dat jouw God de ware is.’ Dat zeggen moslim Enis Odaci en christen Herman Koetsveld in het interview We bedienen dezelfde God door Hem niet te omschrijven. Toch zeggen ze dat er maar één God is als de Bron van alles – zoals ook het motto luidt van hun stichting Koetsveld & Odaci. CVandaag vraagt zich af hoe zij dat eigenlijk zien: één God én twee religies.

Het woord ‘god’ vindt Koetsveld eigenlijk een onmogelijk woord. Hij merkt dat hij die beelden en woorden meer en meer mag loslaten, en daardoor met Odaci gesprekken kan hebben over God die ‘grondeloos in het midden’ is.

Op het moment dat je werkelijk denkt dat God samenvalt met de Bijbel of Allah met de Koran, dan vlieg je vreselijk de bocht uit. Het is een bespottelijke gedachte om te zeggen dat God even groot is als een boek; Hij is meer en groter dan dat.’

Ze claimen niet de enige, exclusieve waarheid te hebben, maar zeggen daarmee niet: ‘ik heb geen waarheid’. Ambigu drukken zij zich hiermee uit in het interview, ook als zij zeggen: ‘Laat ieder zijn eigen god dienen en hopen dat jouw God de ware is’. We hebben het hier over monotheïstische godsdiensten… Zijn er dan toch meer goden? Of hebben we het over verschillende religies? Twee wegen naar dezelfde ware God die de bron van alles is?

Als we verschillende goden gaan omschrijven, heb je al heel impliciet en sluipenderwijs gezegd: ‘Jij hebt een secundair geloof’. En daarmee zeg je over mensen: ‘Jij bent een secundair mens’. Dát impliceren is zo gevaarlijk. Daar moeten we over praten.’

Mooi. Koetsveld en Odaci lijken het christendom en de islam met elkaar te willen verbinden, en schreven het boek De zeven zuilen. Hierin verbreden zij hun eigen gedachten over God, het godsbeeld en de waarheidsclaims, met anderen. Onder meer een orthodoxe rabbijn werd er bijgehaald. Het boek draagt een christelijk-islamitische titel: de zes-plus-één uit het christendom gecombineerd met de vijf zuilen uit de islam. Zeven vooraanstaande Nederlanders spreken hierin over God.

Allemaal krijgen ze dezelfde zes uitspraken voorgelegd, waardoor er een interessante waaier van meningen en analyses ontstaat. Bij elkaar vormen de gesprekken een actueel commentaar op de tijdgeest. Uit hun verschillende en vooral persoonlijke vertrekpunten ontvouwen zich levendige, verrassende en inspirerende gedachten die tot verder nadenken uitnodigen.’ (Berne Media)

Koetsveld en Odaci zeggen tegen elkaar dat hun godsbeeld bepaald is uit een boek. Ze zijn dezelfde weg gegaan vanuit een ander boek en kunnen dus niet zeggen: ‘Mijn God is de ware God en jouw God is niet de ware God’.

Als je dat wel denkt, ben je niet alleen heel onwetenschappelijk bezig; het is ook heel arrogant. Want je weet het niet. In onze onzekerheid zijn we gelijk. En dat biedt ons de ruimte om God God te laten zijn. We bedienen dezelfde God door Hem niet te omschrijven.’

Zie: INTERVIEW |’We bedienen dezelfde God door Hem niet te omschrijven’

Illustr: sjebhi.wordpress.com