Theïstisch recept tegen een alles eroderend nihilisme

truth (1)
Zes mogelijke opties om de moraal in een atheïstisch wereldbeeld te verankeren, gaf filosoof Emanuel Rutten in zijn voordracht voor het C.S.F.R. debat in Groningen op 3 juni 2015. Voor elke optie betoogde hij echter dat ze niet leidt tot adequate fundering van de moraal, op een manier die echt recht doet aan ons morele ervaren, spreken, handelen en oordelen: ‘het atheïsme heeft dus uiteindelijk niets om ons morele besef in te verankeren’.

Aan de orde kwam de ontkenning van de atheïst dat er morele waarden bestaan; of dat ze bestaan als bruut feit. Of dat ze eenvoudigweg conventies of sociale afspraken zijn binnen een bepaalde gemeenschap, maatschappij of cultuur. Of dat morele waarden bestaan als onvervreemdbaar deel van onze intrinsieke waardevolle menselijke natuur. Een vijfde optie is beweren dat iets moreel verwerpelijk is omdat wij dat als mens nu eenmaal zo voelen. De laatste optie ten slotte is het maken van een keuze voor één van de wijsgerige normatief-ethische systemen, zoals Aristoteles’ deugdethiek, Kants categorisch-imperatief, Benthams utilisme, of Nietzsches zelfgeldingsethiek.

Geen van deze opties slaagt er dus in om de moraal te gronden, dat wil zeggen te funderen op een manier die echt recht doet aan ons morele ervaren, spreken, handelen en oordelen. Het atheïsme heeft dus uiteindelijk niets om ons morele besef in te verankeren. Er rest slechts een vlucht in een alles eroderend nihilisme of relativisme.’

Wat voor theïsme pleit is dat morele waarden hun bestaansgrond vinden in Gods aard, gegrond in Gods noodzakelijke natuur of karakter.

God is als de sacrale oorsprong van de werkelijkheid, als de essentieel liefdevolle en rechtvaardige grond van de wereld, de uiteindelijke bron en locus van morele waarden. De morele waarden zijn dan ook objectief geldig. Ze zijn geldig onafhankelijk van onze meningen en voorkeuren. En dit is in overeenstemming met ons morele ervaren, handelen en oordelen.’

Rutten noemt dat moreel realisme, en het atheïsme heeft zeer veel moeite om moreel realisme te funderen.

Dit betekent dat als moreel realisme waar is, het theïsme de moraal veel beter kan verklaren en duiden dan het atheïsme. De cruciale vraag is dan ook of moreel realisme correct is.’

Tot dusver, zo betoogt de filosoof, is er nog geen enkel argument tegen moreel realisme gevonden waarvan de premissen overtuigender zijn dan onze morele ervaringen zelf.

Moreel realisme is dan ook de meest adequate interpretatie van ons feitelijke morele handelen, morele taalgebruik en onze morele oordelen. En omdat, zoals ik nog zal betogen, moreel realisme veel beter past in een theïstisch dan in een atheïstisch wereldbeeld, volgt dat theïsme de moraal veel beter kan verklaren en duiden dan het atheïsme. Het atheïsme loopt vast op de objectiviteit ervan.’

We dienen volgens Rutten wel over een vrije wil te beschikken, want als we die niet hebben en dus gedetermineerde automaten zijn, zou het onzinnig zijn om te beweren dat we moreel verantwoordelijk zijn voor onze daden.

‘Alles wat we doen zou dan immers vooraf al door fysische oorzaken bepaald zijn. Welnu, uitgaande van theïsme is het bestaan van een vrije wil zéér goed denkbaar. In elk geval veel beter dan in het geval van het atheïsme. God is zelf immers redelijkerwijs een bewust vrij wezen die een kosmos heeft willen scheppen waarin actoren in vrijheid kunnen handelen en significante keuzes kunnen maken. Keuzes waarvoor men dan ook morele verantwoordelijkheid draagt. Vanuit theïstisch standpunt kan morele verantwoordelijkheid dus prima geduid worden.’

Onze morele kennis wordt, aldus Rutten, door theïsme uitstekend gefundeerd. God kan ervoor gezorgd hebben dat wij beschikken over morele intuïties, die als het ware een moreel zintuig vormen: deze moral sense staat ook bekend als het geweten, waarmee we in ons leven objectieve morele waarden op het spoor kunnen komen.

Zo wordt duidelijk hoe we morele waarden en plichten überhaupt kunnen kennen. Al met al kan theïsme dus het hele spectrum van de moraal (waarden, plichten, verantwoordelijkheid en kennis) uitstekend verklaren en integreren in haar wereldbeeld.’

Dat dit voor het atheïsme heel anders ligt, betoogt hij vervolgens in genoemde opties. Overigens beweert Rutten niet dat atheïsten geen voorbeeldig moreel leven zouden kunnen leiden. ‘Natuurlijk niet, dat is echt onzin’.

Zie: Is God noodzakelijk voor de moraal? (pdf)

Illustr: Truth, a guide (detail cover) – Simon Blackburn: ‘But toleration, which is often, although not always, a good thing, is not the same as relativism, which is never a good thing; and it is vital to understand the difference.’

God (en de moraal) bestaan ook zonder religie

fransdewaal (1)
Jan Hoek stelt dat alleen onder Gods vleugels de moraal veilig is. Hij vraagt zich af wat er zal gebeuren met de moraal in Europa wanneer de oude, religieuze fundamenten echt verdwenen zijn. Hij zal bedoelen wanneer het instituut kerk verdwenen is, want mensen blijven geloven, alleen niet meer zozeer in kathedralen. Als God bestaat, heeft Hij onze religieuze gevoelens ingebakken in de mens, dus de moraal ook. Er zijn atheïsten met een hogere moraal dan gelovigen.

‘Wat zal er gebeuren met de moraal in Europa, wanneer de oude, religieuze fundamenten echt verdwenen zijn? Wat zijn de effecten wanneer ongeloof volledig tot standaard van de massacultuur is geworden? Onze cultuur zindert nog van de moraal die eeuwenlang is overgedragen door het christendom, waarbij zorg voor de zwakken, naastenliefde, de intrinsieke waarde van een mensenleven, nieuwe kansen voor misdadigers, goedgeefsheid aan mensen die niet je verwanten of volksgenoten zijn, vergeving enzovoort hoog in het vaandel staan.’ (Jan Hoek) 

Met het slopen van de kerken verdwijnen ook de oude, religieuze fundamenten, maar dat wil niet zeggen dat de moraal daar ook mee ondergraven wordt. Als je in God gelooft, bestaat Hij ook wel zonder de religieuze fundamenten die de mens in allerlei vormen heeft vastgelegd. Zonder geloof is moraal prima uit te leggen. Geloof geeft hooguit extra vorm aan die moraal, maar dat geldt dus ook voor de atheïst. We kunnen gerust zijn op de sociale gevolgen van massaal aangehangen ongeloof op langere termijn. Ongeloof leidt echt niet tot moraalloosheid.
Hoek volgt in zijn bijdrage de grote lijn van het boek God bewijzen van Stefan Paas en Rik Peels, waarmee hij van harte instemt met hun stelling dat ongeloof in het bestaan van God het vrijwel onmogelijk maakt om een intellectueel houdbare positie in te nemen omtrent moraal.

‘Maar intussen hebben we geen enkele reden om aan te nemen dat de evolutie ons heeft geholpen aan ‘ware’ (dat is nog wat anders dan ‘nuttige’) opvattingen over goed en kwaad. Ons eigen gevoel kan geen objectieve maatstaf zijn. Atheïsme en zelfs agnosticisme leiden derhalve per definitie tot moreel scepticisme.’ (Jan Hoek)

Maar is het niet frappant dat er tot op heden geen culturen zijn gevonden waarin geen religie voorkwam? De oudste ons bekende religieuze uiting dateert uit circa 40 – 50.000 voor Christus, de tijd dat waarin men welbewust overledenen ging begraven. Toen al geloofde mensen dat het leven zich niet beperkte tot het lichamelijke bestaan. In die tijd was het instituut kerk nergens te bekennen, maar mensen hadden wel een moraal, dat bewijzen alleen al de begrafenisrituelen. En God bestond toen ook al. Zonder kathedralen.

janhoekJan Hoek (foto: narcis.nl) is bijzonder hoogleraar gereformeerde spiritualiteit. Spiritualiteit! Dat is een mooier en hedendaagser begrip dan religie. Hoek verstaat er wellicht iets anders onder dan dat spiritualiteit een vrijere vorm van religie, van geloof is. De gelovige mens van nu is meer spiritueel dan blind aanhanger van een religie met wetten, voorschriften en belijdenissen. De mens gelooft meer en meer van uit zichzelf, niet op gezag. Hoek moet toch beseffen dat moraal al bestond, voordat Boeddha, Jezus en Mohammed hun vlaggen op aarde plantten?

‘Welke toekomst is er voor deze morele idealen wanneer geloof in God steeds verder in onze achteruitkijkspiegel verdwijnt? We kunnen niet gerust zijn op de sociale gevolgen van massaal aangehangen ongeloof op langere termijn. Alleen onder Gods vleugels is de moraal veilig.’ (Jan Hoek) 

De gelovige mens van nu kijkt meer naar binnen en ontdekt daar zijn religieuze of spirituele gevoelens, en zijn moraal, of alleen maar zijn moraal, zijn persoonlijk geweten. God bestaat en heeft ook de seculiere mens geschapen. Het maakt God niets uit wat of hoe je gelooft. Hij heeft ons geen religie voorgeschreven. God kent geen religie. Ook seculier denkende mensen hebben zorg voor de zwakken, kennen naastenliefde; de intrinsieke waarde van een mensenleven; willen ook nieuwe kansen voor misdadigers; kennen goedgeefsheid voor mensen die niet hun verwanten of volksgenoten zijn; kennen ook vergeving.

Bovenstaande is een reactie op: Zonder geloof is moraal niet uit te leggen (Jan Hoek)

Foto: cobra.be – ‘In het goddeloze universum van chimps of bonobo’s bestaan al die zaken die men zo lang voor exclusief menselijk heeft gehouden zoals rechtvaardigheid en medelijden. Dat druist in tegen vele gevestigde ideeën: de natuur was wild en gewelddadig, slechts bij de mens was daar een likje vernis van de moraal overheen gegaan, aangebracht door een welwillende god. De Waal laat zien dat de moraal er al lang was voor de religie zich ontwikkelde, als een soort geïnstitutionaliseerde en geritualiseerde bovenbouw op de biologische morele onderlaag.’ (Geerdt Magiels)