De gevolgen van de leugen voor de menselijke vrijheid

Niet het verspreiden van onjuiste informatie op zichzelf is het grootste probleem, maar de malafide intenties waarmee dat gepaard gaat, zegt de Pools-Belgische filosoof Alicja Gescinska in haar essay Kinderen van Apate over leugens en waarachtigheid. Juist in deze tijden vindt De Maand van de Filosofie het belangrijk om waarheid te onderscheiden van leugens. Volgens iFilosofie geeft Gescinska de aanzet tot een herwaardering van waarachtigheid, waaraan onze samenleving en de politiek dringend behoefte hebben.

‘Maar we kunnen wel opstandige kinderen zijn’ betoogt filosoof Alicja Gescinska, ‘en revolteren tegen de verlokkingen van de leugen. Nooit was dat zo nodig als nu, in dit tijdperk van “post-truth”, alternatieve feiten en nepnieuws’

Revolteren tegen de verlokkingen van de leugen
‘Niet zozeer de onwaarheid van beweringen is het probleem, als wel hun leugenachtigheid’. iFilosofie publiceerde een deel van haar essay.

Toen Pandora haar beruchte doos opende en de godin Apate ontsnapte, kwamen de misleiding en het bedrog in de wereld, zo vertelt de Griekse mythe. En Apate is nog steeds onder ons: we zijn allemaal haar nazaten, stelt Gescinska in dit essay.
Maar we kunnen wel opstandige kinderen zijn betoogt ze, en revolteren tegen de verlokkingen van de leugen. Nooit was dat zo nodig als nu, in dit tijdperk van ‘post-truth’, alternatieve feiten en nepnieuws.’
(Uitgeverij Lemniscaat)

Waarachtig tegenover jezelf blijven
Tegenover een moreel corrupt regime is eerlijk zijn niet zelden zelf moreel verwerpelijk, stelt Gescinska. En om waarachtig tegenover jezelf te kunnen blijven, is het soms nodig om een onwaarachtige houding tegenover anderen aan te nemen.

‘Een belangrijk criterium om de kwaliteit van een samenleving of een regime aan af te meten is de mate waarin oprechtheid en authenticiteit – de innerlijke en de uiterlijke waarachtigheid – met elkaar harmoniseren dan wel botsen.
In een slechte samenleving en onder een slecht regime moet men een leugenachtig masker opzetten, wanneer men eerlijk tegenover zichzelf wil blijven.’
(Uit: Kinderen van Apate)


Lie Lie Land, Trump en de Britse premier Theresa May spelen
een scène uit de film
La La Land

Participeren in de leugen
Gescinska verwijst naar Poolse filmmaker Krzysztof Zanussi die haar vertelde over de eerste jaren van communistisch Polen waar hij, net als de andere kinderen uit zijn klas, opgevoed werd met een dubbele moraal: er waren dingen die in de klas gezegd moesten worden en voor waar gepresenteerd moesten worden, ook al wist men heel goed dat zij onwaar waren.

‘En er waren waarheden die voorbehouden bleven voor de huiselijke sfeer. Wat Zanussi’s ouders hem vertelden – en dat was toen heel gebruikelijk – was dit: leer je op school iets over biologie of fysica, dan mag je je leerkrachten vertrouwen. Leer je iets over geschiedenis, economie of politiek – kom dan bij ons maar eens navragen hoe het werkelijk zit. Het zorgde voor absurde taferelen waarbij kinderen op school boodschappen over geschiedenis en communisme declameerden waarvan ze thuis hadden vernomen dat ze onzinnig waren.
Maar ze moesten meedoen met het spel, anders zouden sancties volgen. Participeren in de leugen was, met andere woorden, noodzakelijk voor het behoud van de kwaliteit van het leven, en soms voor het levensbehoud zelf.’
(Uit: Kinderen van Apate)

Gevolgen voor de menselijke vrijheid
Men kan zich veel situaties voorstellen waarbij het verkondigen van een leugen geen morele verwerping verdient, meent Gescinska.

‘Toch is de teneur in verschillende ethische overtuigingen en theorieën dat liegen een kwalijk karakter heeft en leugenachtigheid van een kwalijk karakter getuigt. En dat heeft veel, zo niet alles, te maken met de gevolgen van de leugen voor de menselijke vrijheid.’
(Uit: Kinderen van Apate)

Tegenstrijdige visies op vrijheid
Willen we de morele problematiek van liegen begrijpen en het morele en maatschappelijke belang van waarachtigheid ten volle vatten, zegt Gescinska, dan is het van het grootste belang om de relatie tussen leugen en verdrukking, tussen waarachtigheid en vrijheid onder de loep te nemen. Daartoe is niet enkel een beter begrip van liegen noodzakelijk.

‘Door de eeuwen heen hebben filosofen talloze, vaak tegenstrijdige visies op vrijheid ontwikkeld. Voor de gelovige geldt vaak dat ware vrijheid in een godsvruchtig leven ligt. Voor de atheïst geldt veeleer het tegendeel. De gelovige vindt zijn vrijheid in religie. Maar voor een atheïst, zoals Ludwig Feuerbach, moeten we vrij zijn van religie om vrij te kunnen zijn als mens.
Voor de communist is het kapitalisme een onderdrukkend regime. Wie onder het communisme geleefd heeft, weet wat een onderdrukkend regime werkelijk is. Hoe moeten we vrijheid begrijpen, wanneer er zoveel verschillende betekenissen aan worden gegeven, maar ook een goed begrip van vrijheid.’
(Uit: Kinderen van Apate)


Kinderen van Apate | Alicja Gescinska | ISBN: 9789047712442 | Prijs: € 4,95 | Essay van de Maand van de Filosofie | juni 2020

Zie: Voorpublicatie, over leugens en waarachtigheid (iFilosofie)

Beeld: ‘De Mond der Waarheid’ is een marmeren schijf, te vinden in Rome, uit de oudheid met een reliëf snijwerk dat een gezicht voorstelt. Volgens een legende sluit de mond zich als een leugenaar zijn hand er in steekt. De massieve marmeren schijf weegt zo’n 1300 kilogram en beeldt waarschijnlijk het gezicht uit van de zeegod Oceanus. De ogen, neusvleugels en mond zijn open. (Gianni Crestani – Pixabay)

Beeld Lie Lie Land: Brainwash – Een afbeelding van Trump en de Britse premier Theresa May, die een scène uit de film La La Land uitbeelden. (Brainwash: ‘Tachtig procent van wat Trump zegt, is onwaar of zelfs een aperte leugen’.)
Update augustus 2025: Lay-out

Corona en de ontplofte interesse in astrologie

het astrolabium van de astronomische klok kathedraal munster (1)

‘Astrologie laat irrationaliteit toe in onze techno-realistische manier van leven’ zegt Co-Star, dat pretendeert een ‘krachtige engine’ in huis te hebben. Het gebruikt NASA-gegevens in combinatie met ‘methoden van professionele astrologen, om algoritmisch inzicht te genereren over uw persoonlijkheid en uw toekomst’. – Sinds de lockdown worden websites over astrologie meer dan ooit bezocht.

Volgens de Denker des Vaderlands Daan Roovers past de comeback van deze ‘instant-spiritualiteit’ bij het massa-individualisme. Menno Bos in gesprek met Roovers in Vrij Nederland. En een blik slaat dit blog op het spirituele platform voor bewustwording en spiritualiteit Koorddanser over astrologie en COVID-19: ‘De huidige coronapandemie van 2020 stond immers ‘in de sterren geschreven’.

Ontplofte interesse in de astrologie
R
oovers is coronamoe en wil het daar niet over hebben, wel over de ‘ontplofte interesse in astrologie’. Volgens Bos vergaren op sociale media ‘astro-influencers’ miljoenen volgers en volgens een artikel in NRC verkocht Bol.com in 2019 vijftig procent meer boeken over astrologie dan in het jaar ervoor.

Ik vind astrologie onzin,’ zegt Roovers, ‘maar ik hoef er niet tegen te strijden’. Volgens de denker zijn de sterren een manier om een verhaal over jezelf te vertellen, net zoals mensen zeggen: ik ben een blauw persoonlijkheidstype, of: ik kom uit het jaar van de hond. ‘Of het feit dat je vaak te laat komt verklaren door het feit dat je te laat geboren bent’.

Astrologie biedt individuele zingeving binnen het grotere geheel van de kosmos, zonder dat je er andere individuen bij nodig hebt. Dat sluit helemaal aan op onze tijd van massa-individualisme: we zijn wel individualistischer, maar niet onafhankelijker.’ (Daan Roovers)

De kracht van het kleine
K
oorddanser
vindt astrologie beslist geen onzin en graaft diep in de geschiedenis en toekomst van de corona-epidemie. Het platform reikt daarbij naar tekens van de dierenriem voor houvast. Opmerkelijke data worden vervolgens op een rijtje gezet door Ewald Wagenaar in het artikel Corona en astrologie: de kracht van het kleine. Volgens de auteur zullen we in het eerste kwartaal van 2021 terugkijken op een boze droom en zien dat de crisis – zoals altijd – ons een paar boeiende nieuwe dingen heeft gebracht.

De echte hoop moet bij Jupiter vandaan komen, want die komt op 22 december bij Saturnus op schoot zitten. Het wordt het mondiale kerstcadeau van 2020: na het zuur komt het zoet. Het is typisch een energie die past bij een oplossing – vaccin? – die de orde snel gaat herstellen. Een vaccin dat dan kan worden uitgerold zou de samenleving met het herstel kunnen helpen. Een anderhalvemetersamenleving is in ieder geval geen optie voor de middellange of lange termijn. En een andere reddingsoptie is het inzicht in hoe we het beste met de besmetting om moeten gaan. Dan wordt COVID-19 net als andere risico’s: gewoon even opletten. Zo gaan we met slangen om in India, met tbc, pokken, tyfus, griep en andere besmettelijke ziekten. Gewoon even isoleren, opletten en het juiste doen. Klaar is kees. Eigenlijk heel simpel.’ (Ewald Wagenaar)

Corona en astrologie
K
oorddanser
zet alle data van de parabel van Saturnus, Pluto en Jupiter op een rijtje. Toen een astroloog aan redacteur Wagenaar vertelde dat de huidige coronapandemie van 2020 ‘in de sterren geschreven stond’, was zijn nieuwsgierigheid als astrologisch geïnteresseerde gewekt. Tijd dus voor onderzoek naar corona en astrologie. Volgens Wagenaar komt de astronomische parabel van de coronacrisis neer op de samenkomst van een paar acteurs aan de hemel: Saturnus, Pluto en Jupiter.  

Alle markante data van de parabel van Saturnus, Pluto en Jupiter op een rijtje:

5 mei 1819: Saturnus schudt Pluto de hand: wereldwijde cholera-uitbraak. Miljoenen doden.
15 mei 1915: Saturnus schudt Pluto de hand: begin van Spaanse Griep. Miljoenen doden.
7 november 1982: Saturnus en Pluto ontmoeten elkaar weer: na ontdekking in 1981 start AIDS-epidemie met 32 miljoen slachtoffers. 

12 januari 2020: Saturnus schudt Pluto de hand: begin hoogtepunt Corona-epidemie.
5 april 2020: Jupiter ontmoet Pluto: de Corona-epidemie naar een hoogtepunt.
28 juni 2020: Pluto en Jupiter nemen tijdelijk afscheid: de crisissfeer verdwijnt.
10 september 2020: Saturnus dichtbij Pluto, maar geen ontmoeting. Mogelijk kleine oplaaiende epidemie-golf of andere onrust.
11 november 2020: Jupiter ontmoet Pluto opnieuw: kans op oplaaiende epidemie, als lessen niet zijn geleerd.
22 december 2020: Jupiter ontmoet Saturnus: snel herstel van de orde, mogelijk vaccin of andere effectieve maatregelen.
(Uit: Koorddanser)

Zie:

Daan Roovers: ‘De comeback van astrologie past bij het massa-individualisme’ (Vrij Nederland)

* Corona en astrologie: de kracht van het kleine  (Koorddanser)

Foto: PD. 08 02 2019. Opname in de Kathedraal van Münster, de St. Paulus-Dom (D). In het middengedeelte van de klok is een Astrolabium (in de vroege tijdmeetkunde een van de meest geavanceerde instrumenten, door de Grieken uitgevonden) de ‘eigenlijke’ klok, die de fasen van de maan toont en de locaties van de planeten (bouw: 1540 – 1542).

‘Theeïsme’, een esthetische en ethische religie

JapanseTheeStefanieDeGraef

Over de kunst van in de wereld zijn. – Als je Het boek van de thee, van Kakuzo Okakura*, leest, valt direct op dat er vooral over schoonheid (in de ziel) wordt gesproken. Over levenskunst, de kunst van het denken en de kunst van hoe in het leven te staan. Het gaat over thee – dat oorspronkelijk als medicijn werd toegepast en later pas geleidelijk een drank werd – en de theeceremonie in relatie met esthetiek: zuiverheid en harmonie, respect. Maar ook over wederzijdse liefdadigheid en de romantiek van de sociale orde. In een andere vertaling wordt gesproken over de kunst van thee, in de 15e eeuw in Japan verheven tot een esthetische religie, het ‘theeïsme’.**

Leerstellingen van zen
D
e kamer waarin thee gedronken wordt, de theekamer – Okakura weidt er een apart hoofdstuk aan – dient een verfijnde schoonheid uit te stralen. Bloemen en schilderijen spelen er een belangrijke rol, maar mogen elkaar niet in weg staan. Alleen als het passend is, esthetisch verantwoord, kan een schilderij samengaan met een kunstzinnig geschikte bloemenpracht of één bloem. Ook een beeldhouwwerk kan passend zijn. De theekamer weerspiegelt veel van de leerstellingen van zen: de maat ervan bijvoorbeeld is vastgesteld op basis van een passage uit de soetra van Vikramadytia, een allegorie waarin echter gezegd wordt dat voor de ware verlichte ruimte niet bestaat. Elders stelt Okakura dat de theekamer

bij zen – net als in de boeddhistische theorie van vergankelijkheid en haar eis dat de geest over de materie heerst – alleen als tijdelijk onderdak voor het lichaam heerst’.

Daarom ook werden de theekamers heel broos gebouwd. Behalve theekamers waren er de theescholen. Waarschijnlijk noodzakelijk, want de dichter Li-Chilai had het over

de totale verspilling van fijne thee door onbevoegde knoeiers’.

Er waren perioden en scholen: onderverdeeld in die van de gekookte thee, de geslagen thee en de getrokken thee, al naar de geest van de tijd. De verschillende manieren van thee zetten, kenmerken volgens Okakura de verschillende emotionele drijfveren van de Chinese Tang-, Sung- en de Ming-dynastieën.

Theeceremonie
O
kakura schrijft over de theemeesters. Zij stelden hoge eisen aan de theekamer. Belangrijk voor hen was dat onder alle omstandigheden de gemoedsrust moest worden bewaard en gesprekken zo gevoerd dienden te worden dat zij de harmonie van de omgeving niet bedierven. Ze hebben bijgedragen aan de kunst, niet alleen door hun interieurdecoraties en architectuur, de fabricage van gebruiksvoorwerpen (keramiek) voor de theeceremonie, schilder- en lakkunst, maar ook beroemde tuinen in Japan zijn door hen vormgegeven. De theemeesters bleken ook meesters te zijn op andere gebieden, zoals het regelen van huishoudelijke zaakjes, het verfijnen en opdienen van gerechten, het dragen van de juiste gewaden, onderwijs in de juiste geest om bloemen te benaderen. Vooral ook hebben zij

de nadruk gelegd op onze aangeboren liefde voor het eenvoudige en ons de schoonheid van de nederigheid laten zien’.

Cha-King
E
r is zelfs een apostel – en beschermgod van de Chinese theehandelaren – van de thee: Luwuh (8e eeuw). Hij werd volgens Okakura geboren in een tijd dat boeddhisme, taoïsme en confucianisme naar een gemeenschappelijke verbinding zochten. Luwuh ziet in de theeceremonie dezelfde harmonie en orde die over alle dingen regeren. Hij schreef de Cha-King, een uitgebreide verhandeling over thee: over het wezen van de thee, het gereedschap, het sorteren van de bladeren, beschrijvingen over de thee-uitrusting, de manier waarop thee gezet moet worden en de kookfases. Maar ook schrijft hij over de theeplantages en geeft hij een opsomming van beroemde theedrinkers.

Filosofie van het boeddhisme
O
ver kunst(waardering) is in Het boek van de thee ook een apart hoofdstuk, evenals over bloemen. De thee(kamer), bloemen en kunst, lijken ondergeschikt aan de filosofie van het boeddhisme, de Chinese en Japanse vorm van zenboeddhisme en het taoïsme. Maar niets blijkt minder waar – deze filosofieën blijken nauw verweven met thee, bloemen en kunst. Over dat laatste zegt Okakura dat de kijker de juiste geesteshouding moet ontwikkelen om de boodschap te ontvangen en de kunstenaar moet weten hoe die over te brengen. En dat geldt ook voor andere kunstuitingen, zoals muziek, literatuur en toneel.

‘Taoïsme in vermomming’
M
et Het boek van de thee wil Okakura een brug leggen tussen het Oosten en het Westen en doet dat via de thee die in het Westen een symbool werd voor de Aziatische cultuur. Al meer dan een eeuw vormt dit boek een uiterst fijnzinnige introductie tot het Aziatische leven en de filosofie. Volgens hem vertoont het ritueel van het serveren van thee nauwe banden met het taoïsme en zen, een theeceremonie was ‘taoïsme in vermomming’. Okakura hoopt dat de westerling zich gaat verdiepen ‘in het taoïsme, zenboeddhisme, de kunst van het bloemschikken en het waarderen van esthetische zaken’. De theeceremonie schildert hij af als een

eredienst voor het Onvolmaakte, een liefdevolle poging het mogelijke tot stand te brengen in het onmogelijk iets dat wij als leven kennen’.

Okakura formuleert het fraai als hij schrijft dat

via de vloeibare amber in het ivoren porselein de ingewijde in aanraking zal komen met de zoete terughoudendheid van Confucius, het opwekkende van Lao Tsu en het hemelse aroma van Sakyamuni (Boeddha)’.

Hetboekvandethee

Confucianisme
Z
o leren we dat Tao het Pad betekent, en ook wel de Weg, het Absolute, de Natuur, de Opperste Rede en de Manier. Naar Lao Tsu (6e eeuw v.Ch., grondlegger van het taoïsme) wordt verwezen, die over Tao sprak als ‘een ding dat alomvattend is, dat was geboren voor hemel en aarde bestonden. (…) Het staat alleen en verandert niet’. Volgens Okakura kan het taoïsme niet begrepen worden zonder enige kennis van het confucianisme en andersom. Maar de belangrijkste verdienste ligt volgens hem op het gebied van de schoonheidsleer, over de ‘kunst van in de wereld zijn’.

Het taoïsme aanvaardt de wereld zoals die is en probeert, dit in tegenstelling tot het confucianisme en boeddhisme, schoonheid in onze wereld van smart en zorgen te vinden.’  

De kunst van in de wereld zijn
D
e kunst van in de wereld zijn vind je ook weer terug bij zen, waarover Okakura zegt dat in zen erkend wordt dat het aardse van even groot belang was als het spirituele, en dat Tao de basis levert voor de esthetische idealen, die praktisch worden dankzij zen. Een mooie uitspraak is die over de Leegte:

Wie van zichzelf een leegte weet te maken waarin anderen vrij binnen kunnen treden, kan meester over iedere situatie worden. Het geheel weet altijd over het deel te heersen.’

Het boek van de thee geurt fijntjes naar ‘theeïsme’, een esthetische maar ook ethische religie.

Bron:

* Het boek van de thee | Kakuzo Okakura | 1906 | uit het Engels vertaald door Hans Dütting | 2012 | uitgeverij Aspekt | Kakuzo Okakura (1862-1913) was de zoon van een ex-samoerai en wordt aangeduid als een van de boeiendste figuren uit de Japanse intellectuele geschiedenis van het negentiende-eeuwse Japan. Zijn boek is een essay over de culturele waarde van de theeceremonie en over Japanse kunstvormen. Hij probeert filosofisch een brug te slaan tussen het Oosten en het Westen.

** Er bestaat ook een vertaling van Het boek van de thee, met als ondertitel Geschiedenis & ceremonie – theeïsme, de kunst van de thee (2015). Dit is uit het Engels vertaald door Alfred Scheepers & Daniël Mok, van uitgeverij Abraxas Zuider-Æmstel.

Beeld: Japanse thee – Stefanie De Graef (geboren 1980 in Gent, woont en werkt in Drongen) gaat liefst op reis om inspiratie op te doen voor haar illustraties. Haar schetsboek reist overal met haar mee. Ze houdt van de tastbaarheid van materialen en probeert die te verwerken tot een andere realiteit. De verwondering om het leven vormt een belangrijke inspiratiebron waarbij de drang naar schoonheid steeds weer de bovenhand neemt.

Zelfkennis, hoe doe je dat?

wouter.berns.de.hemelsnijder.56.x.35.acryl.op.paneel

‘Zelfkennis blijkt telkens een sleutel,’ zegt Jacob Slavenburg in het voorwoord van De droom van Ha’adam van psychosociaal therapeut Harold Stevens. ‘Als kind tuurde Stevens gefascineerd naar de sterrenhemel en vroeg zich af: ‘Waar houdt het heelal op? En als het dan ophoudt, wat zit daar dan achter…?’ Hij besefte dat zijn verstand te beperkt was om de werkelijkheid waarin wij ons bevinden te kunnen verklaren. Hij worstelde met vragen als: ‘Waarom leef ik eigenlijk en heeft mijn bestaan een doel, een zin? Wordt er iets van mij verwacht?’

Cultuurhistoricus Slavenburg zegt dat Stevens diep ingaat op de kwestie van het lijden.

Waarom lijden we? Is er een uitweg uit het lijden? Boeddha hield zich daar al intensief mee bezig. Zoveel eeuwen verder is er nog geen eensluidend antwoord. Harold is op zoek gegaan naar de kern. In heldere taal geeft hij aan dat er een innerlijk conflict aan ten grondslag ligt, wat weer te maken heeft met het (on)vermogen tot zelfreflectie. Zelfkennis blijkt tekens een sleutel.’

Waar komt het kwaad vandaan? Waarom lijdt een mens, waarom lijdt een kind? Welke God, als die al zou bestaan, laat zoiets nu toe? Gedreven vanuit deze nieuwsgierigheid en zijn eigen ziektegeschiedenis als kind, ging Harold Stevens op zoek naar antwoorden.

Op zoek in boeken, oude wijsheidsgeschriften en uiteindelijk ook op zoek binnen in zichzelf. Er begon hem iets te dagen. Zou er een mechanisme schuil kunnen gaan achter het leven? Een mechanisme dat dat alles zou kunnen verklaren? En zou kennis van dit mechanisme mogelijkheden kunnen bieden om het leven gemakkelijker en verlichter te kunnen ervaren? Zijn doel werd om het bestaan van dit mechanisme te onderzoeken, te duiden en eventueel te onderbouwen.’
(Uitgeverij Van Warven)

Slavenburg vertelt in zijn voorwoord ook dat in het vragenuurtje na zijn lezingen er altijd veel vragen waren. Vragen over ‘technische’ zaken, over in welke taal die teksten waren geschreven of waarom ze verstopt werden en pas onlangs waren ontdekt, of waarom ze niet in de Bijbel zijn opgenomen. Daar kon hij wel mee uit de voeten. Maar soms was er ook de vraag: ‘maar zelfkennis, hoe doe je dat’? Dan viel hij even stil. Dat was wat moeilijker uit te leggen. Hij vertelde dan vaak wat over antieke inwijdingswegen, maar eigenlijk had hij dan het gevoel dat hij langs de buitenkant bleef. Hij moest de diepte in. Eigenlijk begon daar pas zijn studie:

Over die diepte heeft Harold Stevens een indringend boek geschreven, gedreven door zijn eigen zoektocht naar het hoe en waarom van het bestaan. Want naast de vraag ‘wie ben ik’ ligt ook de vraag ‘waarom ben ik hier’. Wat is de zin of het doel van mijn aanwezigheid hier en nu. De zingevingsvraag wordt door vele mensen in stilte gesteld en door filosofen getracht te beantwoorden. Harold is de weg ingeslagen om het bestaan van een onderliggend mechanisme van het leven te onderzoeken en te duiden. Hij gebruikt daar niet alleen zijn eigen ervaringen voor – het is geen egodocument – maar maakt in zijn onderzoek dankbaar gebruik van oude wijsheidsgeschriften, en eveneens van modern empirisch onderzoek, zoals de kwantumfysica*.’ (Jacob Slavenburg)

Zelfkennis blijkt hierbij een sleutel te zijn van een slot die velen willen openen,’ zegt recensent Nicole Vrielink. Echter zelfkennis alleen blijkt onvoldoende voor de staat van diepgang waarin De droom van Ha’adam zich bevindt, en Vrielink verwijst naar de pagina waar Stevens schrijft: ‘Het leven duwt mij middels de confrontaties die ‘ik’ in mijn werkelijkheid ervaar, steeds terug in de richting van de oorsprong’ (p.57).

Deze confrontaties, ook wel de ervaring van lijden, blijken een belangrijk doel te hebben die vaak over het hoofd gezien worden. Daarnaast blijkt ook deze oorsprong volgens Stevens niet zo simpel te bereiken. Natuurlijk verzet en een poging tot zelfbehoud zijn hierbij obstakels die maar moeilijk te overwinnen zijn.’  

Volgens de kwantumfysica wordt de werkelijkheid verstoord door waarneming. Wat wij waarnemen, is dus per definitie niet meer dat wat het was vóór de waarneming. De uitkomst van een meting, dus ook dát wat wij zintuiglijk waarnemen, vertelt ons nooit de waarheid (zie in het hoofdstuk: De functie en oorsprong van de werkelijkheid).

De droom van Ha’adam | ISBN 9789493175099 | Uitgeverij Van Warven | Verschenen 02-12-2019 | 170 pp | Paperback | Genre: Theologie, Esoterie & Filosofie | €20,00 |

dedroomvanha'adamdam
“S
tevens’ schrijfstijl valt in het kort te omschrijven als weloverwogen, kalm en zinnig. Beïnvloed door zijn uitgebreide onderzoek, waarvan de indrukwekkende bronnenlijst is toegevoegd, weet hij zijn gepaste geleerdheid in rust over te brengen op de lezer. Dit leest prettig en wekt het vertrouwen van de lezer op. Daarnaast weet hij ook zodanig door te dringen waardoor tussentijdse overdenkingen onvermijdelijk zijn; hierdoor moet alleen wel echt de tijd genomen worden voor dit boek. Stevens ligt met dit boek de steen van de veer op, waardoor deze dankzij zijn van nature verlichte staat in staat is om tamelijk onbelemmerd te kunnen gaan waar het hoort te zijn. Het is een bijzonder boek met diepgang, waarin zowel mentale als emotionele uitdaging te vinden is.
(Uit recensie door Nicole Vrielink)

Beeld: Wouter Berns – De cover van De droom van Ha’adam werd gemaakt op basis van het schilderij De hemelsnijder (acryl op paneel, 56 x 35 cm, 2018)

Is de wereld of mijn geest zo druk?

Haemin.Sunim.Twitter

‘We denken meestal dat ‘de geest’ en ‘de wereld’ onafhankelijk van elkaar bestaan. Als iemand zou vragen waar onze geest zich bevindt, zouden de meesten van ons naar ons hoofd of ons hart wijzen, maar niet naar een boom of de lucht. We zien een duidelijke grens tussen wat er in onze geest omgaat en wat er in de buitenwereld gebeurt. Vergeleken met de enorme buitenwereld kan de geest die in ons lichaam ligt genesteld heel klein, kwetsbaar en soms machteloos lijken. Volgens de leer van de Boeddha is de grens tussen de geest en de wereld in werkelijkheid heel dun, poreus en uiteindelijk denkbeeldig.’

Zo begint hoofdstuk Rust in Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt, een Koreaanse megabestseller over spirituele wijsheid en het belang om rust te vinden in een drukke wereld, door de vrolijke zen- en ‘twitter’monnik Haemin Sunim, een van de invloedrijkste boeddhistische leermeesters van dit moment.

Het is zaterdagavond. Ruim vierhonderd veelal jonge mensen wachten in de Amsterdamse Lutherse Kerk verwachtingsvol op de komst van Haemin Sunim. Kijken en luisteren naar Sunim blijkt een verademing, vergeleken met de rondspringende goeroes die veel podia bevolken. Sunim zit de hele voordracht op een stoel, strijkt af en toe zijn monnikspij glad, slaat zijn sjaal nog eens om zijn nek en trekt zijn muts dieper over zijn oren. Hij kijkt glimlachend rond, leest een matige grap voor vanaf zijn iPhone en vertelt daarna op zachte toon hoe we onze imperfectie kunnen omarmen.’ (Milou van Beek, MT: Next Generation Leadership)

In een interview zegt Sunim: ‘Toon compassie, en probeer niet perfect te zijn’. Sunims tweets over hoe rust te vinden in een drukke wereld resulteerden in de bestseller Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt’, waar wereldwijd ruim drie miljoen exemplaren van over de toonbank gingen, aldus Alexandra van Ditmars in Trouw.

Bij signeersessies staan mensen nu soms met tranen in de ogen, omdat hun leven zo veranderd is na het lezen van Sunims boeken. Anderen verbazen zich dat zijn lessen zoveel aansluiting vinden, want die zijn niet altijd even vernieuwend – bijvoorbeeld ‘verplaats jezelf eens in een ander’ en ‘probeer niet altijd het laatste woord te hebben’.

In het Belgische De Morgen meldt Florian Saerens op 19 mei 2020 dat Sunims boek plots op de eerste plaats staat in de boekentoptien. En dat zonder marketing of wat dan ook. Paloma Sanchez van Dijck, die het boek uitbracht in België en Nederland, denkt dat het voornamelijk aan de troostende inhoud ligt.

Waarom dit precies komt, kan ik je niet vertellen. We hebben er namelijk geen onderzoek naar gedaan. Het zou wel kunnen door de gedwongen situatie waarin we nu leven. Mensen willen op zoek gaan naar wat rust in hun hoofd. Als ik de thema’s bekijk die Haemin behandelt in zijn boek, lijkt dat wel te voldoen aan die verwachting. Het brengt je nieuwe inzichten, je krijgt tips en leert jezelf hoe je wat rustiger wordt in alles wat je doet. Dat kan gaan over je stemming, relatie of carrière. Er staan ook korte wijsheden in, maar een tegelboek is dit niet. Het heeft effectief iets te vertellen.’ 

Haemin Sunim (1974) is een boeddhistische monnik, geboren in Zuid-Korea, die voor zijn studie naar Amerika verhuisde en daar studeerde aan Berkeley, Harvard en Princeton. Hij doceert Boeddhisme aan Hampshire College en woont afwisselend in New York en Seoul. Inmiddels is hij uit gegroeid tot een van de meest invloedrijke boeddhistische leermeesters van dit moment. Hij is tevens de oprichter van de School of Broken Hearts in Seoul.


‘Als zenmonnik en voormalig hoogleraar aan een kleine liberale kunstacademie in Massachusetts krijg ik vaak vragen over hoe je om moet gaan met de uitdagingen in het leven. Naast het delen van mijn advies, persoonlijk en via e-mail, ben ik een paar jaar geleden begonnen vragen te beantwoorden via sociale netwerk-sites, want ik vind het een fijn gevoel om contact te hebben met mensen.

Mijn boodschappen waren meestal eenvoudig, oprecht en kort. Soms antwoordde ik rechtstreeks op een gestelde vraag, soms schreef ik een memootje aan mezelf als ik een interessant denkpatroon ontdekte tijdens de mindfulness-beoefening of in interacties met mensen. Ik sprak ook over de waarde van het langzaamaan doen in ons drukke moderne leven, en over de kunst om goede relaties te onderhouden en zelfcompassie te kweken.’

(Uit de Inleiding van:
Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt)


Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt | Haemin Sunim | ISBN 978-90-225-8112-4 | ISBN 978-94-023-0933-1 (e-book) | nur 770 | Oorspronkelijke titel: The Things You Can See Only When You Slow Down | Oorspronkelijke uitgever: Penguin Books | Vertaling: Hennie Volkers | Omslagontwerp: Pinta Grafische Producties | 280 pag. | €15,99 | ‘Sunims woorden zijn diepgaand én herkenbaar, eenvoudig én verfijnd, en elk hoofdstuk voelt meer aan als een gesprek met een lieve, bedachtzame vriend dan als het lezen van weer een boek over mindfulness. Perfect voor lezers die op zoek zijn naar een onderbreking van hun drukke leven. Sunims filosofie roept een kalme zekerheid op, die doet denken aan Libanees-Amerikaanse dichter Kahlil Gibran.’ (Publishers Weekly)

Foto: Haemin Sunim (Twitter) – ‘Be still my mind. If you want to know who you really are, be still. You are not just your body, emotion, thought and past experience. You are the mystery of knowing this universe. You are the space where all stars are born and disappear. Be still my mind. Be still.’ (@haeminsunim)

Dierentheologie in de veganistische kerk

dieren.waarvan.we.houden.appie.abspoel.nl (2)

Vanuit Oxford maakt de dierentheologie een opmars. Een soort bevrijdingstheologie, maar dan voor dieren? ‘De pijn van een ijsbeer is theologisch relevant,’ zegt onafhankelijk theoloog Alain Verheij in het artikel met de gelijknamige titel in De Nieuwe Koers. Groene theologie zet zich al in voor de aarde; dierentheologie is een vrij onbekend fenomeen in de wereld. Ik denk niet dat het voorkomt in het nieuwe theologieboek  Alle dingen nieuw van Erik Borgman

Verheij schrijft een portret van dr. Clair Linzey, die samen met haar vader Andrew voorvechter is van de dierentheologie. ‘Willen we op deze planeet kunnen blijven leven, dan moeten we radicaal veranderen hoe we met andere wezens omgaan.’

Andrew Linzey mag zich de ‘godfather’ van de dierentheologie noemen. De anglicaanse theoloog schreef al in de jaren zeventig van de vorige eeuw een christelijk betoog voor dierenrechten. Volgens hem en zijn geestverwanten is ons theologisch denken over dieren behoorlijk pover. Je vindt bij de meeste theologen nauwelijks aandacht voor het onderwerp. Als ze er al over schrijven, komen zij vaak niet verder dan wat [middeleeuws theoloog en filosoof Thomas van] Aquino* ook dacht: dieren zijn onze minderen, en het is ons volste recht om over hen te heersen.’

Linzey vindt dat theologie, die ons gevoelig maakt voor het lijden van heel de schepping, christelijke theologie is. Onder heel die schepping vallen nadrukkelijk ook de dieren, zeker waar zij lijden in de bio-industrie of door klimaatverandering.

Theologie die ons ongevoelig maakt voor het lijden van de hele schepping kan op geen enkele wijze christelijke theologie zijn.’

In Nederland blijkt ook een veganistische kerk te bestaan, waar Linzey afgelopen maart een toespraak hield (via o.a. sociale media) over 25 jaar dierentheologie, en onder meer vertelde over de Bijbel die zegt dat de mens naar het beeld van God is geschapen. Ze vroeg zich af of dat betekent dat de mens de andere soorten mag domineren, of betekent het dat de mens extra verantwoordelijk moet zorgen voor andere schepselen? ‘Waar komt het idee vandaan dat een mens wel een ziel en een geest heeft, maar een dier niet? Er zijn volgens haar drie fundamentele gedachten over dieren die niet deugen’.

De eerste is dat dieren een soort gebruiksvoorwerp voor mensen zijn: instrumentalisme. Alles heeft een doel, en het doel van dieren is dat ze nuttig zijn voor ons. De tweede verkeerde gedachte is dat dieren maar lappen vlees zijn zonder persoonlijkheid. Daarom schelden we met ‘domme gans’, of ‘beest’ of ‘zwijn’. Ten derde is het een gevaar als onze theologie en geloofsbeleving alleen maar om mensen draait. Alsof God het meest, en exclusief en alleen, van onze soort houdt, en daarbij de rest van zijn schepping zou vergeten of veronachtzamen.’

De wereld is niet van ons, vindt Linzey, en als we haar blijven behandelen zoals we al die tijd hebben gedaan, zullen onze huidige problemen alleen maar blijven groeien.

Christenen zijn in een unieke positie om dit alles voor het voetlicht te brengen. De grondslag van dierentheologie is: wij zijn niet God, maar we mogen en moeten voor Gods wereld zorgen. Het is een diep christelijke denktrant, waarvan ik zou willen dat alle christelijke culturen er bewuster mee omsprongen.’

Incarnatie noemt Linzey een belangrijk theologisch begrip, omdat je dan in de huid kruipt van een lijdend schepsel.

Waar wij in geïnteresseerd zijn, is niet in eerste instantie hoeveel diersoorten er uitsterven, maar op welke manier dat gebeurt. Wij weten dat de ijsberen met uitsterven worden bedreigd. Voor ons is de pijn van een individuele stervende ijsbeer iets wat er theologisch toe doet.’

* N.B. Met deze redenering duidt Aquino aan dat dieren, door de goddelijke voorbestemming, voor de mens moeten bestaan. Dit betekent niet dat de mens alles met dieren mag doen. In zijn Summa Contra Gentiles schrijft hij dat wreedheid tegen dieren verwerpelijk is. Niet omwille van het dier, maar vanwege het feit dat dit wreedheid van mensen oproept tegen andere mensen. Deze visie blijft dominant in de geschiedenis van het christendom. (dierenmuseum.nl)

Zie:

* Dier & Evangelie, theologie voor dierenrechten | Andrew Linzey | Volledig gerecycled papier | softcover | 117 pagina’s | €15.00 | ‘Dierendominee’ Hans Bouma zegt het volgende: ‘Vanuit christelijk oogpunt heb je, naast puur humane redenen, nog redenen te meer om het dier op te nemen in je morele bewustzijn. Iemand die dit overtuigend en met grote volharding heeft aangetoond, is de Britse theoloog Andrew Linzey. Dieren hebben als creaties van God een eigen, intrinsieke waarde en verdienen daarom een plaats in onze morele gezichtskring. De keuze voor dierenrechten is voor Linzey ten diepste een kwestie van navolging van Jezus. In dit boek bespreken Maaike Hartog, Sandra Hermanus-Schröder en Nienke van Ittersum – geïnspireerd door en in dialoog met Andrew Linzey – de motieven die je als christen kunt hebben om de rechten van dieren te verdedigen. De manier waarop ze dit doen is even kundig als persoonlijk, even vernieuwend als hartverwarmend’. (Vegan Church)

*
‘De pijn van een ijsbeer is theologisch relevant’ (De Nieuwe Koers via Blendle)

Foto: appieabspoel.nl

Oer, een (r)evolutionair scheppingsverhaal

Oer_1200x628-kaal-670x351

Natuurkundige Cees Dekker, tekstschrijver Corien Oranje en theoloog Gijsbert van den Brink schreven samen, vanuit christelijk perspectief, een scheppingsverhaal waarin geloof en evolutie samenkomen. Oer, het grote verhaal van nul tot nu ligt vanaf vandaag in de winkel en stopt 14 miljard jaar in 160 pagina’s, ‘historisch en spannend’. ‘De twee onbekenden vertelden me over vroeger, over het begin van de tijd en van de ruimte, vele tijdperken geleden. Ze vertelden me over iemand die ze Schepper noemden, en aan wie ik blijkbaar mijn bestaan te danken had. Het was een bizar verhaal, en ik vond het moeilijk om het te geloven.’

Wat een ongelofelijke reis. Wat een duizelingwekkende rollercoaster. Een avontuur dat bijna veertien miljard jaar geleden begon, en dat zo vaak dreigde te mislukken dat het een regelrecht wonder is dat ik er nog ben. Ik had er ondanks alles geen seconde van willen missen. En het beste moet nog komen. ‘Laat het opschrijven,’ zeiden mijn vrienden. ‘Voor wie dan?’ vroeg ik. ‘Jullie waren er zelf ook bij.’ ‘Voor de mensen,’ zeiden ze. ‘Doe het voor hen, want het is niet alleen ons verhaal, het is ook hun verhaal. Ze moeten het weten, ze komen immers nog maar net kijken. Vertel ze wat we hebben meegemaakt.’ Ik was niet meteen enthousiast over het idee. ‘Homo sapiens? Ze zijn zo beperkt. Ze kunnen het niet bevatten.’ ‘Geeft niet,’ zeiden ze. ‘Gebruik hun taal, gebruik woorden die zij kunnen begrijpen. Probeer het gewoon, Pro. Als ze maar een heel klein beetje een idee krijgen.’
(Uit Proloog, in Oer
)

Corien Oranje vertelt op haar website dat de hoofdpersoon een proton is, dat in de eerste seconden na de oerknal ontstaat. Zij moest zich dus verdiepen in wat er allemaal gebeurde in die eerste tijdperken na de oerknal, in molecuulvorming, in de werking van DNA, in het ontstaan van de aarde en het ontstaan van het leven, en in de Bijbel.

Maar ik ben blij dat ik me erin heb vastgebeten, want het was fascinerende stof, en ik ben die stokoude protonen, neutronen en zelfs de elektronen toch meer gaan waarderen.’
(Corien Oranje)

Ik weet het niet,’ zegt Proton, ergens in het begin van het verhaal. Hij wilde dat hij scherpzinniger was, dat hij precies kon begrijpen wat Achaton hem vertelde, dat hij gevatte antwoorden kon geven, maar het lukte hem niet.

Dan hadden we jou hier niet gezien. Laten we het daarop houden.’ ‘Maar het mooie was,’ zei Kalon, ‘de krachten bleken onderling perfect op elkaar afgestemd. De zwaartekracht, de elektromagnetische kracht, de sterke en de zwakke kernkracht: de Schepper heeft ervoor gezorgd dat ze vrienden zijn geworden.’ ‘Nou …’ zei Achaton. ‘Vrienden …’ ‘Oké, vrienden is misschien te sterk uitgedrukt. Collega’s dan, een team. Partners. Ze voelen elkaar perfect aan, alsof ze altijd al hebben samengewerkt. Met z’n vieren voeren ze één grote dans uit ter ere van de Schepper.’
(Uit Oer, in Oer)

Het was al te laat,’ zegt verteller Proton, verderop in Oer. Hij vertelt dan over de nanoseconde die voorafging aan een botsing.

We konden elkaar niet ontwijken. In de nanoseconde voorafgaand aan de botsing voelde ik geen angst, hooguit teleurstelling, dat dit het was, dat het allemaal voorbij was nog voor het goed en wel begonnen was. Ik zou er niet achter komen wat het plan was, waarover Kalon en Achaton het gehad hadden, dat plan van de Schepper. Ik zou nooit te weten komen wat de bedoeling was van dit heelal. De klap was hevig. Heel even voelde ik de enorme hitte die me overspoelde en bezit van me nam. Daarna was er niets meer.’

‘Is-ie nou wakker, of niet?’ hoorde ik iemand zeggen. ‘Gaat het wel goed met hem?’ ‘Geen idee. Hé, hallo! Jij daar!’

(Uit Kosmos, in Oer)

Vorige week schreef Oranje op haar site dat zij bijna drie jaar geleden samen met Dick het Pieterpad liep. Zij waren halverwege in Gelderland, toen zij in haar mobiel een mailtje ontdekte van wetenschapper Cees Dekker, met wie zij samen Het geheime logboek van Topnerd Tycho schreef.

Of ik nog een boek wilde schrijven, samen met hem en met theoloog Gijsbert van den Brink, maar dan voor volwassenen. Een hervertelling van het grote verhaal van onze wereld, op een manier die recht zou doen aan wetenschappelijke bevindingen én aan de Bijbel.’
(corienoranje.nl)

Oer, het grote verhaal van nul tot nu | Ark Media | april 2020 | ISBN-10: 903380218X | ISBN-13: 9789033802188 | 160 pagina’s | € 14,99 | Bij de lokale boekhandel! | ‘Dit aansprekende boek past in een lange en rijke traditie waarin wetenschappers gedreven door hun geloof proberen de oorsprong en evolutie van ons heelal te duiden, van de oerknal tot het leven op aarde. Het delen van deze fascinatie en passie voor de natuur is een universeel goed dat ons allen dichter bij elkaar brengt, ongeacht onze persoonlijke overtuiging.’ (Robbert Dijkgraaf, hoogleraar natuurkunde en directeur Institute for Advanced Study Princeton)

‘Geloof en ongeloof dichter bij elkaar’

appearance-atmosphere-bright-sadness-candle-cathedral-1422793-pxhere.com (1)

Gelooft de Nederlander – wonend in ons door de paus uitgeroepen zendingsgebied, want officieel een heidens land – nog ergens in? De Groene Amsterdammer spreekt van mensen die niet tot een religieuze groepering behoren. Meer dan de helft blijkt dat te zijn. Dat zegt echter niets over geloof. ‘Het begint allemaal met de vraag: wat is religie? Wetenschappers wereldwijd zijn er nooit in geslaagd om het eens te worden over een definitie,’ zegt journalist Yvonne Zonderop in Scientias. In De Groene Amsterdammer zegt Yolande Jansen dat ‘ongelovig’ een term is die vooral vanuit een religieus perspectief betekenis heeft, maar die niets zegt over wat voor niet-gelovige mensen betekenis aan het leven geeft. 

Ongeloof definieert wat je niet bent
J
ansen is bijzonder hoogleraar voor de humanistische Socrates Stichting aan de VU en hoofddocent filosofie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zij vindt ongeloof een kale term die definieert wat je niet bent.

Het is haar overtuiging dat ongelovigen net zo goed als gelovigen steeds meer bezig zijn met levensvragen en dat dat meer zichtbaar wordt dankzij sociale media en instituties zoals humanistische geestelijke verzorging. Religie speelt op andere manieren juist wel een nieuwe rol in de samenleving, die je niet met een onderzoek naar ‘secularisatie’ of ongelovigheid zichtbaar kunt maken.’

Open mind
D
e tegenstelling uit de Verlichting, tussen geloof en wetenschap, is aan het verschuiven, stelt Jansen, daar aan beide zijden van het spectrum van ‘weten’ en ‘geloven’ mensen te vinden zijn die vooral gegrepen zijn door hun eigen waarheid en de onwaarheid van de anderen. De hoogleraar komt meer en meer mensen tegen die met een open mind naar problemen kijken en die uit verschillende bronnen putten.

Onder de gelovigen zijn dat de mensen die nu het coronavirus als een straf van god zien of ‘een streek van de duivel’. Maar ook aan de kant van de wetenschap zitten mensen die alles graag tot één ware basisoorzaak terugbrengen: atomen, genen, of bijvoorbeeld algoritmen.

Daartegenover staan wetenschappers en religieuzen die zich niet in dat soort algemene en brede waarheidsclaims herkennen en die met elkaar willen samenwerken en elkaar beter willen begrijpen, die zien dat zowel de wetenschappen als religies altijd onvolledige manieren zullen zijn om verschijnselen in de wereld om ons heen zo goed mogelijk te begrijpen en te waarderen.’

Andere verschillen dan religieuze
J
ansen verwacht dat geloof en ongeloof in de toekomst wel eens dichter bij elkaar kunnen komen te liggen.

Mensen komen erachter dat ze wel degelijk wat van elkaar kunnen leren en dat andere verschillen dan religieuze, zoals op het gebied van racisme, gender, absurde verschillen tussen arm en rijk, maar ook de opwarming van de aarde en mensenrechten, een stuk belangrijker zijn.’

Zie: Samenleving: De Nederlander in 2050 (De Groene Amsterdammer, 23042020)

Foto: Dmitri Leiciu  (PxHere)

Het idee van de vlinder een illusie?

nature-grass-blossom-plant-leaf-flower-562713-pxhere.com

Historicus en filosoof Yuval Noah Harari zegt tegen de rupsen dat het idee van de vlinder een verzinsel is, een verhaal, een illusie. We kunnen wel vliegen, zegt Harari, we kunnen wel het eeuwige leven verkrijgen, we kunnen wel gelukkig worden, maar dat kan enkel aan de hand van een uiterlijke machine, een robot, kunstmatige intelligentie, het Internet der Dingen waar alle algoritmes van het leven in worden verzameld. Dus eigenlijk een rups met een zelfgemaakt tuigje met vleugels waarmee hij probeert te vliegen.

Rupsenwereld
B
ij Joop schrijft maatschappelijk werker Tom Ribbens een aardige metafoor met Harari als vertegenwoordiger van de rupsenwereld en Gurdjieff/Ouspensky als vertegenwoordigers van de vlinderwereld.

Voor Harari is de materiële wereld van de rups het begin en einde van zijn wetenschappelijke denken. Precies zoals de wetenschap waarop hij zich beroept de wetenschap van de rups is, die instrumenten ontwikkelt om beter te kunnen waarnemen, beter te kunnen meten, maar niet verder kan kijken dan de rupsenwereld.

Met andere woorden geen instrumenten heeft om de vlinder te kunnen zien en van daaruit concludeert dat er geen vlinder bestaat. De rups gaat dood, onoverkomelijk, al geeft Harari ons de twijfelachtige hoop dat we (een kleine elitegroep) met onze kunstmatige intelligentie eeuwig leven zouden kunnen verkrijgen. De rups gaat dood en wordt een cocon.’

Transformatie
D
aar begint het denken van Gurdjieff, stelt Ribbens. Hij zegt dat het feit dat we in de aandachtslaag van ons dagelijks leven geen onverdeelde individualiteit hebben, nog niet betekent dat hij er niet is, we hebben er alleen geen contact mee.

Hij zit verborgen onder de laag van ons oppervlakkige, uiterlijke en volgens Gurdjieff mechanische leven. Gurdjieff onderscheidt drie invloeden, die wij in ons leven tegen kunnen komen. Ten eerste zijn er de invloeden van ons dagelijks leven, maar ook die van televisie en internet. Daarnaast is er de invloed van kennis uit boeken die verder, dieper gaan dan dit dagelijks leven. Kennis in de vorm van metaforen, vergelijkingen, die op een ander niveau wordt begrepen dan die van het oppervlakkige dagelijks leven.

Tot slot is er de levende kennis van mensen die al een proces hebben doorgemaakt van transformatie, van ontwikkeling die verder gaat dan de functionele rollen die we hebben in het dagelijks leven. Deze laatste twee invloeden kunnen ons raken in dat verborgen punt van onze essentie en het verlangen oproepen om hiernaar op zoek te gaan. Op zoek te gaan naar de vlinder die in de rups verborgen zit.’

Ontdekken van de vlinder in de rups
De weg van Gurdjieff is de weg van het individu, die met zijn aandacht naar binnen gaat en daar zijn schat vindt, aldus Ribbens. Voor wie de materiële werkelijkheid niet het begin en einde is maar in zichzelf ook een geestelijke werkelijkheid ontdekt.

De werkelijkheid van de vlinder die in de rups verborgen zit. Gurdjieff stelt dat werkelijke evolutie nooit zonder bewustzijn kan plaatsvinden. Harari stelt in Homo Deus dat het functioneren in de maatschappij geen bewustzijn nodig heeft. Intelligentie is nodig, bewustzijn is bijzaak. Daarmee zegt hij impliciet dat de ontwikkeling die hij voor zich ziet een mechanische is, dus geen evolutie.

Naar mijn mening kan het zo zijn dat beide wegen tegelijkertijd bewandeld worden, de ene weg door de mens als collectief, de andere weg door de mens als individu. Maar de werkelijke evolutie vindt plaats op de weg van het individu die samen met gelijkgestemden ontdekt dat in de rups een vlinder verborgen zit en daarmee zijn identiteit verlegt van het materiële naar het geestelijke. Naar bewustzijn als uitgangspunt van al het leven.’

Zie: Yuval Noah Harari en zijn blinde vlek voor de vlinder

Beeld: form PxHere