Staat God boven de wet?

Rabbijn Nathan Lopes Cardozo bespreekt in het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW) op boeiende wijze de balans tussen democratie en de goddelijke wet aan de hand van de symboliek van de chanoekia (de negenarmige kandelaber, PD.) Volgens de halacha (de joodse wet) bestaat er een ‘fascinerende balans tussen de goddelijke wet en democratie’. Beide zijn vertegenwoordigd en samen zorgen ze ervoor dat een maatschappij kan functioneren, terwijl de Tora wordt gezien als de ultieme spirituele en morele bestemming.

De halacha schept de mogelijkheid voor een democratisch model waarin de mens over de wet beslist, en niet alleen God. Met Gods volledige toestemming. Zelfs op het initiatief van God, zoals weerspiegeld in Tora.

Met andere woorden, de Tora zelf geeft de aanzet tot het Staatsrecht: Stel shoftim (rechters in het Sanhedrin) aan, én shotrim (magistraten die oordelen volgens ‘de wet van de koning’, het civiel recht, Devarim 16:18). Evenzo schrijft de Tora: Tzedek tzedek tirdof (streef zuivere rechtspraak na, 16:20). De herhaling van het woord tzedek (rechtvaardigheid) kan worden uitgelegd als rechtspraak die in overeenkomst is met zowel de wetten van de Tora als de ‘wetten van de koning’.’
(NIW)

De grote Talmoedgeleerde en denker Rabbi Nissim van Gerona (14e-eeuws Spanje), ook wel Ran genoemd, dacht na over het Judaïsme. Het Judaïsme vertegenwoordigt een theocentrisch wereldbeeld waarbij God in het centrum wordt geplaatst. Hij is de focus en absolute autoriteit. Terwijl het democratische wereldbeeld de mensheid centraal stelt. Ran kwam met een theorie waarin hij uiteenzette dat Judaïsme niet het idee propageert van volledige theocratie, maar eigenlijk een halachische democratie voorstaat.

Hij zette een moedige en zeer intrigerende politieke theorie neer waarin de wet van de Tora gescheiden werd van ‘de wet van de koning’, de maatschappelijke wet.’
(NIW)

De koning en het politieke systeem echter, is het toegestaan – en zelfs aan te bevelen – om burgers te beoordelen op andere criteria die in overeenstemming zijn met de tijd, en die soms zelfs tegen het standaard oordeel van de Tora ingaan, aldus Lopez Cardozo. Ran, zo zegt hij, vond het nodig wetten in te voeren die te maken hebben met ‘de werkelijkheid van het dagelijks leven, die vaak niet beantwoorden aan de spirituele eisen van de Tora‘.

God staat niet boven de wet.

Zie:
* De diepgaande betekenis van de menora (NIW)

Beeld: Arnold Friberg – Impressie van het ontvangen van de stenen tafelen door Mozes

De God van de radicale theologen

Radicale theologie wordt wel eens beschreven als het doordringen tot de wortels van wat het betekent om te geloven, dit wil zeggen het radicaal bevragen van zekerheden, concepten en ideologieën waarmee God in hokjes gestopt wordt. Maar God is dood, is de gedachte van radicale theologie. Theoloog Daan Savert zegt zich thuis te voelen bij deze beweging en deze manier van theologie bedrijven. Hij gelooft in een God voorbij alle beelden van God, en in een kwetsbare en gewonde manier van geloven. Radicale theologie zelf is niet dood, sinds haar geboorte in de jaren zestig, en lijkt (weer) op te leven. Ook theoloog en filosoof Leon Kooijmans schetst een beeld van radicale theologie.

De dood van God is op velerlei manieren uit te leggen. Letterlijk dood voor Thomas J. J. Altizer: voor hem is de dood van God en de afname van religie zelfs noodzakelijk voor de opstanding van God. Niet wordt uitgelegd hoe die opstanding er dan uitziet. Peter Rollins ziet God als alles waarvan we denken dat het de leegte vult die we ervaren. Hoe dan ook, radicale theologie is een theologie na de dood van God, maar wat er wordt bedoeld met de dood van God verschilt per denker.

De secularisering van theologie is een belangrijk aspect van radicale theologie’, zo wordt gezegd. Wonderlijke terminologie eigenlijk: secularisering van theologie. Je snijdt dan ‘theo’ af van ‘logos’, dat zo veel betekent als ‘leer’ of ‘kennis’. Volgens Nietzsche heeft de mens God zelf gedood, zoals Kooijmans hem citeert:

Horen wij nog niets van het gedruis der doodgravers die God begraven hebben? Ruiken wij nog niets van de goddelijke ontbinding? – ook goden raken in ontbinding! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!’
(Friedrich Nietzsche, De Vrolijke Wetenschap, 1882 – vertaald door P. Hawinkels)

Hoe dan ook, de radicale theologie stelt niet God, maar zijn dood centraal. Secularisering wil de religieuze en dogmatische taal van de theologie vertalen naar een seculiere variant. Kan dat dan, vraag ik me af? Krijg je dan geen dode taal? Nou ja, wereldse? Rudolf Bultmann wilde de theologie van het Nieuwe Testament ontdoen van haar verouderde mythologische karakter met het doel om de concepten te moderniseren. Moderniseren waarin of waartoe dan?

Radicale theologie is volgens Kooijmans in ieder geval niet geïnteresseerd in het bestaan van God of de eigenschappen van God. Ben benieuwd hoe het Nieuwe Testament er dan uit ziet. De radicale theologie is echter nog wel geïnteresseerd in het heilige als fenomeen, waar het zich ook manifesteert.

Dat de christelijke God dood is betekent namelijk niet dat het goddelijke niet op andere plekken te vinden is. Vooral kritische radicale theologen vragen zich af of dit wel goed is en zoeken naar God om te zorgen dat hij wel degelijk dood is en dood blijft.’

Is God verhuisd? Uit de theologie vertrokken en ook werelds geworden? Blijkbaar wel, want radicale theologie beschrijft en analyseert volgens Jeffrey W. Robbins wat als heilig wordt beschouwd in bijvoorbeeld religie, cultuur, ethiek en in de politiek. Opmerkelijk, wel in religie maar niet in theologie? Wat zou dan heilig zijn in religie? Komt God daar dan een beetje in terug? Ja, een beetje wel, als je John D. Caputo hoort:

DWeak Theology van Caputo richt zich op religieus spreken wat volgens hem te zeker, te krachtig en te bovennatuurlijk spreekt. Spreken over God kan alleen op een zwakke, poëtische manier. Hij gebruikt de filosofie van Derrida om dit aan te tonen. Caputo ziet het goddelijke als een stille stem die hoop geeft voor het onmogelijke. Het biedt een horizon die nooit te bereiken is maar waar we wel naar verlangen. Als we die stem proberen vast te leggen in concepten dan sterft het en hebben we het over de dood van God.’

Radicale theologie houdt God eigenlijk hoopvol in leven. Die broodnodige stem moeten we dus inderdaad niet radicaal vastleggen in concepten en ideologieën waarmee we God in hokjes stoppen.

Bronnen:
* God is (niet) dood – een kennismaking met radicale theologie
* Radical Theology: disharmonie en gebrek zijn de kern van ons bestaan

Beeld: De Helixnevel is een grote planetaire nevel in het sterrenbeeld Waterman. (Met de G van God. 😉 ) © Shutterstock

God als ondoordringbaar mysterie

God is aanwezig als The Force (Star Wars) die het universum bij elkaar houdt; als de 42 op alle vragen (The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy); als een drijvende onderstroom waarin alles zijn samenhang vindt; als overal aanwezige waarin we worden samengebracht, zo fantaseert Wouter van den Toorn, van Creatov. Hij zegt – in een boeiend blog – struikelend te schrijven over God en vraagt zich af wat hij bedoelt als hij het over God heeft. Hij heeft een boekenkast vol theologische werken, dus hij zou uit allerlei vaatjes kunnen tappen. Maar voor Van den Toorn voelt het snel ‘platgeslagen’. ‘Alsof de schoonheid eruit is gewrongen om de waarheid nu eindelijk maar eens in handen te kunnen krijgen.’

Als Van den Toorn nadenkt over het ‘ondoordringbare’ mysterie God, dan behoort God opeens niet meer tot het domein van bijvoorbeeld alleen maar gelovigen, al helemaal niet tot christenen met een bepaalde overtuiging. Alle ideeën over God vindt hij bekrompen.

Alle ideeën ja. De mijne incluis. En de jouwe incluis. En incluis de mensen die niet geloven in God, in ieder geval niet in de God waar jij in zegt te geloven. Incluis alle zeker weters. Hun idee is ook te bekrompen. En incluis de ras-evangelisten die je in een perfecte elevator-pitch klem kunnen zetten met hun overtuiging. Vertrouw ze niet. Vertrouw het allemaal niet, van niemand die je kan uitleggen wie God eigenlijk is. Vertrouw mij niet in al mijn pogingen het ook weer te ontvlechten.’

Eigenlijk vindt de media-innovator en artdirector van Jesus.net dat we misschien het woord ‘God’ maar eens een jaar of vijftig niet meer moeten gebruiken.

Vanwege de simpele reden dat het woord te ingewikkeld is geworden, te plat, we hebben er te concrete ideeën bij. Waar oude verhalen, sprookjes, mythen, heldenverhalen, oerverhalen en nog meer verhalen werden verteld om een vleugje te kunnen aanraken van een werkelijkheid die de onze niet is, daar is God ondertussen op de ontleedtafel gelegd, in het laboratorium vakkundig uit elkaar gevlooid, alles gecategoriseerd en geïndexeerd en vervolgens hebben we er commentaar op gegeven, en daar weer kritiek op en daar ook weer een naslagwerk omheen gebouwd.’

Zou het zo kunnen zijn, vraagt Van den Toorn, die zich sinds 2019 Thomas (de Twijfelaar) noemt, en ook schrijft voor het Nederlands Dagblad, dat hoe minder hij God, hem, haar of het benoemt, hoe meer ruimte er is om het grote mysterie te omarmen?

Dus minder woorden voor geloofsstellingen, minder aandacht voor uitleg. Meer aandacht voor verwondering, medemenselijkheid, aandacht, en meer leven in het nu. Omdat ik nu mens kan zijn.’

Zie: God als het grote mysterie  (creatov.nl – blog over spiritualiteit, verhalen, geloof, kunst, Jezus, oude wijsheid, kerk, Internet, nieuwe media, technologie, film.)

Beeld: Public.Domain.Pictures (detail) (Pixabay)

De onmiskenbare Joodse identiteit van Jezus

In zijn boek Jezus – Reconstructie en revisie schrijft theoloog Henk Bakker over de bronnen die er over het leven van Jezus zijn, zoals de evangelieboeken en geschriften die daar direct en indirect verband mee houden. Ook geeft hij een reconstructie en interpretatie van opvattingen die in de loop van de eerste eeuw over Jezus zijn ontstaan. Hij zegt goed te luisteren naar Nederlandse en internationale onderzoekers die belangrijke bouwstenen voor het onderzoek naar de historische Jezus hebben aangedragen.

 ‘Dit boek brengt je dichter op de huid van Jezus’

‘Jezus jood-zijn ondergeschikt gemaakt’
Volgens de auteur hebben christenen de neiging om Jezus’ identiteit buiten het Jodendom te verankeren, in aannames over Gods eeuwige op-Zichzelf-zijn, of sterker nog: in de grenzeloze verbeelding van modieuze theologie.

Jezus’ jood-zijn is vrij snel na zijn dood en opstanding ondergeschikt gemaakt aan een hogere identiteit, die tot speculeren uitnodigde. Dit speculeren leidde volgens [theoloog Arnold Albert, PD] Van Ruler tot ‘gedrochtelijkheden’, maar niet alleen in de theologie.
Ook werden gedrochtelijkheden bedacht die hun oorsprong hadden in volksreligie en persoonlijke vroomheid. De kerk zelf was hier verantwoordelijk voor, omdat de verankering van haar christologie niet uit te leggen was. Het ging om een hogere wiskunde, vol paradoxen en tegenstellingen, die onnavolgbaar was.
Zo leidden gedrochtelijkheden tot gedrochtelijkheden (‘Waar geen goden zijn, daar heersen spoken’, Novalis). Nog altijd zijn er beelden van Jezus die (letterlijk en figuurlijk) van enig verband met het evangelie zijn losgezongen.’
(Deel I, Hfst. 2)

Bakker ziet ook om naar (een deel van) de bronteksten om in het licht van recente discussies opnieuw gericht naar de bronnen te vragen.

Christologisch onderzoek
In deel I: Kritisch onderzoek naar Jezus, bespreekt de auteur een aantal visies uit het moderne onderzoek naar de historische Jezus, en geeft een exemplarische inleiding in de discussie, waarbij hij in sommige kwesties aan Nederlandse bijdragen de voorkeur geeft. Dit om de inhoudelijke kwaliteit, daar Nederlandse exegeten en theologen wezenlijk hebben bijgedragen aan het christologisch onderzoek.

‘[De joods-Duitse theoloog en godsdienstfilosoof, PD] Franz Rosenzweig schreef dat de historische Jezus onze geïdealiseerde Jezus altijd van zijn sokkel zal stoten. Mentale fabricages die in fantasieën wortelen – hoe oprecht en gemeend ook – en niet in historische christelijke bronnen, hebben in het christelijk belijden niets te zoeken.
Om aan de schijn voorbij te komen heeft de christelijke kerk een joodse historische bedding nodig, niet alleen bij haar exegese, maar ook bij haar handelen in het heden.’
(Deel II, Hfst. 9)

‘Waar geen goden zijn, daar heersen spoken’
(Novalis)

De betekenis van Jezus
Het tweede deel van het boek is getiteld: Getuigen van het eerste uur. Het gaat de auteur daarin om vroege teksten die vertellen wat christenen hebben meegemaakt, wat Jezus volgens hen zei, deed en teweegbracht, en hoe zij die gebeurtenissen binnen de Joodse wereld van toen betekenis gaven.

Jezus – Reconstructie en revisie. Het poogt een reconstructie en revisie te geven van de persoon, de geschiedenis en de betekenis van Jezus. Reconstructie en de revisie zijn met het historisch onderzoek gegeven. Een reconstructie van de gebeurtenissen die plaatsvonden, waaronder Jezus’ woorden en daden, is uitgebreid aan de orde geweest.
Ik heb daarbij steeds naar gebeurtenissen, ervaringen en duidingen teruggevraagd, zoals bij Jezus’ conflict in de tempel, maar ook bij zijn doop en zijn dood. In mijn methodologie heb ik uitgelegd dat historische reconstructie en narratieve betekenisgeving niet los van elkaar kunnen worden gezien.’
(Deel II, Hfst. 9)

Jezus’ relatie tot God
Volgens Wolter Huttinga, in Trouw, brengt dit boek je ‘dichter op de huid van Jezus’. Volgens deze krant kiest Bakker een helder en consequent uitgangspunt om over Jezus’ identiteit te spreken en was Jezus een Joodse man die in de brede stroom aan Joodse verwachtingen stond over het komen van God tot zijn volk Israël. ‘Zo en niet anders kunnen we aan hem recht doen,’ aldus Trouw, dat het boek vier **** geeft.  

Dus overal waar het denken en spreken over Jezus los komt te staan van deze Joodse bedding wordt verraad gepleegd aan wie Jezus werkelijk was. Niet alleen aan zijn concrete menszijn, maar juist ook aan de specifieke manier waarop zijn relatie tot God ervaren en beleden werd, door hemzelf en door de gelovigen van de vroege kerk.’
(Trouw)

Inzicht in Jezus
Hoe wetenschappelijk het boek ook is, aldus Tjerk de Reus in het Friesch Dagblad, het is zeker ook geschikt voor een breder publiek dan alleen vakgenoten. Wie er voor wil gaan zitten, wordt met dit boek rijk beloond.

Bakker vertelt vanuit de context van het Israël van toen, en je ziet het voor je ogen gebeuren: Jezus’ optreden, zijn omgang met mensen en natuurlijk zijn verkondiging. Tegelijk zorgt de brede blik van Bakker ervoor dat het inzicht in Jezus, ondanks alle complexiteit, een heldere theologische diepgang krijgt.
(Friesch Dagblad)

Jezus – Reconstructie en revisie | Henk Bakker | KokBoekencentrum | 296 blz. | € 27,50 | E-book € 14,99 | ‘Wie altijd al een goed boek over Jezus had willen lezen, moet nu zijn slag slaan. Deze week [22 september 2020, PD] verscheen Jezus – Reconstructie en revisie, geschreven door Henk Bakker, theoloog aan de Vrije Universiteit. Een verrassend en informatief boek.’ (Friesch Dagblad)

Zie ook:

* Dit boek brengt je dichter op de huid van Jezus (Trouw)
* Theoloog Henk Bakker denkt breed: het gaat om de joodse Jezus
(Friesch Dagblad)

Beeld:
Cover Jezus – Reconstructie en visie
(detail)
Update: 21122024 (Layout)

Anatheïsme: zijn met God en leven zonder God

UITGELICHT Anatheïsme is een poging om het seculiere te sacraliseren en het sacrale te seculariseren. Of, zoals theoloog Richard Kearny in Anatheism – Returning to God After God Bonhoeffer citeert: ‘Zijn met God en leven zonder God’. Door de wortels van ons eigen anatheïstisch moment te analyseren, aldus de uitgever, laat Kearney niet alleen zien hoe een terugkeer naar God mogelijk is voor degenen die ernaar zoeken, maar ook hoe een meer bevrijdend geloof geboren kan worden.

‘Anatheïsme een weg voorbij theïsme en atheïsme. ‘Er is één werkelijkheid, maar groter dan wij denken. Zij gaat ons te boven’
(Theoloog Wim Jansen)

Atheïsme is volgens Jansen de ontkenning van theïsme, dat hij omschrijft als het geloof aan een als schepper boven de mens staande, zelfbewuste, persoonlijke, levende God.

‘De theïst gelooft dat God bestaat als een zelfstandige entiteit God, een wezen boven onze werkelijkheid en hij gelooft daarmee ook in een werkelijkheid boven de onze. Anders gezegd, in het theïsme, met uitzondering van het pantheïsme, wordt uitgegaan van dualiteit: deze wereld en een ‘bovenwereld’. Wat is atheïsme? De ontkenning daarvan.’


(Cover: Marc Chagall: Jacob worstelt met de engel)

Eén werkelijkheid
In de discussie tussen theïsme en atheïsme vindt hij dat de dualiteit van deze wereld en een ‘bovenwereld’ telkens de inzet en het punt van vervreemding is.

‘De wegen gaan uiteen in de al dan niet aanname van een werkelijkheid buiten de onze. Het wordt tijd om deze kloof te overbruggen. Uitgaande van het moderne wereldbeeld is er maar één werkelijkheid en die sluit zoiets als God niet uit, maar in.’

Returning to God after God
God is wat wij God noemen, zegt Jansen. Hij vindt het een soortnaam die wij toedichten aan de ervaring van iets dat ‘anders’ is, huiveringwekkend misschien, zuiver, teer, heerlijk, overvloedig.

‘Dit ‘anders spreken over God’ maakt de termen theïsme en atheïsme overbodig. De theoloog Richard Kearny heeft er een speelse term voor uitgevonden: anatheïsme. In zijn boek Anatheism – returning to God after God verklaart hij dat begrip op tweeërlei wijze: an-atheïsme, d.w.z. geen atheïsme. En ana-theïsme, wat betekent: aan het theïsme voorbij.’

Richard Kearney
Praying
Jansen vertelt over een kennis van hem, David, die een bijzondere definitie van bidden gaf:

‘When I’m praying I feel I’m in contact with something that’s bigger than me.’

Open en universeel
Deze uitspraak verraste de theoloog aangenaam:

‘Something that’s bigger… iets dat groter is dan ik. Kan het opener en universeler worden uitgedrukt? Een anatheïstische formulering binnen een theïstisch concept.’

Anatheism – Returning to God After God | Richard Kearney | ISBN 9780231147897 | Verschenen 01-01-2011 | Van Ditmar Boekenimport B.V. | Paperback | Auteur(s)  | 1 e druk

Bron o.a.: Een weg voorbij theïsme en atheïsme (NieuwWij)

Beeld: Detail boekomslag Anatheism – Returning to God After God – Marc Chagall: Jacob worstelt met de engel.
Update november 2025 (Lay-out)

‘Willen weten verhindert zelfkennis’

Boekbespreking: De droom van Ha’adam. Er gaat een ingenieus mechanisme schuil achter het leven. Dit stelt Harold Stevens in zijn boek De droom van Ha’adam. Niettemin verzet de mens zich er van nature tegen. Waarom we dat juist niet zouden moeten doen, legt Stevens uit in een soms technisch betoog. Misschien doet de mens er niets mee omdat hij zich er niet van bewust is. Dit boek vertelt wat we kunnen doen om dat mechanisme te begrijpen. Hoewel, begrijpen, dat riekt naar kennis… en dit boek zet ons vooral aan tot zelfkennis door actief aan de slag te gaan met onze gevoelens.

‘Verborgen kennis, waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’, werd al lang geleden vastgelegd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’

Paradoxaal denken

Het enige waar het leven om vraagt, is om jezelf te gaan leren kennen en tot uitdrukking te brengen wie je in de kern bent. (…) Meer wordt er door het leven niet van je verlangd’. Dat dit echter niet zo gemakkelijk is, maar wel mogelijk, legt de auteur in dit boek stap voor stap uit, al kost het de lezer af en toe wat hoofdbrekens.
  
Het paradoxale is dat je eerst kennis dient op te doen over Stevens’ beweegredenen om terug te gaan naar je oorsprong. Een enerverende zoektocht volgt. Hij neemt je mee vanuit zijn eigen ervaringen en onderzoek in de bewustwording van het mechanisme. ‘Waarom leef ik eigenlijk, waarom ervaar ik leven, waarom ervaar ik mijzelf?’

Van Genesis tot Kant
D
e droom van Ha’adam is vooral bedoeld voor de mens die op zoek is naar een mogelijke zinrijkheid van het leven. Die zinrijkheid groeit naarmate je de terugweg volgt naar je oorsprong. Die oorsprong stelt de auteur zich voor als een ‘massa gevoelens, de totale waarheid, de pure oorsprong, het diepste wezen, eenheid, singulariteit, de Algeest, Brahman, God’.

Stevens’ gedachtegoed is grotendeels op gebaseerd op oude wijsheden. Van Genesis tot het Evangelie van Thomas, en van Hermes Trismegistus tot Immanuel Kant. De auteur diept verborgen kennis op waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’. Kennis die ‘lang geleden al vastgelegd werd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’. En ook in sprookjes, parabels en queestes: ‘deze verhalen zijn alle een metafoor voor de zoektocht naar wijsheid, liefde, rijkdom en vrede’.   

Zoektocht naar binnen
S
tevens stelt dat als hij de werkelijkheid aangenaam wil ervaren, het dan van belang is om in liefde en vrede te leven. Hij bedoelt daarmee dat hij zichzelf durft toe te staan om te zijn wie hij is. Dat leidt tot de belangrijke vraag wie hij nu eigenlijk in de kern is. Zijn zoektocht verkent de weg naar zelfkennis die de mens uiteindelijk voorspoed en geluk kan brengen. Maar op diezelfde weg stuit hij ook op de vraag naar het hoe en waarom van het lijden van de mens. Heeft lijden een zin, een doel?



De inscriptie op de Tempel van Apollo in Delphi liet ons in de oude tijd al weten: ‘Ken uzelf’. De menselijke drang naar kennis botst echter met de zoektocht naar zelfkennis. Al dat ‘willen weten’ verhindert dat. Het belemmert onze zoektocht naar de oorsprong en reden van ons bestaan. Kennis geeft ook geen antwoord op de vraag naar de oorsprong of oorzaak van ziekte, van lijden in het leven. Voor die antwoorden is een zoektocht naarbinnen nodig, naar degene die je in de kern werkelijk bent.

De menselijke cel als analogie
D
e weg naarbinnen. De auteur landt letterlijk in het menselijk lichaam, in de kleinst levende functionele eenheid: de cel. Een verrassende en originele manoeuvre die je niet direct verwacht in een boek dat zich bezighoudt met de vraag of het menselijk bestaan een doel heeft, een zin. ‘Iedere lichaamscel moet zich bewust zijn van zijn ‘kerntaken’ en deze vervolgens ook uitvoeren’.                                         
De mens is, net als een cel, niet alleen voor zichzelf belangrijk maar ook voor het grotere geheel, de héle mensheid. Functioneert een mens goed, dan heeft de ander daar ook baat bij. Dat zie je terug in goede relaties tussen partners, gezin, familie, vereniging, dorp, stad, land en continent. Dit mechanisme trekt de auteur door naar ons zonnestelsel.

Oorsprong en zin van het menselijk lijden
D
e auteur schijft hypothetisch over oorsprong en zin van het menselijk lijden. Over de confronterende stelling dat je zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de aan- of afwezigheid van ‘een mate van lijden in je werkelijkheid’. Het gaat hem om de keuze van de mens ruimte te geven aan zijn wezenskern (datgene wat je in wezen tot mens maakt) òf verzet hiertegen. ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’ onderstreept hij als hij stelt dat je als mens niet noodzakelijk hoeft te lijden, maar dan wel je innerlijke pijn onder ogen moet durven zien. De oorsprong en zin van het menselijk lijden lijken de basis te zijn van waaruit Stevens zijn boek schrijft.

Hiermee komt hij uiteindelijk uit bij God. Ha’adam is de androgyne mens is, geschapen naar beeld en gelijkenis van God. Ha’adam is dus zowel mannelijk als vrouwelijk. De tweede stap in de schepping is die van een man en vrouw die voortkomen uit Ha’adam. Maar doordat het fout loopt in het aardse paradijs zijn de man en de vrouw zich niet langer bewust zijn van hun oorsprong. Het uiteindelijke doel van de mens, stelt  de auteur, is de weg naar God terug te vinden, ‘terug naar de oorsprong: de vereniging met God’.   

Het lijden van kinderen
D
iep gaat Stevens in op onschuldig lijden: over de oorzaak en zin van het lijden van kinderen. De hypothese die hij beschrijft noemt hij zeer confronterend, maar waagt zich er toch aan. Hij vraagt zich af of het kind in zijn lijden een boodschap probeert uit te dragen richting ouders. In zijn werk als psychosociaal therapeut, ziet hij – en hierbij verwijst hij onder meer naar het werk van psycholoog Carl Jung – dat kinderen zeer sterk kunnen reageren op datgene wat zich in de ouder(s) afspeelt. Kinderen kunnen in hun problematisch gedrag onbewust de innerlijke conflicten van de ouders uitwerken. Stevens noemt het lijden van een kind daarom geen zinloos of noodlottig toeval: het krijgt een diepere betekenis en doel in het zichtbaar maken van de innerlijke worsteling, het innerlijk lijden van zijn ouders.

Denken alléén leidt tot verlies van gevoelens
V
olgens de auteur zal de mens met denken alléén nooit het leven kunnen begrijpen, daar dit leidt tot verlies van gevoelens. Een gevoel vormt een eenheid, een waarheid. En als je dat gevoel wilt begrijpen, wordt die eenheid uit elkaar getrokken in tegengestelde componenten om het verstandelijk te kunnen bevatten. Hij stelt dat ‘positief’ niet kan bestaan zonder ‘negatief’. ‘Zonder dal bestaat een berg niet en andersom’. Daar je niet positief en negatief tegelijk kunt denken, moet je een keuze maken. Kies je voor positief dan wijs je negatief af. Dat noemt de auteur de afgekeurde keuze. Die kan echter niet verdwijnen omdat het zijn bestaansrecht dankt aan de aanwezigheid van de positieve optie. Ze zijn afhankelijk van elkaar. Al die afgekeurde opties noemt de auteur zijn donkere kant, zijn schaduwzijde. Maar die horen wel bij hem. Echter, er bestaan geen ‘goede’ of ‘slechte’ keuzes. Ze komen immers voort uit het oorspronkelijke gevoel: ‘een eenheid die puur is, die heel is, zonder oordeel’.

De afgewezen optie zal zich het sterkst gaan manifesteren, met als doel de erkenning ervan. Daarmee moet je dus aan het werk: ‘je gevoel naar je hersens brengen’, tot uitdrukking brengen wat je denkt, niet ‘binnen’ houden. Je gaat dan ‘vanzelf minder denken, minder positief en minder negatief, wat leidt tot ontspanning. Je houdt dan je gevoelens niet in je hoofd, wat resulteert in ‘minder gecompliceerde realiteit’. Het gaat dus om ‘actie ondernemen, hándelen, je realiteit onder ogen durven zien en de consequenties accepteren als gevolg van de keuzes die je tot nu toe in je leven hebt gemaakt’. Dit is dan tevens de juiste weg naar je oorsprong. Als je je hier naartoe beweegt zal het lijden afnemen en de ‘ervaring van het leven verlichten’. Het leven ‘ontspant’.

Verlichting
B
ij sommige onderwerpen haalt Stevens de kwantumfysica erbij. Dat is ook even doorbijten om dit goed te kunnen volgen. Hij stelt dat als je begint te beseffen dat je zelf de schepper bent van je eigen werkelijkheid, je ook gaat begrijpen dat je verantwoordelijk bent voor wat er in je werkelijkheid, in jouw wereld, gebeurt: het geeft je de mogelijkheid om de manier waarop je de wereld ervaart te veranderen. Harold Stevens is ervan overtuigd dat je een leven kunt leiden dat ‘in de buurt van verlichting komt’.

De weg terug
A
ls je je bewust wordt van het mechanisme van het leven, zo stelt de auteur, durf je je over te geven aan de weg terug, terug naar de ‘Tuin van Eden’. De auteur verwijst onder meer naar de Kabbala die stelt dat je door ‘het nemen van de verantwoordelijkheid van het eigen leven, gelukzaligheid te kunnen gaan ervaren’.

Fascinerend
G
een boek om in één avond uit te lezen. Je bent geneigd terug te bladeren om bij de les te blijven. Dat komt ook vanwege de hoge informatiedichtheid – en dat is positief bedoeld. De auteur slaat af en toe zijwegen in die de beschreven denkbeelden verduidelijken of iets toevoegen aan zijn betoog, maar het er niet eenvoudiger op maken om samen met hem op het pad te blijven. Soms is wat de auteur schrijft wat cryptisch. Dat je wel ‘voelt’ wat wordt bedoeld, maar dat niet direct doorziet. Een pittig maar fascinerend studieboek.

De droom van Ha’adam, over het mechanisme van het leven | Harold Stevens | oktober 2019 | Uitgeverij Van Warven, Kampen | ISBN 978 94 93175 09 9 | NUR 730 | €20,00

Beeld: Nino Carè (Pixabay)
Beeld Ruïne van de tempel van Apollo in Delphi: Wikipedia

(Dit is de oorspronkelijke versie – In verkorte vorm eerder geplaatst bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)
Update 26-04-2025 (Lay-out, links)