De meesterlijke list van Meester Eckhart

Priester en Dominicaner monnik Nikolaus van Straatsburg geeft in Het proces van meester Eckhart (Simon Vestdijk) aangrijpende gesprekken weer die hij met filosoof en scholastisch theoloog Eckhart voert. De monnik treedt op, in opdracht van de paus, als ‘inquisiteur’ die zijn denkbeelden moet onderzoeken. Van Straatsburg is ervan overtuigd dat de theoloog geen ketter is. Desondanks wordt Eckhart gedwongen alle ketterijen die hij verkondigd zou hebben te herroepen tijdens het proces in 1326.

Eckhart vraagt zich af hoe hij moet herroepen, hij is zich immers van geen kwaad bewust. Van zijn geoefendheid in de scholastieke theologie heeft hij echter de verwachting dat dit hem kan helpen.

‘God bezoekt ons dikwijls, maar meestentijds zijn we niet thuis’
(Meester Eckhart)

Het proces vindt plaats in de kerk van de Dominicanen. Het gebouw zit stampvol. Voordat Eckhart het woord krijgt, verwacht Van Straatsburg in een eerste opwelling dat de theoloog zal herroepen. Ze hebben hem murw gemaakt, vindt hij, maar denkt ook aan een preek die Eckhart onlangs over Lucas hield:

Hij kan gedacht hebben, dat deze preek over Lucas 10,38 juist uitdagend genoeg was om het voorspel te vormen tot zijn herroeping. Dat kon dan betekenen: ik ga herroepen, mensen, maar zal jullie eerst nog de stuipen op het lijf jagen. Het kon ook betekenen: ik ga herroepen, want jullie horen nu zelf hoezeer dat nodig is. En tenslotte kon het betekenen: ik ga herroepen, maar na deze gewaagde woorden van mijn predikatie zal niemand meer geloven, dat ik herroepen kán, ook al zou ik het willen.’ 
(Simon Vestdijk)

Het eerste wat Meester Eckhart, ‘door de echodonder der gewelven overstelpt’, laat horen, is de volgende verklaring:

Ik, Meester Eckhart van Hochheim, Doctor in de Heilige Theologie aan de universiteit te Parijs, verklaar voor allen hier verzameld, daarbij God als getuige aanroepend, daarmee mijn verklaring het karakter verlenend van een plechtige eed, dat ik alles herroep wat ik in mijn predikaties en openbare en niet openbare toespraken als dwaling verkondigd kan hebben.’
(Meester Eckhart in Het proces van meester Eckhart – Simon Vestdijk)

De monnik vertelt dat Eckhart nog meer heeft gezegd, maar dit is de hoofdzaak. Hierna zwijgt de theoloog. Van Straatsburg kijkt om zich heen.


het proces van meester eckhart – s vestdijk
(‘Meester’ duidt op een titel: Eckhart had het ‘magister’-examen, alleen toegankelijk voor professoren, met goed gevolg afgelegd.)

Ik zag hoe de prior en enkele andere Dominicanen elkaar bevreemd aankeken, terwijl Konrad van Halberstadt van Eckhart met een hoffelijk gebaar een vrij lijvig document overhandigd kreeg, dat hij eerbiedig bezag, maar toch ook met enig hoofdschudden. Men bleef zwijgen. Ook de toehoorders in de kerk, die hem niet allemaal goed verstaan konden hebben, hielden zich rustig, op een zich traag voortplantend gefluister na.’
(Vestdijk)

Maar, zo vraagt Van Straatsburg zich af, hebben de theologen, die hem omringen, hem wel goed begrepen, ook al hèbben ze hem verstaan? Wanneer hij op zijn eigen indrukken afgaat, dan moeten zij zich wel afvragen of Eckhart nu herroepen heeft of niet.

Voor beide opvattingen waren argumenten te vinden. Hij had herroepen, maar zozeer voorwaardelijk, dat het met het tegendeel van een herroeping gelijkstond – tenzij in de verklaring, die [Dominicaan] Konrad van Halberstadt nu moest voorlezen, bepaalde punten zouden staan, die hijzelf als ketters, onjuist of onverdedigbaar zou brandmerken.
Maar ik was er opeens van overtuigd, dat men daar lang op zou kunnen wachten! Hij had – en het juichte in mij van onderdrukte vreugde om een vriend, die niet te kort geschoten was – hij had dus niet herroepen, maar aan de vorm was voldaan, en de prior kon tevreden zijn.’
(Vestdijk) 

Of de prior inderdaad tevreden is, weet Van Straatsburg niet.

Aangezien, naar zijn gedrag te oordelen, Eckhart hem van te voren niet of onvoldoende had ingelicht, moest hij tot het allerlaatste op een herroeping zonder voorbehoud of clausules gerekend hebben. Het was overigens denkbaar, dat Eckhart door zijn ongehoorde list zijn vijanden een echte herroeping opzettelijk aan de hand had willen doen. Zij konden nu beweren, dat hij herroepen had. Dit was desnoods ook wel te verdedigen.’
(Vestdijk)

 
Fragment uit de bul In agro dominico (1329)

N. B. Volgens de precieze tekst in de bul van paus Johannes XXII die in In agro dominico (1329) verschijnt, herroept Eckhart inderdaad de inhoud van zijn leer niet, maar neemt hij alleen maar afstand van de mogelijke verkeerde uitleg van zijn stellingen.

Imponerende dialogen. Soms is oudere literatuur het lezen (weer) waard, zoals het ‘geromanceerde’ boek Het proces van meester Eckhart | Simon Vestdijk | 1969 | Eerste druk | N.V. Nijgh & Van Ditmar | 137 blz.

‘Het boek geeft een beeld van de stad Keulen in de periode dat daar aan de bouw van de Dom werd gewerkt en van Meester Eckhart in de allerlaatste fase van zijn leven, als zijn geschriften en preken onderwerp worden van een onderzoek naar een van de kerkleer afwijkende stellingname.
Dominante figuur is de dominicaan Nikolaus van Straatsburg, die, als inquisiteur, de verteller is van de gebeurtenissen en die, hoewel hij de leerstellingen van Eckhart niet alle kan aanvaarden, hem zijn bewonderende vriendschap niet kan onthouden. Het boek eindigt met de, schijnbare, herroeping door Eckhart van zijn leerstellingen en zijn laatste levensdagen.’
(Nijgh & Van Ditmar)

Beeld Meister Eckhart:
carljungdepthpsychologysite.blog
Foto manuscript: The bull In agro dominico. Mainz, City Library, manuscript I 151, sheet 201r. (14th Century) (second.wiki)
Zie ook: Meister Eckhart, vrijzinnig avant la lettre (godenenmensen.com)

Waar is Spinoza als je hem nodig hebt?

Spinoza toonde de mens niet als een hoger wezen dan de andere op aarde, zegt historicus Tineke Bennema. Zij schrijft in de Volkskrant dat het tijd wordt dat we andere mensen, dieren, planten en stenen beschouwen als een heilige eenheid. ‘De relatie van Nederlanders met de natuur is volkomen uit het lood, het is een hysterische verhouding van uitersten, van dominantie en angst, van vernietigen en herstellen, van uitbuiten en ophemelen.’

‘De opvatting die ik heb over God en de natuur wijkt sterk af van de late christenen.
Ik beschouw God namelijk als de in de dingen wonende oorzaak van alles,
niet als een oorzaak buiten de dingen.
Alles is volgens mij in God en beweegt zich in God.’

(Spinoza)

Bennema verwijst niet alleen naar de ‘uitzonderlijke en verguisde’ Spinoza, maar ook naar het confucianisme, taoïsme en de islam die de mens eveneens zagen als een wezen niet hoger dan de andere op aarde.

De mens heeft zijn functie, net als de andere. Sterker nog, hij werd pas gelukkig als hij zichzelf ziet als niets bijzonders en alles om zich heen heel schoon vindt: andere mensen, dieren, planten, stenen, planeten, en respecteert en beschouwt als een heilige eenheid. Waarin hij zijn plaats kent.’

Het zou helpen als die gedachte weer leidend wordt, stelt Bennema. In het, soms zelfs doorgeslagen, fundamentalistisch-atheïstische Nederland roept het meteen weerstand op om religieuze zienswijzen te herintroduceren.

Maar ook voor hen kan heiligheid in de vorm van respect voor de natuur een inzicht zijn.’

Het christendom en de westerse filosofen waren vooral gericht op de cognitieve vaardigheden van de mens (‘ik denk, dus ik ben’) en hadden weinig oog voor de plaats van de mens in de natuur.

Zonder water en lucht had Descartes niet lang kunnen denken/bestaan. Ze stelden dat de natuur er was voor de mens om van te profiteren en te domineren. Dat was Gods wens zelfs. Het jodendom en christendom plaatsen eerst God boven de natuur en daarna de mens erbuiten als plaatsvervangend heerser.’

Heel anders dan in andere religies en filosofieën, waarin de mens een nederig onderdeeltje is van de aarde, van de kosmos en daarmee een goddelijke eenheid vormt.

Maar so far voor de westerse vermeende almacht van de mens: hij heeft als heerser nu een vet probleem, omdat hij heeft gefaald de aarde eronder te houden, en de planeet zal de mens laten branden in de hel. Het zou de mens moeten doen twijfelen aan zijn heerschappij.’

Zonder een herziening van de Nederlandse houding ten opzichte van de natuur kan de technologie ons als deus ex machina ook niet redden, vindt de historicus.

Er is een totaal andere, fundamentele switch nodig, een niet-materiële kijk. Te beginnen met het verwerven van kennis over de natuur, hoe systematisch en mooi elk onderdeel in elkaar steekt en een rol vervult die een andere ondersteunt. Met nieuwsgierigheid, verwondering, een portie nederigheid.’

Zie: Opinie: Het wordt tijd dat we andere mensen, dieren, planten en stenen beschouwen als een heilige eenheid (de Volkskrant, Tineke Bennema, augustus 2022)

Beeld: academieopkreta.com
Tekening: mystiekeschool.nl

De duizelingwekkende diepten in de kwantumfysica

De fysica heeft volgens mysticus Erik van Ruysbeek – in een beschouwing over de relatie tussen geest en stof – de stof diepgaand onderzocht en duizelingwekkende diepten ontdekt. Het lijkt dat men bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde. Van Ruysbeek zegt in zijn boek Mystiek en mysterie dat het er op lijkt ‘dat de fysica langzamerhand de mystiek, of sommige ervaringen van de mystiek op het gebied van de observatie, begint in te halen’.

Het lijkt dat men bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde.’
(Erik van Ruysbeek (1915-2004)

Wim Davidse, auteur van het boek Er is meer in ons – leren van de mystici, vertelt hierover in Ongrond. Over ‘een werkelijkheid die in wezen geestelijk van aard is’. Hij haalt een prachtig voorbeeld aan uit Helgoland van de natuurkundige Carlo Rovelli. Die beschrijft in het begin van zijn boek mooi hoe die duizelingwekkende diepten ontdekt worden in de kwantumfysica.

In de zomer van 1925 ging de 23-jarige Duitse student Werner Heisenberg naar het eiland Helgoland om daar enkele weken in eenzaamheid door te brengen. Hij was daar vooral om zich helemaal onder te dompelen in het probleem dat hem obsedeerde: de banen van een elektron rond de kern van een atoom. De fysicus Niels Bohr had waargenomen ‘dat elektronen in de atomen rond de kern draaiden in exact bepaalde banen, op exact bepaalde afstanden van de kern, met exact bepaalde energieën’. En dan sprongen ze ook nog eens op magische wijze van de ene baan op de andere.
(Rovelli)


Zie ook boekbespreking Ilse van Leeuwen:
Academie voor Geesteswetenschappen

In de eenzaamheid op Helgoland probeerde Heisenberg iets uit te rekenen wat de onbegrijpelijke regels van Bohr zou kunnen verklaren. Hij sliep weinig en nam slechts korte rustmomenten, die hij doorbracht met het beklimmen van de rotsen op Helgoland. Op 7 juni begonnen zijn berekeningen te kloppen, hij kon hiermee de consistentie van de nieuwe kwantummechanica aantonen.
Heisenberg geeft weer wat er toen bij hem gebeurde: ‘Het eerste ogenblik was ik erg geschrokken. Ik had het gevoel dat ik door de oppervlakte van de atomaire verschijnselen heen naar een diep daaronder liggend fundament van een vreemde interne schoonheid keek.’
(Rovelli)

Davidse zegt dat Heisenberg in dit geval stuitte op een soort onderliggende orde, die zich kenbaar maakte door zijn wiskundige verhoudingen. Dat was voor hem toen een mysterie, zou je kunnen zeggen. Zo’n mysterie is er nog steeds in de fysica, leidt hij af uit de bevindingen met teleportatie. Daarbij is waargenomen dat twee elementaire deeltjes met elkaar ‘verstrengeld’ kunnen zijn. 

Als je dan de toestand van het ene deeltje verandert, verandert het andere deeltje gelijktijdig, ongeacht op welke afstand het zich bevindt. (…) Deze kwantumverstrengeling lijkt het mogelijk te maken informatie over te brengen zonder dat deze kan worden gehackt. Een stap in de richting van een kwantumcomputer.’
(Davidse)

Hoe kan het, zo vervolgt Davidse, dat twee elementaire deeltjes gelijktijdig veranderen, ook al bevinden ze zich op 1000 km (of veel meer) afstand van elkaar? Ook hier lijkt weer sprake van een mysterieuze, onderliggende, of bovenliggende (?) orde.

Computerwetenschapper en filosoof Bernardo Kastrup zegt dat fysische entiteiten geen zelfstandig bestaan hebben. Davidse verwijst naar hem.

Het zijn verschijningsvormen of beelden van een diepere laag van de werkelijkheid, die in wezen geestelijk van aard is.’
(Kastrup)

Kastrup zegt dit op grond van zijn ervaringen met de kwantumfysica als medewerker bij het CERN, het instituut voor onderzoek naar elementaire deeltjes in Geneve.


Erik van Ruysbeek (1915 – 2004)

Een werkelijkheid die in wezen geestelijk van aard is.’ Dat is nu net wat Erik van Ruysbeek bedoelde toen hij schreef dat men in de fysica bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde.’
(Davidse)

Zie: De fysica haalt de mystiek in (Wim Davidse, Ongrond, 2022)

Mystiek en mysterie | Erik Van Ruysbeek | Ankh-Hermes, Deventer | 1992 | ISBN 9020255967 | 112 pagina’s
Vanuit een grote bescheidenheid beseft de auteur dat het spreken over mystiek en mysterie slechts stamelen blijft. De mens moet kunnen relativeren en zich niet inbeelden dat hij de enige is die openbaringen van de waarheid in zich draagt. Als van Ruysbeek schrijft, beschrijft bij één getuigenis te midden van vele mogelijke visies.
De auteur meent dat binnen de grenzen van het weten dat hem werd gegeven, de mystieke ervaring zeker de ervaring is die het verst in de menselijke werkelijkheid binnendringt en de mens in alle tijden misschien speciaal in ontredderde crisistijden zoals de huidige het grondigst kan helpen om zijn pad op aarde te leren vinden.
Wie de top van de berg bereikt, zal in detail zien hoe alle bestijgingswegen een gelijkwaardigheid hebben en in hetzelfde onzeglijke mysterie uitmonden. De auteur hoopt dat de lezer zelf op zoektocht gaat naar het wezen der dingen.’
(Ankh-Hermes)

Beeld: zingevinggezocht.substack.com
Beeld Erik van Ruysbeek: coverfoto De smaak van honing

UPDATE 22 10 2022: Mystiek en mysterie weer op voorraad bij BoekenSchaap