God en de absolute waarheid van Antoine Bodar

antoinebodar (1)

Antoine Bodar weet precies hoe het zit met de waarheid. Voor de mediagenieke katholieke priester bestaat er een waarheid buiten ons. En voor die waarheid staat Bodar pal. Dat is actueel in een tijd van feiten en meningen, waarheden en nepnieuws. Bodar, een man van de prikkelende stellingen en massieve zekerheden. Niets moet hij hebben van het moderne relativisme en gruwt van de waarheid die teruggebracht is tot een afspraak, de afspraak dat de meeste stemmen gelden.

Als de meerderheid vindt dat God dood is, is Hij al bijna dood. Die opvatting van de waarheid als democratisch principe is niet de mijne. Ik ben ervan overtuigd dat er een absolute waarheid bestaat, onafhankelijk van ons denken. De bijbel leert dat ook. Christus zegt het zelf: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’ (uit: Bodar) 

De naam die Bodar aan de waarheid geeft, is dus Christus. Achter die waarheid kom je op twee manieren. Via het geloof en via het redenerend vermogen. Alleen wordt volgens Bodar het belang van de ratio bij het achterhalen van de waarheid enorm overschat. Hij citeert bij deze uitspraak Frans Kellendonk die in Geschilderd eten schreef:

Alle wetenschappelijke ondernemingen hebben aangenomen dat de wereld rationeel geordend is rond een geheim, een kern.’ (uit: Bodar) 

Bodar concludeert dat de waarheid zich door het verstand wel laat benaderen, maar nooit omvatten. Voor hem wordt de waarheid vooral gekend in geloof. Het verstand moeten we op zijn plaats terugzetten, dan komt er meer ruimte voor het hart en gevoel: het niveau van de geloofsopenbaring. Het hart kan zich dan meer openstellen voor het mysterie en derhalve ook voor God.

Waar geloof louter menselijk wordt, doet ongeloof zijn intrede. Niet de realiteit die toegankelijk is voor de zintuigen en het redenerend vermogen, maar juist hetgeen verborgen blijft vormt de bron van het leven. Uiteindelijk zijn het niet de zichtbare, maar de onzichtbare dingen die er werkelijk toe doen, omdat zij het eeuwige openbaren.’ (uit: Bodar) 

Als geloof en verstand botsen, volgt Bodar het geloof. Hij snapt niets van de maagdelijke geboorte van Christus. Zijn verstand blijft achter bij dat mysterie en dan neemt zijn geloof het over. Het geloof benadert het mysterie meer dan het verstand ooit zal kunnen, is zijn verklaring.

Bodars waarheid staat op gespannen voet met andere godsdiensten. De rooms-katholieke kerk benadert volgens Bodar de waarheid het meest zuiver, ook al zegt de kerk niet dat de waarheid niet ook elders te vinden is. Andere godsdiensten hebben volgens Bodar ook deel aan de waarheid. Daar schuilt gelijk het addertje in het gras, want ‘deel hebben aan’, blijkt volgens de priester iets anders dan ‘de waarheid bezitten’.

Er is dus een rangorde in het deelhebben aan de waarheid. Die wordt volgens Bodar het meest zuiver gevonden in de rooms-katholieke kerk en de oosters-orthodoxe kerken die over belangrijke zaken dezelfde opvattingen hebben. Minder zuiver zijn andere godsdiensten, zoals de verschillende protestantse kerken, de joden en de moslims. In het boeddhisme en hindoeïsme zijn volgens Bodar glimpen van de waarheid te vinden, maar de vele goden van het hindoeïsme blijken uiteindelijk losgemaakte eigenschappen van die ene, ware God te zijn…

Relativisme is volgens Bodar overal op zijn plaats, maar niet in het geloof. Als hij niet meer in de eucharistie zou geloven, verwordt dat tot ‘dippen en delen’. Als hij zich met een orthodoxe protestant vergelijkt, laat hij het aan de Heilige geest over wie het bij het rechte eind heeft.

En toch kan Bodar aangenaam relativeren. Er zijn volgens hem niet-katholieken die dichter bij God leven dan katholieken. Van sommige orthodox-protestantse studenten denkt hij dat hij daar nog heel wat van kan leren. De waarheid blijkt dan toch zoiets te zijn als een beslagen spiegel, zoals Bodar Paulus parafraseert. De waarheid kunnen we dus slechts zo goed mogelijk benaderen, uiteindelijk praat je toch over een mysterie, aldus Bodar.

Maar toch, maar toch… Als je Bodar goed leest, heeft de rooms-katholieke kerk als enige de absolute waarheid in pacht. Bodar denkt sterk Rome-centrisch als hij – weliswaar glimlachend – zegt dat er veel wegen naar Rome leiden, alle wegen zelfs.

Lang geleden dachten we dat de aarde het centrum van het heelal was.

Bron: Bodar | De binnenzijde van een omstreden priester | door Petra Pronk | Hoofdstuk 4. Waarheid.

Foto: Antoine Bodar (pers.kro-ncrv.nl)

‘De wereld wordt steeds religieuzer’


UITGELICHT (2016) Religiewetenschapper Ernst van den Hemel pleit in De Groene Amsterdammer voor meer religiekennis. ‘Religie is inzet van veel maatschappelijke conflicten. Populistische groeperingen als Pegida, Front National en PVV grijpen de joods-christelijke traditie doelbewust aan om scheidslijnen aan te scherpen met mensen uit andere religies en culturen. De wereld wordt tegelijkertijd steeds religieuzer.’ 

‘Als je het aan Wilders overlaat om de islam te definiëren,
en ik ben bang dat het beeld van de islam voor veel mensen bepaald wordt door de PVV, moet je niet raar opkijken wanneer kloven in de maatschappij zich verdiepen.’

(Ernst van den Hemel)

In de serie De goddeloze samenleving in De Groene Amsterdammer pleit Van den Hemel voor meer religiekennis, want nu is het zo dat de ‘hobby van babyboomers’ alles wat maar naar religie riekt, bestempelen als ouderwets, en die houding vindt hij niet enkel kortzichtig en achterhaald, ze heeft zelfs gevaarlijke kanten.

De wereld wordt tegelijkertijd steeds religieuzer. Dan kun je niet volhouden dat godsdienst er niet meer toe doet, omdat wij ons er in de jaren zestig zo fijn van bevrijdden.’

Van den Hemel stelt in zijn proefschrift dat calvinisten uit hun geloof de overtuiging putten dat ze in opstand moesten komen tegen intolerantie.

Door de eeuwen heen zijn daarvan vele voorbeelden te geven, zo toonde hij aan in zijn proefschrift. Geloof levert dus niet alleen gehoorzaamheid en inperking op, maar ook twijfel, rebellie en openheid.’

Het valt best mee – of tegen, laat Van den Hemel weten, met de veel bezongen individualisering van Nederland. En voor de secularisering geldt eigenlijk hetzelfde, want ook al zijn veel kerken leeggelopen, we ademen nog steeds de diepe invloed van het christelijk geloof.

Ons beeld van emancipatie, van gelijkheid, van secularisatie is wel degelijk beïnvloed door die christelijke traditie. Om ons heden te begrijpen, heb je kennis nodig van het religieuze verleden.’

Van den Hemel vindt dat religiewetenschappen bestaansrecht heeft, alleen al omdat de oude scheidslijnen tussen religieus en seculier aan vervanging toe zijn.

Maar Nederland blijft grotendeels onkundig van de religiewetenschappelijke blik op religie en samenleving. Er wordt flink gediscussieerd over populisme en de islam, maar een geïnformeerd debat over godsdienst komt daarbij amper van de grond. Bij wijze van grap met een serieuze ondertoon spreekt de van oorsprong Duitse theologe Manuela Kalsky van het posttraumatische stresssyndroom in Nederland.’

De persoonlijke opvatting van Van den Hemel is dat het publieke debat in Nederland vaak van een armoedig niveau is en dat dit ernstige maatschappelijke gevolgen heeft.

Als je het aan Wilders overlaat om de islam te definiëren, en ik ben bang dat het beeld van de islam voor veel mensen bepaald wordt door de PVV, moet je niet raar opkijken wanneer kloven in de maatschappij zich verdiepen.’

Religie, zo stelt Van den Hemel, is een explosieve groeimarkt. Maar als we echt iets willen veranderen, moeten we ervoor zorgen dat kennis van religie in Nederland veel weidser verspreid wordt.

‘84 Procent van de wereldbevolking is religieus, over vijftig jaar is dat 87 procent. In dat licht is het bizar om kennis van religie te verwaarlozen. Dat is soms tegen het zere been van veel mensen die juist dachten dat ze van religie af waren.’

Van den Hemel vindt dat we de erfenis van de ontkerkelijking kritisch moeten bezien en voor hem is het duidelijk dat daar een hoop oud zeer zit.

Maar het houdt geen stand om religie ouderwets en intolerant te noemen, en seculiere cultuur hedendaags en tolerant. Die versimpeling levert een vertekend beeld op van een steeds religieuzere wereld.’

Naarmate maatschappijen zich verder ontwikkelen, stelt Van den Hemel neemt de invloed van religie af, zo is het idee.

Hiermee wordt een versimpeling van de westerse geschiedenis verheven tot norm. Als je niet uitkijkt, eindigt dat met een monoculturele visie op het heden die blind is voor eigen dogmatiek. Religie kan een verbredende kracht zijn, en wat zich als bevrijding van religie presenteert, kan beklemmend worden. Dat wordt nu vaak vergeten.’

Zie: ‘84 procent van de wereldbevolking is religieus’ (De Groene Amsterdammer)

Beeld: Rijksuniversiteit Groningen (RUG)
Nederland op 1: VRPress (Trouw, 7 6 2024)
Update september 2025 (Lay-out, foto)