‘De denker is altijd religieus’

De denker is altijd religieus, omdat die niet kan denken op een filosofische manier zonder contact te hebben met het wonder van betekenis. Maar de denker kan heel goed denken, zonder gelovig te zijn in termen van een christelijke dogmatiek. – Met de zichzelf ‘in zekere zin’ als een gelovige beschouwende Denker des Vaderlands Paul van Tongeren, heeft Soφie een interview over ‘betekenis’ als kernwoord van de filosofie en de verhouding tussen filosofie en religie. ‘Het wonder van betekenis’ is het punt waarop religie en filosofie elkaar raken.

‘Een filosofische vraag is per definitie een vraag naar betekenis’
(Paul van Tongeren)

Het wonderlijke dat de werkelijkheid voor ons altijd al betekenisvol is, wordt in de religie uitgelegd in rituelen, praktijken, gebeden en theologische theorieën. Datzelfde wonderlijke gegeven wordt in de filosofie geuit en uitgelegd in de vragende houding. Wat is dat eigenlijk, ‘natuur’, of wat is nu eigenlijk ‘mens-zijn’ of ‘menswaardig zijn’. Die vragende en onderzoekende houding, dat is de filosofische houding ten opzichte van betekenis. Terwijl de aanbiddende, vererende cultiverende praktijk de religieuze uitwerking ervan is.’

Op de vraag wanneer de relatie tussen religie en filosofie problematisch wordt, zegt Van Tongeren dat het lastig wordt op het moment dat religie een heel bepaalde vorm krijgt, bijvoorbeeld de christelijke religie of de reformatorische interpretatie van het christendom.

Paul van Tongeren schreef Het wonder van betekenis, Hierin zegt hij dat een van de problemen van spreken over het wonder is dat het door die term onmiddellijk religieus gaat klinken.

Een wonder is nu eenmaal iets dat de wetenschap niet, of niet helemaal, kan verklaren. Ik vind dat niet zo erg trouwens, die religieuze bijklank. Het is zelfs een beetje mijn bedoeling die associatie te wekken. (…) Ik ga in tegen seculariserende stemmen die wat er nog van godsdienst rest in onze samenleving willen wegpoetsen, inclusief zelfs maar de herinnering eraan, alsof het de laatste restjes middeleeuwse achterlijkheid betreft. Zo van: dat hebben we nou gehad, nu kunnen eindelijk redelijk gaan denken.’
(Uit: Het wonder van betekenis)

De auteur gaat op zoek naar geluk en wijsheid. En zegt dat ons denken uitgedaagd wordt door het grootste wonder dat er is: dat er betekenis bestaat. Dat wij niet anders kunnen dan betekenis zien, horen, voelen, ruiken, kennen. Die betekenis is er niet zonder ons. Wat zou er überhaupt kunnen zijn zonder ons?

De filosoof hoeft niet zijn eigen geloofspraktijk tussen haakjes te zetten. Laat ik zeggen hoe het voor mij is: ik beschouw mijzelf in zekere zin als een gelovige. Ik kan niet anders dan zeggen ‘in zekere zin’, vanwege wat volgt. Dat zet ik niet tussen haakjes als ik denk. Maar dat neemt niet weg dat ik denkend kan zeggen: God is een naam die we geven aan een soort knooppunt van betekenis en betekenisgeving. Terwijl ik in de kerk een gebed kan uitspreken, waarin ik God zeg, maar dan op een andere manier’

Er is een zekere gespletenheid in mij, zegt Van Tongeren, als hij zichzelf een filosoof en ook een gelovige noemt. Niet omdat hij niet beide tegelijkertijd kan zijn, maar omdat hij een andere taal in de kerk spreekt dan achter zijn bureau.

Dat leidt tot het volgende soort paradoxale uitspraken: ik kan bidden tot God en tegelijkertijd zeggen dat ik helemaal niet weet wat dat betekent. Hoe ik die twee bij elkaar krijg? Daar heb ik eerlijk gezegd niet zoveel moeite mee.’

Als bepaalde betekenissen in onze cultuur zo sterk door een bepaalde religieuze praktijk gevormd zijn, dat we ze eigenlijk daarvan niet meer los kunnen maken – dankbaarheid bijvoorbeeld – dan dreigt er iets verloren te gaan, aldus de denker.

Niet de religieuze praktijk waarbinnen die betekenis gestaan heeft, maar die betekenisnotie zelf. Als wij de ervaring van dankbaarheid verliezen, omdat we die niet meer kunnen verstaan in termen van een bepaalde religie, dan ga ik niet die religie verdedigen, maar dan ga ik proberen de dankbaarheid te redden. Als filosoof probeer ik namelijk iedereen aan te spreken, niet alleen een religieus smaldeel.’


Friedrich Wilhelm Nietzsche

Over zijn relatie met het werk van Friedrich Nietzsche zegt Van Tongeren dat Nietzsche uitdrukkelijk het gevecht aangaat met religie, maar tegelijkertijd een merkwaardig soort van affiniteit met religie ziet. Hij houdt zich veel bezig met Also sprach Zarathustra. Dat werk ziet hij door en door verweven met religieuze en vooral Bijbelse literatuur.

In een ander werk, De antichrist, staat een lofzang op de Jezusfiguur. Tegelijkertijd is er een enorme haat. Natuurlijk geeft dat een spanning, maar dat is wat Nietzsche voor mij aantrekkelijk maakt. Het is iemand die je voortdurend weer wakker schudt, irriteert en prikkelt. Ik kan die spanning tussen Nietzsche en mijn religieus-zijn absoluut niet wegnemen. Maar daar heb ik ook helemaal geen behoefte aan. Dat hoort erbij.’

Bron: Betekenis als het hart van de filosofie (Soφie)
Beeld: Tim Dirven, Museum Leuven, De Morgen (B)
Beeld Nietzsche: Filosofie Magazine

Het wonder van betekenis | Marc van Dijk – Paul van Tongeren | Boom Filosofie | € 17,50 | E-book € 14,90

►Tip!
De Ongelooflijke Podcast 8 januari 2023, #122: ‘God is dood’, zei Nietzsche. Heeft hij een punt? – met Denker des Vaderlands Paul van Tongeren en theoloog Stefan Paas.

‘Horen wij nog niets van het gedruis der doodgravers die God begraven hebben? Ruiken wij nog niets van de goddelijke ontbinding? – ook goden raken in ontbinding! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!’
(Uit: GodenEnMensen: Friedrich Nietzsche, De dolle mens – vertaald door Pé Hawinkels)

Bij de vrije wil gaat het om de intenties

De vrije wil bestaat niet, zegt de neurowetenschap, want ons brein neemt al een besluit voordat we iets doen. Filosoof en psycholoog Lieke Asma zegt echter: ‘De vrije wil bestaat wél’. Asma vindt het hoog tijd om de intenties van mensen serieuzer te nemen. Zij pleit ervoor op zoek te gaan naar de werkelijke beweegredenen van mensen bij hun handelingen – naar hun intenties dus – en die te bestuderen. In 2018 promoveerde Asma aan de VU Amsterdam op een proefschrift over wetenschappelijk onderzoek naar vrije wil.

Als je uitgaat van een wereldbeeld waarin alles passief is en dingen alleen gebeuren omdat ze door andere dingen worden veroorzaakt, is het geen verrassing om te ontdekken dat de vrije wil niet bestaat,’ zegt ze. ‘Dan vind je wat je al wist.’
(Lieke Asma)

Een duidelijk voorbeeld van strikt wetenschappelijke denken over de vrije wil noemt Asma het beroemde experiment dat de Amerikaanse neurowetenschapper Benjamin Libet in de jaren tachtig uitvoerde.

Hij gaf een aantal proefpersonen de opdracht om op willekeurige momenten hun pols te bewegen en ging vervolgens na hoeveel tijd er zat tussen de wil om te bewegen en de hersenpuls die de beweging in gang zette. Tot zijn verbazing bleek dat de puls eerst kwam en de wil om te bewegen pas daarna. De vrije wil is een illusie, concludeerde hij.’


Lieke Asma

Asma – dit jaar genomineerd (shortlist) voor de Socratesbeker – wil best aanvaarden dat de puls eerst kwam en de wil pas daarna, alleen betwijfelt zij of de setting ervan representatief is voor de dagelijkse realiteit waarin we als handelende wezens leven.

Het experiment is zo opgezet dat er een bepaalde structuur ontstaat: niemand heeft een reden om het anders te doen. Terwijl handelen uit vrije wil impliceert dat je op een hoger niveau beseft wat je aan het doen bent, dat je redenen hebt om zus of zo te handelen. Een polsbeweging maken heeft daar gewoon niets mee te maken.’

Libets onderzoeksresultaten vormen volgens Asma daarom geen argument tegen het bestaan van de vrije wil.

Wanneer ik met een wetenschappelijke bril van buitenaf kijk naar wat iemand aan het doen is, zie ik een causale opvolging van gebeurtenissen. Alleen doet die helemaal geen recht aan hoe iemand zijn handelingen zelf ervaart of aan de rationele structuur van die handelingen.’

Asma vindt het dus hoog tijd om de intenties van mensen serieuzer te nemen. Zij wil weten waarom mensen doen wat ze doen, en op welke gronden, in plaats van hen alleen van buitenaf te beschouwen.

Beweren dat alleen objectief en neutraal onderzoek naar gebeurtenissen die van buitenaf te meten zijn waardevol is, vind ik vreemd. Dan verdwijnt niet alleen de vrije wil, maar ook bijna alles wat in ons sociale leven waardevol is.’

Op de vraag van filosoof en journalist Marnix Verplancke (Filosofie Magazine) hoe je dan bepaalt wanneer je iets uit vrije wil doet, antwoordt Asma:

Door je af te vragen waarom je iets doet. Wat vind ik hier eigenlijk goed of waardevol aan? Als je daar een eerlijk antwoord op kunt geven zonder iets goed te praten, heb je de vrijheid gevonden. Uiteindelijk gaat het erom dat op het hoogste niveau al je handelingen deel uitmaken van een goed leven. Wanneer je leven alleen maar bestaat uit reactiviteit in de zin van: ik heb zin in een zak chips, dus ik eet een zak chips, dan zit er maar weinig vrije wil in.’

Zie: Filosoof en psycholoog Lieke Asma: ‘De vrije wil bestaat wél’ (Filosofie Magazine, 03 / 2022)

Lieke Asma schreef Mijn intenties en ik. Filosofie van de vrije wil  | Boom filosofie | Paperback | November 2021 | ISBN 9789024443062 | 240 blz. | € 22,50 | ‘Wetenschappers beweren maar al te graag dat de vrije wil niet bestaat. Maar weten diezelfde wetenschappers wel wat ze precies bedoelen met het begrip ‘vrije wil’? De fundamentele vragen over de aard van de vrije wil komen volgens filosoof en psycholoog Lieke Asma in de wetenschap veel te weinig aan de orde. In Mijn intenties en ik laat ze zien dat grondig filosofisch onderzoek noodzakelijk is voor een goed begrip van de vrije wil.‘ (Tim Michiels, Filosofie Magazine)

Foto goudvis wil uit de kom, en springt: koornbusiness.nl
Foto Lieke Asma: theyoungphilosophers.org.

Tip! SG: Science Café over Vrije Wil: 9 mei 20.30 – 22.00 uur.
In Tivoli Vredenburg Utrecht gaat het gesprek over de vrije wil met filosoof dr. Niels van Miltenburg (UU), neuropsycholoog prof. Sarah Durston (UMC Utrecht) en psychiater en filosoof prof. Gerben Meynen (UU). Toegang gratis – vol is vol.

‘Het is een eeuwenoud vraagstuk: bestaat de vrije wil? De nieuwste onderzoeken uit de neuropsychologie laten zien dat ons brein al een besluit neemt voordat we iets doen. De vrije wil lijkt een illusie. Maar ligt het echt zo simpel? Wat betekent dit voor de verantwoordelijkheid die we dragen voor ons eigen gedrag? Kunnen criminelen bijvoorbeeld nog wel gestraft worden voor hun misdaden als de vrije wil niet bestaat?’