Negen planetaire grenzen van de Vérdenker der Nederlanden

Denker der Nederlanden David Van Reybrouck denkt kosmisch. Denkt vérder dan de Nederlanden en vertelt in De wereld en de aarde (april 2025) over grenzen die de mens overschreden heeft. De historicus, denker en schrijver doelt op negen planetaire grenzen, oftewel domeinen die betrekking hebben op de ontwrichting van de aarde. Het klimaat is één van die ontwrichtingen.

‘Planetair denken gaat niet alleen over de bijtjes en de bloemetjes. Het gaat over het grootste veiligheids- en gezondheidsvraagstuk van onze tijd: hoe houden we de planeet bewoonbaar?’
(David Van Reybrouck)

Natuurwetten
De nieuwerwetse eretitel Denker der Nederlanden (DdN), is wonderlijk, juist als een Belg aantreedt. Bedacht door de Stichting Maand van de Filosofie. Voor Marjan Slob (DdN 2023) begon de titel ‘des Vaderlands’ te knellen: “Hoe draag ik bijvoorbeeld als vrouw deze titel?” – Hoe draagt bijvoorbeeld als Belg Van Reybrouck deze titel…?
De denker denkt gelukkig voorbij grenzen: denkt, verdenkt en denkt vér. ‘Vérdenken is naar het heden kijken vanuit de verre toekomst en vanuit het verre verleden’.

‘Misschien is dat wel de tragedie van deze weerbarstige eeuw: dat we zo verblind zijn door het helle licht van de mensenwereld dat we de aarde uit het oog zijn verloren. Nochtans, de planetaire uitdagingen waar we nu voor staan vormen het grootste veiligheidsvraagstuk van onze tijd, en ook het grootste gezondheidsvraagstuk, meer dan alle recente conflicten en geopolitieke aardverschuivingen. De natuurwetten trekken zich niets aan van ons onderling gesteggel.’
(Uit: De wereld en de aarde)

‘Het is ook vérdenken in de ruimte – voorbij geografische grenzen of sociale bubbels. Denken is meer dan filosofie en filosofie is meer dan westerse filosofie’
(David Van Reybrouck)

‘David Van Reybrouck was recent Arne Næss Professor aan de Universiteit van Oslo, vernoemd naar Noorwegens invloedrijkste filosoof uit de twintigste eeuw. Hij verwierf internationale bekendheid met zijn lijvige boeken over koloniale geschiedenis (Congo en Revolusi) en zijn essays over democratische vernieuwing (Pleidooi voor populisme en Tegen verkiezingen). Ter gelegenheid van zijn aanstelling schreef hij De wereld en de aarde.’
(Arminius debatpodium)

Geen zwakte, maar kracht
V
erdénken is volgens de denker eigenlijk de basis van elke filosofische houding, het verwijst naar een soort achterdocht: ‘Durven kritiek hebben, durven twijfelen, ook aan jezelf – je standpunt bijstellen is geen teken van zwakte, maar van kracht’. 

‘Onze aandacht wordt in het heden gezogen, maar ik vind het ook van belang om vanuit het verre verleden naar de verre toekomst te kijken.’
(DVR)


De groene cirkel is het gedeelte dat binnen de planetaire grenzen valt, alles wat daarbuiten valt overschrijdt de grenzen Science Advances 2023

Planetair denken
L
eonie Breebaart (Trouw) hoopt dat Van Reybrouck niet al te planetair zal denken, de columnist denkt dat het mensen kan afschrikken: ‘De “Planeet” is te groot om van te houden’. Goed dat de vérdenker groot denkt. Te veel mensen denken helaas niet verder dan hun neus lang is. Zeker in deze tijd is dat kortzichtig. Het gaat tenslotte om het bewoonbaar houden van de planeet en niet alleen om je achtertuintje.

‘Het grootste veiligheidsvraagstuk van onze tijd is niet de wereld met haar onderlinge conflicten, maar de aarde die meer en meer ontregeld raakt. Steeds heviger gaat de planeet tegen de mensenwereld tekeer. De wereld heeft de fysieke aarde ontwricht en nu ontwricht de aarde de wereld. De moderne diplomatie, dat eeuwenoude overleg tussen landen, moet zich daarom dringend opnieuw uitvinden. Hoe zou dat eruit kunnen zien?’
(Uit: De wereld en de aarde)

Actieve betrokkenheid
D
e Denker der Nederlanden vertelt over socioloog en filosoof Bruno Latour (1947-2022), een van zijn inspirators, net als Jürgen Habermas (1929). Deze Duitse filosoof en socioloog vindt Van Reybrouck van grote invloed op het idee van deliberatieve democratie: ‘een vorm van publieke besluitvorming waarin de uitwisseling van argumenten tussen burgers centraal staat’.

‘We moeten de publieke ruimte zo organiseren, zegt hij [Habermas], dat die onze democratie optimaal kan vormgeven. En leven in een democratie betekent: deelnemen aan de publieke sfeer, een actieve betrokkenheid bij hoe het beleid tot stand komt. Wat dat betreft gaat hij verder op het denken van Hannah Arendt, die hamerde op het belang van actieve participatie.’
(DVR)


De Denker der Nederlanden is afgelopen nacht feestelijk ingehuldigd tijdens de Nacht van de Filosofie

‘Burgers zijn veel ambitieuzer en coherenter met klimaatmaatregelen dan dat de politiek aandurft. De burgers zeggen eigenlijk: help ons de deksel op de koekjestrommel te doen, anders blijven we graaien. En de politiek zegt: oei, we kunnen de koekjestrommel niet dichtdoen, want dan worden ze heel kwaad.’
(DVR)

Het verste denken
D
e DdN zegt aan het slot van een groot interview in Filosofie Magazine dat denkers helpen om een raam te ontdekken in een ruimte die we gesloten achten, maar dat dichters helpen om nog een ander raam open te zetten.

‘Ik heb de poëzie nodig om frisse lucht binnen te laten. Mijn denken kan misschien een aantal mensen helpen om ideeën te ontwikkelen waar ze nog niet eerder aan gedacht hebben. Maar ik heb zelf ook behoefte aan frisse lucht. In de poëzie stuit ik op beelden die ik al denkende nooit had kunnen bedenken. Misschien is poëzie wel het verste denken.’
(DVR)

Bronnen:
* De wereld en de aarde. Hoe houden we het veilig | David Van Reybrouck | 4 april 2025 | Literaire fictie | Uitgeverij De Bezige Bij | 80 blz. |
*
David Van Reybrouck is de nieuwe Denker der Nederlanden. ‘Ik wil dat denken gevolgen heeft’ (Filosofie Magazine, 19 maart 2025)
*
David Van Reybrouck
* Mens heeft aarde over grenzen geduwd, blijkt uit ‘gezondheidscheck voor planeet’ (Science Advances / NOS, 20-09-2023)
*
De ‘planeet’ is te groot om van te houden (Trouw, 20 maart 2025)
* ‘Ouderwetse’ Dichter des Vaderlands wordt Dichter der Nederlanden (NOS Nieuws, 25 februari 2025)

Beeld: PxHere
Illustratie Planetaire grenzen: Earth beyond six of nine planetary boundaries (Science Advances, 13 -09 – 2023)

‘De werkelijkheid is alles maar bovenal niet redelijk’

Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes heeft Dichter des Vaderlands Lieke Marsman geen wetenschapsfilosofische of logische exercities nodig om de onredelijkheid van de werkelijkheid in te zien. Op boeiende wijze gaat Smedes – in zijn recensie over het programma Zomergasten – in op het thema werkelijkheid in relatie met redelijk en onredelijk denken. En op ergens in geloven en zingeving.

‘Lieke Marsman zat in een behoorlijk dal, worstelde met vragen over leven en dood, maar als iemand die atheïstisch was opgevoed had ze geen taal meegekregen om aan die worsteling woorden te geven’

Smedes doet rake observaties over belangrijke thema’s die Jeanine Abbring laat liggen in het gesprek met Lieke Marsman. ‘Vooral de zaken die met zingeving te maken hadden, kregen door Abbrings aanpak geen diepgang.’

Filosoof Marsman schreef onder meer de dichtbundel In mijn mand waarin zij de grootste thema’s die het menselijke bestaan kenmerken behandelt: de waarde van het leven en de plek van de dood in een mensenleven. Marsman zelf is ernstig ziek.

‘Hoe leef je met een levensbedreigende ziekte? Hoe verandert dat je blik op de wereld, op wat van waarde is, op wat je je herinnert en het verloop van de tijd? En hoe verhoud je je tot de wereld in dergelijke omstandigheden? Trek je je eruit terug, of laat je je juist gelden en houd je die wereld een spiegel voor? Lieke Marsman kiest resoluut voor het laatste.’ 
(Uit: In mijn mand)

Alles draait volgens Smedes om zingeving en Marsmans zoektocht daarnaar. Zij spreekt onder meer over haar belangstelling voor ufo’s en dat haar ufo-belangstelling mede opkwam in een tijd waarin ze met zingeving worstelde. Ook heeft Marsman religieuze ervaringen gehad.

‘Ze had te horen gekregen dat ze ongeneeslijk ziek was, waarbij ze niet wist hoelang ze nog te leven had. Ze zat in een behoorlijk dal, worstelde met vragen over leven en dood, maar als iemand die atheïstisch was opgevoed had ze geen taal meegekregen om aan die worsteling woorden te geven. Ze wendde zich tot de Bijbel, die haar cultureel het meest nabij stond. Ze verdiepte zich in nabij-de-doodervaringen.’


‘Oneindigheid van tijd houdt me overeind nu.
Hoe lang de dag ook leek, het was een snipper.
Hoe kort de dag ook lijkt, er is nog tijd.’

Lieke Marsman

Smedes verwijst naar getwitter over Marsmans fascinatie voor ufo’s: te buitenissig en te onredelijk. Hadden ze een punt, vraagt hij zich af. Integendeel, ze hebben het punt volledig gemist, vindt hij. Recensent Jan Postma, in De Groene Amsterdammer, ziet volgens Smedes waar het bij Marsman om draait als hij schrijft:

‘Ze was kwetsbaar en onzeker en onbeschaamd onredelijk. Ze liet zien dat voor wie grip probeert te krijgen op het lot alle middelen gerechtvaardigd zijn. ‘Het is ook gewoon oké om ergens in te geloven en dat het dan niet waar is,’ zei ze.’
(Jan Postma)

Smedes is van mening dat het misschien zo is dat iemand, die de onredelijkheid van de werkelijkheid letterlijk aan den lijve heeft ondervonden, ineens als door een verlichtingservaring ziet dat de werkelijkheid alles maar bovenal niet redelijk is. Hij verwijst naar The Dappled World van wetenschapsfilosoof Nancy Carwright. In dat boek verdedigt ze de stelling dat de werkelijkheid niet redelijk is, maar ten diepste chaotisch en onredelijk.

‘De natuurwetten die wij menen te ontdekken zijn eilanden van orde in een verder onredelijk en chaotisch universum.’
(Carwright)

Marsman heeft die onredelijkheid in haar lichaam zitten, die woekert en knaagt en poogt om haar juist dat te ontnemen wat ze zo liefheeft: het leven. Aan het slot van de recensie, die wat mij betreft de verdieping is van zoals Zomergasten had moeten zijn, zegt Smedes:

‘Als je de onredelijkheid van het bestaan lichamelijk ondergaat, en daarmee de beperkingen inziet van de menselijke redelijkheid die vergeefs grip probeert te krijgen en zich bij tijd en wijle wentelt in de illusie door wetenschappelijke kennis grip te hebben –
hoe onredelijk is het dan voor Marsman om in God te geloven of te geloven in een voortbestaan van bewustzijn na de lichamelijke dood of te geloven dat we wellicht bezocht worden door buitenaardse beschavingen die ons ver vooruit zijn? Sterker nog, welke kleingelovige zal dan nog durven beweren dat juist zij onredelijk is?’

Zie:
* Zomergasten: Lieke Marsman (VPRO)

* Lieke Marsman in Zomergasten, 14 augustus 2022 (Taede Smedes – Sinds september 2022 verbonden aan de de Radboud Universiteit als docent Systematische Theologie bij de Faculteit Theologie)
*
In mijn mand | Lieke Marsman | 08-08-2022 | Uitgeverij Pluim | 53 Pagina’s | € 24,99

Beeld: Installatiekunst Meyke de Leeuw: ‘Iedereen heeft een ander beeld van de werkelijkheid’
Foto Lieke Marsman: Twitter

Overpeinzingen van een moderne gelovige

mijn-heldere-afgrond

Het ‘moderne’ van de gelovige Amerikaanse dichter Christian Wiman, schrijver van Mijn heldere afgrond, zit er waarschijnlijk in dat hij zijn geloof niet als een leer met vastomlijnde waarheden beschouwt, maar juist onophoudelijk twijfelt. Niet zozeer aan een leer, maar aan zijn geloof. Dat zegt Marjoleine de Vos in de NRC, in het artikel Bestaan, echt bestaan, vervult je met ontzag. Het boek Mijn heldere afgrond over geloven, poëzie en sterven raakt volgens de NRC lezers diep. Auteur Christian Wiman sprak in Amsterdam met De Vos en andere lezers.’

Geloven is een lastig woord. Want wat bedoelt iemand ermee, waar gelooft hij dan in. Het antwoord ‘in God’ verheldert eigenlijk niets. Misschien is geloven in Wimans geval wel ongeveer: ja zeggen tegen het leven. Hoe het er ook uitziet. Hij schrijft: ‘Geloof is: ontdekken dat je, in het diepst van je ziel, in het hart van wie je bent, bewogen wordt om voor het leven dankbaar te zijn.’ (De Vos)

Volgens De Vos veroorzaakte zijn boek een stille sensatie. In Trouw vergeleek Willem Jan Otten, die het vertaalde, het met Pascals Pensées. Het wordt in tal van leesclubs gelezen, er werden al snel herdrukken opgelegd. En Wim Brands schreef:

Als ik zeg dat het lezen en herlezen van Mijn heldere afgrond mij niet onberoerd liet, verzwijg ik wat er daadwerkelijk met mij gebeurde: Wiman bezorgde me met zijn boek over geloven, poëzie en sterven inzichten waarvan ik niet had durven vermoeden dat ze me ooit deelachtig zouden worden. Een inzicht over de dood bijvoorbeeld, dat ik nog steeds bijna niet te bevatten vind.’ 

De Vos verwijst naar Wiman die een ernstige ziekte achter de rug heeft, en zegt:

Bestaan, echt bestaan, vervult je met ontzag. Dat ontzag doet je je dingen afvragen over de aanwezigheid van God. Iedereen is tot het uiterste in leven. Denk maar aan hoeveel je leven voor je betekent. Ook voor degenen van wie je zou denken dat het leven niet ‘heerlijk’ is. Ook die vinden in leven-zijn belangrijk, elke keer weer.’ (Wiman)

Volgens Wiman is het de poëzie die maakt dat je je tot God wendt. Poëzie komt nog vóór geloof.

Je moet eerst inspiratie hebben, je moet je eerst iets afvragen, voor je zelfs maar op het idee komt van God. Waarom zou je het anders over God hebben. Daar zie ik dan niet de zin van in,’ zegt hij. ‘Het is poëzie die maakt dat je je tot God wendt.’ (DV)

Wiman schetst een beeld van een ‘hemelwaarts vliegende boom’, die hem veel vreugde schonk. Hij schreef er een gedicht over: From a window, in een deplorabele stemming, maar wat hij schreef, schonk hem iets. ‘Het explodeerde in geluk’, het vormde de ervaring in plaats van dat het die weergaf.


From a window

Incurable and unbelieving
in any truth but the truth of grieving,

I saw a tree inside a tree
rise kaleidoscopically

as if the leaves had livelier ghosts.
I pressed my face as close

to the pane as I could get
to watch that fitful, fluent spirit

that seemed a single being undefined
or countless beings of one mind

haul its strange cohesion
beyond the limits of my vision

over the house heavenwards.
Of course I knew those leaves were birds.

Of course that old tree stood
exactly as it had and would

(but why should it seem fuller now?)
and though a man’s mind might endow

even a tree with some excess
of life to which a man seems witness,

that life is not the life of men.
And that is where the joy came in.

(Uit: Every Riven Thing: Poems, Christian Wiman)


In één keer heeft hij het opgeschreven zegt hij. Met rijm en al, met vogels, met hemelwaarts visioen, alles. En het gedicht, met zijn lichte ritme, versnellend naar het eind en dan inhoudend om tot de conclusie te geraken: ‘that life is not the life of men’ biedt ook de lezer het beeld van de vliegende boom en de overtuiging dat er, hoewel er niets buitenaards gebeurde, toch meer is te ervaren dan eenvoudigweg een boom die ergens staat. Of dat geloof is? Dat doet er misschien niet zo toe. Het was een beeld dat hem hielp om te leven én om zijn mogelijke sterven te aanvaarden.’ (DV)

Essayist en dichter Joost Baars, die aan het gesprek deelnam, vertelde heel goed te kunnen begrijpen waarom men het christendom verwerpt om zijn imperialisme, zijn dogmatisme, zijn bigotterie.

Maar het christendom viert ook de onmogelijkheid, zegt Baars, en dat hebben we nodig. En dichters als Wiman begeven zich in die onmogelijkheid.’ (DV)

De Vos vraagt zich vervolgens aan Wiman wat het betekent om je in de onmogelijkheid te begeven. Onmogelijke woorden gebruiken als ‘God’.  

Omdat ik nu eenmaal in die traditie sta,’ zegt hij. Het mooiste zou het wellicht zijn om het hele woord God niet nodig te hebben, veronderstelt hij, zoals Rilke die in een brief schreef dat alles naar zijn gevoel dusdanig vervuld werd van God dat het geen enkele zin meer had om over een daarvan afgezonderde ervaring van ‘God’ te spreken.’ (DV)

Wiman lijkt dat ook wel te willen, maar zijn geloof overtuigt hem lang niet altijd voldoende. Geloof is voor Wiman ook geen verlossend antwoord op alle vragen.

Hoezeer hij daar soms ook naar verlangt: naar rust, naar ontspannen evenwicht. Alle dingen nieuw. Wiman: ‘Maar geloof is geen nieuw leven in deze zin; het is het oude leven nieuw gezien.’

Zie: Bestaan, echt bestaan, vervult je met ontzag (NRC 26-11-2016 en via Blendle)