Een filosoof in het Outbreak Management Team

De kersverse Denker des Vaderlands, Paul van Tongeren, heeft gelukkig geen zin om in programma’s te gaan zitten waar hij maar twee minuten krijgt om een mening te geven. Dat past volgens de nieuwe denker precies niet bij wat een filosoof moet doen. Een interview met een filosoof verwacht je ook niet snel in een financieel dagblad, maar de kersverse denker is daarin toch te vinden. Hij heeft daar waarschijnlijk niet zelf actief voor gezorgd want zijn filosofie is dat hij als Denker des Vaderlands niet tegelijk activist kan zijn. Het Financieele Dagblad heeft dit dus zelf bedacht. Journalist en redacteur van die krant, Heiko Jessayan, interviewt de filosoof.

Volgens Jessayan staat filosofie erom bekend niet zozeer de vraag te stellen naar het waarom, maar veeleer naar ‘het wat’ der dingen. Wat is denken, vraagt hij aan Van Tongeren.

Ik probeer denken te onderscheiden van weten zoals dat in de wetenschap geldt. Weten gaat over wat op een of andere manier feitelijk is, wat vastgesteld en geregistreerd kan worden. Uiteindelijk stelt de wetenschap iets vast, constateert en weet zij iets, maar zij denkt niet. Ik zeg niet dat de wetenschapper niet denkt, maar als wetenschapper doet hij iets anders.’

Denken gaat volgens de denker over wat niet geregistreerd kan worden, maar wat geïnterpreteerd moet worden, over betekenissen die kenmerkend en bepalend zijn voor menselijk leven en handelen.

Alles wat we doen, meemaken, zien, horen, voelen, ruiken enzovoort, heeft altijd betekenis: het is mooi, lelijk, interessant, vaag, uitdagend, saai, noem maar op: allemaal betekenissen.’

Volgens de interviewer is het debat over corona gepolariseerd, en hij is benieuwd of Van Tongeren het als zijn taak ziet die twee kampen ervan te bewegen tot een zinvol gesprek. Dat wordt inderdaad beaamd door de filosoof.

Dat is ook het kenmerk van een gesprek. Voor een gesprek is het besef nodig dat beide partijen iets gemeenschappelijks zoeken of iets gemeenschappelijks te verstaan kunnen geven. Je moet eerst een stap terugdoen om die twee partijen tot gesprekspartner te maken. Je moet je dus niet laten verstrikken in het voor of tegen iets zijn.’

Maar, denkt Van Tongeren – winnaar van de Socratesbeker (2013) voor het ‘meest prikkelende en oorspronkelijke Nederlandstalige filosofieboek’ Leven is een kunst – als filosoof moet je niet zo geëngageerd raken, dat je activist wordt.

Op het moment dat je je in de strijd engageert, verlies je het zicht op de strijd. Als Denker des Vaderlands kun je niet tegelijk activist zijn. Ik gebruik graag de uitspraak van Martin Heidegger, ‘Schritt zurück’, een stap terugzetten, betekent: afstand nemen om meer te zien.’

Van Tongeren denkt lang na over de vraag wat hij zou doen als het kabinet hem zou vragen toe te treden tot het OMT.

Ik denk dat ik dan zou zeggen dat ik denk dat ik het moet doen, tenzij ik iemand kan aanwijzen die dat beter kan. Maar het is niet iets waar ik naar haak, want het lijkt me verschrikkelijk moeilijk. Je gaat meepraten met mensen op een manier waarin je ze gaat verstoren in wat zij geacht worden te doen: een eenduidig advies geven. Een filosoof is wat dat betreft onvermijdelijk een beetje een stoorzender. Je kunt niet verwachten dat je als filosoof onmiddellijk welkom bent.’

Maar, denkt de Denker des Vaderlands, reflectie is altijd nodig, zeker nu de pandemie ruim een jaar voortduurt.

Als de tijd verstrijkt, kun je ook als beleidsmaker makkelijker afstand nemen. Als je een eerste beslissing moet nemen, is dat moeilijker. Sta je voor je honderdste beslissing, dan weet je welke andere 99 beslissingen je daarvoor hebt genomen. Je ziet meer, simpelweg doordat de tijd is verstreken. Je kunt achterom kijken en dat is een vertaling van reflecteren. Maar we hoeven ons niet altijd te haasten: langzaam zijn is een filosofische deugd.’

Zie: ‘Als Denker des Vaderlands kun je niet tegelijk activist zijn’
(Het Financieele Dagblad)

Tip: Eerste essay nieuwe Denker des Vaderlands: waarom we een stap terug moeten doen in het coronadebat
(de Volkskrant)

Beeld: advancedenergyblog.com

‘Vrede met het Zelf leidt tot vrede met anderen’

Religieus extremisme is niet beperkt tot de islam of het heden. Said Reza Huseini, promovendus Geesteswetenschappen aan de Universiteit Leiden, dook in het verleden om een ​​beleid te vinden dat echt werkte: de ideologie van Mughal-keizer Akbar ‘Vrede met iedereen’. In zijn duik vond hij het Mughal-experiment met islamitisch extremisme: een zestiende-eeuwse les voor vandaag. Mughal-keizer Akbar (omstreeks 1556-1605) slaagde erin een oplossing te vinden. Huseini schrijft hierover in zijn artikel bij het Leiden Islam Blog: Het Mughal-experiment met islamitisch extremisme: een zestiende-eeuwse les voor vandaag.

Het universele wederzijdse respect dat in de zestiende eeuw werd gepredikt, is iets waar we vandaag allemaal nog van kunnen leren.’

‘Goddelijk huis’
Akbar, zo vertelt Huseini, was de derde koning van het Mughal-rijk, dat in 1526 werd opgericht door de Timurid Prins Babur. Geboren in India, met zijn diverse populatie van hindoes, moslims, christenen, zoroastriërs, joden, jaïnisten, boeddhisten en anderen, was Akbar zich terdege bewust van het concept van religieuze diversiteit. In 1579 gaf hij opdracht voor de bouw van de Ibadat-khana of ‘goddelijk huis’; een plek om de discussie over de islam te vergemakkelijken. Geleidelijk werden ook geleerden uit andere religies, zoals het hindoeïsme, het christendom, het jodendom en het zoroastrisme, bij de dialoog uitgenodigd. 

Zo veranderde de Ibadat-khana in een academie waar geleerden elkaar ontmoetten, bespraken en samenwerkten bij het vertalen of produceren van teksten. De debatten waren niet altijd vreedzaam; met heilige teksten in de hand, beschuldigden en bedreigden geleerden elkaar, en daagden ze elkaar zelfs uit om het vuur in te gaan om te testen of God hen en hun boeken zou redden.’ 

Peace with All
Door de Ibadat-khana leerde Akbar over verschillende religies, maar ook over de waanzin die ze konden creëren als ze blindelings gevolgd werden, aldus Huseini. Akbar realiseerde zich dat zogenaamde verdedigers van religie hun eigen politieke en economische agenda’s hadden en hun religieuze autoriteit misbruikten om deze veilig te stellen. Hij selecteerde een groep geleerden, meestal met een filosofische benadering, om zijn nieuwe politieke ideologie te formuleren; een theorie die bekend werd als Sulh-i Kull: ‘Peace with All.’ 

Akhlaq (ethiek) predikte dat men moet nadenken over ‘het Zelf’ en de verworvenheden ervan, en benadrukte dat verschillen een essentieel onderdeel zijn van de schepping en als zodanig moeten worden aanvaard en gerespecteerd. In het reine komen met deze realiteit zou leiden tot vrede met ‘het Zelf’, wat op zijn beurt zou leiden tot vrede met anderen.’

Religieuze harmonie
Volgens Huseini was het experiment van Akbar succesvol omdat het de zeer diverse Indiase samenleving in staat stelde drie eeuwen na hem in religieuze harmonie te leven, met zeer weinig incidenten die het evenwicht verstoorden. 

De politieke ideologie van ‘Vrede met allen’ werd een kwestie van trots voor de Mughal-keizer, die de Safavid- en Oezbeekse koningen en de westerse geleerden aansprak dat ze diversiteit in de menselijke samenleving moesten accepteren en respecteren.’

Zie: Het Mughal-experiment met islamitisch extremisme: een zestiende-eeuwse les voor vandaag (Leiden Islam Blog – Universiteit Leiden)

Beeld: World History Encyclopedia Het hof van Mughal-keizer Akbar (omstreeks 1556-1605 CE). De man in het gele gewaad wordt geïdentificeerd als de zalige Rodolfo Acquaviva, SJ (2 oktober 1550 – 25 juli 1583). Hij was een Italiaanse jezuïet-missionaris en priester in India die van 1580 tot 1583 het hof van Akbar de Grote diende. Hij werd gemarteld in 1583 en zalig verklaard in 1893. (Info: nl.qaz.wiki) (Schilderij door een onbekende kunstenaar, 1847 CE.)

Een wereld zonder natuur is geen wereld

Krijgt de natuur een stem in het politieke debat? De beroemde Franse filosoof en socioloog Bruno Latour kwam begin jaren ’90 al met het vernieuwende idee om ecologie te politiseren. De natuur heeft een democratische stem zo stelt hij. Hoe moet deze gedachte leiden tot een andere omgang met alles wat niet-mens is? –  De ‘wetenschapsantropoloog’ hield eind 2020 bij Radboud University een ‘indrukwekkend verhaal met een verontrustende boodschap, gebracht op een indringende en wetenschappelijk verantwoorde wijze.’ Over het Parlement van de Dingen, over Gaia en de representatie van niet-mensen.

Latour* wil met zijn ‘parlement van de dingen’ niet letterlijk een stem geven aan alles wat niet-menselijk is, maar een stem geven aan wetenschappers die de belangen van bijvoorbeeld de Noordzee vertegenwoordigen.

Er zou een plek moeten komen in ons politieke systeem waar ook belangen van niet-mensen vertegenwoordigd zijn. De stem van niet-mensen wordt al door allerlei partijen verwoord, zoals wetenschappers, kunstenaars en burgers. Ook politici spreken niet alleen over mensen, maar net zo goed over (niet-menselijke) dingen. Dit is alleen niet geïnstitutionaliseerd. De basis waar Latour in zijn boek voor pleitte was dan ook het creëren van een institutionele orde waarin ook stemmen van niet-mensen zichtbaar zijn. Dat is hoe Latour zijn parlement der dingen zich in de jaren 90 voorstelde.’
(Radboud Reflects, Radboud University)

Terugvechten
L
atour kan zich een sociaaldemocratische orde voorstellen die uitgebreid wordt naar niet-mensen. Hij trekt ook een parallel naar mensen: een parallel met ons slavernijverleden. Ook toen hebben we geen rechten toegekend aan slaven. Ze kwamen in opstand en eisten hun rechten op. Hij verwacht dat niet-mensen ook zullen ‘terugvechten’.

We moeten dealen met iets compleet onverwachts, namelijk dat niet-mensen hun plek gaan opeisen in ons grondwettelijk fundament.’ Dit zal volgens Latour leiden tot een nieuw klimaatregime: ’Ik gebruik opzettelijk dit woord, met al zijn politieke connotaties.’

‘s Werelds eerste rivier met rechtspersoonstatus
T
er illustratie: in de Correspondent schreef Thijs Middeldorp, oprichter van het Parlement van de Dingen (een publieke ruimte waarin gesprekken, acties en ideeën gevormd kunnen worden over en rond de rol van de mens in de natuur) een artikel in de reeks over Het einde van de mens als maat der dingen over ‘s werelds eerste rivier met rechtspersoonstatus.

Sinds 2014 is de Whanganui-rivier in Nieuw-Zeeland een rechtspersoon: een experiment om de relatie tussen mens en natuur opnieuw vorm te geven. Hoe werkt dit? Ik reisde naar Nieuw-Zeeland en bezocht de rivier.’
(de Correspondent)

Volgens Latour verkeren we niet meer in de positie waarin we ons de vraag stellen of we gul genoeg zijn om rechten toe te kennen aan bepaalde aspecten van de natuur.

We leven in een tragedie.’ Wat de zaak extra complex maakt is dat wij mensen niet allemaal ‘op dezelfde planeet wonen’. We moeten de discussie aangaan met mensen die het niet eens zijn met het feit dat het klimaat van invloed is op ons collectieve leven. De vraag of we niet-mensen moeten opnemen in ons democratisch systeem is voor hen helemaal geen vraag. De uitdrukking ‘agree to disagree’ gaat niet meer op. ‘Het is een mate van tragische achteruitgang die ik in de jaren negentig niet had voorzien.’

Het parlement van de dingen
L
atour verwees naar een eerder uitgevoerd parlement der dingen onder de naam Make It Work. Daarbij waren naast landen ook natuurgebieden vertegenwoordigd door mensen, zoals de Amazone en de Zuidpool. Diplomatische discussies verliepen heel anders, puur vanwege het feit dat er vertegenwoordigers van natuurgebieden aanwezig waren. Filosofie heeft ook fictie nodig, concludeerde Latour, om ideeën te laten landen.

Anno 2020 vraagt het parlement der dingen volgens Latour om een herdefinitie van humanisme. Het gaat niet meer zozeer om de soevereine mens die zijn eigen wetten maakt, maar om een politiek systeem waarin de mens toestemming vraagt aan de rechtmatige eigenaar. ‘Dat is een hele gekke situatie,’ realiseerde Latour zich. ‘Kun je je voorstellen dat we elke keer toestemming moeten vragen wanneer we de Noordzee opgaan om te vissen?’ Gelukkig is dit idee niet nieuw. ‘Er zijn andere culturen waarin dit al lange tijd zonneklaar is.’

Klimaatweekend
Milieudefensie en een nieuw samenwerkingsverband van verschillende religies vragen, vlak voor de verkiezingen, dit Klimaatweekend, vanaf 11 maart, aandacht voor de klimaatcrisis. De Werkgroep Klimaat & Geloof bestaande onder andere uit katholieke, protestantse, joodse en islamitische religieuze organisaties doet dit vanuit een diepgevoelde bezorgdheid over de klimaatcrisis. Ook hindoes, boeddhisten en humanisten hebben zich inmiddels aangesloten.

Zie:
The Parliament of Things (Radboud Reflects – met podcastmet YouTube)
Wat als een rivier rechten krijgt? (de Correspondent)
* Gelovigen organiseren Klimaatweekend in aanloop naar de verkiezingen



P.S. De titel van dit blog is ontleend aan een tweet van Greta Thunberg (foto: Twitter) van 3 maart 2021.

We’re today discussing a #WorldWithoutNature as if it meant that “our children won’t be able to see pandas in the future” or that “we won’t be able to eat certain types of food”. A world without nature is no world. Stop separating “humans” and “nature”. Humans are part of nature.
(Greta Thunberg)

* Bruno Latour schreef vele boeken over techniek en klimaat, zoals Oog in oog met Gaia (2017) en We zijn nooit modern geweest (2016). November 2020 verscheen de bundel Het parlement van de dingen – over ecologie en de representatie van niet-mensen, met een vertaling van de belangrijkste teksten van Bruno Latour over het parlement van de dingen en ecologie.

Foto: De Whanganui rivier heeft voortaan rechten | Fotocredit: whanganuidlf Flickr via Compfight cc. | ‘Nieuw-Zeelandse rivier krijgt rechten. Na een strijd van 170 jaar heeft de Whanganui rivier in Nieuw-Zeeland als eerste locatie ter wereld rechten gekregen, dankzij een wet die is aangenomen door het parlement. De rivier kreeg de juridische status van een levend wezen.’ (AnimalsToday)

God, zingeving en verbondenheid

‘Er is een besef dat alles anders moet. Er leeft een ongelooflijk gevoel van urgentie, dat er een opeenstapeling is van gigantische problemen, van het klimaat tot de verharding van de samenleving en kapitaalongelijkheid. Maar voor we het anders gaan doen, hebben mensen tijd nodig. We gaan eerst door een soort rouwproces, de toon verandert echt met de week. Maar ik heb nog niemand gesproken die terug wil naar hoe het voor de coronacrisis was.’ Politicoloog Mounir Samuel zegt dit vol passie in de Volkskrant. Deze passie is ook gloedvol te horen in De Ongelooflijke Podcast bij NPORadio1.

S
amuel maakt zich daarin zorgen over maatschappij, waarin mensen zich steeds verder terug trekken in bubbels. Zelf probeert hij met iedereen échte gesprekken te voeren, ook over zingeving en geloof. Podcast 44 gaat over geloof, gender en het failliet van het identiteitsdenken. ‘De grootste crisis is de geestelijke armoede’.

De publicist ergert zich aan identiteitspolitiek, omdat het afleid van belangrijkere discussies, vindt hij. ‘Zo lang we met elkaar aan het soebatten zijn over gender, kleur en andere zaken – hoe belangrijk ook – staan we niet samen collectief te vechten tegen de echte, grote problemen, zoals het klimaat en Big Tech die ons hele leven infiltreren.

In zijn boek Noodzakelijke gesprekken praat hij vanuit huis met uiteenlopende mensen over hoe zij de coronacrisis ervaren en hoe ze zich de wereld voorstellen als het virus bedwongen is.

Ik wilde naar een dieper gesprek over God, zingeving en verbondenheid. Het coronavirus werkt als een soort snelkookpan voor de grote thema’s van deze tijd. Het legt bloot wat we al jaren doen. De gesprekken gaan over de vragen die we onszelf moeten stellen op weg naar een nieuwe wereld, zodat we niet teruggaan naar business as usual.’
(de Volkskrant)

Mounir Samuel omschrijft zichzelf als een ‘Egyptisch-Nederlandse, christelijke maar in de islam gespecialiseerde, visueel beperkte, seksueel fluïde, transgender man van kleur’. Hij is politicoloog, publicist, theatermaker, Midden-Oostencorrespondent en presentator van het tv-programma De Nieuwe Wereld. Naast schrijver en journalist voor o.a. De Groene Amsterdammer, is hij ook adviseur ‘diversvaardigheid’, en beweegt zich in zijn werk en leven soepel over de scheidslijnen van politiek, geografie, media, cultuur, taal, religie en gender.

De begrippen buitelen over elkaar heen als je Mounir goed wil omschrijven, mede daarom noemt hij zichzelf ‘het failliet van het identiteitsdenken’. Wat bedoelt hij daarmee? En wat voor rol spelen God en geloof in zijn tumultueuze leven?
Mounir schreef middenin de coronacrisis het boek
Noodzakelijke Gesprekken, waarin hij 15 mensen interviewt over de grote vragen van deze tijd. Maar dit keer is hij zelf aan de beurt. Journalist David Boogerd en theoloog Stefan Paas praten met Mounir Samuel over geloof, twijfels, geestelijke armoede en één identiteit die alles overstijgt.’
(De Ongelooflijke Podcast)

Noodzakelijke gesprekken – reflecties op een nieuwe wereld | Mounir Samuel | Essaybundel | Uitgeverij Jurgen Maas | December 2020 | €19.95 | 240 blz. |
Noodzakelijke gesprekken bevat vijftien spraakmakende interviews over de grote vragen van deze tijd. Daarin gaat Mounir geen ongemakkelijk thema of maatschappelijke uitdaging uit de weg. Of het nu leven in quarantaine, de klimaatcrisis, de Black Lives Matter-beweging, gender, de zorg, het onderwijs, God en religie, politieke representatie, feminisme, intimiteit, depressie, het ouderschap of de verwerking van verlies betreft. Met een scherpe pen destilleert Mounir samen met zijn gesprekspartners een nieuwe wereld.’ (Cover)

Luister: #44 – Geloof, gender en het failliet van het identiteitsdenken met Mounir Samuel en Stefan Paas (De Ongelooflijke Podcast – NPORadio1) ‘Geestelijke armoede is de grootste pandemie.’
‘Nederlandse christenen moeten niet zo verlegen doen over hun geloof. Het verbaast schrijver en journalist Mounir Samuel regelmatig dat veel gelovigen nauwelijks durven te praten over hun religie, terwijl er juist veel behoefte is aan zingeving, denkt hij. Zelf heeft hij er geen last van: “Ik kan niet niét over God praten”, zegt hij in De Ongelooflijke Podcast.’

Beeld: wp.johannescentrum.nl