Verschijnt het God-deeltje met de Kerst?


De Jezus-hagedis heet zo omdat hij net als zijn naamgenoot over het water kan rennen. Het snellere God-deeltje wordt misschien met Kerst gevonden, zo gaat het nieuwste gerucht. Vervelend, want dan vieren we net feest omdat Jezus is geboren. Na het God-deeltje vinden we misschien uiteindelijk God zelf ook? Zijn ‘taal’ hebben we al ontdekt, want de Amerikaanse geneticus en uitgesproken christen Francis Collins noemt DNA ‘de taal van God’.

Leuk eigenlijk, de heilige seculiere wetenschap is doorspekt van religie, nou ja van de joods-christelijke cultuur dan, want wetenschap is geen geloof zal de reactie zijn. Maar je moet wel heel wat geloven om de wetenschap te kunnen accepteren – die bestaat immers uit talloze aannames, vooronderstellingen, ook een soort geloof – tot er iets bewezen wordt natuurlijk. God is ook een aanname, tot Hij zichzelf laat zien of ontdekken, niet een deeltje, maar God-totaal. Dat zou pas echt een klapper zijn, een heuse Big Bang, een werkelijk fundamentele doorbraak in de wetenschappelijke theorie over het ontstaan van alles.

‘Misschien gaan ze ’t vinden, misschien ook niet,’ denkt René Fransen op Geloof & Wetenschap. ‘Het Higgs-Boson, ook wel het God-deeltje genoemd. Dit Higgs-Boson was deze zomer al een paar keer in het nieuws. Eerst geruchten dat het gevonden was, kort erna de mededeling dat het gevonden was, kort erna de mededeling dat dit niet klopte, en recent de optimistische uitspraak dat we het misschien wel voor de kerst zullen vinden. Of niet.’ – Een heeeeeeleboel slagen om de arm dus. Het ontdekken van dat God-deeltje of het Higgs-Boson is overigens zowat de belangrijkste doelstelling van de miljarden kostende deeltjesversneller in Genève.

Volgens Caroline Hoek, van scientas.nl, zijn er zelfs vijf god-deeltjes. Wat zal dat nu weer voor theologische complicaties met zich meebrengen? Misschien zijn er dan wel vijf goden, waar blijf je dan met je monotheïstisch dogma? Het zal wel verklaard worden als een heilige Vijf-Eenheid. Hoek zegt terecht dat we ‘nog maar weinig weten’. De vader van het God-deeltje is overigens de theoretisch natuurkundige Peter Higgs, inmiddels met emiritaat.

Franssen: ‘Maar toch. Wetenschappers die spreken over een God-deeltje. Het past in een patroon dat ik waarneem, namelijk dat natuur- of sterrenkundigen gemakkelijker het woord God in de mond nemen – en volgens diverse onderzoeken ook iets minder ongelovig zijn – dan biologen. Iemand als Albert Einstein vond het geen probleem om uitspraken te doen als ‘God dobbelt niet’ (waarmee hij overigens alleen zijn afkeer van de fundamentele onzekerheid in de kwantummechanica uitsprak, Einstein was absoluut geen theïst.)’

Taede A. Smedes duikt erop in zijn artikel René Fransen en het God-deeltje: waar het wérkelijk om gaat. ‘Natuurlijk gaat het ook over de benaming van dit deeltje, het ‘God-deeltje’. Waarom, zo vraagt Fransen zich af, nemen astronomen en fysici gemakkelijker het woordje ‘God’ in de mond? En waarom lijkt die manier van over God spreken op zo weinig verzet te stuiten? Fransen geeft een verklaring, maar ik waag de juistheid daarvan te betwijfelen.’ Smedes vindt de verklaring dat natuurkundigen minder problemen met God hebben omdat ze minder botsingen hebben gehad met creationisten niet echt overtuigend.

Zie: Het God-deeltje (René Fransen)

En: René Fransen en het God-deeltje: waar het wérkelijk om gaat (Taede A. Smedes)

Foto: CERN – NSAweb.nl

De Jezushagedis in actie: 🙂