‘Iets in het bewustzijn stelt de vraag naar een ontwerper’

god-architect

Evolutionist Richard Dawkins denkt dat vroegtijdige indoctrinatie de sleutel is voor het verspreiden van het geloof in god. Maar, zegt geloofswetenschapper Justin Barrett (Oxford University), zet een groep achtergelaten baby’s op een onbewoond eiland en die zal opgroeien tot een gelovige gemeenschap. In een artikel van journalist Ianthe Sahadat (de Volkskrant) komt dat door het brein dat bij uitstek ingericht is voor geloof in het bovennatuurlijke.

Sahadat stelde dat je moet erkennen – of je nu fervent atheïst of diepgelovig bent – dat de mensheid een gelovig gezelschap is: mensen geloven in één god, in een heel pantheon aan goden of beschermheiligen, in onze voorvaderen, in ‘iets’.

Stelt u zich onze voorvader of oermoeder eens voor zittend bij het kampvuur, de dagelijkse besognes overpeinzend, het natuurgeweld beziend en pats-boem daar is de hoe-waarom-waartoe-vraag. Het zou zomaar kunnen, toch?’

De journalist verwijst naar een onderzoek met gebruik van een ‘godhelm’, waarin een magneet was aangebracht om het brein in de ‘godstand’ te krijgen. Iets waarvan de Amerikaanse experimentele psycholoog Michael Persinger (Universiteit van Ontario in Canada) overtuigd is. Het zou te maken hebben met het verstoren van het contact tussen de twee hersenhelften.

Op het Lowlandfestival afgelopen zomer werd ook geëxperimenteerd met een godhelm, en werd later verklapt dat het een gewone helm was geweest met nutteloze draadjes en ducttape. Deelnemers werden dus genept. Het onderzoek was gericht op hoe snel mensen een goddelijke ervaring krijgen als de omstandigheden voor suggestie optimaal worden gemaakt.

In een huisje met een soort satelliet op het dak kregen deelnemers een helm op het hoofd. Het oogde als een beeld uit een sciencefictionfilm uit de jaren tachtig. Via de draden op de helm zullen wij je brein stimuleren met elektrische pulsen om te kijken wat dit met je doet, kregen de deelnemers te horen. Geblinddoekt en met een koptelefoon met ruis op het hoofd moesten ze vervolgens een kwartier blijven zitten.’

Het was warm in de tent, de vloer trilde een beetje van de concerten in de verte. Suboptimale omstandigheden om je helemaal over te geven, volgens Maij. Toch had de helft van de deelnemers een ongewone, soms als mystiek omschreven, ervaring.’

Psychologiepromovendus David Maij (Universiteit van Amsterdam) omschrijft zichzelf als een pure atheïst, hoewel hij wel ‘gelooft’ in de wetenschap. Voor hem is zijn non-religieuze oorsprong juist de basis voor een fascinatie voor het geloof. Hij stelt dat ‘mensbrede psychologische mechanismen ons vatbaar maken voor religie’.

Allereerst: hoe is je wereldbeeld? ‘Geloof je in een god of in het bovennatuurlijke, dan sta je meer open om een ervaring die je niet direct kunt duiden aan iets externs toe te schrijven’, zegt Maij. Een lichtflits is bij iemand met een spiritueel wereldbeeld sneller ‘licht aan het einde van de tunnel’, terwijl een atheïst zal zeggen: ik zag een lichtflits.’

Hoogleraar Ontwikkelingswetenschappen en Psychologie aan de Fuller Graduate School of Psychology, Justin Barrett, een ‘fanatiek katholiek’, naar wie Sahadat ook verwijst, zei in een BBC radio-interview in 2013 dat peuters vaak ‘onzichtbare vriendjes’ hebben om mee te spelen en te praten. Volgens de psycholoog bewijst dat hoe vanzelfsprekend de menselijke geest omgaat met een abstract idee.

Maar ook al in de eerste maanden van een baby heeft Barrett aanwijzingen ontdekt voor een aangeboren geloof. De baby onderscheidt dan al objecten die zich verplaatsen met een bedoeling. Dit ‘lezen van gedachten’ bestaat volgens Barrett alleen bij de mens.’

Een ander onderzoek toont volgens hem aan dat kinderen de ‘goddelijke natuur’ gemakkelijker begrijpen dan de ‘natuurlijke’: kinderen nemen namelijk eerder aan dat de mens altijd doorleeft, dan dat er een eind aan het leven komt.

De psycholoog acht het mogelijk, zo stelt een Rob Nanninga in een artikel – onder meer over het boek Born believers (2012) – dat het opperwezen de menselijke evolutie zodanig heeft bijgestuurd dat we bijzonder ontvankelijk werden voor het geloof in bovennatuurlijke wezens. Voor Barrett overigens geen hypothese die wetenschappelijk bewezen kan worden.

Verder citeert Barrett een onderzoek dat stelt dat dieren, planten en zelfs stenen volgens kinderen een doel buiten zichzelf hebben. Iets in het bewustzijn stelt de vraag naar een ontwerper: ‘Kennelijk begrijpen peuters dat er een hogere macht nodig is. En daar komt God binnen.’

Het doet me denken aan de Britse natuurkundige Peter Russell over wie in 2008 The Optimist schreef: ‘De wetenschap heeft de verre ruimte, de verre tijd en de verre materie verkend, en geen plek voor of behoefte aan God aangetroffen. Nu voor het eerst het bewustzijn wordt bestudeerd, is er een koers ingeslagen die tenslotte zal leiden tot de beschouwing van de ‘verre geest’. En al doende kan de wetenschap zich uiteindelijk gedwongen zien om God binnen te laten.’ Echter, Russell doelt hierbij niet op de God van de hedendaagse religies.

Niet het concept van God dat we bij de hedendaagse religies tegenkomen – die onvermijdelijk blootgesteld waren aan vervorming en verlies bij de overdracht van de ene generatie op de volgende, maar de God die het wezen vormt van ons eigen zelf, de kern van het bewustzijn. Deze mogelijkheid is absoluut taboe binnen het hedendaagse wetenschappelijke superparadigma.’

Voor filosoof Emanuel Rutten echter geeft het bestaan van het bewustzijn in de kosmos aanleiding tot een redelijk argument voor het bestaan van God. Hij komt zelfs uit bij de christelijke God. Het levert er volgens hem in elk geval een buitengewoon sterke aanwijzing voor op.

Zie:
* De mens is een gelovig wezen door zijn brein (de Volkskrant, 24.12.2016)

* Geloven in God is aangeboren (eo.nl)
* Kinderen van God – de cognitieve wetenschap van religie (skepsis.nl)
* Laat de wetenschap God binnen? (VanGodenEnMensen)
* Bewustzijn wijst naar boven (Emanuel Rutten)
* Het godsargument openbaart de christelijke God (Emanuel Rutten)

Beeld: God als architect van het universum (NN, Österreichische Nationalbibliothek)