Zingevingscrisis biedt kansen

Hartverwarmend was het: de hoopgevende en positieve blik in de toekomst met journalist Wouter van Noort (NRC – ‘Future Affairs’). Hij doet prachtig verslag over de nieuwste wetenschappelijke ontdekkingen én zingeving. De Ongelooflijke Radio liet dat graag horen afgelopen zaterdagnacht.   

Het positieve geluid van Van Noort bestaat al een tijd in de vorm van de Nieuwsbrief van Future Affairs. Hierin word je op de hoogte gehouden van nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap. Van Noort verbindt wetenschap op heldere wijze met spiritualiteit. Voorzichtig laat de wetenschap zien dat er meer is tussen hemel en aarde. Zingeving en de toekomst verbinden zich.

In de woorden van Van Noort hoor je onmiskenbaar dat de zingevingscrisis waarin de wereld zich bevindt, wel degelijk kansen biedt. Crisis is kans. Van Noort veranderende van atheïst in agnost…


Wouter van Noort

In Het Ongelooflijke Café Carèl op de Janskerkhof in Utrecht sprak de journalist afgelopen zaterdagnacht begeesterd over hoe die nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen laten zien dat er méér is, samen met David Boogerd en theoloog Stefan Paas.  

Wouter van Noort heeft twee boeiende en populaire nieuwsbrieven met tienduizenden abonnees: ‘Future Affairs’ over de toekomst en ‘Transcend’ (Zingeving gezocht) over zingeving. Van Noort kijkt, leest, luistert en vraagt zoveel mogelijk over technologie, klimaatverandering, nieuwe manieren van leven en systeemtransformatie, en deelt die oogst elke zaterdagochtend.

De Ongelooflijke Podcast is al meer dan een jaar te beluisteren en sinds kort ook De Ongelooflijke Radio. Zij geven zin aan nieuwe ontwikkelingen, met uitzendingen over spiritualiteit, religie, filosofie, wetenschap en nog veel meer moois. 🦋

#129 – Ongelooflijke Café: Hoe nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen laten zien dat er méér is (met Wouter van Noort en Stefan Paas)

Foto Wouter van Noort: Twitter

Het staat in, nee, zo verstá ik de Bijbel

God schrok geweldig.Mon Dieu! Wat lees ik nou: De Bijbel als Gods enige en onfeilbare Woord staat niet alleen wereldvrede in de weg, maar frustreert ook een gezond vertrouwen in de mens en zijn mogelijkheden.” In toorn ontstoken las de Almachtige mee over mijn schouder. ‘Zo heb ik het nooit bedoeld!’ Het Opperwezen vl**kte nog nèt niet, al kan Gods toorn best heftig zijn, zeker dezer dagen.

‘Wie zijn standpunt verdedigt met ‘Het staat in de Bijbel’, zou moeten zeggen:
‘Zo verstá ik de Bijbel.’
(Dirk van de Glind)

‘Eh, beste Schepper,’ zei ik zo empathisch mogelijk, ‘je moet wel correct citeren, want het staat er nèt even anders. Er staat in die zin nog iets vóór, namelijk: ‘De overtuiging dat…’ ‘Hemeltje!,’ riep de Allerhoogste verbouwereerd uit, ‘trap ik zèlf in de val dat je Heilige Woorden verkeerd kan lezen.’ ‘Kan de beste overkomen,’ zei ik schertsend, ‘maar belangrijker is ze goed te verstáán, toch? En daar gaat juist dit artikel over.’ ‘Je hebt gelijk, laten we samen lezen, eh… verstáán.’

In dit zevende deel van de serie ‘Van geloven naar vertrouwen’ stelt Dirk van de Glind dat de overtuiging dat de Bijbel Gods enige en onfeilbare Woord is, niet alleen wereldvrede in de weg staat, maar ook een gezond vertrouwen in de mens en zijn mogelijkheden frustreert.’
(Volzin, januari 2023)

God had natuurlijk beter kunnen weten, want auteur Van de Glind was al in zijn boek Het lef om op te staan ervan overtuigd dat de Bijbel – die hij het ‘Oude Boek’ noemt – op iedere bladzijde tot waarachtige menselijkheid oproept. Het legt een onvoorwaardelijk geloof in onze menselijke mogelijkheden aan de dag en biedt een schat aan verhalen waarin het streven naar een zinvol bestaan het leidmotief is, maar…

‘… het laat ook met groot psychologisch inzicht zien hoe dat streven verwrongen kan raken. En hoe het tot mislukking en ellende kan leiden, zowel op het persoonlijke als op het maatschappelijke vlak. Van de Glind blaast in dit boek [Het lef om op te staan] het starre dogmatische stof van oude verhalen. Tegendraads, maar met compassie en humor laat hij Bijbelse figuren opstaan als mensen van vlees en bloed. Ze kijken de verraste lezer aan en dagen hem of haar uit het leven voluit te leven.’
(Uit: Het lef om op te staan)


In het artikel Van goddelijk dictaat naar menselijke oproep, in Volzin, zegt Van de Glind dan ook dat wie de Bijbel alleen verstaan kan binnen vooraf opgezette of opgelegde kaders, het risico loopt ‘dat zij slechts hoort wat zij horen wil en wat zij waarschijnlijk toch al wist. Maar op deze wijze is de Bijbel een afgod geworden, een buiksprekend gouden kalf: “Dit zegt God!”’

Wie zijn standpunt verdedigt met “Het staat in de Bijbel”, zou moeten zeggen: “Zo verstá ik de Bijbel.” Dat mag hoogmoedig lijken, maar het kan simpelweg niet anders omdat je nooit aan je eigen oordeel ontsnappen kunt. Wie zegt gehoorzaam te willen leven aan ‘het Woord van God’ kan dat immers alleen maar betekenisvol doen als het om een bewuste keuze gaat.’
(RvG)

Van de Glind haalt onder meer Socrates en Mozes aan. (‘Het is niet in de hemel(!), niet aan de overkant van de zee. Maar het is zeer dicht bij je, in je mond en in je hart’.) Ook een aantal keren vind je wijze citaten van Etty Hillesum (1914-1943), zoals:

Zo leven dus de mensen. Ze gebruiken de anderen om zichzelf van iets te laten overtuigen, waaraan ze in hun hart niet geloven. Je zoekt dan in de anderen een instrument om de eigen innerlijke stem te overschreeuwen. Als iedereen toch maar wat meer zou luisteren naar zijn eigen innerlijke stem, als iedereen zou proberen er een te laten opklinken in zichzelf, dan zou er een hoop chaos minder zijn.’
(Etty Hillesum)


Bijbels opvoeden

De Bijbel noemt Van de Glind ‘Het Oude Boek van Liefde’. Oud staat hier voor ‘wijs en eerbiedwaardig’ en Liefde is de liefde die hij ervaart als ‘de grond en het wezen van mijn humaniteit’. Religies ziet de auteur als menselijke pogingen te dealen met de grote vragen van het leven. Hij vindt dat we elkaar dus niet hoeven overtuigen van ons grote gelijk, en al helemaal niet te vuur en te zwaard. We kunnen open zijn naar elkaar in gelijkwaardigheid en van elkaar leren.

Op dezelfde manier zie ik de Bijbel als een boek van ménsen, waarin een grote rijkdom aan levenswijsheid, inzichten en vermoedens verzameld is. Ik ben de stem van liefde gaan verstaan die eruit opklinkt en ben de mensen dankbaar die eraan hebben gewerkt: de zieners en de dromers, de mensen die hunkerden naar gerechtigheid en wilden bouwen aan een betere wereld, degenen die het aandurfden te vertrouwen op de zachte krachten van liefde en mededogen.’
(RvG)

Bronnen:
* Van goddelijk dictaat naar menselijke oproep (Dirk van de Glind, Volzin)
* Het lef om op te staan: de bijbel zonder vrome praatjes (Dirk van de Glind)

Cartoon: 
Deel uit strip Anton Dingeman van Pieter Geenen, Trouw – 23 november 2021
Beeld gouden kalf: illustratie van een bijbelkaart gepubliceerd in 1901 door de Providence Lithograph Company (Wikipedia)
Foto Holy Bible: bijbelsopvoeden.nl

‘De denker is altijd religieus’

De denker is altijd religieus, omdat die niet kan denken op een filosofische manier zonder contact te hebben met het wonder van betekenis. Maar de denker kan heel goed denken, zonder gelovig te zijn in termen van een christelijke dogmatiek. – Met de zichzelf ‘in zekere zin’ als een gelovige beschouwende Denker des Vaderlands Paul van Tongeren, heeft Soφie een interview over ‘betekenis’ als kernwoord van de filosofie en de verhouding tussen filosofie en religie. ‘Het wonder van betekenis’ is het punt waarop religie en filosofie elkaar raken.

‘Een filosofische vraag is per definitie een vraag naar betekenis’
(Paul van Tongeren)

Het wonderlijke dat de werkelijkheid voor ons altijd al betekenisvol is, wordt in de religie uitgelegd in rituelen, praktijken, gebeden en theologische theorieën. Datzelfde wonderlijke gegeven wordt in de filosofie geuit en uitgelegd in de vragende houding. Wat is dat eigenlijk, ‘natuur’, of wat is nu eigenlijk ‘mens-zijn’ of ‘menswaardig zijn’. Die vragende en onderzoekende houding, dat is de filosofische houding ten opzichte van betekenis. Terwijl de aanbiddende, vererende cultiverende praktijk de religieuze uitwerking ervan is.’

Op de vraag wanneer de relatie tussen religie en filosofie problematisch wordt, zegt Van Tongeren dat het lastig wordt op het moment dat religie een heel bepaalde vorm krijgt, bijvoorbeeld de christelijke religie of de reformatorische interpretatie van het christendom.

Paul van Tongeren schreef Het wonder van betekenis, Hierin zegt hij dat een van de problemen van spreken over het wonder is dat het door die term onmiddellijk religieus gaat klinken.

Een wonder is nu eenmaal iets dat de wetenschap niet, of niet helemaal, kan verklaren. Ik vind dat niet zo erg trouwens, die religieuze bijklank. Het is zelfs een beetje mijn bedoeling die associatie te wekken. (…) Ik ga in tegen seculariserende stemmen die wat er nog van godsdienst rest in onze samenleving willen wegpoetsen, inclusief zelfs maar de herinnering eraan, alsof het de laatste restjes middeleeuwse achterlijkheid betreft. Zo van: dat hebben we nou gehad, nu kunnen eindelijk redelijk gaan denken.’
(Uit: Het wonder van betekenis)

De auteur gaat op zoek naar geluk en wijsheid. En zegt dat ons denken uitgedaagd wordt door het grootste wonder dat er is: dat er betekenis bestaat. Dat wij niet anders kunnen dan betekenis zien, horen, voelen, ruiken, kennen. Die betekenis is er niet zonder ons. Wat zou er überhaupt kunnen zijn zonder ons?

De filosoof hoeft niet zijn eigen geloofspraktijk tussen haakjes te zetten. Laat ik zeggen hoe het voor mij is: ik beschouw mijzelf in zekere zin als een gelovige. Ik kan niet anders dan zeggen ‘in zekere zin’, vanwege wat volgt. Dat zet ik niet tussen haakjes als ik denk. Maar dat neemt niet weg dat ik denkend kan zeggen: God is een naam die we geven aan een soort knooppunt van betekenis en betekenisgeving. Terwijl ik in de kerk een gebed kan uitspreken, waarin ik God zeg, maar dan op een andere manier’

Er is een zekere gespletenheid in mij, zegt Van Tongeren, als hij zichzelf een filosoof en ook een gelovige noemt. Niet omdat hij niet beide tegelijkertijd kan zijn, maar omdat hij een andere taal in de kerk spreekt dan achter zijn bureau.

Dat leidt tot het volgende soort paradoxale uitspraken: ik kan bidden tot God en tegelijkertijd zeggen dat ik helemaal niet weet wat dat betekent. Hoe ik die twee bij elkaar krijg? Daar heb ik eerlijk gezegd niet zoveel moeite mee.’

Als bepaalde betekenissen in onze cultuur zo sterk door een bepaalde religieuze praktijk gevormd zijn, dat we ze eigenlijk daarvan niet meer los kunnen maken – dankbaarheid bijvoorbeeld – dan dreigt er iets verloren te gaan, aldus de denker.

Niet de religieuze praktijk waarbinnen die betekenis gestaan heeft, maar die betekenisnotie zelf. Als wij de ervaring van dankbaarheid verliezen, omdat we die niet meer kunnen verstaan in termen van een bepaalde religie, dan ga ik niet die religie verdedigen, maar dan ga ik proberen de dankbaarheid te redden. Als filosoof probeer ik namelijk iedereen aan te spreken, niet alleen een religieus smaldeel.’


Friedrich Wilhelm Nietzsche

Over zijn relatie met het werk van Friedrich Nietzsche zegt Van Tongeren dat Nietzsche uitdrukkelijk het gevecht aangaat met religie, maar tegelijkertijd een merkwaardig soort van affiniteit met religie ziet. Hij houdt zich veel bezig met Also sprach Zarathustra. Dat werk ziet hij door en door verweven met religieuze en vooral Bijbelse literatuur.

In een ander werk, De antichrist, staat een lofzang op de Jezusfiguur. Tegelijkertijd is er een enorme haat. Natuurlijk geeft dat een spanning, maar dat is wat Nietzsche voor mij aantrekkelijk maakt. Het is iemand die je voortdurend weer wakker schudt, irriteert en prikkelt. Ik kan die spanning tussen Nietzsche en mijn religieus-zijn absoluut niet wegnemen. Maar daar heb ik ook helemaal geen behoefte aan. Dat hoort erbij.’

Bron: Betekenis als het hart van de filosofie (Soφie)
Beeld: Tim Dirven, Museum Leuven, De Morgen (B)
Beeld Nietzsche: Filosofie Magazine

Het wonder van betekenis | Marc van Dijk – Paul van Tongeren | Boom Filosofie | € 17,50 | E-book € 14,90

►Tip!
De Ongelooflijke Podcast 8 januari 2023, #122: ‘God is dood’, zei Nietzsche. Heeft hij een punt? – met Denker des Vaderlands Paul van Tongeren en theoloog Stefan Paas.

‘Horen wij nog niets van het gedruis der doodgravers die God begraven hebben? Ruiken wij nog niets van de goddelijke ontbinding? – ook goden raken in ontbinding! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!’
(Uit: GodenEnMensen: Friedrich Nietzsche, De dolle mens – vertaald door Pé Hawinkels)

Toch die blijvende zoektocht naar God

Oppergod Zeus krijgt zojuist de cijfers van statistiekenbureau CBS onder ogen. Ook zijn tempel Olympieion trekt minder gelovigen. Tegen Hera klaagt hij: ‘De zaak der goden staat er uiterst kritiek voor en het wordt op het scherp van de snede uitgevochten of wij in de toekomst nog eer behoren te ontvangen en de eregaven behouden die wij op aarde genieten, of dat wij volledig buiten spel behoren te staan, ja zelfs helemaal niet meer in het spel voorkomen.’

‘Toch lijkt het raadzaam zich in te voegen in een groter geheel, in een kerk,
wil men niet navelstarend door het leven gaan.’
(Daniël De Waele)

Daniël De Waele gaat (zonder mijn CBS-fantasie) ver terug in de (ideeën)geschiedenis en kijkt ook naar de toekomst in Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God. In dit boek dat in februari 2023 uitkomt, bezint hij zich op ‘de spannende vraag hoe de gelovige tot God kan naderen, hoe hij de gans Andere kan ontmoeten’.

Godenschemering van Daniël De Waele is een theologische cultuurgeschiedenis die de evolutie van het geloof in God uitdiept in de loop der tijd. Israël ontdekte in een polytheïstische wereld de Ene God, die door de tijd heen steeds humaner werd en dichterbij kwam. Hoe is het geloof na die grote stap geëvolueerd? Hoe past het verdampen van het geloof, dat uiteindelijk eindigde in de dood van God, in deze evolutie? En welke rol heeft het bestormen van de godenbeelden gespeeld? De Waele ontwaart naast deze geloofsevolutie een andere geschiedenis: een blijvende zoektocht naar de ene God.’
(Kokboekencentrum)

Steeds minder Nederlanders rekenen zich tot een religie of levensbeschouwing blijkt uit cijfers van CBS. Ik zie dat sommige media hieruit de verkeerde conclusie trekken dat het percentage gelovigen in Nederland verder is gedaald. Wel zijn er gelovigen die het instituut kerk minder bezoeken. God is echter overal en de manier om Hem te ervaren is niet echt meer in de kerk. Die gebouwen verdwijnen dan ook in rap tempo, de gelovigen niet.

W
aarom zouden mensen plots, of langzaamaan, het geloof in de goden opgeven, vraagt De Waele zich desondanks af. Alsof ook hij het aantal gelovigen alleen maar afleest uit kerkbezoek. Hoe kan het, dat wat mensen eeuwen en eeuwenlang als vanzelfsprekend hebben aangenomen, dat uiteindelijk toch gaan betwijfelen, is desalniettemin zijn onderzoeksvraag. 

Volgens William James, Amerikaans filosoof en psycholoog, moet het ontstaan van geloof in goden altijd van psychologische aard zijn geweest. Mensen ervoeren dat de goden leiding gaven, dat zij beschermden tegen boze machten, dat zij voor vruchtbare akkers zorgden, dat zij, kortom, in het algemeen zeer nuttig waren. Als dat in later tijd veranderde, als de goden gebeden niet verhoorden of zij niet langer beantwoordden aan ondertussen gewijzigde menselijke verwachtingen, zeden of idealen, geraakten die goden in onbruik.’

De auteur zegt dat zijn boek over de belangrijke ontwikkelingen verhaalt die zich in het godsgeloof hebben voorgedaan op de lange weg doorheen de geschiedenis waarin de mens met zijn God wandelde.

Het zijn vaak ingrijpende zaken, soms zijn het dramatische omwentelingen, die zonder dat we het beseffen, ons denken en geloven (als dat er nog is) hebben vormgegeven.’

Ook over de teloorgang van het heiligdom verhaalt dit boek, van wat millennia lang de ontmoetingsplaats is geweest tussen hemel en aarde. De auteur onderzoekt eveneens welke gebeurtenissen in de geschiedenis van Israël aanleiding hebben gegeven zich te beperken tot aanbidding van Jahwe alleen, en hoe Israël op de gedachte gekomen is dat er welbeschouwd toch maar één God bestaat. Een ander hoofdstuk vertelt over geweld en doodslag die door God worden bevolen:

Het feit echter dat de gelovige dit als probleem ervaart is opmerkelijk; het houdt een expliciete kritiek in op de Schrift, die toch juist voor de gelovige gezaghebbend is.’

Alles wat ons overkomt, wordt ons uit de liefderijke hand van God geschonken: zegen en straf, leven en dood, zegt de auteur. Het alternatief is een volstrekte willekeur in de gebeurtenissen van deze wereld:

Maar dat dingen zomaar, willekeurig gebeuren, dat wat je overkomt geen enkele betekenis heeft, wie kan dat verdragen?’

Drie hoofdstukken gaan specifiek over transformaties in het geloof van christenen. Ook beschrijft de auteur de Drie-eenheidsleer:

Dat is tegenwoordig geen erg populair gespreksonderwerp, maar dat is ooit anders geweest. In de 3e en 4e eeuw stortte menigeen zich in vurige controverses over hoe God precies in elkaar zat.’


Daniël De Waele

Vervolgens gaat Godenschemering in op hoe zich met name in Europa een evolutie heeft voltrokken van geloof naar ongeloof; hoe de evolutietheorieën van de Grieken en die van Darwin eruit zagen; en als God er niet meer was, wat is dan de betekenis geweest van religie in al die eeuwen die voorbij zijn gegaan; over de onvrede met het verdwijnen van God en de hunkering naar het geestelijke, naar mystiek; over mystiek buiten de kerk; over ‘onze eigen tijden’ en de hedendaagse gelovige:

Kort samengevat komt het erop neer dat die zelf wel zal uitmaken wat hij gelooft en hoe hij gelooft. Toch lijkt het raadzaam zich in te voegen in een groter geheel, in een kerk, wil men niet navelstarend door het leven gaan.
Tenslotte bezinnen we ons over de spannende vraag hoe de gelovige tot God kan naderen, hoe hij de gans Andere kan ontmoeten. Terwijl de vorige hoofdstukken vooral beschrijvend en informatief zijn, geef ik in dit laatste hoofdstuk ook mijn eigen, persoonlijke visie weer. Als gelovige.’

Bron: Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God (danieldewaele.com)

Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God | Daniël De Waele | KokBoekencentrum | Verschijnt 9-2-2023 | 352 pagina’s | € 27,99 | E-book: € 14,99 | Dr. Daniël De Waele is leraar Protestantse Godsdienst en docent Nieuwe Testament aan het Hoger Instituut voor Protestantse Godsdienstwetenschappen (HIPGO) te Brussel. Daarnaast is hij lid van de Leerplancommissie voor Protestants Godsdienstonderwijs in Vlaanderen.

Beeld: Het beeld van Zeus (5e eeuw v.Chr.) stelde de Griekse oppergod voor, tronend op de berg Olympus. Het beeld stond in de Dorische tempel van Olympia, waar de oorspronkelijke Olympische Spelen werden gehouden ter ere van deze god. (wereldwonderen.com)

Beeld Daniël De Waele: Berne Media