Theïstische evolutie als nieuw paradigma?

creation

Een paradigma wordt door historicus Thomas Kuhn ook wel een wereldvisie genoemd. Steeds weer nieuwe waarnemingen kunnen een paradigma echter relativeren of zelfs aanvallen. Dat kan zo ver gaan, dat er een nieuw wereldbeeld ontstaat. Twee paradigma’s – een paradigma wordt ook wel een set van dogma’s genoemd – die met elkaar botsen zijn het creationisme en de alom aanvaarde evolutieleer.

Er bestaat niet één wetenschappelijk feit dat in tegenspraak is met de Bijbel. Het christelijke wereldbeeld staat haaks op het seculiere wereldbeeld en daarom is er een strijd gaande tussen twee geloven, betoogde de christelijke chemicus dr. Peter de Jong zaterdag [9 juni tijdens het Scheppingscongres in Zwolle].’ (RD)

Nog altijd is de evolutieleer het dominante paradigma, waarover sommigen direct zeggen dat het niet met natuurwetenschappelijke middelen kan worden bewezen. Zo wordt ook over het creationisme gesproken.

De evolutieleer is een wetenschappelijke theorie die stelt dat het leven op aarde is ontstaan vanuit één voorouder, de eencellige. Uit de eencellige zijn steeds meer nieuwe soorten ontstaan. Het creationisme, ook wel pseudowetenschap genoemd door de ‘echte’ wetenschap, gelooft heilig in een creatio ex nihilo: géén geleidelijke ontwikkeling van het leven. Het is gebaseerd op de Bijbel als onfeilbare openbaringsbron. Tegen Goddelijke openbaring is de wetenschap natuurlijk niet opgewassen.

Het volgende citaat van A. J. Mattill is hierbij wel interessant. (Ronduit voer voor atheïsten…) Het komt uit:  Three Cheers for the Creationists, Free Inquiry 2 (Spring), p. 17, 1982, en luidt:

Die christenen die het scheppingsverhaal als een mythe of allegorie zien, ondermijnen de rest van de Schrift, want als er geen Adam was, was er geen zondeval; en als er geen zondeval was, dan is er geen hel; en als er geen hel is, dan is er geen enkele reden voor Jezus als tweede Adam en vleesgeworden zaligmaker, gekruisigd en opgestaan… Evolutie is daarmee het krachtigste wapen om het christelijk geloof te vernietigen!’

_BijbelgeloofNaEden

In de discussie dringt zich een ‘derde paradigma’ op, een soort ‘harmoniedenken’: ‘theïstische evolutie’, oftewel de opvatting dat God doelgericht gebruik maakt van evolutie om levende wezens te laten ontstaan. Theïstisch evolutiedenken wordt dan wel gezien als een knieval voor een bepaalde vorm van wetenschap, maar het is een plausibele these dat God via de evolutie zijn doel tot stand brengt.

‘Prof. dr. Mart-Jan Paul, docent aan de Christelijke Hogeschool Ede en oudtestamenticus aan de Evangelische Theologische Faculteit in het Belgische Leuven, pleitte onlangs tijdens het Scheppingscongres voor de ‘klassieke’ visie op het boek Genesis. Daarin wordt volgens hem de basis gelegd voor het Bijbelse patroon van schepping, zondeval en herschepping. De zogenoemde theïstische evolutie is onaanvaardbaar, aldus Paul.’ (RD)

Creationisme afficheert zich meer en meer als wetenschappelijke theorie. Wat te denken van kakelvers wetenschappelijk onderzoek dat op een recente oorsprong van mens en dier wijst? En ook nog op hetzelfde moment? De schepping en de zondvloed kunnen goed als verklaring van de wetenschappelijke bevindingen dienen, betogen moleculair biologisch onderzoeker dr. Peter Borger en geoloog/bioloog drs. Tom Zoutewelle eergisteren in het RD. (Opvallend: in de rubriek ‘Opinie’ en niet bij ‘Wetenschap’.)

Dat de oorsprong van mens en dier zeer recent is, is natuurlijk wel wat creationisten altijd beweerd hebben. Deze genetische bevindingen van onze tijd zijn dan ook in overeenstemming met wat het eerste Bijbelboek ons in eenvoudige bewoordingen overlevert. We kunnen Genesis dus gewoon serieus nemen en als geschiedenis lezen.’

De vraag uit de wetenschappelijke wereld wordt vaak opgeworpen of het creationisme zich wel houdt aan wetenschappelijke criteria. Meestal wordt de vraag gesteld dat, gezien de Bijbelvisie, of het creationisme wel kritisch genoeg kan zijn naar de eigen resultaten, omdat die op grond van dezelfde Bijbelvisie immers als geopenbaarde waarheid al vaststaan. De wetenschap lijkt geen toereikend antwoord te hebben op het geloof in God, terwijl diehardgelovigen het scheppingsmodel met behulp van wetenschap ook niet echt hard kunnen maken.

Wie in een schepping gelooft, staat vaak alleen, zo weet de christelijke chemicus uit eigen ervaring. ‘De geschiedenis van de wetenschap toont aan dat de meerderheid het altijd bij het verkeerde eind had,’ aldus dr. De Jong, die christelijke wetenschappers opriep in gesprek te gaan met seculiere wetenschappers.’ (RD)

Nog niet zo lang geleden verscheen En de aarde bracht voort van Gijsbert van den Brink, hoogleraar Theology & Science aan de Vrije Universiteit, tevens theoloog en dominee bij de Gereformeerde Bond. Vanuit zelfs een gereformeerde visie werd daarin gesteld dat er evolutie was. Van den Brink zegt er wel direct bij dat de mens wel altijd de bedoeling was van God. En onlangs – zo schreef ik al in een vorig blog – zag Adam, waar ben je? (En wat doet het ertoe?) van ‘ontstaansagnost’ Willem Ouweneel het daglicht, een theologische evaluatie van de nieuwe evolutionistische hermeneutiek, dat ‘snoeihard’ (Trouw) uithaalt naar Van den Brink en verwante geesten.


Adam, waar ben je? gaat over theologische bezwaren. Veel christelijke theologen hebben hun oorspronkelijke bezwaren overboord gezet. Ouweneel betoogt daartegenover in dit boek dat als wij aannemen dat er een menselijke evolutie was, we dan toch onmogelijk de Bijbelse boodschap van Genesis 1-3, van Romeinen 5 en van 1 Korinthiërs 15 kunnen vasthouden. Het thema van dit boek is niet de evolutieleer op zichzelf. Veeleer gaat het om de vraag of, als wij de menselijke evolutie aannemen, het orthodoxe christendom overeind gehouden kan worden. (Boekenroute)


creationisthumorusers.skynet.be

In de discussie is dat idee van Mattill een opmerkelijke gedachte: als de evolutietheorie waar is en als Adam en Eva niet werkelijk bestaan hebben – die conclusie erbij wordt getrokken – je niet langer van een historische zondeval kan spreken. Immers, als Adam en Eva niet werkelijk bestaan hebben, dan heeft ook een historische zondeval, zoals die in Genesis beschreven wordt, nooit plaatsgevonden. En, daar komt nog bij, tot grote schrik van velen, vooral van de christelijke kerk, dat als ook die zondeval nooit heeft plaatsgevonden, wat dan nog de betekenis is van het verlossingswerk van Jezus?

Het idee van de zondeval wordt volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes vaak metaforisch opgevat: Adam en Eva hebben niet alleen niet bestaan, het zijn verhaalpersonages die symbool staan voor de mens. De zondeval heeft dan nooit plaatsgehad. Volgens Smedes is er geen ontkomen aan te concluderen dat de zondeval nooit kan hebben plaatsgevonden als een historisch te lokaliseren gebeurtenis.

De evolutieleer heeft dus nogal wat impact op het gelovig denken en het creationisme in het bijzonder. Of er een paradigma-verschuiving plaats zal vinden? Misschien ontstaat er inderdaad dat nieuwe paradigma, waarin beide visies – die van het creationisme en de evolutieleer – complementair aan elkaar worden. Dan zou dat het paradigma zijn van de theïstische evolutie.

Beeld: ‘Schepping’ (philosophicaldisquisitions.blogspot.com)
Update 07-11-2024 (Lay-out)

Geloven in naturalisme of theïsme?

CupolaOfGenesisMosaicArtistItalianC1210SanMarcoVenice

Naturalisme en theïsme worden weleens elkaars tegenpolen genoemd. Volgens de filosofische stroming naturalisme – voortbouwend op het materialisme – bestaat alleen de natuur en het waarneembare als werkelijkheid. Stoffelijke materie is de enige werkelijkheid; alles kan worden uitgelegd in termen van materie en natuurlijke verschijnselen. Het naturalisme ontkent per definitie elke mogelijke bovennatuurlijke activiteit, God of goden. Theïsme is de (godsdienstfilosofische) opvatting dat goden echter wel bestaan, dat er een persoonlijke God bestaat en dat God of goden zich actief bemoeien met de wereld. De gedachte is dat naast het niveau van onze natuurlijke, alledaagse werkelijkheid er ook een bovennatuurlijke werkelijkheid bestaat, los van die natuurlijke werkelijkheid.

Naturalisme
V
olgens het naturalisme wordt de werkelijkheid verklaard uit natuurlijke processen; meer is niet nodig om alles te begrijpen. Bovennatuurlijke invloeden spelen geen enkele rol, ze bestaan niet. Wetenschap en godsgeloof sluiten elkaar uit. Alleen de natuur en het waarneembare als werkelijkheid bestaat en de mens is een deel van de natuur. Het gaat om feiten die vastliggen in de natuur. Het naturalisme stelt bovendien dat gevoelens van liefde, haat, schoonheid, spiritualiteit en dergelijke uiteindelijk slechts chemische reacties zijn.

Deze wetenschap ontkent op die manier God, daar alles immers slechts op natuurlijke wijze verklaard kan worden. Naturalisme staat daardoor op zichzelf als bron van onbetwistbare kennis. Als mensen bevinden we ons in een werkelijkheid waarin blinde natuurlijke processen plaatsvinden. Die verwijzen nergens naar, hebben geen doel of zin. Van bovennatuurlijke invloeden is geen sprake, laat staan van een hogere macht of intelligentie. Als gevolg van deze denkwijze is God een overbodige hypothese en wordt religie weleens een projectie van een wensdroom genoemd.

Volgens kosmoloog Sean Carroll is er slechts één enkele werkelijkheid. Geen afzonderlijke niveaus van het natuurlijke en het bovennatuurlijke: slechts één enkel materieel bestaan. Hij stelt dat wanneer je geïnteresseerd bent in objectieve waarheid, de wetenschap de enige weg is die je gaan kan, en dat wanneer het op feitelijke waarheidsaanspraken over de werkelijkheid aankomt, religies zich tot de wetenschap zullen moeten richten.

De Amerikaanse filosoof Alvin Carl Plantinga stelt dat als naturalisme waar is, dit betekent dat de rede is ontstaan op grond van mechanismen welke gericht zijn op overleving en niet op waarheid of waarheidsvinding. Je denkt kennis over de wereld te hebben, maar je zult nooit ware kennis over de wereld verkrijgen. Naturalisme wordt daarom weleens omschreven als een zelfweerleggend geloofssysteem.

Theïsme
Theïsme wordt wel omschreven als het geloof in een bovennatuurlijke, persoonachtige God, die zich met ieder mens afzonderlijk bezighoudt. Men spreekt soms van een ‘dubbeldekkerstructuur’: naast het niveau van onze natuurlijke, alledaagse werkelijkheid bestaat er ook een bovennatuurlijke werkelijkheid die los staat van die natuurlijke werkelijkheid. God is een bovennatuurlijke entiteit die losstaat van onze alledaagse werkelijkheid en af en toe ingrijpt om de zaken in banen te leiden. Theïsme begon ooit, ten tijde van de Verlichting, als een filosofisch systeem dat gaandeweg het geloof werd dat ook in kerken werd beleden.

Theïsten gaan uit van het standpunt dat men wetenschappelijk niet kan bewijzen dat God bestaat, en dat het geen zin heeft dit te willen doen: men moet ‘gewoon’ in God geloven. Geloven heeft volgens hen niets te maken met de rede, met rationeel en wetenschappelijk denken. Er zijn theïsten die beweren dat gelovigen kennis hebben van morele waarden die anderen zouden ontberen, omdat wetenschap slechts gaat over feiten en het geloof over goed en kwaad. Het leidt vaak tot stevige discussies over God die noodzakelijk zou zijn voor de moraal; dat zonder God er zelfs geen moraal meer is. Bovendien, zo wordt wel beweerd, kunnen we onze eigen moraal, de westerse, alleen maar begrijpen als we de joods-christelijke wortels ervan bestuderen. Anderen, zoals bioloog Frans de Waal, bestrijden dit en zeggen dat de oorsprong van de moraal in onze natuur ligt, niet in religie.

religionscience

Naturalisme en theïsme tegenpolen?
Bij bovengenoemde omschrijvingen van naturalisme en theïsme worden de verschillen duidelijk. Met wetenschap als onderscheid. Maar ook hierin verschillen naturalisten en theïsten. Dan is er geen sprake van onderscheid, maar van aanvulling, al willen sommigen daar weer niets van horen. Vooral in de discussies over creationisme (de opvatting dat ons universum in zes dagen is ontstaan door een Schepper, Adam en Eva de eerste mensen waren en dat dit alles is gebeurd ca. 6.000 – 10.000 jaar geleden overeenkomstig een ‘letterlijke’ lezing van het Bijbelboek Genesis) en de evolutieleer, slaat men elkaar soms met de wetenschap om de oren. Creationisten stellen dat wetenschap bedrijven vanuit het creationistisch denkkader houdbare en wetenschappelijk gefundeerde antwoorden oplevert. De achtergrond hierbij is de vraag of de evolutietheorie en het christelijk geloof met elkaar te verenigen zijn.

Wetenschappers vanuit de evolutietheorie bestrijden vaak de wetenschappelijke kwaliteit van het creationistisch denken. Deze discussie laaide weer op na het verschijnen van het boek En de aarde bracht voort van Gijsbert van den Brink, over christelijk geloof en evolutie. En onlangs verscheen Adam, waar ben je? (En wat doet het ertoe?) van Willem Ouweneel, een theologische evaluatie van de nieuwe evolutionistische hermeneutiek, dat ‘snoeihard’ (Trouw) uithaalt naar Van den Brink en verwante geesten.

En dus bestaat God
V
olgens sommige theologen staan wetenschap en geloof haaks op elkaar, volgens anderen kunnen ze elkaar aanvullen. Er zijn ook wetenschappers die misschien dan niet het bestaan van God willen bewijzen, maar wel argumenten aanvoeren die het bestaan van God tot waarschijnlijk maken. Filosoof Emanuel Rutten schreef er – samen met filosoof Jeroen de Ridder – het boek En dus bestaat God. ‘En dus bestaat God’ klinkt bijna als bewijs, terwijl de auteurs in het boek acht zogenaamde Godsargumenten geven. Zelf zegt Rutten dat er geen sprake is van een Godsbewijs, want ‘bewijzen doe je in de wiskunde en niet in de filosofie’. Rutten zelf spreekt dan ook altijd over ‘rationele argumenten voor het bestaan van God en niet van Godsbewijzen. Hij stelt dat filosofische argumenten voor het bestaan van God laten zien dat het waarschijnlijk is dat God bestaat. De filosoof noemt het conflict tussen geloof en wetenschap een mythe, omdat geloof en wetenschap elkaar juist prachtig aanvullen. Daarnaast zegt hij te geloven dat de rationele weg niet de enige weg is die naar God leidt: Er zijn meerdere wegen om God te kennen: niet alleen het verstand, maar ook het gevoel, de beleving en de ervaring. Geloof en wetenschap kunnen elkaar dus aanvullen. Dan kan je ook zeggen dat naturalisme en theïsme niet zozeer antipoden zijn, maar complementair, geen tegenpolen. Een voorbeeld hiervan zijn de Godsargumenten van Rutten. Volgens de filosoof vormen de rationele argumenten gezamenlijk een cumulatieve casus voor Gods bestaan die vele malen sterker is dan elk argument afzonderlijk. Ze blijven filosofische argumenten en conflicteren niet met wetenschap.

NOMA-model
Naturalisme en theïsme staan weliswaar haaks op elkaar, twee werelden die zich mijlenver uit elkaar bevinden, maar soms naderen ze elkaar als ze zich met elkaar bezighouden: God lijkt dan wel niet wetenschappelijk te bewijzen, maar is dus wel heel goed te beargumenteren. Heel concreet echter blijft, met het naturalisme – vanuit een zuiver wetenschappelijk, verklarend standpunt – God gewoon geen goede theorie te zijn. In een wereld zonder het bovennatuurlijke is geen plek voor theïsme.
Een mogelijke oplossing kan zijn af te stappen van het idee van tegenpolen en naturalisme en theïsme niet langer tegenover elkaar te zetten. Dan komt het zogenaamde NOMA-model in zicht: Niet-Overlappende Magisteria, een idee van evolutiebioloog Stephen Jay Gould, waarin hij spreekt over wetenschap en religie als elkaar aanvullende benaderingen. Naturalisme en theïsme zijn dan met heel verschillende vragen bezig, zonder dat er sprake is van tegenpolen. Naturalisme houdt zich dan met feiten bezig en religie met vragen over ethiek, waarde en doel.
Maar het kan nog anders… Einstein zou een religieus naturalist zijn geweest. Hij geloofde niet in een God die ingrijpt in de natuur, maar wel – in de lijn van Spinoza – dat God zich openbaart ‘in de geordende harmonie van wat bestaat’.

Bronnen o.a: Naturalisme en Theïsme, Piet Wesseling, in En God beschikte een wormEen pleidooi voor naturalisme, Alexander van Biezen, geloofenwetenschap.nl; God, iets of niets, Taede A. Smedes; De Verlichting belicht, Van theïsme tot atheïsme, Karel Poma; En dus bestaat God, Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder;.

Beeld: De koepel van de schepping in de San Marco, Venetie. Mozaiek ca. 1210 AD. (st-impact.nl)

Beeld Religion&Science: katholiekforum.net

Het Thomasevangelie, ketterij of inzicht?

Het Thomasevangelie, een gnostische tekst uit de begintijd van het christendom en in 1945 in Nag Hammadi (Egypte) teruggevonden, bestaat uit 114 logia (uitspraken) – ook wel leerstellingen of wijsheidsspreuken genoemd – van Jezus zelf. Dus niet over Jezus. Het zijn de geheime woorden die de levende Jezus sprak en die Didymus Judas Thomas, een van de twaalf apostelen van Jezus, opschreef. Jezus zegt hierin dat ‘wie het Al denkt te kennen, maar niet zichzelf, volkomen in gebreke blijft’: ook wel de kerntekst van het Thomasevangelie genoemd.

‘Intensief onderzoek leidde eind jaren vijftig van de vorige eeuw al naar de conclusie dat het Thomasevangelie afkomstig moest zijn uit een onafhankelijke, joods-christelijke traditie’

Hermes Trismegistos
F
rappant, daar je dit gedachtegoed al tegenkomt bij de (gnostische) geschriften van Hermes Trismegistos, een ‘hoogstwaarschijnlijk mythische gestalte uit het oude Egypte, min of meer gelijk gesteld met de Egyptische god Toth’, ook wel de vader van de gnosis genoemd. Van hem is de uitspraak: ‘Wie zichzelf kent, kent het Al’. (1)

Harvard Divinity School
V
olgens de in 2006 overleden prof. dr. Gilles Quispel, hoogleraar geschiedenis van het vroege christendom, is de oudste laag van het Thomasevangelie geschreven rond het jaar 40 in Jeruzalem. Een tweede laag zou ontstaan zijn rond het jaar 100 in Alexandrië. Rond het jaar 140 zouden, waarschijnlijk in Edessa (vroeger Turkije, nu Rusland), die twee lagen samengevoegd zijn in een eindredactie, ongeveer in de vorm zoals die teruggevonden is bij Nag Hammadi. Nieuwtestamenticus Riemer Roukema stelt echter dat het Thomasevangelie ‘ergens in de tweede eeuw’ is ontstaan. Quispel en veel Amerikaanse wetenschappers houden daarentegen de ontstaansdatum ervan op het midden van de eerste eeuw. (2)

In de Nag Hammadi geschriften I  (3) wordt verwezen naar Helmut Koester van de Harvard Divinity School (VS), die het Thomasevangelie als een onafhankelijke bron van Jezus-woorden ziet die nog ouder is dan Q, een bron, waaruit de schrijvers van de evangeliën volgens Mattheüs en Lucas beiden zouden hebben geput. Hij dateert het evangelie een kleine twintig jaar na de kruisiging van Jezus. (4)

Orale traditie oude wereld
V
an het Thomasevangelie, dat een van de vroege gnostische geschriften wordt genoemd, wordt dus gezegd dat het de werkelijke woorden van Jezus zouden zijn. Bijzonder omdat die woorden kort na de dood van Jezus op schrift moeten zijn gesteld. (5) Volgens cultuurhistoricus Jacob Slavenburg en neerlandicus Willem Glaudemans is het zeker dat er direct na de dood van Jezus al mondelinge ‘spreuken-verzamelingen’ circuleerden, iets dat geenszins ongewoon was in de rijke orale traditie van de oude wereld. Later zijn deze verzamelingen opgeschreven. (6)


Thomas en zijn evangelie

Concilie van Nicea
E
r ligt dus een link met de gnostiek, een vroegchristelijke stroming uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. En daarmee komen we direct op een strijdtoneel terecht, want al in de tweede eeuw werd de gnostiek fel bestreden en als ketterij veroordeeld. De geloofsbelijdenis die tijdens het Concilie van Nicea aanvaard werd, verwierp de gnostische leringen. Volgens de Tilburg School of Catholic Theology vormde het gnosticisme een van de omvangrijkste dwalingen waarmee het jonge christendom zich geconfronteerd zag. (7)

Ketters geschrift
R
oukema wijst een gnostische Jezus nadrukkelijk af. Hij stelt vraagtekens bij de gedachte dat in het Thomasevangelie de ware Jezus naar voren treedt. Ook heeft hij zijn twijfels of het Thomasevangelie ouder en daardoor origineler is dan de Bijbelse evangeliën. Volgens hem is dat niet te bewijzen. Wel vindt Roukema het historisch-wetenschappelijk interessant, maar houdt hij afstand van de oude gnostiek. Hij vindt de geheimzinnige gnostiek-Jezus onhistorisch. (8)

‘Rebellie tegen God’
C
hristen Martie Dieperink noemt gnostiek in diepste wezen rebellie tegen God, de Schepper van hemel en aarde. Volgens Dieperink bevatten niet de gnostische geschriften, maar de Bijbel zoals wij die kennen, de boodschap van het oorspronkelijke christendom. Zij schreef het boek Op zoek naar het oorspronkelijke christendom, Feit en fictie in De Da Vinci Code en de moderne gnostiek ‘om religieuze zoekers de waarheid te laten ontdekken, en om christenen te helpen inzicht te krijgen in de gnostische denkwereld en te wapenen tegen misleiding’. (9)

Waardevol geschrift
W
at is dan de waarde van het Thomasevangelie? Het zou immers ketterij zijn? We zouden kunnen zeggen dat in deze tijd de gnostiek nog steeds verketterd wordt door het christendom, de Kerk. Het streven naar kennis, in eerste instantie naar zelfkennis, zoals Jezus dat volgens het Thomasevangelie daadwerkelijk heeft gepredikt, zegt Slavenburg, vormde voor de kerk een bedreiging. ‘Het zette de mens aan tot het dragen van eigen verantwoordelijkheid en leidde uiteindelijk tot een hoge mate van individualisme en dus ook tot een zich onttrekken aan gezag en autoriteit van buitenaf’. (10)


Carol W. NicholsHarper Collins, San Francisco

Jezus, dé gnostische ingewijde
F
eit is dat het Thomasevangelie bestaat, en dat het enorm populair is. Volgens Jacob Slavenburg en John van Schaik (middeleeuwse mystiek en gnostiek) presenteert Jezus zich hierin als een gnostisch ingewijde, zelfs dé gnostische ingewijde. Het is wel opvallend dat gnosis het bekendst geworden is in het christendom. En dat progressieve wetenschappers het materiaal gebruiken om meer inzicht te krijgen in de geschiedenis van het vroege christendom.

Joods-christelijke traditie
E
en toenemend aantal nieuwtestamentici stemmen in met Quispel. Volgens journalist Cokky van Limpt is de overgrote meerderheid van onderzoekers die het Evangelie van Thomas serieus hebben bestudeerd er vast van overtuigd dat het een onafhankelijke traditie van woorden bevat, die Jezus eens sprak. Zij noemt gnosis de niet-verstandelijke, intuïtieve kennis omtrent mens, kosmos en het goddelijke, en niet gebonden aan één levensbeschouwing of religie. Wel leidde intensief onderzoek eind jaren vijftig al naar de conclusie dat het Thomasevangelie afkomstig moest zijn uit een onafhankelijke, joods-christelijke traditie. (11)

Rijke bron van inspiratie
W
ellicht komen we nooit achter het werkelijke verhaal over het Thomasevangelie. De waarheid over dit evangelie, ketterij of inzicht, ligt vermoedelijk ergens in het midden. We kunnen beter naar de bijzondere waarde ervan kijken, die volgens Slavenburg en Glaudemans ligt in het feit dat het een rijke bron van inspiratie is voor christelijke en niet-christelijke mensen. Zij zeggen dat juist het ontbreken van iedere vorm van theologie en de pure onopgesmuktheid de uitspraken tot juwelen maken. ‘Je bekijkt ze, je legt ze weg, je pakt ze weer op; en telkens zie je een andere, nog diepere betekenis, een schittering die je voorheen niet opviel’. (12)

(1) De Hermetische Schakel, Jacob Slavenburg, blz. 17, 121
(2) Westerse esoterie en oosterse wijsheid, Jacob Slavenburg, John van Schaik, blz. 185
(3) Nag Hammadi geschriften I, J. Slavenburg, W. G. Glaudemans, vijfde druk, 2000, blz. 129
(4) Q is een veronderstelde gemeenschappelijke bron, waaruit Mattheüs en Lucas zouden hebben geput. Er bestaat een vertaling van de gereconstrueerde tekst van Q: Het verloren evangelie, door de Amerikaanse theoloog Marcus Borg, uitgeverij Meinema, 1997.
(5) Christus zonder kruis, Hendrik Spiering, NRC, 2005
(6) Nag Hammadi geschriften I, blz. 129
(7) De gnostiek in de oudheid, Laela Zwollo, Tilburg University, Lucepedia
(8) Thomasevangelie / ‘Geheimzinnige gnostiek-Jezus is onhistorisch’, Cokky van Limpt, Trouw, 2006
(9) De verraderlijke zuigkracht van de gnostiek, Gert-Jan Schaap, EO-Visie
(10) De Jezus uit Thomas’ evangelie is geen ‘bleke halfgod’, Geert J. Peelen, de Volkskrant, 1995
(11) Gilles Quispel: het Thomasevangelie geeft een ander beeld van de historische Jezus, Cokky van Limpt, Trouw, 2006
(12) Nag Hammadi geschriften I, blz. 134

Beeld: Fragment Evangelie van Thomas – het geheime boek van Johannes (Apocryphon van John), Codex II The Nag Hammadi manuscripten. Vroegchristelijke gnostische tekst. (Wikimedia Commons)
Beeld Thomas en zijn evangelie: detail cover Thomas en zijn evangelie
Beeld Evangelie van Thomas Manuscript 2010: kalligrafie en illustraties van Carol W. Nichols. Afmetingen: 23 x 30 x 2,5 cm, handgeschept Twinrocker-papier, 65 aquarel- en/of 23-karaats gouden illustraties. Vertaald uit het Koptisch (circa 350 n.Chr.): Marvin Meyer, copyright 2005, met toestemming van Harper Collins, San Francisco.

Zie: Tekst Thomasevangelie
Update: 16 04 2025 (Lay-out)

Pleidooi voor inclusief christendom

bergredeKarolyFerenczy (1)

‘Een christendom dat niet meteen roept dat je eerst echt moet geloven voor je erbij hoort,’ zegt filosoof en docent journalistiek Karel Smouter als hij de documentaire Leaving my father’s faith en de film Heretic: The movie bekijkt en terstond weer begint te dromen over een nieuw soort christendom. ‘De beweging rondom Jezus werd onderweg op een of andere manier gekaapt’, zo haalt Smouter bestseller-theoloog Rob Bell aan. ‘Het is tijd om het christendom terug te claimen.’

Bell is volgens Smouter de leidsman geworden van vele duizenden Amerikanen die zich niet langer kunnen vinden in een tribaal soort evangelicalisme dat zijn ziel aan de Republikeinse Partij van Trump verkocht heeft, maar nog altijd een soort religieus verlangen bij zichzelf ontwaren.

Die eigenlijk helemaal niet weg willen, omdat ze ergens het gevoel hebben dat ze helemaal nog niet klaar zijn met het verhaal van Jezus, die naar de aarde kwam om Gods liefde aan de mensheid te openbaren.’

Smouter zet de site dogmavrij.nl – waarin volgens hem een gitzwart beeld van religie wordt getoond, gevoed door de hardhandige confrontatie met de uitsluitingsmechanismen die nu eenmaal horen bij orthodox christendom – tegenover Franca Treur voor wie een permanente campagne wordt gevoerd om haar terug te winnen voor de club.

Het traditionele script schrijft voor dat Bell verbitterd afhaakt en vanuit zijn nieuwe woonplek, Los Angeles, boze blogs en boeken schrijft over alles wat hem is aangedaan. Maar Bell doet iets bijzonders: hij blijft geloven. En hij blijft preken. Niet langer in kerken, maar in theaters en via blogs, boeken en zijn RobCast, een veelbeluisterde online radioshow.’

Volgens Bell vragen deze tijden om het besef dat het christelijke verhaal tribalisme overstijgt. Dat de hele mensheid sámen één tribe is. Hij voert een pleidooi voor kerken waar belonging voorafgaat aan behaving en believing. Duidelijk geen kerk waar de volgorde nog andersom is: ‘geloofsverlies’ leidt in zo’n scenario bijna automatisch tot kerkverlating.

Zeker, er zijn groepsleden die zich intussen atheïst noemen, zegt Smouter, maar ook zij houden zich in werk en leven bezig met het sublieme, bijvoorbeeld in de kunsten. Of ze jagen hun droom van een rechtvaardiger wereld na met belangrijke journalistieke projecten.

En de uitgesproken gelovigen? Die bedienen zich wellicht van een andere taal dan de twijfelaars en de afhakers. Maar als er iets in onze levens gebeurt, verstaan we elkaar nog altijd uitstekend. Onze appgroep is op zulke dagen een levendig meeleefmechanisme waarin we elk in eigen woorden om elkaar heen staan. We zijn anders gaan denken over de inhoud van ons geloof, maar stuk voor stuk zijn we geïnfecteerd door de concepten die in het christelijk geloof centraal staan.’

Smouter zegt dat ze vooral hun menselijkheid met elkaar delen. Hijzelf bezoekt nog regelmatig een kerk – waar hij zich elke keer weer diep verbonden voelt met de tweeduizend jaar durende zoektocht in het voetspoor van Jezus, naar wat het nu betekent een mens te zijn op aarde. En als ze hem vragen of hij nog gelooft, antwoordt hij in een snedige bui: ‘Ja, gisteren nog, toen ik langs de IJssel liep’. Of hij zegt tegen zo’n vragensteller: ‘Het ligt er maar net aan wat je bedoelt’. Hij zegt al lang niet meer ja en amen tegen de exclusivistische pretentie van het christelijk geloof, dat het ‘ja’ zeggen tegen een aantal geloofsaannames de weg tot behoud is.

Al is het maar omdat elke geloofsuitspraak per definitie een momentopname is. Wat mij bovendien zo tegenstaat aan de vraag of ik ‘nog geloof’, is de aanname die daaronder ligt: dat geloofsverandering altijd tot minder geloof zou leiden. Dat je op een hellend vlak terecht zou komen. Terwijl zo’n hellend vlak, in de woorden van Rachel Held Evans, een paar jaar geleden in dit tijdschrift [De Nieuwe Koers], evengoed tot mooiere vergezichten kan leiden.’

Het zijn bij uitstek tijden voor een geloof dat stammen en groepen overstijgt, vindt Smouter, een christendom, dat zijn universele pretenties opnieuw leert omarmen. Een inclusief christendom in plaats van een christendom uitsluitend voor christenen.

Laat christenen zich nu eens bezighouden met wat het betekent mens te zijn, in plaats van christen, vindt de filosoof, dat ze daar vanuit de wijsheid en traditie waarin ze opereren als het ware experts in zijn. Wie goed om zich heen kijkt, ziet bovendien mensen allerlei schatten uit de christelijke traditie opdelven, oppoetsen en van nieuwe glans voorzien.

Zou het mogelijk zijn om in het postchristelijke tijdperk waarin we nu beland zijn het radicale idee aan de basis van het christendom – dat het niet goed is dat de mens alleen is, dat er gemeenschap nodig is, en dat we niet zonder hoop, liefde, dankbaarheid en vergeving kunnen – buiten het ‘christendom’ om te behouden? Dat we, terwijl de kerk zoals we die kennen langzaam ten onder gaat, een nieuw soort christendom zien verrijzen?’

Zie: Wie zijn geloof verliest, hoeft de kerk niet uit (De Nieuwe Koers, mei 2018)

Beeld: Bergrede (1896) door Károly Ferenczy – In de Bergrede geeft Jezus in zeer concrete, radicale en pakkende woorden ‘geestelijke en zedelijke’ waarden door. Het is deze Bergrede die in de geschiedenis gewerkt heeft, gewetens heeft gewekt en verontrust, mensen bemoedigd heeft en wanhopig gemaakt heeft. Het is deze Bergrede, die onafscheidelijk met de gestalte van Jezus Christus verbonden blijft, zoals Hij door ons gekend wordt, door Zijn belijders zowel als door degenen die Hem verwerpen. (jesusinsite.wordpress.com)

Bijbel thema Boekenweek 2019?

bijbel-en-phone

Het thema voor de Boekenweek 2019 is nog onbekend, maar Jan Siebelink schrijft het Boekenweekgeschenk. Welk verhaal zich voor de week gaat aandienen, daar is Siebelink zelf nieuwsgierig naar. De in 2017 overleden gereformeerde theoloog prof. dr. Harry Kuitert gaf in zijn boekje Aan god doen als suggestie aan de CPNB het thema: de rol van de Bijbel. Uitgeverij Ten Have bracht in 1997 Kuiterts boektitel uit in kapitalen, wellicht om te voorkomen dat iemand zich stoorde aan god met een g. Zo werd het AAN GOD DOEN. De NRC meldde destijds dat Kuitert een onderscheid maakt tussen aan god doen en aan God doen.

Kuitert schreef over God en zijn woordvoerders. En over openbaring, waarop het christelijk gelooft zich beroept, vanouds, voor zijn waarheid. Volgens de theoloog zouden we de dragende grond van de gedachte dat te midden van de godsdiensten (en het ongeloof) ‘christelijk’ hetzelfde is als ‘geopenbaard’, in de Bijbel moeten zoeken.

Maar dat klopt niet. Niet de Bijbel, maar de theorie óver de Bijbel, de theorie als gods onfeilbaar woord, een woord dat echt ‘van boven’ komt, is de drager. Deze theorie brengt onheil, verknoeit het geloof, bederft het Bijbellezen en ontkracht de communicatie over het geloof. ‘Gods woord zegt…’ snijdt elk gesprek af, is zelfs bedoeld om tegenspraak uit te sluiten.’ (uit: AAN GOD DOEN)

De theoloog hoopte dat als je van deze theorie zou afstappen de Bijbel weer terug werd gebracht naar waar hij hoort, bij de mensen, want de Bijbel heeft eeuwenlang als volksboek gefunctioneerd en waarom zou je dat je laten ontfutselen door een theorie?

Voor de christenheid blijft de Bijbel het boek der boeken, en niet voor de christenheid alleen. Hierbij alvast een suggestie voor de Commissie voor de Propaganda van het Nederlandse Boek: over tien jaar de rol van de Bijbel als thema van de Boekenweek.’ (Harry Kuitert)

Siebelink werd vooral bekend in 2005 met zijn autobiografische roman Knielen op een bed violen, over de religieuze extase en verdwazing van zijn vader.

Op een beslissend punt in zijn volwassen bestaan heeft Hans Sievez een diepreligieuze ervaring; hij is ervan overtuigd voor een kort moment in direct contact met God te hebben gestaan. In de daarop volgende zoektocht naar zingeving en het eeuwige leven verliest hij het zicht op de werkelijkheid en het contact met zijn omgeving. Zijn huwelijk en de relatie met zijn twee zoons komen onder grote druk te staan.’ (Cover Knielen op een bed violen)

Volgens Kuitert zijn Bijbelteksten – wat ze ook geweest mogen zijn voor vorige generaties – geen letterlijke beschrijvingen of directe geboden, en is de uitleg van de Bijbel vrij. Hij vindt dat ‘Ga uit uw land en uit uw maagschap [bloedverwanten, PD]’ gelezen kan worden als aansporing om een zelfstandig persoon te worden, met een eigen verantwoordelijkheid.

Wie niet zijn vader of moeder verlaat’, als een opdracht tot uittocht uit de instituten; de opstanding van Jezus als aanmoediging tot maatschappelijke en politieke opstand. Dat kan en mag allemaal, zolang je ‘lezing’ niet voor ‘uitleg’ aanziet, en er het religieus gezag van ‘Gods woord’ voor opeist.’ (Kuitert)

In het boek Knielen op een bed violen komen zeer veel verwijzingen voor naar de Bijbel, maar een van de commentaren is, dat als je de Bijbel niet goed kent, je er overheen leest. Misschien is Kuitert al op zijn wenken bedient, en heeft Siebelink het verhaal allang geschreven: het verhaal over zijn vader, over het geleidelijke maar onstuitbare afglijden van een zachtaardig maar in zijn jeugd verwond man – vluchtend in het zwartste calvinisme.

jansiebelink.nl
E
r waren toen en er zijn nu nog altijd mensen die de Bijbel eng uitleggen. Zoals Jan Siebelink in Vrij Nederland in 2009 zei dat hij voortdurend brieven krijgt:

Brieven die mij de straf al toedienen. ‘De Heere der Heerscharen zal u de kop vermorzelen.’ Ze zijn anoniem en komen ’s nachts door de brievenbus. Daar ben ik toch wel een beetje bang voor. Dan denk ik: mijn vader dacht er ook zo over.’ (Jan Siebelink)

Siebelink zegt dat hij tot zijn 32e heeft geloofd en later afstand heeft genomen. Het geloof is als een mantel van hem afgegleden. Misschien heeft hij wat aan Sartre en Camus gehad, die hij al las op zijn zeventiende. Op school. Toch blijft voor Siebelink de Bijbel een cultureel en sacraal boek, zegt hij in Het hoogste woord (2006). Het heeft een grote waarde voor hem. Bij hem blijft nog altijd de vraag of er een God is ‘die ons opvangt’. Kuitert heeft voor hem het mysterie weggehaald. Hij zelf wil ervoor open blijven staan.

Misschien dat Jan Siebelink toch (weer) over de rol van de Bijbel kan schrijven als Boekenweekgeschenk 2019. Hij is er immers van overtuigd dat de Bijbel opnieuw ontdekt wordt. Hij heeft zo zijn gedachten over de wereld en de Bijbel.

Dat boek hebben we nodig om niet in huilen uit te barsten in de IKEA’s van deze tijd en ons doorgeslagen materialisme. Behalve die religieuze leegheid waarbij niets ons meer lijkt te overstijgen, krijgen we ook steeds meer te maken met de islam, een hermetische godsdienst die geen Verlichting of Reformatie heeft gekend. Dat wordt als bedreigend ervaren. Als reactie hierop verwacht ik een omkeer, misschien wel een herkerstening van West-Europa. Hoe mensen daarbij hun geloof ook zullen vormgeven, het kan niet anders dan dat de Bijbel daarbij een belangrijke rol gaat spelen. Dat boek is en blijft immers een centrale bron van onze cultuur.’ (Siebelink)

Je zou zeggen dat Siebelink materiaal genoeg in huis heeft om over de (nieuwe?) rol van de Bijbel als thema voor het Boekenweekgeschenk 2019 te schrijven. Hij zei in 2016 heel veel verhalen te hebben. Misschien kan hij aan ‘ons doorgeslagen materialisme en die religieuze leegte’ woorden geven, in relatie met het economisch liberalisme en de liberale wereldorde bijvoorbeeld. – De Boekenweek vindt plaats van zaterdag 23 tot en met zondag 31 maart 2019. Het thema wordt op een later moment bekendgemaakt.

Beeld: zininwijkbijstuurstede.nl

Foto: Jan Siebelink (detail cover Het Onzegbare)