‘Wetenschap doet niets af aan verwondering’

Natuurwetenschapper en theoloog Rolie Barth schreef in 12 jaar tijd het kloeke boek De kosmos en het leven, een Meesterwerk, waarin hij op zoek gaat naar een natuurlijke verbinding tussen geloof en natuurwetenschap. Hij is tot de overtuiging gekomen dat God de wereld heeft geschapen langs de weg van een bouwproces, waarvan Hij de Bouwmeester is. De basis onder zijn studie ligt in verwondering, waarvan hij zegt dat als iets wetenschappelijk kan worden verklaard de verwondering niet hoeft te verdwijnen. Dat anderen dat soms wel beweren, vind hij een rare gedachte.

Bijzonder is ook dat je ingewikkelde problemen met eenvoudig ogende wiskundige vergelijkingen kunt beschrijven. Hoe meer je weet, hoe meer je verwonderd raakt over Gods schepping.’
(ND)

Het scheppend bezig zijn van God kun je echter niet met een paar wiskundige formules in kaart brengen, zegt Barth: ‘Verdiep je bijvoorbeeld maar eens een maand in de samenstelling van water, dat is zo ingewikkeld en complex, maar ook zo mooi.’

Newton kon verklaren waarom de aarde in een ellipsvormige baan om de zon draait. De verleiding is er dan om God er buiten te laten. Maar wiskunde kan dan wel een voldoende verklaring bieden, maar nooit een volledige verklaring. Denk alleen aan het fenomeen van de tijd. Augustinus zei al dat de tijd in feite niet bestaat.’
(ND)

Als kerntekst voor de gedachte ‘van voortgaande schepping, met het oog op het bewoonbaar maken van de aarde’ noemt de natuurwetenschapper Jesaja 45 vers 18, waar staat dat God de aarde heeft gemaakt, niet als chaos maar om haar te bewonen. Voor de natuurwetenschapper was dat een eyeopener. Die tekst zegt hem veel over hoe de Bijbel Gods scheppingswerk ziet.

Fantastisch vindt Barth het, wat natuurwetenschappers hebben ontdekt over de kosmos, sterren, planeten en het leven op aarde: een waar Meesterwerk, in twee opzichten.

Hoe bijzonder is het niet dat mensen de structuren en natuurwetten van de kosmos zo diepgaand hebben kunnen doorgronden? En hoe meesterlijk is de kosmos met al zijn structuren niet opgebouwd? Daarom is verwondering een belangrijke motivatie geweest om dit boek te schrijven. Ik hoop dat u of jij als lezer een diepe verwondering zult ervaren door mee te kijken naar de geheimen van de kosmos en het leven.’
(Uit: De kosmos en het leven, een Meesterwerk)


In dit boek geeft Barth een zeer compleet overzicht van wat er bekend is over de oorsprong en ontwikkeling van het heelal, het leven op aarde, en de mens.

Dit doet hij vanuit zowel het perspectief van de natuurwetenschap als vanuit een theologisch perspectief, waarbij hij die beide duidelijk ziet als delen van één werkelijkheid, zij het ieder met zijn eigen zeggingskracht en beperkingen.’
Dr. Marnix Medema, universitair docent Bioinformatica aan de Wageningen Universiteit en gasthoogleraar theoretische biologie aan de Universiteit Leiden.)

Heel indringend is zijn bespreking van het lijden in de wereld. Erkennen dat God de wereld als een bewoonbaar ‘huis’ voor mens en dier heeft gemaakt, roept de vraag op: hoe veilig is het huis?

De benadering van Barth is dat God om een leefbare kosmos te krijgen wel de mogelijkheid moest inbouwen dat er ook lijden kan bestaan. Maar het is wel een lijden waarin God zelf meelijdt. Christus die ons lijden doorlijdt als een pijn in Gods hart. Aansprekend en bemoedigend is zijn persoonlijke ervaring aan het slot van de hoofdstukken over het lijden.’
(Drs. Wim G. Rietkerk, theoloog, auteur en opiniemaker. Voorheen directeur van l’Abri internationaal.)

De kosmos en het leven, een Meesterwerk | Rolie Barth | Buijten & Schipperheijn | Paperback |  9789463690737 |  Druk: 1 |  juni 2021 | 544 pagina’s | € 35 | ‘Het is een prachtig boek geworden met veel illustraties, alles full colour. In drie delen schrijft Rolie over de kosmos, het leven en de mens. Daarbij zoekt Rolie de verbinding tussen wetenschappelijke natuurkennis en theologische inzichten. Dit is een diepgravend boek geworden dat moeilijke vragen niet uit de weg gaat.’ (s-gravendeel.net)

YouTube: De kosmos en het leven, een Meesterwerk
Zie ook: ‘De schepping is een bouwproces’ (ND) – of via Blendle.
Beeld: Heelal (filosoferenvoorkinderen.blogspot.com)

Bevrijd van de bezetting door het godsidee

Godsidee

‘Het mysterie van bewustzijn en kosmos wordt bevrijd van de bezetting door het godsidee. Het mysterie komt vrij in de oorspronkelijke, want onherleidbare dimensies van ons bestaan: ruimte, tijd en bewustzijn en in mijzelf en in de medemens als mededrager van dat mysterie. Deze dimensies bevatten, omvatten en constitueren mijn bestaan en zijn het ultieme dat past bij het hedendaagse denken over de werkelijkheid.’

Aan het woord is filosoof Arnold Ziegelaar in het artikel Het wonder van de werkelijkheid. Hij houdt een pleidooi voor een derde weg tussen godsgeloof en natuurwetenschappelijke reductie: een non-theïstische, aardse mystiek, die openstaat voor het wonder van de werkelijkheid.

Je kunt feeling hebben voor het wonder van de natuur zonder in God te geloven. Religieuze gevoeligheid en atheïsme sluiten elkaar niet uit. Voor de atheïst staan meer opties open dan een koud nihilisme. De natuur is grootser dan de natuurwetenschap. Natuurwetenschap verklaart verschijnselen binnen de natuur, maar put haar volheid daarmee niet uit. En bovenal: de natuurwetenschap verklaart niet waarom er überhaupt natuur is.’

Ziegelaar herdefinieert eigenlijk de schijnbare tegenstelling van atheïsme en religiositeit, waarbij religiositeit verlangen en streven naar zingevende innigheid met het ultieme is. Het ultieme is dan het meest diepe of oorspronkelijke niveau van de werkelijkheid. Het hangt van de specifieke inhoud van dit ultieme af of men atheïstisch is of niet. Atheïsme is de stelling dat er geen God als transcendente, persoonlijke schepper van de kosmos, bestaat.

Maar als het ultieme gedefinieerd wordt als (Bewust-)zijn, Leegte, Tao, Natuur of het Idee, dan kan een atheïst religieus zijn. Elke conceptie van het ultieme definieert een eigen soort religiositeit. De crisis van het theïsme is dus niet noodzakelijk een crisis van de religiositeit als zodanig. De levensbeschouwelijke vraag van vandaag is of er een ultieme gedacht en ervaren kan worden dat eigen is aan de levensbeschouwelijke situatie van nu.’

De filosoof heeft het over de crisis van het theïsme. De wegen naar God zijn onbegaanbaar; godsargumenten hebben geen bewijskracht; het godsidee is geen waarborg voor het bestaan van God buiten dat idee; God wordt vervangen door natuurwetenschappelijke verklaringen. En het zinloos lijden in de wereld is in tegenspraak met het bestaan van een liefdevolle, morele God. Hiermee verklaart Ziegelaar de opkomst en groei van het atheïsme.

Blijven echter de grondvragen waarom ‘er iets is en niet eerder niets’ en waarom ‘er iets voor mij aanwezig is en niet eerder niets’. Op het eerste waarom is het antwoord: dit is het bestaansmysterie: waarom er überhaupt een natuur is. Het tweede verwijst naar bewustzijn: dat er iets voor mij aanwezig is.

De fysica verklaart verschijnselen binnen de natuur, maar verklaart niet waarom er überhaupt een natuur is. Dit is het bestaansmysterie. De fysica verklaart ook niet waarom er openheid voor die natuur er is, waarom er iets voor mij aanwezig is. Bewustzijn verzet zich tegen inlijving in het begrippenstelsel van de fysica. Dit is het zijnsmysterie.’

Bewustzijn creëert de natuurlijke werkelijkheid niet, stelt Ziegelaar, maar is dat waaraan zij zich openbaart. Verder lijkt de fysische werkelijkheid noodzakelijk voor bewustzijn, want een bewustzijn dat zich nergens van bewust is, is geen bewustzijn. Ook kunnen we volgens de filosoof niet uitsluiten dat specifiek fysisch bestaan een noodzakelijke voorwaarde voor bewustzijn is, zonder er een voldoende voorwaarde voor te zijn.

Bewustzijn, zo stelt de filosoof, is door sommige denkers opgevat als een argument voor het bestaan van God: het zijnsmysterie wordt dan ingezet voor het theïsme.

Bewustzijn is echter geen bewijs dat God bestaat. Als God bestaat, dan is er bewustzijn, maar niet andersom. Bewustzijn kan immers een oorspronkelijke dimensie zijn die niet afleidbaar is uit iets anders. Bewustzijn is eigen aan God als hij bestaat, maar we kunnen bewustzijn niet uit God verklaren voor zover God nog iets anders is dan bewustzijn. Het zijnsmysterie kan niet met een Godsidee worden doorgrond.’

We weten niet zeker of het bewustzijn inderdaad een noodzakelijke voorwaarde heeft in fysische processen, stelt Ziegelaar ten slotte.

Het bewustzijn als openheid voor ruimte, tijd, medemens en als voorwaarde voor de dood, geeft zijn gronden niet aan ons mee. We zijn een voorwaardelijke openheid die haar voorwaarden niet (volledig) kent. In die openheid kunnen we echter wel contemplatief worden en ons verwonderen, verbijsteren en gelukkig prijzen dat we delen in het mysterie van bestaan en zijn.’

Zie: Het wonder van de werkelijkheid (Bron: Tijdschrift voor geestelijke leven,  4, 2018, Nabije vreemden. Themanummer over gelovigen en ongelovigen in gesprek.) (De Bezieling)

Beeld: thedayofthelord.hatenablog.com

Arnold Ziegelaar studeerde theoretische fysica en wijsbegeerte aan de universiteit van Leiden. Thema’s die de filosoof in het bijzonder interesseren, zijn: natuur, religie, kunst, goed en kwaad, zingeving en bewustzijn. In 2015 kwam zijn boek Aardse mystiek, een inleiding in de filosofie verwondering uit bij ISVW uitgevers. In 2016 verscheen Oorspronkelijk bewustzijn. Zie zijn pagina ‘Publicaties’.