De valse god van tsaar Vladimir Poetin

Rusland heeft sinds 2020 een enorme orthodoxe kathedraal: De Kathedraal van de Strijdkrachten. De legergroene, 95 meter hoge kathedraal is gewijd aan de 75e verjaardag van de Sovjetoverwinning in de Tweede Wereldoorlog. De kathedraal bevindt zich even buiten Moskou, in Patriot Park, een uitgestrekt militair themapark met een museum. Zes gouden koepels zijn elk gewijd aan een andere tak van de strijdkrachten en het interieur is versierd met afbeeldingen van militaire beschermheiligen en afbeeldingen van historische veldslagen.

Engelen zweven boven artillerie, religieuze afbeeldingen zijn versierd met kalasjnikovs; de Maagd Maria neemt een pose aan die doet denken aan een Sovjet-poster ‘Grote Patriottische Oorlog’ en het hele gebouw is bekleed met kakikleurig metaal.’
(The Center for European Policy Analysis (CEPA)

Sinds Vladimir Poetin aan de macht kwam, zijn de banden tussen patriarch Kirill van de Russisch-orthodoxe kerk en de strijdkrachten steeds hechter geworden. Volgens het Centre tor European Policy Analysis (CEPA) bereiden in combinatie met gemilitariseerde jeugdgroepen zoals het Jeugdleger (Yunarmiia), de kathedraal en het omliggende Patriottische Park, de Russen voor op heroïsche oorlogen in de toekomst.


De Kathedraal van de Strijdkrachten

De kathedraalmozaïeken suggereren dat God niet alleen het Rode Leger in de Tweede Wereldoorlog zegende, maar ook Russische militaire acties in Hongarije 1956, Tsjechoslowakije 1968, Afghanistan en – de avonturen van president Poetin – in Tsjetsjenië, Georgië, de Krim en de ‘strijd tegen het internationale terrorisme in Syrië.’
(CEPA)

Bij de bouw was de bedoeling om het interieur te versieren met mozaïeken van president Vladimir Poetin en Sovjetleider Josef Stalin. Maar dat vonden de gelovigen toch te gortig. Poetin stond op een mozaïek naast gemaskerde en zwaar bewapende ‘groene mannetjes’ die in 2014 het Oekraïense schiereiland de Krim innamen.

Gelovigen bleken tegen de verering van Poetin in het huis van God. Uiteindelijk gaf Poetin opdracht om zijn beeltenis uit het mozaïek te slopen, vertelt [de belangrijkste kunstenaar van de kerk, Vasili] Nesterenko. ‘Hij zei dat hij het nog te vroeg vindt voor een mozaïek van hem. Nou, oké, dat kan.’
(
de Volkskrant)

De binnenornamenten zijn voornamelijk samengesteld uit mozaïeken als eerbetoon aan militaire campagnes, de trots van het Russische leger. Muurschilderingen en andere orthodoxe afgoden herinneren aan de religieuze functie van het gebouw. Buiten het religieuze monument is een replica van de slagvelden van de Tweede Wereldoorlog geïnstalleerd, met loopgraven, tanks en andere vliegtuigen die op de vijand zijn buitgemaakt.


De tandem Kirill-Poetin levert de patriarch geen windeieren op:
zijn vermogen wordt geschat op 4 tot 8 miljard dollar.

Patriarch Kirill is ook hoofdpriester van de strijdkrachtenkathedraal (eveneens bekend als lange tijd KGB-agent en baas van een illegale sigarettensmokkelbende) en hield er de eerste liturgie. Voor de patriarch is de oorlog in Oekraïne een kruistocht, omdat hij vreest dat het ‘afvallige’ Oekraïne te ver afdrijft van de Russische cultuur. 

De kathedraal ‘hoopt dat toekomstige generaties het spirituele stokje van vorige generaties zullen overnemen en het vaderland zullen redden van interne en externe vijanden,’ zei hij [Kirill] in de preek.’
(
The Moscow Times, juni 2020)

De  russkii mir-visie, (een verklaring over de Russische wereld), onderschreven door Kirill, sluit aan bij Poetins campagne om de Oekraïense staat en het Oekraïense volk te vernietigen. ‘Een valse leerstelling die velen in de orthodoxe kerk bekoren en zelfs is overgenomen door extreemrechts en katholieke en protestantse fundamentalisten’.
Kirill ‘maakte een plan voor Vladimir Poetin om de ‘Russische wereld’ te doen herrijzen’. De Russische kerk lijkt, zoals hoogleraar politieke wetenschappen aan Rutgers University-Newark, Alexander Motyl, suggereert, haar ziel te hebben verloren: ‘De Russisch-Orthodoxe Kerk steunt de oorlog van Poetin in Oekraïne.’


Collignon (de Volkskrant)

Het document zegt niets over de universele waarden die veel religies gemeen hebben. Het [document dat in mei 2022 door Poetin zal worden ondertekend] beweert dat Russische waarden voortkomen uit meer dan duizend jaar waarin de religieuze en spirituele waarden van de vele volkeren die in de Russische Federatie wonen, zijn samengekomen in iets dat de ‘Russische wereld (Russkii mir)’ wordt genoemd.
De meeste christelijke kerken en andere grote religies beweren universele – niet nationale – idealen belijden. Deze tekst spreekt echter nooit over het dienen van God. Integendeel, het heiligt het vaderland.’
(Walter Clemens, Associate, Harvard University Davis Center for Russian and Eurazian Studies CEPA)

Bronnen:
* Russia Consecrates Grandiose Armed Forces Cathedral (The Moscow Times)
*
The false God of tsar Vladimir Centrum voor Europese Beleidsanalyse (CEPA)
*
Een ‘kitscherige kathedraal’ gewijd aan oorlog, communisme en Poetin, president voor het leven (de Volkskrant)
* De schatrijke patriarch die voor Poetin een plan maakte (Nieuwsblad (B))
*
A Declaration on the ‘Russian world’ (Russkii mir) teaching (Public Orthodoxy, Fordham University)
*
Sad Reality: The Russian Orthodox Church Supports Putin’s War In Ukraine (19fortyfive.com)
* ‘Ook in de dorpen rond Tsjernihiv zijn oorlogsmisdaden gepleegd, een teken dat het op systematische schaal gebeurde’ (de Volkskrant)

Foto: Patriarch Kirill van de Russisch-Orthodoxe Kerk met president Poetin in 2019 (AP)
Foto Kathedraal van de Strijdkrachten: De Standaard (B)
Foto Kirill: Belga (Nieuwsblad (B)

‘Alleen liefde geeft je een heldere blik’

Alleen liefde geeft je een heldere blik. Haat vertroebelt de dingen. Als we haten, weten we niet wat we doen. – Een uitspraak van schrijver en filosoof Iris Murdoch. Haar bekendste bundel filosofische essays, De soevereiniteit van het goede is in herdruk en verschijnt 31 maart 2022. Filosoof en psycholoog Arthur Eaton schreef Profiel: Iris Murdoch – Een filosofie van de liefde in De Groene Amsterdammer.

Moraal is overal, was de overtuiging van de Engelse filosoof Iris Murdoch (1919-1999). Voor haar was de essentie van liefde en moraal altijd hetzelfde. ‘Als het lukt om achter de sluier van onze ego’s te kijken, kunnen we elkaar weer begrijpen, met elkaar in dialoog gaan.’ 

We zijn zó egoïstisch. Het is altijd: onze behoeftes, onze verlangens, ons verdriet. En vaak kijken we ook zo naar de mensen om ons heen, vanuit de behoeften van ons ego. Als we krijgen wat we willen maakt ons dat gelukkig – althans, vaak wel, geef toe – en als we worden teleurgesteld zijn we verdrietig of boos.’

Eaton noemt als belangrijkste inzicht uit haar werk dat liefde begint waar ‘the big fat ego’ (in Murdoch’s woorden) eindigt. Pas als het je lukt om een ander te zien, écht te zien voor wie die is, dan heb je diegene lief, verklaart Eaton. We leven in de houdgreep van ons ego, kunnen het moeilijk uit zetten en er ook niet buiten denken. Sommige mensen zouden zelfs zeggen: het ego is in ons datgene wat denkt.

Maar héél soms, door een kloof in de wand, zien we de wereld of een ander mens zoals die wérkelijk is. En dat is liefde.’

Volgens Eaton zijn Murdoch’s ideeën over liefde, empathie en het goede, relevant in een wereld die steeds verder versplintert door hokjesdenken en identiteitspolitiek.

Wat haar ideeën zo aantrekkelijk maakt voor onze tijd is dat Murdoch ervan uitgaat dat we allemaal een uniek perspectief hebben op de realiteit: een vrouw ziet de wereld anders dan een man, en een zwarte vrouw ziet de wereld anders dan een witte vrouw. Jouw perspectief is het mijne niet.
Maar even belangrijk in haar werk, zowel in haar filosofische werk als haar romans, is de poging om het perspectief van de ander tóch te leren kennen, om zo een brug te slaan naar die ander.

De hang naar transcendentie, de zoektocht naar een realiteit achter de schijnwereld van het dagelijks leven, houdt Murdoch haar hele leven bezig, vertelt Eaton.

Ze flirt op verschillende momenten met het idee om zich aan te sluiten bij een religie, en benijdt de mensen die de stap durven zetten, maar voor haarzelf is het niet weggelegd. Ze zal proberen via de morele filosofie te bewaren wat er goed is aan religie, zonder de in haar ogen onnodige symboliek en verhalen. Haar centrale vraag zal zijn: kan het Goede de dood van God overleven?’

Murdoch schreef in een brief naar de Franse schrijver Raymond Queneau:

Ik begon mijn leven als een politiek dier en dacht dat mijn ziel er niet toe deed, nu ben ik bijna een religieus dier en denk ik dat de ziel van levensbelang is. In het spanningsveld tussen deze twee houdingen liggen alle filosofische problemen die mij interesseren.’

Eaton vertelt dat Murdoch aan de weg van de morele filosofie timmert: die maakt die ruimte voor liefde en het goede, maar heeft daarvoor geen esoterische verhalen nodig. 

Zowel het marxisme als het christendom stelde Murdoch teleur, om vergelijkbare redenen. Allebei beloven ze meer dan ze waarmaken op het gebied van naastenliefde. En dat terwijl dat precies is waar een morele theorie om zou moeten draaien, volgens Murdoch: het liefhebben van de ander.’

Zie voor uitgebreid artikel: Profiel: Iris Murdoch – Filosofie van de liefde (De Groene Amsterdammer, nr 6, 9 februari 2022)

De soevereiniteit van het goede | Iris Murdoch | Uitgeverij Vrijdag | € 22,99 | Dit boek is in herdruk en beschikbaar vanaf 31 maart 2022 |
Het innerlijke leven van de mens lag Murdoch nauw aan het hart. ‘Het is niet stil en duister binnenin’, schreef ze. Ze verweet haar collega-filosofen dat zij de ziel hadden kapotgemaakt en vervangen door het ego. Met haar opmerkzame inzichten gaf ze een scherpe kritiek op eigentijdse filosofen, zoals de existentialisten. Zo legde ze de focus van de moraalfilosofie opnieuw op de innerlijke wereld. Morele groei toont zich niet in hoe mensen handelen, maar in hoe ze denken, zien en voelen.
(Filosoof Katrien Schaubroeck, docent ethiek en hedendaagse analytische wijsbegeerte aan de Universiteit Antwerpen. Zij schreef Iris Murdoch, een filosofie van de liefde)

Foto Iris Murdoch: Sophie Bassouls/Sygma/Getty Images

Een filosoof in het Outbreak Management Team

De kersverse Denker des Vaderlands, Paul van Tongeren, heeft gelukkig geen zin om in programma’s te gaan zitten waar hij maar twee minuten krijgt om een mening te geven. Dat past volgens de nieuwe denker precies niet bij wat een filosoof moet doen. Een interview met een filosoof verwacht je ook niet snel in een financieel dagblad, maar de kersverse denker is daarin toch te vinden. Hij heeft daar waarschijnlijk niet zelf actief voor gezorgd want zijn filosofie is dat hij als Denker des Vaderlands niet tegelijk activist kan zijn. Het Financieele Dagblad heeft dit dus zelf bedacht. Journalist en redacteur van die krant, Heiko Jessayan, interviewt de filosoof.

Volgens Jessayan staat filosofie erom bekend niet zozeer de vraag te stellen naar het waarom, maar veeleer naar ‘het wat’ der dingen. Wat is denken, vraagt hij aan Van Tongeren.

Ik probeer denken te onderscheiden van weten zoals dat in de wetenschap geldt. Weten gaat over wat op een of andere manier feitelijk is, wat vastgesteld en geregistreerd kan worden. Uiteindelijk stelt de wetenschap iets vast, constateert en weet zij iets, maar zij denkt niet. Ik zeg niet dat de wetenschapper niet denkt, maar als wetenschapper doet hij iets anders.’

Denken gaat volgens de denker over wat niet geregistreerd kan worden, maar wat geïnterpreteerd moet worden, over betekenissen die kenmerkend en bepalend zijn voor menselijk leven en handelen.

Alles wat we doen, meemaken, zien, horen, voelen, ruiken enzovoort, heeft altijd betekenis: het is mooi, lelijk, interessant, vaag, uitdagend, saai, noem maar op: allemaal betekenissen.’

Volgens de interviewer is het debat over corona gepolariseerd, en hij is benieuwd of Van Tongeren het als zijn taak ziet die twee kampen ervan te bewegen tot een zinvol gesprek. Dat wordt inderdaad beaamd door de filosoof.

Dat is ook het kenmerk van een gesprek. Voor een gesprek is het besef nodig dat beide partijen iets gemeenschappelijks zoeken of iets gemeenschappelijks te verstaan kunnen geven. Je moet eerst een stap terugdoen om die twee partijen tot gesprekspartner te maken. Je moet je dus niet laten verstrikken in het voor of tegen iets zijn.’

Maar, denkt Van Tongeren – winnaar van de Socratesbeker (2013) voor het ‘meest prikkelende en oorspronkelijke Nederlandstalige filosofieboek’ Leven is een kunst – als filosoof moet je niet zo geëngageerd raken, dat je activist wordt.

Op het moment dat je je in de strijd engageert, verlies je het zicht op de strijd. Als Denker des Vaderlands kun je niet tegelijk activist zijn. Ik gebruik graag de uitspraak van Martin Heidegger, ‘Schritt zurück’, een stap terugzetten, betekent: afstand nemen om meer te zien.’

Van Tongeren denkt lang na over de vraag wat hij zou doen als het kabinet hem zou vragen toe te treden tot het OMT.

Ik denk dat ik dan zou zeggen dat ik denk dat ik het moet doen, tenzij ik iemand kan aanwijzen die dat beter kan. Maar het is niet iets waar ik naar haak, want het lijkt me verschrikkelijk moeilijk. Je gaat meepraten met mensen op een manier waarin je ze gaat verstoren in wat zij geacht worden te doen: een eenduidig advies geven. Een filosoof is wat dat betreft onvermijdelijk een beetje een stoorzender. Je kunt niet verwachten dat je als filosoof onmiddellijk welkom bent.’

Maar, denkt de Denker des Vaderlands, reflectie is altijd nodig, zeker nu de pandemie ruim een jaar voortduurt.

Als de tijd verstrijkt, kun je ook als beleidsmaker makkelijker afstand nemen. Als je een eerste beslissing moet nemen, is dat moeilijker. Sta je voor je honderdste beslissing, dan weet je welke andere 99 beslissingen je daarvoor hebt genomen. Je ziet meer, simpelweg doordat de tijd is verstreken. Je kunt achterom kijken en dat is een vertaling van reflecteren. Maar we hoeven ons niet altijd te haasten: langzaam zijn is een filosofische deugd.’

Zie: ‘Als Denker des Vaderlands kun je niet tegelijk activist zijn’
(Het Financieele Dagblad)

Tip: Eerste essay nieuwe Denker des Vaderlands: waarom we een stap terug moeten doen in het coronadebat
(de Volkskrant)

Beeld: advancedenergyblog.com

‘Vrede met het Zelf leidt tot vrede met anderen’

Religieus extremisme is niet beperkt tot de islam of het heden. Said Reza Huseini, promovendus Geesteswetenschappen aan de Universiteit Leiden, dook in het verleden om een ​​beleid te vinden dat echt werkte: de ideologie van Mughal-keizer Akbar ‘Vrede met iedereen’. In zijn duik vond hij het Mughal-experiment met islamitisch extremisme: een zestiende-eeuwse les voor vandaag. Mughal-keizer Akbar (omstreeks 1556-1605) slaagde erin een oplossing te vinden. Huseini schrijft hierover in zijn artikel bij het Leiden Islam Blog: Het Mughal-experiment met islamitisch extremisme: een zestiende-eeuwse les voor vandaag.

Het universele wederzijdse respect dat in de zestiende eeuw werd gepredikt, is iets waar we vandaag allemaal nog van kunnen leren.’

‘Goddelijk huis’
Akbar, zo vertelt Huseini, was de derde koning van het Mughal-rijk, dat in 1526 werd opgericht door de Timurid Prins Babur. Geboren in India, met zijn diverse populatie van hindoes, moslims, christenen, zoroastriërs, joden, jaïnisten, boeddhisten en anderen, was Akbar zich terdege bewust van het concept van religieuze diversiteit. In 1579 gaf hij opdracht voor de bouw van de Ibadat-khana of ‘goddelijk huis’; een plek om de discussie over de islam te vergemakkelijken. Geleidelijk werden ook geleerden uit andere religies, zoals het hindoeïsme, het christendom, het jodendom en het zoroastrisme, bij de dialoog uitgenodigd. 

Zo veranderde de Ibadat-khana in een academie waar geleerden elkaar ontmoetten, bespraken en samenwerkten bij het vertalen of produceren van teksten. De debatten waren niet altijd vreedzaam; met heilige teksten in de hand, beschuldigden en bedreigden geleerden elkaar, en daagden ze elkaar zelfs uit om het vuur in te gaan om te testen of God hen en hun boeken zou redden.’ 

Peace with All
Door de Ibadat-khana leerde Akbar over verschillende religies, maar ook over de waanzin die ze konden creëren als ze blindelings gevolgd werden, aldus Huseini. Akbar realiseerde zich dat zogenaamde verdedigers van religie hun eigen politieke en economische agenda’s hadden en hun religieuze autoriteit misbruikten om deze veilig te stellen. Hij selecteerde een groep geleerden, meestal met een filosofische benadering, om zijn nieuwe politieke ideologie te formuleren; een theorie die bekend werd als Sulh-i Kull: ‘Peace with All.’ 

Akhlaq (ethiek) predikte dat men moet nadenken over ‘het Zelf’ en de verworvenheden ervan, en benadrukte dat verschillen een essentieel onderdeel zijn van de schepping en als zodanig moeten worden aanvaard en gerespecteerd. In het reine komen met deze realiteit zou leiden tot vrede met ‘het Zelf’, wat op zijn beurt zou leiden tot vrede met anderen.’

Religieuze harmonie
Volgens Huseini was het experiment van Akbar succesvol omdat het de zeer diverse Indiase samenleving in staat stelde drie eeuwen na hem in religieuze harmonie te leven, met zeer weinig incidenten die het evenwicht verstoorden. 

De politieke ideologie van ‘Vrede met allen’ werd een kwestie van trots voor de Mughal-keizer, die de Safavid- en Oezbeekse koningen en de westerse geleerden aansprak dat ze diversiteit in de menselijke samenleving moesten accepteren en respecteren.’

Zie: Het Mughal-experiment met islamitisch extremisme: een zestiende-eeuwse les voor vandaag (Leiden Islam Blog – Universiteit Leiden)

Beeld: World History Encyclopedia Het hof van Mughal-keizer Akbar (omstreeks 1556-1605 CE). De man in het gele gewaad wordt geïdentificeerd als de zalige Rodolfo Acquaviva, SJ (2 oktober 1550 – 25 juli 1583). Hij was een Italiaanse jezuïet-missionaris en priester in India die van 1580 tot 1583 het hof van Akbar de Grote diende. Hij werd gemarteld in 1583 en zalig verklaard in 1893. (Info: nl.qaz.wiki) (Schilderij door een onbekende kunstenaar, 1847 CE.)