Over het Iraanse regime en het toezicht van de Ulema

Oproep tot regimeverandering in strijd met de islam?Auteur van Islam, politiek wetenschapper en Midden-Oostenspecialist Ahmet T. Kuru, heeft zich meermaals uitgesproken over alle recente ontwikkelingen in Iran. Eén van de perspectieven van Kuru is dat niet de islam voor allerlei problemen zorgt, maar dat de oorzaak onder meer ligt bij de opstelling van de wereldlijke autoritaire en de Ulema (religieuze leiders).
– door gastblogger Rudi Holzhauer,
vertaler van Islam en artikel Regimeverandering gewenst

‘Als de religieuze grondslagen van het Iraanse regime zo systematisch zijn, is een oproep tot regimeverandering dan in strijd met de islam? Is de scheiding van religie en staat mogelijk binnen de islam?’
(Ahmet T. Kuru)

Regimeverandering gewenst
– door Ahmet T. Kuru

De Amerikaans-Israëlische alliantie zet haar aanvallen op Iran voort, in strijd met het internationaal recht. Deze interventie is in tegenstelling tot de invasie van Irak in 2003 niet gepresenteerd als een democratiseringsproject. Weinig moeite hebben de daders om hun imperiale doelstellingen of de leidende rol van Israël in de campagne te verbergen. Toch heeft deze interventie een belangrijk doel gemeen: regimeverandering.

Van de Iraanse diaspora in Noord-Amerika en Europa hebben enkele leden de aanval gesteund in de verwachting dat het regime zou instorten. Tegen het regime blijft de haat niet beperkt tot de diaspora. Begin 2026 namen miljoenen Iraniërs deel aan landelijke demonstraties. Deze protesten werden echter door het regime onderdrukt met ongekend geweld. Schattingen van het dodental lopen uiteen van 7.000 tot 37.000, terwijl het aantal gewonden mogelijk in de honderdduizenden loopt.

Een aanzienlijk deel van de samenleving heeft zich tegen de islam gekeerd. Daardoor onderscheidt het Iraanse regime zich van veel andere autoritaire systemen. Uit enquêtes die onder moeilijke omstandigheden zijn gehouden, blijkt dat ongeveer de helft van de Iraanse bevolking de islam heeft verlaten als gevolg van politieke wrok jegens het regime. Wat vormt dan de kern van een regime dat een aanzienlijk deel van zijn bevolking tot verzet heeft gedreven?

De erfenis van Khomeini
Het Iraanse regime is gebaseerd op het concept van velayat-e faqih, een decennium voor de revolutie geformuleerd door Ruhollah Khomeini, leider van de revolutie van 1979. Later is dit concept in de grondwet opgenomen. Te vertalen als: ‘Het voogdijschap van de rechtsgeleerde’ of ‘De instelling van het voogdijschap van islamitische geleerden (Ulema)’ over het politieke systeem.

De Opperste Leider staat boven de president, het parlement en de rechterlijke macht. Ook fungeert hij als de hoogste autoriteit in militaire aangelegenheden. Dit semi-theocratische bestuurssysteem, gebaseerd op het voogdijschap van de Ulema, berust op de simplistische logica van het islamisme: zijn wij moslims? Ja. Moeten wij dan worden geregeerd door de islamitische wet, dat wil zeggen de sharia? Ja. Wie begrijpt de sharia het beste? De Ulema. Moeten de Ulema dan niet regeren?


Politiek wetenschapper en Midden-Oostenspecialist Ahmet T. Kuru

Na de revolutie werden enkele vooraanstaande Ulema die deze redenering betwistten, door Khomeini met geweld het zwijgen opgelegd. Zijn interpretatie van de sharia was rigide en letterlijk. Hij ging zelfs zo ver te beweren dat zelfs de profeet Mohammed en imam Ali – die door sjiieten als de eerste imam wordt beschouwd – de religieuze voorschriften niet aan veranderende omstandigheden konden aanpassen.
In een van zijn opgenomen toespraken illustreerde Khomeini dit punt met het voorbeeld van overspel: ‘Volgens de sharia is de straf voor overspel honderd zweepslagen. Als de profeet Mohammed of imam Ali vandaag de dag nog zouden leven, zouden zij dan een andere straf opleggen? Zou de profeet honderdvijftig zweepslagen opleggen?’

Hoewel islamisten in andere landen soortgelijke argumenten hebben aangevoerd, zijn er maar heel weinig in geslaagd een semi-theocratisch regime zoals dat van Khomeini tot stand te brengen. Dit kwam doordat Khomeini zowel gebruik maakte van de brede coalitie van oppositiekrachten tegen de sjah, als profiteerde van het bestaan van een machtige geestelijkheid en de leer van de Mahdi in het Twelver Shi’i-doctrine.  
Volgens de dominante Twelver Shi’i-doctrine in Iran is de Twaalfde Imam, Mohammed al-Mahdi, in de tiende eeuw door God aan het oog onttrokken (maar nog steeds in leven) en zal hij aan het einde der tijden weer verschijnen. Zijn terugkeer wordt verwacht als de basis voor een volledig rechtvaardige en legitieme regering. Khomeini versmolt het gezag van de Ulema in zaken van de sharia met het geloof in de Mahdi, met het argument dat de Ulema in zijn naam politiek gezag moesten uitoefenen tot zijn terugkeer.

Als de religieuze grondslagen van het Iraanse regime zo systematisch zijn, is een oproep tot regimeverandering dan in strijd met de islam? Is de scheiding van religie en staat mogelijk binnen de islam?

De alliantie tussen de Ulema en de staat
Om aan te tonen dat de islam onverenigbaar is met democratie, beweren islamisten (omwille van hun politieke projecten) en islamofoben tegenwoordig, dat de islam de scheiding van religie en staat inherent afwijst. Islam weerlegt deze bewering door middel van een historische analyse.

Islam laat zien dat er tussen de achtste en elfde eeuw een relatieve scheiding bestond tussen de Ulema en de heersende klasse in de islamitische wereld. Van de 3900 godsdienstgeleerden, in biografische bronnen uit deze periode genoemd, ontving slechts 9% een salaris van de staat via officiële functies zoals die van rechter, terwijl 91% zelfstandig in zijn levensonderhoud voorzag.

In de vroege periode van de islamitische geschiedenis gaven de Ulema er in principe de voorkeur aan geen salaris van heersers te aanvaarden. Zij beschouwden nauwe banden met de staat als corrumperend en als een risico op medeplichtigheid aan onderdrukking. Daarom gaven de meeste vroege Ulema er de voorkeur aan hun brood te verdienen met handel. De stichters van de vier grote soennitische rechtsscholen en prominente sjiitische figuren zoals Ja’far al-Sadiq waren onafhankelijke geleerden die geen staatsfuncties aanvaardden.
Deze geleerden betaalden de prijs omdat ze niet wilden buigen voor de eisen van de heersers. Imam Malik werd onderworpen aan lijfstraffen, Imam Shafi’i geketend en Ibn Hanbal in de gevangenis geslagen. De laatste ontsnapte ternauwernood aan de doodstraf.
 
De ervaringen van Abu Hanifa zijn het bekendste voorbeeld van de heersende mentaliteit in die tijd. Abu Hanifa wees het aanbod van een rechtersambt van de Abbasidische kalief Mansur af, omdat hij zichzelf ongeschikt achtte voor die functie. De kalief antwoordde: “Je liegt, jij bent de meest gekwalificeerde.” Abu Hanifa antwoordde: “Een leugenaar kan geen rechter zijn.” Uiteindelijk werd hij gevangengezet en vergiftigd.


De bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw

Deze 13e-eeuwse Arabische manuscript-illustratie geeft de bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw weer. Een bijeenkomst van geleerden met tulbanden staan voor rijen zorgvuldig opgestelde boeken, en in een serieus literair en juridisch debat verwikkeld zijn.

Het kunstwerk, Geleerden in een bibliotheek in Basra uit de Maqamat, van al-Hariri, werd in 1237 n.Chr. gemaakt door de meester-illustrator Yahya ibn Mahmud al-Wasiti, met inkt en dekkende waterverf op papier, en bevindt zich momenteel in de Bibliothèque Nationale de France in Parijs.

Geen Hadith maar een Sassanidisch spreekwoord
Er is geen expliciete verwijzing naar de nauwe band tussen religie en staat in de Koran of de Hadiths. Daarom hebben degenen die na de elfde eeuw pleitten voor de broederschap van religie en staat, het aforisme (in feite een Sassanidisch spreekwoord) aangehaald alsof het een Hadith was: ‘Religie en het koninklijk gezag zijn tweelingen. Religie is het fundament, en het koninklijk gezag is de bewaker ervan. Wat geen fundament heeft, stort in; wat geen bewaker heeft, gaat ten onder’.

Kortom, de alliantie tussen de Ulema en de staat was noch een essentieel onderdeel van de islam, noch een fundamenteel kenmerk van de vroege islamitische geschiedenis. Integendeel, deze alliantie werd gevormd tijdens de Seltsjoekse periode in de elfde eeuw. Later is ze geïnstitutionaliseerd en wijdverspreid tijdens de Ayyubidische, Mamelukse, Ottomaanse en Safavidische periodes. Islam geeft er een uitvoerige analyse van.

In de twintigste eeuw hebben islamisten de alliantie tussen de Ulema en de staat van een pragmatische regeling tot een meer ideologisch project verheven. In Egypte Hasan al-Banna, de stichter van de Moslimbroederschap, en later: Sayyid Qutb. In Pakistan Mawdudi, de stichter van Jamaat-e-Islami. In Iran Khomeini. Zij ontwikkelden meer totalitaire ideologieën, gebaseerd op de middeleeuwse alliantie tussen de Ulema en de staat, maar verder reikten door de islam te definiëren als zowel religie als staat.

Van seculier naar islamistisch
Als gevolg daarvan maakte de seculiere politieke stroming, tussen 1920 en 1980 in de meeste delen van de islamitische wereld invloedrijk, geleidelijk plaats voor islamistische bewegingen. Iran, dat samen met Turkije in de jaren twintig het voortouw had genomen bij seculiere hervormingen, is na de revolutie van 1979 een van de belangrijkste centra van het wereldwijde islamisme.

Deze beweging nam in verschillende landen verschillende institutionele vormen aan. Als voogdijschap van de Ulema in Iran. Als alliantie tussen de wahhabitische geestelijkheid en de Saoedische monarchie in Saoedi-Arabië. Als instelling van shariarechtbanken door militaire regimes in Pakistan en Soedan. Als de alliantie tussen de Ulema van Al-Azhar en het militaire regime in Egypte en als alliantie tussen de Ulema en gekozen politici in Maleisië.

Als het islamistische regime in Iran ten val komt, zullen de gevolgen zich tot ver buiten de landsgrenzen uitstrekken, waardoor Iran opnieuw in het middelpunt komt te staan van een ingrijpende transformatie in de moslimwereld.
De ineenstorting van het bewind van de Ulema zou dan niet alleen het einde betekenen van het meest ambitieuze islamistische experiment van de moderne tijd, maar ook de verzwakking van de allianties tussen de Ulema en de staat in de gehele moslimwereld, en de mogelijke opkomst van een nieuwe seculiere politieke stroming.


Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld
vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer

Bronnen:
* Iran’s regime: The guardianship of the Ulema, by Ahmet T. Kuru, The Montréal Review, June 2026 – in bewerkte vertaling door gastblogger Rudi Holzhauer – eindredactie: Relifilosofie
* Islam: Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld – vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer
* ‘Geënt op de edele olijf’ versterkt angst voor God (Relifilosofie) – Boekrecensie door gastblogger Rudi Holzhauer – Een van de bronnen waarnaar dat boek verwijst, is: Islam, Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld | Ahmet T. Kuru | Ertsberg, 2023 | Vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer

Beeld: Reismeisje (Iran – 29 09 2013 – 8 uur ’s morgens)
Foto Ahmet T. Kuru: SDSU San Diego State UniversityCollege of Art and Letters
Beeld De bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw: Geleerden in een bibliotheek in Basra uit de Maqamat, van al-Hariri. 1237 n.Chr. Gemaakt door meester-illustrator Yahya ibn Mahmud al-Wasiti, met inkt en dekkende waterverf op papier. Bevindt zich momenteel in de Bibliothèque Nationale de France in Parijs.

‘Welke toekomst is ons aan het naderen?’

Filosoof, religiewetenschapper en theoloog Laurens ten Kate, vroeg zich laatst af: ‘In wat voor land word ik wakker?’ en: ‘In wat voor wereld?’ – Die vragen stelde hij aan hem zelf toen in de vroege ochtenden van 23 november 2023 de social media losbarsten na de verkiezingsoverwinning van de PVV in Nederland. En op 6 november 2024, toen Donald Trump met overmacht het presidentschap van de VS heroverde. Ten Kate vond die social media irritant. En naïef. ‘Hoelang hebben jullie zitten slapen?’, dacht hij. Waarom nu pas ‘wakker worden’?

‘Is de huidige crisis niet een antwoord op een eerdere orde? En zo ja, hoe oud is die orde dan? En welke toekomst is ons aan het naderen?’
(Laurens ten Kate)

Nieuwe wereldorde?
Voor de Universiteit voor Humanistiek (UvH) bekleedde Ten Kate tien jaar lang de bijzondere leerstoel Vrijzinnige Religiositeit en Humanisme voor de Stichting Stimulering Vrijzinnig Gedachtengoed.
In zijn afscheidscollege van de UvH ‘Tussen markt en volk’ van 20 maart 2026 stelde hij dat ‘de nieuwe wereldorde’ een gevleugelde term was geworden, ‘en wel als een aanduiding van een nieuwe epoche van schrik en angst, want verleden (wat we hadden opgebouwd) en toekomst (waar we naar toegaan) lijken verder weg dan ooit. Deze orde is eigenlijk helemaal geen orde, eerder wanorde en chaos, zo luidt het gevoel’.

‘Maar is die nieuwe wereldorde wel zo nieuw? Betekent ‘nieuw’ dat er gebroken wordt met het verleden, dat wat was ‘niet meer van deze tijd is’, zoals het tegenwoordig heet? Het is naar mijn inzicht van groot belang te analyseren wat er wel degelijk voorafging aan de mondiale situatie waarin we thans zijn aanbeland. Waar komen we vandaan? Wat is de genealogie van de nieuwe orde? Is de huidige crisis niet een antwoord op een eerdere orde? En zo ja, hoe oud is die orde dan? En welke toekomst is ons aan het naderen? Dat brengt me bij de titel van dit college: ‘Tussen markt en volk’.
(Laurens ten Kate)


Timothy Stacey

‘Religie van de straat’
De ondertitel van het college is: ‘Vrijzinnig-religieuze vragen aan een (neo)liberale wereld’, want het werk van Ten Kate bestond in de afgelopen tien jaar vooral in theoretische verdieping: het vrijzinnig-religieuze en humanistische gedachtegoed kritisch doordenken en verder brengen. Helaas geeft de filosoof deze vraag door aan zijn opvolger Timothy Stacey en het team dat Stacey gaat bouwen…

… Gelukkig kon Ten Kate het niet laten toch nog enkele woorden, niet meer dan ideeën en perspectieven te ventileren. En verwijst naar Timothy Stacey, die ‘over een “religie van de straat” spreekt, een verzet tegen oppervlakkig liberalisme, en een politics of faith…’


Charles Taylor

In de richting van het onbevattelijke
Ten Kate verwijst ook naar de ‘vrije’ weg waarop wordt gezocht naar een nieuwe ‘zin’ van religiositeit in de ‘seculiere tijd’, zoals dat door de Canadese filosoof Charles Taylor is doordacht.

‘De gemeenschap die van niemand is, bevindt zich op het snijvlak van immanentie en transcendentie. Zij gaat helemaal over de mensen (immanentie), en over hoe zij kunnen samenleven in een nieuw type onzekere solidariteit, maar tegelijkertijd wijst zij weg van zichzelf, in de richting van wat de mensen in de immanente wereld transcendeert: wat ongrijpbaar, onkenbaar en “onbeschikbaar” is, zoals [de Duitse socioloog en politicoloog] Hartmut Rosa, eredoctor van de UvH, het noemt. In veel religieuze tradities krijgt de verwijzing naar, deze ‘hint’ in de richting van het onbevattelijke de naam “God”.’
(Laurens ten Kate)


Hartmut Rosa, eredoctor UvH

Een gastvrije plaats
Volgens Ten Kate is de uitdaging om de democratie, dat ‘kwetsbare experiment van de late moderniteit, met haar kern te confronteren, een kern die ze door haar dominante (neo)liberale invulling en door de reactie daarop: haar populistische ondermijning, steeds maar niet serieus neemt’.

‘Welke kern? Dat ze ons als mensen die elkaar in haar “ruimte” ontmoeten, overstijgt, precies omdat ze van niemand is. Ze is een “lege plaats”, zoals de politiek filosoof Claude Lefort stelt, met wie ik in hoofdstuk III van mijn boek [Tussen markt en volk] uitgebreid in dialoog ga. Een lege plaats, en precies daardoor een gastvrije plaats.’
(Laurens ten Kate)


De Franse politiek filosoof Claude Lefort (Parijs, 1924 – 2010)
Voorvechter van de democratie en criticus van het twintigste-eeuwse totalitarisme

‘Tijd voor onrust’
Aan het slot van het college zegt Ten Kate: “Het is tijd dat het tijd wordt.” Het is tijd voor “onrust”.’

‘Voorbij de waan van het ‘nu’: dat kunnen we lezen in het begrip van tijd dat de dichter Paul Celan benoemt door – bijzondere tautologie – voor de tijd tijd te vragen…’
(Laurens ten Kate)


Dichter Paul Celan (1920-1970)

Het is tijd dat het tijd wordt
Ten Kate laat zijn publiek achter met de vraag: ‘Is dat wat ons rest van religie? Is dat vrijzinnige religiositeit? Dat we ons openstellen voor de tijd? Dat wil zeggen, voor de komende democratie, opdat we opnieuw samen zijn?’ Zijn antwoord is, met Celan: “Ja.”

Omstrengeld staan we in het raam, op de straat kijkt men toe:
het is tijd voor besef!
Het is tijd dat de steen zo goed is te bloeien,
dat het hart van de onrust gaat kloppen.
Het is tijd dat het tijd wordt.


Het is tijd.

Bron: Afscheidscollege Laurens ten Kate (20 maart 2026)

Foto: Stichting Stimulering Vrijzinnig Gedachtengoed
Foto Timothy Stacey: UvH (2025)
Foto Charles Taylor: 2009 – Lemniscaat
Foto Hartmut Rosa: Boom
Foto Claude Lefort: Tilburg University – ‘Lefort doceerde onder meer aan de universiteit van Parijs en São Paulo, de Universiteit van Parijs en was verbonden met het Centre de recherches politiques Raymond Aron. Hij schreef over vroege politieke denkers zoals Machiavelli’.
Foto Paul Celan: celan.nl

Tussen markt en volk | Laurens ten Kate | ISVW | 136 blz. | € 18,95 | ISBN 978-90-836110-7-5 | NUR 730

Religieus analfabetisme in stadsbesturen

Door religieus analfabetisme in stadsbesturen worstelen kerken in grote steden om een plek te vinden. Niet zo vreemd dat het aantal Nederlandse gelovigen vorig jaar weer afnam. Stadsbesturen houden structureel te weinig rekening met huisvesting van geloofsgemeenschappen. – Dus niet, zoals dagblad Trouw cynisch schrijft, doordat er op zondag ‘natuurlijk ook Buitenhof op televisie’ is. Of dat ‘het kan regenen’. Bovendien kopen figuren als ondernemer Ruben van Zwieten, ‘de Zuidas-predikant’, kerken op om tot mindfulness-centrum te verbouwen, met bar en appartementen.

‘Kerken zijn ankerpunten in wijken. Ze zijn plekken van ontmoeting, zingeving en zorg’
(Don Ceder en Tim Kuijsten)

Gebrek aan religieus bewustzijn
De cijferaars van het CBS lieten 13 maart 2026 weten dat religie niet meer in de lift zit. Althans niet naar boven. Na een lichte stijging in 2024 nam het aantal Nederlandse gelovigen in 2025 weer af. Religieus analfabetisme werkt dat in de hand: stadsbesturen blokkeren daardoor contact met kerken, evenals de samenwerking met kerken rond subsidies, en de kerkhuisvesting zelf.

‘Een gebrek aan religieus bewustzijn zorgt er onder andere voor dat de scheiding tussen kerk en staat door ambtenaren en lokale politici regelmatig wordt begrepen als een plicht tot afstand. Het gevolg is handelingsverlegenheid ten aanzien van het contact met kerken, de samenwerking met kerken rond subsidies en het vraagstuk van de kerkhuisvesting.’
(Uit dagblad Trouw: Gemeenten moeten kerken de ruimte geven)

Oma wil haar eigen kerk terug
Hoe waarachtig is Van Zwieten in zijn missie? – De Oma van Matthijs beseft dat er geen andere oplossing mogelijk is voor de toekomst van de kerk, maar raakt langzaam wanhopig wanneer ze merkt dat ze steeds minder naar de kerk kan gaan. Zij wil haar oude kerk terug.
De film van Matthijs Vuijk over de Nicolaaskerk is een schitterende arthousefilm, prachtig poëtisch / meditatief in beeld gebracht. Zowel Ruben van Zwieten als de (kritische) kerkgangers, en vooral ook oma Coby komen tot hun recht.

‘Het leven van de oma van filmmaker Matthijs Vuijk staat op zijn kop: de kerk waar zij al haar hele leven naar toe gaat in het kleine dorpje Kortgene, is failliet. Eén man komt vervolgens tot de redding: de Amsterdamse ondernemer Ruben van Zwieten, ook wel de “Zuidas-predikant” genoemd. Kan de oma van Matthijs ooit terug naar haar eigen kerk?’
(Uit: De glazen kerk – NPO Doc)


Uit de archieven van CBS: kerken als rijksmonumenten te koop

Nieuwe Poort Zeeland
Ondernemer Ruben van Zwieten, ‘de Zuidas-predikant’, heeft de Nicolaaskerk in Kortgene ingrijpend verbouwd. De Nieuwe Poort Zeeland heeft de Nicolaaskerk voor kerkgangers behouden.
Over de film De glazen kerk geeft de Nieuwe Poort Zeeland de volgende reactie:

‘Protestantse Gemeente De Ontmoeting & Stichting Behoud de Nicolaaskerk konden het onderhoud van de Nicolaaskerk niet meer opbrengen. Om de Nicolaaskerk voor kerkgangers in Kortgene te behouden was verandering nodig. De Nieuwe poort Zeeland werd in 2019 benaderd om dit te realiseren.

Nieuwe Poort Zeeland heeft onder moeilijke omstandigheden van de Nicolaaskerk weer een plek van ontmoeting en inspiratie gemaakt. Uitvaarten en kerkdiensten van de Protestantse Gemeente De Ontmoeting vinden nog steeds plaats in de Sint Nicolaaskerk. Tarieven zijn ongewijzigd gebleven.

De Nicolaaskerk is met de appartementen een plaats waar bezoekers langer kunnen verblijven, elkaar kunnen ontmoeten en zich kunnen laten inspireren. De Nieuwe Poort Zeeland heeft van de burgerlijke gemeente ondanks mondelinge toezeggingen geen horeacvergunningen gekregen.’
(Nieuwe Poort Zeeland)

Sacrale ruimten
Kerken blijven nodig, en ‘genereuze of sacrale ruimten’. In zijn boek Geestkracht (2021), van cultuurfilosoof en geestelijk begeleider Frans Croonen, vertelt hij over het ontstaan van seculiere stadskloosters, in meer of mindere mate christelijk of kerkelijk.
En dat je kerkelijke en niet-kerkelijke zinzoekers overal kunt vinden. Op zoek naar rust en stilte, naar structuur en balans vanwege de drukte in het leven, naar betekenisvolle inhoud. Croonen ziet in ons spirituele landschap een ‘boeiend transitieproces dat zich nog volop aan het voltrekken is’. 

‘Sommigen worden “heel seculier” en zoeken andere woorden voor God, genade en voorzienigheid. Toch doet de “ogenschijnlijke ongodsdienstigheid niets af aan de zingevingsvragen en het religieus verlangen waar een steeds grotere groep mensen mee rondloopt”.
Daar zijn ook letterlijk ruimten voor nodig. Plaatsen voor verbinding en verdieping. Voor bezielende bijeenkomsten. Die plekken worden ‘genereuze ruimten’ genoemd: een ruimte die mensen stil laat staan, maar ook in beweging brengt.’
(Uit Relifilosofie over Geestkracht: Zin. Zoeken. Vinden. De weg.)

Kerk is ankerpunt in de wijk
Een stadsbestuur dat nu nog denkt dat kerken slechts voor de bezoekers op zondag zijn, is religieus bewusteloos.

‘Kerken zijn ankerpunten in wijken. Ze zijn plekken van ontmoeting, zingeving en zorg. Kerken verlenen schuldhulpverlening, helpen bij integratie, functioneren als voedselbank, doen aan jeugdwerk of zijn simpelweg een plek waar mensen een kop koffie en een luisterend oor krijgen.’
(Uit dagblad Trouw: Don Ceder en Tim Kuijsten in: Gemeenten moeten kerken de ruimte geven)


Kerk in Actie voor de Voedselbank

Bronnen:
* CBS: Alleen in Limburg rekent de meerderheid zich nog tot een geloof (13 maart 2026)
* Dagblad Trouw: Alleen in Limburg zijn de meeste inwoners nog religieus, al zitten ze daar het minst vaak in de kerk (13 maart 2026)
* Dagblad Trouw: Opinie: Gemeenten, geef kerken de ruimte (13 maart 2026, Don Ceder en Tim Kuijsten, ChristenUnie)
* De glazen kerkNPO Doc (15 maart 2026)

Beeld: Religie en Samenleving (Eburon Academic Publishers, jaargang 8 nr. 1 – detail cover)
Beeld Te koop: CBS (29 maart 2024)
Beeld Kerk in Actie: 150 kerkelijke gemeenten deden in januari mee met de actieweek van Kerk in Actie voor de Voedselbank (2024)