Voor de PKN is van God getuigen best ongemakkelijk

Van filosoof en theoloog Tomáš Halík is de uitspraak: ‘De manier waarop iemand mens is, zegt meer over zijn geloof dan wat hij denkt en zegt over God’. In De namiddag van het christendom, waarnaar magazine Petrus verwijst, citeert Halík wat paus Franciscus zegt over God: ’Ik heb slechts één dogmatische zekerheid: God is aanwezig is ieders leven’.
Halík is opmerkelijk genoeg te vinden in Petrus, het magazine van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) waarin God slechts aanwezig blijkt in het christendom. Zegt dat meer over het christendom dan over God die immers ‘aanwezig is in ieders leven’? Het essay Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? leest ongemakkelijk.

‘De Kerk moet vertrouwen op de kracht van God en er serieus rekening mee houden dat de Geest ook buiten de zichtbare grenzen van de Kerk werkzaam is’
(Tomáš Halík)

In het essay Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? door Jedidja Harthoorn, hoofdredacteur van het magazine Petrus van de Protestantse Kerk Nederland (PKN), zegt Harthoorn dat ‘er genoeg theologen en gelovigen zijn die ervoor pleiten om het gesprek over het geloof bewust op te zoeken’. Om te getuigen. De nieuwe scriba van de PKN, dr. Kees van Ekris, kijkt in Petrus terug op de inzichten die dat getuigen hem hebben gebracht.

Geen dialogen
Opvallend in het gehele essay is dat er in Getuigen wel gesprekken zijn over geloof maar geen dialogen. Consequent zijn ze eenzijdig gericht tegen andersdenkenden en niet-gelovigen om te getuigen van het christelijke geloof. Van Ekris wil zijn mede-christenen vooral sterken in dat getuigen.

‘Ik gun christenen fierheid. Leven met een soort zelfvertrouwen: dit doet ertoe, wat wij geloven. Ten diepste heeft dat te maken met een ervaring van geluk: ik wil dit niet kwijt en ik gun het een ander ook. (…)   We moeten zó leren spreken over het christelijke geloof dat het mogelijk verstaanbaar is voor iemand die anders denkt.’
(Kees van Ekris in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)

Abraham
Het voelt ongemakkelijk dat niet-christelijke gelovigen en andersdenkenden blijkbaar christenen moeten worden (hen te ‘koloniseren’, zoals Tomáš Halík dat verwoordt). Heeft Van Ekris weleens geluisterd naar moslima’s die in steeds groteren getale in vooral dienstverlenende sectoren te zien zijn? Allemaal getuigen zij van hun geloof en velen maken dat zelfs fier zichtbaar met hun hoofddoek. Zij zijn, net als christenen, volgers van Abraham waarover Franciscus spreekt in een interview.

‘Abraham is op reis gegaan, zonder echt te weten waarnaartoe, louter op grond van geloof.(…) Ons leven wordt ons niet in de schoot geworpen als een operalibretto, waarin alles al vast staat. Ons leven is op weg zijn, wandelen, doen, zoeken, vinden enzovoort. We moeten dus binnenstappen in het avontuur van de zoektocht naar de ontmoeting, in het zich door God laten zoeken en het zich door God laten vinden’.
(Uit De namiddag van het christendom (2023), Tomáš Halík in Interview Antonio Spadaro S.J. met paus Franciscus (1938 – 2025)


Het ☧-teken, een belangrijk symbool in de protestantse beeldtaal

‘Als de Kerk haar grenzen wil overschrijden en alle mensen wil dienen, dan moet haar dienst verbonden zijn met respect voor het anders-zijn en de vrijheid van hen tot wie ze zich richt. Ze moet ontdaan zijn van de intentie om iedereen in haar gelederen te trekken en de controle over hen te krijgen, hen te ‘koloniseren’. Ze moet vertrouwen op de kracht van God en er serieus rekening mee houden dat de Geest ook buiten de zichtbare grenzen van de Kerk werkzaam is.’
(Uit De namiddag van het christendom (2023), Tomáš Halík)

Anders-zijn
Moslima Saïda bijvoorbeeld. Zij begon als schoonmaakster in een ziekenhuis en werkte daar uiteindelijk als gediplomeerd islamitisch geestelijk verzorger. Als moslim staat zij volledig open voor andersdenkenden, werkt aan de samenleving met iedereen die er ook voor de ander is, en toont de kracht en de wil om samen te werken met mensen met uiteenlopende levensbeschouwingen.


“joods-christelijke beschaving’, dat doet de geschiedenis geen recht.
De islam hoort al eeuwen bij Nederland.’

(Religiewetenschapper en filosoof Kamel Essabane, in deKanttekening)

Moslimgemeenschap
Ook is het waardevol om kennis te nemen van ‘Verhalen van de Nederlandse moslimgemeenschap die lang onderbelicht zijn gebleven, maar onmiskenbaar deel uitmaken van ons gezamenlijke verleden’. De tentoonstelling Wij zijn hier liet de afgelopen maanden juist zien hoe moslims, generatie op generatie, een fiere rol spelen in het maatschappelijke, culturele en religieuze landschap van Nederland. Soms zichtbaar, vaak op de achtergrond, maar altijd aanwezig.

Zonde
Interessant en spiritueel is de omschrijving die scriba Van Ekris geeft aan het begrip ‘zonde’, een nogal zwaar beladen term in het christendom dat nog altijd angst zaait door dreigend vagevuur en hel. Van Ekris over ‘zonde’:

‘Als je zonde omschrijft als een vreemde ontwrichtende kracht in jezelf die dingen stuk kan maken, wordt dat door veel mensen herkend. Het helpt als je voor dat soort ervaringen taal kunt aanreiken.’
(Kees van Ekris in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)


Scriba PKN Kees van Ekris

‘Iets van God ontdekken’
Voor Van Ekris ontstaat in contact met de ander een ‘heel betekenisvol gesprek’. Maar ook dan wordt er niet aan die ander gevraagd: “Vertel jij eens over de betekenis van jouw geloof?” Terwijl Harthoorn toch zo mooi schrijft:

‘Mensen kunnen blijkbaar op allerlei manieren geraakt worden door iets wat met God en geloof te maken heeft. Woorden en daden, het gewone en het heilige, stilte en muziek – misschien is de hele breedte van de menselijke ervaring wel nodig om iets van God te kunnen ontdekken en van die ervaring te leren.’
(Jedidja Harthoorn in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)

Paus Franciscus
Saïda, ook geraakt door God, heeft dit al lang geleden geleerd. Zij kent de kern van de Abrahamitische godsdiensten waarnaar paus Franciscus verwijst: joden, christenen en moslims hebben dezelfde God. En vol vertrouwen brengt de geestelijk verzorger dat in de praktijk.

Getuigen van God
Door te getuigen, bevestig je je persoonlijke ervaringen van je geloof als waarheid. Een ongemakkelijke opdracht als je slechts van je eigen godsdienst kan getuigen en niet van God.

Bronnen:
Jedidja Harthoorn
* Magazine Petrus, Nr 30 – Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? (Jedidja Harthoorn)“Al zo’n 200.000 Nederlanders krijgen het christelijk magazine Petrus [4x per jaar gratis] in de brievenbus.” (Petrus)
Saïda
*Academie voor Geesteswetenschappen, Saïda, van schoonmaakster tot islamitisch geestelijk verzorger – Jeroen Jeroense & Trijnie Nielen-Rosier (Boekrecensie: Paul Delfgaauw)

*Wij zijn hier – Een gedeeld verleden, moslims vertellen – Tentoonstelling in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdok (14 juni – 6 september 2025)
* De namiddag van het christendom – op weg naar een nieuw tijdperk (Tomáš Halík, Kokboekencentrum Uitgevers) – Opgedragen aan paus Franciscus, met eerbied en dankbaarheid)
*deKanttekening: Het Moslim Archief wil The Black Archives achterna: ‘Groepen bij elkaar brengen’ (Historicus en journalist Ewout Klei)

Beeld: PKN
Het ☧-teken: Petrus / De Glashut +Designer
Foto joods-christelijke beschaving: Universiteit Utrecht
Foto Van Ekris: AD / ANP

Biblebelt schept refoband

CatharijneconventPDDenHertog

Wel een tamelijk losse, want de vele gereformeerde afscheidingen van de orthodoxe protestanten lopen allemaal op hun eigen smalle weg. Zo is er gelijk plaats genoeg, zou je zeggen en hoef je niet eens op die brede weg. Op de smalle weg kan je elkaar ook beter in de gaten houden, want de sociale controle blijkt enorm binnen deze Nederlandse minderheidscultuur. Je kan er alleen maar onderuit komen door… ook weer een eigen gemeente te beginnen. Maar daar is direct weer die sociale controle.

Toch zijn er kleine vlammetjes van Verlichting te vinden in de Bijbelgordel, zo blijkt uit een bezoek Bij ons in de Biblebelt in Museum Catharijneconvent in Utrecht.

‘Thuislezers’
B
iblibelt, Bijbelgordel, refoband. Allemaal benamingen van een minderheidscultuur die de smalle weg bewandelt om uiteindelijk het grootse hiernamaals te bereiken. Orthodoxe protestanten blijken heel veel smalle wegen te kennen en op elke weg wandelt wel een van de vele afscheidingen. Veel kleine protestantse gemeenten en vaak waren de gemeenten zelf ook nog eens niet goed genoeg. Mensen bleven dan thuis en werden ‘thuislezers’ omdat in de gemeente niet goed werd gepreekt. Ze waren het niet eens met de moderne uitleg van de predikant in de officiële protestantse kerk.

Dag des Heeren
R
eformatorische kunstenaars zijn orthodox aangepast – iets dat je juist niet van kunstenaars verwacht. Hun kunstwerken moeten op zondag achter een gordijn verscholen worden. Ook van kunst mag je op zondag dus niet genieten. Het Reformatorisch Dagblad hangt op internet op de Dag des Heeren eveneens achter een virtueel gordijn. Vandaag, dinsdag, is het – weer – enorm druk. Waar komen al die mensen vandaan? Vele honderden per dag. Van de Biblebelt? Zou kunnen gezien de hoge gemiddelde leeftijd van de bezoekers. Maar ook zijn er duidelijk ook young elderly persons (yeps) te vinden, wellicht op zoek naar fundamentele zingeving.

CatharijneconventPDZwaarLicht

Van zwaar naar licht
De Middelburgse kunstenares Liesbeth Labeur, zelf afkomstig uit een reformatorisch milieu, geeft in deze tekening een eigen overzicht van het brede spectrum van de protestantse kerken. Geheel links plaatst zij de ‘zwaren’ zoals de oud gereformeerden  die samenkomen in eenvoudige schuurkerkjes. Aan de lichte zijde bevinden zich onder andere de evangelische kerken – die hun groei gedeeltelijk danken aan de toestroom vanuit de reformatorische, ‘zware’ hoek.’ (Foto (PD) en tekst van tekening in Catharijneconvent)


Beeldschermen
E
igenlijk kijken de bezoekers van de tentoonstelling voortdurend televisie. Naast vele boekwerken en schilderijen vullen vele beeldschermen Museum Catharijneconvent. Vol vraaggesprekken met orthodoxe christenen. En je kan er niet bij gaan zitten, je moet staan en tussen vele hoofden doorkijken om iets op te vangen van de beeldschermen. Vele orthodoxen mannen en vrouwen leggen daarop hun orthodoxe visie uit. En die klinkt soms verrassend genuanceerd.

Kinderen worden gezien
S
oms verrassend open. Bij een beeldscherm-interview over opvoeding van kinderen speelt de open dialoog een opmerkelijke rol. Niets dwingends. Gesprekken vinden plaats, kinderen mogen eigen keuzes maken, want ze hebben immers (straks) hun eigen verantwoordelijkheid. Het contact tussen ouders en kinderen in orthodoxe kringen lijkt een voortdurende dialoog te zijn. Geen onverschilligheid maar bezieling, geen dwang maar voorlichting en informatie, oprechte opvoeding vanuit orthodox christelijk geloof. Kinderen worden gezien.

Internet
V
ia internet en smartphone heeft de jeugd daarnaast een ander zicht op de wereld gevonden naast het toch wel benauwde orthodoxe wereldje. Kinderen zien op zondag zo televisie op hun smartphone en leren de wereld nog beter kennen via het wereldwijde web dat ze in handen hebben gekregen. De wereld zoals deze ook is, wordt erop zichtbaar.

Hoeren en tollenaars
E
en grote affiche in een vitrine met een foto van een meisje en de tekst: ‘Ik kom uit de kast – (g)een probleem’, ligt naast een exemplaar van de Nashvilleverklaring, een verklaring over Bijbelse seksualiteit. Een orthodoxe moeder vertelt een van haar kinderen weer te accepteren nadat zij de tekst onder ogen kreeg dat Jezus liefdevol omging met hoeren en tollenaars, dus waarom zij niet met haar homo-zoon?

Gezien: Bij ons in de Biblebelt – Museum Catharijneconvent Utrecht (17-09-2019)

Foto (PD): Kerk of kater?
De oude, in het zwart geklede man loopt in een bijna verlaten straat. Is hij een kerkganger, op een vroege zondagochtend op weg naar het godshuis terwijl de laatste cafégasten zich naar huis spoeden? Of is het precies andersom? En verraadt zijn ietwat rode neus  dat de man ondanks zijn zondagse kledij iets te diep in het glaasje heeft gekeken? En waarheen is hij dan eigenlijk op weg?  
Piet den Hertog (1955)  studeerde aan de Academie voor Beeldende Vorming in Amsterdam. Hij houdt zich naast het schilderen en het uitvoeren van opdrachten bezig met het schrijven van methodes beeldende vorming voor het reformatorische basis- en voortgezet onderwijs.’ (Foto en tekst van schilderij in Catharijneconvent)

Geloof zonder religieus vangnet

ceci est un dieu

Voor theoloog Frits de Lange, predikant en lid van de PKN, heeft het leven geen hoger doel of zin dan dit leven zelf. ‘Er is geen tweede wereld achter of boven deze, we hebben er maar een.’ Het valt op in zijn essay Religieloos christendom dat hij de woorden van Jezus aan het kruis niet begrijpt. Hij ziet slechts een stervende man, die God verwijt dat Hij er niet is. Jezus bedoelde echter met zijn woorden: ‘Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?’ allesbehalve dat God er niet is.

De Lange, hoogleraar ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), Groningen, zou toch moeten weten dat in de joodse traditie het tot op de dag van vandaag de gewoonte is om de boeken van de Pentateuch (of de Tora) aan te duiden met het eerste belangrijkste woord of regel. Ook sommige psalmen worden nog altijd naar hun eerste woorden of regel genoemd. Dan komen we er achter dat de psalm die Jezus uitsprak aan het kruis weliswaar begint in wanhoop, maar eindigt in een jubelende stemming van geloof en hoop. Het slot luidt:

Het nageslacht zal Hem dienen en ieder vertelt zijn kinderen over Hem. Zij zullen Zijn recht en goedheid doorgeven aan allen die nog geboren moeten worden, omdat Hij alles heeft volbracht.’

De Lange verwijst naar Peter Rollins van de emerging church movement. Ook Rollins veronderstelt ten onrechte de godverlatenheid van Jezus en denkt dat God-die-bestaat Jezus aan zijn lot overliet. Op grond van deze verkeerde interpretatie noemt De Lange het christelijke geloof een rare, onbetrouwbare religie. Hij zegt dit in zijn essay En God sprak: Ik besta niet, in Trouw.

Het christelijk geloof ontspringt en leeft van de herinnering aan een religieus trauma. Als het een religie is, dan is het er een die voortdurend zichzelf ontkent en moet overwinnen.’

Zonder het woordje God zou De Lange niet kunnen – hij gebruikt het in woordcombinaties als Godallemachtig… – maar vraagt zich af of hij gelooft dat God bestaat. Er zijn volgens hem bijvoorbeeld niet voldoende data aanwezig om in te stemmen met het bestaan van een mensachtig Hoogste Wezen dat het universum bestuurt. Hij vindt de christelijke God er te menselijk voor, te kwetsbaar, te zeer op liefde aangelegd, om tegelijk ook heerser van het universum te zijn.

De Lange verwijst naar de vader die zijn zoontje probeerde gerust te stellen, in de buurt van theater Le Bataclan, kort na de aanslag op 13 november vorig jaar. De vader beaamde het idee van zijn zoontje dat de kaarsjes en bloemen er zijn om hen te beschermen. Waarop een glimlach om de mond van het jongetje verschijnt. Misschien is dat geloof tot zijn essentie teruggebracht, stelt De Lange, geloof in de glimlach.

Geloof is een overgave aan het leven, zonder religieus vangnet. Het biedt geen zekerheden, maar drijft op vertrouwen, hoopt tegen beter weten in.’

Zie: En God sprak: Ik besta niet 

Zie ook: ‘Aan het kruis ervaarde Jezus dat er geen God is’ (VanGodenEnMensen)

Beeld: ‘The Monstrosity of Christ’: een tekening van Michelangelo met een Jezus in doodstrijd die de blik vergeefs naar de hemel wendt, en dan de tekst à la Margritte aan de voet van het kruis: Ceci est un dieu. (agreatercourage.blogspot.nl)