‘Het wereldwijde gevecht om het eigen leven’

Jezelf vrij en betrokken weten, betekenisvol bezig zijn en contact maken met wat je écht waardevol vindt. Als je aan die voorwaarden hebt voldaan, kan je oprecht zeggen dat het goed met je gaat. – Aan het woord is levenskunstfilosoof Joep Dohmen over zijn nieuwe boek Iemand zijn.Dit gaat over onze huidige levensstijl. Vrij zijn om je eigen leven te leiden is aantoonbaar de hartenwens van de laatmoderne mens. Bovendien willen veel mensen zich graag verantwoordelijk opstellen’.

‘De vervul­ling van ons verlangen naar vrijheid en verantwoordelijkheid
blijkt verre van eenvoudig’
(Levenskunstfilosoof Joep Dohmen)

De vrijheid hebben om je eigen leven te leiden is de hartenwens van de laatmoderne mens. De vervulling daarvan blijkt echter verre van eenvoudig: in onze hectische samenleving met haar continue veranderingen, verleidingen en versnellingen staat de kwaliteit van ons bestaan voortdurend op het spel. Niet toevallig sprak de socioloog Ulrich Beck van het wereldwijde ‘gevecht om het eigen leven’. Vandaag de dag is iedereen genoodzaakt om zich telkens opnieuw zijn of haar leven toe te eigenen.
(Dohmen)


Lector Bildung Joep Dohmen tijdens zijn boekpresentatie in de Lutherse kerk in Utrecht:
Iemand zijn: Filosofie van de persoonlijke vorming (25 november 2022)

Marktmechanismen en influencers
J
onge mensen worden volgens Joep Dohmen, lector Bildung (‘geleide zelfvorming’) aan de Utrechtse Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) – aldus dagblad Trouw – zonder gedegen voorbereiding in het neoliberale kapitalisme geparachuteerd, een systeem dat wordt gedomineerd door markt en technologie.

Vóórdat ze de kans hebben om zich daar kritisch toe te verhouden is het voor veel jonge mensen al te laat. Ze hebben jarenlang in de breedte geleefd, van alles gedaan wat marktmechanismen en influencers hen dicteerden, zonder er zelf echt achter te staan. Op hun vijfendertigste staan ze ineens met lege handen, ze voelen zich machteloos en vertwijfeld – is dit álles?’
(Dohmen)

Wij voeden op tot niets’
S
inds de jaren zestig ontduiken opvoeders en onderwijzers hun opvoedingsverantwoordelijkheid, stelt de filosoof, vanuit een romantische en anti-paternalistische opvatting van vrijheid-blijheid. ‘Om met de Amerikaanse pedagoog Neil Postman te spreken: wij voeden op tot niets.’

Als docent filosofie – zowel op een gymnasium, hogeschool als universiteit – heb ik gedurende tientallen jaren van nabij jongeren zien kampen met angsten, onzekerheden en overspannenheid (burn-outs). Hun gebrek aan zelfvertrouwen is schrijnend.
Het is pijnlijk en verontrustend om te zien hoe onzeker en verward veel jonge mensen zijn, hoe ze lijden aan handelingsverlegenheid en richtingloosheid.
De tragiek is dat ze verschrikkelijk graag zelf iemand willen worden, maar nauwelijks beschikken over ankerpunten en innerlijke bagage. Door een falend opvoedings- en onderwijssysteem eindigen ze als ‘fabriekswaar’ (Nietzsche) en worden ze helaas maar al te vaak niemand.’
(Uit: Iemand zijn)


Kamer in New York – Edward Hopper (1932)

Ouders hebben niet langer het gezag om weerstand te bieden aan de grillen en verlangens van hun kinderen. En dat is wel noodzakelijk, want kinderen en jonge mensen zijn nog geen personen, ze hebben allerlei sturing en discipline nodig. In Frankrijk heeft de regering smartphones op scholen verboden, een teken dat de overheid moet bijspringen om ouders en kinderen weerbaar te maken tegen de inmenging van markt en technologie.’
(Dohmen)

Gezag bij het individu
D
ohmen legt het gezag bij het individu, door te laten zien hoe mensen tegelijkertijd hun vrijheid én hun verantwoordelijkheid kunnen ontwikkelen. In 1958 maakte de liberale filosoof Isaiah Berlin het beroemde onderscheid tussen negatieve vrijheid: de vrijheid van beperkingen, en positieve vrijheid: de vrijheid om als mens zélf middelen en doelen te kiezen.

Uiteindelijk is het accent van het liberalisme te veel op die negatieve vrijheid komen te liggen. Daarmee krijg je een moraal van vrijheid als pure zelfbeschikking, van vrijheid die begrepen wordt als: doen waar je zin in hebt.’
(Dohmen)


Elke vorm van gezag is uitgehold en dus zitten we nu met allerlei free riders opgescheept, mensen die gefixeerd zijn op hun botte, willekeurige verlangens en die autonomie verwarren met onafhankelijkheid. Zonder dat ze het doorhebben helpen ze hun eigen vrijheid om zeep, want ze worden slaaf van hun grillen en erkennen geen enkele verantwoordelijkheid.

Het huis van de aarde weer bewoonbaar maken
In zijn boek Iemand zijn schetst Dohmen een vormingsprogramma om de autonomie van het individu te vergroten. Daarvoor laat hij zich onder meer inspireren door de ethiek van Immanuel Kant, Friedrich Nietzsche, Michel Foucault en Susan Neiman.

We kunnen onze emoties en verlangens onderzoeken en gaandeweg ontdekken wat we echt willen. De voorbije decennia zijn we onze zelfdiscipline kwijtgeraakt en dus moeten we opnieuw gaan oefenen. Hoe moeilijk de omstandigheden intussen ook zijn, we kunnen leren omgaan met de vele versnellingen en met meer aandacht leven in het hier en nu.
We moeten weer leren om elkaar te waarderen en de onderlinge verschillen te verdragen. De voornaamste opdracht van onze tijd is dat we het huis van de aarde weer bewoonbaar maken.’
(Uit: Iemand zijn)

Bronnen:
* Filosoof Joep Dohmen: Op hun vijfendertigste staan veel jonge mensen ineens met lege handen (Trouw)
* Iemand zijn – Filosofie van de persoonlijke vorming | Joep Dohmen | 21 – 11 – 2022 | Uitgeverij Ambo Anthos | 816 pagina’s| € 45,- | E-book: € 14,99
* Iemand zijn (2022) – Joep Dohmen

* Beeld: ‘Nighthawks‘ – door Edward Hopper (1942) – ‘Links in het café zit een man met de rug naar de kijker toe, een beetje ineengedoken achter een drankje. Een man en vrouw zitten naast elkaar, het is onduidelijk wat hun relatie tot elkaar is. Ze staren naar de vloer, beiden met een vlakke blik. Hoppers mensen zijn passief doch duidelijk aanwezig. Ze hebben elkaar niets te zeggen, lijken al meer dan genoeg te hebben aan zichzelf.’
(kronkeling.comWat je kunt leren van Nighthawks van Edward Hopper)
* Beeld Joep Dohmen: HTF
* Beeld ‘Kamer in New York’: Edward Hopper (1932) (Coverillustratie van Tegen de onverschilligheid – Joep Dohmen)

‘De zin van het leven is geen belangrijke vraag’

bertrandrussellenludwigwittgensteindoorEdwardSorel

Volgens filosoof Ludwig Wittgenstein is het een misverstand om naar de zin van het leven te vragen. Als een van de belangrijkste filosofen uit de twintigste eeuw zou hij zeggen: ‘Je doet nu net alsof je een belangrijke vraag stelt, maar dat is helemaal geen belangrijke vraag. Een belangrijke vraag is hoe oorlogen ontstaan, bijvoorbeeld.’ Elze Riemer onderzoekt van twaalf ‘denkers van nu’ de vragen: ‘Wat kunnen wij weten? Wat mogen wij hopen? Wat moeten we doen?’ Dat zijn de eeuwige vragen van de filosofie. Riemer legt haar oor te luisteren bij twaalf kenners. Een ervan is Ludwig Wittgenstein (1889 – 1951). Over hem is zij in gesprek met Bert Keizer.


Bert Keizer: ‘Er mankeert niks aan taal, totdat mensen gaan filosoferen; dan gaan ze allerlei rare dingen zeggen. Wittgenstein verschaft ons een nieuwe helderheid, niet als het gaat om het begrijpen van de wereld, maar wel als het gaat om de aard van ons onbegrip. Helderheid dus als het gaat om de vraag: ‘Wat kan ik weten?’ Dat is waar filosofie voor mij om draait, niet om de vraag: ‘Wat moet ik doen?’


Hij wordt gelukkig van Wittgensteins filosofie, Keizer, zoals hij vrolijk wordt van de muziek van de Beatles. Het is voor hem een intrinsieke vreugde, zoals andere kunstvormen dat ook zijn. Hij is enthousiast over Wittgenstein, maar niet enthousiast over wat mensen denken dat het effect van filosofie is.

Dat je op een of andere manier te rade kan gaan bij filosofie, om er iets uit te putten voor de invulling van je dag. Onzin. Je zegt toch ook niet na afloop van een concert: wat moet ik hier verder mee vandaag? De vreugde zat in het luisteren.’

Bij Wittgenstein zit de vreugde in het denken, vindt Keizer. Hij vindt hem een van de leukste filosofen om te lezen, omdat het een heerlijk avontuur is.

Als je hem leest, valt er een hele hoop van je af. Het is niet dat je er veel bijleert, er valt vooral heel veel van je af. Hij is steeds bezig om onze betovering door taal, onze misverstanden over taal, te doorbreken.’

Volgens Riemer leek Wittgenstein zelf niet al te veel lol in het leven te hebben: Hij was een getormenteerde man die moeizaam door het leven ging. Keizer antwoordt hierop dat hieruit blijkt dat filosofie niks met levenskunst heeft te maken.

Als arts kom ik veel levenskunst tegen, maar dat krijg je niet door een cursus filosofie te volgen.(…) Wittgenstein heeft een talent voor filosofie, niet voor het leven. Daar ging alles steeds fout.’

De wat-isvraag is de standaard filosofische vraag, zegt Keizer. ‘Wat is liefde, de zin van het leven, waarheid et cetera. Het is de verleiding van de filosoof om zich helemaal op de beantwoording van zo’n vraag te storten, om zo de ander te verlichten met ‘de kern van de zaak’.

Wittgenstein is de eerste filosoof die bewust van deze methodiek afwijkt. (…) Taal is het hele leven. Taal is geloven, weifelen, vragen, bevelen, hopen, wanhopen enzovoort. En nu komt het revolutionaire van zijn filosofie: aan al die bezigheden ligt niet iets wezenlijks of universeels ten grondslag, niet iets wat ons overstijgt.’

Wittgenstein wil niet dat we onszelf dingen wijsmaken over bepaalde zogenaamde ‘diepere’ zaken, zo vertelt Keizer, zoals de zin van het leven, bijvoorbeeld.

De zin van een hamer, een stoplicht – dát zijn zaken waar we over kunnen praten. Het is een misverstand om naar de zin van het leven te vragen.’

Wat zou Wittgenstein antwoorden als ik vroeg: bestaat God?’ vraagt Riemer, waarop Keizer antwoordt dat hij dan zou zeggen: ‘niet in de zin waarin de tafel en de stoel bestaan, maar wel in de zin waarin Hamlet bestaat, en Goofy en Donald Duck: dáár hoort God thuis. Je moet uitdrukkingsvormen uit de ene situatie niet meenemen naar een andere situatie, dan raak je in de war’.

Religie zit vol met mededelingen, zoals: Jezus is de zoon van God, Jezus is opgestaan uit de dood. Wittgenstein zegt dat als je dat letterlijk gaat nemen je meteen in de problemen zit. Gesprekken over religie in termen van feitelijkheden zijn volstrekt zinloos. Het is zoals Gerard Reve het zegt: ‘Godsdienst is tegen elke interpretatie bestand, behalve de letterlijke’.’


‘Er bestaan stellig onuitsprekelijke zaken.
Dit toont zich, het is het mystieke.’
(Wittgenstein)



Zie:
‘Er mankeert niets aan taal, totdat mensen gaan filosoferen’

Beeld: Edward Sorel – Bertrand Russell en Ludwig Wittgenstein – inkt en waterverf op papier (artsy.net)

Een revolutionaire herijking van filosofisch denken

philosophy (1)

‘De populariteit van levenskunst en mindfulness laat zien dat steeds meer mensen zoeken naar houvast in het leven zelf. Maar opvallend genoeg stellen zelfs levenskunstfilosofen niet de cruciale vraag: wat bedoelen we precies met ‘het leven zelf’? Dit vraagt Jan Warndorff zich af in zijn boek Geen idee: een radicale herijking van filosofisch denken en een originele en bevrijdende ‘levenscultuur’, met het boeddhisme, Teilhard de Chardin en Ortega y Gasset als voornaamste oriëntatiepunten.

Het lijkt Warndorff de hoogste tijd dat we leren denken en leven ‘op de hoogte der tijden’, een favoriete uitdrukking van zijn favoriete wijsgeer, de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset (1883-1955).

In het mondiale dorp hebben we dringend behoefte aan een visie en een moraal die niet alleen mensen verbindt en tot een gezamenlijke toekomst inspireert, maar ons ook bevrijdt uit het naargeestige keurslijf van ‘functioneren in de maatschappij’. Een levensfilosofie die ons aanmoedigt om goed te zorgen voor onszelf, voor elkaar, voor deze gehele planeet; en die recht doet aan en gegrond is in wat elk mens met eigen ogen kan zien en met eigen verstand kan bevatten, ongeacht zijn culturele achtergrond. De hoogste tijd, kortom, voor een zogenaamde filosofie van het boerenverstand.’ (Uit: Geen idee)

Op 16 juni spreekt Warndorff op het symposium Originele visies op de levenskunst in de Leidse Universiteit: Van levenskunst naar levenscultuur. Hij studeerde aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en heeft zich daarnaast verdiept in het boeddhisme, Teilhard de Chardin, en in de levensfilosoof bij uitstek, José Ortega y Gasset. Onlangs verscheen zijn debuut bij Lemniscaat uitgeverij Geen idee: filosofie van het boerenverstand.

Deze ‘filosofie van het boerenverstand’ staat geheel in het teken van de moraal: ‘Zie van zoveel mogelijk, zoveel mogelijk te houden.’ Warndorff wisselt analytische hoofdstukken af met praktische intermezzo’s, rijk aan doorleefde voorbeelden, en zo komt hij tot een filosofische innovatie die zowel het leven als het denken op een ander spoor zet.’ (Lemniscaat)

Als Warndorff zich afvraagt wat is leven, dan is dat voor hem heel eenvoudig: geen idee! Waarmee volgens hem toch heel veel is gezegd.

Allereerst is het een nauwkeurige omschrijving van de aard van het leven zelf: dit is geen idee, geen denkbeeld, geen stukje fantasie, maar echte, dampende, ademende werkelijkheid. Aangezien het leven alles omvat wat ieder afzonderlijk mens beleeft, zelfs wat ieder levend wezen beleeft, is de werkelijkheid zo duizelingwekkend groot en divers dat elke pretentie haar te kunnen bevatten of zelfs te overzien volstrekt belachelijk is.’ (Lemniscaat)

Voor Warndorff gaat levenscultuur ook over de vraag wat het betekent om te houden van al die andere levende wezens om ons heen – van planten en dieren tot mensen, in verschillende gradaties van nabijheid.

Verder onderzoek ik manieren om ons rechtstreeks en aanhoudend te interesseren voor het wonderlijke verschijnsel van het leven zelf, onder andere door middel van meditatieve praktijken. Deze filosofie van het boerenverstand mondt uit in een slotbeschouwing waarin ik weer uitzoom naar het niveau van ‘het mondiale dorp’ waar ik mee begonnen ben: hoe gaan we om met het wereldwijde leed en geweld, en wat is de rol van politiek in de samenleving?’ (Uit: Geen idee)                

Volgens Hans van Rappard van de Stichting Filosofie Oost-West is Geen idee een sprankelend betoog dat met een verbluffend vanzelfsprekend uitgangspunt ons leven verdedigt tegenover de koloniserende machten van godsdienst, politiek, wetenschap en maatschappij.

Vertrouwen op het boerenverstand betekent dat we denkend uitgaan van wat iedereen allang weet, en handelend voortborduren op wat iedereen allang doet. Toch zal deze filosofie, ondanks of juist vanwege de eenvoud, letterlijk revolutionair blijken te zijn. In de kern draait zij om de erkenning en doordenking van het feit dat wat alle mensen met elkaar gemeen hebben juist in het eigene schuilt, in het veranderlijke, in het oneindige verschil. Daar houvast in vinden vergt een draai van honderdtachtig graden in de manier waarop we denken.’ (Uit: Geen idee)

Zelden lees je zoveel oprechte verwondering terug in een filosofische publicatie. Het herinnert ons aan de wonderlijke, fundamenteel onbegrijpelijke en soms ook pijnlijke gegevenheid van het leven. Dit is geen academische studie, maar een persoonlijk filosofisch-spiritueel verhaal.’ – Merel Kamp in Trouw (Lemniscaat)

Symposium: Originele visies op levenskunst | Door de Leidse werkgroep Filosofie en Spiritualiteit | Vrijdag 16 juni 2017 | 13.30-16.30 uur | Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, Leiden, zaal 003 | Toegang gratis

Zie: Minisymposium Filosofie en spiritualiteit

Beeld: Studium Generale Universiteit Utrecht