VU-debat: Het is noodzakelijk waar dat God bestaat

Emanuel Rutten tijdens het debat in de VU Amsterdam - foto: pd

Het vliegende Spaghettimonster legt het af tegen de God van filosoof en wiskundige Emanuel Rutten. Niemand van de studenten of andere geleerde toehoorders kregen er een speld tussen. De premisses van Rutten stonden en staan als een huis. Voor hem hebben we het hier wel over ‘the personal first cause’, de zijnsgrond van de wereld, dus niet zomaar iets of iemand, je kunt er, wetenschappelijk gezien, geen monster of vliegende theepot tegenover zetten. 

‘Als de wereld inderdaad ten diepste kenbaar is, dan kunnen wij op grond daarvan beargumenteren dat God bestaat.’ Of, in de taal van de logica:

1. Voor alle p geldt dat als p noodzakelijk onkenbaar is, dan is p noodzakelijk onwaar. 2. De propositie ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onkenbaar. 3. Ergo: ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onwaar. 4. Ergo: het is noodzakelijk waar dat God bestaat.

De Belgische filosoof Lieven Decock kreeg geen voet tussen de deur. Een van zijn stellingen om Ruttens argument proberen te weerleggen luidde: ‘Veronderstel een nabije mogelijke wereld waarin Dante Vergilius en vervolgens Beatrice tot in de Hemel volgt, maar waar het in tegenstelling tot de huidige wereld donker is, en waar de cherubijnen en serafijnen aan Dante getuigen dat ze (op basis van het Angelische vermogen God te kennen en te weten waar Zijn plaats is in de kosmos) weten dat God afwezig is.’ Volgens Decock is op basis hiervan de tweede premisse van Rutten (‘God bestaat niet is noodzakelijk onkenbaar’) onwaar.

Dit werd door Rutten verworpen. Hij vroeg zich af hoe engelen kunnen bestaan zonder God, dus waar hebben we het over? Ruttens argument bleef in de discussie overeind. Ook theoloog Maarten Wisse kreeg geen voet tussen de deur, hij meende een rekenfout te zien. Hij probeerde vergeefs de premisses onderuit te halen, met behulp van noodzakelijke werelden, waarvan in een ervan God bestond, maar in de andere niet. Wisse vond de discussie op zich van belang omdat het over God ging en nog wel vanuit wetenschappelijke hoek. Ik kreeg de indruk dat je in de God van Wisse gewoon moet geloven, dat wetenschappelijk bewijs niet noodzakelijk is.

Ik sprak de geestdriftige filosoof Emanuel Rutten van het vermeende godsbewijs later bij een drankje in de sociale ruimte van de VU en vond het frappant te horen dat hij tijdens zijn wiskundestudie helemaal niets van God moest hebben. Die bestond echt niet. Hij noemde zichzelf toen niet eens atheïst omdat dat al blijk zou geven van het bestaan van een God. Waarom noem je je anders a-theïst? (De God van Rutten is trouwens niet per se christelijk, maar zoals gezegd wel de ‘personal first cause’.)

Voor Rutten bestaat God absoluut en dat is te merken aan zijn gedrevenheid als hij het over Hem heeft. Ik legde hem uit dat voor mij de discussie soms lastig te volgen was. Hij beloofde zijn verhaal van vanmiddag online te zetten, zodat iedereen het nog eens na kan lezen. Dat is wel nodig. De discussie is er boeiend genoeg voor, maar je moet van goeden huize komen om Rutten van repliek te dienen. Ik raad de lezer aan verder te googelen en op zoek te gaan naar meer blogs of journalistieke verslagen waarin wetenschappers verslag doen over dit argument van Rutten. Zelf studeer ik ook verder. Wordt zeker vervolgd! Ook in mijn latere blogs; dan hoop ik er van dieper in door te kunnen gaan. Ik ben benieuwd naar andere verslagen.

Gerelateerd: ‘Je kunt logisch sluitend afleiden dat God bestaat’ 

Foto: Emanuel Rutten in debat in de VU Amsterdam over zijn argument voor God. – Foto: pd.
Update 30-10-2024 (lay-out)

Het nieuwe ietsisme: God bestaat niet, maar wel ‘iemand’


Emanuel Rutten
is de filosoof van het godsbewijs, althans, van de veronderstelling dat er een logisch mogelijke wereld is waarin God bestaat. Hij veronderstelt (los van de vraag of God bestaat) dat het bestaan van God in ieder geval logisch mogelijk is. Rutten gaat er dus niet op voorhand al vanuit dat God bestaat…

…maar wel ‘iemand’, zoals hij stelt in het artikel ‘Van ‘iets’ naar iemand’. Zo komen we steeds verder: eerst was er ‘iets’, nu ‘iemand’ en ooit komen we natuurlijk uit bij God zelf.

Het is daarom niet onredelijk te stellen dat de ultieme drager van de wereld tevens het ultieme subject van de wereld betreft en dus dat de oorsprong van alles geen ‘iets’ maar een iemand is.

Het nieuwe ietsisme?
Volgens Rutten lijkt het verdedigbaar dat het eerste beginsel van alles, een ‘waardigheid’ heeft die in elk geval niet lager is dan de waardigheid van ieder mens. En omdat ieder mens een waardigheid heeft die boven die van alle levenloze objecten uitgaat, volgt volgens hem hieruit dat de wereldgrond niet onpersoonlijk kan zijn. Zij is derhalve geen ‘iets’, maar een iemand. – Een en ander zegt hij op de site Geloof en wetenschap.

We zien dus dat de overtuiging dat de wereld tenslotte is gegrond in een persoonlijke eerste oorzaak goede papieren heeft. Wie, zoals ook een deel van de atheïsten doet, erkent dat het niet onredelijk is om te veronderstellen dat er een absoluut oorsprongsprincipe moet zijn waarop de hele werkelijkheid uiteindelijk teruggaat, kan nauwelijks meer volhouden dat het onzinnig is om te denken dat deze eerste oorzaak geen ding, maar een subject is. Het is daarom alleszins redelijk om de ultieme grond van de werkelijkheid als persoon te zien. Maar dat is ‘wat wij allen God noemen’, zou de middeleeuwse filosoof Thomas van Aquino zeggen.

Rutten behaalde in 1994 een propedeuse in de economie aan de UvA, een master of science in de wiskunde in 1997 aan de TU Delft en een master of arts in de wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit in 2010. Begin 2010 begon hij aan de Vrije Universiteit aan een promotie in de wijsbegeerte. Zijn werkterrein betreft primair ontologie, epistemologie en esthetiek. De voorlopige titel van zijn dissertatie luidt: Causation, Parthood and Modality: Towards a combined formal theory that implies the existence of a First Cause.

Zie: Van ‘iets’ naar iemand (Geloof en Wetenschap)

Illustr: ‘Amoris Divini Emblemata Studio Et Aere Othonis Vaenii Concinnata’, Antwerpen, Officina Plantiniana (Balthasar Moretus), 1660.
De tekst is afkomstig uit de Vulgaat (1 Cor. 2:9). De Statenvertaling geeft ‘[Hetgeen] het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord …’

Nieuw Godsbewijs haalt de New York Times


Helaas voor God kan ik dat bewijs onmiddellijk weerleggen met behulp van het Metafysisch Beginsel (MB). Volgens de Lachende Theoloog heeft Emanuel Rutten een godsbewijs gepubliceerd op het Prosblogion. Hij heeft er zelfs (een vermelding in) de New York Times mee gehaald. Zijn argument berust eveneens op het Metafysisch Beginsel.

God bewezen? Dat riekt naar wetenschap, dat klinkt naar ‘weten’, maar God behoort toch het domein van ‘geloven’ toe? Hoe zit dat en is dit argument te volgen?
Het Metafysisch Beginsel zegt dat als het ‘niet mogelijk is om te weten dat P waar is, dat dan P noodzakelijk onwaar is’. ‘Laten we nu de uitspraak ‘God bestaat niet’ eens bekijken,’ redeneert de Lachende Theoloog en vervolgt: ‘Het is,’ zegt Rutten, ‘ten enenmale onmogelijk om te bepalen of God inderdaad niet bestaat…

…maar als je niet met zekerheid kunt vaststellen dat God niet bestaat, dan is de uitspraak: ‘God bestaat niet’ volgens MB zeer beslist onwaar!
En als we zeker weten dat de uitspraak ‘God bestaat niet’ onwaar is, dan weten we eigenlijk zeker dat de uitspraak ‘God bestaat’ waar is (kwestie van logica: dit is een invuloefening).’

Ja, het is heel simpel eigenlijk. Wat wil je bewijzen? Je vult naar keuze voor P in: ‘God bestaat niet’ of ‘God bestaat’. Ik beweer nu dat het ten enenmale onmogelijk is om te bepalen of God inderdaad bestaat. Maar als je niet met zekerheid kunt vaststellen dat God bestaat, dan is de uitspraak: ‘God bestaat’ volgens MB zeer beslist onwaar! En als we zeker weten dat de uitspraak ‘God bestaat’ onwaar is, dan weten we eigenlijk zeker dat de uitspraak ‘God bestaat niet’ waar is.
Weg godsbewijs!

Master of science in de wiskunde en master of arts in de wijsbegeerte Rutten beweert dat ‘de uitspraak ‘God bestaat niet’ onwaar is, en dat we dan eigenlijk zeker weten dat de uitspraak ‘God bestaat’ waar is.’ Deze uitspraak valt tegen mijn weerlegging dus weg.
Conclusie? We weten nog steeds niet of God bestaat. Het is inderdaad een invuloefening: het ligt er simpel aan wat je voor P invult.

Kom ik nu ook in de New York Times? Met de weerlegging van het godsbewijs? Voor mij is in ieder geval bewezen dat geloven veel gemakkelijker is dan weten(schap). En dat geloof de wetenschap beïnvloedt.

Zie: Het Godsbewijs van Rutten

U P DA T E  08.22 uur:

Helaas heeft de Lachende Theoloog zijn artikel verwijderd. Dit stond oorspronkelijk op zijn blog:

Het Godsbewijs van Rutten

Emanuel Rutten heeft een godsbewijs gepubliceerd op het Prosblogion. Hij heeft er zelfs (een vermelding in) de New York Times mee gehaald. Het is de moeite waard dit Godsbewijs te bestuderen.

Ik zal dit godsbewijs binnenkort bespreken, maar dan moet eerst de rook van de lopende discussie opgetrokken zijn.

Om toch een beetje hulp te bieden bij het lezen van de vaak technische commentaren, deze korte inleiding:

Het argument berust op het volgende Metafysisch Beginsel:

MB:= Als het niet mogelijk is om te weten dat P waar is, dan is P noodzakelijk onwaar.

Dit beginsel is ‘plausibel’. De waarheid van dit beginsel kan worden verdedigd als je begrijpt dat logici met ‘mogelijke werelden’ rekenen. Als het niet mogelijk is om de waarheid van P vast te stellen, dan is dat in geen enkele ‘wereld’ mogelijk. Voor ons komt het er op neer dat P nooit en te nimmer waar zal zijn: en ‘nooit en te nimmer’ is het zelfde als ‘noodzakelijk onwaar’.

Let wel: Rutten hoeft MB niet te verdedigen. Hij gebruikt MB slechts, het is de polsstok waarmee hij over het water springt. Bedenk: het gaat om de sprong en niet om de polsstok.

Laten we nu de uitspraak ‘God bestaat niet’ eens bekijken. Het is, zegt Rutten, ten enenmale onmogelijk om te bepalen of God inderdaad niet bestaat. Maar als je niet met zekerheid kunt vaststellen dat God niet bestaat, dan is de uitspraak: ‘God bestaat niet’ volgens MB zeer beslist onwaar! En als we zeker weten dat de uitspraak ‘God bestaat niet’ onwaar is, dan weten we eigenlijk zeker dat de uitspraak ‘God bestaat’ waar is (kwestie van logica: dit is een invuloefening).

Zie: Prosblogion