Anatheïsme: zijn met God en leven zonder God

UITGELICHT Anatheïsme is een poging om het seculiere te sacraliseren en het sacrale te seculariseren. Of, zoals theoloog Richard Kearny in Anatheism – Returning to God After God Bonhoeffer citeert: ‘Zijn met God en leven zonder God’. Door de wortels van ons eigen anatheïstisch moment te analyseren, aldus de uitgever, laat Kearney niet alleen zien hoe een terugkeer naar God mogelijk is voor degenen die ernaar zoeken, maar ook hoe een meer bevrijdend geloof geboren kan worden.

‘Anatheïsme een weg voorbij theïsme en atheïsme. ‘Er is één werkelijkheid, maar groter dan wij denken. Zij gaat ons te boven’
(Theoloog Wim Jansen)

Atheïsme is volgens Jansen de ontkenning van theïsme, dat hij omschrijft als het geloof aan een als schepper boven de mens staande, zelfbewuste, persoonlijke, levende God.

‘De theïst gelooft dat God bestaat als een zelfstandige entiteit God, een wezen boven onze werkelijkheid en hij gelooft daarmee ook in een werkelijkheid boven de onze. Anders gezegd, in het theïsme, met uitzondering van het pantheïsme, wordt uitgegaan van dualiteit: deze wereld en een ‘bovenwereld’. Wat is atheïsme? De ontkenning daarvan.’


(Cover: Marc Chagall: Jacob worstelt met de engel)

Eén werkelijkheid
In de discussie tussen theïsme en atheïsme vindt hij dat de dualiteit van deze wereld en een ‘bovenwereld’ telkens de inzet en het punt van vervreemding is.

‘De wegen gaan uiteen in de al dan niet aanname van een werkelijkheid buiten de onze. Het wordt tijd om deze kloof te overbruggen. Uitgaande van het moderne wereldbeeld is er maar één werkelijkheid en die sluit zoiets als God niet uit, maar in.’

Returning to God after God
God is wat wij God noemen, zegt Jansen. Hij vindt het een soortnaam die wij toedichten aan de ervaring van iets dat ‘anders’ is, huiveringwekkend misschien, zuiver, teer, heerlijk, overvloedig.

‘Dit ‘anders spreken over God’ maakt de termen theïsme en atheïsme overbodig. De theoloog Richard Kearny heeft er een speelse term voor uitgevonden: anatheïsme. In zijn boek Anatheism – returning to God after God verklaart hij dat begrip op tweeërlei wijze: an-atheïsme, d.w.z. geen atheïsme. En ana-theïsme, wat betekent: aan het theïsme voorbij.’

Richard Kearney
Praying
Jansen vertelt over een kennis van hem, David, die een bijzondere definitie van bidden gaf:

‘When I’m praying I feel I’m in contact with something that’s bigger than me.’

Open en universeel
Deze uitspraak verraste de theoloog aangenaam:

‘Something that’s bigger… iets dat groter is dan ik. Kan het opener en universeler worden uitgedrukt? Een anatheïstische formulering binnen een theïstisch concept.’

Anatheism – Returning to God After God | Richard Kearney | ISBN 9780231147897 | Verschenen 01-01-2011 | Van Ditmar Boekenimport B.V. | Paperback | Auteur(s)  | 1 e druk

Bron o.a.: Een weg voorbij theïsme en atheïsme (NieuwWij)

Beeld: Detail boekomslag Anatheism – Returning to God After God – Marc Chagall: Jacob worstelt met de engel.
Update november 2025 (Lay-out)

‘Was ik uiteindelijk daartoe op aarde?’

Als je één allermeest dierbare ervaring mocht meenemen naar het hiernamaals – waarmee je het daar dan ook moet doen – welke ervaring zou je dan meenemen? Met deze vraag uit de wonderlijke film After Life, van Hirokazu Koreeda, met als ondertitel: ‘Was ik uiteindelijk daartoe op aarde?’, legt theoloog Tjeu van den Berk het numineuze uit als iets wat onuitsprekelijk totaal anders is. Het begrip ‘numineus’ is bedacht door godsdienstwetenschapper Rudolf Otto.

Kindertijd
Otto doelt hiermee op de ervaring die zich ‘door haar diepte onttrekt aan een verstandelijke verklaring en die dus niet op een vertrouwde, heldere manier is te definiëren’. Numineuze ervaringen worden vooral gemeld uit de kindertijd en vaak zijn het ervaringen in de natuur. Ze blijken veelal een enorme invloed te hebben op het verdere leven.

After life
Van den Berk geeft verschillende voorbeelden uit de film, maar ook van schrijvers als Harry Mulisch en Godfried Bomans. Een van de ervaringen uit de film is die van een prostituee die samen met een van haar klanten geen seks heeft, maar samen in stilte over het water kijken. De filmploeg van After Life ontdekt later dat ze die plek niet kunnen vinden. De plek blijkt niet te bestaan, maar de verbeelding van de prostituee blijkt zo intens beleefd dat het voor haar een echte en diepe numineuze ervaring is geworden die haar verdere leven bepaalt.

Anders dan de ‘ik-ervaring’
De numineuze ervaring voelt als kosmisch, opgenomen in het geheel, in tegenstelling tot de sterk individuele ‘ik-ervaring’. Deze laatste is een volstrekt andere, zo legt Van den Berk uit. Als voorbeeld geeft hij de ervaring van een vierjarige die boven aan de trap naar zijn moeder kijkt die beneden staat. Plotseling wordt hij er zich bewust van dat hij een ‘ik’ is, een eigen identiteit heeft, iemand ís. Hij treedt buiten zijn omgeving, grenst zich af. Het voelt als bevrijding.

Het numineuze
Van den Berk vertelt over zijn boek Het numineuze. Hij declameert er verhalen uit en leest op aanstekelijke wijze prachtige passages voor van onder meer Mulisch en Bomans. Ook zij blijken in hun kindertijd in de natuur numineuze ervaringen te hebben beleefd, met een verstrekkend gevolg voor hun verdere leven. Mulisch beschreef zijn numineuze ervaring in de natuur als ‘de heilige vijver’. Zo’n ervaring raakt je echt, is vrijwel niet na te vertellen, staat los van alles, ontstijgt ruimte en tijd, terwijl het wel in ruimte en tijd plaatsvindt.

Heerlijk nietsdoen
De numineuze ervaring is geen religieuze, maar eerder een kosmische ervaring en geeft een sterk gevoel van verbondenheid. Het gebeurt op stille momenten, terwijl je bijvoorbeeld in het gras ligt te luisteren naar veldleeuweriken. ‘Dat doen we nauwelijks meer in onze tijd,’ zegt Van den Berk. ‘Kinderen móeten tegenwoordig van alles en worden continu van de ene sportclub naar de andere vioolles gebracht. Waar is het heerlijk nietsdoen en de stilte dat tot numineuze ervaringen leidt?’

Capita Selecta Utrecht
Op vier woensdag-avonden vanaf 25 november 2020 geeft Tjeu van den Berk de cursus Moments of Being: Inleiding in het Numineuze. Zie voor meer informatie en aanmelding bij de Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht. | ‘We moeten weer een pleidooi houden voor het verbeeldend bewustzijn waarin een mens speelt, zich illusies vormt, droomt en gevoelig is voor het paradoxale karakter van het leven. In deze cursus wordt gebruik gemaakt van literatuur, muziek en filmmateriaal.’

Het numineuze | Tjeu van den Berk | VBK Media | ISBN 9789021140407 | 300 pp. | €24,99

N.B. De DVD van After Life is bijna uitverkocht. HIER misschien nog wel.

Beeld: Detail van het boek Het numineuze

De poorten tot het oerbewustzijn

‘Als we blijven doen alsof de fysieke werkelijkheid de enige is die bestaat, dan zal dat geloof ons uiteindelijk de das omdoen. Het is de sombere en schamele gedachte die materialisme heet. Gelukkig zijn er steeds meer boeken die de oude ‘waarheden’ ontkrachten en ontmantelen.’ Dit zegt Eben Alexander in een interview met Rinus van Warven in het nieuwe boek Het geheim van Elysion. 

Het allergrootste inzicht dat me ten deel is gevallen, is dat het bewustzijn niet in de hersenen wordt gecreëerd.’ Het is volgens hersenchirurg Alexander de hoogste tijd dat deze wereld wakker wordt als het gaat om het ‘waar zijn’ van een nabij-de-dood-ervaring (NDE).’

Het geheim van Elysion
Het is een van de vele interessante artikelen in Het geheim van Elysion. ‘Elysion was in de Griekse mythologie de aanduiding voor de verblijfsplaats van de gelukzaligen. Dat idee ontstond in de Minoïsche cultuur, waar het idee is ontstaan. Je kon alleen maar in Elysion terechtkomen na een levensbedreigende ervaring van bijvoorbeeld vuur of bliksem.’ Van Warven zegt hierover dat de verwantschap met de NDE zich laat raden. Al direct biedt dit boek veel meer dan verhalen over nabij-de-doodervaringen. Zo veel verdieping en achtergrond is er te vinden, zoals bijvoorbeeld een van de eerste hoofdstukken een heldere Vedische visie geeft op de NDE.

Carl Gustav Jung
Het boek gaat ook – onder veel meer – over ons bestaan als zuiver bewustzijn; over Carl Gustav Jung die bij de ‘uiterste grens’ is geweest toen hij, na eigen zeggen, de dood nabij was. Een uiterst boeiend artikel van Pey de Vries-Ek, redacteur en vertaler voor het werk van C. G. Jung. Net als het artikel van Hans Gerding: Weten in plaats van geloven. Maar nu naar De poorten tot het oerbewustzijn. Oerbewustzijn is dan een bewustzijn dat we allemaal delen. Onze hersenen dienen hierbij als een filter dat ons toegang geeft tot dat oerbewustzijn. Alexander zegt hierover:

Het brein dient als een schuilplaats die dit oerbewustzijn toestaat zich te uiten in een zeer beperkte en lokale vorm. Veel mensen denken dat ons bewustzijn beperkt is tot het brein. Maar weet je, er zit hier – gevangen tussen mijn oren – een gelatineachtige massa van 1,5 kilo die in warme, donkere baden zweeft.’

Als het hindoeïsme en het boeddhisme het hebben over Brahman en Atman, over bewustzijn en oerbewustzijn, dan moge toch duidelijk zijn dat deze kennis al zo’n 5.000 tot 10.000 jaar oud is? Fascinerend, toch? Er is niets nieuws onder de zon. We zijn in onze tijd de manier waarop we naar de realiteit – en onze relatie met het universum – kijken, blijven herschikken. Wat er nu naar voren komt, is een zeer positieve ontwikkeling. Dat weerspiegelen de diepe wijsheid en waarheid van spirituele tradities, zowel in het Oosten als in het Westen.’

De spirituele aard van het universum
Alexander zegt dat onze grote religieuze systemen allemaal afkomstig zijn van een mens wiens verandering in zijn bewustzijn hem de bredere aard van het universum liet zien: de spirituele aard van het universum.

Dat is wat ze met de mensen gingen delen. Dus was ons religieuze systeem gedurende 5.000 jaar gevormd door profeten en mystici die een NDE hebben gehad en terugkwamen op deze wereld om hun verhaal te delen. Maar in de jaren zestig van de vorige eeuw werd het universum ‘moe van die regeling’. Het universum besloot artsen technieken te geven waarmee ook ‘gewone’ patiënten met een hartstilstand konden worden gereanimeerd. En zo bevolkten we sinds de late jaren zestig de wereld met tientallen miljoenen zielen die naar ‘de andere kant’ waren geweest en terugkwamen. Dat is geen toeval.’

Het geheim van Elysion | Nieuw Nederlands boek over NDE | 3 september 2020 | 432 pg. | Gebonden | Hardcover | € 32,50 | Omslag: Peter Slager

Beeld: karoliendeman.com

De mystieke waarde van Mozarts’ Zauberflöte

De laatste opera van Wolfgang Amadeus Mozart, De Toverfluit, beter bekend als Die Zauberflöte (1791), is niet gebaseerd op een eenvoudig speels sprookje. De opera blijkt een serieuze inwijdingsrite vol alchemistische symbolen. Lange tijd werd het libretto zelfs ‘onbegrijpelijk’ genoemd en een ‘flutsprookje’. Theoloog Tjeu van den Berk onderkent de werkelijke waarde ervan: dat het verhaal de mystieke inwijding van de menselijke ziel uitbeeldt.

Vrijmetselaarsopera
V
an den Berk schreef er een boek over: Die Zauberflöte, een alchemistische allegorie. Hij vertelt niet alleen het verhaal van De Toverfluit, maar sleept je bovendien mee in dit spirituele operaverhaal, een alchemistische bruiloft. Van den Berk maakte een uitgebreide studie van deze opera en kan zo ook over de diepere achtergronden vertellen, verscholen in deze vrijmetselaarsopera. Mozart was al op 24-jarige leeftijd in Wenen vrijmetselaar, evenals de tekstdichters van Die Zauberflöte.  

Libretto
V
an den Berk maakt de ideeën van de vrijmetselaars duidelijk. Wijsheid, kracht en schoonheid is wat zij zoeken, en deze thema’s vind je terug in Die Zauberflöte. De vrijmetselarij is een spirituele beweging, wars van dogma’s en door katholieken uit die tijd ‘erger dan het protestantisme’ genoemd. Vrijmetselaars streven echter naar verdraagzaamheid, persoonlijke groei en persoonlijke ontwikkeling. Het gaat er vooral om jezelf te leren kennen. De verhalen van alchemisten en vrijmetselaars zijn doordrenkt van symboliek. Lood in goud veranderen bijvoorbeeld betekent vooral jezelf leren kennen, jezelf worden. Je eigen ‘lood’ in ‘goud’ veranderen! En deze ideeën vindt Van den Berk terug in het libretto van Die Zauberflöte.

Op zoek naar de steen der wijzen
In voordrachten laat Van den Berk vaak de twintig minuten van de opera zien en horen, zoals deze is uitgevoerd in het Concertgebouw in Amsterdam. Zoals het hoort bij een echt sprookje loopt het goed af. Vogelvanger Papageno en zijn geliefde Papagena worden uiteindelijk, met behulp van drie knapen, met elkaar verenigd.
In zijn boek toont de auteur aan dat de opera een allegorie uitbeeldt, waarin de personages de verschillende stoffen en hun transformaties symboliseren, op zoek naar de steen der wijzen. Vanuit de tempel van de Koningin van de Nacht wordt een inwijdingsweg afgelegd, uitmondend in de zonnetempel van Sarastro. Sarastro, de ‘priester van de zon’ viert daarin samen met de andere priesters, en prins Tamino en Pamina, dochter van de Koningin van de nacht, de geslaagde inwijding, die van de overwinning van het licht op de duisternis.

Die Zauberflöte – een alchemistische allegorie | Tjeu van den Berk | Uitgever Boekencentrum

Beeld: Tamino en Pamina ondergaan hun laatste beproeving – waterverfschilderij op papier door Max Slevogt (1868–1932)

(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)