NASA, 24 theologen en buitenaards leven

Ruimtevaartorganisatie NASA is medefinancier van een onderzoeksprogramma dat als doel had om het raakvlak tussen religie en mogelijk buitenaards leven te bestuderen. Meer dan 20 theologen onderzochten hoe aanhangers van wereldreligies zouden reageren op de ontdekking van buitenaards leven. Resultaten van het onderzoek suggereren dat aanhangers van religies wellicht beter voorbereid zijn op buitenaards gezelschap dan niet-gelovigen.

Andrew Davison, priester en theoloog van Cambridge University met een doctoraat in de biochemie uit Oxford, behoort tot de 24 religieuze experts. NASA wil weten hoe mensen zullen reageren als buitenaards leven wordt gevonden op andere planeten en hoe de ontdekking van invloed kan zijn op onze ideeën over goden en schepping.

Om die reden maakt het deel uit van NASA’s voortdurende doel om het werk aan ‘de maatschappelijke implicaties van astrobiologie’ te ondersteunen, in samenwerking met verschillende partnerorganisaties, waaronder het Center of Theological Inquiry in Princeton.’

Davison brengt dit jaar een boek uit, getiteld Astrobiology and Christian Doctrine, waarin wordt opgemerkt dat hij gelooft dat we dichter bij de ontdekking van leven op andere planeten komen. Religieuze tradities zouden een belangrijk kenmerk zijn van hoe de mensheid zou functioneren door zo’n bevestiging van het leven elders, vertelt hij in een blogpost op de website van de Universiteit van Cambridge. In zijn boek zal hij kijken naar grote vragen als:

Zou God elders in het universum leven hebben kunnen scheppen? Zou hij een verlosser hebben kunnen sturen om te sterven voor de zonden van een uitheemse soort? Zou de ontdekking van buitenaards leven van religies vereisen dat ze hun scheppingsverhalen herschrijven? Of zou het gemakkelijk door religies worden aanvaard? Als je gelooft dat een God of goden alle grote en kleine wezens hebben geschapen, waarom zou je dat dan niet over het hele universum toepassen?

De ontdekking van buitenaards leven zou over een decennium, over honderden jaren of misschien wel helemaal nooit kunnen komen,’ schrijft Davison. ‘Maar als het gebeurt, is het nuttig om van tevoren over de implicaties te hebben nagedacht.’ Een rabbijn, een priester en een imam doen ook mee aan het onderzoeksprogramma om te praten over het raakvlak tussen God en buitenaardse wezens.

Het is niet het begin van een religieuze grap; het is precies wat er gebeurde in het Center for Theological Inquiry van Princeton University. Daar kwamen in 2016 meer dan 20 theologen bijeen om deel te nemen aan een programma dat gedeeltelijk werd gefinancierd door ruimtevaartorganisatie NASA. Gezamenlijk onderzochten ze hoe mensen zouden kunnen reageren op de ontdekking van buitenaards leven.’ 

Carl Pilcher, tot 2016 hoofd van NASA’s Astrobiology Institute, zei dat NASA wilde dat theologen ‘de implicaties overwegen van het toepassen van de instrumenten van de late 20e [en vroege 21e]-eeuwse wetenschap op vragen die al honderden of duizenden jaren in religieuze tradities werden overwogen. Hij zei dat het ‘onvoorstelbaar’ was dat de aarde de enige plek in het universum is waar leven is. Dat is gewoon ondenkbaar als er meer dan 100 miljard sterren in dit sterrenstelsel en meer dan 100 miljard sterrenstelsels in het universum zijn.’

Zie:
* Hoe zouden mensen reageren op de ontdekking van buitenaardse wezens? NASA riep de hulp in van een rabbijn, een priester en een imam
(Business Insider, 30 december 2021)
* British priest to advise NASA on what to do if alien life is discovered on another planet (Mirror, 23 december 2021)
* NASA huurt 24 theologen in om te beoordelen hoe de wereld zou reageren op de ontdekking van buitenaards leven op verre planeten
(Forex Updates NL, 26 december 2021)

* Tip: In de afgelopen maanden heeft Taede A. Smedes een boek geschreven om de omwentelingen te beschrijven die zich in onze tijd voltrekken. In We zijn misschien niet alleen, dat eind februari / begin maart verschijnt, gaat de godsdienstfilosoof en theoloog uitgebreid in op de recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten vanaf 2017 en ook op de inhoud en implicaties van het Pentagon-rapport. Om duidelijk te maken hoe revolutionair de ontwikkelingen zijn, laat hij eveneens zien hoe het ufofenomeen al ruim 70 jaar de gemoederen bezighoudt. En… beschrijft ook zijn eigen ufo-waarneming.

Zie ook: “We zijn (misschien) niet alleen: Ufo’s toen en nu” (Taede A. Smedes)

Beeld: NASA

‘Misschien is echte verlossing zoiets als verlichting’

Literatuurcriticus en journalist Tjerk de Reus praat met de cabaretier bij De Nieuwe Koers in het artikel We zijn de taal van het geweten kwijtgeraakt. In Kom verder!, Memoires 1, brengt De Jonge kerkgeschiedenis, vaderlandse geschiedenis en de vorming van een gezin bijeen, op een ernstige en vrolijke toon. De Jonge wil ook een bevrijdend, troostend woord spreken, zij het met een ietwat andere lading dan zijn vader of grootvader.

Bevrijding, dat is essentieel,’ zegt De Jonge. ‘Losraken van wat je gevangenhoudt, wat je vastpint op verkeerde verlangens en behoeftes. Je moet helemaal niet vier keer per jaar op vakantie, met het vliegtuig! Van dergelijke heilloze ideeën moet je je bevrijden, steeds weer.’

Je snapt wel, verlossing is een stap vérder dan bevrijding. Het is iets groters, iets wat we niet voor elkaar krijgen. Bevrijding, dat moet iedereen steeds weer opnieuw doen. Omdat je jezelf er steeds in laat luizen. Maar verlossing… Dan is dat menselijke geworstel dus weg, je bent eraan ontheven. Misschien is echte verlossing zoiets als verlichting.’

Verlossing
M
et verlossing ben je voorbij het menselijk lijden, zegt De Jonge, je hebt geen deel meer aan de narigheid van het hier-en-nu.

Maar kijk er ook mee uit, zou ik zeggen. Het kan pure hoogmoed zijn dat je streeft naar perfectie, naar het volmaakte. In die zin is verlossing voor je het weet een verleiding.’

Toch is het, zuiver menselijk gesproken, verstandiger om de ‘onverloste’ situatie te accepteren, de eerlijkste ook.

We hebben die hunkering naar totale verlossing, maar het gaat mis als we dat rationeel invullen en mikken op maakbaarheid.’

Morele orde
O
ver godsdiensten zegt De Jonge dat die altijd ook kwalijke kanten hebben gehad, maar de evolutie die ons brein gevormd heeft, door de millennia heen, voor negentig procent te danken is aan de theologie of de dogmatiek.

Op dat vlak werden steeds de stappen gezet, werd een morele orde geschapen. Een paar honderd jaar later zei men: nu zien we het anders, nu treden we het leven zó tegemoet. In die ontwikkeling zijn we echter van de natuur steeds meer in het brein terechtgekomen. We zijn gaan redeneren en rationaliseren, totdat men zei: als je echt rationeel bent, dan kun je je niet voorstellen dat er leven na de dood is. Of dat er een God is.’

Geesteswetenschappen
M
aar zijn we erop vooruitgegaan, in geestelijke zin, met de secularisatie, met het idee dat God dood is? Freek zegt niet terug te kunnen naar het idee dat er een God is. Als het gaat om een ‘weg terug’, uit de kaalslag van de secularisatie, denkt hij aan iets anders.

De splitsing tussen geesteswetenschappen en de fysica, die moet ongedaan worden gemaakt. Er moet een brug tussen die twee zijn, tussen gevoel en ratio, tussen technische beheersing en moraal. Ethiek moet simpelweg weer een hoofdrol gaan spelen in de cultuur. Dan gaat het niet om een stel regels, maar om de menselijke maat. Ooit hadden we die discussie met de atoombom. Moesten we daarmee doorgaan? Nee! En nu, een bedrijf als McDonald’s, is dat ethisch verantwoord? Ook niet. Dan moeten we het ook niet willen. Moreel besef, gevoed door de geesteswetenschappen, zou een grote stem moeten krijgen in de samenleving.’

Kom verder! Memoires 1 | Freek de Jonge | Atlas Contact | ISBN 9789025452896 | 336 pagina’s | november 2021 | € 22,99 | E-book € 6,49

Zie: We zijn de taal van het geweten kwijtgeraakt (De Nieuwe Koers) of via Blendle.

Gerelateerd: Gesprekken en gedachten over een nieuwe tijd (godenenmensen.com)

Beeld:
pxhere

Het verlangen ons (niet) te bevrijden van religie

De Nederlandse worsteling met religie springt in het oog wanneer je grasduint in het recente nieuws, de opinies en de (journalistieke) duidingen van zaken die onze samen­leving bezighouden. ‘Paradoxaal genoeg blijkt juist de drang om ons te bevrijden van religie ons verlangen ernaar te bevestigen’. – Journalist en schrijver Jasper van den Bovenkamp en godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes stellen bij Reporters Online dat we – anders dan statistici beweren en ondanks onszelf – hartstikke religieus zijn.

Dan moet je wel voorbij het clichédebat over God en zijn gevolg willen kijken, zeggen zij. De suggestie dat er in Nederland nauwelijks nog aan religie wordt gedaan – zoals het CBS stelt – heeft enige relativering nodig.

Menig godsdienstwetenschapper wees er al op dat dat te kort door de bocht is. Religie is niet identiek aan godsgeloof. Religiositeit speelt zich de laatste jaren steeds vaker in minder vaste vormen ook buiten de heilige gebouwen af.’

Kerkelijke hoogtijdagen worden ingeruild voor vieringen van ‘levensgebeurtenissen omdat we door het jaar heen tóch behoefte hebben aan betekenisvolle en gemeenschappelijk beleefde markeringsmomenten’. Theoloog Stefan Paas ziet nog meer ‘levensgebeurtenissen’ en twittert:

Er ontstaat langzaamaan een seculiere feestkalender, die te herkennen is aan telkens terugkerende discussies het jaar door: rondom vuurwerk, paaseieren, de uitgelekte miljoenennota en Zwarte Piet.’

In de huidige maatschappelijke discussies over genderongelijkheid, dierenrechten, racisme, klimaat en de macht van witte heteroseksuele cis-mannen onderscheiden degenen die daarin het hoogste woord voeren, zich nauwelijks van de godsdienstige fundamentalist in fanatisme en vasthoudendheid, eindeloos gedrein, bekeringsdrang en een totale ongevoeligheid voor nuance. Bekeringsijver en de neiging tot moraliseren liggen daarbij als een relict op onze postchristelijke schouders.

Van schuld – ‘dat oer-religieuze mechanisme waarmee mensen enigszins van hogerhand in bedwang werden gehouden’ – lijken we nog lang niet verlost, merkt Wilfred M. McClay ironisch op in het Amerikaanse academische tijdschrift The Hedge­hog Review.

Eens leefden we in de veronderstelling dat met Gods dood de schuldvraag automatisch zou verdwijnen en in principe zou alles dan zijn toegestaan. Maar het tegendeel is gebleken. McClay constateert dat we schuldiger zijn dan ooit tevoren. Vanwege onze ecologische voetafdruk, het slavernijverleden, discriminatie en genderongelijkheid, om maar iets te noemen.’

Het grote probleem, aldus Van den Bovenkamp en Smedes, is echter dat we met onze schuld nergens meer naartoe kunnen.

Kon God voorheen nog wel dienen als afvoerputje van onze morele tekortkomingen, nu we hem morsdood hebben verklaard, kijken we schuldig in de spiegel waarin we alleen onszelf zien staan. Die schuld kan verstikkend werken. Een passende formule voor vergeving, zoals de kerk die ooit bood, ontbreekt.’

En als we van die zonde verlost willen worden, zullen we dat zelf moeten doen. We zullen zelf ons paradijs moeten creëren, om het in de woorden van de Vlaamse psychiater Dirk De Wachter te zeggen. Zijn analyse in een notendop:

Ons leven op aarde is het paradijs. We moeten het hier leuk hebben, het leven is een feestje, een evenement, een festival, we moeten er alles uithalen. De Wachter ziet in zijn eigen praktijk steeds meer patiënten die daardoor depressieve klachten hebben ontwikkeld. We vinden er eigenlijk geen bal aan, aan ons zelfbedachte aardse paradijs. Om het een beetje vol te kunnen houden, gaan we massaal aan de antidepressiva.’

Het gevoel van schuld speelt een rol, namelijk de schuld jegens man, vrouw en gezin door het niet kunnen vinden van een balans tussen privé en werk. Met uiteindelijk vaak een burn-out tot gevolg. De oplossing zoeken we in consumeren. ‘Het is het gevoel van leegte dat ons doet consumeren.’ Maar uiteindelijk openbaart zich daarin juist des te schrijnender de leegte van ons bestaan.
Eveneens komt het verlangen naar het paradijs op aarde ook tot uiting in de extreme hang naar zuiverheid.

Ons voedsel moet vandaag vooral echt en puur zijn, vegetarisme wordt ingeruild voor het extremere veganisme, het handelen van bedrijven en over­heden moet transparant zijn en ons hele persoonlijke voorkomen liefst zo authentiek mogelijk.’

René ten Bos – destijds ‘Denker des Vaderlands’ – beschouwt in Trouw deze hang naar zuiverheid als een religieuze trek:

Natuurlijke zuiverheid is zo’n belangrijk gevoel geworden, het lijkt bijna een vervanging te zijn voor het geloof in God. Die vergoddelijking van de zuiverheid verklaart ook waarom de huidige discussie niet alleen speelt in religieuze, maar zeker ook in seculiere kringen: niet de wil van God is hier doorslaggevend, maar onze hang naar zuiverheid. Dat geeft weer aan dat de scheiding tussen een religieus en een atheïs­tisch wereldbeeld minder groot is dan we meestal veronderstellen.’

De religieuze ontwikkelingen die we tot dusver beschreven, zeggen Van den Bovenkamp en Smedes, hebben een hoog gehalte aan constructie: het is de mens die ze probeert te maken, te realiseren, precies om de controle en het overzicht te kunnen bewaren.

Maar aangezien menselijke constructen feilbaar zijn, stellen alle traditionele religies dan ook dat ze illusies zijn – en misschien staan die religies ons moderne mensen daarom ook zo tegen, omdat ze ons confronteren met ‘een waarheid’ die we liever niet onder ogen zien.’

Zie het uitgebreide artikel: We denken dat we steeds minder religieus zijn, maar – spoiler alert – dat is helemaal niet zo (Reporters Online, 2 december 2021) of via Blendle

Beeld: Daria Nepriakhina (Pixabay)

‘De samenleving snakt naar betekenis’

De laatste verhalen over de wereld en onze plaats in de wereld hebben we samen met God, Jezus en de Heilige Maagd weggegooid. Nu zoeken mensen hun heil bij de wetenschap. En dat is niet verwonderlijk, want de wetenschap – dezelfde wetenschap die ons tot machines heeft gereduceerd – heeft de grootste bek.  – Voor HP/DE TIJD las journalist Oswin Schneeweisz Leven als een mens van Charles Foster. De natuuronderzoeker ging terug naar het laatpaleolithicum waarin de mens nog onderdeel was van alles om hem heen.

Nu we de wereld om ons heen gereduceerd hebben tot machinale objecten, is de betekenis van alles verloren gegaan. In het laatpaleolithicum had alles betekenis en die betekenissen vertelde men door in verhalen. Maar we hebben geen verhalen meer.’
(Charles Foster)

De samenleving snakt naar betekenis, zegt Charles Foster. Maar wetenschappers zijn slechte verhalenvertellers. Het belangrijkste verhaal van dit moment – het sombere, letterlijk vernederende verhaal van de homo economicus en de vrije markt – is ons in de verste verte niet waardig.

Er zijn veel betere verhalen. Ze zijn allemaal erg oud. En ze gaan over de relatie van de mens met de natuur, over de verbinding tussen alle levende wezens, tussen planten en dieren. Onze opgave is die verhalen te herontdekken. Als we dat niet doen, voorspel ik je dat het afgelopen is met de mensheid. Dan gaan we aan ons eigen reductionisme en rationalisme ten onder.’
(Charles Foster)

Het is volgens Foster fout gegaan toen we onder invloed van het reductionisme de mens zijn gaan zien als een verzameling atomen, DNA en cellen.

Als iets wat je in onderdelen uit elkaar kunt halen en vervolgens kunt analyseren. Een dergelijke wetenschap kan met een fenomeen als bewustzijn niets. Daarom wordt het genegeerd. De wetenschap is slachtoffer geworden van wat ik noem de linguïstische tirannie: alles moet benoembaar zijn. En daarmee ontkent de wetenschap het belangrijkste wat ons mensen tot mens maakt: het onderbewuste, het gevoel, de intuïtie. Het zijn allemaal menselijke eigenschappen die in het laatpaleolithicum tot bloei zijn gekomen.’
(Charles Foster)

De natuuronderzoeker stelt dat door het reductionisme – het gevolg van de verlichting – de ziel uit de niet-menselijke wereld werd gedreven, waarna mensen als de enige bezielde wezens overbleven. Kwade genius in dezen is volgens Foster filosoof René Descartes die de werkelijkheid in twee niet-communicerende rijken verdeelde: dat van de materie en dat van de geest.

Eerst moet dit heel onschuldig geleken hebben. Het was niet meer dan een pedant stukje filosofische taxonomie, maar de gevolgen waren verpletterend. Geest of ziel – noem het zoals je wilt – bestond ineens niet meer in niet-menselijke materie.’
(Charles Foster)

Desgevraagd verduidelijkt de auteur waarom een steen geen ziel zou kunnen hebben, of een boom of een hond. Omdat het materie is, zeggen de discipelen van Descartes.

‘Maar diezelfde negen-tot-vijfwetenschappers komen na het werk op kantoor of in het lab thuis, aaien de hond en zien dat hij vrolijk kwispelt.’
(Charles Foster)

Hoe kun je dan volhouden dat een hond geen bewustzijn heeft? Dat het niet, net als wij, een bezield wezen is? Als alles om je heen op de een of andere manier bezield is, heeft dat ongelofelijke consequenties. Dan ga je, net als de oermensen, respectvol om met je omgeving. Je verzint rituelen om het dier dat je net voor eigen consumptie hebt gevangen te eren, je offert een lam voor de riviergodin of je snijdt mooie Venusbeeldjes van hout.

De honger brengt mij naar de plek waar bewustzijn en onderbewustzijn bij elkaar komen. Waar bomen, stenen en wolken bezield raken en waar ik verschrompel tot een onderdeel van dat alles. Die verbinding met de buitenwereld, met het mystieke, is misschien wel het grootste verlies dat de mens heeft geleden in zijn opmars naar moderniteit.’
(Charles Foster)

Foster spreekt van woke, dat over maatschappelijk bewustzijn gaat, verantwoordelijkheid en waakzaamheid: ‘het is de gebalde vuist van de zwarte protestbeweging, de kritische woorden van klimaatmeisje Greta Thunberg’. Zo gaat Fosters uitstapje gaat naar de oertijd als onderdeel van een groter geheel.

Het gaat over verantwoordelijkheid dragen voor je omgeving en respect voor je medemens en de natuur. Het gaat over het universele in plaats van het individuele.’ 
(Oswin Schneeweisz)

Zie: Handleiding voor een verweesde mensheid (Oswin Schneeweisz, HP/DE TIJD, 30-11-2021) – of via Blendle

Leven als een mens | Charles Foster | A.W. Bruna | € 24,99 | oktober 2021
Charles Foster is rechtsgeleerde, dierenarts, buitengewoon natuuronderzoeker en een Fellow van Green Templeton College aan de Universiteit van Oxford. Hij schreef vele publicaties en boeken. Leven als een beest werd een internationaal succes: het werd genomineerd voor diverse prijzen en wordt verfilmd. Leven als een mens is het briljante en onvermijdelijke vervolg.

Illustratie: Comfreak (Pixabay)