Filosofie voor verveelde tienjarige betwetertjes

Becky

‘Had ik op tienjarige leeftijd Becky kunnen lezen, dan had ik misschien een interesse in filosofie opgevat, wat een uitkomst kan zijn voor verveelde tienjarige betwetertjes.’ Becky is Becky Breinstein en van school gestuurd vanwege het feit dat ze besmet is met het vragenvirus. Te slim voor school, want met haar vragen schopt ze tegen een aantal heilige huisjes van haar school en dorp en daarom wordt ze uiteindelijk van school gestuurd. Filosoof Marthe Kerkwijk las De gifbeker van Socrates. ‘Waarom is Plato niet gewoon gemeengoed in groep 6?’

Zojuist heb ik deel een, De gifbeker van Socrates, in een ruk uitgelezen. Gedurende het eerste hoofdstuk doorstond ik al vijf lachbuien. Ik vreesde daarom even dat ik voor het einde in mijn koffie zou stikken, maar hier ben ik, levend en wel.’

Dat brengt mij bij mijn eerste punt van aanbeveling: de tekeningen. Er is een blobvis. Er is een horzel met het hoofd van Socrates. Ik kan het niet uitleggen. Je moet het zien. Het is hilarisch. De tekeningen zijn eenvoudig: enkele penstreken, niet eens bijzonder stijlvast, maar in hun eenvoud droogkomisch en doeltreffend.’

Als tiener las Kerkwijk De wereld van Sofie en dat droeg bij aan het feit dat zij nu filosoof is. Zij groeide op met Annie M.G. Schmidt, Astrid Lindgren, Paul Biegel en later Tonke Dragt. Dat vindt zij jeugdliteratuur die je filosofisch kunt noemen omdat ze de jonge lezers ertoe bewegen vragen te stellen en kritisch te kijken naar de wereld waar volwassenen hen mee opzadelen.

De wereld van Sofie deed dat ook, en deed tevens iets anders: het boek liet mij kennismaken met de fascinerende geschiedenis van de filosofie.’

Met behulp van Plato’s grot duiden de schrijvers, journalist en kunstenaar Marc van Dijken kunstenaar Sander ter Steege, soepel de actuele maatschappij voor tienjarigen. Kerkwijk vindt dat een prestatie, vandaar haar verzuchting Plato gewoon gemeengoed te maken in groep 6.

Ik had daar zelf in groep zes wel oren naar gehad. Toen ik tien was, was ik, net als Becky, besmet met het vragenvirus. Had ik op tienjarige leeftijd Becky kunnen lezen, dan had ik misschien een interesse in filosofie opgevat, wat een uitkomst kan zijn voor verveelde tienjarige betwetertjes.’

Kerkwijk vindt het verhaal spannend, prikkelend en grappig genoeg om het tot het eind toe met plezier te lezen.

Ik laat me graag aan het lijntje houden en verleiden tot aanschaf van de volgende delen, ondanks het feit dat ik heus wel in de gaten heb dat Marc van Dijk en Sander ter Steege gewiekste sofisten zijn die mij hier een aantrekkelijke schaduw voorwerpen.’

Zie in iFilosofie 48: Bijdehante Becky, de Socrates van Domdorp

Beeld: Detail cover Becky Breinstein. De gifbeker van Socrates

ISBN: 9789025907150 | Pagina’s: 144 | Publicatiedatum: 17-09-2019 | BECKY BREINSTEIN is van school gestuurd. Dit heeft iets te maken met: • Een lelijke visman met baard, die haar ’s nachts een schok heeft gegeven • Drones en postduiven die geheime boodschappen sturen • De gifbeker van de beroemde filosoof SOCRATES. Becky vindt het prima dat ze niet meer naar school hoeft. Maar ze vindt het verdacht dat haar aartsvijand ISABELLA TOSTI zo blij is. Ze gaat op onderzoek uit, samen met RAYMON DE DEMON (geen hond, maar haar Tasmaanse tijger!).
Becky Breinstein beleeft een spannend avontuur vol humor, vriendschap en vrolijke wijsheid. De gifbeker van Socrates is het eerste deel van een serie waarin Becky haar leven op z’n kop zet met de grootste denkers uit de geschiedenis.

‘Drugscultuur vervangt religie en spiritualiteit’

large_Ondermijning_nederland_drugsland De Groene Amsterdammer

Volgens Gary Laderman zijn drugs de bron van godsdienst en spiritualiteit van het volk. Niet alleen cannabis en ayahuasca, maar ook medicijnen op doktersrecept. Laderman, docent religieuze geschiedenis en cultuur aan de Emory University in Georgia, werkt aan een boek over drugs en religie, met als centrale vraag hoe drugs een nieuwe, primaire bron zijn geworden voor het religieuze of spirituele leven in de moderne samenleving. Journalist Derrick Bergman meldt dit in zijn column Drugs als godsdienst voor het volk? bij CNNBS.


Godsdienst is de opium van het volk’… het is een van de beroemdste uitspraken van Karl Marx. De onderdrukte arbeiders schikken zich in hun lot vanwege de beloning in het hiernamaals die de godsdienst belooft. Volgens de Amerikaanse professor Gary Laderman is het tegenwoordig andersom: drugs zijn de bron van godsdienst en spiritualiteit van het volk. (CNNBS)


Volgens Laderman kunnen de verschillende drugsculturen die alomtegenwoordig zijn in de moderne samenleving, diepgaand religieus of spiritueel zijn en vervangen zij conventionele vormen van religie of nemen deze over.

Mensen gebruiken door de hele geschiedenis al psychoactieve stoffen, maar volgens Laderman is de tijd nu meer dan ooit rijp voor de vermenging van drugs met religie en spiritualiteit. Zo vermoedt hij een verband tussen de opkomst van Big Pharma [Drug Lobby] en de stijging van het aantal Amerikanen dat in enquêtes zegt geen religie aan te hangen.’ (CNNBS)

De ideeën van de Belgische psychiater Dirk De Wachter sluiten volgens Bergman naadloos aan bij de theorie van Laderman.

Als in België een miljoen mensen psychofarmaca neemt, slaapmiddelen, antidepressiva, dan moeten we als maatschappij toch eens nadenken: wat betekent dat? Dan zeg ik, Karl Marx parafraserend en ook een beetje provocerend: opium is de godsdienst van het volk. De godsdienst is weg en blijkbaar hebben we het kind met het badwater weggesmeten. Dat is geen pleidooi voor godsdienst, maar wel een pleidooi voor nadenken, zingeving, zorg voor elkaar.’ (De Wachter)

Het zou interessant zijn, vindt Bergman, woordvoerder en secretaris van de stichting Verbond voor Opheffing van het Cannabisverbod (VOC), om Laderman en De Wachter met elkaar in debat te laten gaan.

Daarvoor zou dan ook oud-CDA drugswoordvoerder in de Tweede Kamer Wim van de Camp uitgenodigd moeten worden, de man die mij ooit toevertrouwde dat zijn partij tegen drugs is ‘omdat drugs een concurrent van God zijn’.’ (CNNBS)

Zie: Drugs als godsdienst voor het volk? (CNNBS)

Beeld: Milo (De Groene Amsterdammer)

Helpen leven is ook helpen sterven

helpenstervennrc2012

Gert-Jan Segers creëert een valse tegenstelling als hij telkens benadrukt dat wij onze ouderen moeten helpen leven en niet helpen sterven. Helpen leven is helpen sterven, eenvoudig omdat sterven bij het leven hoort.’ Dit stelt theoloog, schrijver en dichter Wim Jansen. ‘De gerichtheid namelijk op het loslaten van het ik, het leven, de geliefden en verzoening met de dood. Dat heeft niets met ‘ondraaglijk lijden’ te maken maar met bewust leven. Voorbereiding op de dood is daar een onderdeel van.’


‘Nu het rapport Voltooid leven onder leiding van Els van Wijngaarden is verschenen, laait de discussie over de doodswens bij ouderen opnieuw hoog op. Uiteraard vanuit dezelfde stellingen: voor- en tegenstanders van (hulp bij) zelfdoding vanaf 75-jarige leeftijd. Met dezelfde spelers: Gert-Jan Segers van de ChristenUnie en Pia Dijkstra van D66. Het valt me op dat in die discussie één aspect structureel onbelicht blijft: de levensfase waarin mensen verkeren.’ (NieuwWij)


Jansen vertelt over het christendom dat van de aartsvaders zegt dat zij oud waren en ‘van het leven verzadigd’. Dat Prediker beeldend de ouderdom beschrijft als de ‘jaren waarin men weinig vreugde meer vindt’.

‘En Paulus, oud – voor die tijd – en vooral moegestreden vertelt in Filippenzen hoe er van twee kanten aan hem getrokken wordt. Dat hij enerzijds wil blijven leven om nog goed werk te kunnen doen voor zijn naasten, maar dat hij er anderzijds vurig naar ‘verlangt om te sterven en in Christus te zijn’. Verlangen naar de dood wordt door hem blijkbaar als volkomen legitiem gezien. Dit zo geheel anders dan ik signaleer bij zijn christelijke nazaten.’ 

Het is frappant dat Paulus voelt hoe er aan hem getrokken wordt van twee kanten, zegt Jansen. Dat is precies wat de theoloog in zijn omgeving, vooral in het pastoraat, ook vaak heeft waargenomen bij mensen in een min of meer eindfase. Waarbij het trekken van ‘gene zijde’ allengs sterker wordt en zij meer en meer onthecht raken.

‘Houden zij dan niet meer van hun dierbaren? Natuurlijk wel, maar liefde in de vierde levensfase staat op het punt te worden getransformeerd tot een loslatende liefde.  Een pure liefde voorbij de affecties. Dat te accepteren en te respecteren is de weg die de achterblijvende geliefde moet gaan. Het is tevens de weg van de samenleving.’ 

De theoloog vertelt in zijn artikel ook over de vier levensfasen bij het hindoeïsme. Dat men zich in de vierde en laatste periode geheel richt op de ziel die als onsterfelijk wordt beschouwd.

‘Het enige verlangen dat men koestert, is de bevrijding uit de kringloop van geboorte en sterfte. Meditatie, gebed en sociaal werk zijn in deze levensperiode belangrijke waarden. Kenmerkend voor deze fase is een leren loskomen van het ego en het  leven, oftewel onthechting.’

Bij Carl Jung, aldus de theoloog, lopen die fasen meer door elkaar, zijn minder leeftijdgebonden, maar zij komen in grote lijnen overeen.

De eerste fase noemt hij de atleet, sterk gericht op het uiterlijk. De tweede fase de strijder, die zichzelf waar moet maken. De derde fase de betrokkene, die meer en meer oog krijgt voor de ander. De vierde fase is die van de wijze geest, die zichzelf overstijgt in het niet-materiële. Ook hier is onthechting het sleutelwoord.’

Een deel van de reactie van kunstenaar en domineeszoon Gustaaf Rutgers op het artikel van Wim Jansen wil ik de lezer niet onthouden:

‘Samenleving, onthecht u alstublieft! Iedere ziel is in essentie levenslang en in mijn mystieke ogen eeuwig drager van zijn of haar wel of niet integer handelen. In leven en in sterven. In eeuwigheid. Wie zijn wij om een andere ziel te verplichten te blijven? Is de aardse aanwezigheid van het lichaam alhier heiliger dan de hemelse aanwezigheid van de ziel aldaar? Wijze mensen kijken voorbij de materiële perceptie. Doch de perceptie der wijzen is in onze gemeenschap helaas geen gemeengoed.’

Zie: De missing link in de discussie ‘Voltooid leven’  (NieuwWij)

Beeld: nrc.nl

28 maart 2025:
Bericht (Facebookgroep Ongrond, Contemplatie en mystiek) “Vandaag, aan het begin van de middag, is in zijn woning in Vlissingen theoloog, schrijver en dichter Wim Jansen overleden op 74-jarige leeftijd. Op 1 april is er in de Koorkerk in Middelburg een ‘gedachtenisdienst’. Iedereen is welkom. Aanvang: 15.00 uur. Binnenkort een uitgebreider bericht.”

Brain Uploading als menselijke verrijzenis

Brain Uploading

Verrijzen deed Jezus beter. Met lichaam en brein vol bewustzijn voorbij de cloud naar de hemel. Met Brain Uploading kom je niet verder dan de cloud. Willen je hersens daar nog iets voorstellen dan moet wel je hele lichaam mee, want zonder lichaam kan je niet denken en verlies je je bewustzijn en persoonlijkheid. Je wordt een eeuwigdurende computer die van alles kan maar zonder bewustzijn en persoonlijkheid. Zelf ben je dus digitaal dood, niet meer dan een machine. Dit rijst op als ik VN van januari 2020 lees. Brain Uploading als menselijke verrijzenis. Bijna religieus speelt futuroloog Ray Kurzwell hiermee.


Kurzweil is de profeet van de singulariteit, de filosofie die in de nabije toekomst een eindeloos snelle technologische innovatie voorziet waarin mens en machine volledig fuseren. Levenden worden onsterfelijk, de doden worden opgewekt, om te beginnen Kurzweils vader. Al jaren bewaart hij daarom in een grote loods alle documenten, foto’s en bezittingen van Kurzweil senior. Een artificiële intelligentie (AI) die de cognitieve capaciteit van mensen ver zal overstijgen, een ‘superintelligentie’, moet al ­deze analoge data inscannen om zijn vader een digitale wederopstanding te geven.’ (Trouw)


De (joods-)christelijke cultuur lijkt nog altijd van grote invloed op sommige wetenschappers. Blijkbaar willen zij uiteindelijk eeuwig leven en als God dat (nog) niet voor ze verwerkelijkt, dan proberen ze Jezus te volgen: opstijgen naar het eeuwige leven en als dat niet naar de hemel kan, dan maar in de cloud proberen. Maar verrijzen is veel meer dan simpel Brain Uploading. Cultuursocioloog Siri Beerends schrijft over Online en onsterfelijk: voor altijd verder leven in de cloud.

Techmiljardairs als Mark Zuckerberg en Elon Musk zijn al jaren bezig met het ontwikkelen van interfaces om onze hersenen over te zetten op een computer. Zo zouden we eeuwig kunnen voortleven. Maar wat moeten we ons voorstellen bij een digitaal bestaan zonder einde? En wát leeft er precies voort?’ (VN)

De Braziliaanse hersenwetenschapper Miguel Nicolelis koppelde brein en machine, en hersenen onderling, en laat volgens Trouw zelfs zien dat het brein de ware schepper is van het universum. De schepper!

Alles wat zich aan ons voordoet is door het brein gecreëerd, het brein is de ‘ware schepper’. Tijd en ruimte bestaan niet als zodanig, maar zijn constructen van het brein, die onze evolutie en ons overleven mogelijk hebben gemaakt.’ (Trouw)

Volgens Beerends is een van de misvattingen dat, wanneer je iemands hersenen overzet op een digitale drager, persoonlijkheid en bewustzijn automatisch meeverhuizen.

Onder invloed van technologieën als fMRI en EEG zijn we onze identiteit steeds meer gaan ophangen aan ons brein. De theorie dat wij een klompje zenuwcellen zijn met een bewustzijn dat zich in onze hersenen bevindt, wordt vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines ontkracht.’ (VN)

Filosoof en psycholoog Pim Haselager, hoofdonderzoeker bij het Donders Instituut voor Brein, Cognitie en Gedrag en universitair hoofddocent Kunstmatige Intelligentie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, vindt dat we tegenwoordig te neurocentrisch denken:

Ik ontken niet dat het brein een rol speelt bij alles wat ik doe, maar dat geldt ook voor mijn lichaam en mijn omgeving. Zo blijkt het metabolische systeem in ons lichaam ook cognitief heel belangrijk te zijn. We moeten niet denken dat bewustzijn, geheugen, persoonlijkheid en waarneming gelokaliseerd zijn in één onderdeel van onszelf.’ (VN)

De Amerikaanse neurowetenschapper Alva Noë weidde een heel boek aan de misvatting dat bewustzijn en persoonlijkheid in onze hersenen zouden zitten. In We zijn toch geen brein? legt Noë uit dat bewustzijn iets is wat we doen in dynamische interactie met de wereld om ons heen.

Om het leven te kunnen ervaren, zijn we afhankelijk van de samenwerking tussen hersenen, lichaam en een betekenisvolle omgeving. Zonder deze verknoping kunnen we de wereld niet bewust ervaren. Waarschijnlijk blijft er dus maar een gedeelte van je over wanneer alleen je hersenen worden overgezet op een digitale drager.’ (VN)

Volgens kunstmatige intelligentie-experts zoals David Watson worden de overeenkomsten tussen mensen en zelflerende computersystemen schromelijk overdreven.

Zowel binnen als buiten zijn vakgebied worden ten onrechte menselijke eigenschappen zoals bewustzijn, intuïtie en empathie toegedicht aan computers.’ (VN)

Aan het slot van haar artikel is Beerends zeer uitgesproken:

Voor toekomstige generaties zal het een zegen zijn dat hun bewustzijn niet gekopieerd kan worden. Dan zijn ze zich in elk geval niet bewust van hun existentiële leegte wanneer ze ronddwalen in de cloud als datamelkkoe voor een handjevol techbedrijven.’ (VN)

Bronnen o.a.:
* VN:
Online en onsterfelijk: voor altijd verder leven in de cloud
* Trouw: De ware schepper van onze wereld? Ons brein
* Trouw: Kunstmatige intelligentie: De nieuwe God die ons onderwerpt

Foto: Kerrie Grist looks at a real human brain being displayed as part of new exhibition at the @Bristol attraction on March 8, 2011 in Bristol, England – Matt Cardy/Getty Images

Update: 14 02 2024 (Lay-out)

‘De zin van het leven is geen belangrijke vraag’

bertrandrussellenludwigwittgensteindoorEdwardSorel

Volgens filosoof Ludwig Wittgenstein is het een misverstand om naar de zin van het leven te vragen. Als een van de belangrijkste filosofen uit de twintigste eeuw zou hij zeggen: ‘Je doet nu net alsof je een belangrijke vraag stelt, maar dat is helemaal geen belangrijke vraag. Een belangrijke vraag is hoe oorlogen ontstaan, bijvoorbeeld.’ Elze Riemer onderzoekt van twaalf ‘denkers van nu’ de vragen: ‘Wat kunnen wij weten? Wat mogen wij hopen? Wat moeten we doen?’ Dat zijn de eeuwige vragen van de filosofie. Riemer legt haar oor te luisteren bij twaalf kenners. Een ervan is Ludwig Wittgenstein (1889 – 1951). Over hem is zij in gesprek met Bert Keizer.


Bert Keizer: ‘Er mankeert niks aan taal, totdat mensen gaan filosoferen; dan gaan ze allerlei rare dingen zeggen. Wittgenstein verschaft ons een nieuwe helderheid, niet als het gaat om het begrijpen van de wereld, maar wel als het gaat om de aard van ons onbegrip. Helderheid dus als het gaat om de vraag: ‘Wat kan ik weten?’ Dat is waar filosofie voor mij om draait, niet om de vraag: ‘Wat moet ik doen?’


Hij wordt gelukkig van Wittgensteins filosofie, Keizer, zoals hij vrolijk wordt van de muziek van de Beatles. Het is voor hem een intrinsieke vreugde, zoals andere kunstvormen dat ook zijn. Hij is enthousiast over Wittgenstein, maar niet enthousiast over wat mensen denken dat het effect van filosofie is.

Dat je op een of andere manier te rade kan gaan bij filosofie, om er iets uit te putten voor de invulling van je dag. Onzin. Je zegt toch ook niet na afloop van een concert: wat moet ik hier verder mee vandaag? De vreugde zat in het luisteren.’

Bij Wittgenstein zit de vreugde in het denken, vindt Keizer. Hij vindt hem een van de leukste filosofen om te lezen, omdat het een heerlijk avontuur is.

Als je hem leest, valt er een hele hoop van je af. Het is niet dat je er veel bijleert, er valt vooral heel veel van je af. Hij is steeds bezig om onze betovering door taal, onze misverstanden over taal, te doorbreken.’

Volgens Riemer leek Wittgenstein zelf niet al te veel lol in het leven te hebben: Hij was een getormenteerde man die moeizaam door het leven ging. Keizer antwoordt hierop dat hieruit blijkt dat filosofie niks met levenskunst heeft te maken.

Als arts kom ik veel levenskunst tegen, maar dat krijg je niet door een cursus filosofie te volgen.(…) Wittgenstein heeft een talent voor filosofie, niet voor het leven. Daar ging alles steeds fout.’

De wat-isvraag is de standaard filosofische vraag, zegt Keizer. ‘Wat is liefde, de zin van het leven, waarheid et cetera. Het is de verleiding van de filosoof om zich helemaal op de beantwoording van zo’n vraag te storten, om zo de ander te verlichten met ‘de kern van de zaak’.

Wittgenstein is de eerste filosoof die bewust van deze methodiek afwijkt. (…) Taal is het hele leven. Taal is geloven, weifelen, vragen, bevelen, hopen, wanhopen enzovoort. En nu komt het revolutionaire van zijn filosofie: aan al die bezigheden ligt niet iets wezenlijks of universeels ten grondslag, niet iets wat ons overstijgt.’

Wittgenstein wil niet dat we onszelf dingen wijsmaken over bepaalde zogenaamde ‘diepere’ zaken, zo vertelt Keizer, zoals de zin van het leven, bijvoorbeeld.

De zin van een hamer, een stoplicht – dát zijn zaken waar we over kunnen praten. Het is een misverstand om naar de zin van het leven te vragen.’

Wat zou Wittgenstein antwoorden als ik vroeg: bestaat God?’ vraagt Riemer, waarop Keizer antwoordt dat hij dan zou zeggen: ‘niet in de zin waarin de tafel en de stoel bestaan, maar wel in de zin waarin Hamlet bestaat, en Goofy en Donald Duck: dáár hoort God thuis. Je moet uitdrukkingsvormen uit de ene situatie niet meenemen naar een andere situatie, dan raak je in de war’.

Religie zit vol met mededelingen, zoals: Jezus is de zoon van God, Jezus is opgestaan uit de dood. Wittgenstein zegt dat als je dat letterlijk gaat nemen je meteen in de problemen zit. Gesprekken over religie in termen van feitelijkheden zijn volstrekt zinloos. Het is zoals Gerard Reve het zegt: ‘Godsdienst is tegen elke interpretatie bestand, behalve de letterlijke’.’


‘Er bestaan stellig onuitsprekelijke zaken.
Dit toont zich, het is het mystieke.’
(Wittgenstein)



Zie:
‘Er mankeert niets aan taal, totdat mensen gaan filosoferen’

Beeld: Edward Sorel – Bertrand Russell en Ludwig Wittgenstein – inkt en waterverf op papier (artsy.net)