
Op het Filosofieblog schrijft Kweetal dat volgens Genesis God de eerste mens, Adam, kneedde van het stof van de wereld. Vervolgens stelt hij dat velen van ons geloven dat God ons een ziel ‘zou hebben ingeblazen’. Als hij dan toch de Bijbel leest en verder las, kon hij ook bij Genesis aan de weet komen dat dit klopt: de ziel, het diepste deel van onszelf, komt rechtstreeks van God.
‘En die ziel kennen we onszelf toe vanuit de unieke manier waarop we onszelf kennen.’ (Kweetal)
Waarom het ene van de Bijbel erkennen en het andere vervolgens niet? Het ligt dus een beetje anders dan Kweetal veronderstelt. Volgens de filosoof heeft Genesis op de eerste plaats duidelijk gemaakt dat wij gemaakt zijn van dezelfde materie als de rest van de wereld. Dat zal best, maar God deed dus nog meer.
‘Toen vormde God, de Heer, uit het stof van de aardbodem de mens en blies hem de levensadem in de neus. En zo kwam de mens tot leven.’ (Gen. 2:7)
De Bijbel die Kweetal aanwendt bij zijn betoog kan je lezen zoals je wilt, letterlijk of niet, of alleen datgene wat je wilt lezen. Volgens Kweetal schiep God de wereld zoals wij die kennen:
‘Hij scheidde het licht van de duisternis, de dag van de nacht, de hemel van de aarde en het land van de zee. Wat God deed was niet zozeer iets nieuws creëren, maar een vooraf bestaande chaos ordenen.’ (Kweetal)
Echter, die vooraf bestaande ‘chaos’ werd door God gecreëerd. In de allereerste regel van Genesis lezen we dat God in het begin de hemel en de aarde schiep. Hij ordende de hemel en aarde, misschien wel nadat hij eerst het universum had gemaakt.
‘In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.’ (Gen. 1:1-2)
Kweetal hekelt het bestaan van de boom der kennis in het paradijs. Hij legt dat uit als dat mensen iets ‘niet zouden mogen kennen’.
‘Maar nu was er iets wat ze niet mochten kennen, en dat feit was niet simpelweg te negeren. Mensen willen weten, zelfs als ze daarmee een voorschrift van de allerhoogste zouden schenden. Zelfs als dat weten hen schade kan berokkenen. Mensen zijn niet gemaakt voor gedwongen passiviteit. Mensen zijn er niet op gebouwd om volmaakt gelukkig te zijn.’ (Kweetal)
Maar die boom is juist een prachtige metafoor voor het feit dat de mens geen robot is die alleen maar zou mogen doen waarvoor hij geprogrammeerd is. De mens werd vrij geschapen. Kweetal veronderstelt dat God een wezen schiep en dat plaatste in een omgeving waarin het niet tot zijn recht kon komen.
‘Als God Adam en Eva deze keuzemogelijkheid niet had gegeven, dan zouden zij in feite robots zijn geweest die alleen maar zouden doen waarvoor ze geprogrammeerd waren. Maar God Schiep Adam en Eva als ‘vrije’ wezens die beslissingen kunnen maken, met het vermogen om tussen goed en kwaad te kiezen. Adam en Eva moesten het vermogen hebben om keuzes te kunnen maken om daadwerkelijk ‘vrij’ te kunnen zijn.’ (gotquestions.org)
Volgens Kweetal (foto: K) is God een schertsfiguur. Ja, als je hem op zo’n manier uitlegt, kan je van iedereen een clown maken. Toch heeft Kweetal het over de wijsheid van Genesis. Maar Genesis heeft meer wijsheid in zich dan de filosoof kan vinden. Het boek is briljant, zegt Kweetal. Hij weet niet half hoe mooi die briljant schittert.
Zie: De wijsheid van Genesis (Kweetal)
Illustr: tjittedijkstra.nl